CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

Wij(k) in woord en beeld verkenning bestemming locatie Sportlaan Den Haag.def

Commissie Samenleving 20 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsmededeling inzake 6e Stand van zaken opvanglocatie Sportlaan8.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wij(k) in woord en beeld

Verkenning van de beeldvorming en betrokkenheid van bewoners over bestemming Sportlaan 600 Den Haag

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

2

Inhoudsopgave Inleiding................................................................................................................................................................... 4 Aanleiding en context ............................................................................................................................................... 4 Vraagstelling............................................................................................................................................................. 4 Methode 5 Hoofdstuk 1 Gehechtheid aan de wijk .................................................................................................................. 6 Inleiding 6 Place: de fysieke en sociale ruimte .......................................................................................................................... 6 Person: op individueel en collectief niveau ............................................................................................................... 8 Process: hoe een plek een thuis wordt..................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2 De komst van tijdelijke huisvesting ..............................................................................................

10 Inleiding 10 Vogelwijk: tussen zorg, wantrouwen en morele afbakening ................................................................................... 10 Bloemenbuurt: tussen empathie en voorzichtigheid ............................................................................................... 10 Bomenbuurt: verdeelde houding, maar focus op samenwerking ............................................................................ 11 Conclusie................................................................................................................................................................ 11 Hoofdstuk 3 Gemeenschapszin en gemeentebeleid ......................................................................................... 14 Inleiding 14 Benodigde randvoorwaarden en wens tot betrokkenheid....................................................................................... 14 Bewoners over de komst en invulling van nieuwbouw ........................................................................................... 16

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

3

Inleiding Aanleiding en context Met de sluiting van het Juliana Kinderziekenhuis en Rode Kruis Ziekenhuis aan de Sportlaan 600 in Den Haag kwam het gebouw van het voormalige ziekenhuispand leeg te staan. Eind 2023 kocht de gemeente Den Haag het gebouw, voorheen bekend als het HagaZiekenhuis, met als doel om er op termijn nieuwe woningen te realiseren. Omdat deze gebiedsontwikkeling de nodige tijd vergt, heeft de gemeente besloten om het pand tijdelijk een maatschappelijke invulling te geven. Eén van die functies is de permanente winteropvang (PWO) voor dak- en thuislozen. Sinds het najaar van 2023 biedt de gemeente, in de periode van november tot en met april, hier opvang aan 80 personen. Dak- en thuislozen kunnen zeven dagen per week, dag en nacht, terecht voor rust, onderdak en begeleiding. De opvang wordt georganiseerd in samenwerking met het Leger des Heils. Tevens is de gemeente Den Haag voornemens dat de locatie aan de Sportlaan wordt ingezet voor tijdelijke huisvesting van andere kwetsbare groepen. Het gaat om de huisvesting van een gemengde bewonersgroep van circa 750 mensen, waaronder asielzoekers (440), statushouders (30 à 40), dakloze gezinnen (50), jongeren uit een beschermd wonentraject (30) en starters (105) (Rosenberg, 2024). Op 11 juli 2024 stemde de gemeenteraad in met een investering van 26,5 miljoen euro om deze tijdelijke voorziening mogelijk te maken.

Deze ontwikkeling raakt direct aan de leefomgeving van omwonenden in de omliggende wijken: de Bloemenbuurt, de Bomenbuurt en de Vogelwijk. De reacties onder bewoners lopen sterk uiteen. Sommige bewoners uiten zorgen over leefbaarheid en veiligheid, en ondernemen juridische stappen. Zo is er volgens stichting Wijkbelang Segbroek onvoldoende naar alternatieve scenario's gekeken. Zij zijn van mening dat plannen voor de tijdelijke- en de permanente invulling van het oude ziekenhuiscomplex gelijktijdig doorlopen hadden moeten worden. Tegelijkertijd melden zich ook vrijwilligers aan die zich willen inzetten om de nieuwe bewoners te ondersteunen. Terwijl de één zich zorgen maakt over de impact op de buurt, onderstrepen anderen het belang en de urgentie van opvang en tonen zich bereid actief bij te dragen aan een goede integratie. In dit spanningsveld is behoefte aan inzicht, nuance en verbinding. Het is daarom van groot belang dat het publieke gesprek over deze ontwikkeling niet wordt gedomineerd door alleen de luidste stemmen, ongeacht of zij vóór of tegen zijn, maar dat er een representatief, evenwichtig en gedeeld beeld ontstaat van wat er breed leeft in de wijk.

Om die reden hebben zij de volgende vraag aan de Haagse Hogeschool gesteld. Kan De Haagse Hogeschool een verkenning uitvoeren waarin in kaart wordt gebracht hoe buurtbewoners aankijken tegen de ontwikkelingen rondom de (tijdelijke) huisvesting aan de Sportlaan, en welke beelden, ideeën, zorgen en ambities er onder de bewoners leven?

Vraagstelling In opdracht van deze buurtverenigingen uit stadsdeel Segbroek hebben studenten Social Work van De Haagse Hogeschoool een praktijkgerichte verkenning uitgevoerd naar de beeldvorming en ervaringen van bewoners in de omliggende straten van de Sportlaan. Centraal in deze verkenning stond de vraagstelling:

Welke beelden hebben omwonenden van de Sportlaan in de wijken Bloemenbuurt, Bomenbuurt en Vogelwijk omtrent de voorgestelde tijdelijke en permanente huisvesting aan de Sportlaan?

Deze vraag is gespecificeerd in drie vragen: 1. Hoe beleven (gevoelens, zorgen, verwachtingen) direct omwonenden de huidige situatie met de veranderende bestemming op locatie Sportlaan 600? 2. Welke randvoorwaarden zijn nodig om veranderende bestemming acceptabel te maken voor direct omwonenden? 3. Welke concrete ideeën bestaan er onder omwonenden om te participeren in de transitie van hun buurt? De verkenning heeft als doel een beter begrip te krijgen van het sociale en emotionele klimaat in de wijk en kan dienen als basis voor beleidskeuzes die breder gedragen worden. De verkenning biedt inzicht in uiteenlopende opvattingen, emoties, zorgen, verwachtingen en vragen die bij omwonenden leven over de tijdelijke en permanente huisvesting op locatie Sportlaan 600. Voor buurtbewoners en beleidsmakers komen aanknopingspunten in beeld die kunnen bijdragen aan de onderlinge verbinding en vertrouwen. Er ontstaat zicht op hoe de leefbaarheid versterkt kan worden met concrete beelden, ideeën en initiatieven uit de wijk zelf. De verkenning geeft nadrukkelijk geen antwoord op de vraag of de tijdelijke huisvesting er moet komen en heeft ook niet de functie van een referendum.

Opdracht vanuit de buurt

De besturen van de drie buurtverenigingen, Wijkberaad Bloemenbuurt De Hyacint, Stichting Bewonersorganisatie Bomenbuurt en Wijkvereniging Vogelwijk hebben het initiatief genomen om deze beeldvorming actief en zorgvuldig vast te leggen. Het doel is om recht te doen aan de breedte van perspectieven die in de buurt leven, en om de gemeente Den Haag inzicht te geven in de houding en gedachten van de omwonenden.

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

4

Methode Om recht te doen aan de veelstemmigheid in de wijk én om bewoners op een laagdrempelige, uitnodigende manier te betrekken, is gekozen voor een kwalitatieve aanpak. Middels observaties, deur-aan-deur gesprekken en korte informele gesprekken is data verzameld. Aanvullend is er een digitale vragenlijst verspreid voor bewoners die niet gesproken zijn.

verdiepend inzicht te krijgen in de ervaringen, zorgen en ideeën van bewoners van de Vogelwijk, Bloemenbuurt en Bomenbuurt. Deze interviews zijn afgenomen in een straal van ca. 1 km rondom de locatie Sportlaan 600. Op basis van een vooraf opgestelde vragenlijst (Figuur 1) zijn ruim 1500 woningen geselecteerd voor een deur-aan-deurinterview, wat samen met de straatgesprekken en digitale aanvulling heeft geleid tot bijna 400 reacties.

