CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Nader onderzoek vleermuizen.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 23 september 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Tillenhof 2 Den Helder.2.674 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Den Helder S. Hafkenscheid 19 februari 2024 319.05.22 J. Boer R. Boschman

Schelmseweg 93 6816 SJ Arnhem 026-7851440 www.nladviseurs.nl info@nladviseurs.nl Copyright: Alle rechten voorbehouden. Voor vermenigvuldiging van , of zinsneden en afbeeldingen uit deze rapportage gelieve contact opnemen met NLadviseurs

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding en doel Opdrachtgever Huidige situatie Planvoornemens Resultaten Quickscan Leeswijzer

pag. 7 pag. 7 pag. 7 pag. 7 pag. 8 pag. 9

2.1

Vleermuizen

pag. 12

3.1 3.3

Vleermuizen Overige waarnemingen

pag., 15 pag., 15

4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6

Effectenbeoordeling Vleermuizen Rugstreeppad Advies en vervolgstappen Vleermuizen Rugstreeppad Kleine marterachtigen Zandhagedis Algemene broedvogels Overige (vrijgestelde) soorten

pag. 18 pag. 18 pag. 18 pag. 18 pag. 18 pag. 18 pag. 19 pag. 19 pag. 19 pag. 19

In de onderstaande tabel staan de aanwezige beschermde soorten en de aanwezige beschermde functies binnen het plangebied. In de tabel is weergegeven of er mogelijk vervolgstappen benodigd zijn om negatieve effecten op (beschermde) soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten niet voorkomen kunnen worden valt de geplande ingreep onder een flora- en fauna-activiteit, waarvoor een Omgevingsvergunning benodigd is.

Gebouwbewonende

Geen

Geen

Kleine marterachtigen

Onbekend

Uitvoeren nader onderzoek

Rugstreeppad

Landhabitat aanwezig

Aanvragen Omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteit

Geen geschikt leefgebied aanwezig, wel incidenteel

Opstellen ecologisch werkprotocol en nemen van soortspecifieke

voorkomen mogelijk

maatregelen

vleermuizen

Zandhagedis Algemene broedvogels

Nesten

Diverse algemene soorten Verblijf- en voortplantingsplaatsen

Werken buiten het broedseizoen (maart t/m medio augustus) en opstellen ecologisch werkprotocol Opstellen ecologisch werkprotocol

De initiatiefnemer is voornemens het terrein bij de Tillenhof in Huisduinen te herontwikkelen. Tijdens de uitvoer van ruimtelijke ontwikkelingen zal er altijd rekening worden gehouden met beschermde dier- en plantensoorten. Naar aanleiding van de quickscan Wet natuurbescherming (NLadviseurs, 2022) is in 2022 en 2023 nader onderzoek uitgevoerd naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. In de voorliggende rapportage worden de resultaten beschreven. Als er negatieve effecten worden verwacht dient daarnaast ook bepaald te worden of een omgevingsvergunning vanuit de Omgevingswet noodzakelijk is. Voordat de werkzaamheden kunnen worden gestart, zal op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan ook nader onderzoek uitgevoerd moeten worden naar verblijf- en/of rustplaatsen van kleine marters (zie ook §1.5). Deze vallen buiten de scope van dit onderzoek.

Dit onderzoek is uitgevoerd ten tijde van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Sinds 1 januari 2024 is de bescherming van soorten onderdeel van de Omgevingswet, waarin de Wet natuurbescherming in is opgenomen. Binnen de Omgevingswet is de bescherming van plant- en diersoorten, natuurgebieden en houtopstanden opgenomen. Middels deze rapportage wordt door middel van nader onderzoek onderzocht of er beschermde soorten aanwezig zijn op het terrein. Vervolgens is er getoetst of de werkzaamheden gevolgen hebben voor soorten die beschermd zijn onder de Omgevingswet (hierna: Ow) en daarmee valt onder een zogenaamde ‘floraen fauna-activiteit’ waarvoor een omgevingsvergunning vereist is.

