CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

2. verkennend bodemonderzoek.pdf

Gemeenteraad 7 oktober 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 9: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Tillenhof 2 Den Helder.25.855 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het opgeboorde materiaal is per bodemlaag over een traject van maximaal 0,6 m bemonsterd en zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige en verontreinigingskenmerken. Vanaf het maaiveld is tot de maximale boordiepte (2,0 m-mv) overwegend zeer fijn tot matig fijn zand aangetroffen. Plaatselijk is zwak zandige, zwak tot matig humeuze klei aangetroffen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 2.2 vermelde waarnemingen gedaan die een verontreiniging van grond doet vermoeden. Tabel 2.2: Zintuiglijke waarnemlnqen grond Boring Zintuiglijke waarneming Diepte (m-mv) Funderingslaag met slakken 20 0.10 tot 0,40 Sporen grind 0.00 tot 0,50 21 Sterk qrindhoudend. oruislaag 24 0,00 tot 0.20 Grindlaag met sporen puin 0.00 tot 0.50 25 26 Sporen grind 0,00 tot 0.20 Funderingslaag met slakken 27 0,10^0,40 Funderingslaag met slakken 28 0,10 tot 0,40 Funderingslaaq met slakken 29 0,00 tot 0,30 Funderingslaaq met slakken 30 0,10 tot 0,30 Zak puinhoudend 31 0.40 tot 1,00 32 Zwak puinhoudend 0.14 tot 0.60 33 Matig puinhoudend, laagje betonpuin 0,08 tot 0,50 Sporen <1%. zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-25%, uiterst 25-50%

Ter plaatse van de "nog niet onderzochte strook grond" is dezelfde slakkenfundering aangetroffen als op het terrein zelf. Aannemelijk is dat deze dezelfde kwaliteit heeft. In overleg met de opdrachtgever is derhalve besloten gtgn analytisch onderzoek ter plaatse van de strook te verrichten. Middels bovenstaande zintuiglijke waarnemingen kan gesteld worden dat de omvang van de funderingslaag (overwegend bestaande uit cementgebonden fundering met slakken en/ of slakken en beton) in kaart is gebracht. De funderingslaag heeft een gemiddelde dikte van 0,3 ä 0,4 m en is over een oppervlakte van circa 4.500 m2 aangetroffen. De totale hoeveelheid funderingmateriaal wordt OP basis van de beschikbare gegevens geschat op 1.600 nf1. Ten aanzien van de hoeveelheidsbepaling wordt opgemerkt dat - de funderingslaag vooralsnog als bouwstof c.q. afvalstof wordt beschouwd en niet als bodem; - ter plaatse van de verhoging aan de westzijde van de werkplaats in de bovengrond een slakkenbijmeninging tot een diepte van 0,4 m-mv is aangetroffen. Tot op het oorspronkelijke maaiveld (2,0 m-mv) is vervolgens zeer fijn zand aangetroffen; - aan de noordwestzijde buiten de funderingslaag een grind(houdende) laag aanwezig is.

\\NTHB2\DATA\PROJECTEN\4400-4499\4411\A2\4411A2bffrap.doc

Rapport 4411-A2

01-07-2004

16:47

HB Adviesbureau bv

HB fiDUIES SCHAGEN

0224213884

P.05

/J2\

4_

2,2 Analyses De analyses van de grond- en grondwatermonsters zullen worden uitgevoerd door het laboratorium van Omegam te Amsterdam. Het laboratorium is Sterlab gecertificeerd. De volledige analyseresultaten voor de grond zijn in de vorm van afschriften van de originele analysecertificaten weergegeven in bijlage III. Om te beoordelen of de werkzaamheden in de werkplaats en/of de locatie met het aggregaat met een olieopslag een invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit onder de verharding is het mengmonster MM1 samengesteld van alle bemonsterde grondlagen (boven- en ondergrond tot op de betonplaat). Het mengmonster MM1 Is geanalyseerd op een NEN-5740-pakketgeldend voorgrond. Vernacht wordt dat ondanks de diverse bijmenging met puin toch een voldoende representatief beeld verkregen kan worden van de gemiddelde bodemkwaliteit onder de werkplaats.

