91524 - 261502 - P240767_GoFlo.pdf.pdf
Tekst van het document
Volgens de beleidscategorie zijn bodemingrepen bij 50 m2 of meer en een ontgravingsdiepte van 35 cm of dieper, archeologisch onderzoeksplichtig. Het boothuis is tijdelijk van aard, daarom zal het gefundeerd worden op poeren die op de boothelling staan. Deze fundering zal niet de bodem ingaan. 4.4.3 Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, omdat de bodem niet geroerd zal worden.
4.5
Bedrijfsmatige activiteiten
4.5.1 Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. De doelen van milieuzonering zijn: • het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Systematiek Handreiking Bedrijven en milieuzonering Bedrijven in de omgeving kunnen hinder opleveren voor (hinder)gevoelige functies, zoals woningen. Bedrijven en functies kunnen geluidhinder, geurhinder, stofhinder of veiligheidsrisico's (externe veiligheid) veroorzaken. Om mogelijke hinder van bedrijven goed in beeld te kunnen brengen heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de Handreiking "Bedrijven en milieuzonering" opgesteld. In deze Handreiking, ook wel de VNG-publicatie genoemd, is voor bedrijven en inrichtingen aangegeven welke richtafstand aangehouden dient te worden.
In de Handreiking worden bedrijven ingedeeld op basis van de te verwachten milieuhinder (geur, geluid, stof en externe veiligheid). Per milieuonderdeel leidt dat tot een afstand die minimaal moet worden aangehouden tot gevoelige functies. Dit leidt tot een indeling in verschillende milieucategorieën, toenemend geschaald naar hinder. 4.5.2 Toetsing Het tijdelijke boothuis is geen gevoelige functie, maar brengt wel een nieuw bedrijf met zich mee dat mogelijk hinder kan veroorzaken.
Pagina 23 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Tabel 1 | Uitsnede VNG Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’
30 100 50 100
30 50 100 100
50 100 200 500 C Z
10 50 R 30 50
CATEGORIE
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS) Scheepsbouw - en reparatiebedrijven: - houten schepen - kunststof schepen - metalen schepen < 25 m - metalen schepen >= 25m en/of proefdraaien motoren >= 1 MW
GROOTSTE AFSTAND
0 1 2 3 4
GEVAAR
30 301, 3315 301, 3315 301, 3315 301, 3315 301, 3315
GELUID
-
AFSTANDEN IN METERS
STOF
35 351 351 351 351 351
OMSCHRIJVING
GEUR
-
SBI-2008
nummer
SBI-1993
50 100 200 500
3.1 3.2 4.1 5.1
C2A zal een 17e eeuws fluitschip bouwen van extern omgezet plastic afval. Daarmee kan C2A volgens de VNG-publicatie geclassificeerd worden als een scheepsbouw- en reparatiebedrijf, specifiek van kunststof schepen (Tabel 1). Voor scheepsbouw- en reparatiebedrijven van kunststof schepen is milieucategorie 3.2 van toepassing, met een richtafstand van 100 meter voor geur en geluid en een richtafstand van 50 meter voor stof en gevaar (Tabel 1). De dichtstbijzijnde gevoelige functies zijn de woningen aan de Weststraat, ten westen van de projectlocatie. De afstand tussen de projectlocatie en deze woningen bedraagt ongeveer 145 meter. Dit is ver boven de richtafstanden voor geur (100 m), stof (50 m), geluid (100 m) en gevaar (50 m). De ontwikkeling voldoet aan de richtafstanden van de VNG. 4.5.3 Conclusie Het aspect ‘bedrijfsmatige activiteiten’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6 Gezondheid 4.6.1 Wettelijk kader De fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen, zowel positief als negatief. Zo draagt een groene en beweegvriendelijke omgeving bij aan goede gezondheid, maar een matige luchtkwaliteit of luide omgeving kan ongezond zijn. In artikel 1.3 van de Omgevingswet staan de maatschappelijke doelen van de wet. Een van die doelen is een gezonde fysieke leefomgeving, die door bewoners als prettig wordt ervaren en uitnodigt tot gezond gedrag, maar ook bescherming biedt tegen negatieve omgevingsinvloeden. Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen afweegt en wat dit betekent in het omgevingsplan. 4.6.2 Toetsing Gemeente Den Helder heeft een ‘Integraal Plan van Aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)’ opgesteld voor de periode 2023 – 2026. Dit plan van aanpak is 30 september 2023 ondertekend.
