RIS325874 Beantwoording vragen CU uit Binckhorstdebat 10 juni 2026
Tekst van het document
Klaas Verschuure Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de algemene raadscommissie (Ruimte)
DSO/11072453 RIS325874 Contactpersoon
Jorn Rooimans Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Binckhorst Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
8 juli 2026
binckhorst@denhaag.nl
Onderwerp
Beantwoording vragen CU uit Binckhorstdebat 10 juni 2026
Geachte voorzitter, Tijdens het debat in de commissie Ruimte van 10 juni jl. zijn door mevrouw Klokkenburg-Reedeker enkele vragen gesteld die vanwege de tijd niet meer door het college beantwoord konden worden. Wethouder Verschuure heeft toegezegd deze vragen schriftelijk te beantwoorden via een commissiebrief. 1.
In de werkbespreking is expliciet gevraagd naar passages uit de bestuursovereenkomst Binckhorst, waaruit blijkt dat deze ruimte voor het afvalcluster is gereserveerd. Letterlijk staat er: “de compensatieopgave van Binckhorst (circa 4,6 hectare) zal plaatsvinden in een nieuw op te stellen bestemmingsplan voor de GAVI-kavel (ca 16 hectare netto). Het surplus aan oppervlakte bedrijfsbestemming op de GAVI-Kavel door de gemeente bij toekomstige transformaties van bedrijventerreinen kan worden ingezet (in eerste instantie ten behoeve Afvalcluster Binckhorst (niet watergebonden) en kavels HOV en daarna andere compensatieopgaven); Kan de wethouder aangeven waarom het college afwijkt van haar eigen collegebesluit en de bestuursovereenkomst Binckhorst en als voorkeursvariant de GAVI-kavel niet hiervoor gebruikt?
De afspraken in de bestuursovereenkomst Binckhorst zien op planologische compensatie van bedrijfsterreinen. Dat wil zeggen dat de planologische ruimte (opgenomen in het omgevingsplan) voor een bedrijfsterrein dat verdwijnt bij de wijziging van het omgevingsplan elders moet worden gecompenseerd door daar nieuwe planologische (bedrijfsterrein)ruimte te bestemmen. De afspraken zien dus niet op feitelijke compensatie voor de verplaatsing van bedrijven. Er is met de provincie in de bestuursovereenkomst aangegeven dat er op de GAVI-kavel circa 16 hectare planologisch ruimte voor bedrijfsterrein bestemd zal worden. Daarbij is ca 8 hectare bestemd voor de tramremise (deel 1A) en ca 8 ha nieuw te bestemmen bedrijventerrein (deel 1B). Dit is verder uitgewerkt in de vastgestelde Nota van Uitgangspunten GAVI-kavel voor deel 1B (RIS 321405) en in de Nota van Uitgangspunten GAVIkavel voor deel 1A (RIS 312403). Daarin is vastgesteld dat er in totaal op de Gavi-kavel 13,2 hectare feitelijk uitgeefbaar bedrijfsterrein beschikbaar is. De rest van de 16 hectare is bestemd voor natuur, waterberging en infrastructuur. Voor het berekenen van de ruimte voor de planologische compensatie van bedrijventerrein met een hoge milieucategorie wordt met de feitelijk uitgeefbare ruimte gerekend.
