CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

20230329.Def_RapportageRI_DH (2).pdf

Raadscommissie Bestuur en Middelen 24 april 2023, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Presentatie NIVZ over bevindingen en adviezen zwemveiligheid stranden7.432 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage

RISIC0-INVENTARISATIE STRAND DEN HELDER Gemeente Den Helder

Rapportagedatum Opdrachtgever Versie Eindredactie

: : : :

29 maart 2023 Gemeente Den Helder 20230329 Bernard Korte / Martin Hoogslag

Pagina 1 van 21

INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave ............................................................................................................................ 2 1.

Inleiding ............................................................................................................................. 3

1.1

Werkwijze .......................................................................................................................... 3

1.2

Stichting NIVZ .................................................................................................................... 3

1.3

Disclaimer .......................................................................................................................... 3

2.

Uitkomsten risico-inventarisatie ........................................................................................ 4

2.1

Methodiek ......................................................................................................................... 4

2.2

Risico-inventarisatie........................................................................................................... 4

2.3

Incidenten registratie......................................................................................................... 5

2.4

Geografische positionering incidenten.............................................................................. 6

2.5

Uitkomsten risico-inventarisatie En Incidenten rapportages ............................................ 7

2.6

Conclusies .......................................................................................................................... 7

3.

Risico gericht toezicht ........................................................................................................ 9

3.1

Afgebakende gebieden ...................................................................................................... 9

3.2

Reactietijd bij verdrinking .................................................................................................. 9

3.3

Blauwe vlag criteria .........................................................................................................10

3.4

Code lifeguarding .............................................................................................................11

3.5

Reddingsbrigade Den Helder ...........................................................................................11

3.6

Juridisch kader .................................................................................................................12

4.

Strandslagen ....................................................................................................................16

4.1

Strandslag 1 Huisduinen ..................................................................................................16

4.2

Strandslag 2 Hengstenpad ...............................................................................................17

4.3

Strandslag 3 Duinoord .....................................................................................................17

4.4

Strandslag 4: Falga ...........................................................................................................18

4.5

Strandslag 5: De Zandloper .............................................................................................18

4.6

Strandslag 6 Julianadorp..................................................................................................19

4.7

Strandslag 7 Drooghe Weert ...........................................................................................19

5.

Aanbevelingen .................................................................................................................20

5.1

Geraadpleegde documenten ...........................................................................................21

Pagina 2 van 21

1. INLEIDING Dit rapport gaat over de strandveiligheid in het strandrecreatiegebied van de gemeente Den Helder (GDH). De gemeente merkt op dat de situatie rondom strandveiligheid veranderd. Het gebruik van het strand neemt toe. Er wordt langer gerecreëerd en de diversiteit in activiteiten neemt toe. Met het oog op deze veranderde omstandigheden, heeft de Gemeente Den Helder het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties (verder: NIVZ) gevraagd om een risico-onderzoek uit te voeren en advies te geven over het strandveiligheidsbeleid. Op basis van de risico-inventarisatie en het aanvullend onderzoek levert het NIVZ een onafhankelijk advies. Op basis van het advies kan de houder (GDH) maatregelen inzetten die de strand- en zwemveiligheid in het algemeen en het bestrijden van incidenten met een mogelijk ernstige afloop in het bijzonder ten goede komt.

1.1 WERKWIJZE Na de opdrachtverstrekking op 24 augustus 2022 hebben de NIVZ-riskassessors het onderzoek gestart met voorbereidende gesprekken gevoerd en een (beperkt) literatuuronderzoek. Op 30 september is het riskassessment op locatie uitgevoerd. Aansluitend is een analyse gemaakt van de beschikbare hulpverleningsgegevens van de SSN, RBDH en RB Callantsoog van de afgelopen 3 jaar (2020-20212022). Vanuit deze data is het toezichtmodel getoetst aan de risico’s en het daadwerkelijke incidentbeeld. Op 23 december is een bezoek gebracht aan Team Omgeving van de gemeente Den Helder. Bij dit gesprek zijn de eerste contouren van de risico-inventarisatie gepresenteerd. De eerste (concept) eindrapportage is op 13 februari opgeleverd. In overleg is in februari nog een nadere schouw geweest van de strandopgangen in Den Helder. De bevindingen van deze schouw zijn opgenomen in Hoofdstuk 4. De concept rapportage is ter verificatie op feitelijke (on)juistheden voorgelegd aan de Stichting Strandexploitatie Noordkop (SSN) en de Reddingsbrigade Den Helder (RBDH).

1.2 STICHTING NIVZ Het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties (NIVZ) is een onafhankelijke stichting, gevestigd in Den Haag. Het NIVZ stelt zich ten doel om, in de meest brede zin van het woord, kennis en maatregelen die de (fysieke) veiligheid op en rondom zwemlocaties betreffen, te bevorderen, te ontwikkelen en te borgen. Met nadruk richt zij zich daarbij op de ontwikkeling en uitvoering van risico-inventarisatie en risicobeheersing op en rondom zwemlocaties. Het NIVZ is exclusief voor Nederland licentiehouder om hiervoor gebruik te maken van het ILSE 1 Risk-assessment model for designated bathing area.

1.3 DISCLAIMER Het onderzoek is op 29 maart 2023 afgerond. Het eindrapport is geadresseerd aan de ‘houder’ van de locatie (gemeente Den Helder) en heeft een geldigheidsduur van 3 jaar en vervalt op 29 maart 2026. De geldigheid van dit rapport vervalt tussentijds als er in deze periode fysieke aanpassingen zijn op de locatie, of in aangrenzende locaties, die de strandveiligheid op de onderzochte locatie direct beïnvloeden. Het in kaart brengen van risico’s is een doorlopend proces. Dit riskassessment heeft alleen betrekking op de bevindingen gedaan op de inspectiedata en de op dat moment geldende omstandigheden over het weer, waterstanden en evenementen. Aangezien de situatie op een zwemlocatie per dag kan veranderen, wordt geadviseerd om het riskassessment regelmatig te herhalen opdat er zicht ontstaat op alle mogelijke risicofactoren bij verschillende variabele omstandigheden. Om te komen tot de toepassing van de juiste effectieve risicobeheersmaatregelen.

1 ILSE is de International Life Saving federation of Europe.

Pagina 3 van 21

2. UITKOMSTEN RISICO-INVENTARISATIE Op 30 september 2022 is het riskassessment op locatie uitgevoerd. Aangezien het aantal recreanten en zwemmers op die dag klein was, is de risico-inventarisatie voor een deel gebaseerd op aannames ten aanzien van het (grote) aantal recreanten en zwemmers die met regelmaat in het gebied aanwezig zijn. Ook is een voorstelling gemaakt van de verhouding tussen de zwemmers en de overige watersporters (surfers, kanoërs). Deze beelden zijn voor een belangrijk deel ingekleurd in de gesprekken die gevoerd zijn met de strandmanager en het bestuur van de SSN (Stichting Strandexploitatie Noordkop). Om het beeld verder te completeren zijn de uitkomsten van de risico-inventarisatie gelinkt aan de incidentrapportages van de SSN, RBDH en RB Callantsoog over de jaren 2020, 2021 en 2022.

