CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325627 Vaststelling wijzigingen integraal huisvestingsplan onderwijs Den Haag 2024-2034

Algemene Raadscommissie 25 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken5.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Ons Kenmerk

16 juni 2026

OCW/11057442 RIS325627

Voorstel van het college inzake Vaststelling wijzigingen integraal huisvestingsplan onderwijs Den Haag 2024-2034 1. Inleiding In het kader van een planmatige aansturing en beheersing van onderwijshuisvesting heeft uw raad op 14 maart 2024 het integraal huisvestingsplan onderwijs 2024-2034 vastgesteld (IHP), waarmee het beleidskader voor de investeringsopgave de komende 10 jaar inzichtelijk is (RIS 317535). Het IHP is een gezamenlijk plan van de gemeente en schoolbesturen waarin de huisvestingsbehoeften van scholen voor de komende jaren in kaart worden gebracht en afspraken worden gemaakt over investeringen in nieuwbouw, renovatie, revitalisering of uitbreiding van onderwijsgebouwen. In het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs is opgenomen dat het IHP elke twee jaar wordt geëvalueerd en zo nodig wordt aangepast aan veranderende omstandigheden. Naar aanleiding van een aantal nieuwe ontwikkelingen de afgelopen twee jaar, worden nu slechts enkele wijzigingen in het IHP voorgesteld. Deze wijzigingen zijn samengevat in voorliggend raadsvoorstel, dat als oplegger dient bij het bestaande IHP. In 2028 wordt de volledige bestandsanalyse opnieuw uitgevoerd en volgt een nieuw IHP-rapport. Hiermee beogen we continue een actuele kijk te geven op de huisvestingsbehoefte en vervangingsopgave.

De gemeente is op grond van onderwijswetgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van nieuwe schoolgebouwen. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de gebouwen (als ‘bouwheer’), de exploitatie en de instandhouding ervan. 2. Nieuwe ontwikkelingen De afname van het aantal leerlingen in de stad, de (recente) start van meerdere nieuw gestichte scholen, de beweging naar inclusiever onderwijs, het nieuwe stelsel voor de instandhouding en opheffing van kleine scholen en de trend om vaker te kiezen voor renovatie hebben consequenties voor onderwijshuisvesting. Ook worden we geconfronteerd met strengere eisen op het gebied van duurzaamheid, een aantal risico’s rondom netcongestie, ontwikkelingen in het internationaal onderwijs en zijn er hogere maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van multifunctioneel gebruik van onderwijsgebouwen. De gevolgen van deze veranderingen worden onderstaand toegelicht. Afname van het aantal leerlingen in de stad De afname van het aantal leerlingen, zoals we eerder al voorspelden op basis van de leerlingenprognose en verwoordden in het IHP, zet door. In het basisonderwijs is komende 15 jaar alleen in het stadsdeel Laak sprake van een (lichte) groei vanwege de bouw van nieuwe woningen op de Binckhorst en in Laakhavens. Het leerlingenaantal in de overige stadsdelen zal komende jaren krimpen.

De leerlingenprognose voor het voortgezet onderwijs gaat komende 15 jaar uit van een krimp van circa 10 procent.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

Nieuw gestichte scholen De afgelopen jaren zijn er verscheidene nieuwe scholen gestart in Den Haag, deels onder de oude wetgeving, deels onder de nieuwe Wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. In Laak zijn het KC De Binck (po), Aida Basisschool (po) en het John Dewey College (vo) gestart. In Centrum is het Aïda College (vo) gestart en in Escamp is het Avicenna College (vo) gestart. Op 1 juni 2026 zijn er 5 nieuwe schoolinitiatieven toegelaten door het Ministerie van OCW; 3 basisscholen, een VMBO- en een ambachtsschool. Het college heeft meermaals bij het Rijk en Tweede Kamer aangedrongen op een wijziging van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Onder andere wordt de termijn waarop een initiatief van een startlocatie moet worden voorzien, namelijk binnen een jaar, en de beperkte bekostiging problematisch ervaren. Deze lobby heeft geleid tot een passage in het regeerakkoord 1 om de wet spoedig te herzien en het verzoek van de Tweede Kamer om gemeenten beter te betrekken bij het stichtingsproces. Het binnen een jaar na het besluit van de minister voorzien in (tijdelijke) huisvesting, rekening houdend met het te verwachten voedingsgebied van de nieuwe school, is in een verdichtende stad geen makkelijke opgave. Uitgangspunt is dat een nieuwe school start in een tijdelijk of bestaand schoolgebouw.