P

Het IMEN-5740-pakket voor grond bestaat uit de analyses zware metalen (8 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's-IO VROM), extraheerbare organochloorverbindingen (EOX) en minerale olie (GC). De samenstelling van de grond(meng)monsters en de uitgevoerde analyses zijn weergegeven in tabel 2.3 De streef- en interventiewaarden voor metalen in de grond zijn afhankelijk van het gehalte aan lutum en/of organische stof. De streef- en interventiewaarden voor organische verbindingen (i.e. PAK's en minerale olie) in de grond zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof. Bij organische verbindingen geldt een maximumwaarde voor het gehalte aan organische stof van 30% en een minimumwaarde van 2%, met dien verstande dat bij de berekening van de streef- en interventiewaarden van PAICs-totaal (lO-PAK's) 10 % wordt aangehouden in plaats van 2%.

Ten behoeve van het bepalen van de toetsingswaarden zijn de percentages aan lutum en organische stof van het grondmengmonsters MM1 van de boven- en ondergrond als volgt bepaald: »lutum (%) organische stof (%) -MM1 1,0 0,3 In tabel 2.3 zijn de analyseresultaten (in mg/kg ds) voor de grond weergegeven, voor zover sprake is van een verhoging ten opzichte van de streefwaarden.

\\NTHB2\DATA\PROJECTEN\4400-4499\4411\A2\4411 A2brfrap.doc

Rapport 4411-A2

01-07-2004

16=47

0224213884

HB ADUIES SCHfiGEN

P.06 5

HB Adviesbureau bv Tabel 2.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten boven- en ondergrond (mg/kg d.s.) Monstar Boring (m-mv)

Parameter Waarneming. Metalen As (Arseen) Cd (Cadmium) Cr (Chroom) Cu (Koper) Hg (Kwik) Pb (Lood) Ni (Nikkel) PAICs Tolaal(IDVROM) EÖX Minerale olie +/• ♦ ++ ■»-Hd # Getal Getal * Getal **

MM1 31(0.14-0.4)

(0.4-1.0) 32(0.14-0,6) 90,6-0,9) 33(0.08-0.5) _ (0,5^.9)

g

puin 0-10%

Lutum % Org- Stof %

1,2

Toetsingstabel boven- en ondertimnd

I

0,3 22,5 3.3 124.8

15.5 0.4 52.0 15.8 0.20 51,3 11,0 S3,5

38,5 164.2

1.0

20,5

"5Ü77ÏÏ

SGSiï

0?

49,5 3,5 185,6

29.4

6.2 197,6 83,3

6.8 319.9 66,0 274.9 40,0

—1 TSITOJ

Zintuiglijk geen waarneming Zwakke waarneming Matige waarneming Sterke waarneming Uiterste waarneming Geen vertiogmg aangetoond Detectiegrens Geen toetsingswaarde beschikbaar Concentratie overschrijdt de S- waarde Concentratie gelijk aan/overechrijdt de (S+l)/2- waarde Concentratie gelijk aan/overschljdt de I- waarde

Opmerking: Voor minerale olie Is de streefwaarde voor de boven- en ondergrond (10.0 mg/kg ds) lager dan de detectiegrens.

2.3 Bespreking analyseresultaten In het grondmengmonster MM1 van de niet tot matig puinhoudende boven- en ondergrond is de parameter PAK's in concentratie verhoogd ten opzichte van de S-waarde aangetoond. De overige geanalyseerde parameters zijn niet in concentraties verhoogd ten opzichte van de S-waarden en/of detectiegrenzen aangetoond. De oorzaak van de aangetoonde verontreiniging aan PAfCs wordt vermoedelijk veroorzaakt door h"et aangetronen puin in de Doaem.

