CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325660 Meerjarenstrategie Rekenkamer Den Haag 2026-2031

Algemene Raadscommissie 24 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken4.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijdragen aan een lerende gemeente Meerjarenstrategie Rekenkamer Den Haag 2026-2031

Inhoud 1.

INLEIDING

2

2.

TERUGBLIK EN VOORUITBLIK

3

3.

4.

5.

Resultaten afgelopen jaren

3

Uitdagingen komende jaren

3

ONZE MISSIE, VISIE EN KERNWAARDEN

5

Missie

5

Visie

5

Kernwaarden

6

ONZE SPEERPUNTEN

7

Speerpunt 1: Bijdragen aan het lerend vermogen van het gemeentebestuur

7

Speerpunt 2: Zorgen voor een sterke organisatie van de rekenkamer

10

BENODIGDE CAPACITEIT EN MIDDELEN

COLOFON

11 12

1

1. Inleiding De gemeente Den Haag opereert net als andere gemeenten in een steeds complexere omgeving. Er worden veel besluiten genomen over uiteenlopende onderwerpen, vaak onder tijdsdruk, waarbij verschillende belangen moeten worden afgewogen. Voor inwoners is het niet altijd eenvoudig om te overzien hoe keuzes tot stand komen en hoe publiek geld wordt besteed. Tegelijkertijd is er een groeiende behoefte aan duidelijkheid, transparantie en betrouwbare informatie. Tegen deze achtergrond is de rekenkamer een belangrijk onderdeel van het bestuur. De rekenkamer geeft door middel van onafhankelijk en objectief onderzoek inzicht in wat goed gaat en wat beter kan. Alleen al het bestaan van een onafhankelijke rekenkamer draagt bij aan het vertrouwen dat het gemeentebestuur verantwoording aflegt over wat ze doet, hoe ze dat doet en wat ze heeft bereikt. De onderzoeken van de rekenkamer worden zorgvuldig uitgevoerd, zijn gebaseerd op feiten en zijn controleerbaar. Daardoor bieden ze betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige informatie waar zowel inwoners als gemeentebestuur gebruik van kunnen maken en op kunnen bouwen. Met onze rapporten helpen wij de gemeenteraad om zijn controlerende taak goed uit te voeren. Dankzij onze bevoegdheden en grondige werkwijze kunnen wij de raad voorzien van objectieve informatie, heldere conclusies en praktische aanbevelingen.

Zo ondersteunen wij de gemeenteraad bij het voeren van goed geïnformeerde discussies, het nemen van doordachte besluiten en het verbeteren van het functioneren van de gemeente. Om als rekenkamer toekomstbestendig en van nut voor de gemeenteraad te blijven, vinden wij het belangrijk om focus aan te brengen in ons werk, duidelijke keuzes te maken en tegelijkertijd flexibel te blijven, om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Vanuit dit streven beschrijven we in deze meerjarenstrategie de koers en ambities van de rekenkamer voor de komende jaren. Daarbij willen we ons met name richten op het versterken van het lerend vermogen van de gemeente. Hiertoe willen we de lessen uit eerdere onderzoeken nadrukkelijker gaan gebruiken om bij te dragen aan het leerproces binnen het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie. We continueren daarnaast de kwaliteit en toegankelijkheid van ons onderzoek en verbeteren deze waar mogelijk. Ook blijven we onze onderzoeken spreiden over de verschillende beleidsdomeinen binnen de gemeente. Tot slot continueren we onze investeringen in een goede relatie met de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie. Om een robuuste en betrouwbare rekenkamer te blijven, willen we de organisatie van de rekenkamer versterken.

