CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Quickscan Ontplofbare Oorlogsresten.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 23 september 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Tillenhof 2 Den Helder.4.328 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan Ontplofbare Oorlogsresten

Tillenhof 2, Huisduinen Gemeente Den Helder IDDS Explosieven B.V.

Datum

: 9 november 2023 (uitgave rapport versie 1.0) 17 juli 2024 (uitgave rapport versie 2.0) Kenmerk : A4798-04/KMA/QS1 In opdracht van : AGROM Advies Ruimtelijke Ordening Milieu Auteur : Dhr. K.J. Marijt MA Status : Definitief Versie : 2.0

ACCORDERING QuickScan Ontplofbare Oorlogsresten Tillenhof 2, Huisduinen Gemeente Den Helder Kenmerk: A4798-04/KMA/QS1 Benadrukt wordt dat onderhavige rapportage geen historisch vooronderzoek conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten (CS-VROO-01) betreft. Afbeelding voorpagina: Luchtopname van Den Helder, rechts boven Fort Erfprins, links Huisduinen en Fort Kijkduin. Bron: Beeldbank NIMH, Fotoafdrukken Koninklijke Marine, objectnummer 2158_037330. Gezien en goedgekeurd door Functie Organisatie IDDS Explosieven B.V.

Naam Dhr. S. van Helden MA

IDDS Explosieven B.V.

Dhr. T.G.M. Neijenhuis

© IDDS Explosieven B.V. Alle rechten voorbehouden.

Historicus Adviseur Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten Senior Adviseur OO/ munitietechnicus

Datum

18-07-2024

18-07-2024

Handtekening

Inhoudsopgave 1.1 1.2 1.3

Inleiding .................................................................................................................... 4 Aanleiding van de QuickScan ontplofbare oorlogsresten ............................................ 4 Onderhavig onderzoeksgebied ................................................................................... 4 Reeds uitgevoerd historisch vooronderzoek OO ......................................................... 5 Beleidsnota OO gemeente Den Helder .................................................................... 9

3.1 3.2

Conclusie en advies ............................................................................................... 12 Conclusie ................................................................................................................. 12 Advies ...................................................................................................................... 12

Inleiding 1.1

Aanleiding van de QuickScan ontplofbare oorlogsresten

In de nabije toekomst staan diverse grondroerende werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied gepland. Door de opdrachtgever is gevraagd een QuickScan naar ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) uit te voeren voor het onderzoeksgebied. Achtergebleven OO uit de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse bodem kunnen een risico vormen binnen de realisatie van een project. Vanzelfsprekend is het aantreffen van OO gevaarlijk, maar naast de veiligheidsrisico’s kan ook druk op planning en budget ontstaan. Hiernaast is er in de Arbeidsomstandighedenwet (artikel 4.10) een verplichting jegens de werkgevers opgenomen dat deze de risico’s van het werk in kaart moeten brengen: ‘In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van OO, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld.’ Derhalve dient er tijdens de voorbereiding van een project altijd gekeken worden of er tijdens de uitvoering van het project risico’s zijn doordat er zich in het onderzoeksgebied mogelijk OO bevinden. Deze QuickScan OO is een oriënterend onderzoek en dient in vele gevallen als eerste document voor de procedure van bestemmingsplannen.

1.2

Onderhavig onderzoeksgebied

Bij het opstellen van deze QuickScan houdt IDDS Explosieven B.V. het gebied aan alwaar de grondroerende werkzaamheden worden uitgevoerd. Hierbij heeft IDDS Explosieven B.V. informatie ontvangen van de opdrachtgever. De globale aanduiding van het onderzoeksgebied is weergegeven op onderstaande figuur.

Figuur 1: De globale ligging van het onderzoeksgebied in Den Helder.

1.3

Reeds uitgevoerd historisch vooronderzoek OO

Historische vooronderzoeken via de VEO bommenkaart Na raadpleging van de VEO Bommenkaart1 blijkt dat er voor het onderzoeksgebied een vooronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek overlapt het onderzoeksgebied Tillenhof slechts gedeeltelijk. Het betreft het historisch vooronderzoek met titel ‘Stuifkuilen Noordduinen’ en is uitgevoerd door de firma BeoBOM. Het onderzoek is niet in bezit van IDDS Explosieven B.V., maar er is wel navraag gedaan inzake de resultaten.2 Bij oplevering van deze QuickScan is nog geen terugkoppeling verkregen.