2.1 METHODIEK Het NIVZ maakt in licentie gebruik van het ILSE prescan risk-assessment model for designated bathing area. De basis wordt gevormd door een risicobeeld te schetsen van de risico’s waar recreanten, baders en zwemmers aan worden blootgesteld in het strandrecreatiegebied. Deze risico-index is gebaseerd op het model Fine & Kinney. Om de Risico-index te bepalen kent men aan de kans van het risico, aan de duur van de blootstelling aan het risico en aan de omvang van de ernst een gekozen waarde toe. Het product van deze drie factoren geeft de risico-index. Met de risico-index wordt per zone met een score weergegeven. Deze score wordt opgebouwd aan de hand van de volgende thema’s: • Stroming; • Golven; • Gemiddeld aantal bezoekers (inschatting); • Gemiddeld aantal baders/ zwemmers (inschatting); • Conflicterende situatie/ activiteiten op het water; • Conflicterende situaties/ activiteiten op het land; • Gevaarlijke objecten. Er zijn vijf risicodefinities met een scoreschaal en een kleur. De scores geven aan of er in een zone, of een samenstel van zones, nader (vervolg) onderzoek (ILSE-riskassessment) moet worden gedaan. Vanaf score >40 (geel) wordt dit aanbevolen. Bij een score van >80 (rood) wordt dit zeer sterk aanbevolen. De ervaring leert dat er in Nederland zelden een score wordt gemeten in de categorie >60.

Een vervolgonderzoek (riskassessment) wordt dan ook zelden aanbevolen. De aanduiding van de risico-categorieën wordt in de praktijk vooral gebruikt als indicatie voor het (beleidsmatig) maken van keuzes over inzet en prioriteiten. Vanuit de overtuiging dat het effectief is om, in termen van fysieke veiligheid, inzet van mens en materiaal te plaatsen bij die gebieden waar de risico’s het grootst zijn. In die zin helpt de score bij het rationaliseren van inzetkeuzes binnen het verzorgingsgebied.

2.2 RISICO-INVENTARISATIE Voor de risicoscans is het strandrecreatiegebied van Den Helder opgedeeld in 28 zones van 250 meter. Zie onderstaande afbeelding met de zones aangeduid van 001 t/m 028. Deze breedte refereert aan de gemiddelde actieradius van een lifeguard die toezicht houdt aan de waterlijn2. De score van het strand van Den Helder varieert van 23 tot 44. Het grootste deel van het gebied valt daarmee in de categorie ‘matig tot gemiddeld risico’. In de onderste balk is het (potentieel) aantal bezoeker opgenomen met Julianadorp en Duinoord als drukste locaties. In combinatie met strandslag de Zandloper is door het bezoek van

2 Het ILS Calculatiemodel geeft aan dat een ‘gemiddelde’ lifeguard maximaal 150 meter kan afleggen in 90 seconden.

Gepositioneerd in het midden van een zone kan een lifeguard derhalve maximaal 300 meter bestrijken om te redden.

Pagina 4 van 21

(Duitse) toeristen en de aanwezigheid van vakantiehuisjes zone 005-009 het drukstbezochte gebied van het strand in Den Helder.

2.3 INCIDENTEN REGISTRATIE Om de risico-inventarisatie verder te completeren is een analyse gemaakt van de geregistreerde incidenten in het verzorgingsgebied over de laatste drie jaar. SSN, Reddingsbrigade Den Helder (RBDH) en Reddingsbrigade Callantsoog (RBCO) hebben hiervoor kwantitatieve gegevens aangeleverd. In onderstaande tabel is het totaal aantal aan incidenten over 2020, 2021 en 2022 gerubriceerd naar de incidenten met zwemmers/ baders in zee, recreanten op het strand en watersport gerelateerde incidenten op zee. Plus een restcategorie van incidenten die niet direct onder de genoemde groepen zijn te plaatsen. Bader/zwemmer/recreant 2020 2021 2022 Totaal

Zee

Land

24 3 12 39

28 24 28 80

Watersport gerelateerd

Niet geplaatst

Totaal

8 7 6 21

2 6 0 8

62 40 46 148

Het totaal aantal incidenten gerubriceerd naar inzet vanuit drie toezichthoudende organisaties die de cijfers hebben aangeleverd geeft het onderstaande overzicht. De verschuiving op het strand van de RBDH-inzet naar de SNN-inzet in de periode 2020-2022 is hierin goed te zien. Opmerkelijk is dat de terugtrekking van de RBDH niet direct heeft geleid tot een toename van de repressieve inzet van de RBCO in 2022. Het onderscheid tussen inzet tijdens (SSN) openingstijden en alarminzet is niet direct uit de cijfers te halen. Wel staat vast dat er inzet gepleegd wordt buiten de openingstijden van de SSN door een ondersteunende repressieve dienst: in 2021 25 keer en in 2022 13 keer. Uit de cijfers zou je kunnen concluderen dat er beperkte inzet is buiten het toezichtvenster van de SSN. Om die conclusie te staven is evenwel nader onderzoek nodig.

Pagina 5 van 21

SSN

RB DH

RB CO

3 8

9 4

17 59 33 15 0 2020

2021

2022

2.4 GEOGRAFISCHE POSITIONERING INCIDENTEN In onderstaand overzicht zijn de incidenten uit 2020, 2021 en 2022 geografisch gepositioneerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een exacte incidentlocatie niet altijd uit de registraties is te achterhalen. Veel incidenten zijn gelogd op de locatie vanuit de reddingspost waar de hulpverlening is opgestart.

Pagina 6 van 21

2.5 UITKOMSTEN RISICO-INVENTARISATIE EN INCIDENTEN RAPPORTAGES

2.6 CONCLUSIES •

De ‘risico-score’ geeft een bandbreedte van 23-44 op een schaal van 0-100. Het grootste deel van het gebied valt daarmee in de categorie ‘matig tot gemiddeld risico’. Een specifiek risico verhogende omstandigheid in het gebied is de aanwezigheid van golfbrekers (in de volksmond ook wel dammen genoemd).

•

De gebieden Julianadorp en Duinoord kennen de hoogste score (44). Dit verhoogde risico houdt verband met de hoge bezoekersaantallen en de aanwezigheid van golfbrekers. Op drukke dagen wordt ingeschat dat er al snel zo'n 1000 recreanten zijn in deze gebieden. In combinatie met strandslag de Zandloper is door het bezoek van (Duitse) toeristen en de aanwezigheid van vakantiehuisjes, zone 005-009 het drukstbezochte gebied van het strand Den Helder. En daarmee ook het gebied met de hoogste risico score.

•

In verschillende zones ‘scoort’ Den Helder een lage score van 23. Lager dan 19 wordt langs de Nederlandse kust niet gemeten door de permanent aanwezige risicofactoren getij, stroming en golfhoogte. In Den Helder is lager dan 23 niet mogelijk door de aanwezigheid van de golfbrekers (dammen).

