U.3 VVD motie Eerlijke Compensatie
Tekst van het document
U.3 VVD RIS-nummer: 316500
aangenomen
Motie: Eerlijke compensatie Indieners: Alexander Roep (Haagse VVD) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 7 september 2023, ter bespreking van afdoening motie: Maatwerk nadeelcompensatie (RIS313519): Constaterende dat: ● de gemeente en het externe bureau volgens de beleidsregel nadeelcompensatie een omzetdrempel hebben opgenomen die niet als ingangstoets geldt (komt de ondernemer in aanmerking voor nadeelcompensatie ja/nee) maar werkt als ‘afslagpunt’, waardoor een groot deel van de winstderving buiten de berekening van de nadeelcompensatie blijft; ● de gemeente en het externe schadebureau volgens de beleidsregel nadeelcompensatie, de geleden financiële schade enkel beoordeeld per kalenderjaar; ● Hierdoor omzetderving veroorzaakt door werkzaamheden die zich verspreiden over meerdere kalenderjaren bij berekening van nadeelcompensatie wordt opgesplitst; ● door de toepassing van het kalenderjaar in combinatie met de omzetdrempel worden ondernemers ernstig benadeeld wanneer werkzaamheden over meerdere kalenderjaren verspreid zijn.
Overwegende dat: ● de omzetdrempel in de huidige vorm ertoe kan leiden dat meer dan de helft tot driekwart van de geleden schade voor rekening van de ondernemer blijft; ● wanneer de omzetderving door werkzaamheden zich binnen een kalenderjaar voordoet, de ondernemer gecompenseerd wordt op basis van het verschil tussen de omzetderving en de vastgestelde omzetdrempel. Wat leidt tot een eerlijkere vergoeding, omdat de volledige omzetderving eenmaal wordt afgezet tegen de omzetdrempel; ● wanneer omzetderving door werkzaamheden verdeeld is over twee kalenderjaren en de omzetdrempel wordt toegepast op elk afzonderlijk jaar zorgt dit voor lagere vergoedingen aangezien elk jaar afzonderlijk mogelijk onder de omzetdrempel valt. Zelfs als de gecombineerde omzetderving boven de drempel ligt; ● de periode waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd dus van grote invloed zijn op de hoogte van de uit te keren nadeelcompensatie terwijl de geleden schade hetzelfde is. Van mening dat: ● een omzetdrempel enkel de functie mag hebben om ondernemers met een lage omzetdaling geen vergoeding toe te kennen omdat geacht mag worden dat een kleine schade gedragen kan worden door de ondernemer zelf; ● de timing van werkzaamheden niet van invloed mag zijn op het percentage van de geleden omzetderving waar ondernemers voor worden gecompenseerd. Verzoekt het college:
● ●
Zo snel mogelijk doch uiterlijk voor het eind van 2023 een wijziging van de nadeelcompensatieregeling aan de raad aan te bieden; Hierbij als uitgangspunten in ieder geval te hanteren dat: ○ De bestaande omzetdrempel te laten vallen. ○ Een omzetdrempel van 5% in te voeren waarbij ondernemers die minder dan 5% omzetdaling geleden hebben, niet in aanmerking komen voor een vergoeding. Waarbij ondernemers die meer dan 5% omzetdaling hebben geleden voor een vergoeding in aanmerking komen en de volledige omzetderving in de berekening van het nadeel betrokken wordt; ○ De schade die ondernemers ondervinden en de toepassing van de (nieuwe) omzetdrempel niet te berekenen op basis van kalenderjaren, maar op basis van een periode van telkens twaalf maanden. Waarbij de start van de werkzaamheden als ingangsdatum voor de eerste twaalf maanden geldt als de datum waarop de ondernemer voor het eerst hinder/nadeel ondervonden heeft. ○ Als maatstaf voor het maatschappelijk risico een korting van 25% op de winstderving in de eerste periode van 12 maanden toe te passen, 12,5% in de tweede periode van 12 maanden en het maatschappelijk risico in een eventuele derde periode van 12 maanden of langer te laten vervallen.
en gaat over tot de orde van de dag. Alexander Roep Haagse VVD
Judith Klokkenburg CU/SGP Den Haag
Rachid Guernaoui Hart voor Den Haag
Sebastiaan Kruis PVV