24.Bijlage kadernota 2026 15-12.pdf
Tekst van het document
Bijlage Kadernota 2026 Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
15 december 2024
Pagina 2 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Inhoud 1. 1
Inleiding................................................................................................................... 4
2. 2
Financieringssystematiek gesubsidieerde arbeid....................................................5
3. 3
Hoe groot is de taakstelling voor de GRGA?............................................................7
4. 4
Mogelijke maatregelen en wat zijn de gevolgen?....................................................8
5.
................................................................................................................................ 8
6. 4.1 Het verminderen van het aantal deelnemers bij GRGA...........................................8 7. 4.2 Dividenduitkering van de werkbedrijven Probedrijven en Proschoon.......................9 8. 4.3 Het verlagen van de subsidie van de loonkosten van 100% naar 97% respectievelijk 95%..................................................................................................... 10
9. 5
Een beter en alternatief scenario:.........................................................................12
10.
Naar een toekomstbestendige bemiddeling naar de arbeidsmarkt door het bevorderen van in-, door- en uitstroom met een sterk ontwikkelbedrijf......................12
11.
.............................................................................................................................. 12
12. 6
Advies.................................................................................................................... 17
13.
Bijlage 1 Berekening bezuiniging scenario 4.1......................................................18
14.
Bijlage 2 Overige perspectieven ter overweging...................................................19
Pagina 3 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
1
Inleiding
Volgens de regionale afspraken moeten de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) de kadernota 2026 voor 15 december aanbieden aan de deelnemende gemeenten. De regietafel heeft in juli 2024 de GR-en geïnformeerd over de bezuinigingsrichtlijnen voor GR-en bij de kadernota 2026. De GR-en zijn gevraagd om twee scenario’s uit te werken voor een structurele bezuiniging van 3% en 5 % op de gemeentelijke bijdrage 2026. Voor beide scenario’s (3% en 5%) moet worden aangegeven wat de effecten zullen zijn, op het niveau van taken en impact. De scenario’s moeten worden toegevoegd bij de Kadernota 2026 en de begroting 2026. Elke maatregel heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering van Probedrijven. Daarom is het belangrijk dat scenario’s en maatregelen in samenwerking met het bestuur en RvC van Probedrijven worden uitgewerkt. In dit document geven we inzicht in de financieringssystematiek van de gesubsidieerde arbeid en de omvang van de taakstelling. Voor 2026 betekent een bezuiniging van 3% een taakstelling van € 552.000 en bij een bezuiniging van 5% een taakstelling van € 1.015.000 per jaar. Er zijn drie maatregelen beschreven en er is toegelicht wat de effecten zullen zijn, op het niveau van taken en impact.
Deze maatregelen zijn: - Het verminderen van het aantal deelnemers bij de GRGA - Dividenduitkering van de werkbedrijven Probedrijven en Proschoon - Het verlagen van de subsidie van de loonkosten van 100% naar 97% respectievelijk 95% procent. De reflectie op deze drie maatregelen heeft geleid tot een beter en alternatief scenario: We willen naar een toekomstbestendige bemiddeling naar de arbeidsmarkt door het bevorderen van in-, door- en uitstroom in combinatie met een sterk ontwikkelbedrijf. De kern van dit scenario is om de werkbedrijven om te bouwen naar reguliere werkgevers. De regeling Duurzaam aan het werk met LKS houdt in dat mensen met een gemeentelijke uitkering een dienstverband krijgen bij de GRGA, waarbij de gemeente 100% van de loonkosten vergoedt. Zij doet dit door de inzet van een loonkostensubsidie aangevuld met participatiegelden. Een beperkt aantal van deze mensen stroomt uit naar een baan bij een reguliere werkgever. Voor die mensen wordt de gemeentelijke bijdrage verlaagd op basis van de loonwaarde, van 100% naar een percentage gelijk aan het niet-productieve deel. De LKS wordt volledig vergoed door de Rijksbijdrage. De gemeentelijke bijdrage wordt per werknemer gemiddeld met 45%-50% verminderd We zien kansen, maar er is ook tijd nodig om dit scenario verder uit te werken.
We adviseren in samenspraak met (de RvC van) Probedrijven een bestuursopdracht te geven aan de secretaris GRGA en de bestuurder van Probedrijven om dit scenario op hoofdpunten en haalbaarheid uit te werken. Een uitgewerkt voorstel dient te worden gepresenteerd aan bestuur en RvC uiterlijk 1 september 2025.
Pagina 4 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
2
Financieringssystematiek gesubsidieerde arbeid
In dit hoofdstuk vatten we de financieringssystematiek van de gesubsidieerde arbeid vanuit het rijk aan de gemeenten samen. In de notitie van Capel Advies is de financieringssystematiek en de ontwikkelingen daarin uitgebreid toegelicht. De gemeenten ontvangen via het gemeentefonds middelen voor de uitgaven voor WSW, WSW begeleid werken, Beschut Werk en via de gebundelde uitkering (BUIG) worden Loonkostensubsidie en bijstand gefinancierd. WSW/WSW begeleid werken De financiering van de regeling Wet sociale werkvoorziening (WSW) en WSW begeleid werken wordt landelijk vastgesteld op basis van het aantal deelnemers T-1. Bij de WSW worden de realisaties sinds vele jaren uitgedrukt in het aantal zogenoemde standaardeenheden (SEs).
