2021-10-19 Toelichting voor vaststelling bp Schoolweg 78a Den Helder b.pdf
Tekst van het document
Het gebruik dat met het bestemmingsplan wordt toegestaan blijft ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee niet of slechts in geringe mate invloed op de luchtkwaliteit. Ook in relatie tot de achtergrondwaarden treden geen overschrijdingen op als
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78/78a Juliandorp
Pagina 23
gevolg van het bestemmingsplan. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar.
4.8
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR.
Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken. Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78 / 78a Julianadorp
Pagina 24
omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan. Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10 -6 per jaar voor het plaatsgebonden risico. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt een voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. De achterliggende bedrijfsgronden worden conform de bestaande en vergunde situatie opgenomen in dit bestemmingsplan. Met het bestemmingsplan worden geen nieuwe (beperkt)kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Het gebruik van de stolpboerderij verandert feitelijk niet. Raadpleging van de risicokaart leert dat er binnen relevante afstand van het plangebied geen risicobronnen gelegen zijn. Met het bestemmingsplan wordt voorts geen risicobron geïntroduceerd. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar. 4.9
Milieuzoneringen
Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld. In deze handreiking wordt afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78/78a Juliandorp
Pagina 25
richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies. De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. Milieucategorie 1 2 3 4 5 6
Richtafstanden tot rustige woonwijk 10 meter 30 meter 50 tot 100 meter 200 tot 300 meter 500 tot 1000 meter 1500 meter
Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter
Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie. De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kunnen deze richtafstanden toegepast worden, dan wel kan van deze richtafstanden afgeweken worden. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt een voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. De achterliggende bedrijfsgronden worden conform de bestaande en vergunde situatie opgenomen in dit bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt een burgerwoning mogelijk gemaakt die als gevoelige functie bescherming geniet ten opzichte van nabije bedrijfsfuncties.
In relatie tot de bedrijven in de omgeving van het projectgebied kan gesteld worden dat de milieukundige situatie niet verandert: de bedrijfswoning was reeds beschermd ten opzichte van deze functies en dat wijzigt niet met de omzetting naar een reguliere woonfunctie. Gesteld kan daarmee worden dat er eerder geoordeeld is dat er in relatie tot deze bedrijven sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de toegestane burgerwoning de bedrijven niet in de bedrijfsvoering belemmert. Wel verandert de situatie ten opzichte van de bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden op het voormalige bijbehorende bedrijfsperceel aan de Schoolweg 78. De bedrijfswoning genoot geen milieubescherming ten opzichte van het bijbehorende bedrijf. In de nieuwe situatie geniet de
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78 / 78a Julianadorp
Pagina 26
reguliere woonfunctie binnen de stolp wel bescherming ten opzichte van de bedrijfsfuncties op de achtergelegen gronden (de units). Met dit bestemmingsplan zijn ter plaatse van de achterliggende gronden bedrijfsfuncties tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Voor dergelijke functies geldt een richtafstand van 30 meter. Conform de systematiek van de VNG-brochure mag deze richtafstand binnen gemengd gebied met één stap verlaagd worden en wel naar 10 meter. Gesteld kan worden dat het plangebied deel uitmaakt van gemengd gebied: er komen verschillende functies (bedrijfsfuncties, woonfuncties, agrarische functies en een drukke verkeersweg) in de omgeving voor. In dit bestemmingsplan is door een verkeersbestemming toe te passen tussen de bedrijfsunits en de burgerwoning afstand tussen de functies gecreëerd. Deze afstand is groter dan 10 meter. Daarmee wordt geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning en dat de bedrijfsfuncties niet belemmerd worden. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar. 4.10
Besluit milieueffectrapportage
In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. . De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: • het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; • het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; • het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).
Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; • de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet:
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78/78a Juliandorp
Pagina 27
• • •
door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).
De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het voorliggende bestemmingsplan maakt het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning mogelijk. Tevens worden reeds vergunde bedrijfsunits met dit bestemmingsplan vastgelegd. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Aanvullend kan op basis van de in dit hoofdstuk behandelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies gesteld worden dat de effecten van de voorgenomen ontwikkeling lokaal en zeer beperkt optreden. Wezenlijke cumulatieve effecten met andere ruimtelijke ontwikkelingen zijn niet te verwachten. Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar. 4.11
Verkeer en parkeren
Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten als gevolg van het toegestane op basis van het bestemmingsplan voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Beschouwing Met dit bestemmingsplan wordt een voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning. De achterliggende bedrijfsgronden worden conform de bestaande en vergunde situatie opgenomen in dit bestemmingsplan.
Ten aanzien van de parkeersituatie en de verkeersafwikkeling kan gesteld worden dat deze voor wat betreft de toegestane burgerwoning niet wijzigt. Het feitelijke gebruik van de stolpboerderij als woning wijzigt niet, hetgeen ook voor de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie geldt. De bestaande parkeervoorzieningen (meerdere parkeerplaatsen op eigen terrein langs de Schoolweg) blijven behouden. Ook de ontsluiting op de Schoolweg verandert niet. Voor wat betreft de bedrijfsunits geldt dat dit reeds een bestaande vergunde situatie betreft, welke als zodanig in dit bestemmingsplan is opgenomen.
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78 / 78a Julianadorp
Pagina 28
Conclusie Het bestemmingsplan is in relatie tot de aspecten parkeren en verkeer uitvoerbaar.
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78/78a Juliandorp
Pagina 29
HOOFDSTUK 5: 5.1.
