241213 - Kadernota VRNHN 2026.pdf
Tekst van het document
Kadernota Veiligheidsregio Noord-Holland Noord voor 2026 Inleiding
Met deze kadernota informeren wij gemeenten op hoofdlijnen over de financiële uitgangspunten, inhoudelijke ontwikkelingen en risico’s voor het begrotingsjaar 2026 van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN). Gemeenteraden van de zestien gemeenten kunnen deze uitgangspunten van een zienswijze voorzien. Daarmee is de kadernota een eerste stap naar het vaststellen van de definitieve begroting van 2026. Vanaf pagina 14 vindt u de relevante financiële overzichten. In de bijlage vanaf pagina 19 vindt u de voorgestelde bezuinigingsscenario 2026.
Hoofddoelstelling
Wij zijn Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. Onze missie is leed en schade voorkomen en beperken. We zijn hulpvaardig, omgevingsbewust en betrouwbaar. Dit maakt ons professioneel in crisisbeheersing en hulpverlening.
Algemeen
Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is professioneel in crisisbeheersing en hulpverlening. Onze missie is leed en schade voorkomen en beperken. Of het nu gaat om een brand, virus of overstroming: zodra de seinen op rood staan, veren we op. En eigenlijk al vóór die tijd, door gevaar te signaleren vanuit een actueel risicobeeld. Onze organisatie bestaat uit de volgende onderdelen: crisisbeheersing, brandweer (inclusief risicobeheersing en Veilig Leven), GHOR, ambulancezorg, Zorg- en Veiligheidshuis, meldkamer en bedrijfsvoering. We zetten ons in voor de veiligheid van de zestien gemeenten in Noord-Holland Noord. Dus ook voor en samen met de inwoners en ondernemers van uw gemeente. Vandaar ons motto ‘Samen hulpvaardig’. In 2024 is ons meerjaren beleidsplan vastgesteld. Hierin zijn de ambities verwoord tot en met 2027. Het meerjaren beleidsplan ziet toe op collectieve opgaven en op specifieke uitdagingen voor onze organisatieonderdelen. In deze kadernota ziet u veel informatie terug die in het meerjarenbeleidsplan staan. Inmiddels zijn echter ook nieuwe ontwikkelingen ontstaan. Een belangrijke is de steeds krappere financiële ruimte die gemeenten ervaren en die uitmondden in een opdracht aan VRNHN om bezuinigingsscenario's uit te werken. In de bijlage is hierover meer informatie opgenomen.
Het opleggen van bezuinigingen heeft effect op het realiseren van de doelstellingen uit het meerjarenbeleidsplan. Verder heeft ook de rijksoverheid plannen om te korten op de brede doeluitkering rijk (BDUR). Er wordt gesproken over een mogelijke korting van 10% hetgeen een extra bezuiniging van ongeveer 1 miljoen extra voor de veiligheidsregio zou betekenen. Onze organisatie staat daarmee voor grote uitdagingen. Wij hopen hierin in 2025 meer duidelijkheid over te krijgen.
Doelstellingen: wat willen we bereiken in 2026?
Organisatiebrede doelstellingen, conform het meerjarig beleidsplan verwoord onder collectieve opgaven Versterken weerbaarheid en veerkracht van de samenleving Tijdens een ramp of crisis is iedereen in de samenleving nodig om deze staande te houden (weerbaarheid) en weer terug te veren naar de gewenste situatie (veerkracht). De overheid en hulpdiensten kunnen dit niet alleen en
1
daarom is een samenleving die voor zichzelf en voor elkaar kan zorgen cruciaal. Als Veiligheidsregio willen we bijdragen aan deze weerbaarheid en veerkracht van de samenleving. Hiervoor blijven we ons in 2026 richten op: • inzet van risico- en crisiscommunicatie; • versterking van ons netwerk, vooral gericht op de samenwerking met gemeenten, inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties; • aansluiting op lokale initiatieven en partners
Verder verkennen meerwaarde technologische innovaties In 2026 zal verder onderzocht worden hoe we onze dienstverleningen slim kunnen inzetten met gebruikmaking van technologie. We onderzoeken welke innovaties toepasbaar zijn binnen verschillende onderdelen van onze organisatie en welke kansen en mogelijkheden dit biedt. Vervolgens maken we implementatieplannen om nieuwe technieken toe te passen en de organisatie daarop te laten aansluiten. We zullen als overheidsorganisatie nooit early adaptor zijn, eerder een zorgvuldige volger, als bewezen is dat technologische innovaties betrouwbaar genoeg zijn om in onze hulpverlening op te nemen. We onderzoeken dit binnen de eigen disciplines.
Voorbereiding op langdurige crises In 2024 hebben we als veiligheidsregio een opschalingsproces langdurige crisis ontwikkeld om vroegtijdig in te kunnen schatten wat een langdurige crisis van ons als veiligheidsregio vraagt en om hiervoor op te kunnen schalen. Dit is met name gericht op de capaciteit die vanuit alle afdelingen en vanuit ons netwerk geleverd moet worden. Dit proces is in 2025 verder geïmplementeerd en er is een vakbekwaamheidsprogramma langdurige crisis ontwikkeld. Hiermee zijn we voorbereid om op elk moment een structuur op te richten voor een langdurige crisis. We rapporteren hierop binnen het programma crisisbeheersing onder het speerpunt flexibele en robuuste crisisorganisatie.
Mensen zijn ons kapitaal In 2024 is ingezet op een meerjarig leiderschapsprogramma en medewerkersprogramma dat ook in 2026 vervolg krijgt. Samenwerking, verbinding en leiderschap blijven hierbij de leidende thema’s teneinde onze hulpverlening aan de burgers zo optimaal mogelijk te kunnen blijven doen in de immer krapper wordende arbeidsmarkt waar we onze eigen medewerkers moeten blijven boeien en binden. We streven naar flexibiliteit van medewerkers, gezonde werk-privébalans, alert reageren op ontwikkelingen arbeidsmarkt, toenemende druk op de organisatie en dus op onze mensen. Dit vraagt bestuurlijk omarming van het belang om te blijven investeren in onze mensen, ook en juist in bezuinigingstijden. Verstevigen van het informatiefundament We leven in een informatiemaatschappij, waarbij er toegang is tot heel veel Informatie. Ook VRNHN produceert veel informatie die essentieel is voor onze dienstverlening en die op de juiste wijze moet worden gemaakt, bewerkt, opgeslagen en bewaard. Het informatiefundament is daarbij essentieel. Doel van deze collectieve opgave is om in control te komen van informatie, subdoel
2
is om de ondertoezichtstelling van de archiefinspectie te laten opheffen. Concreet houdt dit in • Informatiemanagement en –beheer professionaliseren • Organisatiebreed professionaliseren functioneel beheer van belangrijkste systemen en applicaties • Heldere processen opstellen met TVB’s op het verwerken van gegevens in systemen. Dit vraagt bestuurlijk erkenning van het belang van informatiemanagement en structureel meer investeren in team informatiebeheer (informatiemanagement). Duurzaamheid In lijn met het meerjarenbeleidsplan zijn in 2025 duurzaamheidsdoelen vastgesteld en een plan van aanpak opgesteld om de doelen te bereiken. In 2026 start de uitvoering van het plan van aanpak dat in 2025 wordt vastgesteld. Dit is een meerjarig plan. Ervaringen van andere organisaties maken duidelijk dat een bepaalde, verantwoorde mate van experimenteerruimte nodig is om tot nieuwe manieren van werken te komen die duurzamer zijn en dus klimaat- en milieuvriendelijker zijn. Dit vraagt bestuurlijk: omarming van duurzaamheidsdoelen en ruimte om te experimenteren.
Nieuwe ontwikkelingen Vitaal worden Het ministerie van J+V onderzoekt op dit moment of processen van veiligheidsregio’s vitaal moeten worden verklaard. In januari 2025 wordt duidelijk of dit zo is. Bij de beoordeling of een proces of dienst vitaal is, wordt geanalyseerd of bij verstoring, uitval of manipulatie van een proces of dienst dermate ernstige gevolgen kunnen optreden dat deze de nationale veiligheid kunnen schaden. Bijvoorbeeld doordat er significante economische schade optreedt, er langdurige gevolgen voor het milieu ontstaan of er andere vitale processen ernstig geraakt worden. Binnen deze processen zijn één of meerdere organisaties – zoals (private) bedrijven, zelfstandige bestuursorganen en onderdelen van de Rijksoverheid – belangrijk voor de continuïteit en weerbaarheid van het proces. Deze organisaties worden aangeduid als de vitale aanbieders. Veiligheidsregio’s worden derhalve dus vitale aanbieders. Het zijn van een vitale aanbieder, vraagt business continuity management (BCM), dat gaat verder dan informatiebeveiliging. Dit is een nieuwe activiteit in een werkgebied dat nog onbekend is voor alle veiligheidsregio’s. Kort gezegd komt het erop neer dat alle vitaal verklaarde processen (o.a. brandweerzorg) altijd moeten werken, ook als het niet op de normale manier kan.
Alle processen dienen vervolmaakt te worden met controleerbare alternatieve processen die continuïteit kunnen garanderen. Een onafhankelijk toezichthouder zal hierop ook controleren. Noodzakelijke structurele activiteiten: continuïteitsplannen laten schrijven en actueel houden, een BCM
3
opzetten, ict-technische voorzieningen treffen informatie uitwisseling op dit nieuwe thema.
(redundantie),
interne
Met de kennis van nu zouden de eerste stappen naar vitaal kunnen worden gezet met structureel 2 fte extra formatie voor monitoring en control en techniek op vitale processen (1 extra fte op systeembeheer ICT en 1 FTE kwaliteitsexpert bij de brandweer). Op dit moment is de benodigde financiering hiervoor niet aanwezig. Met het oog op de verwachte bezuinigingsopgave lijkt dit niet het geschikte moment om hiervoor voor 2026 van de gemeenten extra middelen te vragen. Aan het beleid kan echter pas uitvoering worden gegeven als hiervoor voldoende middelen beschikbaar zijn. Implementatie toolbox psychosociale ondersteuning VR’s en regeling erkenning en aanspraken PTSS Vanuit het ministerie J+V is de wens geuit dat de veiligheidsregio’s gelijke behandeling van hun personeel realiseren bij de erkenning en aanspraken voor medewerkers die gediagnosticeerd zijn met PTSS. Daarbij vraagt het ministerie tevens om monitoringscijfers. Ook de RCDV en het Veiligheidsberaad erkennen die wenselijkheid van gelijke behandeling en de erkenning van PTSS als beroepsziekte. Naar verwachting levert het ministerie de gelden voor landelijke expertise Er is landelijk een toolbox psychosociale ondersteuning VR’s gemaakt die handvatten biedt om meer dan nu preventie ter voorkoming van PTSS te realiseren. Ook is de landelijke regeling erkenning en aanspraken PTSS tot stand gekomen in 2025.
Implementatie vindt deels plaats op landelijk niveau en deels op VR-niveau. Dit vraagt bestuurlijk 1,5 fte specialisten (schaal 9) om preventieve middelen in te zetten ter voorkoming van mentale klachten. Ook hiervoor geldt, dat hiervoor met het oog op de verwachte bezuinigingsopgave nu geen middelen worden gevraagd. Deze vindt u dan ook niet terug in de financiële bijlage. Zonder extra middelen kan dit nieuwe beleid in 2026 nog niet worden uitgevoerd.
Programmadoelstellingen: Brandweer Algemene ontwikkeling Op 15 maart 2024 werd het meerjarenontwikkelplan door het algemeen bestuur vastgesteld, een belangrijke mijlpaal in de versterking van onze brandweerorganisatie. In dit plan is de nadrukkelijke vraag opgenomen om structureel extra middelen beschikbaar te stellen die gericht zijn op het versterken van de paraatheid en de vakbekwaamheid van onze brandweermedewerkers, waarbij de fijnmazigheid is geborgd. Daarnaast wordt beoogd om te investeren in noodzakelijke modernisering, zodat we kunnen inspelen op de veranderende eisen en uitdagingen binnen de brandweerzorg. In de Kadernota 2025 werd daarom verzocht om de eerste tranche van deze middelen beschikbaar te stellen via het programma ‘Versterking
4
Brandweerzorg’. Dit programma is gestoeld op vier strategische pijlers die als leidraad dienen voor de komende jaren: 1. We versterken de vrijwilligheid: Vrijwilligers vormen een essentieel onderdeel van onze brandweerorganisatie. Door hen te ondersteunen en te waarderen, willen we het aantal vrijwilligers stabiliseren en, waar mogelijk, uitbreiden. Dit houdt in dat we inspanningen leveren om de vrijwillige inzet zo aantrekkelijk mogelijk te maken en zo goed mogelijk te ondersteunen. 2. We versterken de paraatheid: Paraatheid is cruciaal om snel en effectief op incidenten te kunnen reageren. Door structureel te investeren in personeelscapaciteit en middelen, zoals voertuigen en uitrusting, streven we naar een hogere beschikbaarheid, vooral in drukke en risicovolle gebieden. Dit betekent ook dat onze strategisch gepositioneerde kazernes in Hoorn, Alkmaar en Den Helder, kunnen worden uitgerust met een sterker bezettingsmodel dat aansluit bij de lokale behoeften en de regionale dekking versterken. 3. We versterken de vakbekwaamheid: Vakbekwaamheid is de kern van onze inzetbaarheid en veiligheid. Om brandweermedewerkers en -vrijwilligers optimaal op te leiden voor hun uitdagende taken, investeren we in geavanceerde trainingen en opleidingen. Het vakbekwaamheidsprogramma wordt aanzienlijk uitgebreid met extra capaciteit en middelen.
Dit stelt ons in staat om een hoger niveau van scholing en praktijkoefening aan te bieden, zodat onze mensen in staat zijn om complexe situaties efficiënt en veilig het hoofd te bieden. 4. We moderniseren voor een effectieve brandweerzorg en veilig optreden: In een tijd waarin technologie en methodieken zich snel ontwikkelen, is modernisering een noodzakelijke stap. Investeringen in innovatieve uitrusting, digitale middelen en betere samenwerking met partners maken het mogelijk om de kwaliteit van onze brandweerzorg te verhogen en risico’s effectiever te beheersen. Door te investeren in deze strategische pijlers zorgen we ervoor dat onze brandweerorganisatie beter toegerust is voor de uitdagingen van nu en de toekomst, met oog voor de veiligheid en de effectiviteit van ons optreden. Opgaven 2026 - In 2024 zijn de voorbereidingen getroffen om de doelstellingen van het meerjarenontwikkelplan concreet te organiseren en uit te voeren. De planning is zo opgezet dat we in de jaren 2025, 2026 en 2027 stapsgewijs deze doelen kunnen realiseren. In 2026 ligt de nadruk op de verdere versterking van de strategisch gelegen kazerne in Hoorn, waar de beroepsbezetting zal worden uitgebreid naar een 24/7 model. Dit zorgt voor een continu beschikbare ploeg die in staat is om dag en nacht paraat te staan.
- Ook wordt geïnvesteerd in de relatie met de vrijwilligers via het programma Versterking Vrijwilligheid. Via dit programma wordt frequent onderzocht hoe de veiligheidsregio beter kan inspelen op de behoefte van de vrijwilligers en andersom.
5
-
-
In de regio’s Alkmaar en Den Helder wordt het bestaande model verder ontwikkeld, waarbij nieuwe en vrijgekomen capaciteit doelgericht wordt ingezet. Dit gebeurt door een slimme personeelsplanning om de dekking in de regio te optimaliseren. Bovendien wordt er gekeken naar samenwerkingsmogelijkheden met strategische partners, waaronder Pallas/NRG, om een nog betere dekking en opkomst te kunnen garanderen. Daarnaast wordt het vakbekwaamheidsprogramma verder versterkt. Met de extra capaciteit kunnen brandweermedewerkers en vrijwilligers nog intensiever worden getraind en opgeleid, waardoor zij beter voorbereid zijn op de zware taken waarvoor zij staan. Dit is een noodzakelijke investering, zeker gezien de toenemende complexiteit en risico’s in onze maatschappij. Uiteindelijk streven we ernaar om te voldoen aan de landelijke benchmark: het beschikbaar hebben van één vakbekwaamheidsmedewerker per 50 brandweermensen.
Crisisbeheersing Algemene ontwikkeling De veiligheid en vrijheid in Nederland is kwetsbaarder dan voorgaande jaren. Spanningen tussen landen zijn toegenomen. Nederland wordt regelmatig bedreigd door cyberaanvallen en spionage. De kans dat er een grootschalig incident komt, is groot. Dat kan heftige gevolgen hebben. Thema’s zoals militaire dreiging, het bijdragen aan een veerkrachtige en weerbare samenleving, langdurige uitval van elektriciteit en problemen rondom extreem weer zijn belangrijke onderwerpen geworden binnen het programma crisisbeheersing. Deze thema’s vragen niet alleen een andere voorbereiding en inzet van de veiligheidsregio, maar ook om een intensievere samenwerking met onze crisispartners. Naast de specifieke voorbereiding op de bovengenoemde thema’s, levert crisisbeheersing een bijdrage aan de collectieve opgaven uit het beleidsplan VRNHN 2024-2027. Daarnaast heeft het algemeen bestuur van VRNHN voor de huidige beleidsperiode vier opgaven voor crisisbeheersing onderschreven. • We zijn aanjager of regisseur in het crisisnetwerk Alle betrokken partners (inclusief VRNHN zelf) dragen bij aan de crisisbeheersing en zijn verantwoordelijk voor hun eigen voorbereiding op crisissituaties. VRNHN neemt een regie- of aanjaagrol aan om netwerkvorming en -samenwerking te stimuleren.
• We ontwikkelen ons naar een flexibele en robuuste crisisorganisatie De samenleving wordt complexer en wordt geconfronteerd met crises waarvoor nog geen plannen en draaiboeken klaarliggen. Onze crisisorganisatie moet hierop toegerust zijn. Dat betekent: samenwerken met (nieuwe) publieke en private netwerkpartners, inwoners en aansluiten op nieuwe informatie- en afstemmingsstructuren die er zullen ontstaan. We moeten paraat en weerbaar zijn, zodat we op elke crisis passend kunnen reageren.
6
• Onze crisisbeheersing is informatiegestuurd De aanpak van crises en incidenten staat of valt met het hebben van relevante informatie die de crisisorganisatie, inclusief regionale en landelijke crisispartners, in staat stelt slag- en hulpvaardig op te treden. Het gaat vooral om het ontwikkelen en delen van een gezamenlijk beeld van de situatie. • Onze bevolkingszorg in toekomstbestendig De zorg voor mens, dier en milieu en de communicatie met inwoners daarover is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Tijdens crises is een regionaal team namens de gemeenten inzetbaar voor deze zogenaamde bevolkingszorgtaken. Bevolkingszorg heeft een aantal belangrijke partners. We bevorderen de samenwerking tussen alle organisaties die bevolkingszorgtaken voorbereiden en uitvoeren. Bovendien werken we op dit vlak intensief samen met onze buurregio’s. BDuR Vanuit het Rijk zijn aan de Veiligheidsregio’s extra gelden beschikbaar gesteld onder de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Deze structurele middelen worden ingezet op de versterking van: 1. De (toekomstige) crisisbeheersing Het verder professionaliseren van crisisbeheersing als vak door veiligheidsregio’s, door te werken aan: preparatie op en waarborgen bij langdurige crisis, (langdurig) bemensen en ondersteunen van crisisteams, interregionale en Rijk – Regio samenwerking en risico- en crisiscommunicatie. 2.
De informatiepositie De informatiepositie te versterken en te waarborgen door het inrichten van gegarandeerde Veiligheid Informatie Knooppunten per veiligheidsregio. Dit stelt veiligheidsregio’s in staat om gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld, de besluitvorming tijdens crisis te ondersteunen en informatie uit te wisselen met netwerkpartners. Dit draagt bij aan eenheid tussen de veiligheidsregio’s en het Rijk. 3. Inrichten KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk) Het instellen van een hoogwaardig en gegarandeerd informatie-, actie- en coördinatiepunt voor Rijk, Regio’s en partners: KCR2.
Opgaven in 2026 • We monitoren 24/7 het veiligheidsbeeld, een overzicht van alle kwetsbaarheden en risico’s in onze regio, in het regionale Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Verstoringen worden geanalyseerd. We zoeken verbinding met buurregio’s en de nationale crisisstructuur. We hebben in NW3-verband onderzocht of en in welke rol de inwoners kunnen participeren in het actueel houden en gebruiken van dit veiligheidsbeeld.
7
•
•
•
•
•
•
We weten hoe we tijdens crisis kunnen samenwerken met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om zo de weerbaarheid van de samenleving te vergroten. We richten ons daarbij op het verder bevorderen van de reeds aanwezige maatschappelijke veerkracht door o.a. de zelfredzaamheid tijdens verschillende typen crises te vergroten. Zoals bij de huidige militaire dreiging en geopolitieke ontwikkelingen nodig is. We maken publieke en private organisaties door middel van een risicodialoog bewust van hun eigen verantwoordelijkheden tijdens korten langdurige crisis. We gaan nieuwe samenwerkingsafspraken aan met partners en herijken de bestaande convenanten. Daarnaast gaan we binnen NW4 in het netwerk eenduidig om met grensoverschrijdende en landelijke partners. We zijn voorbereid om op elk moment een structuur op te richten voor een langdurige crisis en landelijk bij te dragen aan bijvoorbeeld het Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk (KCR2). De doorontwikkeling van bevolkingszorg is vastgelegd in het Plan van Aanpak Uniforme Kwaliteit Bevolkingszorg. We implementeren en borgen de nieuwe landelijke kwaliteitsindicatoren voor bevolkingszorg. De scenario’s met cascade-effecten voor extreem weer, langdurige elektriciteitsuitval en militaire dreiging zijn samen met relevante crisispartners uitgewerkt.
Hierbij is specifiek aandacht voor de continuïteit van de VR-crisisorganisatie, uitval van digitale communicatiemiddelen, onderdak (ontruimen en/of evacueren), voedsel, water en medische zorg.
Zorg in de Veiligheidsregio Algemeen “Zorg in de veiligheidsregio” is inmiddels een bekende aanduiding voor de zorgonderdelen binnen onze veiligheidsregio. Dit omvat primair de GHOR, ambulancezorg en het Zorg- en Veiligheidshuis. Elk van deze onderdelen werkt met unieke en deels gezamenlijke netwerken, heeft specifieke verantwoordelijkheden en deskundigheid, en is goed toegerust op zijn taak. Zoals bekend is er een groeiende kloof tussen de zorgvraag en het zorgaanbod in Nederland, en dit geldt ook voor onze regio NHN. Door factoren zoals de toenemende vergrijzing, personeelstekorten en de betaalbaarheid van zorg, zal deze kloof waarschijnlijk alleen maar toenemen. Er wordt zelfs gesproken van een dreigende “zorgkloof.” Zorgorganisaties, overheden en verzekeraars hebben in de IZA-akkoorden en ROAZ-plannen de handen ineengeslagen om deze kloof te overbruggen. In lijn met de missie van de VRNHN, namelijk “leed en schade voorkomen en beperken,” en aansluitend op onze rol binnen het zorgdomein, neemt “Zorg in de Veiligheidsregio” mede de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan oplossingen. Dit is gerechtvaardigd, omdat de groeiende druk op de acute zorg ook duidelijk voelbaar is in onze dagelijkse praktijk (bijvoorbeeld op de meldkamer ambulance 112 en binnen de ambulancezorg).
Het ROAZ-plan voor NHN bevat een breed scala aan initiatieven van gezamenlijke zorgpartners in NHN om deze druk te verlichten. Dankzij
8
specifieke financiering door zorgverzekeraars kunnen deze initiatieven uitgevoerd worden. Gezien onze positie in de acute zorgketen ligt onze focus op initiatieven die de onterechte zorgvraag naar acute spoedzorg verminderen. Concreet richten we ons hiervoor in 2025/2026 op de volgende punten: • • • • •
•
Introductie van een regiearts op de meldkamer ambulance, Introductie van de zogenaamde anderhalve-lijnszorg (een soloeenheid binnen het zorggebied tussen huisarts en ambulance), Verkenning van het spoedplein in het Dijklander Ziekenhuis, Implementatie en borging van niet-medische tilassistentie, Bijdrage aan het multidisciplinaire programma Weerbaarheid en Veerkracht van de Samenleving (prioriteit nr. 1 van de VRNHN; zie blz. 48 van het beleidsplan), Pilotproject bemoeizorg voor personen met onbegrepen gedrag.
GHOR De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening in crisissituaties en de advisering van overheden en organisaties op dat gebied. Zorginstellingen zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor het leveren van zorg tijdens rampen en crises. Door de toenemende zorgvraag staat de tijd en aandacht voor (de voorbereiding op) zorghulpverlening in opgeschaalde situaties continue onder druk. De GHOR speelt in op deze ontwikkelingen door blijvend te investeren in de banden met zorgpartners. Met als doel hen nog meer te ondersteunen bij oefeningen en planvorming voor speciale crisissituaties, zoals grootschalige stroomuitval. Dit uiteraard in combinatie met het bevorderen en benutten van de reeds aanwezige maatschappelijke veerkracht en weerbaarheid door o.a. zelfredzaamheid tijdens verschillende typen crises (extreem weer, militaire dreiging etc.). •
•
•
De GHOR blijft zich continue ontwikkelen als een wendbare, flexibele en professionele crisisorganisatie. Zorg kan alleen effectief zijn als de zorgpartners in samenhang een crisis bestrijden. De GHOR adviseert over een passende crisisstructuur, zorgt ervoor dat crisisfunctionarissen goed opgeleid en geoefend zijn en zet in op evalueren en leren. De GHOR stimuleert projecten op het gebied van zorgcontinuïteit in de regio (zoals het ROAZ-beeld en -plan1). Maatschappelijk relevante projecten binnen het zorgdomein worden door de verschillende (zorg)partners geïnitieerd. De GHOR legt accenten in de preparatie op crises aan de hand van het Zorgrisicoprofiel 2025. Dit is een verbijzondering van het Regionaal risicoprofiel en is het resultaat van een risicodialoog met de diverse zorgpartners. Het Zorgrisicoprofiel geeft aan welke crisistypen het meest relevant zijn voor de geneeskundige en gezondheidskundige partners in onze regio. Welke risico’s zijn het meest waarschijnlijk en hebben een grote impact op de zorg? Het biedt een nog scherper beeld van onze opgaven in de toekomst.
1 ROAZ staat voor: Regionaal Overleg Acute Zorgketen.
9
•
De GHOR werkt nauw samen met de afdeling crisisbeheersing binnen de Veiligheidsregio om de gezamenlijke expertise en informatiepositie continue te versterken. O.a. bij thema's als weerbaarheid & veerkracht en langdurige crisistypen. De GHOR wordt een volwaardig onderdeel van het regionale Veiligheids-informatieknooppunt.
Ambulancezorg Ambulancezorg in Nederland wordt bekostigd door de zorgverzekeraars. Zo ook onze Regionale Ambulancevoorziening (RAV) in Noord-Holland Noord. Jaarlijks worden rond december de budget- en prestatieafspraken vastgelegd in de WMG (Wet Marktordening Gezondheidszorg) overeenkomst. Voor de ambulanceorganisatie is Noord-Holland Noord een regio met complexe geografische kenmerken: landelijk gebied met grote rijafstanden. Afgelopen jaren hebben we onze diensten met succes kunnen uitbreiden. Het resultaat is dat de patiëntenzorgprestaties en de ritprestaties, ook landelijk gezien, van hoog niveau zijn. Ook onze personele bezetting kunnen we vooralsnog op orde houden ondanks de schaarste aan zorgpersoneel. Dit wordt steeds uitdagender en vergt in de toekomst mogelijk een andere werkwijze door gebruik te maken van technologische ontwikkelingen en samenwerking met zorgpartners vanaf gezamenlijke locaties. Voor 2025/6 wordt een aanpassing (eventueel uitbreiding of herverdeling) van diensten verwacht. Deze aanpassing is afhankelijk van de veranderde zorgvraag die gepaard gaat met een vergrijzende populatie. Onderhandelingen hierover zijn nog gaande. •
•
•
Met financiële hulp van de zorgverzekeraars verbeteren we de huisvesting van onze ambulancedienst verder. In 2025 wordt de nieuwe post in Den Helder opgeleverd. Ook wordt er ingezet op het bepalen van een ambitie RAV (en daarmee VR) op zero emissie. De uitbreiding in Wognum is net als Hoogkarspel en Den Helder gerealiseerd. Naast het garanderen van 24/7 paraatheid in onze regio met hoogwaardige zorg richten we ons op het (verder) differentiëren van de ambulance-inzet. Daarmee spelen we in op het veranderende acute zorglandschap. Denk aan zorgconcentratie bij ziekenhuizen met tot gevolg aanpassingen van de patiëntenstromen. Naast de inzet van de ambulance voor de Advanced Life Support (ALS), de Middencomplex (MC) en de Rapid Responder (RRA) streven we naar de introductie van de Physician Assistant Ambulancezorg (PAA). Een vorm met meerwaarde in het middengebied tussen huisartsen- en ambulancezorg. Een belangrijke ontwikkeling ook vanaf 2026 blijft het landelijke speerpunt zorgcoördinatie. Hierbij is het doel de verbetering van de eenduidige toegang en triage voor patiënten met een acute zorgvraag. Het zorgt ervoor dat de juiste zorg op de juiste plek aan de juiste patiënt wordt geleverd. In elke acute zorgregio (in ons geval Noord-Holland/Flevoland) wordt zorgcoördinatie ingericht. Dit raakt direct aan de ambulancezorg en de meldkamer ambulancezorg.
10
Zorg- en Veiligheidshuis Het aantal kwetsbaren in de samenleving neemt toe. We hebben het dan onder meer over personen met onbegrepen gedrag, mensen met psychosociale problematiek of nieuwkomers. Er is een groep inwoners met een opeenstapeling van problemen met een zorg- en veiligheidscomponent. De oorzaken en gevolgen lopen dwars door elkaar heen en zijn divers zoals psychische klachten, verslavingsproblematiek, verstandelijke beperkingen, psychosociale problematiek - of een combinatie hiervan. Met als gevolg overlast gevend of gevaarlijk gedrag. Dit vraagt om een domein overstijgende aanpak. Het Zorg- en Veiligheidshuis heeft als opgave om samen met gemeenten en ketenpartners uit het zorg- en veiligheidsdomein bij complexe casuïstiek of situaties (waarbij sprake is van individuele én maatschappelijke veiligheidsrisico’s) verdere onveiligheid of overlast te voorkomen, te beperken en indien mogelijk op te lossen. Met als gewenst resultaat een positief maatschappelijk en financieel effect: een betere kwaliteit van leven en minder overlast en veiligheidsproblemen. Een procesregisseur van het Zorg- en Veiligheidshuis beoordeelt een binnengekomen casus, organiseert de samenwerking en fungeert als onafhankelijk voorzitter van het casusoverleg. •
•
•
Ondanks alle inzet en daadkracht nemen meldingen over mensen met onbegrepen gedrag toe bij politie, GGD en GGZ. Gemeenten en instellingen uit het zorg- en veiligheidsdomein ervaren een toename van complexe casuïstiek in het sociaal domein. Dit is ook terug te zien in de gestage stijging van het aantal cases in het Zorg- en Veiligheidshuis. We hebben een brede uitvraag gedaan bij gemeenten en ketenpartners om scherper te krijgen welke prioriteiten onze aanpak moet krijgen. Hieruit komt naar voren dat we voorrang moeten geven aan het voorkomen dat het gedrag van personen met onbegrepen gedrag met een (hoog) veiligheidsrisico escaleert. Daarom zetten we de ook in 2026 sterk in op tijdige signalering en een pilot bemoeizorg en op het aanjagen van de realisatie van woonvoorzieningen. Uit onderzoek blijkt dat investeren in deze aspecten het meeste effect heeft. Binnen het Zorg- en Veiligheidshuis hebben we de ‘Aanpak van mensen met onbegrepen gedrag’ ingesteld. Samen met de GGD, GGZ, de politie, de gemeenten en meerdere zorg- en maatschappelijke organisaties geven we uitvoering aan activiteiten binnen deze aanpak. Naast deze groep, blijven we aandacht besteden aan personen die betrokken zijn bij huiselijk geweld, radicalisering, mensenhandel, afglijdende jeugd, nazorg ex- gedetineerden en andere complexe zorgen veiligheidscasussen.
Met het door ontwikkelen van de kennis en expertise van de procesregisseurs kunnen we advies en voorlichting geven aan professionals. Daarnaast kunnen we trends signaleren, die we door kunnen geven aan de bestuurders van de stuurgroep van het Zorg- en Veiligheidshuis,
11
Verwachtingen ten aanzien van 2027 – 2029
Wat gaan we doen? Beleidsplan 2027 Brandweer
2024-
De volgende ontwikkelingen zullen ook in 2027 - 2029 relevant zijn: 1. De ontwikkeling van de collectieve opgaven en per specifieke programmaonderdeel. Zoals opgenomen in het beleidsplan VRNHN 2024-2027. 2. De ontwikkeling van de brandweer en het dekkingsplan. Zoals opgenomen in het meerjarenontwikkelplan brandweer. 3. De doorontwikkeling van crisisbeheersing. Zoals opgenomen in het beleidsplan VRNHN 2024-2027. 4. Bijdragen aan het beperken van een zorgcrisis en het aantal kwetsbaren in de samenleving. De doorontwikkeling van thema's binnen de zorg in de veiligheidsregio, zoals opgenomen in het beleidsplan VRNHN 2024-2027.
Waarom doen we dit? Wettelijk en opgedragen taak Wettelijk en opgedragen taak
Crisisbeheersing
Wettelijk en opgedragen taak
GHOR
Wettelijk en opgedragen taak
Ambulancezorg
Opgedragen wettelijke taak 11 gemeenten Opgedragen taak
ZorgVeiligheidshuis
en
Wat mag het kosten?
Planning
Afhankelijk van wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes Afhankelijk van wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes. Financiering vanuit gemeentelijke bijdrage en BDUR. Afhankelijk van wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes Financiering vanuit gemeentelijke bijdrage, BDUR en rijksmiddelen, versterking crisisbeheersing Afhankelijk van wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes Financiering vanuit gemeentelijke bijdrage, BDUR en rijksmiddelen, versterking crisisbeheersing. Financiering door zorgverzekeraars
2026 e.v.
Afhankelijk van wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke keuzes. Financiering vanuit gemeentelijke bijdrage en decentralisatie-uitkeringen.
2026 e.v.
2026 e.v.
2026 e.v.
2026 e.v.
2026 e.v.
12
Financieel beeld kadernota zonder bezuiniging 2026 Verloop meerjarenperspectief 2026 – 2029 Onderdeel
Bedragen x €1.000 2027 2028
2026
Stand primaire begroting 2026 - 2029 (saldo)
2029
-
-
-
-
-
-
-
-
64.040 8.461 24.241 167 96.909
67.955 8.799 24.863 174 101.791
70.512 9.291 25.465 181 105.449
71.812 9.555 25.918 188 107.473
-
-
-
-
96.909
101.791
105.449
107.473
59.767 23.160 9.725 4.157 100 96.909
63.325 24.100 10.094 4.272 101.791
65.528 25.088 10.448 4.385 105.449
66.839 25.527 10.657 4.450 107.473
Stand kadernota voor begroting 2026 - 2029 (saldo)
-
-
-
-
Resultaat programma's: (+ = positief, - = negatief)
-
-
-
-
Wijzigingen nadien (met AB besluit) 1. Totaal wijzigingen nadien
Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering 1. Salarissen 2. Afschrijvingen en rente 3. Overige lasten 4. Toevoeging aan reserves Totaal autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering
Nieuw beleid Totaal nieuw beleid Totaal aan lasten en wijzigingen
Dekkingsmiddelen 1. Bijdragen gemeenten (basis) 2. Wettelijk bedrag Nza 3. BDUR/Rijk/Ministerie 4. Overige baten 5. Onttrekking aan reserves Totaal dekkingsmiddelen/ombuigingen
Ambulancezorg Veiligheidsregio
Gemeentelijke bijdrage 2026 Gemeentelijke bijdrage 2025 Basis
€
54.222.854
Bij: Meerjarenontwikkelplan (MJOP) Brandweer deel 2026
€ € € €
1.405.645 55.628.499 4.138.760 59.767.259
Sub Bij: Loon- en prijsindexatie 2026 op basis van de FUGR
Basis Loon- en prijsindexatie o.b.v. CPB cijfers Loon: CPB Prijs overheidsconsumptie en beloning werknemers Prijs: Prijs Bruto Binnenlands Product
7,20%
0,7
5,04%
8,00%
0,3
2,40% 7,44%
Volgens uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen afgerond:
7,4%
De loon-prijsindexatie 2026 is conform de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële
13
Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. In de indexatie is een extra compensatie opgenomen voor het jaar 2023.
Verdeelsleutel kadernota 2026 De verdeelsleutel 2026 per gemeente wordt medio februari 2025 bekend. In de begroting 2026 wordt het overzicht bijdrage per gemeente opgenomen. De verdeelsleutel beweegt mee met de veranderingen van het gemeentefonds (duurzaam), is geobjectiveerd en uitlegbaar (eerlijk), gaat uit van het draagvlakbeginsel, omdat het aansluit bij de systematiek van het gemeentefonds (rechtvaardig). De gekozen verdeelsleutel is een uitdrukking van solidariteit tussen gemeenten, omdat het rekening houdt met de verschillende omstandigheden van gemeenten. Doordat de veiligheidsregio deze verdeelsleutel hanteert, is er ook een geobjectiveerde analyse te maken tussen de gemeentelijke bijdrage versus de inkomsten uit het gemeentefonds.
Meerjarenoverzicht indexatie gemeentelijke bijdrage Prijs bruto binnenlands product
2025 3,70%
2026 8,00%
2027 2,60%
2028 2,50%
2029 2,00%
Prijs overheidsconsumptie, beloning w erknemers
4,00%
7,20%
4,30%
3,90%
2,00%
Gemeentelijke indexatie
3,9%
7,4%
3,8%
3,5%
2,0%
De indexatie van 2026 van de gemeentelijke bijdrage is gebaseerd op de CPB cijfers zoals kenbaar gemaakt in de indexatiebrief van de regietafel Noord-Holland Noord van 1 oktober 2024. De percentages zijn gebaseerd op de meest actuele cijfers van het CPB.
Meerjarenoverzicht gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
Beginstand
49.377
54.223
59.767
Bij: Meerjarenontwikkelplan (MJOP) Brandweer
2.665
1.406
1.245
2028 63.325
2029 65.528
Bij: Brandweer, ontwikkelbudget modernisering
250
Bij: Loon- en prijsindexatie op basis van de FUGR
1.931
4.139
2.312
2.204
1.311
Gemeentelijke bijdrage (basis)
54.223
59.767
63.325
65.528
66.839
Meerjarenoverzicht decentralisatie-uitkeringen Z&V met indexatie Het algemeen bestuur heeft in haar vergadering van 8 juli 2022 besloten om vanaf het begrotingsjaar 2022 jaarlijks indexering toe te passen op de decentralisatie-uitkeringen (VNG bijdrage en POK-gelden) en deze door de 16 gemeenten te laten financieren. De indexatie is gelijk aan die van de gemeentelijke bijdrage. Verantwoording vindt plaats onder de post overige baten.
Grondslag 2026 Indexatie 2026 Totaal bijdrage 2026 Grondslag 2027 Indexatie 2027 Totaal bijdrage 2027 Grondslag 2028 Indexatie 2028 Totaal bijdrage 2028 Grondslag 2029 Indexatie 2029 Totaal bijdrage 2029
Totaalbedrag 667.411 49.655 717.066 717.066 27.177 744.243 744.243 25.900 770.143 770.143 15.403 785.546
Decentralisatie uitkeringen
Indexatie tlv 16 gemeenten
578.823
138.243
578.823
165.420
578.823
191.320
578.823
206.723
14
Kengetallen (uit begroting 2025)
• •
•
Netto schuldquote: Een ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; o een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende en onroerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De opgenomen incidentele baten en lasten zijn beperkt, waardoor de ratio laag is.
Mutaties meerjarenraming 2026-2028 (uit begroting 2025) Het volgende overzicht betreft de mutaties ten opzichte van de meerjarenraming opgenomen in de begroting 2025.
Onderdeel
Bedragen x €1.000 2027 2028
2026
Stand primaire begroting 2025 - 2028 (saldo)
-
-
-
-
-
-
-
814 320 2.111 3.245
1.035 -8 2.642 3.669
1.338 -202 3.388 4.524
-
-
-
-
-
3.245
3.669
4.524
-
2.119 -37 1.503 -440 100 3.245
2.209 -6 1.874 -408 3.669
2.508 167 2.228 -379 4.524
-
Afw. kadernota t.o.v. begroting 2025 - 2028 (saldo)
-
-
-
-
Resultaat programma's: (+ = positief, - = negatief)
-
-
-
-
Wijzigingen nadien (met AB besluit) Totaal wijzigingen nadien
Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering 1. Salarissen 2. Afschrijvingen en rente 3. Overige lasten 4. Toevoeging aan reserves Totaal autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering
Nieuw beleid Totaal nieuw beleid Totaal aan lasten en wijzigingen
Dekkingsmiddelen 1. Bijdragen gemeenten (basis) 2. Wettelijk bedrag Nza 3. BDUR/Rijk/Ministerie 4. Overige baten 5. Onttrekking aan reserves Totaal dekkingsmiddelen/ombuigingen
Ambulancezorg Veiligheidsregio
15
Autonome ontwikkelingen/ reguliere bedrijfsvoering De loonstijgingen als gevolg van de nieuwe cao’s in 2024 zijn substantieel. De laatste verhoging van de Ambu-cao (gemiddeld 5%) vindt 1 juni 2024 plaats en loopt tot 31 januari 2025. De huidige cao van de VR is afgesloten op 1 mei 2024 en eindigt op 31 juli 2025. Per 1 mei is sprake van 6,4% loonsverhoging. In de aanloop naar de meerjarenraming was hier al enigszins rekening mee gehouden zodat de stijging relatief meevalt. De afschrijvingen stijgen enerzijds door fors hogere uitgaven (oorzaak inflatie) voor de investeringsgoederen. Er is echter ook een daling te zien, enerzijds door temporisering van de investeringen maar ook door leveringsproblemen bij leveranciers waardoor uitstel van vervanging aan de orde is. Daarnaast houden we rekening met een stijging van de rentelasten bij herfinanciering door aflopende leningen. Ten opzichte van de coronajaren, waarin we zelfs leningen met een negatieve rente af konden sluiten, is de rente circa 3% gestegen. De overige lasten stijgen nog door naar een hoger niveau onder druk van inflatie enerzijds en het opnieuw moeten afsluiten van langlopende (exploitatie-)contracten tegen hogere prijzen anderzijds.
Dekkingsmiddelen De bijdragen van de gemeenten komen hoger uit dan waarmee rekening is gehouden in de begroting 2025. Dit komt met name door de aanvulling op de indexatie van 2023 die in 2026 wordt meegenomen. De indexatie voor 2026 is opgenomen conform de brief van de regietafel van 1 oktober 2024. Het wettelijk bedrag Nza blijft nagenoeg gelijk aan de eerder gedane schattingen. Wel is duidelijk dat de vergoedingen onder druk beginnen te raken door financieel uitdagende afspraken met zorgverzekeraars. De rijksbijdrage BDUR is aangepast aan de bedragen genoemd in de brief van 25 juni 2024 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarbij wordt in de brief opgemerkt dat de prognose voor het meerjarig kader pas duidelijk wordt op het moment dat de definitieve budgettaire uitwerking van het hoofdlijnenakkoord rond is. Hierover wordt informatie verwacht in december 2024, zodat dit niet in deze kadernota kan worden meegenomen. Dit geldt dus ook voor een mogelijke korting op de uitkering. De overige baten nemen af, mede omdat de laatste kazernes waarvoor kosten werden doorberekend aan gemeenten, zijn verkocht. Daarnaast worden lagere opbrengsten verwacht ten aanzien van het afstoten van verouderd en afgeschreven materieel. De onttrekking aan bestaande bestemmingsreserves binnen de VRNHN loopt af. In 2026 wordt voor de laatste keer een bedrag aan de reserve POK-gelden onttrokken.
16