Financierings-component Loonkostensubsidie deelnemers (100%)
Financieringsbron voor gemeenten Bedrag per deelnemer rijksbijdrage participatiebudget WSW
Per deelnemer ontvangen gemeenten in 2024 een bedrag van € 37.945 per SE. De werkelijke kosten in 2024 voor de GRGA zijn lager en bedragen € 36.000. Ook voor de komende jaren geldt dat het WSW-budget wordt gebaseerd op het aantal realisaties van het voorgaande jaar. Het budget loopt dus mee met de feitelijke realisatie. Beschut Werk De financiering van de regeling Beschut Werk is in tegenstelling tot de WSW niet beperkt tot één subsidiebedrag, maar er wordt gebruikt gemaakt van verschillende componenten. In de onderstaande tabel zijn de verschillende financierings-componenten per deelnemer en de financieringsbron voor gemeenten toegelicht. Een toename van het aantal deelnemers werkt door in de financiering voor T+1.
Financierings-component Loonkostensubsidie deelnemers (max. 70%) Loonkostensubsidie deelnemers (max. 30%) Bijdrage voor begeleiding
Financieringsbron voor gemeenten BUIG: subsidiebedrag wordt vastgesteld per deelnemer. Middelen zijn beschikbaar in separaat onderdeel van het BUIG-budget Besparing op uitkering (BUIG) Participatiebudget Beschut: bedrag per deelnemer, gebaseerd op de taakstelling
Pagina 5 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
De hoogte van het gemeentelijke budget aan loonkostensubsidies is gebaseerd op de daadwerkelijke uitgaven in het voorgaande jaar. Een gemeente die meer subsidies verstrekt, heeft het volgende jaar ook meer budget tot zijn beschikking. Deze systematiek betekent dat de verstrekte loonkostensubsidies een volgend jaar budgettair gedekt worden. Het subsidiebedrag voor de doelgroep Beschut Werk is maximaal bij een gemiddelde loonwaarde van 30% van het wettelijk minimumloon (Wml), inclusief vakantietoeslag. Voor een werkplek die voor de loonkostensubsidie geldt als een voltijdbaan is er dus tot 70% van het Wml beschikbaar. Het Participatiebudget voor de doelgroep Beschut Werk is gebaseerd op de aantallen Beschut Werk conform de taakstelling en wordt vermenigvuldigd met het door het ministerie van SZW vastgestelde normbedrag (€ 11.200). Jaarlijks wordt dit bedrag geïndexeerd met de ontwikkelingen in loon en prijs (de LPO). De bijstandsuitkeringen zijn gebaseerd op een objectief verdeelmodel. Dit betekent dat als een gemeente minder bijstandsuitkeringen heeft, dat dan het volgende jaar er niet wordt gekort op het budget. Dit budget is immers gebaseerd op andere (objectieve) criteria. Besparing op de uitkeringen zijn voor gemeenten vrij besteedbaar en leiden dus niet tot korting op het BUIG budget in het volgende jaar.
Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie (LKS). In de onderstaande tabel zijn de verschillende financierings-componenten per deelnemer en financieringsbron voor gemeenten toegelicht. Een daling van het aantal deelnemers werkt door in de financiering voor T+1. In tegenstelling tot de doelgroep Beschut Werk is er geen apart genormeerd begeleidingsbudget voor de doelgroep Duurzaam aan de slag met LKS. Wel geldt dat in de algemene uitkering van het gemeentefonds rekening wordt gehouden met een toenemend volume van deze doelgroep.
Financierings-component Loonkostensubsidie deelnemers (50%)
Loonkostensubsidie deelnemers (50%)
Financieringsbron voor gemeenten BUIG: subsidiebedrag wordt vastgesteld per deelnemer. Middelen zijn beschikbaar in separaat onderdeel van het BUIG-budget Besparing op uitkering (BUIG)
De bijdragen loonkostensubsidie worden betaald uit het bijstandsbudget (BUIG) en gemeenten besparen op dit budget als de bijstandsgerechtigde gaat werken. Besparing op de uitkeringen zijn voor gemeenten vrij besteedbaar en leiden niet tot korting van het rijk op het BUIG budget.
Pagina 6 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
3
Hoe groot is de taakstelling voor de GRGA?