De totale hoeveelheid planologische compensatie is op dit moment 9,7 hectare (exclusief het niet watergebonden deel van het afvalcluster). Dit bestaat uit de vastgestelde compensatie van 8,6 hectare:
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11072453
4,6 hectare Binckhorst conform bestuursovereenkomst (RIS 314758); 1,7 hectare Compensatieplan Laakhaven Centraal conform vastgesteld compensatieplan (RIS 321166); o 1,1 hectare Oude Haagweg conform PUK Oude Haagweg 4-36 (RIS 321718); o 1,2 hectare Houtwijklaan conform Nadere informatie omgevingsvergunning Houtwijklaan nabij nr. 20 (RIS 324498). En daarbij nog 1,1 hectare compensatie van de HTM aan de Maanweg. Dat betekent dat er nog 3,5 hectare aan planologische ruimte beschikbaar is op de GAVI-kavel (het surplus). De planologische ruimte van het afvalcluster (exclusief het watergebonden deel) is 3,7 hectare. Uit deze opsomming blijkt dat de GAVI-kavel planologisch overvraagd wordt en dat de gemeente Den Haag voor een uitdaging staat. o o
De gemeente wil feitelijke (dus uitgeefbare) ruimte bewaren voor bedrijven die verplaatst moeten worden vanuit alle ontwikkelingen in de stad. Het feit dat er ruimte is gereserveerd voor de (planologische) compensatie van bedrijfsterrein wil nog niet zeggen dat bedrijven zich ook feitelijk moeten gaan vestigen op de GAVI-kavel. Wel wil de gemeente Den Haag de bedrijven de mogelijkheid bieden om binnen de gemeente Den Haag te blijven door zich op de GAVI-kavel te kunnen vestigen, mits zij in het bedrijfsprofiel zoals aangegeven in de NvU GAVI-kavel deel 1B passen. 2.
Kan de wethouder een onderzoek delen waarin is onderzocht welke onderdelen van het nietwatergebonden deel van het afvalcluster naar de GAVI-kavel verplaatst zouden kunnen worden?
In het haalbaarheidsonderzoek van Haskoning is de verplaatsing van het niet-watergebonden deel naar de GAVI reeds onderzocht. Bij de scenario's uit het rapport is nog geen rekening gehouden met de compensatieopgave van de stad, de bestuursovereenkomst Binckhorst, de gewenste dichtheid, de gewenste bedrijfsprofilering van de GAVI-kavel en de problematiek ten aanzien van de ontsluiting van de GAVI-kavel. 3.
Kan de wethouder uitleggen hoeveel ruimte er daadwerkelijk al op de GAVI-kavel vergeven is, of toegezegd aan bepaalde bedrijven?
Zoals aangegeven in bovenstaande beantwoording zien de afspraken in de bestuursovereenkomst Binckhorst toe op planologische compensatie van een bedrijfsterrein en niet op feitelijke compensatie van bedrijven. Er is daarom nog geen ruimte daadwerkelijk vergeven dan wel toegezegd aan bedrijven. Wel heeft een aantal bedrijven interesse getoond. 4.
Is de 4,6 hectare voor compensatie uit de Binckhorst daadwerkelijk op de GAVI-kavel gereserveerd, en zou die voor delen van het afvalcluster ingezet kunnen worden?
Zie bovenstaande beantwoording. De afspraken in de bestuursovereenkomst zien op planologische compensatie van bedrijventerreinen (m2) en niet op feitelijke verplaatsing van specifieke bedrijven uit de Binckhorst. De 4,6 hectare uit de BOVK ziet op alle in het omgevingsplan in de Tabel bestaande activiteiten opgenomen m2 van de bestaande bedrijven in milieucategorie 3.1 en hoger, met uitzondering van Basal, Jachtwerf de Haas, het rangeerterrein, HTM en het afvalcluster.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11072453
5.
Kan de wethouder een helder overzicht naar de raad sturen wat planologische compensatie nou exact voor gevolg heeft voor te benutten ruimte, welke compensatieopgaven er reeds liggen vanuit welke ontwikkeling en wat de status daarvan is?
Zie bovenstaande beantwoording. In het Woon‑werkakkoord (RIS311248) en de Bestuursovereenkomst Binckhorst (RIS314758) zijn afspraken gemaakt met de regio en de provincie Zuid‑Holland over de planologische compensatie van bedrijventerreinen. Er ligt in totaal een opgave van 9,7 hectare planologische compensatieruimte op de GAVI-kavel. Deze opgave bestaat uit een vastgestelde opgave van 8,6 hectare met daarbij opgeteld planologische ruimte voor de HTM van 1,1 hectare op de Maanweg. Daar komt nog de planologische ruimte voor het afvalcluster van 3,7 hectare bij. In de Nota van Uitgangspunten voor de GAVI‑kavel (RIS321405) is vastgesteld dat er 8,1 hectare daadwerkelijk beschikbaar is voor uitgifte aan nieuwe en te verplaatsen bedrijfsfuncties. Het betreft de compensatie van ruimte voor bedrijfsterreinen met een hoge milieucategorie (hoger dan 3). Om de ruimte op de GAVI-kavel zo efficiënt mogelijk te benutten wordt ingezet op meerlaagse bedrijfsontwikkeling. 6.
