CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-02-126 Facetbestemmingsplan Balgzand Veiligheidscontour - Zienswijzennota.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 7 april 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 6: Voorstel tot het vaststellen van het facetbestemmingsplan Veiligheidscontour Balgzand.2.219 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzenota Facetbestemmingsplan veiligheidscontour Balgzand In relatie tot het ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen ingediend door: 1. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) 2. Rijkvastgoedbedrijf, namens staatssecretaris van Defensie (Defensie) 3. Bewoner Rijksweg 24 Den Helder De zienswijzen zijn hierna samengevat en van een antwoord voorzien.

Hoogheemraadschap 1. Er is geen vooroverleg gevoerd, dit is een gemiste kans. Op 4 oktober is het voorontwerp verstuurd naar de vooroverlegpartners, waaronder het Hoogheemraadschap. 2. De rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) wordt onevenredig benadeeld. De ontwikkelruimte wordt beperkt en/of is onzeker. Reactie De vigerende planologische regelingen worden met het onderhavige plan partieel herzien. In aanvulling op de huidige regelingen is bepaald dat risicobronnen niet bij recht mogen worden gerealiseerd of uitgebreid. Voor dergelijke gevallen is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Voor het begrip risicobron is de volgende definitie opgenomen: een bron zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); In een toelichting op de zienswijze is aangegeven dat HHNK verwacht de komende jaren de WKK-installatie te vervangen door een groengasinstallatie. Biogas kan dan worden opgewaardeerd tot het niveau van aardgas en op het net worden ingevoerd. Deze activiteit zal getoetst worden aan de vigerende beheersverordening. Het voorliggende plan verandert dat niet. In het geval dat sprake is van een risicobron, zijn de regels van het facetbestemmignsplan relevant. Een dergelijke risicobron kan bij afwijking worden

toegestaan, mits er sprake is van functionele binding. De definitie van functionele binding is als volgt: een directe of indirecte relatie met energie, offshore, het belang van nationale veiligheid en/of luchthaven, of met het plangebied; De voorgenomen activiteit past binnen de gegeven definitie. 3. In relatie tot de waterveiligheid is onvoldoende aandacht besteed aan de aanwezige primaire en regionale waterkeringen. In artikel 4 is een voorrangsregel opgenomen waarin is bepaald dat het facetbestemmingsplan voorgaat. Standpunt is dat een waterkering voorrang zou moeten hebben. Reactie Het facetbestemmingsplan regelt de mogelijkheid om functioneel gebonden kwetsbare objecten te faciliteren binnen het gebied. In casu betreft dit het aanwezige legeringsgebouw. Voort worden regels gesteld voor de aanwezigheid en vestiging van risicobronnen. Bij eventuele strijdigheden met onderliggende regels prevaleert inderdaad het facetbestemmingsplan. In de zienswijze is niet aangegeven hoe deze regeling de belangen van de primaire waterkering raakt. Niet is gebleken dat het facetbestemmingsplan inbreuk maakt op de bescherming van de primaire waterkering. In de zienswijze wordt gevraagd of de uitbreiding van de contour in oostelijke richting wel wenselijk is in relatie tot de waterkering.

Door de verschillende aanduidingen die in het plan zijn opgenomen, wordt een uitbreiding van de gasbehandelinstallatie niet gefaciliteerd. Met name door het ontbreken van ruimte aan de zuidzijde is uitbreiding niet mogelijk. Voor de begrenzing aan de oostzijde is gekozen om aan te sluiten bij de ligging van de PR10-8 contour. Naar aanleiding van de zienswijze is gekozen om dit terug te brengen tot de PR10-6 contour met een beperkte bandbreedte van 10 meter voor relatief ondergeschikte wijzigingen van de contour door bijvoorbeeld een gewijzigde rekensystematiek. Op deze manier valt een kleiner deel van de waterkering binnen het gebied en is aangesloten bij de aanwezige PR10-6 contour van de gasbehandelinstallatie. Verder is een logische geografische begrenzing bepaald voor de veiligheidscontour. Buiten de PR10-6 contour van de gasbehandelinstallatie betreft dit gezien de functionele samenhang vooral het vliegveld. Het zuidelijk deel van de RWZI ligt voor een klein deel binnen de PR10-6 contour. Om die reden is het RWZI terrein bij de veiligheidscontour betrokken. Het perceel begrenst de bebouwde industriefuncties aan de noordzijde van industrieterrein Oostoever en