Figuur 2: Uitsnede van de VEO bommenkaart, met daarop het onderzoeksgebied en de twee onderzoeken die volgens de VEO bommenkaart zijn uitgevoerd voor het onderzoeksgebied. Bron: VEO bommenkaart.

1

VEO Bommenkaart. Adviesbureaus aangesloten bij de Vereniging Explosieven Opsporing delen op dit platform onderzoeksresultaten en wisselen kennis en informatie uit. 2 E-mailcontact IDDS Explosieven B.V. en BeoBom, d.d. 1 november 2023.

NGE risicokaart (2017) en beleidsnota gemeente Den Helder Naast het raadplegen van de VEO bommenkaart, heeft IDDS Explosieven B.V. haar eigen database geraadpleegd, waarbij naar voren is gekomen dat de gemeente Den Helder in het verleden opdracht gegeven heeft voor het uitvoeren van een NGE risicokaart. De afkorting NGE duidt op ‘niet gesprongen explosieven,’ een term die voor de overgang naar OO veel gebruikt is. Naast deze kaart is er door de gemeente ook een beleidsnota opgesteld voor hoe er met OO dient te worden omgegaan. Beide zijn bestudeerd door IDDS Explosieven B.V. en hieruit is naar voren gekomen dat het gehele onderzoeksgebied verdacht is op het aantreffen van OO (zie onderstaand figuur). Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het gehele onderzoeksgebied verdacht is op afwerpmunitie (zie rode arcering op onderstaande figuur) en grotendeels verdacht is op Klein Kaliber munitie (KKM), handgranaten en geschutmunitie (zie gele kleur).

Figuur 3: Op basis van de kaart van de gemeente Den Helder is het onderzoeksgebied geheel verdacht op het aantreffen van OO. De rode arcering duidt op afwerpmunitie, de gele kleur duidt op de mogelijke aanwezigheid van KKM, handgranaten en geschutmunitie. Bron: NGE-risicokaart Den Helder, totaaloverzicht verdachte gebieden.

Naast bovenstaande informatie is bij de gemeente Den Helder navraag gedaan inzake het achterliggende rapport behorende bij de kaart. Hierbij zijn de behorende factsheets van de gemeente verkregen, waarin de oorlogshandelingen beschreven staan die behoren bij de verdachte gebieden: •

3

Verdacht gebied afwerpmunitie: dit gebied is afgebakend op afwerpmunitie ten gevolge van een bombardement op 13 april 1945, waarbij Britse vliegtuigen vliegtuigbommen van 1.000 lb. afworpen3; o Op basis van een door de gemeente opgestelde memo voor het onderzoeksgebied Tillenhof is de maximale diepteligging van de afwerpmunitie bepaald op 3,5 meter onder

Factsheet 4.6., ontvangen van de gemeente Den Helder d.d. 6 november 2023 en aanwezig in projectdossier A4798-04.

•

maaiveld; Verdacht gebied op KKM, handgranaten en geschutmunitie: dit gebied is afgebakend op basis van het feit dat het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog grensde aan het voormalig Nederlandse Fort Kijkduin;4 o Op basis van een door de gemeente opgestelde memo voor het onderzoeksgebied Tillenhof is de maximale diepteligging van de KKM, handgranaten en geschutmunitie bepaald op 1,5 meter onder maaiveld. o IDDS Explosieven B.V. vraagt zich af of deze oorlogshandeling (de aanwezigheid van het fort) ook voor het onderzoeksgebied Tillenhof van toepassing is. Het fort maakte wel onderdeel uit van de Duitse Atlantikwall, maar de bufferzone die door REASeuro om het gebied is getrokken om het verdachte gebied af te bakenen, kan (volgens IDDS Explosieven B.V.) ook te ruim genomen zijn. Het fort zelf ligt namelijk op 50 meter afstand van het onderzoeksgebied.

IDDS Explosieven B.V. heeft ook digitale bestanden ontvangen van de gemeente. Deze zijn in GIS ingeladen en in relatie gebracht met het onderzoeksgebied.

Figuur 4: De digitale bestanden vanuit de gemeente Den Helder geven weer dat het onderzoeksgebied op basis van het gemeentebrede onderzoek uit 2017 verdacht is op het aantreffen van OO. Bij de rode pijl ligt Fort Kijkduin (dis is buiten het onderzoeksgebied). Bron: gemeente Den Helder.