Werkwijze en opbouw

De verkenning heeft plaatsgevonden in de maanden september en oktober van 2025 in het stadsdeel Segbroek rondom de Sportlaan 600 in Den Haag. Specifiek richt de verkenning zich op de drie aangrenzende woonwijken: de Bloemen- en Bomenbuurt en de Vogelwijk.

Locatie Sportlaan

Binding in de wijk (Place attachment) Hoe lang woont u hier en wat betekent deze buurt voor u? Welke plekken, mensen, groepen of activiteiten in de wijk zijn voor u belangrijk of symbolisch? Wat zou u missen als deze plek verandert? Beeldvorming in de wijk (Moral panic) Wat dacht u toen u hoorde over de plannen voor tijdelijke huisvesting? Wat vindt u goed of juist lastig aan deze plannen? Welke zorgen vragen, kansen of mogelijkheden ziet u in deze verandering? Welke ondersteuning heeft u nodig voor de realisatie van de tijdelijke huisvesting? Welke bijdrage zou u zelf willen leveren aan de realisatie van de tijdelijke huisvesting? Waar moet de gemeente de komende jaren vooral op letten bij de invulling van de tijdelijke huisvesting? Leefbaarheid en gemeenschapszin in de wijk Wat is volgens u belangrijk om deze wijk sterk, leefbaar en verbonden te houden/krijgen? Ziet u dingen of mensen in de wijk die nog niet genoeg worden benut of gehoord? Wat zou u nodig hebben om (meer) bij te dragen, meedenken of doen aan het leven in de wijk? Wat vindt u ervan dat er op het terrein van het voormalige Haga Ziekenhuis over 5 tot 7 jaar nieuwe woningen worden gebouwd? Hoe zou u willen dat de nieuwe woningen op deze locatie worden verdeeld (bijvoorbeeld sociale huur, middenhuur, koopwoningen, appartementen, eengezinswoningen)? Figuur 1: Vragenlijst

Locatie Sportlaan

In de eerste fase zijn er visuele wijkobservaties ingezet en gesprekken gevoerd met sleutelfiguren in de buurt (bijv. buurtvereniging, vrijwilligers, kritische bewoners) om het vraagstuk te verkennen. Daarbij is in kaart gebracht welke bestaande (in)formele netwerken en communicatiestromen er zijn. Deze data is niet in dit verslag opgenomen.

De studenten zijn begeleid door een vrijwilliger met wijkkennis en een docent. De vrijwilligers fungeerden als aanspreekpunt, zorgden voor een veilige en respectvolle setting en droegen bij aan een zorgvuldige afhandeling van de gesprekken. Bij diverse huizen waar bewoners niet opendeden is een digitale vragenlijst achtergelaten, zodat deze bewoners alsnog in staat zijn gesteld hun persoonlijke verhaal te delen. De interviews zijn in overleg met de respondenten opgenomen (audio) en achteraf door de studenten geanonimiseerd uitgewerkt. Vervolgens zijn de verslagen geanalyseerd op terugkerende thema’s, verschillen tussen buurten en concrete suggesties voor leefbaarheid. Kantekening. Er is verschil in uitkomst tussen online vragenlijst en deur aan deur interview. De verzamelde data uit de face-to-face gesprekken zijn over het algemeen milder en neutraler van toon en er is grotere bereidheid tot ontmoeting en participatie. De houding van de data die is verzameld middels de digitale vragenlijst bij bewoners die niet thuis waren is wantrouwend en kent minder bereidheid tot ontvangst van specifieke doelgroepen binnen het plan van tijdelijke huisvesting.

In de tweede fase zijn er semigestructureerde interviews afgenomen door studenten van de opleiding Social Work om Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

5

Hoofdstuk 1 Gehechtheid aan de wijk Beeldvorming rond wijkbinding. Een kwalitatieve analyse in het licht van de place attachment-theorie van Scannell en Gifford (2010).

Inleiding Gevoel van verbondenheid met de eigen buurt ontstaat vaak vanuit een combinatie van fysieke kenmerken en sociale interacties. Dit hoofdstuk beschrijft hoe bewoners van drie Haagse wijken – Bloemenbuurt, Bomenbuurt en Vogelwijk – hun wijk ervaren, welke plekken en sociale relaties voor hen betekenisvol zijn, en hoe veranderingen hun gevoel van gehechtheid beïnvloeden.

Woonduur

De gesproken bewoners hebben over het algemeen een langdurige band met hun buurt. In de wijken is een mix zichtbaar van zowel langdurig gevestigde als recenter gevestigde bewoners (zie figuur 2). De respondenten in de Bloemenbuurt wonen gemiddeld het langst, respectievelijk 21,5 jaar. Er wonen zowel nieuwkomers die er nog geen jaar verblijven, als bewoners die er al bijna 60 jaar wonen. In de Bomenbuurt en de Vogelwijk is de gemiddelde woonduur onder de respondenten aanzienlijk korter: 11,9 en 16,5 jaar. Ook hier varieert de woonduur sterk, van minder dan één jaar tot maximaal 40 jaar in de Bomenbuurt en 42 jaar in de Vogelwijk. Over het algemeen kennen alle wijken een vrij stabiele bewonersgroep. Gemiddeld

Minimum

Maximum

Bloemenbuurt

21,5 jaar

9 maanden

60 jaar

Bomenbuurt

11,9 jaar

0,5 maand

40 jaar

Vogelwijk

16,5 jaar

1 jaar

42 jaar

Figuur 2: De woonduur van respondenten per wijk

Place: de fysieke en sociale ruimte Een wijk is niet alleen een fysieke ruimte (space), maar wordt pas een betekenisvolle plek (place) wanneer bewoners zich eraan hechten. Het zijn niet alleen de straten en parken die tellen, maar ook de ervaringen, herinneringen en sociale contacten die een plek bijzonder maken. De plaatsdimensie van place attachment verwijst naar de kenmerken van de plek waarmee mensen zich verbonden voelen. Deze dimensie omvat zowel fysieke aspecten (natuur of gebouwde omgeving) als sociale aspecten van een plaats die sterke plaatsverbondenheid creëren. Vaak zijn beide aspecten verweven: mensen hechten zich aan plaatsen die zowel sociale interactie als fysieke kenmerken weerspiegelen die belangrijk zijn in hun leven (Scannell & Gifford, 2010).

De natuurlijke omgeving

De Bloemenbuurt wordt gewaardeerd om haar groene omgeving en de nabijheid van natuur. Bewoners noemen veelvuldig de duinen, het strand, de Bosjes van Pex, het Segbroekpark en de parken langs de Segbroeklaan. Het idee van “wonen in de stad met natuur dichtbij” is sterk aanwezig. Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

De Bomenbuurt wordt sterk gewaardeerd om haar groene karakter en de nabijheid van natuur: Segbroekpark, Bosjes van Poot, strand en duinen worden vaak genoemd. Bewoners benoemen het wandelen door duinen en langs zee als essentieel onderdeel van hun leefkwaliteit. De Vogelwijk heeft een zeer sterke natuurlijke identiteit: bewoners noemen veelvuldig het groen (Bosjes van Poot, duinen, Natura2000, Segbroeklaan) en de nabijheid van strand en zee. De wijk wordt gezien als een “oase van groen in een versteende stad” en een plek waar natuurbeleving en woonkwaliteit samenkomen.

De gebouwde omgeving

De wijk Bloemenbuurt wordt als netjes, schoon en rustig ervaren, met weinig overlast en goede voorzieningen zoals winkels, scholen, speeltuinen en openbaar vervoer. Belangrijke fysieke herkenningspunten zijn de Fahrenheitstraat (winkelstraat), het Anemoonplein, de speeltuinen, en lokale voorzieningen zoals huisartsen en bibliotheek. Een bewoner vat de unieke combinatie van stad en natuur treffend samen als: “De Kalverstraat voor en de Veluwe achter”. Daarbij vindt men leegstand in winkelpanden een gemiste kans, terwijl pop-up winkels de buurt kunnen verlevendigen. De gebouwde omgeving in de Bomenbuurt wordt gezien als praktisch, overzichtelijk en goed bereikbaar. De Fahrenheitstraat en Thomsonlaan worden genoemd vanwege hun winkelaanbod en voorzieningen (huisarts, pedicure, fysiotherapeut, scholen, bibliotheek, speeltuinen). Ook het goede openbaar vervoer en de nabijheid van het centrum worden gewaardeerd. Bewoners noemen concrete verbeteringen als minder verkeer (50→30 km/u), klinkers in plaats van asfalt en een goed onderhouden openbare ruimte. De gebouwde omgeving in de Vogelwijk wordt gewaardeerd om haar verzorgde en herkenbare straten, stabiel karakter en voorzieningen op loopafstand (winkels, scholen, speeltuinen). Bewoners benadrukken het constante karakter van de wijk en de afwezigheid van verloedering.