\\NTHB2\DATA\PROJECTEN\4400-4499\4411\A2\441 lA2brfrap.doc

Rapport 4411-A2

01-07-2004

16:47

HB fiDUIES SCHAGEN

0224213884

P.07

I

HB Adviesbureau bv

6

3. (controle) Onderzoek asbest in fundering en grond Het (controle) onderzoek asbest in fundering en grond betreft de volgende onderdelen: - het indicatief bepalen van de aanwezigheid van asbest in de fundeiingslaag; - controle aanwezigheid asbest in de grond ter plaatse van de voormalige hut. 3.1 Veldwerk Ter controle van de aanwezigheid van asbest in het funderingmateriaal is ter plaatse van de klinkerverharding één sleuf gegraven (S6). Na de verwijdering van de hut en het aanvullen van het gat onder de hut is door HB Adviesbureau bv op 11 juni 2004 een controleonderzoek uitgevoerd. De controle betrof de uitvoering van een visuele inspectie van het maaiveld en het graven van drie sleuven. De werkzaamheden zijn handmatig uitgevoerd zonder de toepassing van specifieke adembeschermende voorzieningen. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is ter plaatse van de voormalige hut het maaiveld vochtig gemaakt (vochtigheid boven 10%). Een overzicht van de uitgevoerde sleuven is weergegeven in tabel 3.1. De ligging van het geïnspecteerde terreindeel en de sleuven is weergegeven in bijlage i. Tabel 3.1: Uitgevoerde sleuven Sleuf Controle puin S6 Controle hut Sleuf 1 Sleuf 2 Sleuf 3

Lengte (m)

Breedte (m)

Diepte (m)

1,00

0,30

0,30

0.99 1.02 0,95

0,30 0.29 0.30

0,51 0,48 0,52

Al het uitgegraven materiaal is door de veldwerkers op basis van een opleiding asbestherkenning visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. 3,2 Resultaten veldwerk De funderingslaag is aangetroffen tot een diepte van circa 0,4 m-mv. Hieronder is matig fijn zand aangetroffen. Da bodem ter plaatse van de voormalige hut bestaat tot de maximaal onderzochte diepte (circa 0,5 m-mv) uit matig fijn zand. In het zand zijn gewaswortels aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden is op en in het maaiveld en in het ontgraven materiaal in de zintuiglijk zichtbare fractie van de grond en het funderingsmateriaal (fractie > 20 mm) geen asbestverdacht materiaal waargenomen.

\\NTHB2\DATA\PROJECTEN\4400-4499\4411\A2\4411A2brfrap.doc

Rapport 4411-A2

01-07-2004

16=48

HB PlDUIES SCHfiGEN

HB Adviesbureau bv

0224213884

P.08

/ÉI2\

7

3.3 Analyses Toetsingswaarden Alle analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door het laboratorium van Alex Stewart Environmental Services B.V. (Sterlab gecertificeerd) te Rotterdam. Als beoordelingskader van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van de onderstaande regelgeving. * Wet bodembescherming Vanaf 1 januari 2003 is een interim I-waarde voor asbest in grond vastgesteld. De interventiewaarde is vooralsnog vastgesteld op 100 mg/kg ds, betreffende een sommatie van hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest(vezels) waarbij voor chrysotielasbest een factor 1 geldt en voor overige asbestsoorten een factor 10. Er is geen S-waarde en geen ernst en urgentie in het interim-beleid vastgelegd. Vanaf 1 maart 2003 is een interim restconcentratienorm voor asbest in herbruikbare grond vastgesteld. De restconcentratienorm is vooralsnog vastgesteld op 100 mg/kg ds, betreffende een sommatie van hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest(vezels) waarbij voor chrysotielasbest een factor 1 geldt en voor overige asbestsoorten een factor 10. • Provinciale richtlijn: Door de provincie is het interim beleid overgenomen en aangevuld (besluit d.d. 16 december 2002; nummer 2002-47976 uitgegeven op 20 augustus 2003).

