2020-064121 Advies 1.20.150.001 Fractie Behoorlijk Bestuur.pdf
Tekst van het document
COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN ALGEMENE KAMER Aan de gemeenteraad van de gemeente DEN HELDER
Betreft: Het bezwaarschrift, gedateerd op 9 november 2020, ontvangen op 11 november 2020 (2020-064121), ingediend namens de fractie Behoorlijk Bestuur door mevrouw S. Hamerslag (fractievoorzitter), mevrouw M. Dijk (gemeenteraadslid) en de heer L. van Esdonk (gemeenteraadslid), gericht tegen het besluit van de raad van 28 september 2020 gepubliceerd op 9 oktober 2020 over de vaststelling van een algemeen belang in het kader van de Wet Markt en Overheid CASUS-INFORMATIE De commissie is een dossier ter hand gesteld, waarin zijn opgenomen: het betreffende bezwaarschrift, de publicatie van het besluit en het primaire besluit waartegen het bezwaarschrift is ingediend. OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE ONTVANKELIJKHEID De commissie stelt vast dat de fractie bezwaar heeft aangetekend tegen het raadsbesluit van 28 september 2020, gepubliceerd op 9 oktober 2020 waarbij de raad heeft besloten tot het beschikbaar stellen van middelen en/of voordelen aan Willemsoord BV door de gemeente, alsmede om de economische activiteiten van Willemsoord BV aan te wijzen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h, vijfde lid, van de Mededingingswet. Het bezwaarschrift is binnen de termijn van zes weken na bekendmaking van het besluit ingediend en is daarmee tijdig ontvangen. De commissie overweegt ten aanzien van de ontvankelijkheid verder het volgende.
Ingevolge artikel 8.1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Ingevolge artikel 7:1 van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep in te stellen eerst bezwaar te maken tegen dit besluit. In artikel 1:2 van de Awb staat dat onder belanghebbende wordt verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. De vraag is of het bezwaarschrift is ingediend door een belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb. Volgens vaste jurisprudentie (onder meer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 november 1997 in zaak no.
E03.96.0894 (AB 1998, 2)) kan een politieke partij, ook al bezit zij rechtspersoonlijkheid, in een geval waarin beroep openstaat voor belanghebbenden, niet opkomen ter bescherming van algemene en collectieve belangen, omdat de woorden "in het bijzonder" aan het slot van artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zich daartegen verzetten.1 Het bezwaar is ingediend door de fractie Behoorlijk Bestuur en ondertekend door alle drie de fractieleden van Behoorlijk Bestuur, namelijk de fractievoorzitter en de twee gemeenteraadsleden. Het bezwaar is niet 1 ECLI:NL:RVS:2007:BB9488
(zie ook AB 1998,2)
Commissie bezwaarschriften Algemene Kamer: bezwaarschrift van fractie Behoorlijk Bestuur ((2020-064121/2020-064121) Pagina 1 van 2
ingediend door de politieke partij Behoorlijk Bestuur dan wel door de individuele personen die het bezwaarschrift hebben ondertekend. Dit blijkt uit het feit dat bovenin het bezwaarschrift specifiek staat aangegeven dat de afzender fractie Behoorlijk Bestuur is en uit de eerste zin van het bezwaarschrift waarin staat dat bezwaarmakers als leden van de fractie Behoorlijk Bestuur bezwaar maken. Weliswaar is de fractie niet de politieke partij zelf, maar deze kan wel op 1 lijn met de politieke partij worden gesteld. Zie in dit verband de uitspraak van 14 april 2015 van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State2. Een fractie kan gezien het voorgaande, niet opkomen ter bescherming van algemene en collectieve belangen. Fracties kunnen daarom niet aangemerkt worden als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 eerste en derde lid van de Awb. In artikel 6:6 van de Awb staat dat het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar. Op grond van de artikelen 7:1 jo 8:1 van de Awb kan een belanghebbende bezwaar indienen. Nu uit voorgaande blijkt dat de fractie behoorlijk bestuur geen belanghebbende is in de zin van artikel 2:1 van de Awb acht de commissie het bezwaar niet ontvankelijk.
HOREN In artikel 7:3 sub a van de Awb staat dat van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Uit voorgaande blijkt dat het evident is dat de fractie geen belanghebbende is in de zin van artikel 2:1 van de Awb. Hieruit vloeit voort dat het bezwaar kennelijk nietontvankelijk is. Om deze reden heeft de commissie besloten om van het horen van bezwaarde af te zien. ADVIES Op grond van het bovenstaande adviseert de commissie de raad om het bezwaarschrift ingediend namens de fractie Behoorlijk Bestuur door mevrouw S. Hamerslag (fractievoorzitter), mevrouw M. Dijk (gemeenteraadslid) en de heer L. van Esdonk (gemeenteraadslid) niet-ontvankelijk te verklaren. DEN HELDER, 1 december 2020
De Commissie bezwaarschriften Algemene Kamer
de heer mr. P. van Veen, voorzitter
mevrouw B.C. Kanne-van Tongeren, secretaris
2 ECLI:NL:RVS:2015:1151
Commissie bezwaarschriften Algemene Kamer: bezwaarschrift van fractie Behoorlijk Bestuur ((2020-064121/2020-064121) Pagina 2 van 2