Voor de ruimtevraag van een nieuw te stichten school wordt (eerst) gekeken of het bestaande onderwijsvastgoed optimaal kan worden benut om overcapaciteit en desinvesteringen te voorkomen. Pas als de school aantoont bestaansrecht te hebben, door het bereiken van de stichtingsnorm, investeert de gemeente in permanente huisvesting voor de school, in de vorm van bijvoorbeeld nieuwbouw. Voor de nieuwe initiatieven die dit jaar een licentie krijgen, is het te vroeg om huisvesting op te nemen in de huidige investeringsplanning van het IHP. Het IHP gaat namelijk over investeringen in vervangende nieuwbouw, renovatie en uitbreiding. Ingebruiknemingen van wissel- of tijdelijke locaties vallen daar niet onder en zijn derhalve buiten beschouwing gelaten in dit IHP. Inclusief onderwijs De komende jaren werken we, volgens de koers van de samenwerkingsverbanden onderwijs (SPPOH en SWVZHW), toe naar een dekkend en samenhangend aanbod van onderwijs in 2035, waarbinnen alle kinderen en leerlingen zich ononderbroken, thuisnabij én samen kunnen ontwikkelen. Kinderen en leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, ontvangen die zoveel mogelijk binnen de reguliere voorzieningen. Kinderen en jongeren in wiens ondersteuningsbehoeften niet binnen een reguliere onderwijssetting kan worden voorzien, kunnen terecht op het speciaal onderwijs.

Hoewel het nog ontbreekt aan wet- en regelgeving (zowel onderwijsinhoudelijk als huisvesting) zijn er wel kansen om inclusie in schoolgebouwen te verwezenlijken. In veel bestaande scholen is sprake van een bepaalde mate van overcapaciteit en vrijkomende ruimte als gevolg van een aanhoudende krimp in het leerlingenaantal, die in de ontwikkeling naar inclusief onderwijs voor dit doel kan worden benut. Ook biedt elk natuurlijk moment – zoals onderhoud, renovatie of (ver)nieuwbouw – kansen om verbeteringen door te voeren. De gemeente biedt voor de meerkosten van aanpassingen voor het toegankelijke maken van gebouwen een subsidieregeling waarvan schoolbesturen gebruik kunnen maken.

1 Bron: Primair Onderwijs | Tweede Kamer der Staten-Generaal.

2/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

Het onderwijsveld start binnenkort met verschillende initiatieven om ervaring op te doen met de fysieke consequenties van deze onderwijsontwikkelingen: • Bestaande overcapaciteit van scholen in de Schilderswijk wordt ingezet voor inclusief onderwijs. Zo slaan drie basisscholen de handen ineen om een start te maken met inclusief onderwijs volgens de Beleidsregel Inclusieve leeromgeving voor cluster 3 en 4 leerlingen. • Een plan voor combinatie van regulier basis- en SBO-onderwijs in combinatie met andere maatschappelijke functies bij de renovatie van een basisschool in Mariahoeve. • Bij een nieuwbouw van een middelbare school ook ruimte te creëren voor 36 cluster 4-leerlingen (in combinatie met een klein gezondheidscentrum voor Loosduinen). Komende periode worden de ontwikkelingen gevolgd van verschillende onderzoeken die landelijk worden uitgevoerd naar inclusie en onderwijshuisvesting; o.a. het Leerlab inclusief onderwijs, dat wordt gesubsidieerd vanuit het Rijk voor het Innovatieprogramma. Een deel van de professionals die bijdragen aan inclusieve scholen is werkzaam vanuit de zorgsector en wordt bekostigd via de jeugdzorg, zorgverzekeraars en/of langdurige zorg. In veel gevallen wordt de huisvesting van deze professionals ook bekostigd via de zorgsector. De zorg (en dus dat budget) mag in principe óók op school worden verstrekt.