Uitgevoerde analyses Ten behoeve van de bepaling van de aanwezigheid van asbest in de zintuiglijk niet zichtbare fractie van het funderingmateriaal (fractie <20 mm) is van het materiaal uit de sleuf één puin(meng)monster GM6 van circa 10 kg samengesteld. Het monster is geanalyseerd volgens NEN5707. Ten behoeve van de bepaling van de aanwezigheid van asbest in de zintuiglijk niet zichtbare fractie van de grond ter plaatse van de voormalige hut (fractie <20 mm) is van het materiaal uit de sleuven 1,2 en 3 één gezamenlijk grond(meng)monster GMM1 van circa 10 kg samengesteld. Het monster is geanalyseerd volgens NEN5707. 3.4 Bespreking analyseresultaten De volledige analyseresultaten van de asbestanalyses zijn in de vorm van afschriften van de originele analysecertificaten weergegeven in bijlage lil. De totale concentratie aan asbest wordt bepaald door een sommatie van de concentratie visueel zichtbaar asbest (fractie > 20 mm) te sommeren met de concentratie visueel niet zichtbaar asbest (fractie < 20 mm). De totale concentratie aan asbest wordt bepaald door de concentratie visueel zichtbaar asbest (fractie > 20 mm) te sommeren met de concentratie visueel niet zichtbaar asbest (fractie < 20 mm).

\\NTHB2\DATA\PROJECTËN\440Q-4499\4411\A2\4411A2brfrap.doc

Rapport 4411-A2

01-07-2004

16:48

HB flDUIES SCHAGEN

0224213884

P.09 8

HB Adviesbureau bv Fractie > 20 mm Zintuiglijk is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen In de grond. Fractie < 20 mm De concentratie aan asbest in de grondfractle < 20 mm is in het laboratorium bepaald. De resultaten van het geanalyseerde grond(meng)monster zijn weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2: Ana yseresultaten fractie > 20 mm (mg/kg d.s.) Concentratie jConcentratla asbestvezels jasbestvezels chrysotlel ioverlg

Sleuf

Gewogen amcentratieS asbest < 20 mm

Monster

indicatief ondarzoek fundatie

S6

GM6

0,0

0,2

controle hut 0,0; 0.0 1,2 en 3 | GMM1| 0.0 # : gewogen concentratie = concentratie chrysotielasbest + ICx concentratie overige asbestsoorton n.g. : niet geanalyseerd 0,0 : niet aantoonbaar/ geen verhoging boven de bepalingsgrens

Uit de analyseresultaten van puin(meng)monster GM6 blijkt dat asbestjn het monster aanwezig is. Het betreft chrysotiel dat in hechtgebonden vorm aanwezig is. Uit de analyseresultaten van grond(meng)monster GMM1 blijkt dat geen asbest is aangetoond. Totale concentratie asbest De totale asbestconcentratie voor asbest de grond bepaald door het sommeren van de concentraties aan asbest zoals zijn bepaald in fractie > 20 mm en de grondfractle < 20 mm. De optelling en de toetsing aan de I-waarde is weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Overschrjdln^stabel asbest in grond (mg/kg d.s.) Gewogen Gewogen Totale concentre tie# concentratie* gewogen asbest > 20 mm asbest < 20 mm concentratie* asbest

Toetsingswaarden I-waarde/ restcon centra tienorm

Sleuf_. Indicatief onderzoek fundatie 100 SS 0,2 0,2 n.a.| Controle hut 1D0 n.a.| o.o 1,2 en 3 | # ; gewogen concentratie = chrysotielasbest + 1ÖX overige asbestsoorten n.a. : zintuiglijk niet waargenomen ; geen verhoging boven de bepalingsgrens aangetoond getal* : concentratie overschrijdt de restconcentratlenorm

Jm.

Uit de asbestanalyses blijkt dat in de funderinglaag asbest is aangetoond. De concentratie is echter lager dan de restconcentratlenorm. Op basis van het indicatief onderzoek zou het funderingmateriaal geschikt zijn voor hergebruik. Uit de asbestanalyses blijkt dat in de bovengrond ter plaatse van de voormalige hut geen asbest Is aangetoond boven de bepalingsgrens.

