2024-05-13 GRP - zienswijzennota.pdf
Tekst van het document
Zienswijzennota Geluidreductieplan De ontwerpversie van het geluidreductieplan (GRP) lag tot 2 februari 2024 ter inzage. Er zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn ingediend door. -
Port of Den Helder Ministerie van Defensie
De zienswijzen zijn hierna samengevat en van een antwoord (cursief) voorzien.
Ministerie van Defensie Geluidreductieplan In relatie tot paragraaf 1.1 wordt opgemerkt dat de herziening van de vergunningvoorschriften uit 2012 niet inhoudt dat de basis van de vergunning wordt gewijzigd. De geluidsbelasting zoals vastgelegd in de vergunning van 26 april 2023 blijft de basis. Tijdens de voorbereiding van het GRP is de vergunning voor het marineterrein gewijzigd. De aanleiding bestond uit het feit dat schepen nog geen onderdeel van de vergunning uitmaakten. Destijds zijn wij in contact getreden met de vergunningverlener (ILT). Er is aangegeven dat in een latere fase een volledige herziening van de vergunning plaats zou vinden en dat op dat moment een eventueel overschot aan geluidsruimte herzien zou worden. Dit is verder niet van invloed op het onderhavige GRP. Er wordt gerefereerd aan de “Best Beschikbare Technieken”. Wat wordt hiermee bedoeld en wie bepaalt dat? Het begrip Beste Beschikbare Technieken (BBT) staat voor de meest doeltreffende methoden die technisch en economisch haalbaar zijn, om emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu van een bedrijf te voorkomen. BBT kan in rijksregels staan, zoals algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) zoals het Activiteitenbesluit. BBT moet daarnaast worden opgenomen in omgevingsvergunningen milieu of maatwerkbesluiten in het kader van het Activiteitenbesluit.
De definitie in de Nederlandse wetgeving staat in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 1.1 lid 1, zie rechterkolom). (Bron Wat is BBT en waar staat informatie over technieken en maatregelen? - Kenniscentrum InfoMil) Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu of maatwerk bepaalt het bevoegd gezag of de aanvraag voldoet aan de “Beste Beschikbare Technieken” (BBT). Inmiddels is op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking getreden en is de definitie beschreven in de begrippenlijst van bijlage A van de Omgevingswet. Gesteld wordt dat de focus van het GRP ligt op het binnen vijf jaar terugbrengen van de geluidsbelasting tot onder de grenswaarden. Vervolgens wordt in de zienswijze voorgesteld om te verduidelijken of de mogelijkheid tot uitbreiding hiervan afhankelijk is. Dat zou overeenkomen met het “op slot” zitten van het terrein.
Uit de analyse is niet gebleken dat voldoende winst kan worden behaald met het terugdringen van geluidsemissie bij de maatgevende bedrijven. Het GRP gaat uit van een combinatie met het vaststellen van hogere waarden bij de ontvangende woningen. De uitbreidingsmogelijkheden zullen bepaald worden door geluidsbelasting op geluidgevoelige functies. Dit kan per inrichting verschillen door de afstand tot gevoelige functies en de aanwezige belasting op de gevel. Een groot aantal van de overschrijdingen komt voort uit het feit dat in gevallen geen hogere waarden zijn vastgesteld of een vergunning niet geweigerd is. De ontstane overschrijdingen worden nu afgewenteld op het bedrijventerrein. In het rapport is onterecht niet aangegeven dat gestreefd wordt naar reparatie van deze omissies. Reparatie van de omissies is één van de uitgangspunten van het GRP. In paragraaf 3.1 wordt hierop ingegaan. Het vaststellen van hogere waarden vindt alleen plaats indien blijkt dat een verlaging van de geluidbelasting niet mogelijk is of op zwaarwegende economische en/of andere bezwaren stuit. Aangezien de meeste locaties afwijken van de grenswaarden van aangrenzende panden, lijkt het logisch om hogere waarden vast te stellen. In vervolg op de vaststelling van dit GRP zullen de mogelijkheden nader onderzocht en uitgewerkt worden.
Evenwel wordt onderzocht of in enige mate een reductie kan worden bewerkstelligd, waarmee geluidsruimte wordt bewerkstelligd. In het GRP staat benoemd dat in het voorjaar van 2024 een bestemmingsplanprocedure wordt gestart. Gevraagd wordt in hoeverre bestaand beleid in een nieuwe procedure onder de Omgevingswet kan worden toegepast. In het plan is onvoldoende vooruitgekeken naar de Omgevingswet. De totstandkoming van het geluidreductieplan liep parallel aan de invoering van de Omgevingswet. Na meermaals te zijn uitgesteld, is de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Het is niet meer mogelijk om een nieuw bestemmingsplan voor het gebied vast te stellen. Onder het overgangsrecht kunnen hogere waarden vastgesteld worden. De komende jaren zal de gemeente Den Helder stapsgewijs haar bestemmingsplannen verwerken in het omgevingsplan. Voor de verschillende gezoneerde industrieterreinen zullen geluidproductieplafonds worden vastgesteld. Eventuele hogere waarden zijn van invloed op de het vast te stellen plafond.