In de onderstaande tabel is de berekening opgenomen van de taakstelling voor 2026. Bijdragen gemeenten Begrotingsjaren (bedragen x € 1.000)
Subsidie gemeente WSW en overhead Subsidie gemeente WSW/Begeleid werken Subsidie gemeente Beschut Werk Subsidie gemeente Duurzaam met LKS Af: Besparing kosten collectief vervoer Totaal baten
2025 12.792
2026 12.937
1.516
1.593
3.984
4.698
3.052
4.061
21.344
-142 23.147
Taakstelling 3 % van totaal baten Af: besparing kosten collectief vervoer Nog te realiseren taakstelling scenario 3%
694 -142 552
Taakstelling 5 % van totaal baten Af: besparing kosten collectief vervoer Nog te realiseren taakstelling scenario 5%
1.157 -142 1.015
Voor 2026 betekent een bezuiniging van 3% een taakstelling van € 552.000 en bij een bezuiniging van 5% een taakstelling van € 1.015.000 per jaar. Besparing kosten collectief vervoer In de doorberekening van het financieel meerjarenperspectief 2026-2029 is al een besparing van € 142.000 ingerekend voor het wegvallen van een deel van het collectief vervoer vanwege de nieuwe locatie in Den Helder. In de taakstelling nemen we correctie op om dit bedrag niet twee keer te bezuinigen.
Pagina 7 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
4
Mogelijke maatregelen en wat zijn de gevolgen?
4.1
Het verminderen van het aantal deelnemers bij GRGA
Voorgestelde maatregel We stellen de ambitie (cumulatieve taakstelling) voor de instroom van deelnemers bij de regeling Duurzaam met LKS naar beneden bij. De regeling WSW en Beschut Werk kent wettelijke kaders voor deelnemers. Het betreft hier de meest kwetsbare groep van de werkzoekenden. Bij de regeling Duurzaam met LKS hebben gemeenten meer beleidsruimte; dit is een eigen regeling van de gemeenten. We hebben de begroting Duurzaam met LKS voor 2026 doorgerekend op het actuele aantal deelnemers per 1-10-2024 en dit afgezet tegen de berekening in de kadernota 2026. Duurzaam met LKS Aantal deelnemers x Fte gemiddeld
Den Helder Hollands Kroon Schagen Totaal aantal deelnemers
Actualisatie
Kader nota
2026 39 23 18 80
2026 57 23 23 103
De afgelopen jaren is de instroom in Den Helder en Schagen achtergebleven bij de ambitie. De doorrekening komt neer op een verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 908.000 (23 deelnemers). Dit is een verlaging van de gemeentelijke bijdrage met 3,9%. Kanttekeningen/Effecten Het percentage van deze verlaging van de gemeentelijke bijdragen (3,9%) is een percentage van het totaal van de gezamenlijke bijdrage van de drie gemeenten. Een differentiatie per gemeente is niet structureel te geven vanwege de steeds wisselende verdeling van de geografische herkomst van de deelnemers. Dit geldt ook voor de deelnemers in de andere regelingen. Daarom stellen we voor om voor alle regelingen het solidariteitsbeginsel toe te passen zoals dat van oudsher geldt voor de WSW. Voorst heeft het beperken van het aantal deelnemers Duurzaam met LKS en de daarmee samenhangende kosten vier negatieve maatschappelijke en financiële effecten: a. De inkomsten voor de gemeenten (bijdrage voor loonkosten in de BUIG) gaan in gelijke omvang dalen. Een daling van het aantal deelnemers werkt door in de financiering voor T+1. Voor de gemeentelijke begroting leidt dit niet tot een besparing. b. De besparing op de bijstandsuitkeringen gaan verdampen doordat geen doorstroom naar LKS wordt gerealiseerd. Voor de gemeentelijke begroting leidt dit niet tot een besparing. c.
We realiseren geen maatschappelijke meerwaarde en sociaal rendement. d. Een daling van het aantal deelnemers heeft een negatief effect op het bedrijfsresultaat en de continuïteit van Probedrijven.