Dit komt omdat externe factoren steeds meer van de organisatie vragen, zoals de veranderende arbeidsmarkt, de zwaardere eisen die worden gesteld aan onze taak als toezichthouder op de gemeentelijke accountantsdienst (GAD), de ontwikkeling van AI en de toename in eisen op het gebied van wet- en regelgeving én intern beleid van de gemeente. 2

2. Terugblik en vooruitblik Resultaten afgelopen jaren De afgelopen tien jaar hebben we intensief ingezet op het professionaliseren van de rekenkamer als instituut. De rekenkamer is in omvang gegroeid, voert meer onderzoeken uit en de onderzoeken zijn evenwichtiger verspreid over alle onderdelen van het gemeentelijk beleid. Ook heeft de rekenkamer ervoor gezorgd dat de relatie met het gemeentebestuur en met de ambtelijke organisatie is verbeterd. Het contact is geformaliseerd met werkafspraken, die we samen met het college in een informatieprotocol hebben vastgelegd. Ook is het contact verdiept, doordat we met zowel de ambtelijke organisatie als het gemeentebestuur vaker en transparanter communiceren over ons onderzoeksproces en de uitkomsten daarvan. Het resultaat hiervan is dat de rekenkamer met haar onderzoeken de afgelopen jaren binnen de gemeente een gezaghebbende positie heeft opgebouwd. Onze onderzoeken en raadsvoorstellen landen over het algemeen goed in de raad. Ook zien we dat de raad, het college en de ambtelijke organisatie naar aanleiding van onze onderzoeken én opvolgingsbrieven zichtbaar zorgen voor verbeteringen in het functioneren van de gemeente. Daarmee doet ons werk er toe. Terugkijkend op de onderzoeken van de afgelopen tien jaar kunnen we ook lessen trekken voor de toekomst.

We zien een aantal terugkerende thema’s die in verschillende onderzoeken naar voren komen. Een belangrijk thema richt zich op de basis van het werk van de gemeenteraad en het fundament van een gezonde beleidscyclus, namelijk de kaderstellende rol van de gemeenteraad. Met een duidelijke kaderstelling geeft de gemeenteraad een helder mandaat aan het college: wat bereikt moet worden en welke middelen beschikbaar zijn om dat te doen. Daarmee kan het college aan de slag en kan de gemeenteraad achteraf zijn tweede belangrijke rol vervullen: het controleren van het gevoerde beleid. Uit onze onderzoeken blijkt dat er nog veel te verbeteren is aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad. In het voorjaar van 2026 hebben wij daarom een handreiking ‘De kracht van kaders’ voor raadsleden opgesteld.

Uitdagingen komende jaren Om het lerend vermogen van het gemeentebestuur verder te vergroten, willen we ons ten aanzien van de kaderstellende rol van de raad niet beperken tot het achteraf geven van oordelen. Met de genoemde handreiking hebben we hiervoor al een eerste stap gezet. Als vervolgstap willen we de raad de komende jaren met enige regelmaat ondersteunen bij het beoordelen of voorstellen van het college voldoende handvatten voor de raad bieden voor een effectieve kaderstelling. Daarbij is het voor de rekenkamer een uitdaging, dat het gemeentelijk beleidsdomein steeds complexer wordt. Het sociaal domein blijft voor de gemeente een belangrijke opgave, zowel 3

waar het gaat om de gewenste integraliteit van het beleid, als de druk op de beschikbare middelen. Daarnaast neemt de druk op de ruimte in de stad toe. Er is een grote vraag naar meer (betaalbare) woningen, meer voorzieningen en meer groen. Ook zien we dat de gemeente steeds digitaler wordt en daarbij voor grote uitdagingen staat op het gebied van onder meer dienstverlening en informatieveiligheid. Digitalisering biedt kansen om slimmer en doelmatiger te werk te gaan, maar hieraan kleven ook risico’s, bijvoorbeeld met de toepassing van algoritmes of AI ter ondersteuning van de uitvoering van beleid. De uitdaging voor de gemeente is zich te blijven ontwikkelen en daarbij ervaringen met beleid en uitvoering en opgedane kennis in te zetten voor verbetering. De rekenkamer wil bijdragen aan dat leerproces. De komende jaren zetten we daarom nadrukkelijk in op het ontwikkelen en op peil houden van onze kennis op dit gebied, zodat we de ontwikkelingen binnen de gemeente kunnen volgen en onderzoeken. De rekenkamer heeft naast zijn reguliere onderzoekstaak ook een rol als toezichthouder op de GAD. De GAD heeft sinds 2024 een nieuwe positie en trekt meer opdrachten naar zich toe. Voor de rekenkamer betekent dit dat een heroriëntatie op onze rol als toezichthouder urgent is geworden.

We zullen meer moeten investeren in capaciteit en deskundigheid op het gebied van het wettelijk toezicht op accountantsorganisaties om onze verantwoordelijkheid als toezichthouder blijvend waar te kunnen maken. De ontwikkelingen om ons heen en binnen de gemeentelijke organisatie zorgen er ook voor dat van onze onderzoeksstaf steeds meer wordt gevraagd. We zien daarbij een aantal concrete uitdagingen voor de komende jaren. Met de huidige omvang van de staf is het niet mogelijk om de huidige werkwijze, waarin de rekenkamer gelijktijdig drie onderzoeken uitvoert, voort te zetten. De onderzoeksteams zijn in relatie tot de omvang en complexiteit van de onderzoeksonderwerpen te klein en daarmee kwetsbaar. Hierdoor kon de rekenkamer de afgelopen jaren personeelsverloop en langdurig ziekteverzuim niet goed opvangen. Dit zorgde noodgedwongen voor relatief veel wijzigingen in de onderzoeksteams, waardoor de uitvoering stagneerde, extra werkdruk bij de medewerkers ontstond en onderzoeken een lange doorlooptijd hadden. In tegenstelling tot andere G4-rekenkamers heeft de rekenkamer niet de beschikking over secretariële ondersteuning of managementondersteuning. De bedrijfsvoeringstaken van de rekenkamer zijn verdeeld over de medewerkers.

Omdat de rekenkamer in toenemende mate moet voldoen aan meer eisen vanuit wet- en regelgeving en vanuit de gemeentelijke organisatie op het gebied van bedrijfsvoering en ICT, is deze werkwijze niet meer houdbaar en gaat dit teveel ten koste van de onderzoekstaken. Om te kunnen blijven voldoen aan de steeds strengere wordende eisen, moet de rekenkamer voor de bedrijfsvoering extra capaciteit reserveren en extra investeringen doen. Ten slotte is het functiehuis van de rekenkamer sinds 2008 niet aangepast en daarmee verouderd en incompleet. Hierdoor voldoet de rekenkamer niet aan de cao en lukt het 4

aantrekken en behouden van personeel onvoldoende. Als het functiehuis en budget van de Haagse rekenkamer wordt vergeleken met de andere G4-rekenkamers, dan blijkt dat onze inschalingen lager liggen, dat het aantal senior-/coördinerend onderzoekers in relatieve zin minder is en dat ons budget relatief gezien minder van omvang is.

3. Onze missie, visie en kernwaarden Missie De missie van de rekenkamer komt voort uit onze wettelijke taak: ‘De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde beleid’.1 Onze missie is en blijft de basis van ons werk:

Wij doen onafhankelijk en objectief onderzoek naar het gemeentelijk beleid van Den Haag, om het functioneren van de gemeente te verbeteren en de publieke verantwoording te versterken

Visie Met ons werk willen we een bijdrage leveren aan het lerend vermogen van de gemeente Den Haag. Onze visie is het resultaat van onze missie en de uitdagingen voor de komende jaren die wij zien voor de gemeente en voor de rekenkamer zelf. We willen de komende jaren:

Bijdragen aan het lerend vermogen van het gemeentebestuur

1

Gemeentewet art. 182, lid 1.

5

Kernwaarden De rekenkamer ziet kwalitatief hoogwaardig onderzoek als een belangrijke voorwaarde om de onafhankelijke en neutrale positie van de rekenkamer en de objectiviteit van het onderzoek te kunnen waarborgen. Kwaliteit van onderzoek is belangrijk voor de betrouwbaarheid van de bevindingen, de conclusies die daarop zijn gebaseerd en de aanbevelingen die daaruit voortkomen. Dit maakt het mogelijk om gezaghebbende uitspraken te doen en daarmee de impact van het onderzoek te vergroten. Vier kernwaarden vormen de basis voor de kwaliteit van onze onderzoeken: Onafhankelijk: wij handelen vrij en zelfstandig, zijn niet onderworpen aan de controle, invloed of het gezag van anderen en hebben recht op alle informatie die wij voor ons onderzoek nodig achten. Wij gaan zelf over onze onderzoeksprogrammering, onderzoeksopzetten, onze rapporten en onze oordelen. Bekwaam: wij beschikken over de juiste kennis en vaardigheden om onze taken goed uit te voeren, of wij zetten hiervoor externe expertise in. Door ons werk te evalueren zorgen we er ook voor dat we leren van opgedane ervaringen en dat we continu werken aan verdere verbetering. Betrouwbaar: we zijn integer, maken aan anderen helder wat zij van ons kunnen verwachten en maken die verwachtingen ook waar. Onze oordelen komen navolgbaar tot stand, op basis van een navolgbaar onderzoeksproces.