In dit Plan van Aanpak wordt aangesloten bij de volgende programma’s en doelstellingen: • Samenwerkende gemeente: de gemeente vindt het belangrijk dat iedereen open veilig zichzelf kan zijn; • Zorgzame gemeente: het doel van de gemeente is om iedereen kansen te geven om zich te ontwikkelen en een fijn leven te leiden met een sociaal vangnet; • Vitale gemeente: de gemeente werkt aan een beter imago van Den Helder door positieve zaken lokaal en landelijk te benadrukken en onder de aandacht te brengen; • Leefbare gemeente: de gemeente biedt haar inwoners kansen op een leven lang ontwikkelen door goede onderwijsfaciliteiten en een breed onderwijsaanbod. C2A heeft een maatschappelijk doel: naast het bouwen van schepen van plastic afval, biedt de stichting ook werk en opleiding aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het bouwen van schepen met plastic afval is een mooie uitdaging voor de werknemers en het is een mooie manier om hen meer aandacht te geven en hen vaardigheden te leren waarmee ze hun brood kunnen verdienen en zichzelf nuttig en waardevol voelen. Ook is in voorgaande paragrafen onderzocht welke effecten het projectvoornemen heeft op aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving, zoals geluid, geur en luchtkwaliteit. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat er geen verslechtering ten opzichte van de huidige situatie plaatsvindt.
4.6.3 Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Pagina 24 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
4.7 Geluid 4.7.1 Wettelijk kader Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. 4.7.2 Toetsing Met de realisatie van het tijdelijk boothuis wordt er een nieuwe tijdelijke geluidsbron mogelijk gemaakt. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidsbron op een geluidsgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. Volgens de VNG-publicatie geldt er voor het aspect geluid voor scheepsbouw- en reparatiebedrijven van kunststof schepen een richtafstand van 100 meter voor geluid (Tabel 1). De dichtstbijzijnde geluidgevoelige functies zijn de woningen aan de Weststraat, zo’n 145 meter ten westen van de projectlocatie.
In de werkplaats van het boothuis zal alleen met hand- en klein elektrisch gereedschap gewerkt worden, er is geen sprake van zware elektrische machines waarmee gewerkt zal worden. 4.7.3 Conclusie Er wordt ruim voldaan aan de richtafstand voor geluid conform de VNG-publicatie voor scheepsbouwen reparatiebedrijven van kunststof schepen. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8 Luchtkwaliteit 4.8.1 Wettelijk kader Om schade aan de volksgezondheid te beperken, moet de kwaliteit van de lucht voldoen aan Europese normen. Om de luchtkwaliteit in Nederland te beschermen geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen. De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10) in acht nemen, behalve als een activiteit ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren: 1. Het project valt binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie (standaardgevallen NIBM, artikel 5.54 Bkl). Dit betreffen onder andere projecten voor kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. 2. Middels kwalitatieve beschrijving of berekening (NIBM-tool) aannemelijk maken dat een project niet in betekenende mate bijdraagt.
In artikel 5.54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; • woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; • kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in artikel 5.54 Bkl kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.8.2 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een tijdelijk boothuis met werkplaats, kantoor en opslag. Deze ontwikkeling past niet binnen de lijst met categorieën die vallen onder NIBM zoals in artikel 5.54 Bkl. Daarom is de NIBM-tool ingevuld. De NIBM-tool is ingevuld voor een gemiddelde verkeersgeneratie van een worstcase schatting van 22 extra voertuigbewegingen voor zowel de
Pagina 25 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
aanleg als de gebruiksfase (Figuur 15). Voor het jaar van realisatie is 2025 genomen en voor het aandeel van vrachtverkeer is een klein percentage meegenomen, gezien tijdens de bouwwerkzaamheden aan- en afrijdend verkeer nodig is voor o.a. materieel. Daarnaast zal er materiaal geleverd moeten worden voor de bouw van het 17e eeuwse fluitschip.
Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2023 Jaar van planrealisatie
2025
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
22
Aandeel vrachtverkeer
10,0%
3
0,03
PM10 in μg/m3
0,00
Extra verkeer als gevolg van het plan
NO2 in μg/m
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 15 | Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit (Bron: GCN2022 NIBM-tool)
4.8.3 Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van dit project.