Binnen het stelsel van onderwijshuisvesting worden schoolgebouwen bekostigd door gemeenten. Het combineren van geldstromen biedt mogelijk kansen om schoolgebouwen inclusief te maken, maar in de praktijk zal maatwerk nodig zijn om tot oplossingen te komen. Met name waar het gaat om het realiseren van extra voorzieningen, is afstemming nodig met de zorgpartners. Ook andere dekkingsbronnen, zoals het Integraal Huisvestingsplan Zorg en Welzijn en subsidies vanuit de Jeugdhulp, zullen moeten worden betrokken. Door de beweging richting inclusief onderwijs is de verwachting dat er minder kinderen zullen worden geplaatst in het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs en dat deze kinderen gebruik zullen maken van bijzondere ondersteuning of zorg in het regulier onderwijs. Overigens zal altijd een vorm van gespecialiseerd onderwijs blijven bestaan, omdat een deel van de leerlingen behoefte heeft aan zeer specialistische zorg en ondersteuning. De komende jaren zoeken we hierin een balans: we werken toe naar schoolgebouwen die ruimte bieden aan inclusief onderwijs én speciaal basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs. Met het oog op de ontwikkeling naar inclusief onderwijs is voorlopig het uitgangspunt dat er in principe geen nieuwbouw wordt gerealiseerd separaat voor speciaal basisonderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs.

Uitzondering betreffen de projecten die eerder op het IHP zijn opgenomen (De Springplank en De Bonte Vlinder). Voor deze projecten hebben we de schoolbesturen verzocht om nieuwbouwcombinaties met een reguliere school te onderzoeken. Beeld is dat inclusie gepaard gaat met een meer gedifferentieerd onderwijsaanbod, aanvullende voorzieningen op het gebied van zorg en welzijn en een toename van (individuele) leerlingbegeleiding; zoals bijvoorbeeld een zorgassistent, gebarentolk of aangepaste leerlijn. Daarmee zou er ook een grotere ruimtebehoefte kunnen ontstaan. Het vaststellen van de ruimtebehoefte in het primair- en voortgezet onderwijs kent op dit moment geen bepalingen ten aanzien van een toekenning van ruimte op grond van het aanbieden van inclusief onderwijs. Een groepslokaal in het regulier onderwijs heeft een standaardmaat en onderwijsfinanciering zet aan tot een bepaalde groepsgrootte. Het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs kennen echter een andere groepsgrootte en onderwijsfinanciering.

Voorgesteld wordt om in de herijking van de verordening per 2026 nog geen regeling op te nemen voor een normatieve ruimtebepaling op grond van inclusie, maar hier de ontwikkeling te volgen van verschillende onderzoeken die uitgevoerd worden naar onderwijshuisvesting en inclusie, en in een latere herijking mogelijk over te gaan tot het voorzien van een aanvullende ruimtenormering.

3/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

De flexibiliteit die we scholen bieden ontstaat komende periode vooral via maatwerkoplossingen voor het faciliteren van de fysieke consequenties van deze onderwijsontwikkelingen. Het is van belang dat schoolbesturen (idealiter gezamenlijk) inzichtelijk maken hoe hun inzet op bijvoorbeeld inclusiever onderwijs of onderwijs-jeugdzorg leidt tot nieuwe of veranderende behoeften in de fysieke ruimte. Startklassen Voor kinderen die extra zorg nodig hebben, heeft de gemeente samen met het Haagse onderwijs en de jeugdhulp zogeheten ‘startklassen’ opgezet. In deze klassen worden 4- en 5-jarige kinderen, die door een ondersteuningsbehoefte nog niet in het reguliere onderwijs kunnen starten en anders thuis hadden gezeten, intensief onderwezen en begeleid door leraren en jeugdhulpprofessionals. Voorheen gingen deze kinderen in veel gevallen meteen naar een vorm van speciaal onderwijs. Onderstaand een overzicht van startklassen per werkgebied en startdatum: Werkgebied Centrum Centrum Laak Internationaal Haagse Hout Leidschenveen-Ypenburg Scheveningen Segbroek Escamp Loosduinen

School en schoolbestuur De Voorsprong (DHS) PH Schreuder (DHS) De Regenboog (Lucas Onderwijs) ISH (Rijnlands Lyceum) John. F. Kennedy (Lucas Onderwijs De Walvis (Panta Rhei) De Meerpaal (SCOH) De Zonnebloem (DHS) Grote Beer (Lucas Onderwijs) OBS Houtwijk (DHS)

