250912 Ruimtelijk Kader Buitenveld.pdf
Tekst van het document
Afbeelding 103: eigentijdse interpretatie van een gebouw zonder blinde gevels
Afbeeldingen 101 a,b: illustraties t.b.v. alzijdige verschijningsvorm gebouwen
48
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD
sep tember 2 0 2 5
6.2.3 Driedeling van de gebouwen Driedeling van de gebouwen
• Om alle gebouwen verder aan te laten sluiten bij de menselijke Bovenbouw Middenbouw Onderbouw
schaal wordt er een hedendaagse interpretatie van de klassieke driedeling toegepast. De onderbouw uit een plint met gemeenschappelijke ruimtes of ingangen op de begane grond, het middenstuk uit reguliere woonverdiepingen en de bovenbouw uit een lijst en een kap.
• De gebouwen hebben een verhoogde plint. Het middendeel kenmerkt zich door een functionele, zich herhalende raamverdeling met diepe negges om de massa de accentueren. De gebouwen hebben een duidelijke gevelbeëindiging.
Afbeelding 104: bestaande driedeling bij het KIM
• Om de eenheid te accentueren is de gevel ‘richtingloos’. Er wordt dus vermeden dat een stapeling van verdiepingen in lagen wordt benadrukt of juist alleen de verticale lijnen worden uitgelicht.
Afbeelding 105: voorbeeld driedeling in Le Havre en Neugruen Mellingen
sep t ember 2 0 2 5
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD 49
6.2.4 Gebouwhoogtes Gebouwhoogtes
Hoog, de hoogteaccenten (max. 38 meter hoog)
In het gebied zijn drie hoogtecategorieën met maximale gebouwhoogtes te onderscheiden. Elke hoogte heeft een andere rol in het aanzicht van het gebied
• De hoge delen bestaan uit hoogteaccenten. • De hoogteaccenten bevinden zich in het hiervoor aangegeven middengebied. • De hoogteaccenten dienen als een ensemble gepositioneerd te worden.
Afbeelding 106: referentie bouwhoogtes
Laag, max.18,5
Middelhoog, max.28m
Hoog, max.38m Afbeelding 107: kwalitatieve hoogteaccenten (Studentenhuisvesting Zwolle, De Zwarte hond)
50
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD
sep tember 2 0 2 5
Middelhoog, langgerekte legeringsgebouwen (max. 18,5 meter hoog) • Bebouwing in deze categorie vormt de basis van het gebied. Veruit de meeste gebouwen vallen in deze categorie. • De gebouwen zijn overwegend langgerekt, zoals de meeste gebouwen op Willemsoord. • De gebouwen volgen de kade en de dijk.
Klein, de Darlings (max. 9 meter hoog) • De Darlings bestaan uit 1 bouwlaag+kap (min. 4 meter plint) • De Darlings hebben allemaal een geprononceerde dak beëindiging. De schildkap wordt hierin aanbevolen. Dit om ze versterkt familie van elkaar te laten zijn en aan te laten sluiten bij de kleinschalige korrel met bijbehorende dakopbouw op Willemsoord. • De Darlings zijn verschillend van elkaar en tegelijkertijd familie. • De Darlings hebben een verzorgde uitstraling aansluitend op Buitenveld. • Willemsoord heeft een verzameling Darlings gebouwd in hout en baksteen zoals: het “Zwaantje“, de tennisclub van de Marine en de voormalige wasruimte (friettent de Werviaan) In de Darlings mogen dubbele functie in worden opgenomen. • Onder de Darlings valt ook de poort aan de zijde van het Boerenverdriet. Afbeelding 110
Afbeelding 108: langgerekt gebouw langs de kade
Afbeelding 109: een voorbeeld van een bestaande ‘Darling’ op
(oorspronkelijke bebouwing op Buitenveld)
Willemsoord (Restaurant Stoom), een eenlaags gebouw met schilddak
Afbeelding 111 Eigentijdse vertalingenen van een “Darling”
sep t ember 2 0 2 5
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD 51
6.2.5 Gevels Gevels
• Er wordt diepte in de gevels gecreëerd door een diepe negge toe te
Afbeelding 112
Afbeelding 114: diepte in de gevels (Morris&Company, Spitalfields London)
passen en te werken met texturen. Er wordt diepte in het materiaal gesuggereerd. • Overgang privé-openbaar: De gevels die op de begane grond grenzen aan de openbare ruimte, hebben een openheid die bij de situatie past. Dichte (bergings)gevels aan de straatzijde zijn niet wenselijk. Hier moet extra aandacht voor zijn in de uitwerking. • De gebouwen hebben een verbijzondering bij de gevelopeningen. Diepe negges, onderdorpels en zonwering zijn hier onderdeel van. • De gevelopeningen lopen niet door tot op het vloerpeil, maar zijn met een lage borstwering ontworpen, refererend aan de bestaande gebouwen op Willemsoord. • Bij panden met een zijgevel loopt de plint de hoek om. • De kopse gevels: gevrijwaard van ondergeschikte utilitaire elementen (trappenhuizen, schoorstenen) • Vluchttrappen worden inpandig opgelost en komen niet aan de gevel. De alzijdigheid van de bebouwing voorkomt blinde gevels. • Gebouwhoeken, kopgevels en gebouwen met collectieve functies worden als bijzonder accent geprogrammeerd en ontworpen. Hiermee versterken ze de intuïtieve oriëntatie en de leesbaarheid van het stedenbouwkundig structuurplan. • Gebouwgebonden elementen als uitkragende dakranden, overstekken of prominente goten kunnen voor een kwalitatieve verrijking zorgen. Tegelijkertijd helpen deze de gevel te beschermen tegen regen en opwarming.