•

Gemiddeld wordt zo’n 50 keer per jaar een beroep gedaan op de lifeguards naar aanleiding van een incident. Let wel, dit cijfer is gebaseerd op de geregistreerde incidenten. De inzet van de lifeguards is (ingeschat) vele malen hoger. Een belangrijk deel van het werk is preventief; signaleren, waarschuwen, terugfluiten, vlaggen hangen, voorlichting geven etc, etc. Deze preventieve inzet is niet specifiek in de statistieken terug te vinden.

•

Opvallend is dat er in 2020 een groot aantal incidenten met baders/zwemmers in zee is gerapporteerd. Dit sluit aan bij het beeld dat juist dat jaar een jaar is gebleken met bovengemiddeld aantal (ernstige) incidenten langs de gehele Nederlandse kust. In 2020 was er een mooie zomer, veel zonuren met als gevolg veel publiek in zee. De combinatie met veel dagen aflandige wind met sterke stroming en golfslag en het vervallen van de coronabeperkende maatregelen leidde tot een bovengemiddelde bezoekers en incidenten aantallen.

•

De statistieken geven aan dat de meeste inzet voor recreanten plaatsvindt op het land. Gemiddeld ca. 67% van het totaal. Uit de rapportages blijkt dat deze zijn te kenmerken als inzetten met een medisch karakter

Pagina 7 van 21

(eerste hulp). Daarbij moet wel worden opgemerkt dat juist een incident op of in het water grote gevolgen kan hebben. •

Uit de gesprekken is gebleken dat de hulpverlening veelal plaatsvindt op basis van eigen waarneming door lifeguards. Daarnaast zijn er hulpvragen van recreanten zelf of door alarmering van de Regionale Alarmcentrale en/ of het Kustwachtcentrum, al dan niet naar aanleiding van een 112-melding.

•

Een exacte incidentlocatie is niet altijd uit de registraties te halen. Veel incidenten zijn ‘gelogd’ op de locatie van de ‘reddingspost’ van waaruit de inzet is gestart. Toch is voldoende te onderbouwen dat op basis van de gegevens de reddingsposten op een goede plek staan.

•

Voor de inzet op incidenten buiten de openingstijden van de SSN zijn op dit moment geen harde conclusies te trekken. Er is te weinig gespecificeerde data van incidentenregistratie buiten het toezichtvenster. Nader onderzoek is nodig om deze inzet te kwantificeren en te analyseren. Wel staat vast dat er inzetten zijn vanuit een ondersteunende repressieve dienst. Vanuit deze cijfers lijkt er behoefte voor een ondersteunende repressieve dienst.

Pagina 8 van 21

3. RISICO GERICHT TOEZICHT Toezicht is een belangrijke beheersmaatregel om letsel en verdrinking van zwemmers/ baders te voorkomen. Zeker in een gebied waar wordt gezwommen in zee. Gelukkig bestaat dit besef langs de hele Nederlandse kust en worden bij de zwemlocaties zonder uitzondering in de zomer professionele lifeguards ingezet. Zo ook in Den Helder waar de gemeente haar taakstelling voor strand- en zwemveiligheid in het gemeentelijk strandrecreatiegebied heeft belegd bij de Stichting Strandexploitatie Noordkop (SSN). De SSN geeft het toezicht op een professionele manier vorm gedurende het hele zomerseizoen (1 mei tot 1 oktober). Hiervoor worden jaarlijks 35 strandwachten (lifeguards) geselecteerd en opgeleid. Daarbij heeft de SSN de beschikking over drie strandposten, drie 4WD auto’s en drie GRX 420 branding boten en digitale communicatieapparatuur. Tijdens het hoogseizoen (eind juni tot begin september) worden de hoofdstranden Duinoord, Zandloper en Julianadorp vanuit de strandposten bewaakt tussen 10.00 en 18.00 uur. Of zoveel korter of langer als noodzakelijk. In het laagseizoen zijn de lifeguards alleen op zaterdag en zondagmiddag aanwezig van 12-17u. De lifeguards worden goed opgeleid en getraind om geconcentreerd uit te kijken naar baders/ zwemmers die al dan niet in een risicovolle situatie terecht komen. Daarbij worden de badgasten gewaarschuwd en geïnformeerd.

In voorkomende gevallen kunnen de lifeguards vanuit hun toezichtstaak ook een redding uitvoeren. Gezien de drukte en de spreiding op de stranden van Den Helder is permanent toezicht gedurende het hele zomerseizoen niet noodzakelijk. Toezicht moet er wel zijn als de risico’s hoog zijn; bij een flinke toestroom van recreanten op zomerse dagen en/of een aanzienlijke hoeveelheid zwemmers in het water. Veranderende (weers)omstandigheden zijn ook van invloed op het risico op verdrinking. Dit zogenoemde risico-gestuurde toezicht kan ingevuld worden door bijvoorbeeld te werken met gemarkeerde zwemzones op de momenten dat het druk is en er op verschillende plekken niet verstandig is om te zwemmen.

3.1 AFGEBAKENDE GEBIEDEN In het internationale systeem ‘swim between the flags’ wordt een zwemmerszone gemarkeerd door twee rood over gele vlaggen. Bij de zone is permanent toezicht van (minimaal) één lifeguard. Het ILS Calculatiemodel geeft aan dat een lifeguard 150 meter kan afleggen in 90 seconden. Vanuit deze actieradius van een lifeguard wordt geadviseerd om een zwemmerszone in open water te creëren van tussen 200 - 300 meter. Deze methode is een beproefd en erkend ILS-concept dat wereldwijd toegepast wordt. Dit systeem is daarom goed herkenbaar voor veel internationale toeristen Door het lifeguard toezicht op deze wijze te organiseren wordt de ‘10/3’ reactienorm gewaarborgd in de gemarkeerde zwemmerszone. Deze ‘norm’ is essentieel voor het succesvol redden van zwemmers. Juist bij grote drukte kan dit de veiligheid voor -met name- kwetsbare groepen zwemmers verhogen. Deze kunnen er dan voor kiezen om te gaan zwemmen onder professioneel toezicht, direct bij de waterlijn.

3.2 REACTIETIJD BIJ VERDRINKING Er zijn normen gesteld door de International Life Saving federation (verder: ILS) die van toepassing zijn als het gaat om toezicht bij zwemlocaties. Deze normen gelden in beginsel voor zwembaden, maar kunnen ook van toepassing worden verklaard op afgebakende gebieden aan de kust. Deze normen zijn gekoppeld aan de actieradius van een gemiddelde lifeguard, inzet van de hulpverlening gerelateerd aan de zuurstofgrens en het verdrinkingproces (zie afbeelding). Er gelden 2 normen bij een zwemmerszone (afgebakend gebied): 1) De 10 seconden/ 20 seconden norm. Hierbij moet een lifeguard in 10 sec. de zwemmerszone visueel kunnen scannen en na waarneming van een drenkeling, in 20 sec. bij die drenkeling zijn.