Startdatum 13-05-2024 13-05-2024 13-05-2024 13-05-2024 13-05-2024 13-05-2024 01-03-2025 01-09-2025 07-05-2025 01-03-2025

Deze startklassen worden opgevangen in de leegstand binnen bestaande scholen. Multifunctioneel, tenzij De stedelijke verdichting ten gevolge van de groei van de stad leidt steeds meer tot nieuwe ruimtevragen voor educatieve, culturele en sportieve (buurt)activiteiten. Als gemeente kijken we hiervoor ook naar eventuele ruimte op onderwijskavels. Dit kan in de vorm van het beschikbaar stellen van een deel van de kavel voor andere functies, maar ook in de vorm van gedeeld gebruik in gebouwen die meer bieden dan onderwijs. Nu al vormen kindcentra, met naast onderwijs ook kinderopvang, de norm. Herschikking kleine scholen Het stelsel van instandhouding en opheffing van kleine scholen in het primair onderwijs gaat de komende jaren waarschijnlijk ingrijpend veranderen. Dat staat in een kamerbrief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De ‘gemiddelde schoolgrootte’ als uitzonderingsgrond voor de opheffingsnorm van basisscholen wordt herzien om het aantal kleine scholen in grote steden te verminderen, zodat middelen kunnen worden ingezet voor het behoud van scholen in dunbevolkte gebieden. De huidige regeling maakt het voor besturen mogelijk om lage leerlingaantallen op één school te compenseren met een hoog aantal op een andere school, wat leidt tot het in stand houden van te veel kleine scholen in de grote steden.

4/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

De bedoeling is dat de ‘gemiddelde schoolgrootte’ op termijn vervangen wordt door een nieuw criterium, mogelijk gebaseerd op een bepaalde afstand of bereikbaarheid, en dat de ‘kleinescholentoeslag’ wordt omgezet in een ‘dunbevolktheidstoeslag. De voorgestelde wetswijzigingen zijn in lijn met het jaren geleden reeds ingezette onderwijshuisvestingsbeleid in Den Haag. In een grote stad als Den Haag, met een divers en dekkend onderwijsaanbod en een goede spreiding van scholen, is voor een gezonde exploitatie van scholen een dubbelstrooms school met minimaal 17 groepen het uitgangspunt. Basisscholen met voldoende leerlingen zijn beter in staat om onderwijs van goede kwaliteit te bieden. Want er is op grotere scholen meer expertise te organiseren, meer professionelere ondersteuning van leerkrachten en er is meer continuïteit. Bovendien kennen scholen onder de opheffingsnorm een hoge normatieve leegstand; een groot deel van deze scholen staat in wijken die de komende jaren blijven krimpen, waardoor de verwachting is dat het leerlingenaantal nog verder daalt. Perspectief op nieuwe huisvesting wordt daarom gekoppeld aan het stimuleren van schaalvergroting. Scholen onder de opheffingsnorm worden sinds 2024 niet meer één op één vervangen, ook al zijn deze aan vervanging toe.

Waar een nieuwbouwgebied in de buurt van een wijk met te veel onderwijscapaciteit wordt gerealiseerd, wordt onderzocht of het mogelijk is om een school te verplaatsen of verhuizen. Ook het samenvoegen of sluiten van scholen met te weinig leerlingen, heeft steeds meer de aandacht van schoolbesturen in het primair onderwijs. Als scholen samengaan kunnen onderwijspersoneel en expertise worden gedeeld. Dit kan op termijn de druk op het lerarentekort en onderwijskwaliteit verlagen. Ook is er dan op termijn maar één schoolgebouw om te onderhouden. Den Haag heeft in totaal 33 scholen met een leerlingenaantal onder de opheffingsnorm en er zijn 37 scholen die, op basis van de leerlingenprognoses, komende jaren onder de opheffingsnorm dreigen te vallen. Met de volgende IHP-voorstellen of wijzigingen is de verwachting dat het aantal scholen onder de opheffingsnorm de komende jaren zal afnemen: Het streven naar inclusief onderwijs, waarbij regulier en speciaal onderwijs samengaan in één school, leidt tot schaalvergroting van scholen; De inzet van normatieve overcapaciteit voor het toevoegen van expertise in reguliere scholen (zoals startklassen etc.) leidt tot schaalvergroting van scholen; De inzet van normatieve overcapaciteit voor de komst van nieuwkomers op bestaande scholen leidt tot schaalvergroting van deze scholen; Fusies en de oprichting van samenwerkingsscholen2.