4.9 Geur 4.9.1 Wettelijk kader De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Rekening houden met geur werkt 2 kanten op: • Bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; • Bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geur veroorzakende bedrijven. Conform artikel 5.92 lid 2 van het Bkl moet de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn. Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder zij aanvaardbaar vindt. 4.9.2 Toetsing De realisatie van het tijdelijke boothuis brengt een nieuwe activiteit met zich mee. Volgens de VNGpublicatie geldt er voor het aspect geur voor scheepsbouw- en reparatiebedrijven van kunststof schepen een richtafstand van 50 meter (Tabel 1). De dichtstbijzijnde geluidgevoelige functies zijn de woningen aan de Weststraat, zo’n 145 meter ten westen van de projectlocatie. 4.9.3 Conclusie Er wordt ruim voldaan aan de richtafstand voor geur conform de VNG-publicatie voor scheepsbouwen reparatiebedrijven van kunststof schepen.
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Pagina 26 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
4.10 Bodem 4.10.1 Wettelijk kader Op basis van paragraaf 5.1.4.5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en artikel 22.2 uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dient in de planvorming rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Onder bepaalde omstandigheden kan het oprichten van gebouwen pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het doel. Om die reden dient bij veel nieuwbouwactiviteiten de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. 4.10.2 Toetsing Binnen de Oude Rijkswerf Willemsoord zijn diverse (mobiele) bodemverontreinigingen gesaneerd, dan wel in beeld gebracht (en worden gemonitord), maar de immobiele (heterogene) verontreinigingen zijn nog op grote terreindelen aanwezig en zijn ‘gesaneerd’ middels een leeflaagconstructie (o.a. klinkerverharding). Vanwege de tijdelijkheid van het boothuis en de verontreiniging in de bodem zal deze op poeren geplaatst worden die op de boothelling staan. Deze fundering zal niet de bodem ingaan. Er is dus geen sprake van roering van de bodem. 4.10.3 Conclusie Het aspect ‘bodem’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Wettelijk kader Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet ook aangetoond worden dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen voor de functies van de beoogde ontwikkeling aanwezig te zijn. 4.11.2 Verkeer In de huidige situatie is de projectlocatie toegankelijk voor motorvoertuigen via de Willemsoordbrug ten noordwesten. Willemsoord is een 30 km/uur zone. Over de boothelling ligt een loopbrug voor voetgangers die een looproute creëert om gebouw 51 heen. Als gevolg van de ontwikkeling is er sprake van een verandering in het aantal verkeersbewegingen, omdat er een nieuwe verkeersaantrekkende functie gerealiseerd wordt. Om de toekomstige verkeersgeneratie in beeld te brengen is er een berekening gemaakt op basis van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (Tabel 2). Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van ‘schil’ en ‘sterk stedelijk’. Tabel 2: Verkeersgeneratie toekomstig gebruik Functie Verkeersgeneratie per 100 m2 bvo Kantoor 5,3 Loods/ opslag 3,85 TOTAAL
M2 bvo 182,79 314
Totaal verkeersgeneratie 9,68787 12,089 21,77687
Op basis van bovenstaande gegevens worden er in totaal maximaal 22 verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een gemiddelde weekdag. Dit houdt in dat er 22 extra verkeersbewegingen zijn in de toekomstige situatie dan in de huidige situatie. Gelet op de capaciteit en huidige intensiteit van Willemsoord leidt deze toename niet tot problemen in de verkeersafwikkeling. 4.11.3 Parkeren Het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021 is op 27 september 2021 vastgesteld door de gemeente Den Helder. Hierin is vastgelegd dat een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van een bouwwerk slechts wordt verleend indien in, op, of onder het bouwwerk, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk hoort, in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt bepaald aan de hand van de parkeernormen in de ‘Nota Parkeernormen Den Helder’. In deze nota wordt gesteld dat voor heel Den Helder de adressendichtheid ‘sterk stedelijk’ geldt en dat Willemsoord in de schil van Den Helder ligt. Voor de parkeerregels zijn de parkeernormen uit de ‘Nota Parkeernormen Den Helder’ gebruikt. Hieronder is de parkeerbehoefte conform de nota parkeernormen opgenomen voor het project (Tabel 3).