\\NTHB2\DATA\PROJECTEN\4400-4499\4411\A2\441lA2brfrap.doc

Rapport 4411-A2

01-07-2004

16:48

HB flWIES SCHAGEN

0224213884

P.10

HB Adviesbureau bv

4, Conclusies en aanbevelingen 4.1 Aanvullend bodemonderzoek In het aanvullend bodemonderzoek op een deel van het perceel aan het Tillenhof 2 te Huisduinen wordt geconcludeerd dat de funderingslaag een gemiddelde dikte heeft van 0,3 è 0,4 m en over een oppervlakte van circa 4.500 m2 aanwezig is. De totale hoeveelheid funderingsmateriaal wordt op basis van de beschikbare gegevens geschat op circa 1.600 m3; de grond ter plaatse van de werkplaats in geringe mate verontreinigd is met PAK's. De aangetoonde verontreiniging is vermoedelijk te relateren aan het in de grond aangetroffen puin. Opgemerkt wordt dat aangezien ter plaatse van de grondstrook aan de oostzijde van de locatie eenzelfde bodemopbouw is aangetroffen als ter plaatse van het reeds onderzochte deel van de locatie in overleg met de opdrachtgever afgezien Is van de uitvoering van analytisch onderzoek. Het is aannemelijk dat ter plaatse een vergelijkbare bodemkwaliteit aanwezig is.. 4.2 (controle) Onderzoek asbest In fundering en grond In het (controle) onderzoek asbest in fundering en grond op een deel van het perceel aan het Tillenhof 2 te Huisduinen wordt geconcludeerd dat: Indicatieve controle aanwezigheid asbest in fundering in het beoordeelde ontgraven materiaal zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal is waargenomen; in de funderinglaaq analytisch asbest is aangetoond.

Het betreft chrysotiel welke in hechtgebonden vorm aanwezig is. De concentratie overschrijdt de restconcentratienorm niet; ^eTundering op basis van de beschikbare gfigav^ns^esrhlkt zou kunnen zijn voor hergebruik^. ~? dow U/e-/ frPOq Controle asbest in grond voormalige hut tijdens de visuele inspectie aan en in het maaiveld en in de beoordeelde ontgraven grond zintuiglijk geen asbestVêfdar-ht matpriaal iswaargenomen; in de bovengrond op dit deel van de locatie analytisch geen ashesthouitend plaatmateriaal is aangetoond; Opgemerkt wordt dat: tijdens het locatiebezoek van 20 februari 2004 de eerder aangetroffen asbestverdachte platen ter plaatse van de overkapping niet meer aanwezig waren; het asbestverdacht materiaal wat is aangetroffen op het zeil ter plaatse van de zandopslag niet asbesthoudend is. 4.3 Aanbevelingen Aanbevolen wordt de onderzoeksresultaten tezamen met de resultaten uit het reeds eerder uitgevoerde onderzoek In verband met de eventuele verkoop van het perceel bij het koopcontract te voegen en afspraken te maken betreffende de aangetoonde verontreiniging {funderingslaag).

\\NTHB2\DATA\PROJECTEN\4400-4499\4411\A2\4411 A2brfrap.doc

Rapport 4411-A2

O è [56

Boring Boring mei pellbus Sterf mei nuinnwr

mmtaM

gvBdapplnB

babouiwina

lofcqtla divareg productBfi

grens ondarzoeltslciltatie

asbest verdacht matariaal op dekzeil

25 m

Boorpuntenkaart N.B. - Peilbuis A, verkennend onderzoek Fugro, d.d. 199B. - Boring 1 t/m 18 an sleuf StünSS. gaoombinoerd verkennend bodem-en asbest In crond onderzoek UB Adviesbureau bv, d.d. Oktober 2003. - Boring 20 lim 33, stoufSe en sleuf "staut 1 Um 3*. aerwullend bodem-en asbest In puin onderzoek HB Adviesbureau bv, d.d. Febiuari 2D04. - Tekening Is niet goscliTM voor opnamedoelelnden.