In verband met de diverse ontwikkelingen dient, ter voorbereiding op het nieuwe IHP over twee jaar, in gezamenlijkheid hoog over gekeken te worden naar de spreiding van scholen (in po, vo en (v)so) op stedelijk niveau. Nieuwbouw of renovatie Sinds renovatie als voorwaardig alternatief voor vervangende bouw is toegevoegd in de Verordening Onderwijshuisvesting (RIS314547) en daarmee de financiële normering ook van toepassing is verklaard op niet-monumentale lesgebouwen, wordt steeds vaker gekozen voor (partiële) renovatie.

2. Een samenwerkingsschool is in Nederland een school waarin openbaar en bijzonder onderwijs zijn samengevoegd in één instelling.

5/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

In de huidige investeringsplanning wordt bij ongeveer een derde van de vervangingsopgave uitgegaan van renovatie en revitalisering. Bij de keuze voor renovatie of nieuwbouw maakt de gemeente, samen met het schoolbestuur, de afweging tussen het onderwijsbelang, de financiële consequenties en cultuurhistorische waarden. De bouwkundige staat van gebouwen moet zodanig zijn dat behoud technisch en tegen aanvaardbare kosten mogelijk is. In gebieden zal het mogelijk moeten zijn om te slopen, om de gewenste verdichting mogelijk te maken of om bijvoorbeeld te voldoen aan eisen op het gebied van duurzaamheid of binnenklimaat. Ook in het geval er sprake is van een beeldbepalende gebouwen, die nog worden opgenomen in het omgevingsplan. Er is dan een omgevingsvergunning met de activiteit ‘sloop’ noodzakelijk. Sloop-nieuwbouw is dan alleen mogelijk wanneer de karakteristieken van het pand gewaarborgd zijn in de nieuwbouw. Kindcentrum Kansrijk neemt deel aan het leerlab renovatie met een subsidie vanuit het innovatieprogramma van het Rijk. Het doel van dit leerlab is het ontwikkelen van standaardoplossingen voor snellere en betere renovatie van schoolgebouwen. Deze subsidieregeling vanuit het Rijk is bedoeld om product- en procesinnovatie binnen schoolgebouwen te stimuleren en om te leren hoe toekomstbestendige schoolgebouwen sneller en kostenefficiënter gerealiseerd kunnen worden.

Verordening In 2026 zal, analoog aan publicatie van de nieuwe modelverordening door de VNG en inwerkingtreding van de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting, gestart worden met de voorbereiding van een nieuwe verordening huisvesting onderwijs gemeente Den Haag. De Haagse Verordening zal worden vereenvoudigd, geactualiseerd en waar wenselijk geüniformeerd met de modelverordening van de VNG. Uit een vergelijking met landelijke kengetallen blijkt dat de Haagse normbekostiging grofweg overeenkomt met de gemiddelde kosten voor een nieuw schoolgebouw dat voldoet aan de minimale eisen uit het Bbl (het minimum waar gebouwen aan zouden moeten voldoen, voorheen bouwbesluit). Dit strookt met bevindingen in de praktijk: er worden jaarlijks nieuwbouwprojecten voor scholen gerealiseerd op basis van de huidige bekostigingssystematiek. Waar het relatief eenvoudige projecten betreft simpelweg op basis van de normbekostiging, bij de complexere projecten die geconfronteerd worden met diverse (stedenbouwkundige) eisen, beperkingen of randvoorwaarden aangevuld met extra locatiegebonden bekostiging. Komende maanden wordt gewerkt aan een voorstel om voor aanvullende kwaliteitseisen, boven op de reguliere normbekostiging, extra bekostiging beschikbaar te stellen in de vorm van een toeslag of een aparte subsidie.

