Vraagstukken welzijnswerk
Tekst van het document
Bijlage: Vraagstukken uit de samenleving relevant voor o.a. professioneel welzijnswerk Ten behoeve van werkbespreking commissie samenleving 24 mei: meerwaarde professioneel welzijnswerk ___________________________________________________________________________________________
Vraagstuk 1: Oplopende mentale druk a.g.v. financiële problematiek, laaggeletterdheid, gebrek aan sociaal netwerk. Veel inwoners bevinden zich in een kwetsbare situatie als gevolg van werkloosheid, laag inkomen, eenouder situatie en/of mogelijk een migratie achtergrond. Het gemiddelde inkomen van bepaalde wijken is laag en een deel van de bewoners leeft in armoede. Er is sprake van laaggeletterdheid en dit beperkt de zelfredzaamheid van veel bewoners. Een deel van de bewoners leeft in sociale isolatie en/of heeft te maken met psychosociale problematiek. Ze beschikken vaak niet over een sterk sociaal netwerk. Bewoners vinden moeilijk de weg naar algemene ondersteunende en hulpverlenende voorzieningen. Kinderen groeien op in een kwetsbare omgeving. Het ontbreekt in sommige gezinnen aan een pedagogisch klimaat en kinderen groeien op in een onstabiele thuissituatie zoals een ouder - en /of minimahuishouden, ouders die onvoldoende de taal beheersen, ouders die bezig zijn met overleven en minder tijd hebben om hun kind te begeleiden. Daardoor is er ook sprake van ‘sleutelkinderen’. Sommige kinderen vertonen ongewenst gedrag en/of zijn niet in staat een zinvolle vrijetijdsbesteding te vinden. Vaak vallen ze tussen wal en het schip, omdat ze niet naar de buitenschoolse opvang gaan en ook niet deelnemen aan naschoolse activiteiten.
Jongeren zijn door de situatie waarin ze opgroeien zelf ook kwetsbaar en hebben een diversiteit aan hulpvragen zoals: omgaan met armoede, psychosociale problematiek, verslaving, school/opleiding. Een deel van hen krijgt onvoldoende kansen voor het ontwikkelen van talenten, sociale vaardigheden en identiteitsontwikkeling. Het ontbreken van aandacht en pedagogisch klimaat leidt in uiterste gevallen tot jongeren die zich aansluiten bij hinderlijke, overlast gevende groepen. Er is een tendens dat steeds jongere kinderen zich aansluiten bij deze groepen (10-14 jaar). We zien ook een toenemend wapenbezit en in uiterste gevallen gebruik (messen) onder deze kinderen/groepen. Jonge kinderen worden onderdrukt vanuit de groep. Er is ook sprake van ‘drillrap groepen’ die vooral bestaan uit jongeren die leven in een kwetsbare situatie. De straat is hun leerschool en er is een gebrek aan positieve rolmodellen. Ze zijn niet weerbaar tegen aanwezige groepsdruk en hebben te maken met een gebrek aan maatschappelijk toekomstperspectief of weten niet hoe ze dit kunnen realiseren. Er is sprake van steekincidenten. Opgave 1: Bijdragen aan verbeteren van de mentale gezondheid, versterken van de weerbaarheid en zelfredzaamheid van inwoners (van jong tot oud). __________________________________________________________________________________ Vraagstuk 2.