Pagina 8 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Ad. c. We realiseren geen maatschappelijke meerwaarde en sociaal rendement: Een vermindering van het aantal deelnemers heeft een ongewenst negatief effect op de realisatie van de maatschappelijke meerwaarde en het sociaal rendement. Het realiseren van een werkplek met LKS levert per deelnemer financieel voordeel op. De volgende maatschappelijke doelen worden in mindere mate gerealiseerd: - meer inwoners te laten participeren in de samenleving; - inwoners hebben een baan die anders niet door vraag en aanbod op de arbeidsmarkt tot stand was gekomen; - een baan geeft voldoening, eigenwaarde, inkomen; - een baan geeft invulling aan het leven en we nemen aan dat mensen daardoor minder snel in een isolement terecht komen en zorgbehoevend worden. Ad. d. Een daling van het aantal deelnemers heeft een negatief effect op het bedrijfsresultaat en de continuïteit van Probedrijven. Probedrijven zorgt voor passend werk voor de deelnemers (medewerkers) van de GRGA. De loonkosten van deze medewerkers worden 100% gesubsidieerd door de deelnemende gemeenten. Met de opbrengst van het passend werk (toegevoegde waarde) bekostigt Probedrijven haar bedrijfsvoering en wordt winst gemaakt en vermogen opgebouwd. Jaarlijks wordt een sociaal dividend beschikbaar gesteld aan de gemeenten. 4.2
Dividenduitkering van de werkbedrijven Probedrijven en Proschoon
Voorgestelde maatregel De GRGA is aandeelhouder in de werkbedrijven Probedrijven en Proschoon. We onderzoeken de haalbaarheid van het uitkeren van dividend, waarmee een bezuiniging kan worden gefinancierd. Gegeven de governance van de GRGA en de werkbedrijven moet deze business-case zorgvuldig worden onderzocht. Het eenzijdig vanuit de GRGA opleggen van een maatregel heeft niet onze voorkeur. We willen het bestuur en de raad van commissarissen van de werkbedrijven hierbij betrekken en hun statutaire positie eerbiedigen. We stellen voor een kleine werkgroep te formeren die de volgende vraagstukken gaat onderzoeken: - Is het mogelijk een eenmalige dividenduitkering beschikbaar te stellen uit het resultaat over 2024 van de werkbedrijven en hiermee (een deel van) de taakstelling voor 2026 te financieren? - Is het mogelijk een dividenduitkering beschikbaar te stellen uit de structurele bedrijfsresultaten van de werkbedrijven, waarmee (een deel van) de taakstelling kan worden gefinancierd? Wat betekent dit voor de vermogenspositie en continuïteit van de werkbedrijven? - Is het noodzakelijk om de governance-structuur van de GRGA en de werkbedrijven te herzien? De resultaten van het onderzoek zijn voor 1 juli 2025 beschikbaar.
Kanttekeningen/Effecten Door het benodigde onderzoek is bij de kadernota 2026 nog geen voorstel opgenomen voor de toepassing van een scenario voor 2027 en verder. Pagina 9 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
4.3
Het verlagen van de subsidie van de loonkosten van 100% naar 97% respectievelijk 95%
Voorgestelde maatregel De subsidie van de loonkosten van deelnemers wordt verlaagd van 100% naar 97% respectievelijk 95% en Probedrijven gaat 3% respectievelijk 5% bijdragen in de loonkosten van deelnemers. De bijdrage moet door Probedrijven worden gefinancierd uit de bedrijfsresultaten en eventueel de reserves. Probedrijven zorgt voor passend werk voor de werknemers van de GRGA. Met de opbrengst van dat werk (toegevoegde waarde) bekostigen zij hun bedrijfsvoering en is vermogen opgebouwd en wordt jaarlijks een sociaal dividend beschikbaar gesteld aan de gemeenten. We onderzoeken de haalbaarheid van het verlagen van de subsidie, waarmee een bezuiniging kan worden gefinancierd. Gegeven de governance van de GRGA en het werkbedrijf moet deze business-case zorgvuldig worden onderzocht. Het structureel verlagen van bijdragen van gemeenten in de loonkosten zorgt voor een toenemend risico voor de bedrijfsresultaten en de continuïteit van het werkbedrijf. De huidige financiering heeft geresulteerd in een gezond werkbedrijf en aantasting daarvan is daarom ongewenst. Het eenzijdig vanuit de GRGA opleggen van een maatregel heeft niet onze voorkeur. We willen het bestuur en de raad van commissarissen van het werkbedrijf hierbij betrekken en hun statutaire positie eerbiedigen.
We stellen voor een kleine werkgroep te formeren die de volgende vraagstukken gaat onderzoeken: - Is het verantwoord om de taakstelling van 3% respectievelijk 5% te financieren uit de structurele bedrijfsresultaten van het werkbedrijf en/of de reserves? Wat betekent dit voor de vermogenspositie en continuïteit van het werkbedrijf? - Is het noodzakelijk om de governance-structuur van de GRGA en het werkbedrijf te herzien? De resultaten van het onderzoek zijn voor 1 juli 2025 beschikbaar. Kanttekeningen/Effecten De meerjarenbegroting van Probedrijven biedt onvoldoende ruimte voor het realiseren van een hoger bedrijfsresultaat. Met een hoge toegevoegde waarde per deelnemer realiseert Probedrijven winst. De toegevoegde waarde per deelnemer staat door toegenomen multiproblematiek bij de nieuwe instroom onder druk en daalt. Probedrijven heeft te maken met kostenstijgingen, omzetdaling door gebrek aan instroom en de verkoopprijzen voor producten en diensten zijn minder winstgevend. Voor 2026 raamt Probedrijven een winst van € 600.000. Voor duurzame continuïteit van Probedrijven en de werkgelegenheid van onze doelgroep is het een groot risico om de bedrijfsresultaten te belasten met een bijdrage van 3% respectievelijk 5% in de loonkosten van deelnemers. Pagina 10 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Deze maatregel is tegenstrijdig met het landelijke beleid om te investeren in de verbetering van de infrastructuur om sociale werkbedrijven toekomstbestendig te maken. Gemeenten ontvangen vanaf 2025 jaarlijks een impulsbudget van het rijk; juist om de infrastructuur van het sociaal werkbedrijf te versterken. Door het benodigde onderzoek is bij de kadernota 2026 nog geen voorstel opgenomen voor de toepassing van een scenario voor 2027 en verder.
