20240306 Startnotitie Energievisie 2.2.pdf
Tekst van het document
Startnotitie Energievisie Den Helder Bron van de opdracht: Bestuurlijk opdrachtgever: Ambtelijk opdrachtgever: Ambtelijk opdrachtnemer: Projectleider:
Coalitieakkoord 2022-2026 College van B&W (bestuurlijk trekker: Peter van Diepen) Job Worm Kathy Boomstra Jeroen Daey Ouwens
1. Gevraagd besluit De raad wordt voorgesteld om de Startnotitie Energievisie Den Helder met bijbehorend kader vast te stellen.
2. Inleiding Deze startnotitie beschrijft het proces om te komen tot een breed gedragen Energievisie die bestaat uit een afwegingskader voor de energietransitie, bouwstenen en transitiescenario’s. De raad wordt betrokken bij de beeldvorming van deze opgave.
2.1 Vanuit Coalitieakkoord Het Coalitieakkoord vermeldt dat de gemeente de komende jaren voor grote duurzaamheidsvraagstukken staat. Zo heeft de gemeente als doel om in 2030 de CO2 uitstoot met 60% te verminderen en om in 2040 geheel energieneutraal te zijn. Voorts wordt vermeld dat de landelijke overheid niet alleen tot oplossingen kan komen in de opgave van de energietransitie. Ten slotte wordt vermeld dat de komende jaren wordt ingezet op het onderzoeken van de haalbaarheid van verscheidene technieken om alternatieve energie op te wekken.
2.2 Aanleiding Ter verduurzaming van de stad en de bedrijventerreinen wordt in en rond Den Helder een aantal energie-initiatieven verkend. Dit betreft onder meer een Small Modular Reactor (SMR), uitbreiding van het aantal zonneparken, batterijopslag, waterstofproductie en grootschalige vergisting. Bovendien zijn er initiatieven op rijksniveau zoals het Programma Verbindingen Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) en eventuele aanvullende 380 kV-verbindingen. Deze en andere grootschalige ontwikkelingen kunnen op gemeentelijk niveau zowel positieve als negatieve gevolgen hebben. Zo kan een toename van alternatieve energiebronnen zorgen voor meer werkgelegenheid, leveringszekerheid en een aantrekkelijker vestigingsklimaat maar leggen zij ook een beslag op de schaarse ruimte binnen de gemeente en zijn er mogelijke negatieve effecten op de leefomgeving (geluidsoverlast, emissies, verkeerstoename, veiligheid et cetera). Aangezien er grenzen zijn aan de beschikbaarheid van ruimte en infrastructuur en functies met elkaar kunnen concurreren dienen er voor de toekomstige energievoorziening bepaalde keuzes gemaakt te worden. Een afwegingskader voor de energietransitie kan hierbij behulpzaam zijn.
2.3 Doelstelling Het doel van een Energievisie is te komen tot de meest wenselijke transitiescenario’s. Met wenselijk wordt bedoeld een energietransitie die zoveel mogelijk aansluit bij andere gemeentelijke doelstellingen zoals vanuit economie en ruimtelijke kwaliteit. Door bepaalde keuzes te maken kan de gemeente een weloverwogen afweging maken om bijvoorbeeld: • • • •
1
Randvoorwaarden op te leggen aan grootschalige energieprojecten Locaties aan te wijzen waar bepaalde ontwikkelingen kunnen plaatsvinden Bepaalde ontwikkelingen te ondersteunen, bijvoorbeeld met subsidies, subsidieaanvragen of het faciliteren van infrastructuur Een positie in te nemen als (deels) eigenaar (participatie en daarmee zeggenschap).