Afbeelding 113
52
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD
sep tember 2 0 2 5
Ritmiek en repetitie in de gevels Gevels krijgen schaal en leesbaarheid door ritmiek en repetitie van bepaalde elementen. Het thema van open en gesloten delen bepaalt het beeld. De openheid van de gevel wordt bepaald vanuit de functionaliteit. De toepassing van gevelelementen refererend aan historische architectuur, wordt gestimuleerd.
• Woning en vloerscheiding niet benadrukken in de gevel.
Afbeelding 115: als geluidswerende maatregelen moeten worden toegepast dan worden deze op een kwalitatieve manier in de gevel opgelost
Afbeelding 116: een referentie voor een gebouw met repeterend middendeel
sep t ember 2 0 2 5
Woningscheidende naden van eventuele prefabelementen mogen niet worden geaccentueerd. • Vlakke straatgevels zijn niet toegestaan en daarom wordt dieptewerking in de gevel (plasticiteit) toegepast. • Geluidswerende maatregelen worden op een kwalitatieve manier in de gevel opgelost.
Afbeelding 117: ritmiek en repetitie (Stedenbouwkundig plan Willemsoord, 2012)
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD 53
6.2.6 Plint en entrees Entrees
• De hoofdentree van de gebouwen is strategisch in haar omgeving
4,5m
Afbeelding 118: bestaande bebouwing op Willemsoord: Verdiepingshoogte begane grond is minimaal 4,5 meter
geplaatst en door verbijzondering in de gebouwmassa goed herkenbaar. Belangrijk daarbij is dat de entree niet alleen frontaal maar ook onder een hoek goed herkenbaar is. • De inrichting van de buitenruimte helpt de entree goed te vinden. • De hoofdentree, inclusief de overdekte droogloopzone, is als integraal onderdeel in het ontwerp opgenomen. Dit draagt niet alleen bij aan comfort en herkenbaarheid, maar zorgt ook voor een heldere oriëntatie en voorkomt aanplakluifels. • De trappenhuizen bieden comfortabel loopcomfort, ook met volle uitrusting. • Daglicht en uitzicht vanuit de trappenhuizen zijn een pré. • Het hoofdtrappenhuis en/of de hoofdentree is een prettige ruimte, gekoppeld aan de gemeenschappelijke ontmoetingsruimte. • Vanuit de koppen van de verkeersruimten is er zicht op het maaiveld t.b.v. levendigheid en oriëntatie. (bron: Ambitiedocument legering)
Afbeelding 120: bestaande entree bij het KIM
Afbeelding 119: de plint van de oorspronkelijke bebouwing aan de Maritieme Binnenhaven: de verdiepingsvloer is duidelijk lager dan de plint. Afbeelding 121: Schneider& Schneider, Niedergösgen
54
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD
sep tember 2 0 2 5
Plint
• Verdiepingshoogte begane grond (onderbouw): Net als in andere delen van Willemsoord is de plint aan de buitenschil van Buitenveld minimaal 4,5 meter hoog. De overige bebouwing heeft een minimale plint van 3,5 meter. Hierdoor ontstaat eenheid op ooghoogte en een flexibele begane grond die door verschillende vormen van gebruik kan worden ingevuld. • De plint mag massaler worden vormgegeven met dikkere penanten en een diepere negge om meer massa te geven. Dit is passender bij legering en de oorspronkelijke maritiem industriele functie van de kade. • De plint hoeft geen repetitie van deuren te zijn maar is een combinatie van ramen, deuren en gesloten vlakken waar noodzakelijk.
Afbeelding 123: de plint is onderdeel van de massa maar wel duidelijk geaccentueerd
Afbeelding 124
Afbeelding 122: referentie robuuste plint
sep t ember 2 0 2 5
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD 55
6.2.7 Dakvorm Dakvorm
• Schuine daken domineren het silhouet van Buitenveld.
Afbeelding 125: integratie van installaties in het daksilhouet (Studentenhuisvesting Zwolle, De Zwarte Hond)
Gebouwen met plat dak zijn dus in de minderheid. • De dakvorm helpt de gebouwen als onderscheidende volumes ten opzichte van elkaar te lezen in het silhouet vanaf het water. • Als dakkapellen worden toegepast zijn deze qua aantallen te beperken. Dakkapellen mogen het beeld van het dakvlak niet overheersen, vooral de daken langs de kade moeten een meer gesloten karakter houden. • Schuine daken zijn de dominerende dakvorm. Platte daken worden uitgevoerd met een doorlopende uitkraging of met een setback. Installaties maken onderdeel uit van het ontwerp en zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte waarbij hier specifiek lange zichtlijnen over het water beeldbepalend zijn. Afbeelding 127: een duidelijke horizontale uitkraging als beëindiging
Afbeelding 126: uitzondering daktype ‘Medemblikkerloods’, tevens toegestaan. Afbeelding 128: gebouw met setback: de bovenste verdieping springt terug.
56
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD
sep tember 2 0 2 5
6.2.8 Darlings Darlings
2 6 4
5
1
Elke Darling richt zich op de directe omgeving, het gebruik en het historische karakter van de locatie. Dit maakt alle Darlings uniek en geeft ze een specifieke identiteit. Hieronder volgt een beschrijving per Darling, waaronder de locatie en het mogelijke gebruik. Voor elke Darling is in het ruimtelijk kader een zoekgebied aangegeven.
1. Darling Boerenverdriet. Entree vanaf het gemeentelijk deel van Willemsoord. Een poortgebouw geïnspireerd op het verleden.
3
2. Darling Het Natte Dok Darling Zoekgebied Darling
Afbeelding 129: poortgebouw ter referentie van Darling Boerenverdriet
Afbeelding 130: Darlings met nummering
(George Washington-Hof, Wenen)
Entreegebouw naar het KIM t.h.v. de wenselijke terug te plaatsen voetgangersbrug over de Zeedoksluis.
3. Darling Boerenverdrietsluis Darling die de hoek van de Boerenverdrietsluis en de Binnenhaven markeert. Functie gelieerd aan Defensie gelegen aan de publieke route, zichtlocatie op de hoek van het Boerenverdriet en Maritieme Binnenhaven.
4. Darling Binnenplaats Centraal gelegen als hoofdontmoetingsplek.
5. Darling Maritieme Binnenhaven mogelijk installaties, bunker.
6. Darling Toegangspoort Buitenveld Dit is de toegangspoort met wachthuis ter controle van de (auto)toegang.
Afbeelding 131: poortgebouw fort Erfprins, ter referentie van
Afbeelding 132: beeld ter referentie van Darling Toegangspoort
Darling Boerenverdriet
Buitenveld (Koning Willem III kazerne Apeldoorn)
sep t ember 2 0 2 5
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD 57
6.2.9 Parkeren Gebouwd parkeren
• De architectuur van de parkeerhub is onderdeel van de beeldkwaliteit en de betreffende gebiedscriteria. De parkeergarage volgt dus de algemene principes qua gevelindeling en materialisering. Gevels sluiten in hun architectonische benadering aan op de omliggende gebouwen maar kunnen in materialisatie worden afgestemd op de functie parkeren, waaronder een afwijkende plint. • De entree voor personen is duidelijk zichtbaar. • De entree van de parkeergarage is terughoudend ontworpen. • De gevel van de parkeergarage werkt mee in het kadeaanzicht zuidzijde. Bijvoorbeeld in kleurstelling aansluitend bij het rood/ bruine metselwerk.