Er is functionele nabijheid van voorzieningen, zoals de Fahrenheitstraat, schoolpleinen, en pleinen als het Mezenplein.

De sociale arena en haar symbolen

Bewoners ervaren de Bloemenbuurt als een hechte, dorpsachtige wijk met gezellige contacten tussen buren en een ouderwetse Haagse sfeer, waarin mensen zorgen voor hun omgeving. Bewoners typeren de buurt als een sociaal diverse wijk, waar verschillende groepen mensen dicht bij elkaar wonen en het sociale contact overwegend positief wordt beoordeeld. Belangrijke sociale plekken en symbolen zijn de wijkvereniging, kerk, Hoplr-buurtapp, Club Vit (sportschool) en buurtinitiatieven zoals buurtborrels, een gezamenlijke kerstboom en straatactiviteiten. Jonge gezinnen dragen bij aan de levendigheid via speeltuinen en buurtfeesten. De aanwezigheid van veilige speelplekken draagt bij aan het positieve beeld van de wijk. Zoals een bewoner zegt: “Kinderen kunnen er lekker spelen”. Daarentegen wordt, hoewel het er momenteel rustig is, het Goudsbloemplein als plek van jarenlange overlast ervaren. De nabijgelegen Goudenregenstraat zorgt voor veel onveiligheid, waardoor sommigen het vermijden of bang zijn om daar te fietsen.

6

In de Bomenbuurt is er sprake van actieve buurtparticipatie en sterk georganiseerde sociale structuren. Bewoners noemen veel initiatieven zoals de Stichting Bomenbuurt Overleg Bewoners (SBOB), de werkgroep Kastanjeplein, wijkcentrum Lindenkwadrant, de Boomgaard (wijkblad), en vrijwilligersactiviteiten zoals markten, braderieën en festivals (Segbroekfestival, Lentemarkt, Koningsdag, Halloween). Daarnaast wordt de aanwezigheid van vriendelijke buren en een veilig gevoel benadrukt. Tegelijkertijd geven sommige bewoners aan dat er ook zorgen zijn binnen de wijk. Zo wordt aangegeven dat kapotte fietsen vaker zouden moeten worden weggehaald door de gemeente. Daarnaast is er al langere tijd sprake van overlast in de zandspeeltuin. Bewoners blijven ’s nachts bellen om meldingen te doen, maar velen ervaren weinig resultaat en voelen zich minder gehoord. Met de komst van de PWO is de overlast volgens bewoners toegenomen, omdat het niet langer alleen om jongeren gaat. Daarbij heeft men de wens dat er meer activiteiten mogen komen voor pubers, en er zouden meer buitenspeelplekken voor kinderen mogen zijn, zoals een voetbalveldje.

De bereikbare omgeving

De Vogelwijk wordt door bewoners omschreven als een stabiele, veilige en vertrouwde gemeenschap met een lange bewoningsgeschiedenis. Er is een sterke binding met buren en er is sprake van duurzame sociale netwerken (buren, straatgroepen, appgroepen). Veel bewoners kennen elkaar al jaren. Scholen zoals de Houtrust en de Parkiet vormen belangrijke ontmoetingsplekken voor gezinnen, terwijl straatfeesten en het contact met goede buren bijdragen aan de hechte, dorpse sfeer in de wijk. Hoewel niet iedereen actief is in formele organisaties (zoals de Vogelwijkvereniging of Stichting Wijkbelang), speelt het informele buurtcontact een grote rol in het gevoel van verbondenheid. Tegelijkertijd is er enige zorg over veranderingen (zoals mogelijke komst van asielzoekers of sociale woningbouw) die de stabiliteit kunnen beïnvloeden.

De Vogelwijk scoort hoog op bereikbaarheid, variërend van goed tot heel goed. De buslijn 24 wordt als prettig ervaren, terwijl de rest van de wijk meestal te voet of met de fiets wordt afgelegd. Sommige bewoners geven aan dat de bushaltes goed en veilig bereikbaar moeten blijven, en dat het openbaar vervoer prima functioneert zolang de route praktisch is. Enkele bewoners vinden dat bepaalde plekken nog beperkt bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, maar over het algemeen is de wijk goed verbonden.

Sociale arena & symbolen

Fysiek omgeving

Gebouwde omgeving

Bloemenbuurt

Dorpssfeer, diversiteit, actieve buurtinitiatieven en gezellig contact

Nabij natuur (duinen, parken, bosjes)

Netjes, veilig, veel voorzieningen, levendige winkelstraten

Bomenbuurt

Actieve wijkverenigingen, festivals, vrijwilligers, sociaal veilig

Groen, Segbroekpark, strand, duinen

Goede voorzieningen, praktische opzet, winkels en OV dichtbij

Vogelwijk

Hechte buren, sociale stabiliteit, behoudend karakter

Zeer groen, duinen, zee, Bosjes van Poot

Verzorgde omgeving, constant karakter, voorzieningen op loopafstand

De bewoners van Segbroek zijn over het algemeen positief over de bereikbaarheid en het openbaar vervoer per buurt. De bewoners van de Bloemenbuurt beoordelen de bereikbaarheid overwegend als goed tot zeer goed. Het openbaar vervoer wordt door veel bewoners echter weinig gebruikt. Alles in de buurt is goed bereikbaar: voorzieningen zijn op loopafstand of eenvoudig met de fiets te bereiken. Voor hen die toch gebruikmaken van het openbaar vervoer, werkt de tram goed, terwijl de bus als iets minder praktisch wordt ervaren. In de Bomenbuurt wordt de bereikbaarheid overwegend als goed tot uitstekend ervaren. Sommige bewoners maken regelmatig gebruik van tram en bus, vooral omdat ze liever niet autorijden. Toch zijn er plekken, zoals speeltuinen, die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, al vormt dit voor veel bewoners geen probleem, doordat ze een bakfiets hebben of andere vervoersmogelijkheden gebruiken. Een deel van de bewoners gebruikt helemaal geen openbaar vervoer; de wijk leent zich goed voor fietsers en wandelaars.

Figuur 3: Plaatsdimensie

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

7

Person: op individueel en collectief

niveau

De persoonsdimensie van plaatsgebondenheid, zoals beschreven door Scannell en Gifford (2010), verwijst naar de wijze waarop individuen en groepen emotioneel verbonden zijn met een plek. Op individueel niveau omvat dit persoonlijke ervaringen, herinneringen en betekenissen die iemand aan een plaats toekent. Op collectief niveau gaat het om gedeelde symbolen, geschiedenis en culturele identiteit die een gemeenschap met een plek verbindt. Deze dimensie benadrukt dat plaatsgebondenheid niet alleen een persoonlijke beleving is, maar ook sociaal wordt gevormd en versterkt door gemeenschappelijke waarden, tradities en sociale interacties binnen een specifieke omgeving.

Collectief (gemeenschappelijk)

Individueel (persoonlijk)

Bloemenbuurt

Fatsoenlijke bewoners, onderlinge betrokkenheid, diversiteit aan bewoners.

Eerste koophuis, gezin starten, geboorte kind, kinderen kunnen veilig spelen.

Bomenbuurt

Homogene gemeenschap, fijne mensen.

Kinderen hier geboren, ervaren overlast in zomeravonden.

Vogelwijk

Gemoedelijke, kindvriendelijke gemeenschap; homogene bevolking; saamhorigheid; betrokken buren; trots op wijk.

Kinderen opgegroeid, hechte band met buren, familiebanden met wijk, gevoel van thuis.