3. Context Den Helder heeft een relatief hoog energieverbruik. Dit heeft meerdere oorzaken, waaronder een matig geïsoleerde woningvoorraad, beperkte stapelbouw, geen industriële restwarmte, de binnenvaart, TESO en een hoog energieverbruik op de verschillende bedrijventerreinen waaronder de Koninklijke Marine en het vliegveld. De opwek van duurzame energie is beperkt. Het energieverbruik is de laatste vijftien jaar weliswaar fors gedaald maar dit is toe te schrijven aan een daling van het aantal inwoners en een krimpende economie. Het is echter niet de verwachting dat deze trend zich doorzet maar dat er sprake zal zijn van stabilisatie of zelfs enige groei. De relatieve bijdrage van duurzame energie anno 2024 bedraagt ongeveer tien procent die vooral komt door zonnestroom en de (verplichte) inzet van biobrandstoffen in het wegverkeer. In tegenstelling tot andere gemeenten is er niet of nauwelijks een bijdrage van biogas, warmtekoudeopslag en omgevingsenergie zoals warmtepompen. In verband met hoogtebeperkingen ten gevolge van de luchthaven en radar is grootschalige windenergie geen optie. De gemeente bevindt zich dus nog niet op het gewenste transitiepad richting neutraliteit in 2040. Wel is er reeds bovengemiddeld veel zon gerealiseerd, zowel op daken als grondgebonden zonneparken en is er nog een groot zonnepark bij de luchthaven in aanbouw. Ten slotte zijn er o.a.
bij Kooypunt/Kooyhaven nog een aantal (premature) initiatieven in verkenning waaronder een vergistingsinstallatie, een SMR en batterijopslag van elektriciteit.
3.1 Opzet van de Energievisie De gemeentelijke energievisie bestaat uit drie elementen: • • •
Een afwegingskader met indicatoren Bouwstenen voor de toekomstige energievoorziening Transitiescenario’s
Het afwegingskader bevat een aantal indicatoren verdeeld over de thema’s energie, economie en ecologie: •
Energie en broeikasgassen - Bijdrage aan de lokale energievoorziening & leveringszekerheid - Bijdrage aan lokale duurzame energieproductie & minder CO2-uitstoot - Effect op de netbelasting en het voorkomen of verminderen van netcongestie - Realisatietermijn (voor 2035 of erna)
•
Economie en vestigingsklimaat - Directe werkgelegenheid en (nieuwe) banen (spin-off) - Economische uitstraling en (dientengevolge) indirecte banen - Regionale kennis- en technologieontwikkeling en bijdrage aan onderwijs
•
Gezonde en veilige leefomgeving - Beslag op het landoppervlak & ruimte - Veiligheid (risico op brand of calamiteiten) - Draagvlak onder de diverse belanghebbenden - Ecologie - Ruimtelijke kwaliteit (landschap, natuur, klimaatverandering, etc.)
Sommige indicatoren zijn objectief (landgebruik, bijdrage aan de energievoorziening) en andere zijn moeilijker te objectiveren (indirecte werkgelegenheid, veiligheid, draagvlak). De indicatoren worden gewogen en afgezet tegen andere ruimteclaims waardoor er een bepaalde voorkeursvolgorde ontstaat. Vervolgens worden bouwstenen getoetst aan de indicatoren (bepalen wenselijkheid). Bouwstenen zijn grootschalige technieken die vanuit aanbod in betekende mate kunnen bijdragen aan een schone en duurzame energievoorziening voor Den Helder. Dit zijn in oplopend energetisch vermogen: 2
• • • • • •
Batterijopslag Zonnestroom (o.a. zon op grote daken, zon op parkeerterreinen en zonneparken) Grootschalige vergisting Energie uit water SMR Energiehub (o.a. waterstof)
De eerste en laatste bouwstenen zijn anders van aard. Voor batterijopslag geldt dat er geen sprake is van energieproductie en de laatste impliceert dat de gemeente strikt genomen niet energieneutraal wordt maar wel een positie inneemt als grootschalige productie- en distributielocatie (‘hubfunctie’) voor hernieuwbare en koolstofarme energie. Dit is bijvoorbeeld het geval als op grote schaal aardgas of windenergie vanuit de Noordzee wordt geïmporteerd. Feitelijk overstijgt dit de gemeente en de regio maar is voor de volledigheid wel meegenomen. Bovengenoemde bouwstenen worden impliciet aangevuld met (deels) autonome ontwikkelingen van kleinschalige bronnen zoals aardwarmte, zonnewarmte, restwarmte, kleinschalige windturbines en warmtekoudeopslag maar ook energiebesparing. Ten slotte wordt een aantal wenselijke transitiescenario’s opgesteld. Deze scenario’s variëren in aantal en omvang van de meest wenselijke bouwstenen zoals bepaald door het kader. Een wenselijk scenario leidt ten minste tot (zoveel als mogelijk) energieneutraliteit van de gemeente in 2040, maar zal ook bijdragen aan de doelstellingen van de regio, de provincie en het rijk.