Het plangebied is gelegen in het dorp Huisduinen in gemeente Den Helder. De locatie ligt tegen bebouwde omgeving aan en grenst ten zuiden aan een parkeerterrein en het Natura 2000-gebied De Helderse Duinen. Het plangebied ligt ingelijfd tussen twee wegen, ten oosten de Tillenhof en ten

westen de Zeeweg. Binnen het plangebied is een pand aanwezig (Tillenhof 2). Een groot deel van het terrein bestaat uit verharding maar er is ook struweel en een houtwal aanwezig. In bijlage 1 is een korte foto-impressie terug te vinden.

De geplande ruimtelijke ontwikkelingen bestaan uit: • Kap van ca. 0,5 ha aan houtwal; • Verwijderen bestrating; • Sloop pand; • Perceel vrijmaken van obstakels; • Aanleg nieuwe infrastructuur; • Bouw woningen; • Herinrichting groene ruimte; • Ophoging perceel voor een geredelijkere overgang van duin naar ontwikkelgebied. Het is nog onbekend wanneer het project zal starten en wat de verwachte doorlooptijd is.

De quickscan is in 2022 uitgevoerd (NLadviseurs, 2022). Binnen het plangebied is voorkomen van de volgende beschermde soorten niet uitgesloten: • Gebouwbewonende vleermuizen; • Kleine marterachtigen • Rugstreeppad; • Zandhagedis. Gebouwbewonende vleermuizen Alle vleermuissoorten voorkomend in Nederland zijn beschermd onder de Europese Habitatrichtlijn (art. 11.46 van de Omgevingswet). Het pand (Tillenhof 2) binnen het plangebied heeft geen open stootvoegen en een plat dak. Achter de dakrand zit echter ruimte (> 1 cm) waardoor verblijfplaatsen van vleermuizen niet kan worden uitgesloten. Overige verblijfplaatsen, vliegroutes of beschermde foerageergebieden van vleermuizen worden niet verwacht. Kleine marterachtigen De kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) zijn nationaal beschermd (art. 11.54 van de Omgevingswet) en binnen

provincie Noord-Holland geldt geen vrijstelling voor deze soorten. Naast foerageergebied is er ook potentie voor verblijfplaatsen voor met name bunzing en wezel aanwezig in de vorm van boomstronken, puin en struweel. Nader onderzoek dient uit te wijzen of kleine marters daadwerkelijk gebruik maken van het terrein. Nader onderzoek naar kleine marters valt buiten de scope van deze rapportage. Rugstreeppad De rugstreeppad is een soort van de Habitatrichtlijn en beschermd onder artikel 11.46 van de Omgevingswet . Er is geen geschikt voortplantingswater voor amfibieën aanwezig binnen het plangebied. In natuurgebied de Helderse Duinen zijn echter meerdere recente meldingen vanuit de NDFF van roepende rugstreeppadden en juveniele dieren bekend. De duinen is één van de kerngebieden van de soort. Er bevinden zich meerdere geschikte voortplantingswateren in de directe omgeving (250 meter tot 1 km) van het plangebied. De rugstreeppad foerageert doorgaans circa 300 meter vanaf de

wateren in de voortplantingsperiode (zomerhabitat) en kan tot zelfs enkele kilometers afreizen voor overwintering. Landhabitat van de rugstreeppad kan niet met zekerheid worden vastgesteld door middel van regulier onderzoek en gebeurd op basis van expert judgement. Met name de houtwal binnen het plangebied is geschikt als potentieel landhabitat (zowel zomer- als overwinteringshabitat) en is gemakkelijk bereikbaar vanaf de duinen (zonder barrières). Op basis van de gebiedskenmerken en afstand tot bekend voortplantingswater is het aannemelijk dat het plangebied wordt gebruikt als landhabitat door de rugstreeppad. Omdat er sprake is van aantasting van leefgebied de rugstreeppad, dient er een Omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor een flora- en faunaactiviteit. Zandhagedis De zandhagedis is Europees beschermd onder de Habitatrichtlijn (art. 11.46 van de Omgevingswet ). Er is geen potentie voor leefgebied aanwezig op het terrein. Omdat

Plangebied

op zeer korte afstand leefgebied aanwezig is, zullen aanvullende maatregelen genomen moeten worden om te voorkomen dat individuen worden verwond of gedood tijdens de werkzaamheden. Deze maatregelen dienen verder te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol en te worden begeleid door een deskundige ecoloog.