Bloemenbuurt

In de Bloemenbuurt heerst een gevoel van vertrouwdheid en onderlinge betrokkenheid. Bewoners omschrijven het wijkcollectief als een plek met fatsoenlijke mensen die elkaar al lange tijd kennen en betrokken zijn bij elkaar en de buurt. Zo beschrijft een bewoner “Er is weinig zwerfafval, geen overlast van hangende personen, en we hebben zelfstandige ondernemers”. De sociale diversiteit wordt eveneens gewaardeerd: men vindt het positief dat er veel verschillende mensen in de wijk wonen. Op individueel niveau beschrijven bewoners een sterke persoonlijke binding met hun directe leefomgeving. De Bloemenbuurt wordt gezien als een fijne plek om een gezin te stichten, waar kinderen veilig kunnen spelen. Verschillende bewoners geven aan dat persoonlijke levensgebeurtenissen direct verbonden zijn met deze wijk, zoals het kopen van het eerste huis of de geboorte van een kind.

Bomenbuurt

In de Bomenbuurt komt een gevoel van gemeenschappelijkheid en nabijheid naar voren. Collectief wordt de wijk omschreven als een homogene gemeenschap met fijne mensen, wat duidt op een stabiele en overzichtelijke sociale structuur. Op individueel niveau geven bewoners aan dat hun kinderen hier zijn geboren, wat wijst op een langdurige persoonlijke binding met de wijk. Tegelijkertijd benoemt een bewoner dat de directe omgeving in de zomer overlast kan geven, wat laat zien dat individuele ervaringen binnen de wijk kunnen verschillen.

Vogelwijk

De Vogelwijk wordt collectief ervaren als een hechte, rustige en gemoedelijke gemeenschap. Bewoners benadrukken de ontmoetingen met andere wijkbewoners, zoals hondenwandelaars, en het feit dat de wijk bestaat uit mensen met normale normen en waarden. De bevolking wordt gezien als homogeen en kindvriendelijk, en men waardeert het dat er weinig visuele veranderingen in de wijk plaatsvinden. Er is sprake van betrokken buren, saamhorigheid en een gedeeld gevoel van trots op wat de bewoners samen hebben opgebouwd. Individueel beschrijven bewoners hun band met de wijk als diepgeworteld. Voor velen is dit de plek waar hun kinderen zijn opgegroeid en waar ze zich thuis voelen. Sommigen benoemen dat hun familie al generaties lang verbonden is aan deze wijk, wat de persoonlijke en historische diepte van de band onderstreept.

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

Figuur 4: Persoonsdimensie

Process: hoe een plek een thuis wordt

Plaatsgebondenheid ontstaat niet alleen door wat mensen om zich heen zien, maar vooral door wat zij voelen, denken en doen. Deze psychologische dimensie laat zien hoe emotie, betekenis en gedrag samen een plek tot ‘thuis’ maken. Volgens Scannell en Gifford (2010) omvat dit drie componenten: affect, cognitie en gedrag. Affect verwijst naar de emotionele band en gevoelens van comfort of veiligheid; cognitie betreft de herinneringen, betekenissen en overtuigingen die aan een plek worden toegekend; gedrag omvat de handelingen die de verbondenheid uitdrukken, zoals terugkeren naar of zorg dragen voor de plaats. Samen verklaren deze processen hoe plaatsgebondenheid ontstaat, wordt onderhouden en invloed heeft op menselijk gedrag.

Affect (gevoel)

Bewoners van de Bloemenbuurt beschrijven hun wijk als prettig, rustig en gemoedelijk, met een gevoel van veiligheid en verbondenheid. Uitspraken als “Hier voel ik mij thuis”, “Ik voel me enorm verbonden met de wijk” en “Rustige en toch levendige wijk” tonen een sterk emotioneel anker: bewoners zijn trots op hun buurt en ervaren comfort en rust in het dagelijkse leven. De Bomenbuurt wordt door bewoners als zeer prettig en aangenaam ervaren. Veel mensen noemen het een “fijne, veilige, gezellige wijk” en een “thuisplek”. De wijk “ademt ruimte en rust” en wordt omschreven als “een dorp in de stad”, sterke tekens van affectieve hechting. De affectieve band in de Vogelwijk is zeer sterk. Bewoners benadrukken rust, veiligheid, prettigheid en thuisgevoel. De wijk wordt omschreven als “fijn en veilig wonen”, met mooie leefomgeving en stabiele harmonieuze sfeer. De gevoelens zijn vaak verweven met trots en een verlangen naar behoud van het bestaande karakter.

Cognitie (betekenisgeving)

Bewoners koppelen hun wijk de Bloemenbuurt aan een “ouderwetse Haagse, vertrouwde sfeer” waar mensen zorgen voor hun omgeving. De Bloemenbuurt heeft dus een duidelijk sociaal-cultureel narratief van authenticiteit, herkenbaarheid en verantwoordelijkheid. Ook uit reacties op de toekomstige woningbouw op het Haga-terrein blijkt een rationele betrokkenheid: bewoners denken actief mee over wat past bij

8

de buurt (voorkeur voor seniorenwoningen en koopwoningen). Cognitief beschouwen bewoners de Bomenbuurt als een logische en functionele woonplek: mooi gelegen, veilig, goed onderhouden en sociaal betrokken. De reacties op de bouw van nieuwe woningen op het Haga-terrein zijn overwegend rationeel positief: “Goed idee”. “Prima”. “Er zijn woningen nodig”. Bewoners verbinden deze ontwikkeling aan het grotere, stedelijke vraagstuk van woningtekort en tonen daarmee realistisch en toekomstgericht denken. Vogelwijkbewoners geven betekenis aan de Vogelwijk als een stabiele, herkenbare en waardevolle leefomgeving. In reacties op de Haga-ontwikkeling komt sterke meningsvorming naar voren: men vindt woningbouw noodzakelijk, maar wil tempo en kwaliteit: “Veel te laat, nu bouwen”. “Prima, maar liever geen hoogbouw”. Er is ook een duidelijke grensbewaking: bewoners koppelen het welbevinden aan behoud van de sociale en ruimtelijke identiteit van de wijk.

Behaviour (gedrag)

Affect (gevoel)

Cognitive (betekenis)

Behaviour (gedrag)

Bloemenbuurt

Voelt zich thuis, prettig en veilig; warme emotionele band

Authentieke, vertrouwde Haagse sfeer; toekomstgericht denken over wijkvernieuwing

Hulpvaardigheid, zorgzaamheid, informeel sociaal gedrag

Bomenbuurt

Gezellig, veilig, thuis; “dorp in de stad”

Realistische blik op woningbouw en onderhoud; functionele waardering

Buren zorgen voor elkaar en hun omgeving, sociaal actief

Vogelwijk

Rust, veiligheid, sterke emotionele binding

Waardeert stabiliteit en behoud; kritisch op veranderingen

Actieve buurtinitiatieven, respectvolle omgang, hechte burenband

Figuur 5: Procesdimensie

Bewoners van de Bloemenbuurt geven aan dat mensen elkaar helpen en dat er actieve betrokkenheid bestaat, vooral in informele hulp en burencontact. Er is minder nadruk op grootschalige organisatie, maar het gedrag wijst op dagelijkse zorgzaamheid en betrokkenheid op kleine schaal. Er is in de Bomenbuurt sprake van actief sociaal gedrag: buren kijken naar elkaar om, helpen elkaar, en houden hun huizen en straten netjes. Het gedrag is zowel individueel (zorg voor eigen woning) als collectief (rekening houden met elkaar). In de Vogelwijk tonen bewoners gedragsmatig betrokkenheid binnen hun gemeenschap: zij nemen initiatieven, respecteren elkaar en onderhouden sterke burenrelaties. Veel sociale interactie speelt zich af op straat- of buurtniveau via appgroepen en informele contacten.

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

9

Hoofdstuk 2 De komst van tijdelijke huisvesting Beeldvorming rond tijdelijke huisvesting per wijk. Een kwalitatieve analyse in het licht van Cohen’s moral panic-theorie (1972).