4

Factsheet 9.3.5., ontvangen van de gemeente Den Helder d.d. 6 november 2023 en aanwezig in projectdossier A4798 -04.

Resultaten onderzoek OO Den Helder 2024 Na het opstellen van versie 1.0 van deze QuickScan (oplevering 2023), is in juni 2024 van de gemeente Den Helder een e-mail ontvangen met daarin het bericht dat het gemeentebrede onderzoek uit 2017 in 2024 een update heeft gekregen. Bij deze update zijn binnen de gemeente Den Helder enkele verdachte gebieden komen te vervallen. Ook zijn diverse afbakeningen van verdachte gebieden (contouren van die afbakeningen) kleiner geworden. Dit geldt ook voor het onderzoeksgebied Tillenhof 2. Op basis van de update van het onderzoek zijn de verdachte gebieden voor wat betreft KKM, handgranaten en geschutmunitie komen te vervallen. Op onderstaande figuur is te zien dat er nog steeds een klein verdacht gebied binnen het onderzoeksgebied aanwezig is. Dit gebied is verdacht op het aantreffen van afwerpmunitie, 1.000 lb.

Figuur 5: Op basis van de nieuwe update (2024) blijkt slechts een heel klein gedeelte van het onderzoeksgebied verdacht is op het aantreffen van OO. Het betreft een gebied dat verdacht is op aantreffen van afwerpmunitie (1.000 lb.). Bron: NGE Verwachtingsgebieden Gemeente Den Helder 2024 (arcgis.com)

Conclusie IDDS IDDS Explosieven B.V. heeft de beide onderzoeken van de gemeente Den Helder (bijbehorende factsheets) geraadpleegd. Op basis hiervan en de hernieuwde normering (CS0VROO), gaat IDDS Explosieven B.V. mee met de conclusie uit het onderzoek van 2024. Slechts een deel van het onderzoeksgebied is verdacht op het aantreffen van OO, in de vorm van afwerpmunitie. Het is niet bekend of er gebruik is gemaakt van trillinggevoelige ontstekers, dat komt uit de ontvangen factsheets niet naar voren.

Beleidsnota OO gemeente Den Helder In augustus 20205 is door de firma REASeuro in samenwerking met Antea Group en de gemeente Den Helder een beleidsnota opgesteld inzake OO. Het doel van de nota is om initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en grondroerende werkzaamheden en het bevoegde gezag een handelingsperspectief voor het omgaan met OO te geven binnen de gemeente Den Helder. Naast een algemene uitleg inzake het uitgevoerde onderzoek, worden ook richtlijnen aangegeven voor partijen die voornemens zijn om binnen de gemeente Den Helder aan de slag te gaan. Beleidsnota Hieronder volgende de belangrijkste punten uit de nota, die daarna in relatie worden gebracht met het onderzoeksgebied: •

•

•

•

Binnen de gemeente Den Helder zijn diverse verdachte gebieden aanwezig ten gevolge van oorlogshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog. Binnen die verdachte gebieden is vervolgonderzoek naar OO noodzakelijk, behalve indien6; o De bodemingreep plaatsvindt in de verdachte bodemlaag dat door eerder grondverzet volledig verwijderd is; o De bodemingreep zich beperkt tot een bodemlaag die na 1945 op het oorspronkelijke maaiveld is aangebracht en onverdacht is op OO; o De bodemingreep zich beperkt tot een bodemlaag die na 1945 aantoonbaar is geroerd; o De omvang van het plan of de ontwikkellocatie kleiner is dan 100 m2 (of voor Julianadorp kleiner dan 50 m2); o Voor het plaatsen van een bouwwerk geen omgevingsvergunning nodig is (vergunningsvrij bouwen) of andere kleine bodemingrepen. Het vervolgonderzoek aangaande OO in verdachte gebieden bestaat altijd uit het uitvoeren van een projectgebonden risicoanalyse OO (PRA).7 Binnen deze PRA vallen enkele vaste onderzoeksvragen die beantwoord dienen te worden. De PRA kent twee uitkomsten: o Er is geen sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van OO in relatie tot de uit te voeren werkzaamheden. Deze conclusie kan worden getrokken indien de werkzaamheden buiten de verdachte bodemlagen plaatsvinden of de werkzaamheden geen effect hebben op de mogelijk aanwezige OO.