Pagina 11 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
5
Een beter en alternatief scenario: Naar een toekomstbestendige bemiddeling naar de arbeidsmarkt door het bevorderen van in-, door- en uitstroom met een sterk ontwikkelbedrijf.
In dit hoofdstuk 4 van dit document zijn drie maatregelen beschreven en is toegelicht wat de effecten zullen zijn, op het niveau van taken en impact. De reflectie op deze drie maatregelen heeft geleid tot een beter en alternatief scenario. We willen naar een toekomstbestendige bemiddeling naar de arbeidsmarkt door het bevorderen van in-, door- en uitstroom in combinatie met een sterk ontwikkelbedrijf. Waar knelt het? Uitgangspunt is om bezuinigingen door te voeren die een gevolg zijn van kortingen van het Rijk op haar bijdrage aan de gemeenten. Gemeenten voeren vervolgens bezuinigingen door, ook naar de budgetten van de GRGA. We hebben geprobeerd aan te geven welke effecten deze hebben op het behalen van de doelstelling van de GRGA, zijnde het ‘bevorderen van de in-, door- en uitstroom’ naar werk van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. We hebben hierbij te weinig gekeken naar het voor de toekomst bestendig maken van onze uitvoeringsregelingen en de continuïteit van Probedrijven. Dit verdient ook aandacht omdat het Rijk zogenoemde impulsgelden beschikbaar stelt om in 2025 een tienjarenplan te maken om te komen tot toekomstbestendige sociale ontwikkelbedrijven. De huidige constructie van GRGA en Probedrijven kent twee problemen. 1. Onvoldoende instroom van nieuwe medewerkers en mede daardoor het noodgedwongen stabiliseren en zelfs verminderen van het aantal werkopdrachten.
2. Hierdoor wordt de afgesproken taakstelling voor plaatsing van nieuwe medewerkers niet gehaald en komt de exploitatie en het bedrijfsresultaat van Probedrijven onder druk. Op basis van de reflectie en enkele gesprekken met de bestuurder van Probedrijven komen we mede namens Probedrijven met een beter en alternatief scenario.
Pagina 12 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Uitwerking beter en alternatief scenario Kern: werkbedrijven ombouwen naar reguliere werkgevers De kern van het voorstel is om de werkbedrijven om te bouwen naar reguliere werkgevers. De regeling Duurzaam aan het werk met LKS houdt in dat mensen met een gemeentelijke uitkering een dienstverband krijgen bij de GRGA, waarbij de gemeente 100% van de loonkosten vergoed. Zij doet dit door de inzet van een loonkostensubsidie aangevuld met participatiegelden. Een beperkt aantal van deze mensen stroomt uit naar een baan bij een reguliere werkgever. Voor die mensen wordt de gemeentelijke bijdrage verlaagd op basis van de loonwaarde, van 100% naar een percentage gelijk aan het niet-productieve deel. De LKS wordt volledig vergoedt door de Rijksbijdrage. De gemeentelijke bijdrage wordt per werknemer gemiddeld met 45%-50% verminderd De grootste reductie op de uitgaven van de gemeenten voor de GRGA is dus het doen plaatsen van mensen met een uitkering naar een baan bij een regulier bedrijf; dus een verhoging van de plaatsing bij reguliere bedrijven. De huidige situatie is dat de werkbedrijven van Probedrijven N.V. (Post, Groen, Inpakken) geen reguliere bedrijven zijn. Met Proschoon is sinds 2 jaar een andere situatie tot stand gebracht. Proschoon B.V. is wel een “regulier” bedrijf door de verzelfstandiging tot een afzonderlijke B.V., vallend onder de CAO schoonmaak.
De gemeenten/GRGA zijn de enig aandeelhouder van deze B.V.. De bestuurder van Proschoon heeft toegezegd ongeveer 20 werknemers Duurzaam over te nemen van de GRGA en te plaatsen in een dienstverband rechtstreeks bij Proschoon. Voor hen betalen de gemeenten voortaan alleen LKS, het overige deel van de loonkosten wordt voortaan betaald uit de exploitatie van de B.V.. Deze ervaring staat aan de basis van het nieuwe, betere en alternatieve scenario. De belangrijkste aandachtspunten zijn: 1. Werkmaatschappijen Progroen&Milieu en Probezorgt worden B.V.'s. In dit scenario wordt de huidige structuur van Probedrijven N.V. en die van de GRGA, gewijzigd. De werkmaatschappijen Progroen&Milieu en Probezorgt worden aparte B.V.'s met toepassing van de bij de werksoort toepasselijke CAO. Zij worden daarmee reguliere bedrijven. De werknemers blijven zeker van hun baan en stromen uit naar een bedrijf dat voor de financiering en rechtspositie gezien kan worden als regulier.