In deze rapportage is achtereenvolgens beschreven welke methodiek is toegepast tijdens het onderzoek (H2). Per soort is in hoofdstuk 3 beschreven welke functie(s) het plangebied heeft. Tenslotte zijn in hoofdstuk 4 de verwachte effecten zijn per soort beschreven. In hoofdstuk 4 zijn tevens de adviezen en benodigde vervolgstappen beschreven.

Figuur 1.1:Plangebied (rood omlijnd) en het onderzochte pand aan Tillenhof 2 (oranje).

Het onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021. Het onderzoek naar paarterritoria heeft plaatsgevonden in 2022, het onderzoek naar zomer- en kraamverblijven in het voorjaar van 2023. De tijdstippen en omstandigheden tijdens de veldbezoeken zijn terug te vinden in tabel 2.1. Veldmedewerkers waren uitgerust met de batdetector Anabat Scout. Indien nodig zijn geluidsopnamen achteraf geanalyseerd met de software Anabat Insight. Het onderzoek is gericht op zomer-, kraamen paarverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Op basis van de gebouwkenmerken was onderzoek naar massawinterverblijven van de gewone dwergvleermuis niet nodig. Binnen het plangebied ontbreken hoge gebouwen waardoor onderzoek naar tweekleurige vleermuis niet benodigd is. Door het ontbreken van geschikte zolders wordt ook de gewone grootoorvleermuis niet verwacht.

Kraam- en zomeronderzoek Tussen 15 mei en 15 juli heeft onderzoek naar kraam- en zomerverblijven plaatsgevonden. Het plangebied is onderverdeeld in 2 deelgebieden. Per deelgebied zijn 2 avondbezoeken en is 1 ochtendbezoek uitgevoerd. Tijdens de avondbezoeken is vanaf zonsondergang 2 uur geïnventariseerd. Hierbij is voornamelijk aandacht besteed aan de locaties waar de meeste potentie aanwezig was voor verblijven van vleermuizen. Tijdens de ochtendbezoeken is 2 uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst geïnventariseerd. Tijdens de ochtendbezoeken is hoofdzakelijk gezocht naar zwermgedrag bij verblijfplaatsen. Paaronderzoek Tussen 15 augustus en 1 oktober zijn voor elk van de 2 deelgebieden 2 bezoeken in de avond uitgevoerd. De bezoeken van elk 2 uur zijn uitgevoerd tussen een uur na zonsondergang en een uur voor zonsopkomst. Omdat paarverblijven van de ruige dwergvleermuis niet zijn uitgesloten heeft één van de twee bezoeken plaatsgevonden rond middernacht. Tijdens

de onderzoeken is gelet op baltsende mannetjes en, indien aanwezig, zijn de territoria en/of verblijven in kaart gebracht.

Tabel 2.1: Samenvatting van de veldbezoeken.

3 sept 2022

22:19 – 01:00

Paarterritoria

25 °C, onbewolkt, 1 Bft

W. van Zadelhoff, D. van Biezen

25 sept 2022

21:02 – 23:11

Paarterritoria

13 °C, bewolkt, 3 Bft

A. Geelhoed, I. Louws

17 mei 2023

21:35 - 23:36

Zomer- en kraamverblijven

10 °C, onbewolkt, 1 Bft

I. Louws, D. van Biezen

8 juni 2023

22:00 – 00:05

Zomer- en kraamverblijven

14 °C, bewolkt, 4 Bft

A. Geelhoed, A van Waandel

9 juni 2023

03:14 – 05:18

Zomer- en kraamverblijven

10 °C, bewolkt, 4 Bft

A. Geelhoed, A. van Waandel

Tijdens het nader onderzoek is slechts één soort waargenomen: de gewone dwergvleermuis. Er zijn geen verblijfplaatsen of andere essentiële functies aangetroffen. Gedurende de veldbezoeken was er zeer weinig activiteit van vleermuizen waargenomen. Elk bezoek ging het om slechts 1 tot 3 passerende gewone dwergvleermuizen, foeragerende dieren zijn niet waargenomen in en rondom het plangebied. Tijdens de paarperiode zijn geen baltsende dieren waargenomen. Geen van de waargenomen dieren had enige binding met het plangebied of het aanwezige pand.