Pagina 27 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Tabel 3: Parkeerbehoefte toekomstig gebruik Functie Parkeerbehoefte per 100 m2 bvo Kantoor 1,3 Loods/ opslag 0,6 TOTAAL
M2 bvo 182,79 314
Totale parkeerbehoefte 2,37627 1,884 4,26027
Het totaal aantal te realiseren parkeerplaatsen betreft 5 parkeerplaatsen, waarvan 1 parkeerplaats voor bezoekers moet zijn. Vanwege de tijdelijkheid van het boothuis zal voor parkeren gebruik gemaakt worden van het openbare parkeerterrein ten zuidwesten van de projectlocatie. Hier is de benodigde capaciteit aanwezig. 4.11.4 Conclusie Vanuit verkeerskundige aspecten bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling. Willemsoord kan de toename in verkeersbewegingen opvangen, omdat het voldoende uitgerust is voor deze toename. Vanwege de tijdelijkheid van het boothuis zal parkeren opgelost worden op het bestaande parkeerterrein ten zuidwesten van de projectlocatie. Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.12 Omgevingsveiligheid 4.12.1 Wettelijk kader Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Paragrafen 5.1.2.2 t/m 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Binnen de externe veiligheid worden twee normstellingen gehanteerd; het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Het plaatsgebonden risico (PR) risico gaat over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger. Dit is de overlijdenskans voor een persoon die op een bepaalde afstand van een inrichting of een transportroute permanent (onbeschermd) aanwezig is. Het groepsrisico (GR) geeft de kans dat een groep, met een bepaalde grootte, het slachtoffer kan worden van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Er wordt hierbij getoetst aan de risicokaart, die gevaarlijke inrichtingen, transportroutes en leidingen weergeeft. 4.12.2 Toetsing In de nabije omgeving van de projectlocatie zijn geen risicovolle activiteiten en/ of functies aanwezig.
Ongeveer 950 meter ten zuidoosten van de projectlocatie staat een tankstation met een brandaandachtsgebied en een PR 10-6 contour (Figuur 16). De projectlocatie ligt ruim buiten de risicocontouren van deze contouren en aandachtsgebieden. Verder zijn er binnen of in de nabijheid van de projectlocatie geen bedrijven die gevaarlijke stoffen gebruiken, produceren of opslaan. Daarnaast zijn er geen knelpunten bekend met betrekking tot de werkzaamheden en vervoer/ transport van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. De projectlocatie zelf is geen (beperkt) kwetsbaar object.
Pagina 28 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Figuur 16 | Uitsnede risicokaart met projectlocatie binnen de rode contour (Bron: Atlasleefomgeving)
4.12.3 Conclusie In de nabije omgeving van de projectlocatie zijn geen risicovolle inrichtingen, transportroutes of buisleidingen aanwezig, alleen op een grotere afstand. De projectlocatie ligt buiten de risicocontouren van deze risicovolle activiteiten/ functies, dus hoeven in het kader van omgevingsveiligheid niet beschouwd te worden. Voor scheepsbouw- en reparatiebedrijven van kunststof schepen is milieucategorie 3.2 van toepassing, met een richtafstand van 50 meter voor gevaar, echter zal er niet gewerkt worden met grote machines of gassen. Derhalve wordt het veiligheidsrisico minimaal geacht. Het aspect ‘omgevingsveiligheid’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.13 Natuur 4.13.1 Wettelijk kader De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. In de Omgevingswet worden zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming geregeld. Flora- en Fauna-activiteiten Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet definieert een flora- en fauna-activiteit als ‘activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Door deze brede formulering van een flora- en fauna-activiteit is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Indien een projectlocatie in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Ook worden de
Pagina 29 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd in artikel 2.44 van de Omgevingswet. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit: in Nederland voor ruim 160 gebieden. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; 4.13.2 Toetsing flora & fauna Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Noordkop Groen een natuurtoets uitgevoerd op de projectlocatie. De volledige rapportage is als bijlage II bij de GoFlo opgenomen. Uit de natuurtoets is het volgende gebleken: • • • • • • • • •
•
het is uitgesloten dat verblijfsplaatsen van vleermuizen verstoord worden; door uitvoering van de werkzaamheden bij daglicht zal er geen direct effect zijn op foeragerende vleermuizen; het is uitgesloten dat er beschermde kleine marterachtigen een vaste verblijfsplaats hebben in het plangebied. Een effect van de werkzaamheden is uitgesloten; er is geen geschikt habitat aanwezig op de planlocatie. Dit betreft zowel voortplantingshabitat als overwinteringsplaatsen. Een effect op rugstreeppadden is uitgesloten; een effect op beschermde vissoorten is uitgesloten; de planlocatie is ongeschikt habitat voor libellen. Effecten op beschermde soorten zijn daarmee uitgesloten; zowel de waardplanten als het overige habitat zijn niet aanwezig op de planlocatie. Een effect op beschermde vlinders is uitgesloten; de planlocatie zijnde een brug en verharde kades is ongeschikt als groeiplaats van beschermde soorten. Een effect op beschermde vaatplanten is uitgesloten. Bij controle zijn deze ook niet aangetroffen; door uitvoering van de werkzaamheden buiten het broedseizoen zullen er geen effecten zijn op broedvogels. Bij het veldbezoek van 24 juli zijn ook geen broedende vogels in de nabijheid aangetroffen. Er dient een controle op broedvogels plaats te vinden als er in het broedseizoen en dus na 15 maart 2025 gestart wordt met de bouw; een effect op slaapplaatsen van broedvogels is uitgesloten.