Oplopende spanningen binnen huishoudens (tussen jong en oud, i.g.v. scheiding, a.g.v. te kleine woning of geen passende woning voor ouderen) als gevolg van gebrek aan (passende) woningen. Door gebrek aan passende woonruimte ontstaan oplopende spanningen. Ten eerste in de thuissituatie tussen jongeren (starters) en hun ouders/verzorgers. Jongeren blijven nu noodgedwongen langer thuis wonen of keren noodgedwongen terug naar huis terwijl zij de leeftijd 1
hebben om een eigen huishouden te voeren en hun eigen leven in te richten. De leefwijze van jongeren strookt niet met het leefwijze en het leef-ritme van hun ouders. Ook in geval van scheiding kan de spanning hoog oplopen, omdat ouders noodgedwongen langer bij elkaar moeten blijven wonen. Wanneer één van de ouders een andere woning vindt kan deze op grote afstand zijn van de oorspronkelijke plek. Kinderen worden daardoor uit hun vertrouwde omgeving gehaald, er kan een breuk met de sociale omgeving ontstaan, of kinderen moeten in geval van co-ouderschap een deel van hun tijd reisafstanden overbruggen. Dit kan een negatief effect hebben op de kinderen. Gezinnen wonen in te kleine woningen al gevolg van tekort aan huurwoningen. Dit komt veel voor bij arbeidsmigranten uit de Oost Europese landen. Opgave 2: Bijdragen aan de reductie van spanning tussen mensen onderling in boven genoemde situaties en ze wegwijs maken met betrekking tot het vinden van passende woonruimte. __________________________________________________________________________________ Vraagstuk 3: Ongelijke kansen Jeugdigen hebben te maken met ongelijke kansen. Dit kan leiden tot sociale exclusie en marginalisering op basis van leeftijd, etnische achtergrond en armoede. Vaak heeft dit ook te maken met de omgeving waarin zij opgroeien die wordt gekenmerkt door een sociaaleconomische zwakke status.
De postcode waar je woont kan ook de kansen die je maakt binnen het onderwijs en de arbeidsmarkt bepalen. Jeugdigen moeten dan ‘opboksen’ tegen de vooroordelen die dat met zich meebrengt. Oudere jongeren ervaren onvoldoende regie over hun leven en krijgen te maken met financiële of psychische problematiek en dan ontstaat het fenomeen missing -out in onderwijs en op de arbeidsmarkt. Ook ouderen hebben te maken met ongelijke kansen. Dit heeft ook bij ouderen vaak te maken met de omgeving waarin zij leven die wordt gekenmerkt door een sociaaleconomische zwakke status. In kwetsbare gebieden kampen mensen op jongere leeftijd met ouderdomsklachten. Ook leven ouderen minder lang in goede gezondheid. Opgave 3: Bijdragen aan het vergroten van kansen van inwoners.
Vraagstuk 4. Zwakke sociale cohesie in wijken en buurten. Bewoners en bewonersgroepen komen lastig met elkaar in contact. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Dit is aan de orde in wijken die relatief nieuw zijn en waar bewoners elkaar nog niet kennen en bezig zijn met eigen huis en tuin. Ook doen zich situaties voor dat de doorstroom onder inwoners groot is, waardoor er geen zelforganisaties ontstaan. Dit zien we bijvoorbeeld in wijken waar veel arbeidsmigranten uit Oost Europa of veel expats die voor internationale organisaties werken wonen. Verder zijn er wijken waar er spanningen ontstaan tussen ‘oude’ en nieuwe bewoners, koop en huur, nieuwe en diverse culturen. Ook kan de situatie zich voordoen dat georganiseerde groepen een eenzijdige samenstelling hebben en er weinig samenwerking tussen de groepen bestaat. Soms is er sprake van slechts een kleine groep actieve bewoners. De andere bewoners zijn te veel belast met hun eigen problematiek en 2
komen niet toe aan sociale activiteiten en contacten. Deze kleine groep actieve bewoners worden op hun beurt weer te veel belast. In sommige situaties is er sprake van veel initiatieven die elkaar zelfs kunnen beconcurreren en is er sprake van versplintering. Of bewoners zijn onvoldoende in staat zichzelf te organiseren, beschikken over te weinig kennis en zelf organiserend vermogen en zijn daarom niet in staat een bijdrage te leveren aan de fysieke en sociale omgeving. Ook kan het lastig zijn om voldoende vrijwilligers te werven om activiteiten en zelforganisaties en andere vrijwillige dienstverlening te ‘bemensen’. De vraag/behoefte is daarom groter dan het aanbod. In wijken waar sprake is van renovatie, sloop of nieuwbouw constateren we dat de (meest) kwetsbare personen/gezinnen achterblijven. Zij vinden over het algemeen moeilijk de weg naar ondersteuning. Tegelijkertijd zien we dat veel bewoners die tijdelijk moeten verhuizen er voor kiezen niet meer terug te keren. Door de omvangrijke sloop en/of renovatie door woningbouwcorporaties ontstaat ‘verrommeling’. Omdat er geen helderheid over het proces is ontstaat veel onrust en onzekerheid onder de bewoners. Opgave 4: Zorgen dat bewoners elkaar (leren) kennen en samen activiteiten ontwikkelen en/of ondersteunen.