Op het moment worden de meerkosten inzichtelijk gemaakt voor: flexibel bouwen (zie nieuw principe ‘multifunctioneel, tenzij’); emissievrij/energieneutraal gebouw: ENG/ZEB (als volgende stap na ENG); een goed binnenklimaat. Besluitvorming over aanpassing van de verordening, inclusief de normbedragen, kent een apart traject, buiten de herijking van het IHP om. Verduurzaming Als de lijn van het IHP gevolgd wordt investeert de gemeente komende jaren met de geplande nieuwbouw, revitalisering (monumenten) of renovatie (als alternatief voor vervangende nieuwbouw) komende jaren honderden miljoenen euro’s in het duurzaam vervangen van onderwijsgebouwen.

6/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

Deze investeringen dragen bij aan het dichterbij brengen van de duurzaamheidsambities en vragen hogere investeringen bij de realisatie van schoolgebouwen en hogere onderhoudskosten van duurzame installaties. In de meeste situaties bouwen schoolbesturen voor eigen rekening voor ENG (energieneutraal) en verdienen de kosten voor ENG zich (deels) terug in de exploitatiekosten. Nieuwe gebouwen moeten met ingang van 2030 aan de Europese ZEB-richtlijnen voldoen. ZEB gaat nog een stap verder dan ENG: ligt bij een Energie Neutraal Gebouw de focus op energiebalans/netto nul energieverbruik (waarbij er nog steeds sprake kan zijn van indirecte CO2-uitstoot), bij een Zero Emission Building gaat het om nul operationele CO2-uitstoot (waarbij er dus absoluut geen fossiele brandstoffen gebruikt mogen worden). Dit houdt in dat gebouwen volledig emissievrij moeten zijn tijdens hun gebruik: volledige elektrificatie, superisolatie, slimme ventilatie en grootschalige toepassing van zonnepalen. Voor scholen betekent dit een strategische herziening van ontwerp, bouw en exploitatie. In de huidige normbedragen is geen rekening gehouden met deze duurzaamheidsambities. Ook de vergoeding die de gemeente vanuit het Rijk in het gemeentefonds ontvangt voor haar wettelijke taak op het gebied van onderwijshuisvesting, houdt nog geen rekening met deze eisen.

Extra investeringen in ZEB-voorzieningen worden deels gecompenseerd door lagere energiekosten en de gemeentelijke subsidieregeling voor de cofinanciering van maximaal 50% van energiebesparende maatregelen. Netcongestie Netcongestie vormt een steeds groter risico voor zowel renovatieprojecten als nieuwbouw. Door netcongestie zijn aansluitingen op het elektriciteitsnet niet of onvoldoende beschikbaar. Het huidige energiesysteem staat onder druk vanwege de groeiende vraag naar elektriciteit en de beperkingen in de capaciteit van het elektriciteitsnet. Per onderwijsgebouw zullen oplossingsmaatregelen worden onderzocht. Netcongestie kan tot gevolg hebben dat bouwplanningen vertragen en/of extra kosten wordt gemaakt voor bijvoorbeeld batterijen en het extra in gebruik houden van bestaande gasaansluiting. Dit is nog niet in financiële termen uitgewerkt. Internationaal onderwijs De ontwikkeling van internationaal onderwijs in de regio Delft-Den Haag-Leiden wordt jaarlijks gemonitord. De afgelopen jaren zagen we in het internationaal onderwijs in de regio een afname van het aantal primary school leerlingen. Het aantal secondary school leerlingen is na een aantal jaren van groei sinds 2023 gestabiliseerd, hoewel er bij de IGVO scholen (internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs) nog wel sprake van groei is en juist bij een aantal privé en landenscholen sprake is van krimp.

Regionaal raken recente nieuwe IGVO scholen (Delft, Oestgeest) naar verwachting vol. In de huidige IHP-planning staan een uitbreiding van de International School of The Hague (ISH) aan Wijndaelerweg 11 (in de plaats van noodlokalen) en renovatie van De Haagsche Schoolvereeniging Nassaulaan 26. Specifiek voor het Europees Onderwijs wordt de komende jaren een toename van leerlingen verwacht, in verband met de mogelijke komst van nieuwe agentschappen en verwachte groei bij bestaande agentschappen. De European School of The Hague (ESH) is de enige aanbieder van Europees Onderwijs in de regio. De ESH Secondary groeit nog altijd door. In 2026 komt er voor de ESH een extra vleugel beschikbaar. Daarnaast wordt momenteel onderzocht of en in hoeverre gedurende de looptijd van het IHP extra capaciteit aan Europees Onderwijs nodig zal zijn in de regio.