4.13.3 Toetsing stikstofdepositie De Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor de bescherming van enkele stikstofgevoelige habitats. Ontwikkelingen dragen mogelijk bij aan een toename van stikstofemissie en daarmee van extra stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitats. Het projectgebied ligt in de nabijheid van het Natura 2000-gebied ‘Waddenzee’ (Figuur 17). Dit Natura 2000-gebied ligt op ca. 450 meter ten noorden van de projectlocatie. Vanuit de Omgevingswet (OW) is het noodzakelijk om uit te sluiten dat er door het projectvoornemen sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. AERIUS is het voorgeschreven rekeninstrument dat wordt gebruikt om stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats te berekenen. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Noordkop Groen een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is als onderdeel van de Natuurtoets
Pagina 30 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
als bijlage II bij de GoFlo opgenomen. De bouwfase van de botenloods inclusief 1 jaar gebruik resulteert in een stikstofdepositie van minder dan 0,00 mol/ha/jaar. Er zijn geen vervolgstappen benodigd.
Figuur 17 | Uitsnede Natura 2000-gebieden met projectlocatie binnen de rode contour (Bron: Atlasleefomgeving)
4.13.4 Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.14 Weging van het waterbelang 4.14.1 Wettelijk kader In de waterparagraaf komen de relevante wateraspecten aan bod die van belang zijn in de projectlocatie. De projectlocatie ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer in de projectlocatie. Tevens is het hoogheemraadschap in het kader van het vooroverleg betrokken bij het tot stand komen van ruimtelijke plannen. 4.14.2 Toetsing Ten behoeve van de voorgenomen buitenplanse omgevingsplanactiviteit is de Digitale Watertoets (www.hetwateradvies.nl) doorlopen. Op basis van de ingevoerde gegevens wordt geconcludeerd dat de korte procedure doorlopen dient te worden. Er kan worden volstaan met een standaard wateradvies van het waterschap zoals hieronder aangegeven. De watertoets is opgenomen als bijlage III bij de GoFlo. Toename verharding Op basis van de schetsen schatten wij in dat de verhardingstoename onder de 800 m2 blijft. Deze zeer beperkte toename in verharding heeft een beperkt effect op de waterhuishoudkundige situatie, waarvoor initiatiefnemer geen compenserende maatregelen hoeft te treffen. Waterkwaliteit en riolering Bij deze ontwikkeling wordt geprobeerd aan te sluiten op de bestaande riolering in gebouw 51.
De aansluiting op het bestaande stelsel komt overeen met de basisdoelstelling van het HHNK en de gemeente om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. 4.14.3 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Pagina 31 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
4.15 Ontplofbare oorlogsresten 4.15.1 Wettelijk kader Als gevolg van de oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog zijn er in ons land ontplofbare oorlogsresten (OO) achtergebleven. Om diverse redenen (bijvoorbeeld veiligheid en gebiedsontwikkeling) kan de noodzaak ontstaan om deze OO op te sporen en te ruimen. Voor ontplofbare oorlogsresten zijn geen rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt decentrale overheden de mogelijkheid om zelf decentrale regels op te stellen voor de fysieke leefomgeving. 4.15.2 Toetsing In de gemeente Den Helder kunnen explosieven in de grond zitten die nog niet ontploft zijn, bijvoorbeeld granaten of vliegtuigbommen uit de Tweede Wereldoorlog. Ook kunnen er door schietoefeningen explosieven op de grond zijn beland. Daarom is in opdracht van de gemeente Den Helder door het bureau REASeuro voor het gehele grondgebied van Den Helder een NGE-Risicokaart opgesteld met mogelijke vindplaatsen van explosieven uit de tweede wereldoorlog (Figuur 18). Uit de NGE-Risicokaart is af te lezen dat de projectlocatie verdacht gebied is voor wat betreft het aantreffen van klein-kalibermunitie (KKM), handgranaten, geschutmunitie en afwerpmunitie. Tijdens de realisatie van het tijdelijke boothuis zal de bodem niet geroerd worden, omdat het boothuis op poeren komt te staan die op de boothelling staan.
