Amendement 11.1 FP extra commissielid bij commissievoorzitterschap.pdf
Tekst van het document
Datum raadsvergadering:
AMENDEMENT
7 november 2024 Nummer amendement: A11.1
Dit amendement hoort bij het voorstel tot het vaststellen van de Verordening op raadscommissies 2024.
Aangenomen /erworpen / Ingetrokken / aangehouden
De volgende fractie dient een aanpassing op dit voorstel in:
FRACTIE A#iiäsrööR We stellen de raad voor artikel 4 van de verordening met een nieuw lid 7 aan te vullen, luidende: 7. Een fractie waaruit één of meer commissievoorzitters zijn benoemd op basis van artikel 5, lid 1, van deze verordening, waardoor deze fractie niet met minimaal één commissielid per commissievergadering kan deelnemen, mag per benoemde commissievoorzitter één extra commissielid laten benoemen.
/
Namens de fractie Pastoor,
/
Toelichting: 1. Gemeentewet, Artikel 82, lid 3: Bij de samenstelling van een raadscommissie zorgt de raad, voor zover het de benoeming betreft van leden van de raad, voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen. In de toelichting op de Verordening op de raadscommissies is beschreven dat het wenselijk is dat een lid van de agendacommissie, ofwel een commissievoorzitter, in de eerste raadsvergadering door de raad benoemd wordt. Op dat moment bestaan er in principe nog geen afgesplitste fracties. 2. Een voorzitter van een commissie, die geen onderdeel uitmaakt van de commissie, benoemd door de raad maar juist onafhankelijk werkzaamheden uitvoert voor de raad, is ingeregeld om de raad zo goed als mogelijk te bedienen inzake raadscommissies. (artikel 5) 3. In de verordening is bepaald dat drie verschillende commissievergaderingen tegelijkertijd starten in verschillende vergaderzalen, wat tot dit technische probleem leidt. (artikel 2 en artikel 8) Op basis van artikel 5, derde lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter) geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze. Op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie.