126858 - 348806 - Bijlage 1 INF 551 B22062-OM-009 Verkennend water- en landbodemonderzoek.pdf - kopie.pdf
Tekst van het document
VERKENNEND WATER- EN LANDBODEM ONDERZOEK Het vervangen van oeverconstructies Noordhollandsch Kanaal, NOK-V T1
OPDRACHTGEVER:
Documentnummer
B22062-OM-009 onderzoek
Datum
10-7-2023
Versie
1.0
Status
Definitief
Verkennend
water-
en
Paraaf:
Naam: Janick Klompjan Opgesteld
Functie: Omgevingsmanager Datum: 10-07-2023 Naam: E.J. (Jan) Junte
Vrijgave
Functie: Projectleider Datum: 10-07-2023 Naam:
Goedkeuring OG
Functie: Datum:
Beens Groep | Nylonstraat 16 8281 JX | Postbus 6 8280 AA Genemuiden | Tel: 038-3855585 | E-mail: info@beensgroep.nl
landbodem
Verkennend water- en landbodem onderzoek Het vervangen van de oeverconstructie Noordhollandsch Kanaal NOK T1
1
PREAMBULE
1.1
INLEIDING Het voorliggende rapport ‘Verkennend water- en landbodem onderzoek’ is uitgevoerd door ‘Wiertsema & Partners’, ten behoeve van de ‘Nadere Overeenkomst – Voorbereiding oevertraject 1’, (NOK-V T1). De NOK-V T1 heeft betrekking op verschillende oevervakken ter hoogte van Den Helder. De NOK-V T1 maakt deel uit van de Samenwerkingsovereenkomst Duurzame Oeververvangingen, (SOK – Duurzame Oeververvangingen). De SOK is een overeenkomst tussen Provincie Noord-Holland (PNH) en combinatie Beens Groep B.V. – Hakkers B.V.
1.2
OPVOLGING CONCLUSIE/ADVIES De rapportage wordt door de onderzoekende partij afgesloten met een conclusie en/of advies. Deze is onderstaand samengevat weergegeven. Daarbij zijn de maatregelen met kennis vanuit eerdere trajecten aangevuld wanneer nodig. Landbodem Uit het onderzoek blijkt dat samengevat dat er lichte verontreinigingen zijn gevonden op enkele plekken in het projectgebied. Zowel in de landbodem als het grondwater. De lichte verontreinigingen vormen geen verhoogde risico’s voor de volksgezondheid en./of milieu. Van milieuhygiënisch oogpunt hoeven vormt deze conclusie geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden en is er geen vervolgonderzoek benodigd. Tevens zijn er ter behoeve van PFAS geen verhoogde gehaltes boven de achtergrondwaarde in de landbodem aangetoond. Waterbodem Uit het onderzoek blijkt dat de waterbodem op de drie deellocaties voldoet aan de ‘Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)’ voor zowel toepassing op de land- als waterbodem. Dit betekent dat de aanwezige waterbodem verspreidbaar is op een aangrenzend perceel én in een zoet oppervlaktewaterlichaam. Tevens zijn er ter behoeve van PFAS geen verhoogde gehaltes boven de achtergrondwaarde in de waterbodem aangetoond. De maatregelen dienen, wanneer relevant, opgenomen te worden in de werkplannen voor de uitvoering.
De samenvatting hiervan én de daarbij horende opvolging ook terug te vinden in het ‘statusoverzicht conditionerende onderzoeken’ op SharePoint: Statusoverzicht onderzoeken NOK-V T1.xlsx. In dit Statusoverzicht wordt gedurende de NOK-V de actuele status van de onderzoeken bijgehouden.
B22062_OM_009
2-2
Versie 1.0
Verkennend (water) bodemonderzoek 3 oever delen Noord-Hollandskanaal te Den Helder
VN-82825-1 | 4 juli 2023
Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. Feithspark 6, 9356 BZ Tolbert Postbus 27, 9356 ZG Tolbert Tel.: 0594 51 68 64 E-mail: info@wiertsema.nl Internet: www.wiertsema.nl
Onderwerp: Projectnummer: Opdrachtgever: Contactpersoon: Nr. opdrachtgever:
Verkennend (water)bodemonderzoek Hollandskanaal te Den Helder VN-82825-1 Beens Groep B.V. de heer B.J. Klompjan B22062
Versie
Datum
Omschrijving wijziging
1
4 juli 2023
Definitief
Opgesteld door:
3
oever
delen
Noord-
W.K. J. de Schuit Vries
Handtekening:
Documentnummer: R90436 Status:
Definitief definitief
Vrijgegeven door: ing. M. Ypma
Blad 2 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Inhoudsopgave
blad
1
Inleiding .................................................................................................................5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Aanleiding en doel .................................................................................................................... 5 Kwaliteitswaarborging .............................................................................................................. 5 Betrouwbaarheid en garanties ................................................................................................. 5 Toepassing grond ...................................................................................................................... 6 Geldigheidsduur en actualisatie-onderzoek waterbodem ..................................................... 6 Leeswijzer ................................................................................................................................... 7
2
Locatiegegevens en vooronderzoek ......................................................................8
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.4
Locatiegegevens ........................................................................................................................ 8 Verwachte bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................ 9 Vooronderzoek ........................................................................................................................... 9 Historie en toekomst van de locatie ...................................................................................... 10 Bodeminformatiesysteem, bodemarchief en opdrachtgever ............................................. 10 Regionale bodemkwaliteit ...................................................................................................... 11 Locatie-inspectie ...................................................................................................................... 11 Conclusies vooronderzoek ..................................................................................................... 12
3
Onderzoeksopzet ................................................................................................. 13
4
Veldwerkzaamheden ........................................................................................... 14
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4
Grond ........................................................................................................................................ 14 Veldmetingen grondwater ...................................................................................................... 15 Veldmetingen waterbodem .................................................................................................... 15 Conservering monsters ........................................................................................................... 16 Samenstelling mengmonsters ............................................................................................... 16 Afwijkingen .............................................................................................................................. 16
5
Laboratoriumonderzoek ...................................................................................... 17
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Resultaten grond ..................................................................................................................... 17 Resultaten grondwater ............................................................................................................ 20 Generiek toetsingskader waterbodems besluit bodemkwaliteit ......................................... 20 Chemische analyses waterbodem ......................................................................................... 21 Resultaten waterbodem .......................................................................................................... 22
6
Samenvatting en conclusie ................................................................................. 24
6.1 6.2
Samenvatting ........................................................................................................................... 24 Conclusie en toetsing hypothese ........................................................................................... 26
Blad 3 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7
Blad 4 van 203
Kadastrale kaart Foto’s Situatietekening Boorstaten Analysecertificaten Toetsing analyseresultaten Wbb Toetsingskaders
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 5
1
Inleiding
In opdracht van Beens Groep B.V. te Genemuiden heeft Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. een verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek conform de NEN 5740 en de NEN 5720 verricht aan 3 oever delen gelegen aan het Noord-Hollandskanaal te Den Helder. 1.1
A a nl e id ing en do el
Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend (water)bodemonderzoek is de voorgenomen vervanging van de oeverconstructies. Het doel van het verkennend (water)bodemonderzoek is het vaststellen van de milieu hygiënische kwaliteit van zowel de grond als het grondwater en aan te tonen dat de waterbodem redelijkerwijs gesproken geen verontreinigingen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid en/of milieu in het algemeen en zodoende enige beperking of belemmering kunnen vormen ten aanzien van de voorgenomen werkzaamheden. 1.2
K w a l it eit s w a a rbo r ging
Het onderzoek is verricht onder ons kwaliteitssysteem NEN-EN-ISO-9001 en ons milieumanagementsysteem NEN-EN-ISO-14001. Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. is in het bezit van een V&G-beheersysteem VCA** en Veiligheidsladder trede 3. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de eisen, zoals beschreven in de BRL SIKB 2000 (Veldwerk voor milieu hygiënisch bodemonderzoek), en de daarbij behorende protocollen (2001, 2002 en 2003). Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Dit rapport draagt daarom het keurmerk ‘Kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB’. Conform de BRL SIKB 2000 maken wij u erop attent dat er geen juridische verbintenis bestaat tussen Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. en de opdrachtgever/eigenaar, zijnde degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de bodem, grond, bagger of bouwstof. 1.3
B e t rou w ba a rh e id e n g a r ant i e s
Het bodemonderzoek is uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van (verdachte) bodemlagen. Het onderzoek is gebaseerd op de beschikbare gegevens uit het vooronderzoek. Hiermee wordt beoogd dat de resultaten van de steekproef zo representatief mogelijk zijn voor de hele locatie. Door het volgen van methodiek wordt de kans op afwijkingen ten opzichte van de resultaten van het bodemonderzoek gereduceerd en worden de resultaten betrouwbaar geacht. Wiertsema & Partners B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Wiertsema & Partners B.V. uitgevoerde onderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met ons bureau.
Blad 5 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 6
In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Wiertsema & Partners B.V. wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Wiertsema & Partners B.V. niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. 1.4
T oe p a s si ng g ron d
Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het huidige gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter de grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld de aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit Bodemkwaliteit te worden onderzocht. Met nadruk wordt vermeld dat het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van het onderzoek dat door Wiertsema & Partners B.V. volgens de NEN 5740 is uitgevoerd. Het voorliggende onderzoek doet derhalve geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderzochte locatie. Als tijdens het veldwerk asbestverdachte materialen in de bodem zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren. Specifiek onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem dient volgens de NEN 5707 ‘Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in de bodem’ (NNI, december 2017) te worden uitgevoerd. 1.5
G e ld igh e id sd uu r en ac t ua l i sa ti e - o nd e rzo e k w at e rb od e m
Een verkennend waterbodemonderzoek dat conform de BRL SIKB 2000 en 2003 is uitgevoerd, heeft zonder actualisatie een beperkte geldigheidsduur. In de loop van de tijd verliest een onderzoek zijn representativiteit voor de actuele milieukwaliteit van de waterbodem. Een waterbodemonderzoek dat is uitgevoerd in een dynamisch heterogeen verontreinigd watersysteem, zoals een beek of rivier verliest relatief snel zijn representativiteit. Waterbodemonderzoek dat is uitgevoerd in statische homogeen verontreinigde watersystemen, zoals poldersloten en grote meren zal relatief lang representatief zijn. In de onderstaande tabel 1.5.1 is een algemene indicatie van de maximale geldigheidsduur in jaren op basis van de verwachtte verandering in kwaliteit van waterbodem door sedimentatie of erosie in deellocaties binnen een watertype. Daarbij wordt gerekend vanaf de datum van bemonstering. Tabel 1.5.1: Geldigheidsduur waterbodemonderzoek in jaren zonder actualisatie Statisch (in jaren)
Dynamisch (in jaren)
Toplaag
5
3
Laag onder toplaag
5
5
De geldigheidsduur kan korter zijn als gevolg van bijzondere gebeurtenissen, zoals (illegale) lozingen en/of calamiteiten en/of tussentijds baggeren.
Blad 6 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 7
Een waterbodemonderzoek dat volgens tabel 1.5.1 niet meer geldig is, kan door een aanvullende monsterneming worden geactualiseerd. Het te actualiseren onderzoek mag niet ouder zijn dan 10 jaar. In geval van oudere onderzoeken moet een geheel nieuw onderzoek worden uitgevoerd. Bij actualisatie kan het reeds uitgevoerde onderzoek als onderdeel van het nieuwe verkennend onderzoek worden beschouwd en gerapporteerd. Voorwaarde voor het actualiseren van eerder uitgevoerd verkennend onderzoek is dat er geen aanwijzingen zijn voor een wijziging in de tussenliggende periode in belasting met verontreinigde stoffen, wijzigingen in morfologie of dynamiek van het watersysteem, of wijzigingen in de effecten van de dynamiek van het watersysteem. Dit moet aangetoond zijn in het vooronderzoek. De toe te passen bemonsteringsinspanning voor het actualisatie-onderzoek moet in overleg met het bevoegd gezag worden vastgesteld. In elk geval moet op minimaal 20 % van de oorspronkelijke boorlocaties opnieuw worden geboord. 1.6
L e e s w ij z er
Na de inleiding in dit eerste hoofdstuk volgen in het tweede hoofdstuk de locatiegegevens en de resultaten van het (historisch) vooronderzoek. Vervolgens staat in hoofdstuk 3 de onderzoeksopzet. Hoofdstuk 4 behandelt de veldwerkzaamheden en de toetsing van het laboratorium onderzoek staan beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot staan in hoofdstuk 6 samenvatting en de conclusie. In de bijlagen zijn foto’s, kaartmateriaal, toetsingstabellen en het toetsingskader opgenomen.
Blad 7 van 203
boorbeschrijvingen,
analysecertificaten,
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 8
2
Locatiegegevens en vooronderzoek
2.1
L o c at ie g eg ev en s
De onderzoekslocatie is opgedeeld in drie deellocaties welke gelegen zijn nabij de Kooyhaven op bedrijventerrein Kooypunt te Den Helder. Op de onderstaande figuur 1 zijn de (deel)onderzoekslocaties weergegeven.
C B
A
Figuur 1: Ligging locatie (bron: Google Maps)
De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in tabel 2.1.1. Voor een kadastrale kaart wordt verwezen naar bijlage 1. Tabel 2.1.1 Geografische gegevens Gemeente
Den Helder
Kadastraal
Gemeente: Anna Paulowna
Secties: K en I
+ Den Helder
Nummers:
7414 (deels), 7769 (deels),
7768 (deels) en 281 (deels)
Coördinaten deellocatie A
X: 114.802
Y: 546.555
Coördinaten deellocatie B
X: 115.111
Y: 547.271
Coördinaten deellocatie C
X: 115.355
Y: 547.563
Lengte oevers
Deellocatie A: circa 310 m / Deellocatie B: circa 245 m / Deellocatie C: circa 244 m
Blad 8 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 9
Het (water)bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige bouwactiviteiten. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als oever van het Noord-Hollandskanaal. De oever bestaat uit damwanden welke worden vervangen. De omringende percelen hebben een industriële of agrarische functie. Het onderzoek is uitgevoerd binnen de 5 meter aan de waterzijde van de damwand en 15 meter landinwaarts. Tijdens het locatiebezoek zijn foto’s genomen van de locatie. Een aantal foto’s is opgenomen in bijlage 2. In bijlage 3 is een situatietekening weergegeven van de locatie. 2.2
V e r w a c ht e b od e mo pbo u w en g eo hy dr ol og ie
De regionale bodemopbouw is ontleend aan het DINOLoket (Data en informatie van de Nederlandse ondergrond) van TNO. De regionale bodemopbouw van de locatie is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 2.2.1: Regionale bodemopbouw Bodemtraject t.o.v. maaiveld (cm-mv)
Bodemopbouw
0
-
300
Zand, matig fijn
300
-
350
Organisch materiaal (veen)
350
-
550
Klei
550
-
650
Kleiig zand, zandige klei of leem
650
-
700
Organisch materiaal (veen)
700
-
1100
Zand, fijn
Het maaiveld ter plaatse van de locatie bevindt zich op een hoogte van tussen 0,1 en 1,0 m+NAP. De stromingsrichting van het freatische grondwater is niet eenduidig te bepalen en kan beïnvloed worden door lokale factoren zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke. De locatie bevindt zich niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 2.3
V o o ron de r zo e k
Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse normen NEN 5725 en NEN 5717. De bij het vooronderzoek verzamelde informatie is gebruikt voor het opstellen van een adequate onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. De informatie ten behoeve van het vooronderzoek is verzameld aan de hand van de volgende bronnen: bodemarchief provincie; het archief van de gemeente; bodemkwaliteitskaart provincie; www.ahn.nl; www.bodemloket.nl; www.topotijdreis.nl; opdrachtgever; locatie-inspectie.
Blad 9 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 10
2.3.1
H i st o r i e e n t o e ko m s t v a n d e l o ca t i e
De omgeving van alle onderzoekslocaties heeft al geruime tijd dezelfde functie. De huidige bestemming zal naar verwachting worden gehandhaafd. Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocaties en in de directe omgeving geen potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. 2.3.2
B o d e m i n f o r m a t i e sy st e e m , b o d e m a r c h i e f e n o p d r a ch t g e v e r
Uit het bodeminformatiesysteem, bodemarchief en volgens informatie van de opdrachtgever blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie eerder bodemonderzoek is uitgevoerd. Rapport: “Geïsoleerde verontreiniging bij de Kooybrug, RW9”, auteur: Rijkswaterstaat NoordHolland, kenmerk: NH/035/0010/400, d.d. maart 1992. Bij de bouw van de nieuwe Kooybrug is in januari 1988 een verontreinigd puingrondmengsel aangetroffen. Afvoer was niet mogelijk, dus is er gekozen voor isolatie van de verontreiniging. Er is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het gedempte gedeelte. Uit de gegevens blijkt dat bij twee boringen de grond sterk verontreinigd is met PAK. In het overige gedeelte van de isolatie is de PAK-verontreiniging matig of gering. Bij twee boringen zijn tevens een matige verontreiniging van de grond met minerale olie geconstateerd. Er zijn tevens twee grondwater monsters genomen van het grondwater uit twee putten en van het pompwater dat bij monsterpunt 1 op de polder werd geloosd. Ook zijn twee filters geplaatst aan weerszijden van het verontreinigde gedeelte. Uit de analyse resultaten blijkt dat het grondwater ter plaatse van een punt zeer ster verontreinigd is met PAK en minerale olie. Verder zijn er lichte verontreinigingen aan vluchtige aromaten waargenomen.
Bij één van de putten is een sterke verontreiniging aan minerale olie vast gesteld en een matige verontreiniging aan PAK. Rapport: “Verkennend (water)bodemonderzoek project Kooyhaven aan de Balgweg te Breezand” , auteur: Grondslag, projectnummer: 23058, d.d. 12 december 2014. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat in de bovengrond van het dijklichaam lichte verhogingen aan zink en PCB zijn aangetoond. In de bovengrond ter plaatse van de wegberm zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen aan koper, zink, PAK en/of PCB aangetroffen. Ter plaatse van de depotlocaties zijn in de bovengrond lichte verhogingen aan minerale olie aangetoond. Hier zijn ook in de ondergrond diverse lichte verhogingen gemeten. Ter plaatse van de dammen zijn in zowel de boven- als de ondergrond diverse lichte verhogingen gemeten. Ter plaatse van de agrarische percelen zijn in de ondergrond enkele lichte verhogingen geconstateerd. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn lichte tot sterke verhogingen aan barium gemeten. Er wordt vanuit gegaan dat hier sprake is van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. De baggerspecie van een watervak (watervak 1) heeft hergebruiksmogelijkheden op landbodem als kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Voor het toepassen in oppervlaktewater wordt deze beoordeeld als klasse A.
De baggerspecie van watervak 2 is beoordeeld als ‘Vrij toepasbaar’ op landbodem en oppervlaktewater. De baggerspecie uit beide vakken is geschikt om te verspreiden op aangrenzend perceel. Er is geen asbest aangetroffen in de (water)bodem.
Blad 10 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 11
Rapport: “Verkennend (water)bodemonderzoek oevers 4 trajecten Noors-Hollandsch Kanaal Noord”, auteur: Antea, projectnummer: 269274, d.d. 11 juni 2014. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de vooraf gestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ wordt verworpen, vanwege de licht verhoogde gehalten aan enkele metalen en PAK-totaal in de boven- en ondergrond van alle trajecten. De aangetroffen licht verhoogde gehalten vormen vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden. Rapport: “Evaluatierapport bodemsanering Balgweg te Breezand, deelsanering fase 2 vak A en vak B (GED.)”, auteur: Grondslag, projectnummer: 23058, 5 februari 2019. De aanleiding van dit rapport is de uitgevoerde bodemsanering van de bermen en het verwijderen van het tussengelegen puinpad aan de Balgweg te Breezand. De verontreiniging met koper, zink en PCB’s ter plaatse van de bermen is ontgraven. Alleen ter plaatse van wand W13 voldoet PCB’s niet aan de terugsaneerwaarde. Het is echter niet mogelijk om verder te graven in de zuidelijke richting in verband met kabels en leidingen. Het gaat hier om een zeer beperkte restverontreiniging die de interventiewaarde niet overschrijdt. De asbestverontreiniging ter plaatse van het puinpad is volledig ontgraven.
Er is in totaal 1.069,84 m3 (1.925,72 ton) aan verontreinigde grond en 863,24 m3 (1.553,84 ton) aan met asbest verontreinigd puin afgevoerd naar Milieupark Oost te Den Helder. Na afloop zijn de bermen aangevuld met grond die voldoet aan kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. Geconcludeerd wordt dat met de grondsanering het beoogde doel bereikt is: het verwijderen van de sterk verontreinigde grond ter plaatse van de berm en het met asbest verontreinigde puinpad. Er zijn geen aanwijzingen die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van boven- en/of ondergrondse brandstof tanks of gedempte sloten. Er bestaat geen aanleiding om asbesthoudende materialen in en/of op de bodem te verwachten. 2.3.3
R e g i o n a l e b o d e m k wa l i t e i t
Op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart ligt de onderzoekslocatie in een gebied met een bodemkwaliteit die gemiddeld voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’. De bodemfunctie van de onderzoekslocatie is ‘Industrie’. Aangezien er geen aanwijzingen zijn die duiden op activiteiten die verontreinigingen met PFAS hebben kunnen veroorzaken, zoals voormalige brand- of stortlocaties, textielverwerkende industrie, fluorpolymeerfabricage of metaalindustrie, is er geen aanleiding om PFAS te verwachten in de bodem. Echter wordt op wens van de opdrachtgever PFAS wel meegenomen in de analyses. 2.3.4
L o ca t i e - i n sp e c t i e
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een locatie-inspectie verricht. Tijdens de inspectie zijn geen aanvullende gegevens verkregen die eventueel duiden op aanwezigheid van bodembedreigende activiteiten.
Blad 11 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 12
2.4
C o n cl u si e s voo ro nd er z oe k
Op grond van het vooronderzoek wordt de locatie als ‘verdacht' beschouwd. Er zijn aanwijzingen dat op de onderzoekslocatie lichte gehaltes aan te onderzoek parameters kunnen voorkomen. Uit het vooronderzoek is niet gebleken dat op of nabij de locatie handelingen met asbest zijn uitgevoerd in een mate dat hierdoor een bodemverontreiniging met asbest zou kunnen zijn ontstaan. De locatie word derhalve als niet-verdacht beschouwd op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Gelet op het kader van het onderhavige bodemonderzoek zal hier dan ook geen onderzoek naar worden gedaan.
Blad 12 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 13
3
Onderzoeksopzet
Ten behoeve van het verkennend (water)bodemonderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumonderzoek opgesteld, waarbij de onderzoekslocatie op basis van het vooronderzoek als ‘verdacht’ kan worden beschouwd. Op basis van NEN 5740 ‘strategie verdacht, voor een heterogeen niet-lijnvormige locatie (VEDHE-NL)’ en de NEN 5720 ‘lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN)’ zijn het aantal boringen, slibsteken en analyses bepaald. De onderzoeksstrategie is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Strategie (water)bodemonderzoek Oppervlakte locatie
Strategie
Boringen
Analyseparameters¹ Grond
Grondwater
1x NEN-gw
Deellocatie A Nabij spoorbrug richting
VED-HE-NL
17x boring tot 2,0 m-mv
4x NEN-g, L+H
Kooyhaven
(NEN-5740)
1x boring met peilbuis
3x PFAS
Circa 4.650 m² landbodem
LN
1 vak
1x NEN-wb slib
Circa 310 m waterbodem
(NEN-5720)
(10x slib steek tot 0,5 m-
1x PFAS
vaste waterbodem)
Deellocatie B Vanaf Kooyhaven richting
VED-HE-NL
14x boring tot 2,0 m-mv
4x NEN-g, L+H
brug N9/99
(NEN-5740)
1x boring met peilbuis
3x PFAS
1x NEN-gw
Circa 3.675 m² landbodem
LN
1 vak
1x NEN-wb slib
Circa 245 m waterbodem
(NEN-5720)
(10x slib steek tot 0,5 m-
1x PFAS
vaste waterbodem)
Deellocatie C Vanaf brug N9/99 richting
VED-HE-NL
14x boring tot 2,0 m-mv
4x NEN-g, L+H
Kooysluis
3x PFAS
1x NEN-gw
(NEN-5740)
1x boring met peilbuis
Circa 3.660 m² landbodem
LN
1 vak
1x NEN-wb slib
Circa 244 m waterbodem
(NEN-5720)
(10x slib steek tot 0,5 m-
1x PFAS
vaste waterbodem)
1
Verklaring analyseparameters: NEN-g = pakket NEN 5740 grond: droge stof, zware metalen (9), PAK (10), PCB (7) en minerale olie NEN-gw = pakket NEN 5740 grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten (5), VOCl (18) en minerale olie NEN-wb = droge stof, organische stof, lutum, zware metalen (9), PAK (10), PCB (7) en minerale olie L+H = lutum en humus (organische stof) PFAS = stoffen uit de PFAS-groep
Bij alle boringen en slibsteken vindt een zintuiglijke beoordeling van het opgeboorde materiaal plaats. Hierbij wordt eveneens aandacht besteed aan de eventuele aanwezigheid van asbest. Voor aanvang van de grondwaterbemonstering worden de stijghoogte, het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de zuurgraad (pH), de temperatuur (T) en de troebelheid (NTU) van het grondwater bepaald.
Blad 13 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 14
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen kunnen, afwijkend ten opzichte van tabel 3.1, aanvullende boringen worden uitgevoerd en aanvullende analyses worden ingezet. De boorlocaties zijn aangegeven op de situatietekening in bijlage 3. De uitvoering van de boringen, het nemen van de grond- en grondwatermonsters en de conservering zijn verricht conform de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2003.
4
Veldwerkzaamheden
4.1
G ro nd
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16 t/m 23 juni 2023 door een gekwalificeerde medewerker van ons bureau, de heer N. van Veen. De uitgeboorde grond is beschreven volgens de NEN 5104. De kenmerken zijn beschreven conform de NEN 5706. Iedere bodemlaag is per aparte laag van maximaal 50 cm bemonsterd. Ten behoeve van het nemen van de grondwatermonsters zijn boringen PBM010, PBM025 en PBM040 gebruikt voor het plaatsen van een peilbuis. Voor een overzichtstekening met de situering van de boringen en de peilbuizen wordt verwezen naar bijlage 3. Bij alle boringen heeft een zintuiglijke beoordeling van het opgeboorde materiaal plaatsgevonden. De lokale bodemopbouw is in onderstaande tabellen weergegeven. Hierbij is uitgegaan van meetpunt PBM025. In bijlage 4 zijn de bodemprofielen weergegeven. Tabel 4.1.1: Lokale bodemopbouw Traject (cm-mv)
Grondsoort
Kleur
0
-
100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus
Donker bruin grijs
100
-
200
Zand, matig fijn, matig siltig
Grijs beige
200
-
270
Zand, matig fijn, matig siltig
Donker grijs
Tijdens het veldwerk zijn geen waarnemingen gedaan welke duiden op eventuele bodemverontreiniging. Verder zijn zowel in de grond als op het maaiveld visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De boringen en peilbuizen zijn met een 06-GPS ingemeten. In onderstaande tabel zijn alle zintuiglijke bijzonderheden schematisch weergegeven. Tabel 4.1.2: Zintuiglijke waarnemingen Boring
Diepte boring
Traject (m-mv)
Bijmenging
BM003
2,0
0,0-0,5
Resten baksteen
BM035
2,0
0,0-0,5
Resten baksteen
BM038
2,0
0,0-1,0
Resten baksteen
BM039
2,0
0,0-0,5
Resten baksteen
BM046
2,0
0,0-0,5
Resten baksteen
BM047
2,0
0,0-0,5
Resten baksteen
Blad 14 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 15
4.2
V e l d m et i ng en g ron dw a t er
Het grondwater is op 29 juni 2023 eveneens door de heer N. van Veen bemonsterd. Tijdens het bemonsteren van de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in tabel 4.2.1. Tabel 4.2.1: Veldmetingen grondwater Deel-
Peilbuis
locatie
Filterstelling
Grondwaterstand
(m- maaiveld)
(m-mv)
pH
2,0 – 3,0
1,50
7,2
Geleidingsvermogen,
Troebelheid
EC (µS/cm)
(NTU)
1260
47,2
A
PBM010
B
PBM025
1,7 – 2,7
1,22
7,4
980
62,1
C
PBM040
1,45 – 2,45
0,58
7,3
10980
71,4
De aangetoonde waarden kunnen als normaal voor de omgeving worden beschouwd en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De licht verhoogde NTU (troebelheid) is mogelijk te relateren aan de matig fijne en matig siltige zand lagen ter hoogte van de filters. Het verhoogde EC gehalte van peilbuis PBM040 ten opzichte van de andere twee is te relateren aan de locatie. PBM040 is dichter bij de dijk geplaatst waardoor het zoutewater van de Waddenzee hierop meer invloed heeft. De grondwaterstand is een éénmalige opname en bedoeld als oriënterend gegeven. De grondwaterstanden kunnen fluctueren. 4.3
V e l d m et i ng en w at e rbo de m
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16 t/m 23 juni 2023 door een gekwalificeerde medewerker van ons bureau, de heer N. van Veen. Voor een overzichtstekening met de situering van de slibsteken wordt verwezen naar bijlage 3. De werkzaamheden worden verricht met een slibbaak ter bepaling van de slib dikte en een zuigerboor voor de monstername. De monstername heeft plaats gevonden vanaf de kant met maximaal 5 meter vanaf de kade. De positie van de boringen wordt bepaald met behulp van een GPS. Bij alle slibsteken heeft een zintuiglijke beoordeling van het opgeboorde materiaal plaatsgevonden. De lokale (gemiddelde) bodemopbouw is in onderstaande tabellen weergegeven. De bodemprofielen worden weergegeven in bijlage 4. Tabel 4.3.1: Lokale gemiddelde bodemopbouw deellocatie A Bodemtraject t.o.v.
Bodemopbouw
waterspiegel (cm-mv) 0
-
281
Water
281
-
331
Klei, matig siltig, zwak niet-houtige plantenresten, neutraal grijs
De watergang is tussen de 270 en 300 cm diep en er is geen sliblaag aanwezig. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen waarnemingen gedaan die aanleiding geven tot het aanpassen van het onderzoeksprogramma.
Blad 15 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 16
Tabel 4.3.2: Lokale gemiddelde bodemopbouw deellocatie B Bodemtraject t.o.v.
Bodemopbouw
waterspiegel (cm-mv) 0
-
244
Water
244
-
294
Veen, zwak kleïg/zwak zandig, donker bruin
De watergang is tussen de 220 en 260 cm diep en er is geen sliblaag aanwezig. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen waarnemingen gedaan die aanleiding geven tot het aanpassen van het onderzoeksprogramma. Tabel 4.3.3: Lokale gemiddelde bodemopbouw deellocatie C Bodemtraject t.o.v.
Bodemopbouw
waterspiegel (cm-mv) 0
-
227,5
Water
227,5
-
277,5
Klei, sterk zandig, neutraal grijs
De watergang is tussen de 180 en 280 cm diep en er is geen sliblaag aanwezig. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen waarnemingen gedaan die aanleiding geven tot het aanpassen van het onderzoeksprogramma. 4.3.1
C o n se r v e r i n g m o n st e r s
Na monstername zijn de monsters gekoeld opgeslagen. Hierna zijn ze gekoeld vervoerd naar het laboratorium van SGS. 4.3.2
S a m e n st e l l i n g m e n g m o n s t e r s
Het samenstellen van de mengmonsters heeft plaatsgevonden in het laboratorium van SGS.
4.4
A f wi j ki ng en
Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740 en de NEN 5720. Er is niet afgeweken van de geldende Beoordelingsrichtlijn (BRL), protocol 2001 en 2003. Er is op de volgende niet kritieke punten afgeweken van NEN 5744 en protocol 2002: Veldwaarnemingen grondwater De gemeten waarden in het veld wijken niet noemenswaardig af van waarden zoals deze van nature worden gemeten. Wel is de gemeten NTU-waarde verhoogd (> 10 NTU). Deze NTU-waarde heeft een signalerende functie. In troebel water kunnen mogelijk onterecht hoge gehalten aan organische parameters in het grondwater worden gemeten. Uit de controlestappen blijkt dat de grondwaterbemonstering conform NEN-5744 en bij een constante EC is uitgevoerd. Verder zijn er geen noemenswaardige verontreinigingen in het grondwater gemeten (geen parameter boven ½ S+I- waarde). Herbemonstering van het grondwater wordt derhalve niet zinvol geacht. De gemeten gehalten in het grondwater geven een representatief beeld van de grondwaterkwaliteit.
Blad 16 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 17
5
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen zijn monsters geselecteerd voor analyse. De mengmonsters zijn samengesteld in het laboratorium. De grond- slib- en watermonsters zijn (voor)behandeld middels de AS3000 methode. De grondmonsters, slibmonsters en de grondwatermonsters zijn in het laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam geanalyseerd. SGS Environmental Analytics B.V. is erkend door de Raad van Accreditatie onder nummer L028 en voldoet aan de accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO-IEC 17025. De resultaten van de analyses, zoals gegeven in bijlage 5, zijn vergeleken met de toetsingswaarden 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013) (Wbb) en indicatief aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). De toetsing en toetsingswaarden zijn weergegeven in de tabellen in bijlage 6. De toetsingskaders voor (water)bodem zijn toegelicht in bijlage 7. De samenstelling van de (meng)monsters en de uitgevoerde analyses zijn weergegeven in onderstaande paragraaf.
5.1
R e s u lt at en g ron d
De volgende terminologie of betekenis van tekens en afkortingen worden in dit rapport gehanteerd met betrekking tot de mate van verontreiniging of verhoging van gehaltes. Tabel 5.1.1: Terminologie toetsing grond. niet verontreinigd/verhoogd
gehalte beneden de achtergrondwaarde of detectiegrens
-
licht verontreinigd/verhoogd
gehalte tussen de achtergrond- en ½ AW+I
*
matig verontreinigd/verhoogd
gehalte tussen de ½ AW+I en interventiewaarde
**
sterk verontreinigd/verhoogd
gehalte hoger dan de interventiewaarde
***
De analyseresultaten van de grondmonsters zijn samengevat weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 5.1.2. Analyseresultaten grond(meng)monsters Monster-
Deelmonsters (traject in m-mv)
code
Toetsing
Indicatieve
*
**
***
toetsing Bbk
Koper
-
-
Altijd
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Deellocatie A MMDLA-01
BM001 (0,00-0,50), BM003 (0,00-0,50), BM005 (0,00-0,50), BM008 (0,00-0,50)
MMDLA-02
BM013 (0,00-0,50), BM015 (0,00-0,50), BM017 (0,00-0,50),
Toepasbaar
PBM010 (0,00-0,50) MMDLA-03
BM002 (1,00-1,50), BM003 (1,00-1,50), BM007 (1,00-1,50),
Toepasbaar
BM009 (1,00-1,50) MMDLA-04
BM011 (1,00-1,50), BM014 (1,00-1,50), BM016 (1,00-1,50), BM018 (1,00-1,50)
Blad 17 van 203
Altijd
Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 18
Monster-
Deelmonsters (traject in m-mv)
Toetsing
code
Indicatieve
*
**
***
toetsing Bbk
-
-
-
Altijd
-
-
-
-
-
-
Deellocatie B MMDLB-01
BM013 (0,00-0,50), BM014 (0,00-0,50), BM016 (0,00-0,50), BM018 (0,00-0,50)
MMDLB-02
Toepasbaar
BM027 (0,00-0,50), BM029 (0,00-0,50), BM030 (0,00-0,50), BM032 (0,00-0,50)
MMDLB-03
Toepasbaar
BM020 (1,50-2,00), BM021 (1,00-1,50), BM023 (1,00-1,50), BM026 (1,00-1,50)
MMDLB-04
Altijd
Altijd Toepasbaar
BM027 (1,00-1,50), BM029 (1,00-1,50), BM031 (1,00-1,50),
-
-
-
BM033 (1,00-1,50)
Altijd Toepasbaar
Deellocatie C MMDLC-01
BM034 (0,00-0,50), BM035 (0,00-0,50), BM038 (0,00-0,50),
PAK
-
-
PAK
-
-
-
-
-
BM039 (0,00-0,50) MMDLC-02
Altijd Toepasbaar
BM041 (0,00-0,50), BM043 (0,00-0,50), BM046 (0,00-0,50),
Wonen
BM047 (0,00-0,50) MMDLC-03
BM034 (0,70-1,10), BM036 (1,20-1,70), BM039 (1,00-1,50), PBM040 (0,70-1,20)
MMDLC-04
Altijd Toepasbaar
BM042 (1,00-1,50), BM044 (1,00-1,50), BM046 (1,00-1,50),
-
-
-
BM048 (1,30-1,80)
Altijd Toepasbaar
Uit de toetsingsresultaten blijkt dat in mengmonster MMDLA-01 van deellocatie A (bovengrond) een licht verhoogd gehalte aan koper is aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In de mengmonsters MMDLC-01 en MMDLC-02 van deellocatie C (bovengrond) zijn licht verhoogde gehaltes aan PAK analytisch vastgesteld. In alle overige mengmonsters van de grond zijn geen verhoogde gehaltes aan onderzochte parameters vastgesteld boven de achtergrondwaarde.
In onderstaande tabel zijn de analyseresultaten van het PFAS in grond onderzoek weergegeven. Tabel 5.1.5: Toetsingsresultaten handelingskader PFAS Mengmonster met meetpunten
PFOA
PFOS
Overige
Handelingskader
(µg/kgds)
(µg/kgds)
PFAS
PFAS
(µg/kgds)
Deellocatie A MMDLA-PFAS01
0,3
0,3
<0,1
BM001 (0,00 - 0,50), BM003 (0,00 - 0,50),
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
BM004 (0,00 - 0,50), BM005 (0,00 - 0,50) MMDLA-PFAS02
0,7
0,7
<0,1
BM007 (0,00 - 0,50), BM011 (0,00 - 0,50),
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
BM012 (0,00 - 0,50), PBM010 (0,00 - 0,50) MMDLA-PFAS03
0,2
BM013 (0,00 - 0,50), BM014 (0,00 - 0,50),
0,2
<0,1
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
BM016 (0,00 - 0,50), BM018 (0,00 - 0,50)
Blad 18 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 19
Mengmonster met meetpunten
PFOA
PFOS
Overige
Handelingskader
(µg/kgds)
(µg/kgds)
PFAS
PFAS
(µg/kgds)
Deellocatie B MMDLB-PFAS01
0,3
0,2
<0,1
BM019 (0,00 - 0,50), BM021 (0,00 - 0,50),
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
BM022 (0,00 - 0,50), BM023 (0,00 - 0,50) MMDLB-PFAS02
0,5
0,5
0,1
BM026 (0,00 - 0,50), BM027 (0,00 - 0,50),
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
BM028 (0,00 - 0,50), PBM025 (0,00 - 0,50) MMDLB-PFAS03
0,1
0,1
<0,1
BM029 (0,00 - 0,50), BM030 (0,00 - 0,50),
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
BM032 (0,00 - 0,50), BM033 (0,00 - 0,50)
Deellocatie C MMDLC-PFAS01
0,3
0,5
<0,1
BM034 (0,00 - 0,50), BM035 (0,00 - 0,50),
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
BM036 (0,00 - 0,50), BM037 (0,00 - 0,50) MMDLC-PFAS02
0,2
0,2
<0,1
BM039 (0,00 - 0,50), BM043 (0,50 - 0,70),
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
PBM040 (0,50-0,70) MMDLC-PFAS03
0,5
BM044 (0,00 - 0,50), BM045 (0,00 - 0,50),
0,9
<0,1
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
BM046 (0,00 - 0,50), BM047 (0,00 - 0,50)
Achtergrondwaarde 1,9 1,4 1,4 Maximale Waarden Wonen/Industrie 7 3 3 Toepassingswaarde oppervlaktewater, 0,8 1,1 0,8 Niet Rijkswater1 Toepassingswaarde oppervlaktewater, 0,8 3,7 0,8 Rijkswater1 Toepassingswaarde Zie2 grondwaterbeschermingsgebieden 1) Voor toepassing van grond in een ‘diepe plas’ geldt een specifiek toetsingskader 2) Advies van het RIVM is om aan te sluiten bij de gebiedskwaliteit, indien deze niet bekend is blijft de bepalingsgrens de toepassingsnorm (0,1 µg/kgds).
Uit de toetsingsresultaten van de mengmonsters ten behoeve van het PFAS in grond onderzoek is gebleken dat er voor alle onderzochte monsters geen verhoogde gehaltes boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond.
Blad 19 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 20
5.2
R e s u lt at en g ron d wat e r
De volgende terminologie of betekenis van tekens en afkortingen worden in dit rapport gehanteerd met betrekking tot de mate van verontreiniging of verhoging van gehaltes. Tabel 5.2.1: Terminologie toetsing grondwater. niet verontreinigd/verhoogd
gehalte beneden de achtergrondwaarde of detectiegrens
-
licht verontreinigd/verhoogd
gehalte tussen de achtergrond- en ½ S+I waarde
*
matig verontreinigd/verhoogd
gehalte tussen de 1/2S+I- en interventiewaarde
**
sterk verontreinigd/verhoogd
gehalte hoger dan de interventiewaarde
***
De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn samengevat weergegeven in tabel 5.2.1. Tabel 5.2.1: Analyseresultaten grondwatermonsters. Peilbuis
Filtertraject
Toetsing
(m-mv)
*
**
***
2,0 – 3,0
Molybdeen
-
-
1,7 – 2,7
Molybdeen
-
-
1,45 – 2,45
-
-
-
Deellocatie A PBM001
Deellocatie B PBM009
Deellocatie C PBM020
Uit de toetsingsresultaten blijkt dat in het grondwater ter plaatse van de peilbuizen PBM001 (deellocatie A) en PBM009 (deellocatie B) een licht verhoogde concentratie aan molybdeen is vastgesteld ten opzichte van de streefwaarde. Het licht verhoogde gehalte is echter van dien aardt dat deze geen verdere aandacht behoeven. In het grondwater ter plaatse van PBM020 (deellocatie C) zijn geen concentraties aan onderzochte parameters boven de streefwaarde analytisch waargenomen.
5.3
G en e r ie k t o et s in g s k ad e r w at e rb od e m s be s l u it bod e m k w al it ei t
De milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem wordt, op basis van een uitgevoerde toetsing, ingedeeld in de klassen beschreven in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Achtereenvolgens zijn dit de klasse Vrij Toepasbaar (VT), klasse A, klasse B en de klasse Nooit Toepasbaar (NT). De klasseindeling geeft een maat voor de kwaliteit van een partij toe te passen grond of baggerspecie en voor de ontvangende waterbodem. Voorafgaand aan de toetsing dienen, aan de hand van het lutum- en organisch stofpercentage, de gemeten waarden gestandaardiseerd te worden. Op basis van de voor een ‘standaard-bodem’ (met 10 % organische stof en 25 % lutum) geldende concentraties kan vervolgens toetsing plaatsvinden. Voor de normwaarden wordt verwezen naar bijlage 7.
Blad 20 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 21
Het doel van deze klasse-indeling is het bepalen van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende baggerspecie. Bij het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater wordt alleen getoetst aan de actuele kwaliteit van de ontvangende waterbodem. In het generieke kader kan een partij grond of baggerspecie in oppervlaktewater worden toegepast wanneer de kwaliteitsklasse van de toe te passen grond of baggerspecie gelijk is aan of schoner dan de kwaliteitsklasse van de ontvangende waterbodem. Indien ter plaatse van een te baggeren traject de achtergrondwaarde (of Herverontreinigingsniveau Rijntakken) voor één of meerdere van de onderzochte parameters wordt overschreden, wordt de baggerspecie ingedeeld in de kwaliteitsklasse A (of B). De baggerspecie is dan toepasbaar wanneer de kwaliteitsklasse van de ontvangende waterbodem gelijk is aan of slechter dan klasse A (of B). Indien ter plaatse van een te baggeren traject voor één of meerdere van de onderzochte parameters de interventiewaarde voor waterbodem wordt overschreden, wordt de baggerspecie ingedeeld in de kwaliteitsklasse NT. Dit impliceert dat de baggerspecie nooit toepasbaar is (in oppervlaktewater). Derhalve dient de baggerspecie te worden afgevoerd naar een baggerspeciedepot.
5.4
C h e m i s ch e a na l y s e s w a t er bod e m
Het aantal analyses en de te analyseren parameters zijn conform de onderzoeksopzet ingezet. De analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, dat geaccrediteerd is volgens het accreditatieschema AS3000 onder nummer L028. De analyseresultaten zijn gestandaardiseerd met de webapplicatie BoToVa. De toetsingen zijn beschikbaar gesteld door SGS Environmental Analytics B.V. en betreffen achtereenvolgens: T1 = BoToVa toets beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem; T3 = BoToVa toets beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam; T5 = BoToVa toets beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op een aangrenzend perceel; T6 = BoToVa toets beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden in een zoet oppervlaktewaterlichaam; BoToVa corrigeert in principe het ‘gemeten gehalte’ (= analyseresultaat) aan de hand van het lutum- en organisch stofpercentage naar een standaardbodem (‘gestandaardiseerd gehalte’). De gehalten worden vervolgens getoetst aan de normwaarden opgenomen in de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage 7). Tevens worden de monsters getoetst aan het handelingskader PFAS (actuele versie december 2021).
Blad 21 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 22
5.5
R e s u lt at en w at e rb ode m
In de onderstaande tabellen zijn de toetsingsresultaten weergegeven met daarin de eventueel vastgestelde verontreinigingen. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 6. Een toelichting op de toetsingskaders is opgenomen in bijlage 7. Tabel 5.6.1: Toetsingsresultaten slibmonsters Mengmonster met
T1
T3
T5
T6
Bepalende
meetpunten
parameters
Deellocatie A WBM001 t/m WBM010 Deellocatie B WBM011 t/m WBM020 Deellocatie C WBM021 t/m WBM030
Altijd
Altijd
toepasbaar
toepasbaar
Altijd
Altijd
toepasbaar
toepasbaar
Altijd
Altijd
toepasbaar
toepasbaar
verspreidbaar
verspreidbaar
-
verspreidbaar
verspreidbaar
-
verspreidbaar
verspreidbaar
-
T1=
Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in een landbodem.
T3=
Beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem of oever in een oppervlaktewaterlichaam.
T5=
Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden op een aangrenzend perceel (landbodem).
T6=
Beoordeling kwaliteit van bagger bij verspreiden in een zoet oppervlaktewaterlichaam.
Tabel 5.6.2: Toetsingsresultaten handelingskader PFAS Mengmonster met meetpunten
PFOA
PFOS
Overige
Handelingskader
(µg/kgds)
(µg/kgds)
PFAS
PFAS
(µg/kgds) Deellocatie A
0,1
0,1
<0,1
WBM001 t/m WBM010
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
Deellocatie B
0,1
0,1
<0,1
0,1
0,1
<0,1
WBM011 t/m WBM020
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
Deellocatie C WBM021 t/m WBM030
Achtergrondwaarde (Altijd toepasbaar)
Achtergrondwaarde Maximale Waarden Wonen/Industrie Toepassingswaarde oppervlaktewater, Niet Rijkswater1 Toepassingswaarde oppervlaktewater, Rijkswater1 Toepassingswaarde grondwaterbeschermingsgebieden
1,9 7 0,8
1,4 3 1,1
1,4 3 0,8
0,8
3,7
0,8 Zie2
1) Voor toepassing van grond en bagger in een ‘diepe plas’ geldt een specifiek toetsingskader 2) Advies van het RIVM is om aan te sluiten bij de gebiedskwaliteit, indien deze niet bekend is blijft de bepalingsgrens de
toepassingsnorm (0,1 µg/kgds).
Uit de toetsingsresultaten van de mengmonsters ten behoeve van het PFAS in waterbodem onderzoek is gebleken dat er voor alle onderzochte monsters geen verhoogde gehaltes boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond.
Blad 22 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 23
Toepassen op landbodem Uit de analyseresultaten blijkt dat de waterbodem ter plaatse van de drie deellocaties voldoet aan klasse ‘Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar)’ voor toepassing op landbodem. Al het aanwezige waterbodem bij de drie deellocaties is verspreidbaar op een aangrenzend perceel. Toepassen in de waterbodem Uit de analyseresultaten blijkt dat de waterbodem ter plaatse van de drie deellocaties voldoet aan klasse ‘Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar)’ voor toepassing in de waterbodem. Al het aanwezige waterbodem bij de drie deellocaties is verspreidbaar in een zoet oppervlaktewaterlichaam.
Blad 23 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 24
6
Samenvatting en conclusie
6.1
S a m e n va t t i ng
In opdracht van Beens Groep B.V. te Genemuiden heeft Raadgevend Ingenieursbureau Wiertsema & Partners B.V. een verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek conform de NEN 5740 en de NEN 5720 verricht aan 3 oever delen gelegen aan het Noord-Hollandskanaal te Den Helder. Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend (water)bodemonderzoek is de voorgenomen vervanging van de oeverconstructies. Het doel van het verkennend (water)bodemonderzoek is het vaststellen van de milieu hygiënische kwaliteit van zowel de grond als het grondwater en aan te tonen dat de waterbodem redelijkerwijs gesproken geen verontreinigingen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid en/of milieu in het algemeen en zodoende enige beperking of belemmering kunnen vormen ten aanzien van de voorgenomen werkzaamheden. Het (water)bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige bouwactiviteiten. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als over van het Noord-Hollandskanaal. De over bestaat uit damwanden welke worden vervangen. De omringende percelen hebben een industriële of agrarische functie. Het onderzoek is uitgevoerd binnen de 5 meter aan de waterzijde van de damwand en 15 meter landinwaarts.