Pagina 9 van 21

2) De 10 seconden/ 3 minuten norm. Hierbij moet een lifeguard in 10 sec. het zwemmerszone visueel kunnen scannen en na waarneming van een drenkeling, binnen 3 min. een adequate eerste hulp (bijv. reanimatie) hebben opgestart. Dit alles heeft te maken met de realistische reactietijd die er is om een persoon adequaat te helpen bij een verdrinkingen. In de regel is daar maximaal 6 minuten tijd voor. Zie onderstaande afbeelding:

3.3 BLAUWE VLAG CRITERIA Het strand in Den Helder kent drie ‘Blauwe Vlag stranden’; Julianadorp, Duinoord en Zandloper. De Blauwe Vlag stelt enkele voorwaarden die verbonden zijn aan het strandtoezicht. Uit de criteria plus de toelichting voor ‘strand’ (zie: blauwevlag.nl) zijn de volgende voorschriften te halen: -

-

Op het kuststrand waar gemiddeld een flink aantal bezoekers komen3 is een reddingsbrigade aanwezig gedurende het zomerseizoen (1 mei – 1 oktober); De strandwacht-bezetting kan per locatie verschillend zijn, gerelateerd aan de belasting van het strand en de zwemlocaties. De aanwezigheid van strandwachten moet zowel op informatiepunten staan aangegeven als op het strand zelf. Strandwachten moeten conform de door nationaal erkende redding organisaties vastgestelde richtlijnen zijn opgeleid, gediplomeerd en geëxamineerd door gekwalificeerde, onafhankelijke examinatoren. Eerstehulpposten of locaties waar eerste hulp kan worden geboden moeten duidelijk zichtbaar op het strand aanwezig zijn in de vorm van: a) een aanwezige reddingsbrigade, of b) een bemande eerstehulppost met gekwalificeerd personeel, of c) eerste hulpapparatuur in een paviljoen of andere strandvoorziening op het strand zelf of d) direct op het strand beschikbaar voor het publiek. Het wordt ten sterkste aanbevolen om drukke stranden en stranden waar veel kinderen komen een bemande eerstehulppost bezetten. Het eerste hulppersoneel dient voldoende gekwalificeerd te zijn. De tijdstippen waarop de eerste hulp posten bemand zijn en de alternatieve buiten de aanwezigheid, moeten duidelijk aangegeven worden. Alleen gediplomeerde strandwachten mogen de reddingsbrigadetaak uitvoeren.

Hun diploma’s moeten jaarlijks voor aanvang van de taakuitoefening geëvalueerd worden. Er moet goed zijn aangegeven wanneer de strandwachten aanwezig zijn. Er dient een -gemakkelijk te herkennen- eerstehulppost op het strand aanwezig te zijn.

3 Een gemiddelde van meer dan 50 recreanten per dag gedurende een periode van 4 weken in het zomerseizoen.

Pagina 10 van 21

-

-

De strandwachten houden toezicht op de verschillende gebruikers van het strand en de wijze waarop het strand gebruikt wordt om ongelukken te voorkomen. De strandwachten zijn als zodanig herkenbaar (geel shirt/ rode broek = ILS lifeguard uniform) en houden zich primair bezig met toezicht en hulpverlening. De informatie-uitingen op het strand (vlaggen, signaleringen, informatieborden e.d.) dienen conform ISO 20712 ingericht te zijn. Het algemeen geldende internationale ILS-vlaggenprotocol wordt aanbevolen (zie: NIVZ/vlaggen). Het reddingsmateriaal dat de strandwachten gebruiken moet goedgekeurd zijn door de daartoe erkende nationale instanties. Als de strandwachten aanwezig zijn moet het reddingsmateriaal direct te gebruiken zijn en moet er regelmatig op eventuele gebreken worden gecontroleerd. Het houden van toezicht door strandwachten en het beschikbaar stellen van reddingsmaterialen moet onderdeel zijn van een algehele veiligheidsstrategie, waaronder ook informatie en voorlichting valt. Het wordt sterk aanbevolen om regelmatig een riskassessment af te nemen. Als er geen riskassessment is, dan wordt aanbevolen minimaal twee strandwachten per 200 meter4 te plaatsen.

De inspecteurs van de Blauwe Vlag controleren jaarlijks op deze voorschriften en rapporteren hun bevindingen aan de gemeente. Met de onderliggende risico-inventarisatie rapportage en de actuele uitvoering van het strandtoezicht voldoen gemeente en de SSN aan het Blauwe Vlag criterium dat een eigen toezichtprotocol op basis van een risicoinventarisatie. Daarmee vervalt de aanbeveling om minimaal twee strandwachten per 200 meter te plaatsen.

3.4 CODE LIFEGUARDING Door het landelijk project Het Strand Veilig (zie: hetstrandveilig.nl) is er een landelijke Code Lifeguarding opgesteld. In deze code zijn 20 werkprincipes/ kwaliteitscriteria opgenomen. Op 5 november 2022 hebben 29 lokale lifeguardorganisaties, waaronder de SSN Den Helder, deze code omarmt. Deze collegiale code overlapt voor een deel de Blauwe Vlag criteria. Het is aan de gemeente Den Helder en de SSN hoe zij in de toekomst willen omgaan met deze criteria en de toetsing hierop.

3.5 REDDINGSBRIGADE DEN HELDER In het recente verleden is het strandtoezicht verlegd van de Reddingsbrigade Den Helder (RBDH) naar de Stichting Strandexploitatie Noordkop (SSN). In de jaren ’70 van de vorige eeuw heeft de RBDH het strandtoezicht vormgegeven. Vanaf 2009 is er een samenwerking geweest met de Stichting Strandexploitatie Noordkop (SSN) gedurende het zwemseizoen. Daarnaast hield de RBDH een alarmdienst in stand voor repressieve inzet bij incidenten buiten de openingstijden. In 2021 heeft de RBDH zich teruggetrokken uit de strandbewaking en is de SSN de strandbewaking alleen gaan organiseren. De RBDH richt zich vanaf dat moment op evenemententoezicht, inzet bij landelijke overstromingen en het opleiden van lifeguards en trainingen in het zwembad. Zowel gemeente als SSN willen een goede relatie onderhouden met de reddingsbrigade. Met elkaar werken aan kwaliteitsontwikkeling en professionalisering van lifeguarding in brede zin. Met oog voor het feit dat de RBDH een autonome vereniging is, met een eigen cultuur en een eigen historie. In 2021 is de SSN begunstigend lid geworden van Reddingsbrigade Nederland. In deze overeenkomst is de intentie nog eens onderschreven om de RBDH te betrekken bij het werk van de SSN. Aan de hand van een evaluatie zou deze intentie besproken worden.