In dat geval hoeft er geen projectplan te worden opgesteld en geen detectieonderzoek te worden uitgevoerd. o Er is sprake van een verhoogd risico op het aantreffen van OO. In dit geval moeten extra maatregelen worden getroffen om de veiligheid te waarborgen. Bij extra maatregelen gaat het erom dat eventueel aanwezige OO voor de start van de uitvoering van de werkzaamheden worden opgespoord en verwijderd of de grondroerende werkzaamheden worden begeleid door een CS-OOO gecertificeerd opsporingsbedrijf. Dit bedrijf zal hiertoe conform het CS-OOO eerst een projectplan opstellen. Als binnen het projectgebied verstoringen zijn gedetecteerd en geïnterpreteerd die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een OO, is het nodig om deze te benaderen om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van OO en deze, in geval het daadwerkelijk OO betreft, te ruimen. Het is ook mogelijk om OO achter te laten indien deze zich onder de werkdiepte bevinden. Dit dient in voorkomende gevallen tussen de initiatiefnemer en de AOV te worden afgestemd. Dit is maatwerk dat vastgelegd dient te worden in het projectplan. Indien over wordt gegaan tot opsporing van OO, dan zal na vrijgave van het gebied een Proces-

5

De genoemde beleidsnota is n.a.v. de nieuwe update van het onderzoek uit 2024 nog niet bijgewerkt. Zodoende gaat IDDS Explosieven B.V. uit van de oude nota. 6 Beleidsnota gemeente Den Helder, pagina 10. 7

Ibidem, pagina 21.

verbaal van Oplevering (PvO) worden opgeleverd. Hierin staat het gebied weergegeven dat is vrijgegeven inclusief de dieptes van de vrijgave. Eventuele afwijkingen en bijzonderheden staan ook weergegeven in het PvO. De beleidsnota in relatie tot het onderzoeksgebied Tillenhof 2 Voor het onderzoeksgebied en de voorgenomen ontwikkelingen, heeft IDDS Explosieven B.V. gekeken naar de resultaten van de risicokaart en de beleidsnota. Van de opdrachtgever is informatie ontvangen met daarbij ook onderstaande tekening met de toekomstige plannen. Deze bestaan o.a. uit het realiseren van nieuwbouwwoningen, parkeerplaatsen, het planten van bomen en toegangswegen.

Figuur 6: Ontvangen tekening van het onderzoeksgebied, met daarop de voorgenomen plannen.

IDDS Explosieven B.V. heeft naar aanleiding van de gegevens getracht om onderstaande vragen te beantwoorden: 1. Valt het onderzoeksgebied binnen verdacht gebied, op basis van de risicokaart (versie 2024) van de gemeente Den Helder? a. Ja, een klein deel van het onderzoeksgebied valt binnen een gebied dat verdacht is op het aantreffen van OO, in de vorm van afwerpmunitie. 2. Vindt de bodemingreep plaats in verdacht gebied in de bodemlaag dat door eerder (naoorlogs) grondverzet volledig verwijderd is? a. Om deze vraag te beantwoorden, is nader onderzoek over de periode 1945 tot heden van groot belang. IDDS Explosieven B.V. kan op basis van topografisch kaartmateriaal en raadpleging van de BAG, in ieder geval aangeven dat het vermoeden bestaat dat niet het complete onderzoeksgebied naoorlogs volledig geroerd is.8 8

IDDS Explosieven B.V. heeft om dit na te gaan, gebruik gemaakt van diverse kaarten en het BAG, via QGIS, PDOK services en Topotijdreis.

3. Beperkt de bodemingreep zich tot een bodemlaag die na 1945 op het oorspronkelijke maaiveld is aangebracht en onverdacht is op OO? a. Nee, op basis van de ontvangen tekening en de voorgenomen plannen, zal de bodem aanzienlijk geroerd gaan worden, maar vinden de meeste werkzaamheden plaats buiten het verdachte gebied. Enkel de werkzaamheden aan het voetpad vinden plaats binnen verdacht gebied. (zie figuur 7); 4. Beperkt bodemingreep zich tot een bodemlaag die na 1945 aantoonbaar is geroerd? a. Nee, zie antwoord op vraag 2. 5. Is de omvang van het plan of de ontwikkellocatie kleiner dan 100 m 2 (of voor Julianadorp kleiner dan 50 m2)? a. Nee, op basis van de tekeningen is de gehele ontwikkeling groter dan 100 m 2 6. Voor het plaatsen van een bouwwerk of andere kleine bodemingrepen is geen omgevingsvergunning nodig (vergunningsvrij bouwen). Is dat het geval? a. Nee, de ingreep is dusdanig dat er wel degelijk een omgevingsvergunning nodig is.