PDSlbus390 1740 AJ SCHAGEN tel : D224-2I2365 fax : 0224^213664

Adwesbureau aanvullend onderzoek

Opdrachtgever Hoogheeniaadschap Holtands NoondOfltwartior PnjuUnt.:

4411-A2

Rn^sM:

TlllBrhof2

Ad rat:

Tlllenhof2 DEN HELDER

Schart

1:500/A3

Datum;

TBkBfllnyr.:

4411A2BPK

ftrtMg

27-02-04

01-B7-2004

16:49

HB nDUIES SCHfiGEN

0224213884

P. 13

Sleuf

<^

opslag zand onder dekzeil

022

visufiel gainspfiftafird gehifid

voormalige hut met asbest

vßrriacht materiaal

5m

Tekening is niet geschild voor opnamedoeleinden

Detail A Postbus 390 1740 AJ SCHAGEN tel : 0224-212365 fax : 0224-213884

Adviesbureau

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Projektnr:

Projekt: Adres:

aanvullend onderzoek

Opdrachtgever:

Schaal:

4411-A2

Tillenhof 2 Tillenhof 2 DEN HELDER Datum: 1:150/A4 4A44 AnnA

01-07-04

ßauiÜTirui'

TOTftL P.13

Voor- en bodemonderzoek bodemkwaliteit (CROW 400) versie 9.6

Uitgevoerd door Werkzaam bij Telefoon E-mail Datum

Arcadis

arcadis 30 september 2020

Locatiegegevens SAP-nummer Reg.nr. mijnaansluitingen.nl

1001252356

Arcadis, projectnr. + locatiecode

PB-20-02724

Datum aanvraag

16 september 2020

Opdrachtgever

Opdrachtgever CINH

PWN voert namens 'CINH' het bodemadvies uit

Aanvrager Soort werk

Aansluiting(en)

Adres(sen)

Tillenhof 2

Postcode en plaats

1789AW, Huisduinen

Gemeente

Den Helder

Diepte werkzaamheden (m-mv)

ca. 1

Werkzaamheden

open ontgraving

Lengte tracé (m)

zie werktekening

Conclusie voor- en bodemonderzoek Voldoende gegevens aanwezig Aanvullend onderzoek nodig

Grondwaterstand (m-mv) Contact met grondwater Aanwezigheid fundatie/puin Bijzonderheden/Afwijkingen

ja nee >1,5 nee nee

Conclusie(s) gebaseerd op

Bodemonderzoek

Voorlopige Veiligheidsklasse Niet Vluchtig

Geen veiligheidsklasse

Voorlopige Veiligheidsklasse Vluchtig

Geen veiligheidsklasse

Milieuprocedure nodig

10-kuub regeling

Kritische parameter(s)

PAK

Blootstelling leidingen

Conc. permeabele stoffen hoger dan signaalwaarde PE

Toe te passen materiaal AL

PE-ALU/SLA

Toe te passen materiaal HL

PVC

(standaard aanleg HL PVC / AL PE80)

Toelichting conclusie onderzoek De resultaten van het bodemonderzoek, en toelichting op de conclusies daarvan, zijn opgenomen in de rapportage op de volgende pagina's.

^ARCADIS ls£-“, Bodemonderzoek - PB-20-02724 Werkvoorbereiding in het kader van werken in verontreinigde bodem

Inleiding Ter voorbereiding op graafwerkzaamheden op de bovenstaande locatie heeft Arcadis Nederland B.V. een bodemonderzoek uitgevoerd, conform de raamovereenkomst "werkvoorbereiding in het kader van werken in verontreinigde bodem’’. In bijlage 1 is een overzichtstekening opgenomen van de onderzoekslocatie en de uitgevoerde veldwerkzaamheden.

De rapportage van het vooronderzoek dat voorafgaande aan dit bodemonderzoek is uitgevoerd, is als bijlage 2 aan dit document toegevoegd.

