4.1 Brief Publieke Sector Accountants inzak ontwikk. rechtmatigheidsverantw..pdf
Tekst van het document
Aan het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Postbus 2095 1620 EB HOORN
Datum
Behandeld door
Ons kenmerk
8 maart 2024
A. Booij RA (06 – 1509 2689)
312018013.24.156
Onderwerp
Informatie over recente ontwikkelingen rechtmatigheidsverantwoording
Geachte leden van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur, Met deze brief willen wij u informeren over recente ontwikkelingen die van belang zijn voor, de afronding van, het jaarrekeningtraject 2023 en daarmee uw kaderstellende en controlerende rol. Deze ontwikkelingen hebben betrekking op de vertraging van de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (Bado) die van belang zijn voor de rechtmatigheidsverantwoording. Mogelijk dat u hier onlangs uit de media ook iets van heeft meegekregen, maar het leek ons goed u hiervan op de hoogte te stellen. Met ingang van het verslagjaar 2023 moet het dagelijks bestuur door middel van de zogenaamde rechtmatigheidsverantwoording, verantwoording afleggen over de naleving van geldende wet- en regelgeving bij de totstandkoming van de baten en lasten en balansmutaties in de jaarrekening. In 2023 is de gemeentewet hierop aangepast. Daarmee is de rechtmatigheidscontrole verschoven van de accountant naar het dagelijks bestuur. In het verlengde van de wijziging van de gemeentewet, dienden ook het Besluit begroting en verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) te worden gewijzigd. In het BBV voor wijziging is namelijk nog geen rechtmatigheidsverantwoording opgenomen.
In de gemeentewet is opgenomen dat de accountant zich naast de getrouwheidscontrole van de jaarrekening zich voor het rechtmatigheidsaspect alleen nog richt op de rechtmatigheid van de specifieke uitkeringen. In het Bado voor wijziging is opgenomen dat de accountant de getrouwheid en de rechtmatigheid van alle baten, lasten en balansmutaties controleert. Eind 2023 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) advies aan de Algemene Rekenkamer gevraagd over de voorgenomen wijzigingen in het BBV en het Bado. Daarbij was het de verwachting van het Ministerie van BZK, dat de wijzigingen in het BBV en het Bado in het voorjaar 2024 in het Staatsblad gepubliceerd zouden worden. In het wetgevingstraject is overleg tussen de minister van BZK en de Algemene Rekenkamer voorgeschreven. Op 6 februari 2024 heeft de Algemene Rekenkamer aan het Ministerie van BZK laten weten “belangrijke inhoudelijke adviezen over deze voorgenomen wijzigingen in het BBV en Bado te hebben” en heeft zij de minister van BZK “dringend verzocht het voorstel tot wijziging van het BBV en Bado hierop aan te passen”. Op grond het beleid dat de Algemene Rekenkamer hanteert voor het openbaar maken van stukken, is de brief van de Algemene Rekenkamer niet eerder dan twee weken na verzending aan de minister van BZK, gepubliceerd.
Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.
Pagina 2 8 maart 2024 312018013.24.156
De belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten voor de Algemene Rekenkamer zijn: 1. 2. 3.
4.
5.