Relevant: wij weten wat er speelt in onze gemeente en wij doen onderzoek naar thema’s die relevant zijn voor het gemeentebestuur en de inwoners van de gemeente Den Haag. De effectiviteit van ons werk staat voorop en we zetten in op innovatie waar dit van toegevoegde waarde is. De kernwaarden hebben we nader uitgewerkt en vastgelegd in een kwaliteitshandvest, samen met onze collega-rekenkamers van de G4-gemeenten en de Randstadprovincies.2

2

Kwaliteitshandvest G4+1 rekenkamers, oktober 2025, zie Kwaliteit van ons onderzoek - Rekenkamer Den Haag

6

4. Onze speerpunten We werken de komende zes jaar aan onze visie door ons te richten op twee speerpunten: 1. Bijdragen aan het lerend vermogen van het gemeentebestuur 2. Zorgen voor een sterke organisatie van de rekenkamer

Speerpunt 1: Bijdragen aan het lerend vermogen van het gemeentebestuur Bieden van handelingsperspectief voor de gemeenteraad De kern van ons werk is het doen van onderzoek naar het gevoerde beleid van de gemeente. Op basis van onze onderzoeken geven we een handelingsperspectief door een raadsvoorstel te doen met punten ter verbetering van het gevoerde beleid. We blijven daarbij ook de komende jaren investeren in de kwaliteit en bruikbaarheid van onze onderzoeken. Dat doen we onder meer door de hiervoor genoemde kernwaarden na te leven. Daarnaast blijven we investeren in het verbeteren van de toegankelijkheid van onze producten. We blijven werken aan begrijpelijke en goed leesbare rapporten en we ondersteunen de boodschap met beelden en explainer video’s. De rekenkamer wil ook kunnen inspelen op de actualiteit door onderzoeksproducten op te stellen die de raad ondersteunen bij besluitvorming. Dit kunnen producten zijn ter ondersteuning van het nemen van complexe besluiten of voor het creëren van meer inzicht in specifieke dossiers. De raad kan daarnaast via een motie om onderzoek verzoeken. We blijven onze onderzoeken verdelen over de drie thema’s ‘Mens’, ‘Stad’ en ‘Bestuur en informatie’. Daarmee borgen we een objectieve verdeling van onze onderzoeken over de verschillende domeinen binnen het gemeentelijk beleid.

We informeren de gemeenteraad jaarlijks in ons jaarplan over de invulling van ons onderzoeksprogramma.

Benutten lessen uit eerder onderzoek en navolging De handreiking ‘De kracht van kaders’ willen wij als rekenkamer gebruiken om de raad de komende jaren periodiek op een actueel dossier te ondersteunen bij de kaderstelling. Door deze onderzoeken aan te kondigen en aandachtspunten uit de handreiking mee te geven, hopen wij dat het college hierop zal anticiperen en dat de kaderstellende rol van de raad in de komende jaren verder en structureel wordt versterkt. Daarnaast zien wij het monitoren van de opvolging van raadsbesluiten over de aanbevelingen uit onze rapporten als een belangrijke taak. We volgen na de afronding van onderzoeken de implementatie van het raadsbesluit door het college. We volgen daarvoor in hoeverre de door het college aangegeven aanpak tegemoetkomt aan het raadsbesluit en informeren de raad daarover. In lijn met de Gemeentewet zal het college de raad na verloop van tijd een raadsvoorstel voorleggen, waarin de raad wordt gevraagd te besluiten dat de aanbevelingen van de rekenkamer en het besluit van de raad hierover zijn opgevolgd. De 7

rekenkamer zal inhoudelijk op deze voorstellen reflecteren, zodat de raad deze reflectie kan meenemen in de besluitvorming over het raadsvoorstel. Naast het monitoren van de opvolging van de raadsbesluiten willen we de komende jaren ook één of enkele herhalingsonderzoeken uitvoeren, waarbij we opnieuw onderzoek doen naar een thema dat eerder door de rekenkamer is onderzocht. Hiermee willen we onderzoeken of de opvolging van de raadsbesluiten niet alleen op papier, maar ook in de praktijk het gewenste effect heeft opgeleverd.