4 Blauwe Vlag, Criteria ‘Strand’ 2021, paragraaf ‘Veiligheid en Diensten’

Pagina 11 van 21

3.6 JURIDISCH KADER De strand- en zwemveiligheid in Nederland kent een wettelijk kader. Er zijn regels vastgelegd in de Europese Zwemwaterrichtlijn (2006/7/EG), de Wet hygiëne veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) en het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Maar ook de Gemeentewet (Gw), Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en het Internationaal Verdrag over opsporing en redding op zee bevatten bepalingen die de veiligheid voor zwemmers in open water (oppervlaktewater, natuurwater) betreffen. In beginsel mag je in Nederland overal zwemmen in open water5, tenzij het expliciet verboden is; zoals in havens, bij bruggen, sluizen en viaducten en in een doorgaande vaarroute (zie: Art. 8.08 BPR). Daarnaast kan door het bevoegd gezag lokaal een (tijdelijk) zwemverbod worden ingesteld als de situatie daartoe aanleiding geeft. Aangewezen zwemlocaties Om de veiligheid van het zwemmen in open water te vergroten, wijzen de autoriteiten zwemlocaties aan. Bij het aanwijzen van zwemlocaties wordt rekening gehouden met aantallen zwemmers, waterkwaliteit, bereikbaarheid, vaarroutes en veiligheid van de aangewezen zwemlocatie. De provincies zijn verantwoordelijk voor de aanwijzing van de zwemlocaties (zie: Art. 10-b WHVBZ). Op een aangewezen zwemlocaties draagt de houder de zorg voor de veiligheid en gezondheid van de zwemmers.

In het ‘Besluit aanwijzen zwemlocaties 2023’, zijn voor NoordHolland 150 zwemplekken aangewezen als ‘aangewezen zwemlocatie’. Voor de gemeente Den Helder zijn dat de volgende locaties: Zwemlocatie Huisduinen Strandslag Donkere Duinen (Hengstenpad) Strandslag Duinoord Strandslag Falga Strandslag Drooghe Weert Julianadorp Julianadorp, De Zandloper

Regionaal of Rijkswater Rijkswater Rijkswater Rijkswater Rijkswater Rijkswater Rijkswater Rijkswater

Zwemseizoen 1 mei tot 1 oktober 1 mei tot 1 oktober 1 mei tot 1 oktober 1 mei tot 1 oktober 1 mei tot 1 oktober 1 mei tot 1 oktober 1 mei tot 1 oktober

Houder en waterbeheerder Langs de kust zijn de kustgemeenten de (locatie)houder van de aangewezen zwemlocatie. Zij zorgen voor het dagelijks beheer. De provincie houdt hierop toezicht en neemt zo nodig maatregelen. Daartoe voeren zij periodiek onderzoek uit naar de fysieke veiligheid en de zwemwaterkwaliteit. De omgevingsdiensten voeren de zwemwatertaken uit namens de provincies en kunnen een waarschuwing of een negatief zwemadvies afgeven of zelfs een (tijdelijk) zwemverbod instellen. Voor Den Helder is dat de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN) De Noordzee is langs de hele Nederlandse kust vrij toegankelijk en betiteld als ‘Rijkswater’. In deze wateren is Rijkswaterstaat de waterbeheerder die de veiligheid en de zwemwaterkwaliteit controleert en de ODNHN informeert over onregelmatigheden. Preventie en repressie Voor een nader begrip van de juridische verantwoordelijkheden voor strand- en zwemveiligheid langs de Nederlandse Kust helpt het om onderscheid te maken tussen de verantwoordelijkheid voor toezicht (preventief) en de verantwoordelijkheid voor hulpverlening/ incidentbestrijding (repressief). Met dit onderscheid kunnen de verantwoordelijkheden van de gemeente, de veiligheidsregio (brandweer), politie en Kustwacht beter geduid worden.

Preventie (Toezicht) De zwemlocaties langs de kust vallen onder de zogenoemde ‘D-categorie’ volgens de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (WHVBZ). Deze zwemlocaties zijn niet specifiek ingericht voor baden en

5 Met ‘open water’ wordt bedoeld de zee, rivieren, kanalen, recreatieplassen e.d. Deze wateren worden ook wel

‘oppervlaktewater’ of ‘natuurwater’ genoemd.

Pagina 12 van 21

zwemmen en hebben nauwelijks tot geen voorzieningen, zoals toiletten en kleedruimten. Deze locaties hebben de functie van een nutsvoorziening en zijn openbaar toegankelijk. Baden, zwemmen en recreëren is gratis. Op deze locaties is er geen wettelijke plicht om toezicht te houden. Wel heeft de gemeente als beheerder van de openbare ruimte een algemene zorgplicht (zie: Art 6:174 BW). Deze (civiele) algemene zorgplicht heeft betrekking op veel aspecten. Of -en hoe- er wel of niet toezicht wordt gehouden op recreanten, zwemmers en baders in het strandrecreatiegebied is een kwestie van lokale keuzes en lokaal veiligheidsbeleid. Dit beleid, dat ook een paragraaf zou moeten bevatten over toezicht en hulpverlening op het strand, wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Repressie (Hulpverlening en Incidentbestrijding) Ten aanzien van het begrip van hulpverlening en incidentbestrijding helpt het om een onderscheid te maken tussen het ‘gemeentelijk ingedeeld water’ en ‘de zee’. • Gemeentelijk ingedeeld water Het gemeentelijk ingedeeld gebied strekt zich uit tot 1 kilometer uit de kust, gemeten vanuit de laagwaterlijn (Wet houdende regeling provincie- en gemeentegrenzen langs de Noordzeekust, 1990).

In artikel 2 van deze wet is opgenomen dat de grens van de gemeente Den Helder begint in de meest westelijke punt van de bestaande grens tussen de gemeenten Den Helder en Texel en volgt in ongeveer zuidelijke richting een rechte lijn tot het punt met de coördinaten x = 104 000; y = 545 000. Vanaf dat punt volgt zij in ongeveer oostelijke richting een rechte lijn tot het noordwestelijke hoekpunt van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Noordzee III, sectie A, nr. 8 en vervolgens de noordgrens van dat perceel tot de grens met de gemeente Schagen (voorheen Zijpe). De gemeentegrens van Den Helder gaat verder zee in dan de (gangbare) 1 kilomter. Een relatief groot deel van de gemeente (ca. 75%) bestaat daardoor uit water. Zie onderstaande afbeelding:

In dit gemeentelijk ingedeeld gebied behoort het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen -anders dan bij brand- tot de brandweerzorg (art. 3 lid 1b Wvr). Het college van burgemeester en wethouders is belast met de organisatie van de brandweerzorg (art. 2 Wvr). De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten hebben in de regio (in dit geval Noord-Holland Noord) een gemeenschappelijke regeling ingesteld: de Veiligheidsregio. De veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het in stand houden van een brandweer (art 10 Wvr) en maakt met de crisispartners afspraken over inzet, coördinatie en procedures. De Veiligheidsregio Nood-Holland Noord (VRNHN) is verantwoordelijk is voor de repressieve alarminzet ‘redden van mens en dier’ in het gemeentelijk ingedeelde gebied. In het zwemseizoen (1 mei – 1 oktober) wordt, tijdens de openingstijden van de SSN de brandweer bij een (112) alarmmelding ondersteund door de SSN lifeguards en