Industrieterrein Haven – Nulsituatie In paragraaf 5.1 is aangegeven dat uitgegaan is van de vergunning van 2017. In de zienswijze wordt gesteld dat de vergunning van 3 mei 2012 onverminderd in stand blijft en dat deze mee moet worden genomen in het geluidreductieplan. In 2017 is de actuele geluidssituatie onderzocht. De vergunning uit 2012 ligt hieraan ten grondslag. De vergunning voor het marineterrein is gewijzigd en in paragraaf 5.1.3 wordt dit als een “milieuneutrale omzetting” beschreven. Aangezien het een uitbreiding met de schepen betreft en de overschrijding op de zonegrens daaraan te wijten is, is dit onterecht. De Inspectie Leefomgeving en Transport heeft, als bevoegd gezag, in overleg over dit onderwerp aangegeven dat er op het gebied van geluid sprake is van een milieuneutraleomzetting. Vanwege het confidentiële karakter hebben wij dit niet op basis van dat kunnen verifiëren.
Er wordt onterecht gesteld dat na vaststelling het geluidreductieplan het toetsingskader vormt voor een nieuwe vergunningaanvraag. Gesteld wordt dat getoetst moet worden aan het omgevingsplan. Begin dit jaar is de omgevingswet in werking getreden. Het omgevingsplan vormt nu het toetsingskader. Het geluidreductieplan is aan te merken als een programma onder de omgevingswet. Een programma is zelfbindend, wat betekent dat het bevoegd gezag zich aan de door haar vastgestelde uitgangspunten dient te houden. Er is geen sprake van een directe doorwerking voor derden. Het geluidreductieplan kende geen directe beperkingen voor betrokken inrichtingen. Het voornemen is om alsnog hogere waarden vast te stellen voor locaties waar dit mogelijk is, maatregelen te treffen waar een hogere waarde niet mogelijk of ontoereikend is en bij maatgevende bedrijven een reductie na te streven door BBTmaatregelen. Verder zal IL&T de vergunning actualiseren en wordt de vergunning van 2012 niet verlaten. Ook wordt er niet overgegaan tot een herziening op het thema geluid. Deze aspecten staan onjuist beschreven in deze alinea. Wij baseren ons op hetgeen door IL&T is aangegeven ten tijde van de vergunningprocedure. Er is aangegeven dat bij een nieuw besluit rekening gehouden dient te worden met de representatieve bedrijfssituatie.
De gemeente heeft geen inzicht in de achterliggende data en hoe dit zich verhoudt tot de vergunning uit 2012. In de zienswijze wordt de vraag gesteld of de gemeente verwacht dat maatregelen worden getroffen door de Koninklijke Marine. Het geluidreductieplan gaat ervan uit dat maatregelen bij bestaande inrichtingen ontoereikend zullen zijn. Het plan gaat op dit moment niet uit van concrete maatregelen die door de Koninklijke Marine worden genomen. Zoals hiervoor beschreven bestaat de verwachting dat IL&T in de nabije toekomst de geluidssituatie zal toetsen en dat de vergunning in lijn met de representatieve bedrijfssituatie wordt vastgesteld.
Voorschriften artikel 67 Wet Geluidhinder De Wet geluidhinder schrijft in artikel 67 voor dat een conceptplan aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Het is onduidelijk of dit voor de publicatie is gebeurd. Het plan wordt voordat het door het college wordt vastgesteld aangeboden aan de gemeenteraad (5 juli 2024). De zienswijzen en de onderhavige zienswijzennota worden met het plan aangeboden. De gemeenteraad wordt vervolgens in overeenstemming met de wettelijke bepaling in de gelegenheid gesteld om wensen en/of bedenkingen kenbaar te maken. Het artikel schrijft tevens voor dat het geluidreductieplan het te voeren beleid om de geluidbelasting binnen en buiten de zone te beperken bevat. Gebleken is dat op diverse locaties geen of onvoldoende hogere waarden zijn vastgesteld. Voorts is de verwachting dat de emissie van geluid onvoldoende beperkt kan worden. Het beleid is erop gericht om alsnog hogere waarden vast te stellen en deze geluidgevoelig objecten in lijn met de omgeving te brengen. Uit toekomstige bedrijfsbezoeken moet blijken of verdere winst te behalen is.
In lijn met de Omgevingswet zullen geluidreductieplafonds vastgesteld moeten worden. Hierin worden de aanvullende hogere waardes verwerkt en zal een nadere beleidsafweging plaats moeten vinden.