Figuur 18 | Uitsnede NGE-risicokaart Den Helder met de projectlocatie binnen de zwarte contour (Bron: NGE-risicokaart)
4.15.3 Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg, omdat de bodem niet geroerd zal worden. De initiatiefnemer dient wel ten alle tijden de algemene zorgplicht in acht te nemen.
4.16 Trillingen 4.16.1 Wettelijk kader Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl. 4.16.2 Toetsing Er zijn in de omgeving van de projectlocatie geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Het tijdelijke boothuis zal niet gefundeerd worden door
Pagina 32 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
middel van heipalen. Het boothuis komt te staan op poeren die op de boothelling staan. Er wordt verondersteld dat trillingen op deze locatie geen problemen opleveren. 4.16.3 Conclusie Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Pagina 33 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
5.1
Economische uitvoerbaarheid
5.1.1 Financieel economische haalbaarheid In deze GoFlo is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Op basis hiervan kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. 5.1.2 Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Dit betekent dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit. Dit planvoornemen betreft een samenwerking tussen Clean 2 Anywhere, Willemsoord B.V. en gemeente Den Helder. De gemeente sluit een nadeelcompensatieovereenkomst met de initiatiefnemer.
De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Het kostenverhaal is hiermee gedekt.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De procedure voor vaststelling van omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt meestal de reguliere procedure. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. In sommige gevallen geldt voor de BOPA de uitgebreide procedure: • als dit is aangewezen in de Omgevingswet en/of het Omgevingsbesluit; • op verzoek van de aanvrager; • als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart. Het bevoegd gezag kan de uitgebreide procedure van toepassing verklaren op de BOPA (artikel 16.65, lid 4, Omgevingswet). In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen 6 maanden na een aanvraag. 5.2.1 Participatie Initiatiefnemer is in gesprek gegaan met diverse betrokkenen en zonder uitzondering zijn de reacties zeer positief. Er is een participatieverslag opgesteld, deze is als bijlage IV toegevoegd aan de GoFlo. 5.2.2 Bezwaar De omgevingsvergunning wordt aangevraagd en gepubliceerd in een zelf uitgegeven elektronische publicatie zoals het gemeenteblad, waarna binnen maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken een besluit genomen moet worden.
Na deze beslistermijn is bezwaar en beroep mogelijk.
Pagina 34 van 37
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
6.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
6.2
Conclusie
Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In hoofdstukken 3 en 4 is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). In deze paragraaf worden de conclusies uit de genoemde hoofdstukken beschreven. In paragraaf 5.2 wordt beschreven op welke wijze de GoFlo is opgesteld.
De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het realiseren van een tijdelijk boothuis voor een periode van 15 jaar, ten behoeve van de bouw van een duurzaam fluitschip. Daarbij zal op een nader te bepalen moment in de toekomst een hek geplaatst moeten worden ten noorden van de zuidelijke rij monumentale spanten. Om het hoogteverschil tussen het terrein ten zuiden van pand 51 en ten oosten van pand 51 te verbinden, zal er een platform gerealiseerd worden. De impact van de beoogde ontwikkeling op omgevingsaspecten is tijdelijk, beperkt van aard en er treden geen nadelige gevolgen voor het milieu op. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Pagina 35 van 37
Bijlage I
– Tekeningen
Bijlage II
– Natuurtoets
Bijlage III
– Watertoets
Bijlage IV
– Participatieverslag
P240767
Boothuis Willemsoord, Den Helder Goede onderbouwing van de Fysieke leefomgeving (GoFlo)
Harmenkaag 11 1741 LA SCHAGEN 0224 – 299346 info@prommenz.nl www.prommenz.nl