_______________________________________________________________________________ Opgave 5: Gevoelens van onveiligheid In enkele wijken ervaren vooral oudere bewoners gevoelens van onveiligheid in de openbare ruimte als gevolg van ander gedrag van medebewoners. Dit wordt veroorzaakt door een concentratie aan inwoners met GGZ en/of verslavingsproblematiek die zelfstandig in de wijk wonen of daar verblijven in een voorziening voor maatschappelijke opvang. Opgave 5: Bijdragen aan het versterken van het gevoel van veiligheid onder bewoners. __________________________________________________________________________________
Vraagstuk 6: Hinderlijk en gevaarlijk gedrag van jongeren Er is een tendens dat steeds jongere kinderen zich aansluiten bij deze groepen (10-14 jaar). We zien ook toenemend wapenbezit (messen) onder deze kinderen/groepen. Jonge kinderen worden onderdrukt vanuit de groep. Er is een groeiende populariteit van drillrap (muziekteksten waarin wapenbezit wordt verheerlijkt) onder jongeren die opgroeien in kwetsbare situaties. De straat als leerschool en het gebrek aan positieve rolmodellen zorgt ervoor dat zij niet weerbaar zijn tegen aanwezige groepsdruk. Hierdoor hebben ze te maken met een gebrek aan maatschappelijk toekomst perspectief of weten niet hoe ze dit kunnen realiseren. Opgave 6 : Voorkomen hinderlijk en gevaarlijke gedrag van jongeren. __________________________________________________________________________________
3
Vraagstuk 7: (Ervaren) eenzaamheid/sociaal isolement Er is zeker sinds corona veel eenzaamheid onder alle leeftijdsgroepen, zowel bij jongeren alsook bij ouderen. Er zijn klachten van depressiviteit, angstige gevoelens veelal als gevolg van financiële problematiek. In de nieuwe wijken waar weinig plekken voor ontmoeting zijn, geldt dit ook voor jonge moeders, partners van alleenverdieners, expats en internationals, en alleenstaande moeders met een lage sociaal economische status. Ook beperkte mobiliteit zorgt voor eenzaamheid. Vanuit het welzijnswerk worden initiatieven ondersteund en/of begeleid om de mobiliteit van bewoners te vergroten. Bij kinderen en jeugdigen uit de schoolgaande leeftijd en ook bij jonge starters op de arbeidsmarkt die als gevolg van de coronamaatregelen geïsoleerd zijn geraakt zien we gevoelens van eenzaamheid en depressiviteit. Het welzijnswerk zet in op voorkomen en verminderen van deze gevoelens met activiteiten die zich richten op een zinvolle tijdsbesteding, participatie en talentontwikkeling. Opgave 7: Bijdragen aan het verminderen van (gevoelens van) eenzaamheid en depressiviteit onder de verschillende (leeftijd) groepen. __________________________________________________________________________________
Vraagstuk 8: Verminderde weerbaarheid van bewoners In een aantal wijken zijn vooral ouderen slachtoffer van babbeltrucs. Vaak schaamt men zich ervoor wanneer blijkt dat men daar slachtoffer van is. Ook doet zich vraagverlegenheid voor. Men durft het probleem niet te delen met anderen. Ook op andere vlakken is er bij ouderen sprake van vraagverlegenheid. Daardoor stapelen problemen zich op en mensen trekken (te) laat aan de bel wanneer er al sprake is van meervoudige problematiek. Meisjes in een kwetsbare situatie zijn vaak minder zichtbaar en worden in een later stadium gesignaleerd. We zien dat het aantal meisjes dat slachtoffer wordt van on-line misbruik en (seksueel) overschrijdend gedrag stijgt. Ook is er in bepaalde gebieden een hoog aantal tienerzwangerschappen/tienermoeders aanwezig. Opgave 8 : Draag bij aan het verhogen van de weerbaarheid van deze groepen. __________________________________________________________________________________