Tijdens het vleermuisonderzoek is op 9 juni 2023 is tweemaal de rugstreeppad waargenomen. Het ging om twee (sub)adulte dieren, waarvan één waarneming zich binnen het plangebied bevond en één circa 50 meter ten oosten van het plangebied (figuur 3.2).

Activiteit van roepende dieren is niet waargenomen tijdens de bezoeken.

Figuur 3.1: Rugstreeppad waargenomen binnen het plangebied op 6 juni 2023.

Figuur 3.2: Resultaten van het nader onderzoek. Tweemaal zijn exemplaren van de rugstreeppad aangetroffen.

Aan de hand van de bevindingen uit hoofdstuk 3 is de beoogde ingreep wettelijk getoetst en worden de benodigde vervolgstappen beschreven die nodig zijn om aan de Omgevingswet te voldoen.

Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. Er zijn ook geen indicaties dat er delen in of rondom het plangebied gebruikt worden om te foerageren.

De rugstreeppad is waargenomen binnen het plangebied. De twee exemplaren (één net buiten het plangebied) zijn waargenomen in begin juni, midden in de voortplantingsperiode. In de zomerperiode foerageren de dieren ’s nachts vaak in de nabijheid van hun schuillocatie of voortplantingswater (Spitzen et al, 2007), in deze periode hebben de dieren een betrekkelijk kleine actieradius (Verboom et al, 2009). Op basis van geschiktheid van het plangebied en de korte afstand tot het voortplantingswater werd in de quickscan al

geconcludeerd dat er zeer waarschijnlijk sprake is van landhabitat. De waarnemingen binnen de voortplantingsperiode van de twee exemplaren ondersteunen dit.

Er zijn geen verblijfplaatsen of (essentieel) leefgebied van vleermuizen aangetroffen. Verdere maatregelen zijn niet benodigd.

Doordat de geplande werkzaamheden zorgen voor aantasting van leefgebied van de rugstreeppad is er sprake van een zogenaamde flora- en fauna-activiteit. Omdat er grootschalige werkzaamheden gepland staan zal (permanente) schade niet te voorkomen zijn, een aanvraag van een Omgevingsvergunning is benodigd voor het aantasten van landhabitat van de rugstreeppad. Voor het aanvragen van een Omgevingsvergunning moet aan enkele voorwaarden worden voldaan. Zo zullen er maatregelen genomen moeten worden waardoor negatieve effecten op de

Gewone dwergvleermuis

rugstreeppad zoveel mogelijk voorkomen of te verzachten. Zo zal er o.a. buiten de meeste kwetsbare periode van de soort moeten worden gewerkt, de werkwijze moeten worden aangepast, moet er een amfibieënscherm geplaatst worden en zal voor het verloren leefgebied nieuw terrein terug moeten komen van gelijke waarde. Deze maatregelen worden verder beschreven in een project- of activiteitenplan.

Nader onderzoek conform het kennisdocument kleine marterachtigen moet uitgevoerd worden om aan te tonen of de bunzing en/of wezel gebruik maken van het plangebied. Indien de bunzing en/of wezel inderdaad aanwezig is zal ook voor de kleine marterachtigen een Omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden.

Leefgebied van de zandhagedis is uitgesloten (NLadviseurs, 2022) binnen het plangebied. Gezien de geringe afstand tot de duinen dienen er echter maatregelen

dienen genomen te worden om incidentele doding van individuen te voorkomen. Deze maatregelen bestaan o.a. uit het plaatsen van een scherm in de geschikte periode en dienen te worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol. Tevens worden de maatregelen uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige ecoloog.