Sommige bepalingen in BBV en Bado zijn onvoldoende duidelijk, niet uniform of niet eenduidig geformuleerd. De door de besturen van decentrale overheden af te leggen rechtmatigheidsverantwoording is in het BBV onvoldoende uitgewerkt en sluit niet aan op de bij het Rijk geldende eisen. In het Bado ontbreken goedkeuringstoleranties voor de accountant betreffende de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening van decentrale overheden, en voor de controle op specifieke uitkeringen en de oordeelsvorming over deze uitkeringen. Door de nadere uitwerking van de verantwoording over rechtmatigheid over te laten aan een externe commissie die buiten de (directe) invloedssfeer van het Rijk en decentrale overheden valt, verliest het Rijk de regie, zowel over de informatie die het nodig heeft als over de zorg voor een uniforme visie op en toepassing van comptabele rechtmatigheid in de publieke sector. Dat acht de Algemene Rekenkamer onwenselijk. De huidige nadere uitwerking van de verantwoording over rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording bevat substantiële omissies omdat belangrijke onderdelen van de rechtmatigheid nu niet in het rechtmatigheidsverantwoording en de controle door de accountant worden meegenomen
In het afgelopen jaar heeft uw dagelijks bestuur, vooruitlopende op de aanpassing van de gemeentewet, het BBV en het Bado, samen met de ambtelijke organisatie veel werk verzet om de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording te realiseren en hebben wij in overleg met uw organisatie de impact op onze controlewerkzaamheden besproken en doorgevoerd. Verder overleg tussen het ministerie van BZK en de Algemene Rekenkamer is nu noodzakelijk, waarbij de uitkomsten van dat overleg bepalend zullen zijn, hoe de afwikkeling van het jaarrekeningtraject 2023 zal gaan plaatsvinden. Zolang dit overleg niet geweest is, kan uw dagelijks bestuur de jaarrekening 2023 niet definitief opstellen en kunnen wij onze controlewerkzaamheden niet afronden. Vooralsnog heeft het ministerie van BZK aangegeven dat: ▪
▪
▪
Gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en provincies voorlopig worden opgeroepen om een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarrekening, conform de aangepaste verordeningen en de afspraken die hierover door vertegenwoordigende organen met het bestuur gemaakt zijn; De accountantscontrole over het verslagjaar 2023 zal (voorlopig) leiden tot een oordeel over de rechtmatigheid van alle baten, lasten en balansmutaties. De vorm van het oordeel is nog afhankelijk van de uitkomst van het overleg tussen de Algemene Rekenkamer en het ministerie van BZK en hoe de tekst van BBV en Bado uiteindelijk zal luiden. In overleg met de NBA (Sectorcommissie Decentrale Overheden) is geconcludeerd dat tot het BBV en het Bado zijn gewijzigd er tot nader order geen controleverklaringen bij jaarrekeningen op basis van het BBV afgegeven kunnen worden bij decentrale overheden.
Op 7 maart 2024 heeft het ministerie van BZK de nieuwsbrief IBI nr. 121 gepubliceerd. Hierin gaat het ministerie van BZK onder meer in op de situatie die is ontstaan. Uit de nieuwsbrief IBI nr. 121 blijkt niet dat de door de Algemene Rekenkamer geuite bezwaren om in te stemmen met de door het ministerie van BZK voorgestelde wijzigingen, zijn weggenomen. In de nieuwsbrief IBI nr. 121 staat ook dat “Het BBV en Bado -na nader overleg met de Algemene Rekenkamer- alsnog aangepast zullen gaan worden gedurende dit kalenderjaar. Het exacte tijdstip waarop dat zal zijn, is niet genoemd.
Pagina 3 8 maart 2024 312018013.24.156
Het tijdstip waarop duidelijkheid komt over het aanpassen van BBV en Bado of een eventuele oplossingsrichting vanuit het ministerie van BZK komt, kan grote effecten hebben op het planningsproces van uw gemeenschappelijke regeling (vaststelling van de jaarrekening), maar ook op de tijdige afronding van onze accountantscontrole. Vooruitlopend op de uitkomst van het nog te voeren overleg tussen de Algemene Rekenkamer en het ministerie van BZK, zien wij dat in praktijk wordt nagedacht over alternatieve oplossingen. Een oplossingsrichting kunnen zijn dat BZK bepaalt dat accountants over 2023 een rechtmatigheidsoordeel conform voorgaande jaren zouden moeten afgegeven. Knelpunten hierbij kunnen zijn dat: ▪ ▪ ▪
last minute aanvullende (interne) controlewerkzaamheden ten opzichte van de tot nu toe uitgevoerde (interne) controlewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd; nieuwe vastleggingen en overwegingen in ons controledossier moeten worden gemaakt; voor veel van onze klanten de bovenstaande extra werkzaamheden tegelijk zullen komen, wat leidt tot langere doorlooptijd van de controles.
Wij adviseren u deze ontwikkelingen nauwlettend te volgen en waar nodig passende maatregelen en rekening te houden met de mogelijke consequenties voor de tijdsplanning van het vaststellen van de jaarrekening. Mocht u behoefte hebben aan een nadere toelichting of deze brief of specifieke vragen hebben over de genoemde ontwikkelingen, dan staan wij u graag te woord. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien uit naar een voortzetting van de constructieve samenwerking met u, uw dagelijks bestuur en de ambtelijke organisatie. Hoogachtend, Publieke Sector Accountants B.V.
A. Booij RA