9: Digitalisering van de samenleving De leefwereld van jongeren is steeds meer online, waar minder weerbare jongeren in aanraking komen met ‘sexting’, radicaal gedachtegoed en stigmatiserende nieuwsberichten. Er is sprake van online risico gedrag zoals game verslaving, pesten, risicovolle challenges, exposing en sexting. Ook andere doelgroepen (ouderen, laaggeletterden/digitaal verminderd vaardigen) komen minder goed mee in de samenleving door de digitalisering. Dit is van invloed op hun zelfredzaamheid. Opgave 9: Bewoners ondersteunen in hoe om te gaan met/een weg weten te vinden in de digitaliserende samenleving. 4
__________________________________________________________________________________
Vraagstuk 10: Middelen gebruik (lachgas, snus, vaps, soft drugs online gokken) Een toenemend aantal jongeren gebruikt verslavende middelen. Dit is zeker toegenomen tijdens de corona-periode waarin jongeren veel op zich zelf waren aangewezen en het hen vaak ontbrak aan sociale contacten. Het gebruik van deze middelen heeft regelmatig negatieve effecten op hun leerprestaties. Ook kan het een obstakel vormen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Daardoor missen ze nu kansen die hen ook kunnen beperken in hun ontwikkelingen en mogelijkheden op de langere termijn. Opgave 10: Draag bij aan een verminderd middelengebruik onder jongeren. ________________________________________________________________________________
Vraagstuk 11: Vrijwillige dienstverlening in de samenleving Het is steeds moeilijker om de dienstverlening van/door vrijwilligers op pijl te houden. Dit onder andere door de krapte op de arbeidsmarkt en het feit dat mensen zich minder vaak willen committeren aan vaste verplichtingen. Terwijl de behoefte van bewoners aan dienstverlening die uitgevoerd wordt door vrijwilligers niet minder wordt. Zo is er een grote vraag naar de vrijwillige vervoersdiensten Begeleiden & Rijden en de Wijkbus, maar is er in bepaalde stadsdelen een tekort aan vrijwilligers met een rijbewijs. Ook is de vraag naar sociaal contact van vrijwilligers en hulp bij administratieve ondersteuning groter dan het aanbod van vrijwilligers en organisaties in het voorliggend veld die aan deze behoefte kunnen voldoen. Er is daarnaast grote behoefte aan ondersteuning voor mantelzorgers. Vaak is een mantelzorger een partner en krijgt te maken met eenzaamheid, overbelasting, etc. Bij onvoldoende vrijwilligers kan in de benodigde ondersteuning van deze mantelzorgers niet worden voorzien. Opgave 11: Activeer mensen om zich in te zetten als vrijwilliger en biedt begeleiding en waardering aan vrijwilligers.
________________________________________________________________________________ Vraagstuk 12: Ouderen worden geacht langer zelfstandig thuis te wonen Er is sprake van dubbele vergrijzing in de samenleving: er komen steeds meer ouderen en deze mensen worden ouder. In het belang van zo gezond en gelukkig mogelijk oud worden in eigen omgeving is ondersteuning nodig. De groep hulpbehoevenden wordt groter, maar ook de hulpvragen worden complexer. Opgave 12: Ondersteun ouderen bij het zo lang mogelijk zelfstandig gezond en prettig thuis wonen.
5