CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-01-23 Goedkeuring eindsituatiebodemonderzoek - Brief nav eindafwerking.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 22 september 2025, gemeente Den HelderBij agendapunt: 4: Voorstel tot een verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning baggerdepot Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Oostoeverweg .985 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ebbehout 31 1507 EA Zaandam 088-5670200 www.odnzkg.nl

Milieupark Oost De heer D.J. de Jong Postbus 37728 1039 BG Amsterdam

Zaaknummer 9174773

Betreft: Eindsituatie bodemonderzoek Milieupark Oost 1 Geachte heer De Jong, Op 13 december 2019 ontvingen wij uw e-mail met het volgende bodemonderzoeksrapport: • Eindsituatie bodemonderzoek conform NEN5740 Oostoeverweg 73 te Den Helder Milieupark Oost. Prommenz, kenmerk rapportage M18269.rapport.0,1, 11 december 2019.

Documentnummer 16031573 Datum 23 januari 2020

Verder hebben wij op 20 januari 2020 uw e-mail ontvangen met als bijlage de weegbonnen voor de afgevoerde folies. Hierover het volgende: De aanleiding voor de uitvoering van het eindsituatieonderzoek wordt gevormd door de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse en het overeenkomstige vergunningsvoorschrift uit de Wet Milieubeheervergunning van de Provincie Noord-Holland met kenmerk 2002-4578 van 5 augustus 2004. In het ‘Plan van aanpak Eindsituatie onderzoek Oost 1’ (PVA Oost 1) is reeds een vooronderzoek verricht en is de onderzoekstrategie bepaald. Met het pva is door ons ingestemd op 20 november 2018 met zaaknummer 8605760. Het baggerdepot / opslaglocatie Oost 1 is fasegewijs van 1993 t/m 1997 in gebruik genomen ten behoeve van de opslag, be- en verwerking van verontreinigde grond en baggerspecie. Ter plaatse van de opslagbassins en het waterbassin was de gehele locatie, voorzien van een 2 mm dikke HDPE-folie welke aan de bovenzijde is beschermd met een circa 0,5 meter dikke zandlaag. Onder de HDPE-folie waren diverse controledrains gelegen welke uitkomen op diverse monitoringsputten welke halfjaarlijks worden gemonitord.

Risico’s beperken, leefbaarheid vergroten.

1|3

Nulsituatie-onderzoek Vanwege de gefaseerde aanleg van het baggerdepot / opslaglocatie is het onderzoek ter vaststelling van de nulsituatie eveneens gefaseerd uitgevoerd. In totaal zijn ter vaststelling van de nulsituatie een drietal bodemonderzoeken uitgevoerd, zijnde: • Nulsituatieonderzoek opslagdepot te Den Helder, Grontmij Advies & Techniek bv te Alkmaar, kenmerk 04967, juli 1993; • Nulsituatieonderzoek Oostoeverweg te Den Helder, Milieutechniek de Vries & van de Wiel bv, kenmerk 97-8200-2013, 22 mei 1997; • Verkennend bodemonderzoek Oostoeverweg te Den Helder, Milieutechniek de Vries & van de Wiel bv, kenmerk 97-8100-1166 d.d. 3 september 1997. Uit bovengenoemde onderzoeken kan worden opgemaakt dat plaatselijk in de grond licht verhoogde gehalten aan kwik, lood, PAK, minerale olie, cyanide, EOX en hexa/pentachloorbenzeen zijn aangetroffen. In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan arseen, chroom, koper en nikkel aangetroffen. Tevens is in het grondwater plaatselijk sprake van een licht verhoogd gehalte aan fenol-index ten opzichte van de detectielimiet. Reeds in 2012 zijn de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van het toenmalige opslagbassin 114 beëindigd en is het betreffende terreindeel overgedragen aan de gemeente Den Helder.

In het kader van de bedrijfsbeëindiging ter plaatse en overdracht is een eindsituatie-onderzoek uitgevoerd (Eindsituatie bodemonderzoek Oostoeverweg 73 – bak 114 te Den Helder, Milieutechniek de Vries & van de Wiel bv, kenmerk KRD12-8100-1022-RAP-001a.doc. 16 augustus 2012). Met de brief van 15 november 2012 (kenmerk 64340/ 110901) heeft de provincie Noord-Holland ingestemd met de eindsituatie op deze deellocatie. Beoordelingskader Artikel 2.11, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer bepaalt dat, indien in de inrichting een bodembedreigende activiteit wordt verricht, uiterlijk binnen drie maanden na oprichting van de inrichting, een rapport met de resultaten van een onderzoek naar de bodemkwaliteit wordt toegezonden aan het bevoegd gezag (nulsituatie-onderzoek). Artikel 2.11, achtste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer bepaalt dat de onderzoeken, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, moeten voldoen aan NEN 5740 en zich uitsluitend hoeven te richten op de bodembedreigende stoffen die door de werkzaamheden ter plaatse een bedreiging voor de bodemkwaliteit vormen of vormden en op de plaatsen waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden, zullen plaatsvinden dan wel hebben plaatsgevonden.

Beoordeling bodemonderzoeksrapport Wij hebben het bodemonderzoek getoetst aan de NEN 5740, met inachtneming van het in artikel 2.11, derde en achtste lid, van het Activiteitenbesluit bepaalde. Het nul/eindsituatiebodemonderzoek voldoet hieraan. Uit het bodemonderzoeksrapport blijkt het volgende: Het overgrote deel van de toplaag niet verontreinigd is met de geanalyseerde parameters en daarmee bij toetsing aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit wordt geclassificeerd als

9174773 | 16031573

2|3

‘Altijd toepasbaar’. Plaatselijk is ter plaatse van de fases 01, 06, 08, 13 en 14 sprake van een lichte verontreiniging met name kwik en/of lood, PAK en minerale olie waarmee de toplaag terplaatse, in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, wordt geclassificeerd als ‘Wonen’ tot ten hoogste ‘Industrie’. Het grondwater is niet of hooguit plaatselijk licht verontreinigd is met de parameters arseen, chroom en kwik en wordt een licht verhoogde fenol-index aangetroffen. Conclusie De ten hoogste plaatselijk aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en/of grondwater overeenkomen met de resultaten uit de nulsituatie-onderzoeken en het eindsituatie-onderzoek ter plaatse van bak 114. Er is geen aanleiding om deze plaatselijk aangetroffen lichte verontreinigingen te relateren aan de voorgaande bedrijfsactiviteiten. De verontreinigingssituatie past binnen de voor het gebied vastgestelde bodemfunctie (industrie). Overig Graag ontvangen wij voor de vastlegging van de verontreinigingssituatie in ons bodeminformatiesysteem nog de xml-file(s) van de/het uitgevoerde onderzoek(en). Ons oordeel is gebaseerd op de ingediende en de ons al bekende gegevens. Als blijkt dat deze onjuist of onvolledig zijn, is de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied niet aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg hiervan.

Afvoer folies Wij hebben kennisgenomen van de informatie over de afvoer van de folies en zullen dit nader onderzoeken en u hierover apart berichten. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Als u nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met het Regiebureau van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied via het contactformulier op onze website of via het in het briefhoofd genoemde telefoonnummer.

Hoogachtend, Het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, namens deze, de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, voor deze, de inspecteur Dit document is digitaal vastgesteld. Een fysieke of ingescande handtekening is daarom niet nodig. Meer informatie: https://www.odnzkg.nl/digitale-werkwijze/

9174773 | 16031573

3|3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2251/documents/25327