Figuur 7: Slechts een deel binnen het onderzoeksgebied is verdacht op het aantreffen van afwerpmunitie.

Op basis van alle gegevens, is er alleen vervolgonderzoek naar OO benodigd voor de grondroering voor de realisatie van het voetpad. IDDS Explosieven B.V. heeft uitgaande van het ontbreken van gegevens inzake mogelijk gebruik van trillingsgevoelige ontstekers een buffer aangehouden van 10 meter vanaf het verdachte gebied. Dit heeft geen invloed voor wat betreft het planvoornemen.

Conclusie en advies 3.1

Conclusie

IDDS Explosieven B.V. heeft diverse bronnen geraadpleegd om te achterhalen of het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Er is op de opgestelde ‘NGE risicokaart’ voor de gemeente Den Helder (versie jaar 2024) voor het onderzoeksgebied een klein verdacht gebied naar voren gekomen. Dit duidt op het mogelijk aantreffen van OO in het onderzoeksgebied. In relatie tot het planvoornemen voor de ontwikkeling van Tillenhof, zal alhier een voetpad worden gerealiseerd. Alle indicaties wijzen erop dat er vervolgonderzoek binnen dit kleine verdachte gebied benodigd is in de opsporing van OO. Conform het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.10 (lid 3) en de beleidsnota van de gemeente Den Helder wordt namelijk een nader onderzoek ingesteld indien het oriënterend onderzoek (deze QuickScan OO) de mogelijke aanwezigheid van OO die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers niet uitsluit. Dat is voor uw onderzoeksgebied het geval. IDDS Explosieven B.V. streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Een QuickScan Ontplofbare Oorlogsresten is echter gebaseerd op een beknopt bronnenonderzoek en betreft geen compleet historisch vooronderzoek conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO).

Het blijft zodoende mogelijk dat relevante informatie niet achterhaald is, welke mogelijkerwijs tot andere uitkomsten en conclusies kan leiden.9

3.2

Advies

Er zijn indicaties gevonden die duiden op het mogelijk aantreffen van OO in het onderzoeksgebied. Zodoende dienen er vervolgwerkzaamheden plaats te vinden in de opsporing van OO. IDDS Explosieven B.V. adviseert om, op basis van de ontvangen stukken (waaronder resultaten uit het onderzoek van 2024 en het planvoornemen) enkel voor het ontwikkelen van het voetpad verdere opsporingswerkzaamheden naar OO uit te voeren. IDDS Explosieven B.V. adviseert hiervoor oppervlaktedetectie, aangezien het voetpad niet diep zal worden ontgraven. Een groot deel van het onderzoeksgebied is niet verdacht op het aantreffen van OO. Hier kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat er verdere opsporingswerkzaamheden naar OO benodigd zijn. Wel adviseert IDDS Explosieven B.V. om het Protocol spontaan aantreffen OO (zie bijlage 1) in acht te nemen. Aangezien het niet bekend is of er trillingsgevoelige ontstekers zij gebruikt, gaat IDDS explosieven B.V. uit van een worst case scenario waarbij deze wel zijn toegepast. In dergelijke situaties dient een buffer van 10 meter te worden aangehouden waarbinnen geen grote trillingen mogen worden uitgevoerd. De normwaarde voor die trillingen is 1 m/s 2.

9

De QuickScan kan daarom niet worden geïnterpreteerd als een analyse die een volledig of compleet beeld weergeeft voor het al dan niet daadwerkelijk aanwezig zijn van ontplofbare oorlogsresten. Het is de door IDDS Explosieven B.V. verzamelde beschikbare informatie over het onderzoeksgebied en brengt dat in beeld met de benoeming van de mogelijkheid van het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten in dat gebied. De opdrachtgever neemt het besluit om al dan niet nader onderzoek te doen uitvoeren om risico’s verder te verkleinen op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied en enkel de opdrachtgever is verantwoordelijk voor deze beslissing en de daaruit voorvloeiende consequenties en mogelijke schade. IDDS Groep BV of haar deelbedrijven sluiten iedere aansprakelijkheid uit voor het toepassen van de inhoud van de QuickScan en de inhoud zelf van de QuickScan, en mogelijke daaruit voortvloeiende schade in welke vorm dan ook, direct of indirect.