Onderhouden van een constructieve werkrelatie met de raad, college en de ambtelijke organisatie De rekenkamer beschouwt een goed contact met de raad als een belangrijke voorwaarde voor het eigen functioneren. De input van de raad is van groot belang om relevante onderzoeksthema’s te selecteren en de timing en de vorm van de producten van de rekenkamer goed te laten aansluiten bij de wensen van de raad. De rekenkamer wil dichtbij de raad staan, weten wat er speelt en goed benaderbaar zijn voor raadsleden. In die goede relatie met de raad blijft de onafhankelijkheid van de rekenkamer een belangrijke kernwaarde. De rekenkamer voert onderzoek uit ten behoeve van de gehele raad. De onafhankelijke positie houdt in dat de rekenkamer zelf de onderzoeksonderwerpen bepaalt en eigenstandig een oordeel geeft over het gevoerde bestuur. Ook wanneer de raad met een motie vraagt om een onderzoek, beoordelen we altijd zelf of een onderzoek ondersteunend is aan de rol van de gemeenteraad en of een onderzoek uitvoerbaar is. De verordening op de rekenkamer bepaalt dat wij binnen een maand na het aannemen van een motie een reactie sturen aan de gemeenteraad. Als de raadsleden een onderwerp graag door de rekenkamer willen laten onderzoeken, kan de rekenkamer ook aangeven of het onderwerp past bij de rol van de rekenkamer.

Dat geldt ook voor het voorbereiden van een motie van de raad, waarin de raad aan de rekenkamer vraagt om onderzoek te doen. De rekenkamer zal zich bij dergelijke overleggen overigens altijd politiek neutraal opstellen, geen uitspraken doen over onderwerpen die niet door de rekenkamer zijn onderzocht en over het nut van nieuw rekenkameronderzoek alleen openbaar en aan de gehele raad communiceren. De rekenkamer doet geen onderzoek op verzoek van fracties of individuele raadsleden. We organiseren een brede inbreng vanuit de raad door periodiek in gesprek te gaan met alle fracties over ons onderzoeksprogramma. Daar waar relevant benaderen we de raad ook over specifieke onderzoeksonderwerpen, bijvoorbeeld door een werkbespreking te organiseren over vraagstelling en afbakening van een onderwerp. Daarnaast staan we altijd open voor overleg met raadsleden, vertegenwoordigers van de raad en fracties. Wanneer er raakvlakken zijn tussen actuele onderwerpen binnen de raad en eerder onderzoek van de rekenkamer, kunnen wij de uitkomsten bijvoorbeeld nader toelichten. 8

Naast de relatie met de raad is een goede relatie met het college en de ambtelijke organisatie belangrijk is. De rekenkamer realiseert zich dat draagvlak bij het college en de ambtelijke organisatie van groot belang is voor de uiteindelijk impact die de rekenkamer heeft. Daarbij hoort ook dat de rekenkamer oog heeft voor de praktijk en dat de constateringen van de rekenkamer reëel en evenwichtig en de aanbevelingen uitvoerbaar zijn. De rekenkamer investeert daarom doorlopend in een constructieve relatie met het college en de ambtelijke organisatie. In het kader van ons onderzoek informeert de rekenkamer de ambtelijke organisatie regelmatig over de voortgang van het onderzoek en staan wij open voor reflecties en aandachtspunten van de ambtelijke organisatie. Extra aandacht gaat verder uit naar de communicatie en aanvullende presentaties en toelichtingen gedurende het feitelijk- en bestuurlijk wederhoor, zowel aan directeuren als aan portefeuillehouders van het college. Met het college en de ambtelijke organisatie hebben we over het voorgaande in de vorm van een informatieprotocol ook constructieve werkafspraken gemaakt.