Vooronderzoek Uit het bodeminformatiesysteem, bodemarchief en volgens informatie van de opdrachtgever blijkt dat ter plaatse of nabij de onderzoekslocatie eerder bodemonderzoek is uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat er ten hoogste lichte verontreinigingen in zowel grond, grondwater als waterbodem kunnen voorkomen. Er zijn geen aanwijzingen die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van boven- en/of ondergrondse brandstoftanks of gedempte sloten. Er bestaat geen aanleiding om asbesthoudende materialen in en/of op de bodem te verwachten. Op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart ligt de onderzoekslocatie in een gebied met een bodemkwaliteit die gemiddeld voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’. De bodemfunctie van de onderzoekslocatie is ‘Industrie’. Zintuiglijke waarnemingen Er zijn tijdens het veldwerk geen waarnemingen gedaan welke duiden op eventuele bodemverontreiniging. Er zijn zowel in de grond als op het maaiveld visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
Blad 24 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 25
Analyseresultaten grond Uit de toetsingsresultaten blijkt dat in mengmonster MMDLA-01 van deellocatie A (bovengrond) een licht verhoogd gehalte aan koper is aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In de mengmonsters MMDLC-01 en MMDLC-02 van deellocatie C (bovengrond) zijn licht verhoogde gehaltes aan PAK analytisch vastgesteld. In alle overige mengmonsters van de grond zijn geen verhoogde gehaltes aan onderzochte parameters vastgesteld boven de achtergrondwaarde. Analyseresultaten PFAS in grond Uit de toetsingsresultaten van de mengmonsters ten behoeve van het PFAS in grond onderzoek is gebleken dat er voor alle onderzochte monsters geen verhoogde gehaltes boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond. Analyseresultaten grondwater Uit de toetsingsresultaten blijkt dat in het grondwater ter plaatse van de peilbuizen PBM001 (deellocatie A) en PBM009 (deellocatie B) een licht verhoogde concentratie aan molybdeen is vastgesteld ten opzichte van de streefwaarde. Het licht verhoogde gehalte is echter van dien aardt dat deze geen verdere aandacht behoeven. In het grondwater ter plaatse van PBM020 (deellocatie C) zijn geen concentraties aan onderzochte parameters boven de streefwaarde analytisch waargenomen.
Analyseresultaten waterbodem toepassing op landbodem Uit de analyseresultaten blijkt dat de waterbodem ter plaatse van de drie deellocaties voldoet aan klasse ‘Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar)’ voor toepassing op landbodem. Al het aanwezige waterbodem bij de drie deellocaties is verspreidbaar op een aangrenzend perceel. Analyseresultaten waterbodem toepassing op waterbodem Uit de analyseresultaten blijkt dat de waterbodem ter plaatse van de drie deellocaties voldoet aan klasse ‘Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar)’ voor toepassing in de waterbodem. Al het aanwezige waterbodem bij de drie deellocaties is verspreidbaar in een zoet oppervlaktewaterlichaam. Analyseresultaten PFAS in waterbodem Uit de toetsingsresultaten van de mengmonsters ten behoeve van het PFAS in waterbodem onderzoek is gebleken dat er voor alle onderzochte monsters geen verhoogde gehaltes boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond.
Blad 25 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1 blad 26
6.2
C o n cl u si e e n t o et si ng h yp oth e s e
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen bij de verrichte boorlocaties en de analyses van de samengestelde grond(meng)monsters, grondwatermonsters en de slibmonsters kan worden geconcludeerd dat de hypothese, zoals deze is gesteld in hoofdstuk 2, aangenomen dient te worden. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoekshypothese ‘verdacht’. Hierbij werden verontreinigingen verwacht. Uit het onderzoek blijkt dat de milieu hygiënische kwaliteit overeenkomt met deze verwachting door de enkele lichte verontreinigingen in zowel grond als grondwater. Aanpassing van de hypothese achten wij dan ook niet nodig. Aanpassing van de onderzoeksstrategie of het uitvoeren van een nader bodemonderzoek is eveneens niet noodzakelijk. De lichte verontreinigingen vormen geen verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of milieu. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt hoeven er geen beperkingen aan de gebruiks- c.q. bestemmingsmogelijkheden van het terrein te worden gesteld en vormen ons inziens derhalve geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden. Waterbodem Toetsing Besluit bodemkwaliteit: toepassen op of in de landbodem Het ‘Altijd Toepasbaar’ materiaal kan na het uitvoeren van de baggerwerkzaamheden op de locatie dan wel elders worden hergebruikt binnen de regelgeving van het Besluit bodemkwaliteit.
Toetsing Besluit bodemkwaliteit: toepassen of verspreiden in de waterbodem Het ‘Altijd Toepasbaar’ materiaal kan na het uitvoeren van de baggerwerkzaamheden op de locatie dan wel elders worden hergebruikt binnen de regelgeving van het Besluit bodemkwaliteit.
Tot slot Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Verder dient opgemerkt te worden dat de conclusie is gebaseerd op het vooronderzoek en de onderzoeksresultaten van dit onderzoek. Dit bodemonderzoek schetst een algemeen beeld van de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem. Bij eventueel grondverzet dient men rekening te houden met mogelijk plaatselijk voorkomende (zintuiglijke) afwijkingen.
Blad 26 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Bijlage 1
Blad 27 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Kadastrale kaart
Uw referentie: 82825-1
Schaal 1: 4000
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Perceelnummer Huisnummer
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Anna Paulowna K 7769
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 28 juni 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Blad 28 van 203
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Kadastrale kaart
Uw referentie: 82825-1
Schaal 1: 2400
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Perceelnummer Huisnummer
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Den Helder I 281
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 28 juni 2023 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Blad 29 van 203
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Bijlage 2
Blad 30 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1
Foto’s Deellocatie A (nabij spoorbrug richting kooyhaven)
Deellocatie B (vanaf Kooyhaven richting brug N9/99)
Blad 31 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
VN-82825-1
Deellocatie C (vanaf brug N9/99 richting Kooysluis)
Blad 32 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Bijlage 3
Blad 33 van 203
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Type Handboring Milieu
Uitvoering Uitgevoerd door W&P
Handboring met peilbuis Milieu
Uitgevoerd door W&P
Slibboring
Uitgevoerd door W&P
situatietekening
Datum:
Verkennend (water)bodemonderzoek 3 oever delen Noord-Hollandskanaal te Den Helder
Getekend: WSCH Gew:
Blad: 1 van 1
Blad 34 van 203
04.07.23 Gew:
Schaal:
1:5000 Gew:
Formaat:
A3 Gew:
Opdracht: VN-82825-1
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf
Type Handboring Milieu
Uitvoering Uitgevoerd door W&P
Handboring met peilbuis Milieu
Uitgevoerd door W&P
Slibboring
Uitgevoerd door W&P
Naam
X
BM001 BM002 BM003 BM004 BM005 BM006 BM007 BM008 BM009 PBM010 BM011 BM012 BM013 BM014 BM015 BM016 BM017 BM018 WBM001 WBM002 WBM003 WBM004 WBM005 WBM006 WBM007 WBM008 WBM009 WBM010
Y
Z
RD-coördinaten (m)
NAP
114735.2 114744.3 114747.1 114758.0 114758.3 114770.5 114769.7 114781.5 114784.1 114798.5 114802.9 114817.9 114825.7 114833.8 114842.6 114849.6 114855.1 114859.2 114728.8 114740.5 114754.9 114767.5 114781.7 114794.8 114809.5 114820.9 114833.7 114844.8
546422.3 546426.0 546449.7 546457.3 546473.5 546481.7 546498.2 546509.2 546531.9 546547.4 546570.6 546584.8 546606.2 546622.2 546641.1 546656.7 546672.4 546685.7 546419.6 546455.5 546485.5 546516.4 546539.7 546574.6 546606.9 546633.5 546660.7 546693.5
situatietekening
Datum:
Verkennend (water)bodemonderzoek 3 oever delen Noord-Hollandskanaal te Den Helder
Getekend: WSCH Gew:
Blad: 1 van 1
Blad 35 van 203
04.07.23 Gew:
Schaal:
1:1000 Gew:
Formaat:
A3 Gew:
Opdracht: VN-82825-1
82825-1 R90436 Rapport VBO+WABO 3 oever delen Noord-Hollandskanaal DH.pdf