Pagina 13 van 21

hun middelen (auto, boot e.d.). Sterker, in de meeste gevallen pakt de SSN deze verantwoordelijkheid op en hoeft de brandweer niet in actie te komen. Buiten de SSN-openingstijden is de situatie anders. De lifeguards van de SSN zijn dan niet beschikbaar voor (alarm)inzet, de lifeguards van de RBDH wel, met de kanttekening dat deze dienstverlening momenteel (deels) wordt opgepakt door reddingsbrigade Callantsoog. Vanuit de beschikbaar gestelde cijfers lijkt er behoefte te zijn voor een ondersteunende repressieve dienst op de stranden van Den Helder (zie paragraaf 2.3). De VRNHN zal moeten aangeven of zij voor die momenten de ondersteuning van de alarmploeg van de RBDH in stand wil houden. Als het antwoord op die vraag ‘ja’ is, zal de VRNHN vervolgens moeten aangeven hoe die ondersteuning er uit moet zien. Tot slot zal over de financiering van deze ondersteuning gesproken moeten worden met het bestuur van de VRNHN. De verzamelde gemeenten in de regio zijn immers de ‘opdrachtgever’ van de VRNHN. • De zee Incidentbestrijding op zee wordt (inter)nationaal aangeduid als Search and rescue (SAR). In internationale verdragen is bepaald dat kuststaten de verplichting hebben een SAR-dienst in stand te houden (nternational Convention on Maritime Search and Rescue (SAR Convention).

De SAR regeling kent niet de zogenoemde 1 kilometer zone zoals deze geldt bij de indeling van het ‘gemeentelijk ingedeeld gebied’. De SAR regeling gaat uit van ‘de territoriale zee’ die loopt tot aan de vloedlijn. De Nederlandse SAR-verantwoordelijkheid ligt bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat (Regeling inzake de SAR-dienst). De Nederlandse Kustwacht voert de SAR-dienst uit (Instellingsbesluit Kustwacht). De SAR-regeling strekt zich uit over Nederlandse territoriale zee inclusief Waddenzee, IJsselmeer, Markermeer, randmeren, Zeeuwse en Zuid-Hollandse stromen (Verdrag inzake opsporing en redding op zee). De operationele leiding voor de Search and Rescue op zee en op de ruime binnenwateren is in Nederland belegd bij het Kustwachtcentrum (KWC) van de Nederlandse Kustwacht in Den Helder. De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) voert in opdracht van de kustwacht SAR-taken uit. Voor de inzet in het verzorgingsgebied op zee rondom Den Helder is een KNRM station gevestigd op steiger 2/3 in het Marine terrein (Bevesierweg). Binnen 15 minuten na alarmering vaart de reddingsboot uit.

Pagina 14 van 21

Handhaving De handhaving van de openbare orde en veiligheid is belegd bij de burgemeester (Art. 172 Gemeentewet). Op lokaal niveau treedt de politie op onder het gezag van de burgemeester als het gaat om de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven (Art. 3 Politiewet). Lokaal werkt de politie samen met andere toezicht- en handhavingsorganisaties. Zo kunnen gemeentelijke buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) toezicht houden en ingrijpen waar de leefbaarheid wordt aangetast door overtredingen die overlast veroorzaken en tot kleine ergernissen kunnen leiden. Een belangrijk instrument in de gemeentelijke handhaving vormt de Algemene Plaatselijke Verordening. In de APV worden de algemene regels voor de eigen ‘huishouding’ vastgesteld (zie: Art. 108 Gemeentewet). Waaronder regels voor het strand en de zwemveiligheid binnen het gemeentelijk ingedeeld gebied van de kustgemeenten. Het beperken en bestrijden van gevaar voor mens en dier bij ongevallen anders dan bij brand behoort tot de brandweerzorg (zie: Art. 3.1b Wet Veiligheidsregio). Deze verantwoordelijkheid voor het redden van mens en dier gaat over het gemeentelijk ingedeeld gebied en is belegd bij het college van burgemeester en wethouders.

Het gemeentelijk ingedeeld gebied strekt zich uit tot 1 kilometer uit de kust, gemeten vanuit de laagwaterlijn (Wet regeling provincie- en gemeentegrenzen langs de Noordzeekust). De veiligheidsregio maakt met de crisispartners afspraken over inzet, coördinatie en procedures in dit gebied.

Pagina 15 van 21

4. STRANDSLAGEN De Riskassessors van het NIVZ hebben alle strandopgangen op locatie onderzocht. Bij deze schouw stonden drie vragen centraal: 1. Hoe is de informatievoorziening? 2. Hoe is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten. 3. Hoe is de bereikbaarheid voor mindervaliden geregeld? De algehele indruk is dat er de strandopgangen er verzorgd uitzien. Op enkele plekken wordt nog verbouwd. Ten aanzien van de drie vragen zijn de volgende conclusies te trekken. Ad. 1) Er is geen heldere lijn tussen alle (provinciale, gemeentelijke) infoborden. Zie verder aanbeveling 5.1 Ad 2) In de nota ‘Aanrijpunten Hulpdiensten Noord-Holland’ van Reddingsbrigade Nederland en de Meldkamer Noord uit 2021 zijn de Ambulance Overname Plekken ingetekend. De inrichtingseisen die gesteld worden aan een aanrijpunt zijn als volgt: • Op de locatie moeten meerdere hulpdiensten op kunnen stellen; • Er moet een vrije draaicirkel zijn of ruimte om door te kunnen rijden; • Opgestelde voertuigen belemmeren niet de verkeersstroom; • De afstand tussen het aanrijpunt en de doellocatie is zo kort mogelijk; • Op de locatie komt een bord met locatieaanduiding zodat het aanrijpunt identificeerbaar is.

Voor het strandgebied Den Helder zijn vier punten ingetekend: 1- Zeepromenade Huisduinen / Strandslag 1 2- Beachclub Citadel / Strandslag 3 3- Strandpaviljoen Zee van tijd / Strandslag 5 4- Strandpaviljoen Paal 6 / Strandslag 6 In de nota ‘Aanrijpunten Hulpdiensten Noord-Holland’ is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten geregeld. Het is wel zaak om dit in de praktijk te toetsen op een drukke zomerse dag. Ad 3) Bij verschillende strandslagen is de fietsparkeerruimte met onverharde ondergrond niet geschikt voor scooters, brom- en snorfietsen. Hierdoor worden deze op niet daarvoor bedoelde parkeerplaatsen gezet. Bij verschillende strandslagen verdient de toegankelijkheid voor mindervaliden aandacht. Zie verder aanbeveling 5.2 Onderstaand de waarnemingen van de NIVZ riskassessor:

4.1 STRANDSLAG 1 HUISDUINEN Hoe is de informatievoorziening? Het provinciale informatiebord ontbrak (waarschijnlijk tijdelijk weggehaald vanwege de verbouwing). De informatie borden van de provincie over de natuur in de omgeving staan wel op hun plek. Opvallend is dat er een scala aan verkeersborden (soms met onderborden) wordt gebruikt in verschillende stijlen. Hoe is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten? Bij enkele strandslagen ontbrak de slagboom (winterseizoen?). Nu hebben toeleveranciers en klusbedrijven etc. vrije toegang. In principe is de toegankelijkheid gekoppeld aan pashouders.