Pagina 13 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
De GRGA wordt ongedeeld aandeelhouder van deze nieuwe B.V.'s, naar analogie van Proschoon B.V.. Het heeft de sterke voorkeur om deze aparte entiteiten onder de GRGA te organiseren, zodat deze sociale ondernemingen dan onder invloed en toezicht blijven van de gemeenten. 2. Meer instroom door verbetering imago Voor deelnemers aan de regeling Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie geldt, dat zij net als bij Proschoon in een veilige werkomgeving kunnen blijven werken. Ook krijgt het werk een meer bedrijfsmatige uitstraling in plaats van het oude imago van sociale werkplaats, waardoor de instroom kan worden vergroot. 3. Proverpakken&Ontwikkelen blijft onderdeel van Probedrijven N.V. Proverpakken&Ontwikkelen blijft onderdeel van Probedrijven N.V. omdat daar veelal Beschut werkenden worden geplaatst. 4. Probedrijven N.V. wordt een holding Probedrijven N.V. wordt een holding welke naast de uitvoering van WSW, Beschut Werk, en Duurzaam met LKS centrale diensten verleent -tegen betaling- aan de B.V.'s . Voor de N.V. betekent dit scenario dat het zich meer zal toeleggen op in-, door- en uitstroom en ontwikkeling van medewerkers, wat in de komende jaren meer nadruk zal krijgen. Ook vanwege de toenemende aandacht voor een betere aansluiting en ondersteuning naar werk op de arbeidsmarkt. Het aanbod van assessment en jobcoaching zal vergroot worden.
Daarnaast zal de uitvoering van Beschut Werk (en de daarmee samenhangende regeling) bij Probedrijven ondergebracht blijven (Proverpakken), evenals de andere in mandaat uitgevoerde regelingen WSW en Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie. Uitstroom naar het reguliere bedrijfsleven zoals de nieuwe B.V.'s wordt versterkt. 5. Sturing Duurzaam aan het werk met LKS in grotere mate door samenwerkende partners De sturing door partners Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie zal in grotere mate door samenwerkende partners worden gecoördineerd, zoals WSP (Werkcentrum), consulenten deelnemende gemeenten, UWV, en jobcoaches Probedrijven. Hiermee wordt de uitstroom bevorderd. De wijze waarop dit optimaal kan worden georganiseerd zal onderdeel uitmaken van het onderzoek. 6. Inbesteden en aanbesteden onder voorbehoud Zolang het werk uitgevoerd blijft door een werknemersbestand dat voor tenminste 80% uit de doelgroep van de GRGA bestaat, blijft inbesteden door de gemeenten mogelijk. Mocht een B.V. door een te lage instroom vanuit de doelgroep, behoefte hebben aan personeel uit een andere bron, dan kan zij een sociale onderneming zijn volgens artikel 2.82 van de aanbestedingswet (30% van het personeel moet bestaan uit onze doelgroep).
Pagina 14 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Dan kunnen gemeenten aanbesteden met een “voorbehouden opdracht”, voorbehouden aan bedrijven die voldoen aan artikel 2.82. 7. Financiële aandachtspunten De gemeentelijke bijdragen aan de GRGA worden hiermee verlaagd. De huidige bedrijfswinst van de N.V., mede opgebouwd met de bedrijfswinsten van de werkmaatschappijen, wordt sterk afgeroomd. De bedrijfswinsten van de B.V.’s worden zoveel mogelijk gebruikt om mensen van de doelgroep vanuit de GRGA te laten instromen in de B.V.. Het gaat om mensen die in aanmerking komen voor de regeling Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie. Op dit moment komen veel mensen via deze regeling via Probedrijven in een ontwikkeltraject en werken meerdere jaren bij Probedrijven. Dat gaat om iets minder dan 1/3 van de instroom. Verder vinden via Probedrijven 1/3 binnen twee tot drie jaar hun weg naar de arbeidsmarkt. Daarnaast stroomt 1/3 uit de regeling. Hoewel de kosten voor de baten uitgaan, kunnen we aannemen dat het om significante en structurele inverdieneffecten gaat die de gewenste verlaging van de gemeentelijke bijdragen van 3-5% zullen overschrijden op basis van de taakstellingen (realisatie van banen) in de kadernota.