Figuur 8: Een groot deel van het onderzoeksgebied is onverdacht op het aantreffen van OO (zie groene kleur). Hier kunnen de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden zonder dat er verdere opsporingswerkzaamheden naar OO benodigd zijn. Wel adviseren wij om het protocol spontaan aantreffen OO hier te hanteren (zie bijlage 1). Een klein deel van het onderzoeksgebied is verdacht op het aantreffen van afwerpmunitie (zie rode kleur). Hier adviseert IDDS Explosieven B.V. vervolgwerkzaamheden in de vorm van oppervlaktedetectie. Tot slot is er een gebied waarbinnen geen grote trillingen mogen plaatsvinden. Dit gebied is weergegeven met de zwarte arcering.

Bijlage 1: werkprotocol spontaan aantreffen OO

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten tijdens werkzaamheden Doel Het doel van dit protocol is het beschrijven hoe de betrokken medewerkers dienen te handelen bij het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) bij de uitvoering van (grondroerende) werkzaamheden. Door het volgen van dit protocol wordt onveilig handelen met mogelijke gevolgen voor personeel en materieel voorkomen.

Inleiding Bij bodemroerende werkzaamheden kunnen in Nederland (restanten van) OO uit de Tweede Wereldoorlog aangetroffen worden. Nederland is immers vijf jaar lang oorlogsgebied geweest. Om het risico op het aantreffen van dergelijke OO te verkleinen kan een historisch vooronderzoek uitgevoerd worden. Dit onderzoek bepaald of het gebied verdacht is op OO. Aansluitend kan een opsporingsonderzoek uitgevoerd worden voor het daadwerkelijk opsporen van OO. Hoewel het risico op het aantreffen van OO middels opsporing geminimaliseerd wordt, is het niet geheel uit te sluiten dat tijdens grondroerende werkzaamheden spontane vondsten van OO worden gedaan. Ook in gebieden waar op basis van ervaring of onderzoek geen OO worden verwacht, kunnen deze aangetroffen worden. In dit protocol wordt beschreven hoe men om dient te gaan met het vinden van vermoedelijke OO en hoe er gehandeld dient te worden in een dergelijk geval. De beschrijving van de handelswijze kan opgedeeld worden in drie fasen: 1. 2. 3.

Voor aanvang van de werkzaamheden; Bij het aantreffen van een verdacht object; Afhandeling door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD).

Bij dit protocol zijn enkele voorbeelden van OO weergegeven om het herkennen van dergelijke objecten enigszins te vergemakkelijken (zie bijlage). De beoogde resultaten van dit protocol zijn de spoedige ruiming van het verdachte object, het voorkomen van onnodige risico’s en het creëren van een veilige werkomgeving.

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

1/12

Aantreffen van een verdacht mogelijk explosief object Bij het aantreffen van een object, een OO, of door de vinder als zowaar wordt aangemerkt is het van groot belang dat de vinder correct handelt. De manier van handelen wordt hieronder besproken en staat stapsgewijs aangegeven. De vinder van het object dient er voor te zorgen dat: • • • • • •

De werkzaamheden direct na de vondst worden stil gelegd nabij het verdachte object (50 meter rond de locatie van het object); Het object NIET wordt beroerd; Het object NIET wordt verplaatst; Het object wordt NIET gemarkeerd; Omgeving van het object afzetten en zo veel mogelijk vrijhouden van personen; Verdacht object in de gaten houden totdat politie of EODD arriveert;

De vinder van het object of een door hem toegewezen persoon zal zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag of diens vertegenwoordiger, de politie, over de vondst informeren. Tevens, indien het van toepassing is, de opdrachtgever/uitvoerder in kennis stellen van de vondst. Bij het melden van de vondst van een vermoedelijk OO dient tenminste de volgende informatie doorgegeven te worden: • • • • • •

Naam, functie en telefoonnummer van de melder; De ligplaats van het object; Een omschrijving van het object; Hoeveel objecten er zijn aangetroffen; Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object; (Indien mogelijk) Een foto van het object.