vormt daarmee een logische begrenzing. Voorts is op het terrein een risicobron aanwezig. 4. Bij toename van verharding kunnen compenserende maatregelen nodig zijn. Het is de vraag of extra uitbreidingsmogelijkheden van de NAM kunnen c.q. wenselijk zijn. Reactie Het facetbestemmingsplan introduceert geen nieuwe bebouwingsmogelijkheden. Extra verharding op basis van het onderhavige bestemmingsplan zijn dan ook niet aan de orde. 5. Er worden diverse projecten voorzien in de toekomst. Het is wenselijk om dijkversterkingsprojecten te benoemen en dat het mogelijk blijft om de dijk te versterken/verbreden/verleggen, ongeachte de nieuwe contour. Voor het project Natte Infrastructuur Noordkop, waarbij een ecologische verbindingszone met zoet-zout overgang tussen Waddenzee en het IJsselmeer wordt gerealiseerd. Ingrepen in het spuikanaal van het Balgzandkanaal zijn mogelijk nodig. Mogelijke beperkingen uit dit bestemmingsplan kunnen negatieve effecten hebben op dit project. Reactie Uit de zienswijze en nader informeel overleg is niet gebleken dat het facetbestemmingsplan deze ontwikkelingen beperkt ten opzichte van de huidige planologische situatie. De ontwikkelingen zullen in de toekomst getoetst worden aan de regels en op hun eigen merites beoordeeld worden.

Rijksvastgoedbedrijf Op 24 januari is een pro forma zienswijze ingediend, met het verzoek om uiterlijk twee weken later de zienswijze aan te vullen. De zienswijze is aangevuld en heeft 12 februari 2024 als dagtekening. 1. Convenant In de zienswijze wordt gesteld dat een convenant moet worden afgesloten voordat tot vaststelling van bestemmingsplan en het besluit veiligheidscontour kan worden overgegaan. Op pagina 33 en 34 van Bijlage 2 Onderzoek externe veiligheid en elementen verantwoording groepsrisico veiligheidscontour Balgzand - Deel 2 worden drie inhoudelijke punten genoemd voor het op te stellen convenant.

(Toelichting BP) Verantwoordingsplicht groepsrisico

Het bevoegd gezag (gemeente Den Helder) heeft conform artikel 13 van het Bevi de verplichting het groepsrisico ten gevolge van de GBI te verantwoorden. In dit proces is een afweging gemaakt hoe om te gaan met de aanwezige risico's. Daaruit blijkt onder andere dat de bestaande bebouwing (legeringsgebouw) voldoende bescherming biedt voor de daarin aanwezige personen. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord zal overigens nog aanvullend adviseren over betreffende de voorzieningen voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid. In samenwerking met de stakeholders is binnen de veiligheidscontour een interne zonering vastgesteld om zodoende het beschermingsniveau binnen de veiligheidscontour planologisch te organiseren. Daarnaast worden mogelijk aanvullende maatregelen vastgelegd in een convenant met de betreffende stakeholders (zoals de NAM en Defensie). Het convenant wordt verder vormgegeven bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Met de uitvoering van het convenant is het groepsrisico voldoende verantwoord. Reactie In de aangehaalde bijlage staat het volgende beschreven De implementatie van de Veiligheidscontour is een planologisch-juridisch instrument. Het is niet mogelijk om door vaststelling van de veiligheidscontour aanvullende bouwkundige eisen te stellen aan nieuwbouw binnen de veiligheidscontour.

Om deze reden heeft de stuurgroep aangegeven te willen kijken naar mogelijkheden om door het opstellen van convenant gezamenlijk afspraken te maken over eventuele aanvullende preventieve veiligheidsmaatregelen in het gebied. Hierbij wordt gedacht aan de volgende maatregelen: • brandveiligheidsrapport legeringsgebouw; • ontvluchtingsplan opzetten; • borging afspraken tussen Veiligheidsregio NHN, NAM en defensie bij crisis.