In hoeverre leidt planologische compensatie tot een daadwerkelijke verplichting om ruimte beschikbaar te houden voor specifieke bedrijven?
Planologische compensatie leidt niet tot de verplichting om feitelijk ruimte beschikbaar te houden voor specifieke bedrijven. Wel moet bij verplaatsing van een bedrijfsterrein extra planologische compensatie worden gevonden (kan niet dubbel ingezet worden). De regels in de onlangs vastgestelde provinciale omgevingsverordening zijn strenger geworden en uitgangspunt is dat alle in de verordening genoemde bedrijventerreinen (voor Hoge Milieu Categorie bedrijven) behouden moeten blijven. Compensatie is alleen nog toegestaan als aangetoond wordt dat er een groot maatschappelijk belang is. 7.
We hebben reeds volgens het college voor 9,7 hectare compensatie op de GAVI-kavel gelegd, terwijl er 8,1 hectare beschikbaar is. Kan de wethouder toelichten waarom dat kan? Betekent het dat die ruimte er is, omdat bedrijven helemaal niet naar de GAVI-kavel gaan?
In het besluit voorkeurslocatie afvalcluster (RIS 325011) is aangegeven dat er op de GAVI-kavel een planologische compensatieopgave is van totaal 9,7 hectare. Deze som bestaat uit een vastgestelde compensatieopgave van 8,6 hectare en 1,1 hectare voor de HTM op de Maanweg. Daarin is nog niet de planologische compensatie voor de verplaatsing van het afvalcluster (ca. 3,7 hectare exclusief watergebonden deel) meegenomen. Op dit moment gaat de gemeente Den Haag er van uit dat er 9,7 hectare aan planologische compensatie nodig is op de GAVI-kavel (exclusief het afvalcluster). Er is 13,2 hectare aan planologische ruimte op de GAVI-kavel. De gemeente Den Haag heeft een grote uitdaging om voldoende feitelijke ruimte te realiseren op de GAVI-kavel als alle bedrijven van bovengenoemde terreinen ook daadwerkelijk naar de GAVI-kavel willen verplaatsen. 1.
Kan de wethouder bijvoorbeeld uitleggen welke specifieke bedrijven uit de Binckhorst hij naar de GAVI-kavel moet of wil verplaatsen binnen die 4,6 hectare uit de bestuursovereenkomst?
Er is geen verplichting om specifieke bedrijven ook feitelijk uit te plaatsen naar de GAVI-kavel. Het is aan bedrijven zelf om deze keuze te maken om te verplaatsen naar de GAVI-kavel of elders in de regio. Van belang is dat een bedrijf past binnen het bedrijfsprofiel zoals gesteld in de Nota van Uitgangspunten GAVI-kavel en de milieucategorie (HMC hoger dan 3).
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11072453
2.
Kan de wethouder toelichten hoe de bevoegdheidsverdeling tussen raad en college zich verhoudt tot planologische compensatie, gezien de rol van de raad bij vaststelling omgevingsplan en ETFAL?
De afspraken in de bestuursovereenkomst Binckhorst geven invulling aan de instructieregel opgenomen in de destijds geldende omgevingsverordening van de provincie over planologische compensatie voor bedrijven in hogere milieu categorieën. Met de afspraken in de bestuursovereenkomst is voldaan aan de (planologische) compensatieverplichting die volgt uit de betreffende instructieregel. De provincie heeft vervolgens op grond van de gemaakte afspraken de omgevingsverordening aangepast, waarbij de betreffende gronden op de Binckhorst niet langer als bedrijventerrein zijn aangemerkt en de GAVI-kavel als nieuw bedrijventerrein is opgenomen. De gemeente heeft de verplichting om dit juridisch planologisch te borgen in het omgevingsplan. Daartoe is een wijziging omgevingsplan voor de GAVI-kavel 1B in voorbereiding. De bevoegdheid tot het vaststellen van deze wijziging van het omgevingsplan ligt bij de raad. 3.