Toegang vindt plaats over de oude geasfalteerde dijk en straks via de nieuwe opgangplaten. Het lijkt erop dat deze ‘corridor’ smal wordt, hetgeen een punt van aandacht is. Zie: https://www.denhelder.nl/Onderwerpen De ambulance overdracht plaats (AOP) is gepositioneerd bij Zeepromenade Huisduinen volgens de nota ‘Aanrijpunten Hulpdiensten Noord-Holland’. De toegankelijkheid hangt wel in zekere mate af van de verkeer/bezoekers drukte van die dag. Hoe is de toegankelijkheid en de voorzieningen voor mindervaliden geregeld? Voetgangers, fietsers en auto’s hebben toegang via één en dezelfde weg. De weg gebruikers worden niet geholpen door een scheiding van langzaam en snelverkeer. Aanbrengen van belijning is aan te bevelen. In het duingebied zijn er wel aparte fietspaden aangelegd. Dagjesmensen kunnen bij de gemeente een tijdelijke pas voor de slagboom regelen, inwoners van regio Noord-Holland kunnen een permanente pas aanvragen voor het gebied van strandslagen 1 t/m 17 waarvan enkele toegankelijk zijn voor invalide parkeerplaatsen. Deze opgang wordt op dit moment verbouwd. Het plan is dat er net als voorheen weer twee parkeerplaatsen voor mindervaliden worden aangelegd nabij het paviljoen. Daarbij moet worden opgemerkt dat in deze ruimte ook het laad en los station voor het paviljoen komt en het is de enige plek waar scooters e.d. kunnen staan.

4.2 STRANDSLAG 2 HENGSTENPAD Hoe is de informatievoorziening? Het blauwe bord staat ver weg bij de rest van de informatieborden. Door deze geïsoleerde plaatsing valt het bord minder op. De informatie borden van de provincie over de natuur in de omgeving verschillen sterk in stijl met de veiligheidsborden. Hoe is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten? Deze opgang is niet toegankelijk voor voertuigen/ hulpverleningsvoertuigen. Hoe is de toegankelijkheid en de voorzieningen voor mindervaliden geregeld? Voetgangers en fietsers hebben toegang via één en dezelfde weg. Er is geen scheiding aangebracht door middel van -bijvoorbeeld- belijning. Er is geen voorziening voor mindervaliden voertuigen.

4.3 STRANDSLAG 3 DUINOORD Hoe is de informatievoorziening? De borden van de provincie staan zowel op de parkeerplaatsen, onder aan het duingebied en bij de strandopgang. Hoe is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten? Deze opgang is alleen toegankelijk voor pashouders.

Pagina 17 van 21

Het pad door de duinen is vrij lang en smal. Beide zijden zijn omringd door hoge duinen of sterke begroeiing. Ook hier is er geen sprake van gescheiden paden door -bijvoorbeeld- belijning. Er is opgemerkt dat in de zomer, bij drukte, langs de weg scooters en bromfietsen staan geparkeerd. Bij tegenliggend verkeer kan er een opstopping ontstaan. Indien hulpdiensten nodig zijn, zullen meerdere gebruikers moeilijk uitwijken. Er is een ambulance overdracht plaats (AOP) gepositioneerd bij Beach Club Citadel volgens de nota ‘Aanrijpunten Hulpdiensten Noord-Holland’. Hoe is de toegankelijkheid en de voorzieningen voor mindervaliden geregeld? Er zijn drie parkeerplaatsen voor mindervaliden. Deze zijn echter niet apart aangeduid. Daarbij is meegedeeld dat de parkeerplekken in het zomerseizoen, bij drukte, incidenteel vol staan met scooters. De toegangsweg naar het strand is niet geheel verhard en daardoor moeilijk toegankelijk met een rolstoel. Op het strandpaviljoen Citadel Beachclub is wel een strandrolstoel aanwezig.

4.4 STRANDSLAG 4: FALGA Hoe is de informatievoorziening? De informatievoorziening is verspreid. De provinciale natuur borden vallen meer op in vergelijking met de veiligheidsinformatie op de blauwe borden. Hoe is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten? Deze opgang is niet toegankelijk voor voertuigen. Hoe is de toegankelijkheid en de voorzieningen voor mindervaliden geregeld? Deze opgang is niet voor gemotoriseerde voertuigen toegankelijk. Voetgangers en fietsers, hebben toegang via dezelfde weg. De verkeerstromen worden niet gescheiden, ook niet door -bijvoorbeeld- belijning.

4.5 STRANDSLAG 5: DE ZANDLOPER Hoe is de informatievoorziening? De informatievoorziening is verspreid. De gemeente gebruikt andere borden in een andere kleur en stijl dan provincie. Hoe is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten? Er is hier sprake van een smalle toegangsweg die aan beide zijden hoge duinen en sterke begroeiing bevat, afgebakend met staaldraad. Toegang tot aan het strand is mogelijk voor hulpdiensten als pashouder. De ruimte om te keren met een ambulance is beperkt en mede afhankelijk van de bezoekers en verkeersdrukte. Hoe is de toegankelijkheid en de voorzieningen voor mindervaliden geregeld? De toegangsweg naar het strand is geheel verhard en bevat een matige klim. Voetgangers, fietsers en auto’s hebben allemaal toegang via één weg. De verkeerstromen worden niet gescheiden door -bijvoorbeeld- belijning. Er zijn twee parkeerplaatsen voor mindervaliden. In tegenstelling tot andere strandslagen is hier wel een afbakening voor gemaakt, waardoor deze plekken vrij blijven van fietsers en scooters. Voor mindervaliden is een strandrolstoel beschikbaar bij het paviljoen Zee van Tijd.

Pagina 18 van 21

4.6 STRANDSLAG 6 JULIANADORP. Hoe is de informatievoorziening? De veiligheidsinformatie is goed zichtbaar bij zowel de parkeerplaats als aan het strand. De blauwe borden wijken af van de stijl van de andere borden. Hoe is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten? Er is hier sprake van een brede en overzichtelijke toegangsweg. In de zomerperiode, bij drukte, wordt ingeschat dat aanrijdende hulpverleningsvoertuigen een uitdaging hebben om een vrije doorgang te krijgen, gezien het scala aan verkeersgebruikers op deze weg. Aan het eind van de weg kan een ambulance keren, mits er geen bevoorradingswagens staan en de parkeerplaatsen voor mindervaliden niet vol staan. Hoe is de toegankelijkheid en de voorzieningen voor mindervaliden geregeld? Voetgangers, fietsers en auto’s hebben toegang via één en dezelfde weg. De verkeerstromen worden niet gescheiden doorbijvoorbeeld- belijning. Er zijn drie p-plaatsen voor mindervaliden. Deze worden aangeduid met ‘P vergunninghouders’. Dat kan verwarrend zijn. Daarbij is meegedeeld dat in de zomerperiode, bij grote drukte, deze P-plekken incidenteel ingenomen worden door scooters. De toegangsweg naar het strand is geheel verhard en goed toegankelijk voor mindervaliden met een rolstoel. Op de strandpost is een strandrolstoel aanwezig.