De lopende gesprekken zijn na de bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan voortgezet. Dit heeft geresulteerd tot een afspraak tussen NAM en Defensie welke een extra beheersmaatregel borgen. Defensie kan in eigen beheer extra maatregelen aan het dak treffen, waardoor het gebouw bij een incident beter/langer beschermd is tegen hittestraling. Partijen ervaren de gezamenlijke zorgplicht om in relatie tot de veiligheid elkaar nu en in de toekomst te informeren over relevante ontwikkelingen en wijzigingen. Om die reden zijn zij een overeenkomst met elkaar aangegaan, waarin afspraken zijn gemaakt omtrent de vorm en het proces. In het ontwerpbestemmingsplan is een bijzondere status gegeven aan een risicobron voor energievoorziening van nationaal belang. Uit de gesprekken is gebleken dat dit niet wenselijk en dat voor een dergelijke risicobron de regels hetzelfde moeten zijn als voor andere

risicobronnen. Om die reden komt artikel 3.2 sub c ter vervallen. Bestemmingsplan Barro Overeenkomstig artikel 2.6.3 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) mag een bestemmingsplan geen regels bevatten die een militair terrein minder geschikt maken voor de bedoelde defensietaak. Het onderhavige bestemmingsplan verbiedt dergelijke belemmeringen niet. Voorgesteld wordt om aan artikel 3.2 onder a de volgende bepaling op te nemen: 7. de risicobron geen belemmering vormt, of kan vormen, voor de functionele bruikbaarheid van de militaire luchthaven. Een verwijzing naar dit onderdeel dient tevens te worden opgenomen onder 3.2 sub b. Reactie Onder a zijn enkele voorwaarden benoemd, waaraan voldaan moet worden voordat gebruikgemaakt wordt van de afwijkingsbevoegdheid. Eé van de voorwaarden is dat advies wordt ingewonnen bij het Ministerie van Defensie. Daarmee is het belang in eerste instantie geborgd. Er bestaat geen bezwaar tegen om de extra voorgestelde voorwaarde te verwerken, met dien verstanden dat er geen onevenredige belemmering mag ontstaan. De voorgestelde regeling zal worden opgenomen in artikel 3.2 sub a en sub b.

Munitieopslag MVKK in de risicoberekeningen In bijlagen 12.38 en 13 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro), behorend bij artikel 2.1, elfde lid, van de Rarro, is MVKK als munitieopslagplaats met veiligheidszone aangewezen. In bijlage 2 bij de plantoelichting, getiteld "Onderzoek externe veiligheid en elementen verantwoording groepsrisico veiligheidscontour Balgzand, Deel 2", worden in paragraaf 3.2.2. in Tabel 1 Overzicht Risicobronnen (pg. 13), verschillende risicobronnen beschreven. In deze tabel wordt MVKK echter niet genoemd, wat de suggestie wekt dat MVKK niet is meegenomen in de risicoberekeningen. Als MVKK niet is meegenomen in de risicoberekeningen, verzoek ik u dat alsnog te doen. Reactie Het groepsrisico wordt per risicobron afzonderlijk berekend. Voor de berekening bij de gasbehandelinstallatie is dan ook geen sprake van cumulatie. Voorts is de munitieopslag

geen risicobron als bedoeld in het Bevi. In hoofdstuk 5, 5.2, Toelichting op de Regels (pg. 23), onder "3.2 Aanvullende bepalingen" staat een dubbele ontkenning; één van dikgedrukte woorden van onderstaande zin kan weggelaten worden: Een bijzondere voorwaarde is opgenomen in sub a, onderdeel 6. Daarin is bepaald dat de afwijkingsbevoegdheid niet kan worden toegepast voor een risicobron die zich niet bevindt binnen de aanduiding 'overige zone - bedrijfsvoering NAM'. Reactie: De toelichting wordt op dit onderdeel aangepast. - In hoofdstuk 5, 5.2, Toelichting op de regels (pg. 24), onder "3.2 Aanvullende bepalingen", wordt tweemaal verwezen naar 'onderdeel 5'. Hier moet worden verwezen naar onderdeel 6: Sub b geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om af te wijken van de voorwaarde in sub a onderdeel 5. Reactie: De toelichting wordt op dit onderdeel aangepast.