Vorig jaar hebben we met een amendement op de Nota van Uitgangspunten GAVI-kavel verzocht om te onderzoeken welke voorwaarden we in de uitgiftestrategie kunnen opnemen. Kan de wethouder toelichten hoe die uitgiftestrategie zich verhoudt tot de planologische compensatie van 9,7 hectare op het stuk grond van 8,1 hectare? Krijgt de raad nog voor de zomer de informatie over de uitgiftestrategie?
Het doel van de uitgiftestrategie is om vast te leggen op welke wijze de gemeente wil sturen op de invulling van de GAVI-kavel via de wijziging omgevingsplan of andere instrumenten. Daarbij is de planologische compensatie relevant omdat er op verschillende plekken in de stad bepaalde typen bedrijventerreinen verdwijnen (met hogere milieucategorieën) waar de compensatie voor geldt. Om het mogelijk te maken dat bedrijven uit die gebieden zouden kunnen verplaatsen moet er in de uitgiftestrategie en andere documenten rekening gehouden worden met de voorwaarden in het Omgevingsplan, zoals bouwhoogte, Floor Space Index en verkeer. Om inzichtelijk te krijgen welke voorwaarden bedrijven stellen is tijd nodig waardoor informeren voor de zomer niet lukt. De uitgiftestrategie wordt in Q4 aan de raad gezonden. 4.
Is de wethouder bereid om de voorkeursvariant te onderwerpen aan een extern onderzoek en tot die tijd de alternatieve locatie, zoals geformuleerd in het Haskoning-rapport, achter de hand te houden?
De voorkeursvariant wordt verder uitgewerkt. Daarbij kan de voorkeursvariant en eventueel mogelijke alternatieven die in lijn liggen met de voorkeursvariant worden onderworpen aan externe onderzoeken om de consequenties inzichtelijk te maken ten behoeve van een besluit voor de planuitwerking van die locaties.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11072453
5.
Kan de wethouder uitleggen waarop de conclusie is gebaseerd dat een ontsluiting langs de A12 niet mogelijk is? Is ontsluiten waar de Spoorlaan al ligt écht onmogelijk?
De conclusie dat een ontsluiting langs de A12 niet mogelijk is, is gebaseerd op het onderzoek van Antea. Langs de Spoorlaan staan tussensteunpunten voor de fly-overs voor het Clausplein, moeten nog twee nieuwe viaducten voor de A4 Haaglanden gebouwd worden en de Koningscorridor moet hier nog ingepast worden. Bij dit deel van de Spoorlaan liggen ook heel veel grote kabels en transportleidingen (Gasunie, TenneT, HD gas Stedin, MS en HS Stedin, Dunea en veel telecom). Ook liggen er fysieke resten (betonnen damwanden) van een zoetwaterkanaal en mogelijk ook van het oude (deels) gesloopte oude viaduct over het spoor. Vanwege de ruimtereservering voor de toekomstige HOV-lijn, de Koningscorridor, onder de viaducten van het Prins Clausplein wordt deze variant niet technisch haalbaar of fysiek inpasbaar geacht. Het niet naleven van de ruimtereservering kan een grote belemmering vormen voor de toekomstige ambities voor de mobiliteitstransitie van de gemeente. Daarnaast zal deze ontsluitingsroute de doorstroming van het kruispunt Guldenlaan - Ypenburgse Stationsweg te veel onder druk zetten wat met de huidige capaciteit van het kruispunt onacceptabel is. 6.
Kan de wethouder toezeggen dat hij de second-opinion op een ontsluiting langs de A12 onafhankelijk zal vormgeven, en is hij bereid de raad te betrekken bij de opdrachtformulering?
Ja, het second opinion onderzoek wordt onafhankelijk vormgegeven. Er is opdracht gegeven aan een onafhankelijk onderzoeksbureau. De raad kan geïnformeerd worden over de gegeven opdracht. Zodra het onderzoeksrapport beschikbaar is zal de raad geïnformeerd worden. Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Klaas Verschuure
5/5