Afbeelding 133
Afbeelding 134: parkeergarage Speicherstadt, Hamburg
Afbeelding 135: parkeergarage met kapvorm en geïntegreerde
Afbeelding 136: parkeergarage Berlijnplein, Utrecht
zonnepanelen: parkeergarage A.S.R Vastgoed Utrecht
Zecc architecten
58
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD
Afbeelding 137: parkeergarage met kapvorm: P&R Zutphen
sep tember 2 0 2 5
6.2.10 Nutsvoorzieningen en duurzaamheid Nutsvoorzieningen zijn goed ingepast
• Vrijstaande transformatorhuisjes zijn onderdeel van de beeldkwaliteit. Deze worden vernuftig ingepast. • Transformatorhuisjes kunnen ook geïntegreerd zijn in een de bebouwing. Daarmee zijn ze ook onderdeel van de architectuur. Duurzaamheid is onderdeel van de architectuur
• De energievoorzieningen zijn zorgvuldig geïntegreerd. • Zonnecellen zijn vanaf het begin integraal mee ontworpen en onderdeel van de architectuur. • Installatievoorzieningen zijn onderdeel van de architectuur en worden niet in het zicht geplaatst.
Afbeelding 140: een in de bebouwing of in een Darling geïntegreerde transformator heeft de voorkeur.
Afbeelding 138: historische referentie transformator
Afbeelding 139: vrijstaande transformator: eigentijdse referentie in baksteenarchitectuur. Afbeelding 141: duurzaamheid is onderdeel van de architectuur
sep t ember 2 0 2 5
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD 59
6.2.11 Materialen en kleuren Materiaalgebruik • Alleen materiaal dat duurzaam veroudert is toegestaan. Dat wil zeggen materiaal dat mooier wordt naar mate het ouder wordt. Naast baksteen zijn hout, staal en zink materialen die zich voegen in de karakteristiek van Willemsoord. • Het materiaalgebruik is eenvoudig: baksteen, glas, beton, staal of hout, ook keramische tegels zijn toegestaan. Functionele Materialen en Industriële Uitstraling
• De materialisatie is robuust (kan ten allen tijden worden vervangen en
Afbeeldingenreeks 142: materialisatie op Willemsoord
60
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD
tegen een stootje kunnen) en tegelijkertijd warm door toepassing van natuurlijke, kleureigen materialen met haar bijbehorende tektoniek. • Materialen worden, zowel buiten als binnen, in beginsel zo puur als mogelijk toegepast. • De materialisatie is consistent en beperkt tot materialen. • die zowel robuust zijn als bewezen duurzaam verouderen (worden mooier naarmate ze verouderen.) Te denken valt aan een combinatie van beton, hout, staal, baksteen en glas. Gerelateerd aan de duurzaamheids eisen. De materialisering zorgt voor een solide, industriële uitstraling die goed aansluit bij de context van de Marine en Willemsoord totaal. • De historische context van de Rijkswerf Willemsoord vraagt om een eerlijk materiaalgebruik. Dus geen betonproducten die door ideel van pigmenten lijken op baksteen of plaatmaterialen die sugereren hout te zijn. • Kunststof kozijnen en hemelwaterafvoeren zijn niet toegestaan. • Betonnen dakpannen zijn niet toegestaan.
sep tember 2 0 2 5
Kleurgebruik • Het kleurgebruik beperkt zich tot de natuurlijke kleur van het toegepaste materiaal. Als het noodzakelijk is verf te gebruiken, dan in neutrale kleuren, zoals grijs, antraciet, donker groen, zwart, wit. • Het kleurgebruik van het metselwerk is ingetogen met overwegend aardse tinten. • Subtiele accentkleuren in overeenstemming met de stijl van de Marine zijn toegestaan.
Afbeeldingenreeks 143: referenties materialisatie
“De werf en de gebouwen kenmerken zich door een herkenbare, steeds terugkerende materialisering. In het algemeen van robuuste materialen zoals baksteen, soms in combinatie met hardstenen elementen of betonstructuren. De kozijnen zijn in het algemeen van hout of staal.” Afbeelding 144: keramische gevels (KOER, Rotterdam, Architectuur MAKEN) sep t ember 2 0 2 5
RUIMTELIJK KADER BUITENVELD 61
Nico Koomanskade 1021 3072 LM Rotterdam The Netherlands tel. +31 (0) 10 485 5801