Inleiding De komst van een tijdelijke huisvestingslocatie op het voormalige Rode Kruisziekenhuisterrein aan de Sportlaan voor kwetsbare groepen en asielzoekers, roept in verschillende omliggende Haagse wijken uiteenlopende reacties op. Waar sommigen spreken van een nuttige en menselijke bestemming van leegstaande gebouwen, uiten anderen zorgen over veiligheid, leefbaarheid en vertrouwen in de gemeente. Dit hoofdstuk beschrijft hoe per wijk wordt aangekeken tegen deze ontwikkeling, en hoe deze houdingen zich verhouden tot de eerste en derde fase van Stanley Cohen’s moral panic-theorie. Cohen (1972) beschrijft hoe een maatschappelijk fenomeen kan uitgroeien tot een “morele paniek”: een proces waarbij een groep mensen of gebeurtenis wordt gedefinieerd als bedreiging voor maatschappelijke waarden, waarna publieke emoties en politieke reacties de paniek versterken. In stadium 1 vindt het identificeren van een dreiging plaats; het moment waarop het verschijnsel wordt neergezet als iets afwijkends of gevaarlijks. In stadium 3 volgt de reactie van publiek en autoriteiten, waarin gevoelens van dreiging zich vertalen in oproepen tot toezicht, regels en controle. De rol van de media (stadium 2) blijft in deze verkenning buiten beeld, doordat respondenten die nagenoeg niet genoemd hebben. De invloed kan echter wel vermoed worden.

Vogelwijk: tussen zorg, wantrouwen en morele afbakening In de Vogelwijk overheersen gevoelens van onrust en wantrouwen. Verschillende respondenten beschrijven de plannen als “ontwrichtend voor de huidige wijk”, “een kansloze utopie” of “een bedreiging voor de veiligheid van kinderen”. De tijdelijke huisvesting wordt niet alleen als een praktische ontwikkeling gezien, maar als een inbreuk op de bestaande sociale orde. Een respondent geeft aan: “We krijgen tien jaar een ingewikkelde groep mensen in onze achtertuin. De gemeente heeft ons misleid”. De taal die hier wordt gebruikt (woorden als misleiding, gijzeling en bedreiging) wijst op wat Cohen beschrijft in stadium 1 van moral panic: het probleem wordt moreel geladen. De tijdelijke huisvestinglocatie wordt symbool van verlies van controle en aantasting van de wijkidentiteit. Bewoners plaatsen zichzelf tegenover de ‘ander’ – de nieuwe bewoners – die in hun ogen niet bij de wijk past. In stadium 3 uit zich dit in concrete eisen: meer politie, hekken, toezicht en een “100% drugsvrije zone”. Meerdere respondenten stellen dat “veiligheid” de hoogste prioriteit moet hebben en dat “de aantallen sterk verminderd” moeten worden. De tijdelijke huisvesting wordt zo gekoppeld aan de noodzaak van handhaving en orde, waardoor de bestuurlijke Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

reactie onderdeel wordt van de paniekcyclus die Cohen beschrijft. Deze houding kan deels worden verklaard vanuit place attachment: bewoners van de Vogelwijk tonen een sterke binding met hun omgeving en zien veranderingen als bedreiging voor de sociale samenhang en vastgoedwaarde. De reactie gaat daarmee niet alleen over de tijdelijke huisvesting zelf, maar over het behoud van een vertrouwde leefwereld.

Bloemenbuurt: tussen empathie en voorzichtigheid In de Bloemenbuurt is de toon overwegend gematigder. Een groot deel van de bewoners ziet de tijdelijke huisvesting als een nuttige invulling van een leegstaand gebouw. Een respondent zegt: “Je zou maar door oorlogsgeweld worden overvallen en alles kwijtraken. Dan gun je iemand toch een plek om opnieuw te beginnen?”. Tegelijkertijd zijn er ook hier zorgen over de omvang en samenstelling van de groepen. Sommigen geven aan dat “de winteropvang nu al merkbaar is” en dat men “niet ziet hoe dit de wijk niet zal beïnvloeden”. In termen van stadium 1 is hier sprake van een mildere vorm van probleemdefiniëring: niet zozeer de morele veroordeling van de nieuwe bewoners, maar onzekerheid over de uitvoerbaarheid en impact op de wijk. De tijdelijke huisvesting wordt niet gezien als bedreiging voor de orde, maar als iets dat zorgvuldig gemanaged moet worden. De reacties in stadium 3 zijn gericht op samenwerking en voorwaarden, niet op uitsluiting. Bewoners vragen om “goede begeleiding”, “handhaving zoals het een goed huisvader betaamt” en “transparante communicatie”. Meerdere respondenten stellen dat “ontmoetingen tussen wijk en tijdelijke huisvesting” of “taallessen” kunnen helpen om wederzijds begrip te bevorderen. Deze wijk laat daarmee zien dat gevoelens van ongerustheid kunnen samengaan met gemeenschapszin.

Waar mensen perspectief zien om zelf iets bij te dragen – bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk, contactmomenten of taalondersteuning – neemt de spanning af. In het bijzonder steekt binnen deze wijk de buurt Bloemenbuurt-Oost af in hoop en pragmatisme. De reacties uit Bloemenbuurt-Oost zijn overwegend positief en praktisch van toon. Bewoners spreken over “een goede bestemming voor een leegstaand pand” en “fijn dat het eindelijk weer gebruikt gaat worden”. Meerdere respondenten benadrukken de maatschappelijke waarde van de tijdelijke huisvesting: “Ik zou het zonde vinden als zo’n grote locatie leegstaat terwijl er zoveel mensen huisvesting nodig hebben”. Hoewel ook hier enkele zorgen klinken over “overlast” en “de mix van doelgroepen”, overheerst de overtuiging dat de tijdelijke huisvesting kansen biedt voor verbinding en leren van elkaar. In deze buurt lijkt de definiëring van het probleem (stadium 1) grotendeels afwezig: de tijdelijke huisvesting wordt niet als bedreiging gezien, maar als maatschappelijke verantwoordelijkheid. In stadium 3 komt dat tot uiting in voorstellen voor positieve interventies: ontmoetingsactiviteiten, informatievoorziening via flyers, en aandacht voor de veiligheid van álle bewoners.

De toon is coöperatief: “Neem de zorgen serieus, ga met mensen in gesprek en verken samen oplossingen.” BloemenbuurtOost laat zien dat waar transparantie en participatie worden ervaren, moral panic minder ruimte krijgt.

10

Opkomst van dreiging

Folk devil

Bescherming van sociale waarden

Bloemenbuurt

“Overlast van alle probleemgevallen bij elkaar”; “Ik maak me zorgen om de veiligheid.”

“Alleenstaande mannelijke asielzoekers.”

“Ik hoop dat het kleinschalig is”; nadruk op behoud van rust en veiligheid.

Bomenbuurt

“De wijk gaat achteruit”; “Ik schrok”; “Zorgen over veiligheid en overlast.”

“Jonge mannen”, “mensen met verslaving of trauma”; “bloedgroepen bij elkaar.”

“Ik kan mijn dochter niet meer alleen laten fietsen”; “Waarom hier, in een woonwijk.”

Vogelwijk

“Geschrokken”, “Ongerustheid”, “Ik maak me ernstig zorgen over de veiligheid.”

“Asielzoekers, daklozen, zorgzoekers”, “jonge mannen”, “Moslims…”

“De wijk gaat kapot”; “Wat een ramp”; “Daar gaat onze rust en veiligheid.”

Figuur 6: Moral panic – bedreiging van sociale waarden per wijk

Bomenbuurt: verdeelde houding, maar focus op samenwerking In de Bomenbuurt is het beeld gemengd. Een deel van de bewoners is uitgesproken positief: “Goed idee, anders staat het maar leeg” en “Solidariteit, goed dat kwetsbare groepen onderdak krijgen”. Anderen uiten zorgen over “veiligheid”, “overlast” en “de druk op het woonplezier”. De reacties variëren van angst voor “meer troep op straat” tot hoop dat “nieuwe bewoners kunnen meedoen aan buurtactiviteiten”. In termen van stadium 1 zien we hier hoe de tijdelijke huisvesting in sommige reacties als een mogelijk risico wordt benoemd, maar zonder de morele lading die in de Vogelwijk overheerst. Er is eerder sprake van pragmatische zorg: bewoners willen dat het goed geregeld wordt. In stadium 3 vertalen deze zorgen zich in oproepen tot toezicht en participatie. Er wordt gevraagd om “voortdurende beveiliging en controle”, maar ook om “goede communicatie” en “betrokkenheid van de wijk”. Opvallend is dat meerdere respondenten bereid zijn zelf iets te doen: vrijwilligerswerk, het organiseren van activiteiten of meedenken over draagvlak. De Bomenbuurt vormt zo een tussenvorm: een wijk waar spanning en hoop naast elkaar bestaan. Angstbeelden worden erkend, maar niet dominant; er is ruimte voor ontmoeting.

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

Bemensen van morele barricade

Gebeurtenissen begrijpen

Vijandigheid & consensus

Bloemenbuurt

Verzet uit zorg voor veiligheid en leefbaarheid. “De gemeente denkt niet aan onze veiligheid.”

Bezorgdheid over schaal en invloed: “Veel mensen erbij in een al volle wijk.”

Consensus over risico op overlast; gematigd maar eensgezind.

Bomenbuurt

Bescherming van ‘eigen bewoners’: “Geef prioriteit aan mensen die hier al jaren wonen.”

Onzekerheid en wantrouwen: “Ik weet niet precies wat het plan is.”

Sterke vijandigheid: “WIJ WILLEN DEZE MENSEN NIET.” Gemeenschap verenigd in afwijzing.

Vogelwijk

Morele verontwaardiging verpakt in bestuurlijke taal: “Volkomen ondoordacht, onveilig plan.”

Ziet plannen als moreel én bestuurlijk falen: “Geen overleg, geen oog voor de buurt.”

Zeer sterke consensus en vijandigheid: “Schandelijk, desastreus, extreem-links duwt dit door.”

Figuur 7: Moral panic – publieke reactie en morele verontwaardiging

Conclusie Het beeld over alle wijken heen laat zien dat het ontstaan van moral panic niet uniform is. Cohen’s theorie helpt om de verschillen te begrijpen: • In de Vogelwijk is stadium 1 duidelijk zichtbaar: het vraagstuk wordt moreel gedefinieerd als een bedreiging van veiligheid en identiteit. In stadium 3 volgen oproepen tot controle, hekken en politie, die de paniek structureel verankeren. • In de Bloemenbuurt en Bomenbuurt verloopt dit proces gematigder: de tijdelijke huisvesting wordt niet als moreel kwaad gezien, maar als sociaal vraagstuk dat goed gemanaged moet worden. Stadium 3 uit zich hierin verzoeken om participatie, niet in repressie. • In Bloemenbuurt-Oost is nauwelijks sprake van moral panic. De tijdelijke huisvesting wordt juist gezien als kans voor verbinding. Het optreden van de gemeente speelt hierin een cruciale rol. Waar bewoners zich misleid voelen, groeit wantrouwen en verzet; waar communicatie en betrokkenheid goed georganiseerd zijn, ontstaat draagvlak. De perceptie van de tijdelijke huisvesting verschilt sterk per wijk, maar volgt herkenbare patronen uit Cohen’s theorie. In sommige buurten (met name de Vogelwijk) ontwikkelt het debat zich volgens de contouren van een moral panic: de tijdelijke huisvesting wordt gedefinieerd als bedreiging en roept controlebehoefte op.

In andere wijken (zoals Bloemenbuurt en Bomenbuurt) overheersen zorg en betrokkenheid, waarbij bewoners oplossingen en samenwerking zoeken.Voor de gemeente betekent dit dat open communicatie, ontmoeting en participatie essentieel zijn om te voorkomen dat zorgen omslaan in paniek. Waar ruimte is voor dialoog, nuance en zichtbare wederkerigheid, worden angsten gedeeld en hanteerbaar en krijgt de tijdelijke huisvesting kans om bij te dragen aan sociale samenhang in plaats van verdeeldheid.

11

Wijk

Algemene toon

Belangrijkste zorgen

Positieve of constructieve houding

Moral panic stadium 1 (identificeren dreiging)

Moral panic stadium 3 (reactie publiek/autoriteite n)

Gemeenschapskr acht / participatie

Vogelwijk

Overwegend negatief, angstig, verontwaardigd

Veiligheid, overlast, aantallen, invloed op vastgoedwaarde, misleiding door gemeente

Weinig, voornamelijk afwijzend

Sterke morele framing: tijdelijke huisvesting = bedreiging van wijkveiligheid en identiteit

Oproepen tot politie, hekken, toezicht, sterk reduceren aantallen

Laag, beperkte bereidheid tot deelname; focus op blokkeren of corrigeren plannen

Bloemenbuurt

Gemengd: voorzichtig positief tot bezorgd

Veiligheid, overlast, impact op leefomgeving

Samenwerking mogelijk, empathie voor bewoners, taallessen of vrijwilligerswerk

Milde probleemdefiniërin g: onzekerheid over uitvoering en impact

Voorstellen voor toezicht, handhaving en duidelijke regels; niet repressief

Hoog: bewoners willen meedenken en bijdragen aan integratie en sociale cohesie

BloemenbuurtOost

Overwegend positief, pragmatisch

Enkele zorgen over overlast of samenstelling

Ziet maatschappelijke waarde, kansen voor verbinding, leren van elkaar

Nauwelijks: tijdelijke huisvesting wordt niet als bedreiging gezien

Gericht op constructieve interventies: ontmoetingen, communicatie, activiteiten

Hoog: bewoners bereid actief bij te dragen en betrokken te zijn

Bomenbuurt

Gemengd: van positief tot bezorgd

Veiligheid, overlast, sociale druk, mix van bewoners

Veel bereidheid tot samenwerking, vrijwilligerswerk en participatie

Gematigd: tijdelijke huisvesting kan risico’s hebben, maar geen morele dreiging

Gericht op toezicht, maar ook op communicatie en coördinatie met wijk

Gemiddeld tot hoog: actieve betrokkenheid bij activiteiten en ondersteuning mogelijk

Figuur 8: Moral panic

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

12

Hoofdstuk 3 Gemeenschapszin en gemeentebeleid Inleiding De manier waarop bewoners reageren op veranderingen in hun leefomgeving wordt sterk beïnvloed door de mate van plaatsgebondenheid – de emotionele, cognitieve en gedragsmatige verbinding die mensen voelen met hun wijk. Deze place attachment maakt dat bewoners zich verantwoordelijk voelen voor hun buurt, maar ook dat zij alert of bezorgd reageren wanneer vertrouwde waarden en zekerheden onder druk komen te staan. In situaties waarin de ruimtelijke en sociale identiteit van de wijk dreigt te veranderen, kan dit leiden tot gevoelens van onrust of weerstand die raken aan het concept moral panic. Bewoners ervaren dan niet alleen fysieke veranderingen, maar ook een bedreiging van de morele orde en sociale samenhang van hun gemeenschap. Tegen deze achtergrond zijn bewoners gevraagd welke randvoorwaarden en ideeën tot betrokkenheid zij hebben bij de transitie naar tijdelijke en definitieve huisvesting en wat ze hierin zien voor hun buurt. Hun suggesties laten zien dat place attachment kan leiden tot actieve participatie, zoals meedenken over plannen en vrijwilligerswerk, maar ook tot kritische terughoudendheid wanneer veranderingen de leefbaarheid of veiligheid van de wijk lijken te bedreigen.

Dit spanningsveld tussen betrokkenheid en bezorgdheid vormt de kern van de uitdagingen bij het realiseren van tijdelijke huisvesting in bestaande wijken en in samenwerking met de gemeente.

Benodigde randvoorwaarden en wens tot betrokkenheid Op basis van de antwoorden van bewoners uit de Vogelwijk, Bomenbuurt en Bloemenbuurt komen duidelijke patronen naar voren over de randvoorwaarden die volgens hen nodig zijn om tijdelijke huisvesting acceptabel te maken voor direct omwonenden. De antwoorden laten zien dat acceptatie sterk samenhangt met veiligheid, maatvoering (aantallen en doelgroepen), betrouwbaar bestuur en participatie, en zichtbare handhaving en begeleiding. Hieronder een samenvattende weergave per wijk met bijbehorende accenten.

Vogelwijk

In de Vogelwijk is de weerstand tegen tijdelijke huisvesting het grootst, met name in de online ingevulde reacties. Bewoners ervaren een gebrek aan vertrouwen in de gemeente en voelen zich structureel niet gehoord. Belangrijkste randvoorwaarden die genoemd worden: • Luisterende en betrouwbare overheid; Bewoners willen serieus genomen worden in participatieprocessen. Er is grote frustratie over wat zij ervaren als schijninspraak en het negeren van bezwaren (met name rond het Hagaproject). Daarbij wordt regelmatig genoemd de

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

•

•

•

•

wens voor heldere uitleg over het veiligheidsplan en eerder en transparanter informeren van bewoners. Beperking van schaal en doelgroepen; Acceptatie is alleen denkbaar bij sterk gereduceerde aantallen bewoners en een zorgvuldige doelgroepkeuze (geen menging van kwetsbare groepen zoals asielzoekers en mensen met psychische problematiek). Veiligheid en toezicht; Bewoners noemen herhaaldelijk de noodzaak van permanente politieaanwezigheid, cameratoezicht en een “100% drugsvrije zone”. Alternatieve invulling; Een groot deel van de respondenten pleit voor directe bouw van seniorenwoningen en/of starterswoningen in plaats van tijdelijke huisvesting. Duidelijke looptijd en garanties; Bewoners willen harde afspraken over looptijd van de tijdelijke huisvesting (maximaal enkele jaren) en een toezegging dat het terrein daarna permanent wordt bebouwd.

Daarentegen komt in de face-to-face interviews een genuanceerder beeld naar voren, met een groter aantal bewoners dat bereid is te investeren in ontvangst, ontmoeting en onderhoud van bewoners van de tijdelijke huisvesting. Zij doen suggesties voor randvoorwaarden en vormen van betrokkenheid: •

•

•

Ontmoeting en intercultureel leren; Een groot aantal bewoners benadrukken het belang van contactmomenten tussen bestaande en nieuwe bewoners, bijvoorbeeld in de vorm van koffieochtenden, gezamenlijke activiteiten, taallessen of wijkfeesten. Volgens één geïnterviewde zou het bovendien waardevol zijn om tolken of begeleiders in te zetten die uitleg geven over culturele verschillen, zodat misverstanden kunnen worden voorkomen. Dagbesteding en zinvolle activiteiten voor bewoners van tijdelijke huisvesting; Er wordt breed onderschreven dat het belangrijk is dat de bewoners van de tijdelijke huisvesting nuttige en zinvolle dagbesteding hebben. Dit sluit aan bij het thema ‘veiligheid en toezicht’, maar voegt positieve bezigheid en integratie toe. Zo wordt onder meer gedacht aan participatie van jongeren bij sportdagen of andere gezamenlijke activiteiten. Eigen verantwoordelijkheid van bewoners; Enkele respondenten geven aan zelf actief te willen bijdragen aan de verbinding van de nieuwe bewoners van de tijdelijke huisvesting, bijvoorbeeld als taalmaatje of door deel te nemen aan gezamenlijke activiteiten.

Kortom: voor de Vogelwijk is acceptatie alleen denkbaar bij kleinschalige, gecontroleerde opvang en begeleiding met echte inspraak en een duidelijk eindperspectief.

14

“Ik denk dat ze gemeente hier moet beginnen aan het creëren van woonruimte naast een kleinschalige opvang”, aldus een bewoner uit de Vogelwijk.”.

Bomenbuurt

In de Bomenbuurt lopen de meningen uiteen. Er is een duidelijke emotionele spanning tussen bewoners die “mogelijkheden zien bij goede aanpak” en bewoners die categorisch tegen de tijdelijke huisvesting zijn vanwege veiligheidszorgen. De belangrijkste randvoorwaarden: • Beperking van de doelgroep; Veel bewoners noemen expliciet dat alleenstaande mannelijke asielzoekers niet geschikt zijn voor opvang in een kinderrijke wijk. • Veiligheid en toezicht; Er wordt gevraagd om meer politie, cameratoezicht en actieve handhaving in de wijk en het park. In het kader van buurtpreventie en veiligheid benoemen bewoners dat er wel borden zijn over buurtpreventie, maar dat de werking of opvolging onduidelijk is. Als suggestie wordt genoemd om de zichtbaarheid en effectiviteit van buurtveiligheid te versterken, bijvoorbeeld door het beter inzetten van buurtapps, verbeterde verlichting en een grotere aanwezigheid van politie en handhaving. • Eerlijkheid en transparantie van de gemeente; Bewoners willen eerlijk gecommuniceerd krijgen wat de plannen precies inhouden, zonder “verborgen agenda’s” of vage beloftes. Meerdere bewoners noemen de behoefte aan een centrale contactpersoon of aanspreekpunt voor nieuwe bewoners en voor communicatie over plannen. Suggestie: wijkvertegenwoordiger of duidelijke communicatiestructuur (bijvoorbeeld via nieuwsbrief, app of wijkvereniging).

• Kleinschaligheid en maatwerk; Enkele respondenten stellen dat kleinere opvang (maximaal 50–200 kwetsbare bewoners) eventueel bespreekbaar is, mits goed begeleid en ingebed in de wijk. • Tegemoetkomen aan bestaande problemen; Bewoners koppelen acceptatie aan het oplossen van bestaande overlast (zoals in de Zandspeeltuin), zodat er niet nog meer druk op de wijk komt. • Dagbesteding & begeleiding asielzoekers; Enkele bewoners erkennen potentiële kansen voor integratie, mits goed begeleid en geleidelijk uitgevoerd. Suggestie van bewoners: goede dagbesteding en 24uursbegeleiding voor bewoners van de tijdelijke huisvesting om overlast te voorkomen en integratie te bevorderen. Samenvattend: in de Bomenbuurt zijn veiligheid en kleinschaligheid cruciaal. Bewoners vragen om maatwerk en transparantie van de gemeente.

Bloemenbuurt

In de Bloemenbuurt klinkt een meer genuanceerde toon. Opvallend veel bewoners staan neutraal of positief tegenover de tijdelijke huisvesting. Ze zien kansen voor culturele verrijking, nieuwe restaurants en meer diversiteit, mits goed georganiseerd.

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

Belangrijkste randvoorwaarden: • Veiligheid en toezicht; Ook hier worden veiligheid, handhaving en duidelijke afspraken genoemd, met name rond het Goudsbloemplein en de Goudenregenstraat. • Kleinschaligheid en zorgvuldige plaatsing; Acceptatie hangt af van beperkte aantallen en passende samenstelling van bewoners. “Denk goed na wie je plaatst”. • Zinvolle daginvulling voor bewoners; Veel bewoners benadrukken dat tijdelijke bewoners werk, scholing of dagactiviteiten moeten hebben om overlast te voorkomen. • Echte communicatie en participatie; Bewoners willen duidelijk en transparant geïnformeerd worden over de tijdelijke huisvesting en doelgroep, via onder meer flyers, wijkbijeenkomsten, buurtapp en voorlichtingsavonden, actief kunnen meedenken en inzicht krijgen door rondleidingen en kennismakingen. • Gemeenschapsactiviteiten en integratie; Enkele bewoners noemen ideeën als taallessen, gezamenlijke maaltijden, theatervoorstelling op de Sportlaan in het gebouw of buurtfeesten om contact en kennismaking met nieuwe bewoners te stimuleren. Enkele bewoners willen vrijwillig helpen met verhuizen, activiteiten organiseren of het geven van bijles. Kort gezegd: in de Bloemenbuurt is er ruimte voor acceptatie, mits de veiligheid is gewaarborgd, de gemeente transparant communiceert en er structurele begeleiding en dagbesteding is voor tijdelijke bewoners.

Overkoepelend beeld

Over de drie wijken heen zijn de belangrijkste randvoorwaarden voor acceptatie van tijdelijke huisvesting: • Echte participatie en betrouwbare communicatie van de gemeente. • Kleinschaligheid en zorgvuldige doelgroepkeuze. • Veiligheidsgaranties, toezicht en handhaving. • Duidelijke looptijd en perspectief op permanente woningbouw. • Zinvolle daginvulling en begeleiding van tijdelijke bewoners Tegelijkertijd zijn er binnen die drie wijken bewoners die heel graag zien dat het plan om grootschalig asielzoekers en statushouders op te vangen op deze plek wordt teruggedraaid. Men vindt het zonde van de extra tijd, energie en kosten en vooral voor de ‘tijdelijk’ doch enorme te verwachten overlast voor de buurt. Men ziet het liefst volledige focus op een permanente oplossing voor starters, jonge gezinnen en senioren, waarbij de plannen voor tijdelijke huisvesting geheel worden gestaakt. “De gemeente moet niet beginnen met de kapitaalverbranding van 26 miljoen (waarbij men trouwens ook gewoon het asbest wil laten zitten!). Ga meteen beginnen met het bouwen van levensbestendige seniorenwoningen”, aldus één van de respondenten. Er wordt door een deel van deze bewoners genoemd dat er niet of nauwelijks naar de Stichting Wijkbelang geluisterd of met hen is overlegd.

15

“Probeer in Den Haag te blijven zoeken naar kleinschalige mogelijkheden om kwetsbare doelgroepen te huisvesten. Door kleine plekken zo in te vullen, worden deze groepen verdeeld door de stad. Hopelijk ontstaat er zo meer draagkracht voor het samenleven met elkaar.”

Bewoners over de komst en invulling van nieuwbouw Uit de reacties van bewoners blijkt een overwegend positieve houding ten opzichte van nieuwbouw, mits deze zorgvuldig wordt ingepast in de bestaande omgeving en bijdraagt aan de sociale balans en leefbaarheid van de wijk. De meeste bewoners benadrukken dat nieuwbouw niet alleen een kwestie van stenen stapelen is, maar vooral een kans biedt om doorstroming, toegang tot woningmarkt en gemeenschapszin te bevorderen. Een belangrijk terugkerend thema is de wens voor een goede mix van woningtypen en doelgroepen. Een groep respondenten noemen expliciet dat er “van alles wat” zou moeten komen: sociale huur, middenhuur en koopwoningen, aangevuld met een afwisseling van appartementen en eengezinswoningen. Die mix wordt gezien als essentieel om een evenwichtige en inclusieve wijk te behouden. Bewoners vinden dat de nieuwbouw moet aansluiten bij de bestaande samenstelling van de buurt, zonder dat één groep wordt oververtegenwoordigd. Betaalbaarheid vormt een tweede aandachtspunt. Veel bewoners wijzen op de noodzaak van meer sociale huur- en middenhuurwoningen, zodat ook starters en mensen met een middeninkomen kans maken op een woning. De hoge woningprijzen worden door meerdere bewoners als zorgpunt genoemd.

Nieuwbouw zou volgens hen juist moeten helpen om de toegankelijkheid van de wijk te vergroten en niet uitsluitend gericht moeten zijn op dure koopwoningen. Daarnaast klinkt in de reacties een duidelijke wens om rekening te houden met verschillende levensfasen. Zo vragen bewoners aandacht voor starterswoningen in de vorm van kleine, betaalbare appartementen of studio’s én voor seniorenwoningen. Een bewoner wenst: “Appartementen voor ouderen uit de buurt, zodat er woningen voor gezinnen vrijkomen.” Door passende woningen te realiseren voor ouderen, kan doorstroom op gang komen binnen de wijk: ouderen verhuizen naar een kleinere woning, waardoor grotere woningen voor gezinnen vrijkomen. Er is een grote wens dat deze woningen beschikbaar worden voor mensen uit de wijk. Deze samenhang tussen woningtypen wordt gezien als een manier om de sociale dynamiek binnen de wijken gezond te houden. De toon in de reacties is over het algemeen constructief en betrokken. Bewoners tonen begrip voor de noodzaak van nieuwbouw, maar benadrukken dat de kwaliteit en samenstelling belangrijk zijn. Veel mensen willen dat nieuwbouw aansluit bij de identiteit en schaal van de wijk, met aandacht voor groen, ontmoetingsplekken en gemeenschapszin. Ze willen dat nieuwbouw kleinschalig moet blijven en moet passen bij de wijkstructuur. Er is een

Wij(k) in woord en beeld Opleiding Social Work - De Haagse Hogeschool

duidelijke voorkeur voor een lage bouwhoogte, met een sterke nadruk op gebouwen van maximaal vijf bouwlagen. Daarbij wordt ook het belang van een architectonische aansluiting bij de bestaande bebouwing benadrukt. Het voornaamste argument hiervoor is het behoud van het karakter van de omgeving, het uitzicht voor bewoners en de dorpse sfeer die het gebied kenmerkt. Er wordt gesproken over het belang van “een kleine buurtgemeenschap” en “een evenwichtige buurt waar mensen elkaar kennen”. Dit duidt op een breder verlangen naar verbondenheid en samenleven in plaats van enkel wonen naast elkaar. Enkele bewoners geven aan geen uitgesproken voorkeur te hebben en vertrouwen op deskundig stedelijk bouwkundig advies waarbij professionals de juiste verdeling bepalen op basis van objectieve gegevens. “Laat een professioneell gerichte afdeling beslissen op basis van harde cijfers” zegt een bewoner hierover. Toch blijkt uit de meerderheid van de reacties dat men graag mee wil denken over de invulling van nieuwbouw. De betrokkenheid bij de toekomst van de wijk is groot, en veel bewoners zien nieuwbouw als een kans om de gemeenschapszin te versterken. Zelfbouw & lokale toewijzing. Bewoners stellen voor om particuliere kavels aan te bieden waarop mensen uit de buurt hun eigen woningen kunnen ontwerpen en bouwen, vergelijkbaar met de “Filmwijk in Almere”.

Het idee benadrukt architectonische vrijheid en een ‘creatieve wijk’. Tevens wordt voorgesteld dat deze kavels uitsluitend aan buurtbewoners worden toegewezen, met een bewoningsplicht van tien jaar, om speculatie te voorkomen en lokale betrokkenheid te versterken. Vertraging & uitvoering. Meerdere bewoners uit de Vogelwijk geven expliciet aan weinig vertrouwen te hebben in gemeentelijke toezeggingen. “Ze zeggen vijf jaar, maar ze blijven langer”. Er is frustratie over de lange bouwplanning van vijf tot zeven jaar en het gebrek aan duidelijkheid over tijdelijke bewoners, met de wens voor een sneller, transparanter proces. Economische vitaliteit & lokale ondernemers. Lokale ondernemers en bewoners benadrukken het belang van voorzieningen en werkgelegenheid bij de nieuwbouw. In de huidige plannen komt economische vitaliteit nauwelijks aan bod. Volgens hen moet de nieuwbouw ruimte bieden voor kleine, lokale winkels en ambachtelijke bedrijven in plaats van grote ketens, zodat het eigen karakter behouden blijft en de buurt levendig en herkenbaar blijft. Combinatie wonen, onderwijs of zorg. Idee om het terrein te gebruiken voor school- of zorgvoorzieningen in combinatie met woningen (bijv. verplaatsing van school De Populier of zorgwoningen met benedenfuncties). Architectonisch erfgoedbehoud.

Bewoners hechten aan behoud van het bestaande hoofdgebouw (voormalig Hagagebouw) vanwege zijn historische waarde en architectuur. Nieuwbouw moet hieromheen zorgvuldig worden geïntegreerd. Gemeenschapszin & ontmoetingsplekken. Er is behoefte aan buurthuis of wijkcentrum (vergelijking met De Hyacint in de Bloemenbuurt). Nieuwbouw kan volgens bewoners ruimte bieden voor ontmoeting, cultuur en participatie.

16

Polariteiten

In de reacties van bewoners is een duidelijke polarisatie zichtbaar. De spanning tussen een brede mix van woningen of uitsluitend koopwoningen. Voor veel bewoners is een mix belangrijk om toegankelijkheid van de woningmarkt en diversiteit in de wijk te hebben. Zij vrezen dat de toekomstige appartementen te duur (rond miljoen euro) worden, waardoor de wijk onbereikbaar blijft voor middeninkomens. Er is scepsis over “luxe nieuwbouw” en verlies van toegankelijkheid. Terwijl anderen juist voorkeur hebben voor (duurdere) koopwoningen en/of appartementen, vaak gericht op specifieke doelgroepen die openstaan voor hogere prijsklassen en luxe. Meerdere bewoners vinden dat sociale huurwoningen niet passen bij de wijk, terwijl de nieuwbouwtekst juist meer sociale en middenhuur bepleit. Er

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16237502/1