4.7 STRANDSLAG 7 DROOGHE WEERT Hoe is de informatievoorziening? Deze opgang staat precies op de gemeentegrens. De informatieborden staan verspreid. De ‘natuur’ borden vallen meer op dan de ‘veiligheid’ borden. Hoe is de bereikbaarheid voor de hulpverlenings- en reddingsdiensten? Er is een brede opgang waar echter een (nog) niet-geautomatiseerde slagboom de weg blokkeert. Er is meegedeeld dat de sleutels voor de boom niet altijd bij de hulpverleners in de auto liggen. Hoe is de toegankelijkheid en de voorzieningen voor mindervaliden geregeld? Deze opgang is niet toegankelijk voor auto’s. Voetgangers, fietsers, wandelaars gebruiken deze weg. De verkeersstromen worden niet gescheiden door -bijvoorbeeld- belijning.

.

Pagina 19 van 21

5. AANBEVELINGEN 1.

Zorg voor betere informatie aan zwemmers/ baders Zwemmen vindt plaats op eigen risico. Het is evenwel aan de houder (beheerder) die gelegenheid geeft tot zwemmen om de individuele zwemmer te helpen deze verantwoordelijkheid in te vullen. Vanuit haar zorgplicht. Dat begint met goede informatieborden bij de strandopgangen. • Zorg voor een heldere lijn tussen alle (provinciale, gemeentelijke) infoborden. Maak hiervoor een plan met de provincie Noord-Holland en Omgevingsdienst. • Bundel de verschillende informatieborden op één centraal goed zichtbare plek bij elke strandopgang. • Stimuleer dat in de zwemgebieden de zwemmers/ baders op elkaar letten6. Juist als er geen toezicht is. • Maak goed duidelijk wanneer er wel/ niet toezicht is.

2.

Verbeter de toegankelijkheid van het strand De fietsparkkeerplaatsen met onverharde ondergrond zijn niet geschikt voor scooters, brom- en snorfietsers. Deze parkeren dan vaak op de naastliggende betonplaten. Dat is ongewenst aangezien het de doorgang van het (hulpverlenings)verkeer kan belemmeren, maar ook het parkeren voor mindervaliden. De toegankelijkheid voor mindervaliden verdient aandacht. Stel een algemeen gemeentelijk beleidskader op en besteed daarbij aandacht aan de volgende punten: • Informatievoorziening • Bij alle toiletten een goed aangepast invalidentoilet • De richtlijnen voor hellingbanen toepassen • Matten/banen richting de zee aanbrengen • Goede strandrolstoelen bij alle strandopgangen • Invalidenparkeerplaatsen bij het strand

3.

Verbeter de registratie van inzet en incidenten De registratie van de inzet van de lifeguards (toezicht en hulpverlening) kan beter. In de registratie is te weinig aandacht voor de preventieve inzet. Toezichturen, waarschuwingen, adviezen e.d. spelen een belangrijke rol in de voorkoming van incidenten en verdrinkingen. Deze inzet komt nu niet terug in de registratie. Verder houdt de SSN een incidenten-registratie bij zonder specifiek de locaties te noteren. Daardoor is onvoldoende duidelijk waar de hotspots zijn. De registratie van de incidenten buiten de openingstijden van de SSN zijn onvolledig. Een betere registratie zal leiden tot een betere beleidsvorming.

4.

Organiseer een pilot risico-gestuurd toezicht Ten aanzien van het toezicht is de centrale aanbeveling om risico gestuurd toezicht in te voeren. Bij dit model geldt dat het toezicht en de daaruit voortvloeiende hulpverlening op de stranden van Den Helder meer plaatsvindt bij de waterlijn, bij zwemzones en minder vanuit de strandposten. Om hier een start mee te maken moet een seizoenoverzicht komen wanneer de risico’s hoog zijn; op zomerse dagen, woensdagmiddagen (kinderen), weekend, schoolvakanties, bij evenementen etc. Maak dit overzicht op basis van historische gegeven per zwemlocatie.

5.

Stem de Blauwe Vlag criteria en Code Lifeguarding op elkaar af De Blauwe Vlag criteria ‘strand’ en de Code Lifeguarding overlappen elkaar voor een deel. Gemeente Den Helder en de SSN moeten nog afspreken hoe zij in de toekomst willen omgaan met deze criteria en de toetsing hierop.

6.

Onderzoek nut en noodzaak van een RBDH-alarmploeg Evalueer de afspraken die gemaakt zijn tussen SSN en Reddingsbrigade Nederland over samenwerking met RBDH. Daarbij zal nader onderzoek antwoord moeten geven op de vraag over nut en noodzaak van de repressieve ondersteuning van de RBDH voor (extra) hulpverlening buiten het toezichtvenster van de SSN.

6 Zie hiervoor het landelijke project ‘Wie checkt jou, veilig in en uit het water’ over (nrz-nl.nl).

Vanuit de beschikbaar gestelde cijfers lijkt er behoefte te zijn voor een ondersteunende repressieve dienst op de stranden van Den Helder. Start een verdiepend onderzoek waarbij onder andere naar tijdstippen, datums en aard van de geregistreerde incidenten wordt gekeken. Bepaal vervolgens aan de hand van de onderzoeksresultaten of -en in welke mate- de reguliere repressieve dienst (brandweer/politie) extra ondersteuning nodig heeft. En welke middelen daar mee gemoeid zijn. Overleg met VRNHN/ brandweer om te kijken of dit onderzoek gestart kan worden voordat het zwemseizoen begint (1 mei 2023). 7.

Richt de strandveiligheid in als een cyclisch proces Risico’s in kaart brengen is een doorlopend proces om te komen tot de toepassing van de juiste beheersmaatregelen. Het NIVZ adviseert om het riskassessment onderdeel te laten zijn van een doorlopende kwaliteitscyclus, waarbij de jaarlijkse cyclus Plan, Do, Check, Act (PDCA) wordt toegepast. Ter ondersteuning van deze cyclus verdient het aanbeveling dat het NIVZ jaarlijks een onafhankelijke uitvoeringsaudit verzorgt. Na deze risico-inventarisatie (plus aanbevelingen) moet immers gekeken worden of de beheersmaatregelen voldoende effect sorteren.

5.1GERAADPLEEGDE DOCUMENTEN • • • • • • • • • • • • •

Website Strandexploitatie Noordkop: strandexploitatie.nl Website Reddingsbrigade Den Helder: reddingsbrigadedenhelder.nl Website Gemeente Den Helder: denhelder.nl Website Reddingsbrigade.nl Website NIVZ.nl Criteria en richtlijnen Blauwe Vlag ‘strand’ 2022 Werkprincipes Strandveiligheid “Code Lifeguarding” (2022) Inzetprotocol Reddingsbrigades door Kustwachtcentrum, 2016 Handboek incidentbestrijding op het Water, IFV mei 2015 ILSE Guideline Safety on European beaches, 2009 Rapport Zwemmen in oppervlaktewater, hoe zit dat? Reddingsbrigade Nederland (juni 2020) Nota Aanrijpunten Hulpdiensten Noord-Holland, 2021 Besluit aanwijzen zwemlocaties 2023, Provincie Noord-Holland, 2023

Pagina 21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1956/documents/20149