Jaar 2026 2027 2028 2029 Aantallen fte 103 123 143 163 Besparing gemeenten x €1 mln1 1,1 1,35 1,55 1,75 1*) Het voordeel van dit scenario is dat de bezuinigingen de inwoners die deelnemen aan de regelingen en het bedrijf dat de regelingen uitvoert, meer mogelijkheden biedt respectievelijk toekomstbestendig maakt en niet hoeft te leiden tot verschraling en afbraak van de bestaande goed functionerende infrastructuur. Dat zal vrijwel zeker wel het geval zijn indien harde bezuinigingen worden doorgevoerd. Dit scenario (bevorderen van in-, door- en uitstroom) kan indien uit de uitwerking blijkt dat het haalbaar is, een toekomstbestendige oplossing zijn voor het bieden van werk aan onze doelgroep. 1*) De bedragen zijn berekend op basis van de loonkosten per fte in de kadernota 2026. We hebben aangenomen dat de besparing 50% is op basis van de inzichten bij de GRGA van de verstrekte loonkostensubsidies van de deelnemers die met loonkostensubsidie werkzaam zijn bij de Marine. De besparing per fte is afgezet tegen het aantal fte dat in de kadernota is opgenomen. Daarbij is voorzichtigheidshalve het aantal deelnemers dat in een externe entiteit buiten Probedrijven via de regeling Duurzaam aan het werk met Loonkostensubsidie werkt, gesteld op 50%.
Daarbij dient de opmerking te worden gemaakt dat de verzelfstandiging in 2026 nog niet heeft plaatsgevonden, vanwege het uitwerken van het plan (2025) , besluitvorming door de aandeelhoudende gemeenten en de implementatie (2026).
Pagina 15 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Mogelijke nadelen en risico’s Evenals indertijd bij de totstandkoming van Proschoon B.V., dienen de haalbaarheid en de organisatorische, financiële, belastingtechnische en juridische consequenties nader te worden uitgewerkt. Dit scenario gaat er van uit dat de nieuwe organisatievorm zal voldoen aan de juridische en belastingtechnische voorwaarden. Dit moet nog nader worden uitgezocht waarbij het risico bestaat dat onderdelen onhaalbaar zijn en het scenario moet worden verworpen. Dat zal medio 2026 duidelijk moeten zijn, opdat eventueel noodzakelijke maatregelen kunnen worden genomen om de gemeentelijke bijdragen voor 2027 en verder, alsnog op andere wijze te kunnen verlagen. Een nadeel van dit scenario is dat het veel personele inzet zal vergen om de transitie gedegen te realiseren. Voor de te verwachten kosten van extra personele inzet en die van externe adviseurs lijkt een beroep te kunnen worden gedaan op de impulsgelden van het kabinet. Deze gelden zijn toegezegd door het vorige kabinet (minister Schouten). Het risico bestaat dat de nieuwe minister deze toezegging niet gestand zal kunnen doen. Een ander nadeel is dat de verlaging van de gemeentelijke bijdrage pas geëffectueerd kan worden als de transitie van de werkbedrijven naar de B.V.-vorm is gerealiseerd.
Geschat wordt dat deze transitie 18 tot maximaal 24 maanden zal vergen dus vanaf het jaar 2027 het gewenste effect zal kunnen krijgen. Om -indien gewenst- al in 2026 de gemeentelijke bijdrage met 3% te kunnen verlagen kan een beroep worden gedaan op een dividend (€ 660.000) uit de positieve exploitatie 2024 van Probedrijven. Een risico is dat de nieuwe B.V.-constructie de concurrentiepositie van de bedrijven zal schaden. Dit is bij Proschoon niet gebleken, integendeel, die is verbeterd gezien de bedrijfsresultaten dit jaar. Bestuursopdracht Voorstel is om het bestuur van de GRGA, in samenspraak met (de RvC van) Probedrijven, een gezamenlijke opdrachtformulering te doen opstellen aan de secretaris GRGA en de bestuurder van Probedrijven, om dit scenario op hoofdpunten en haalbaarheid uit te werken. Bij een verdere uitwerking kan een beroep worden gedaan op het landelijke ondersteuningsteam dat helpt bij de transitie van gemeenten en sociale werkbedrijven en het maken van een plan daartoe. Het contact met dit team is inmiddels al gelegd. Voor de bekostiging van eventuele verdere inhuur van externe deskundigen kan een beroep worden gedaan op de impulsgelden, die het Rijk medio 2025 ter beschikking van de gemeenten stelt. Een uitgewerkt voorstel dient te worden gepresenteerd aan bestuur en RvC uiterlijk 1 september 2025.
Pagina 16 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
6
Advies
Op basis van de inventarisatie van de mogelijke maatregelen en de gevolgen en reflectie daarop is zorgvuldigheid van groot belang. We zien in het alternatieve scenario, dat uitgebreid is beschreven in hoofdstuk 5, een goede aanzet. We willen komen tot een toekomstbestendige bemiddeling naar de arbeidsmarkt door het bevorderen van in-, door- en uitstroom in combinatie met een sterk ontwikkelbedrijf. We zien kansen, maar er is ook tijd nodig om dit scenario verder uit te werken. We adviseren in samenspraak met (de RvC van) Probedrijven een bestuursopdracht te geven aan de secretaris GRGA en de bestuurder van Probedrijven om dit scenario op hoofdpunten en haalbaarheid uit te werken. Een uitgewerkt voorstel dient te worden gepresenteerd aan bestuur en RvC uiterlijk 1 september 2025.