Rijksweg 24 Op 30 januari 2024 ontvingen wij de zienswijze met dagtekening 29 januari. 1. Bestemmingsplan Luchthaven 2013 herstellen Reactie: Met het onderhavige facetbestemmingsplan wordt ten aanzien van de veiligheidscontouren een actueel planologisch kader vastgesteld. 2. 10-6, Bevi 1 of NAM GBI contour Uit persoonlijke gesprekken met de indiener is gebleken dat vraagtekens worden gesteld bij de verschillende benamingen. Reactie: Het bestemmingsplan ‘Luchthaven 2013’ kende de gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone – bevi – 1’ en ‘veiligheidszone – bevi – 2’. Deze benamingen komen niet terug in het voorliggende plan. Op het perceel van de indiener zijn twee gebiedsaanduidingen van toepassing, te weten 'overige zone - veiligheidscontour' en 'overige zone - NAM GBI-contour'.

De gebiedsaanduiding 'overige zone - NAM GBI-contour' is afgeleid van de PR10-6 contour van de gasbehandelinstallatie. 3. Binnen de veiligheidscontour kunnen de daar gevestigde bedrijven, NAM, Defensie, Airport Den Helder, alles doen, als het maar gerelateerd is, aan wat ze doen. Denk aan energietransitie of uitbreiding vliegbewegingen, vliegen met drone's of nieuwbouw, verbouw. Reactie: Het facetbestemmingsplan heeft een aanvullende werking op de vigerende planologische regelingen. De toegekende functies en bestaande beperkingen op basis van deze regelingen blijven van kracht. 4. Buiten de veiligheidscontour heeft iedereen weer vrij spel. Reactie: Buiten de veiligheidscontour zijn de daar vigerende planologische regelingen bepalend voor wat wel en niet is toegestaan. 5. Wij zitten al jarenlang opgescheept met 10-6 Wat mag er nog wel op Rijksweg 24? Reactie: Het gebruik en de bouwmogelijkheden voor dit perceel zijn bepaald in het bestemmingsplan ‘Luchthaven 2013’. Deze regels blijven onverminderd van kracht. 6. Alleen mogelijke uitbreiding voor bedrijven met een functionele binding Reactie: Het onderhavige facetbestemmingsplan regelt de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de veiligheidscontour. Indien sprake is van functionele binding zijn de mogelijkheden verruimd. Plannen voor bedrijfsuitbreiding worden getoetst aan de vigerende planologische regelingen. 7.

Zoals benoemd in het Q.R.A. Rapport NAM is Rijksweg 24 een beperkt kwetsbaar object. (pagina 53). De NAM veroorzaakt een te hoog risico, dit risico wordt beoordeeld met een richtwaarde en aan deze richtwaarde wordt niet voldaan! Het plaatsgebonden risico moet dus verlaagd worden. Reactie: De aanwezigheid van de gasbehandelinstallatie wordt niet met dit plan geïntroduceerd. Er is sprake van een bestaande situatie. De aanwezigheid van één woning beperkt de PR10-6

contour niet. Vanuit dat opzicht bestaat er dan ook geen noodzaak om deze contour te verkleinen. 8. Waarom is er bij het maken van het Rapport Royal Has Koning D.H.V geen contact geweest met Rijksweg 24? Reactie: Door veranderde regelgeving en de aanwezigheid van een kwetsbaar object is een saneringssituatie ontstaan. Deze situatie wordt nu opgeven door de veiligheidscontour. De directe belanghebbenden bij deze situatie zijn betrokken bij de totstandkoming van het plan en aanvullende afspraken. Voor overige belanghebbende in het gebied is de wettelijk voorgeschreven bekendmaking gevolgd en de daarmee samenhangende mogelijkheid om zienswijze kenbaar te maken. 9. Wij hebben al sinds 1993 last van Laag Frequent geluid, veroorzaakt door de NAM installaties op Oostoever. Reactie: Het facetbestemmingsplan wijzigt de toegestane functie niet. Er s sprake van een bestaande situatie. 10. Wat mag diegene, die Rijksweg 24 van mij koopt nog wel? Reactie: Hier is geen sprake van een directe zienswijze op facetbestemmingsplan. Voor de beantwoording van deze vraag van algemene aard wordt verwezen naar de vigerende planologische regelingen, waarin is bepaald welk gebruik is toegestaan en wat de bijbehorende bouwmogelijkheden zijn.

AMBSTHALVE -

De QRA is geupdate naar de meest recente rekenversie. (Safeti-NL 9.2).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2228/documents/24272