Doelstelling van het onderzoek Het doel van het bodemonderzoek is meerledig, namelijk om op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem de volgende adviezen te kunnen verlenen: • de veiligheidsklasse(n) behorende bij de geplande graafwerkzaamheden • de toe te passen materiaalsoort voor de aan te leggen waterleiding. • welke meldingen, vergunningen en/of processturing en certificeringen, vanuit de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk), noodzakelijk zijn. • of een melding of vergunning vanwege een eventueel benodigde bemaling noodzakelijk is.

Uitgevoerde veldwerkzaamheden In tabel 1 is het uitgevoerde onderzoeksprogramma weergegeven.

Tabel 1: Uitgevoerde onderzoeksprogramma

Aantal

1

Omschrijving veldwerk

Aantal

Asbestgat met boring Maaiveldinspectie (asbest) Boring

3

1

Omschrijving analyses

Grond

1 Grondwater

NEN 5707 Asbest in grond NEN 5740 STAP GR

NEN 5740 STAP GW

Boring met peilbuis Bemonsteren grondwater Meten grondwaterstand, pH, EC en NTU

Toelichting tabel: Uit de maaiveldinspectie blijkt dat er geen aanleiding is voor het opdelen van de onderzoekslocatie in meer of minder verdachte deelgebieden. Voor de resultaten van de maaiveldinspectie wordt verwezen naar bijlage 8.

STAP GR (Standaardpakket grond): droge stof, lutumgehalte, organisch stofgehalte, barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), lood (Pb), zink (Zn), minerale olie (GC) (C10-C40), PAK (10 VROM), PCB (7) inclusief structuur-pakket (humus/lutum) en voorbehandeling AS3000. STAP GW (Standaardpakket grondwater): barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), lood (Pb), zink (Zn), aromaten (BTEXN), styreen, VOCl (11) en vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, 1,1dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan,1,3-dichloorpropaan, bromoform en minerale olie (GC) (C10-C40), inclusief voorbehandeling AS3000

pH = zuurgraad; EC = elektrische geleidbaarheid; NTU= maat voor het meten van de troebelheid van het grondwater.

Bij de bemonsteringen op de locatie is de vrijkomende grond beoordeeld op de bodemkundige samenstelling. Daarnaast is gelet op het voorkomen van puin, slakken, kolengruis en dergelijke en op afwijkingen van kleur, die

Arcadis Nederland B.V., Zendmastweg 19, Assen

T +31 (0)88 4261 261

www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504

(“ARCADIS kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. De opgeboorde grond van elke boring is per bodemlaag van maximaal 0,5 m bemonsterd. Indien de bodemopbouw en de veldwaarnemingen daar aanleiding toe gaven, is een kleiner monstertraject gekozen. Het niveau van het grondwater stond tijdens de veldwerkzaamheden lager dan 1,5 m-mv. Gezien de diepte van de voorgenomen graafwerkzaamheden (zie voorblad) is geen peilbuis geplaatst.

Analyseresultaten De analyseresultaten zijn getoetst aan de vigerende circulaire uit de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit en weergegeven in onderstaande tabellen. De (getoetste) analysecertificaten zijn opgenomen bijlage 4 en 5, met een toelichting op het landelijk toetsingskader in bijlage 6.

Grond Analyse code

Deelmonsters

Diepte (m-mv)

> AW (index)

> I (index)

Klasse Bbk (indicatief)

01-1

01-1

0,08 - 0,50

Min.olie (0,11)

PAK VROM (1,18)

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

01-2

01-2

0,50 - 1,00

-

-

Altijd toepasbaar

01-3

01-3

1,00 - 1,20

-

-

Altijd toepasbaar

Toelichting tabel: : Geen verhoogde waarden gemeten > AW : Gehalten groter dan de achtergrondwaarde > I : Gehalten groter dan de interventiewaarde Index : (GSSD-AW) / (I-AW) GSSD : Gestandaardiseerde meetwaarde Bbk : Besluit bodemkwaliteit

2 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2149/documents/23151