Pagina 17 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Bijlage 1 Berekening bezuiniging scenario 4.1 We hebben de begroting Duurzaam met LKS voor 2026 doorgerekend op het actuele aantal deelnemers per 1-10-2024 en dit afgezet tegen de berekening in de kadernota 2026. Duurzaam met LKS Aantal deelnemers x fte gemiddeld
Den Helder Hollands Kroon Schagen Totaal aantal deelnemers
Actualisatie
Kader nota
2026 39 23 18 80
2026 57 23 23 103
De afgelopen jaren is de instroom in Den Helder en Schagen achtergebleven bij de ambitie. De doorrekening komt neer op een verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 908.000 (23 deelnemers). Dit is een verlaging van de gemeentelijke bijdrage met 3,9%. (bedragen x € 1.000)
Scenario 4.1
Kader nota
Verschil
Begrotingsjaren
2026
2026
Stand primaire begroting 2025
22.209
22.209
0
Wijzigingen nadien (met AB besluit) Autonome ontwikkelingen: - Ontwikkeling aantal deelnemers - Indexatie loonkosten regietafel - Besparing kosten collectief vervoer - Stijging kosten accountant, control en beleid - Indexatie overige kosten regietafel
0
0
0
-400 1.599 -142 15 27
506 1.601 -142 15 27
-906 -2 0 0 0
Totaal lasten
23.308
24.216
-908
Subsidie gemeente WSW Subsidie gemeente WSW Begeleid werken Subsidie gemeente Beschut Werk Subsidie gemeente Duurzaam met LKS Marine Duurzaam met LKS
12.937
12.937
0
1.593 4.698
1.593 4.698
0 0
3.153 927
4.061 927
-908 0
Totaal baten: dekkingsmiddelen
23.308
24.216
-908
Pagina 18 van 19
Scenario’s regietafel structurele bezuiniging van 3% en 5%
Bijlage 2 Overige perspectieven ter overweging In dit hoofdstuk zijn twee aanvullende perspectieven opgenomen die in overweging kunnen worden genomen bij de twee eerder geschetste scenario’s. a. Verdiscontering ruimte rijks financiering WSW en begeleidingskosten Beschut Werk Voorgestelde maatregel In de financiering van het rijk voor de WSW ontstaat vanaf 2026 een overschot van € 767.000 ten opzichte van de gemeentelijke financiering van de GRGA. Voor de jaren 2027, 2028 en 2029 bedraagt het overschot respectievelijk: € 1.143.000, € 1.449.000 en € 1.735.000. Dit overschot heeft de GRGA niet nodig voor haar financiering. Het subsidiebedrag voor de WSW blijft gelijk. Dit betekent dat er in de gemeentelijke financiën zelf extra ruimte gaat ontstaan. Daarnaast is een overschot in de begeleidingskosten Beschut Werk ontstaan. Gemeenten betalen een lagere bijdrage voor begeleidingskosten door aan de GRGA. De GRGA betaalt dit bedrag door aan Probedrijven voor de begeleiding van de medewerkers. De rijksbijdrage voor 2024 voor begeleidingskosten Beschut Werk bedraagt € 11.300 per SE. De bijdrage aan de GRGA bedraagt in 2024 € 8.500. In de begroting wordt hiermee een besparing gerealiseerd van € 319.200 (114 medewerkers x € 2.800 = € 319.200). Kanttekeningen/Effecten Deze bovengenoemde besparingen zijn begrotingstechnisch bezien geen besparingen voor de GRGA.
Want de GRGA ontvangt haar financiering van de gemeenten ongeacht het precieze subsidiebedrag dat door het rijk is vastgesteld. Maar deze ontwikkelingen betekenen wel dat de gemeentelijke bijdragen die aanvullend aan de rijksbijdragen nodig zijn in de orde van € 1 miljoen lager uit gaan vallen. Voor de drie gemeenten samen betekent dit dus wel dat de komende jaren er € 1 miljoen meer financiële ruimte in het sociaal domein gaat ontstaan. b. Handhaven van de ambitie van het aantal deelnemers bij GRGA. Voorgestelde maatregel In de periode 2026-2029 is een toename van het aantal deelnemers geraamd van 40 deelnemers in de regeling LKS. Het handhaven van de ambities leidt tot een verdere groei van de maatschappelijke meerwaarde en het sociaal rendement per deelnemer. Het realiseren van een werkplek met LKS levert per deelnemer een incentive (sociaal rendement) op. Volgens Capel Advies bedraagt het sociaal rendement € 5.000 per deelnemer. Kantekeningen/Effecten Het handhaven van de ambitie over het aantal deelnemers bij de GRGA heeft twee positieve financiële effecten: - Voor de gemeentelijke begroting leidt dit tot een besparing op de maatschappelijke hulp zoals WMO. - Een toename van het aantal deelnemers heeft een positief effect op het bedrijfsresultaat en continuïteit van Probedrijven. Pagina 19 van 19