4. Relevante wettelijke kaders De gemeentelijke Energievisie vloeit voort uit verschillende internationale en nationale bestuursakkoorden: • • • • •
De Regionale Energiestrategie (regio) Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (provincie) Het Klimaatakkoord (landelijk) Nationaal Plan Energiesysteem Akkoord van Parijs (mondiaal).
Aanvullend aan de wettelijke kaders zijn er enkele niet-bindende ambities waar rekening mee gehouden moet worden zoals verwoord in de systeemstudie van de provincie en de Energievisie van Noord-Holland Noord.
5. Relevante gemeentelijke kaders De relevante eerder vastgestelde gemeentelijke kaders zijn: • • • • • • •
Omgevingsvisie gemeente Den Helder Programma Duurzaamheid Beleidsnota Zonneparken Transitievisie Warmte Maritiem cluster Strategie werklocaties Kop van Noord-Holland Visie op ontwikkeling bedrijventerreinen (in ontwikkeling).
6. Schets van beleidsruimte In de huidige situatie nemen sommige commerciële partijen grondposities in, leggen beslag op de capaciteit van het elektriciteitsnet en vragen vergunningen aan zonder dat van tevoren met de gemeente is afgestemd. Deze situatie is onwenselijk omdat de gemeente in een relatief laat stadium vrijwel geen ruimte meer heeft om bepaalde ontwikkelingen te sturen, zeker in geval de provincie of rijksoverheid het bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning.
3
Bovendien heeft de gemeente zich verbonden aan regionale en landelijke afspraken zoals de Regionale Energiestrategie en het Klimaatakkoord. Het nakomen van deze afspraken beperkt eveneens de bewegingsruimte van de gemeente. Dit wil niet zeggen dat de gemeente niet tot op zekere hoogte een zelfstandig beleid kan voeren ten aanzien van de energietransitie. Door bepaalde keuzes te maken kan de gemeente een weloverwogen afweging maken om bijvoorbeeld: • • • •
Randvoorwaarden op te leggen aan grootschalige energieprojecten Locaties aan te wijzen waar bepaalde ontwikkelingen kunnen plaatsvinden Bepaalde ontwikkelingen te ondersteunen, bijvoorbeeld met subsidies, subsidieaanvragen of het faciliteren van infrastructuur Een positie in te nemen als (deels) eigenaar (participatie en daarmee zeggenschap).
Dit kan geregeld worden via het omgevingsrecht of via het privaatrechtelijk spoor.
7. Procesvoorstel We stellen voor om samen met de gemeenteraad te komen tot een breed gedragen Energievisie. In eerste instantie wordt een beeldvormende avond georganiseerd om de raad te informeren over de stand van zaken en recente ontwikkelingen binnen de energietransitie, en de opzet van het afwegingskader. Vervolgens worden de indicatoren voorgelegd aan de raadsleden en worden voorkeuren en prioriteiten bevraagd middels een enquête. Na de zomer worden de uitkomsten samen met een aantal wenselijke transitiescenario’s voorgelegd aan de raad, gevolgd door definitieve besluitvorming.
8. Planning De planning om te komen tot een Energievisie is als volgt: Startnotitie vaststellen: • 23 april college • 27 mei commissie • 10 juni raad. Beeldvorming met commissie en raad: • 9 september commissie • 10 – 24 september afwegingskader voorleggen aan de raad. Energievisie vaststellen: • 29 oktober college • 11 november commissie • 25 november raad.
4