Let op bij het vaststellen van de gegevens dat dit wordt gedaan zonder dat het voorwerp wordt bewogen of verplaatst. Wat betreft het vermelden van de afmetingen volstaat het geven van een schatting. De aannemer/uitvoerder dient er vervolgens zorg voor te dragen dat de werkzaamheden in de omgeving van het object stilgelegd worden. Aanwezige personen dienen uit de omgeving van het object te worden verwijderd en te worden geïnformeerd over de aanwezigheid van de vondst met het verzoek dit niet uitgebreid te melden of door te geven zoals b.v. via sociale media. In overleg met de politie kunnen aanvullende maatregelen worden genomen zoals afscherming of afsluiting van het terrein. De politie geeft vervolgens de vondst van het vermoedelijke OO door aan de EODD.

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

2/12

Afhandeling door EODD Door tussenkomst van de politie zal de komst van de EODD worden geregeld. Afhankelijk van het gevaar en de ligplaats kan dit op zeer korte termijn zijn. De EODD bepaalt, na een inspectie van het object op de vindplaats, welke vervolgstappen genomen dienen te worden. Het vervolg van de handelswijze wordt door de EODD afgestemd met het bevoegd gezag en de politie. Als wordt besloten tot ruiming van het object dan is de politie het aanspreekpunt voor de EODD (en indien nodig ook voor de aannemer). Wanneer na identificatie door de EODD van het aangetroffen object blijkt dat het niet om een OO gaat, kunnen de werkzaamheden in overleg met de EODD weer worden hervat. Indien het aangetroffen object inderdaad een OO betreft, worden door de EODD – in overleg met de politie en het Bevoegd Gezag – stappen genomen om het OO onschadelijk te maken. Nadat het OO onschadelijk is gemaakt dient in overleg tussen de opdrachtgever en een explosieven opsporingsbedrijf/EODD bepaald te worden of er sprake is van een incidentele vondst of van een verdacht gebied. In het eerste geval kunnen de werkzaamheden weer worden hervat. In het tweede geval blijven de werkzaamheden gestaakt en worden maatregelen genomen om het risico op het aantreffen van verdere OO te minimaliseren. Bij het uitvoeren van deze maatregelen kan een CSOOO gecertificeerd opsporingsbedrijf worden ingeschakeld.

Aan de inzet van de EODD en de eventuele benodigde lokale dienstverlening (politie en dergelijke bij ontruiming) zijn geen kosten verbonden.

Betrokken instanties Bevoegd Gezag De burgemeester van de gemeente waarbinnen het verdacht object wordt aangetroffen is het Bevoegd Gezag. Het Bevoegd Gezag is binnen de gemeente verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid en dient als zodanig betrokken te worden in de besluitvorming omtrent een eventuele ruiming van een OO. Namens Bevoegd Gezag kan een vertegenwoordiger optreden. In dit geval vaak de politie. Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) De EODD is de enige instantie in Nederland die gerechtigd is OO te ruimen. Indien een verdacht object een OO blijkt te zijn, draagt deze instantie zorg voor de ruiming en adviseert het de politie en het Bevoegd Gezag over de te nemen stappen. Explosieven opsporingsbedrijf Medewerkers van een opsporingsbedrijf bezitten de kennis, vaardigheden en ontheffingen om explosieven op te sporen, te benaderen en te identificeren. Daarnaast kunnen zij medewerkers voorafgaande aan de werkzaamheden instrueren hoe zij om moeten gaan met de spontane vondst van verdachte objecten. Politie De politie heeft tot taak het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Als zodanig neemt de politie een centrale rol in bij het veiligstellen van de omgeving en de communicatie met de EODD en het Bevoegd Gezag. Het nummer van de politie in geval OO worden aangetroffen is: 0900-8844.

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

3/12

VOORBEELDEN VAN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

4/12

Afwerpmunitie (bommen)

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

5/12

Klein kaliber munitie (geweerpatronen) tot kaliber 20 mm

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

6/12

Handgranaten

Geweergranaten

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

7/12

Munitie voor granaatwerpers

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

8/12

Raketten

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

9/12

Geschutmunitie vanaf kaliber 20 mm. (granaten en mortiergranaten)

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

10/12

Mijnen (anti-personeel en anti-tank)

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

11/12

Ontstekingsinrichtingen (van geschutmunitie)

Protocol voor het spontaan aantreffen van (vermoedelijk) ontplofbare oorlogsresten

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2147/documents/23004