UITVOERBAARHEID
Financiële uitvoerbaarheid
In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieeleconomische uitvoerbaarheid van het plan te worden aangetoond. Dit bestemmingsplan betreft een particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan alsmede de bijbehoren leges zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan geen financiële consequenties verbonden. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Het opstellen van een exploitatieplan wordt op basis van het bovenstaande niet nodig geacht. 5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het plan is aan de directe buren voorgelegd. De omgeving is derhalve geïnformeerd Vaststellingsprocedure Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende 6 weken (t/m 15 oktober) ter inzage gelegd. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Gedurende de termijn van terinzagelegging heeft nog afstemming met de provincie plaatsgevonden, hetgeen geleid heeft tot enkele tekstuele aanvullingen en het invoegen van de bestemming Groen tussen de stolp en de bedrijfsgronden. De provincie is akkoord met deze aanpassing en heeft geen zienswijze ingediend. Beroep Na vaststelling van het bestemmingsplan kan binnen 6 weken na bekendmaking door belanghebbenden beroep worden ingediend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het plan is onherroepelijk na afloop van de beroepstermijn, tenzij een voorlopige voorziening wordt ingediend.
HOOFDSTUK 6:
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
Inleiding Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, de planregels en een verbeelding. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld:
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78 / 78a Julianadorp
Pagina 30
•
•
Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding, bestaande uit een lijn, een figuur, een lettercode etc.. Via een aanduiding wordt in de planregels iets specifieks geregeld. Dit kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook eigen regels hebben. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming betekent dat voor gronden meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming en soms gelden er een of meerdere dubbelbestemmingen. In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra regels in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.
De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Algemene methodiek Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen worden opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de planregels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens). Planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels: in dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de planregels (artikel 2) bepaald. 2 Bestemmingsregels: in dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Het betreft regels voor het toegestane gebruik en bouwregels.
Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen, achter de bestemmingsregels. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld. 3 Algemene regels: in dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel en algemene bouw-, gebruiks-, afwijkings- en wijzigingsregels. 4 Overgangs- en slotregels: in het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78/78a Juliandorp
Pagina 31
Specifieke regeling in dit bestemmingsplan Artikel 3 Bedrijf In artikel 3 zijn de regels ten aanzien van de bestemming Bedrijf opgenomen. Deze bestemming geldt ter plaatse van de bedrijfsunits en bijbehorende gronden. In lid 1 is aangegeven welke functies en welk gebruik er ter plaatse van deze gronden is toegestaan. Er wordt verwezen naar een bijlage bij de regels, in deze bijlage is vermeld welke bedrijfsfuncties toegestaan zijn. In lid 2 staan de bouwregels. Voor de toegestane bouwhoogten wordt verwezen naar de verbeelding. In lid 3 is vermeld dat het college van burgemeester en wethouders bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor genoemde situaties nader eisen kunnen stellen. In lid 4 is aangegeven welk gebruik expliciet niet is toegestaan. In lid 5 geeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om vergunning te verlenen voor een bedrijf niet genoemd is in de bijlage bij de regels, maar dat qua ruimtelijke/milieu-uitstraling gelijk is aan de toegestane bedrijven. Dit geeft enige flexibiliteit aan het toegestane gebruik. Artikel 4 Groen Dit artikel bevat regels voor de gronden die voorzien zijn van de bestemming Groen. Het betreft een strook grond langs de oost- en zuidrand van het plangebied en een strook grond tussen de stolp en de bedrijfsgronden. Deze strook dient ten behoeve van de landschappelijke inpassing.
In lid 1 zijn de toegestane functies genoemd. Lid 2 bevat de bouwregels. Artikel 5 Tuin In dit artikel zijn de regels opgenomen die gelden voor de gronden met de bestemming Tuin. Het betreft de gronden die tussen de woning en de Schoolweg gelegen zijn. In lid 1 is het toegestane gebruik geregeld. In lid 2 staan de bouwmogelijkheden, welke beperkt zijn tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Lid 3 bevat de nadere eisen die het college kan stellen. In lid 4 staat het expliciet verboden gebruik. Artikel 6 Verkeer-Verblijf In dit artikel zijn de regels opgenomen die gelden ter plaatse van gronden met de bestemming Verkeer-Verblijf. Het betreft de gronden die tussen de bedrijfsunits en de woning liggen en de gronden die voor de ontsluiting van de bedrijfsunits dienen. Deze gronden zijn in hoofdzaak bedoeld als ontsluiting en voor parkeervoorzieningen. In lid 2 zijn de bouwmogelijkheden
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78 / 78a Julianadorp
Pagina 32
genoemd. Er zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Lid 3 bevat de nadere eisen die het college kan stellen. In lid 4 staat het expliciet verboden gebruik. Artikel 6 Water Dit artikel bevat de regels die gelden voor de gronden met de bestemming Water. De bestaande sloot langs de oostrand is zo bestemd. Artikel 7 Wonen In dit artikel zijn de regels vermeld die gelden voor de gronden met de bestemming Wonen. Het betreft de gronden ter plaatse van de stolp en de bijbehorende tuin. In lid 1 zijn de toegestane functies genoemd. In lid 2 zijn de bouwregels opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt in regels voor een hoofdgebouw (de woning) en voor overige gebouwen en overkappingen. Ook gelden er aparte bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Lid 3 bevat de nadere eisen die het college kan stellen. In lid 4 staat het expliciet verboden gebruik. In lid 4.2 zijn regels opgenomen die in acht genomen moeten worden bij het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep/bedrijf. In lid 4.3 zijn regels opgenomen voor het exploiteren van een bed & breakfast. In lid 5 is geregeld dat het college, onder genoemde voorwaarden, een omgevingsvergunning kan verlenen voor het vergroten van de mogelijkheden voor het uitoefenen van een aan-huisgebonden beroep/bedrijf.
Toelichting bestemmingsplan Schoolweg 78/78a Juliandorp
Pagina 33