Versterken toezicht op de accountantsdienst De rekenkamer is toezichthouder op de GAD in het kader van de Wet toezicht accountantsorganisaties en de Gemeentewet. De Rekenkamer Den Haag is hierin samen met de Rekenkamer Amsterdam Zaanstad uniek ten opzichte van het reguliere toezicht op accountantsorganisaties in Nederland. Alleen voor gemeentelijke accountantsdiensten is in de wet geregeld dat het toezicht hierop door een lokale rekenkamer wordt uitgevoerd en niet door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De rekenkamers van Den Haag en Amsterdam hebben de afgelopen jaren bij het Rijk meermalen gepleit voor herziening van deze opzet van het toezicht. Het doel was dit ook voor gemeentelijke accountantsdiensten onder te brengen bij de AFM. Inmiddels is duidelijk dat niet verwacht mag worden dat ons voorstel op korte termijn door het Rijk zal worden overgenomen.3 Het toezicht op de GAD zal daarom ook de komende jaren onderdeel zijn van het takenpakket van de Rekenkamer Den Haag. De ontwikkelingen in het accountantsberoep, de onder druk staande marktpositie van controlerende accountants en de voorgenomen ambities bij de GAD leiden tot meer risico’s. Die vereisen een intensievere invulling van het toezicht.

Sinds de herpositionering van de GAD in 2023, waarbij de GAD onder de raadsorganisatie is gepositioneerd en een minder actieve rol vervult voor het college, zien wij binnen de GAD een ontwikkeling naar een uitbreiding van de opdrachtenportefeuille. De GAD is actief op zoek naar meer opdrachten

3

Zie: RIS324634 Kennisgeving reactie BZK inzake toezicht GAD's, Rekenkamer Den Haag, 5 februari 2026.

9

en opdrachtgevers. De organisatie van de GAD wordt daarmee complexer en de risico’s voor de onafhankelijkheid van de GAD nemen toe. Hoewel wij geen inhoudelijk standpunt hebben over deze ontwikkeling, zien we als toezichthouder meer risico’s en dat het toezicht steeds meer aandacht van de rekenkamer vraagt. Concreet betekent dit dat we meer deskundigheid binnen de staf moeten ontwikkeling op het gebied van accountancy en het toezicht daarop en dat we moeten investeren in voldoende capaciteit voor deze extra wettelijke taak van de rekenkamer.

Speerpunt 2: Zorgen voor een sterke organisatie van de rekenkamer Versterken van de staf en zorgen voor een robuuste uitvoering van het onderzoeksprogramma De rekenkamer is een relatief kleine organisatie. Verloop van personeel, bijzonder verlof en langdurig ziekteverzuim hebben de afgelopen jaren veel impact gehad op onderzoeksteams en daarmee op de prestaties van de rekenkamer. Daarnaast ervaren wij dat het moeilijk is om goede en gemotiveerde onderzoekers te werven en te behouden. Eén van de oorzaken daarvan is een verouderd functiehuis. We werken daarom aan het actualiseren van de beschrijving en waardering van de functies binnen de staf van de rekenkamer, zodat wij aantrekkelijke functies met een passende waardering kunnen aanbieden. Een belangrijk aandachtspunt voor de rekenkamer voor de toekomst is daarnaast om de beschikbare capaciteit in te zetten op een realistische hoeveelheid activiteiten. De afgelopen jaren moesten we ook regelmatig een beroep doen op de beschikbare capaciteit voor regulier onderzoek om tegemoet te kunnen komen aan verzoeken van de raad of (navolgings-) onderzoeken ten behoeve van actuele besluitvorming in de raad. In combinatie met het personeelsverloop en ziekteverzuim konden we hierdoor onze voornemens uit het onderzoeksprogramma niet altijd volledig waarmaken.

Inspelen op AI-ontwikkelingen binnen het gemeentebestuur en als instrument voor rekenkameronderzoek Een belangrijke ontwikkeling in de wereld om ons heen is opkomst van AI. Gemeenten maken hier ook steeds meer gebruik van. Om het functioneren van de gemeente te kunnen beoordelen is het belangrijk dat de rekenkamer haar kennis over AI opbouwt en bijhoudt. Daarnaast biedt AI ook kansen voor de rekenkamer zelf. Zo ontstaan er nieuwe analysemogelijkheden en kan AI het uitvoeren van sommige werkzaamheden vergemakkelijken. Omdat AI nog volop in ontwikkeling is en verschillende risico’s met zich meebrengt, heeft de rekenkamer een beleid voor het gebruik van AI opgesteld. Dat gaat uit van ‘Actief leren en verantwoord toepassen’. Dit beleid biedt kaders voor het veilige, transparante en effectieve gebruik van AI binnen onze organisatie en draagt daarmee bij aan een zorgvuldige inzet van deze technologie. We geven in ons opleidingsprogramma extra 10

aandacht aan dit onderwerp en we implementeren, voor zover dat binnen de kaders van ons beleid kan, de toepassing van AI in ons onderzoekswerk.