Het groen (struiken en bomen) is zeer geschikt voor diverse algemene vogelsoorten om in te broeden. Wanneer nesten in gebruik zijn, zijn deze beschermd onder de Vogelrichtlijn en mogen niet beschadigd, vernield of verstoord worden. Geadviseerd wordt om te starten vóór het begin van het broedseizoen en daarbij gelijk het groen te verwijderen om te voorkomen dat vogels kunnen nestelen. Er geldt geen vaste periode voor het broeden, maar over het algemeen wordt maart t/m medio augustus aangehouden. In deze periode broeden doorgaans de meeste inheemse vogelsoorten. Indien het niet mogelijk is de werkzaamheden uit te voeren vóór de start van het broedseizoen zal een uitvoerige controle op zang- en broedactiviteit

plaatsvinden in de ochtend (rond zonsopkomst) door een deskundige ecoloog. Tussen de controle en de start van de werkzaamheden mag maximaal 3 dagen zitten. Indien er sprake is van (indicaties van) actieve nesten moet het werk rondom deze locatie(s) tijdelijk stil moeten worden gelegd. De beschermingszone rondom het nest is afhankelijk van o.a. de soort en de werkzaamheden en zal ter plekke worden bepaald door de ecoloog. De werkzaamheden mogen pas weer worden voortgezet als vastgesteld is dat het nest niet meer in gebruik is. De bovenstaande stappen worden verder uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol.

Tenslotte zal er in het kader van de algemene en specifieke zorgplicht (art. 11.27, Bal) rekening gehouden moeten worden met aanwezige flora & fauna ongeacht of deze een beschermde status hebben of niet. Er dient, waar redelijkerwijs mogelijk, zorg te worden gedragen voor alle aanwezige flora & fauna. Op het terrein zijn meerdere vrijgestelde en niet beschermde soorten te verwachten zoals algemene

muizensoorten, egel, vos en algemene amfibieën (o.a. bruine kikker, gewone pad etc.). De werkvoorwaarden worden verder uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol waarin een invulling wordt gegeven aan zorgvuldig handelen. Maatregelen bestaan o.a. uit het uitvoeren van een algemene inspectie door een ecoloog vlak vóór de aanvang van de werkzaamheden en het aanpassen van de werkwijze.

Tabel 4.1: Samenvatting van de verwachte effecten op de aangetroffen beschermde soorten en de benodigde vervolgstappen.

Vleermuizen

Art. 11.46, Bal

Geen

Geen

Geen

Onbekend

Onbekend

Uitvoeren nader onderzoek

Landhabitat

Vernietiging vaste rust- en Aanvragen Omgevingsvergunning voor flora- en

(Habitatrichtlijnsoort)

Bunzing & wezel

Art. 11.54, Bal (Andere Soorten)

Rugstreeppad

Art. 11.46, Bal (Habitatrichtlijnsoort)

Zandhagedis

verblijfplaats

fauna-activiteit

Art. 11.46, Bal

Geen, wel incidenteel

Doding en/of verwonding

Opstellen ecologisch werkprotocol en nemen van

(Habitatrichtlijnsoort)

voorkomen van individuen

van individuen

soortspecifieke maatregelen

Algemene

Art. 11.37, Bal

Nesten

Vernieling van nesten

Werken buiten het broedseizoen (maart t/m medio

broedvogels

(Vogelrichtlijnsoorten),

augustus), opstellen ecologisch werkprotocol

Art. 11.27, Bal (Specifieke zorgplicht)

Diverse algemene

Art. 11.27, Bal (Specifieke

(mogelijke) verblijf- of

Vernietiging van

Algemeen zorgvuldig handelen, opstellen ecologisch

soorten (vrijgesteld)

zorgplicht)

voortplantingsplaatsen

verblijfplaatsen,

werkprotocol

doding/verwonding van individuen

BIJ12, 2017.b Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0 BIJ12, 2022. Rugstreeppad Bufo calamita. Versie 2.0.. BIJ12, 2022. Zandhagedis Lacerta agilis. Versie 2.0.. NLadviseurs, 2022. Quickscan Wet natuurbescherming Quickscan Tillenhof. Projectnummer 319.02.22 Soortinventarisatieprotocollen ( 2017). Netwerk Groene Bureaus (NGB). Spitzen, A., Zollinger, R., Rijsewijk, van A. (2007). Ecologisch onderzoek aan de rugstreeppad in de Noordoostpolder. Stichting Ravon Nijmegen. Verboom, B.;Musters, K.;van der Lugt, A. (2009) Rugstreeppad Bufo calamita. De amfibieën en reptielen van Nederland : 174-185 Vleermuisprotocol, 2021. Netwerk Groene Bureaus (NGB).

www.bij12.nl www.floron.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl

Dummy tekst

BIJLAGE 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2147/documents/23003