Redelijke sommatie en Tijdelijk extra 2dB geluidsruimte Volgens het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 artikel 2.3 lid 2 kan voor de bepaling van de geluidbelasting vanwege een industrieterrein een aftrek toegepast worden op de berekende geluidniveaus als gevolg van het feit dat niet bij alle bedrijven gelijktijdig de maximale representatieve geluidbelasting optreedt. Deze aftrek, de redelijke sommatie, kan onder voorwaarden worden toegepast. Uit de gepubliceerde documenten wordt niet duidelijk of er gebruik is gemaakt van deze wetgeving of het in beschouwing is genomen. Bij akoestisch volle industrieterreinen met een grote bijdrage van Activiteitenbesluit-bedrijven mag het bevoegd gezag onder voorwaarden tijdelijk uitgaan van hogere grenswaarden. In de Wet Geluidhinder artikel 65 staat dat het bevoegd gezag, bij het toetsen aan al vastgestelde grenswaarden, tijdelijk van 2 dB hogere grenswaarden mag uitgaan. De al vastgestelde grenswaarden zelf worden niet gewijzigd. Uit de gepubliceerde documenten wordt niet duidelijk of dit is beoordeeld. Het toepassen van redelijke sommatie en de extra 2 dB geluidsruimte zijn is niet toereikend gebleken. Tevens wordt niet aan alle voorwaarden voor de extra 2dB voldaan en geldt dit niet voor een geluidreductieplan. De noodzaak om een geluidreductieplan vast te stellen blijft bestaan.
Maatregelen aan de ontvangerkant In het hele rapport wordt maar zeer beperkt ingegaan op maatregelen aan de ontvangerkant. Gezien een oorzaak van overschrijdingen het toelaten geluidgevoelige objecten zonder hogere waarde is, is het een belangrijke route om niet alleen naar de bedrijven te kijken wanneer het gaat om te treffen maatregelen. Uit de analyse blijkt dat niet in alle gevallen een hogere waarde is vastgesteld. Het geluidreductieplan gaat ervan uit dat dit wordt hersteld. Deze maatregel staat beschreven in het geluidreductieplan. Na vaststelling van het geluidreductieplan zal de procedure om hogere waardes vast te stellen worden voorbereid.
Omgevingswet In het plan wordt minimaal aangegeven wat de werking is onder de Omgevingswet. De Omgevingswet is inmiddels in werking en uitleg over omzetting van het plan naar een programma is gewenst, ook het mogelijk opnemen van geluidwaarden in het Omgevingsplan. Op het plan is het overgangsrecht van toepassing. Het plan moet van rechtswege worden aangemerkt als een programma onder de omgevingswet. Nu de Omgevingswet in werking is getreden zal de gemeente fasegewijs invulling geven aan het omgevingsplan. Het opnemen van geluidreductieplafonds maakt daar onderdeel van uit.
Port of Den Helder Het is onduidelijk is of een rapport van bureau Appel uit 2008 op de juiste wijze in de analyse is betrokken. Dit rapport betreft een akoestisch onderzoek naar de beschikbare geluidruimte kade “Het Nieuwe Werk” te Den Helder (zie bijlage). Appel was destijds het bureau dat voor de gemeente het zonebeheer deed.
In dat rapport staat: ‘In het huidige geluidbeheersmodel zijn de activiteiten ter plaatse van HNW geschematiseerd tot 4 geluidbronnen die 24 uur per etmaal actief zijn’ (paragraaf 1.1., pagina 3). Zoals op het titelblad van het rapport staat aangegeven was destijds de Gemeente Den Helder zelf opdrachtgever van dit onderzoek. De verwachting is hiermee gewekt dat dit akoestisch onderzoek onderdeel was van de “Achtergrondrapportage en het rekenmodel van het gezoneerde industrieterrein Haven Den Helder van 9 oktober 2017. Voor PoDH is dit aanleiding om te veronderstellen dat er voor kade Het Nieuwe Werk door bureau Appel geluidruimte voor deze kade was/is opgenomen in het zonebeheermodel. De achtergrondrapportage en het rekenmodel van het gezoneerde industrieterrein Haven Den Helder van 9 oktober 2017 is door DGMR uitgevoerd. Echter het zonebewakingsmodel was het model dat door bureau Appel is opgesteld en bijgehouden in opdracht van de gemeente Den Helder. Uit de achtergrondrapportage en het rekenmodel van 9 oktober 2017 en het aan de hand hiervan opgestelde Geluidreductieplan is nu voor ons niet duidelijk of dit geluid van bureau Appel is deze analyse is meegenomen.
PoDH zou graag beantwoord zien wat het effect van de geconstateerde/in kaart gebrachte overschrijdingen is op de bestaande activiteiten, zoals omschreven in het rapport van bureau Appel uit 2008, op kade Het Nieuwe Werk. Voorts wil PoDH met deze zienswijze aanspraak maken op de geluidruimte zoals die door bureau Appel is berekend en opgenomen in het geluidbeheersmodel. De geluidsruimte uit het onderzoek maakt geen deel uit van het actuele geluidsmodel, omdat het geen vergunde geluidsruimte betreft. In relatie tot het geluidreductieplan vindt geen aanpassing plaats van het model voor niet vergunde activiteiten. Benodigde geluidsruimte kan worden betrokken bij een toekomstige vergunningwijziging.