Robuuster inrichten van ondersteunende processen Naast de secretaris en de plaatsvervangend secretaris heeft de rekenkamer alleen onderzoekers in dienst. In het verleden waren de bedrijfsvoeringstaken beperkt en werden deze taken verdeeld onder de medewerkers. De rekenkamer wordt als onafhankelijk bestuursorgaan echter steeds meer geconfronteerd met wet- en regelgeving (bijv. AVG, Woo, archivering, toegankelijkheid, etc.) waaraan de rekenkamer moet voldoen. Ook vragen de procedures van de gemeente fors meer inzet van de rekenkamer. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van de eisen voor het aanmaken van inkooporders en het centraal inkopen. De procedures van de gemeente zijn daarbij niet ingericht op de bijzondere positie van de rekenkamer als onafhankelijk bestuursorgaan, waardoor simpele regelklussen in veel gevallen leiden tot lange procedures en veel overleg met de gemeente, om met het oog voor de positie van de rekenkamer zaken voor elkaar te krijgen. Omdat het niet meer doelmatig is om deze taken onder te brengen binnen de bestaande functies, zal de rekenkamer voor de bedrijfsvoering moeten investeren in extra ondersteuning en deskundigheid op deze gebieden.

Aanpassen ICT op zwaardere beveiligingseisen De gemeente gaat het onmogelijk maken om gemeentelijke systemen te benaderen met eigen hardware en om software te gebruiken die niet in beheer is van de gemeente. Dit betekent dat het combineren van hard- en software in beheer van de gemeente en in beheer van de rekenkamer dan niet meer mogelijk is. Daardoor zullen we naar een andere werkwijze moeten toewerken en zullen onze kosten voor de ICT (extern en/of via de gemeente) substantieel gaan toenemen. Een plan van aanpak voor het herzien van onze ICT hangt daarbij samen met andere bedrijfsvoeringsaspecten, zoals huisvesting en HRdienstverlening van de gemeente. De rekenkamer verwacht dat zij naar aanleiding van dit plan van aanpak structureel meer interne capaciteit, externe capaciteit en/of extra capaciteit van de gemeente Den Haag moet inzetten op de automatisering.

5. Benodigde capaciteit en middelen Deze meerjarenstrategie bepaalt de inhoudelijke aandachtspunten in het werk van de rekenkamer voor de komende jaren. De strategie richt zich daarnaast ook op het oplossen van verschillende knelpunten waar we als kleine organisatie voor staan. Dit vraagt om investeringen in onze organisatie. Voor de realisatie van deze meerjarenstrategie is de rekenkamer daarmee afhankelijk van het door de raad ter beschikking gestelde budget. Hierover voert de rekenkamer via het presidium overleg met de raad.

11

COLOFON Rekenkamer Den Haag Leden Manus Twisk, voorzitter Willemien Roenhorst Robert-Jaap Voorn

Medewerkers stafbureau Arjan Wiggers (secretaris) Thijs Bosma (plaatsvervangend secretaris en senior onderzoeker) Sophie Henken (senior onderzoeker) Dennis de Kool (senior onderzoeker) Alicia Majoor (onderzoeker) Kariem Hommad (onderzoeker) Sitora Saidova (onderzoeker) Pam van Schie (onderzoeker) Tom Postuma (onderzoeker)

Contactgegevens Rekenkamer Den Haag Postbus 16079 2500 BB Den Haag T: 070 353 2048

Bezoekadres Stadhuis Gemeente Den Haag Spui 70 2511 BT Den Haag

Datum 19 juni 2026

Fotografie Hugo de Wolf

RIS-nummer 325660

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17113286/1