7/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

3. Voorstellen Tijdige vervanging van gebouwen die het einde van hun levensduur hebben bereikt, is nodig om de kwaliteit van de gebouwen op orde te houden. Voorgesteld wordt om onderstaande voorstellen aan de investeringsplanning toe te voegen (tabel 30 in het IHP): Aankoop Henri Faasdreef 200, dependance ‘s-Gravendreef College in 2026. Na de aankoop eindigt de huursituatie (Spinoza Scholengroep, reeds toegekend op het programma 2026); Ruimteclaim en nieuwbouw basisschool in Morgenstond in 2034. Met het oog op de woningbouwplannen in Morgenstond, waar 2.000 nieuwe woningen zijn voorzien, is een ruimteclaim nodig voor de nieuwbouw van een basisschool. Stichting De Haagse Scholen heeft interesse om naar deze locatie een school te verhuizen c.q. te verplaatsen. Nieuwbouw voor SBO De Bonte Vlinder en De Springplank is in 2029 en 2030 opgenomen op de investeringsplanning. Schoolbesturen is gevraagd om, met het oog op de ontwikkeling naar inclusief onderwijs, een combinatie met regulier onderwijs te onderzoeken. Gezien de forse woningbouwopgave de komende jaren, die nog niet volledig onderdeel is van de langere termijn prognoses, is de verwachting dat er rond 2035-2040 een nieuwe ruimteclaim nodig is voor een tweede basisschool in de Binckhorst. In de Verordening onderwijshuisvesting van de gemeente Den Haag wordt uitgegaan van een levensduur voor schoolgebouwen van 60 jaar.

Uitgaande van een scholenbestand van in totaal 580.000 m2 gaat het om zo’n 97.000 m2 vervanging in een periode van 10 jaar (580.000/60*10). In dit tempo hebben we na zestig jaar het volledige bestand vervangen en blijft de gemiddelde leeftijd van de gebouwen rond de 30 jaar. In het IHP wordt voor 77.026 m2 BVO aan vervangingsvoorstellen gedaan en 28.922 m2 BVO aan uitbreidingsvoorstellen. De overige 19.974 m2 kan worden ingevuld door later op te voeren onderzoekslocaties. Nieuwe onderzoeksvoorstellen Op basis van de uitkomsten van nog uit te voeren onderzoeken, wordt bepaald of vervangende nieuwbouw of renovatie als voorstel bij de actualisatie van het IHP in 2028 wordt toegevoegd.

Met de actualisatie van het IHP zijn de volgende locaties aangeduid als onderzoekslocatie: permanente huisvesting Praktijkschool De Einder (alternatief huurlocatie Spionkopstraat 9); toekomstperspectief Kootwijkstraat 35; toekomstperspectief huisvesting ESH Primary en Secondary; huisvesting Avicenna Fase 2 (uitbreiding in 2027); huisvesting Aïda College Fase 2 (uitbreiding in 2027); onderzoekslocatie Zuidwest College in relatie tot de Kansencampus en de leegstand van drie VOscholen in Escamp (Zuidwest College, Roemer Visscher College en Wateringseveld College); De Voorsprong (alleen monumentendeel); OBS Houtwijk; Ambachtsschool De Einder (afhankelijk van het tijdig invullen van de randvoorwaarden door VOH, w.o. afspraken met ROC Mondriaan/met het RPO, afstemming met andere aanbieders, concretiseren afspraken met het bedrijfsleven); huisvesting Aida basisschool (na het behalen van de stichtingsnorm).

8/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

Voorstellen huren: afstoten huurpanden waar mogelijk Voor een structurele huisvestingsbehoefte is gezocht naar permanente oplossingen en in gebieden waar sprake is van een afname in leerlingen, zijn maatregelen onderzocht om de overcapaciteit te reduceren. Dat heeft ertoe geleid dat komende jaren de huursituatie van een aantal locaties wordt opgeheven. Voor structurele huisvestingsbehoefte zijn of worden de volgende onderwijsgebouwen aangekocht en/of het huurcontract beëindigd: aankoop Weidevogellaan 203 per februari 2025 (basisschool De Paradijsvogel) en beëindiging huurcontract van dit schoolgebouw; aankoop Henri Faasdreef 200 in 2026 (’s Gravendreef College) en beëindiging huurcontract van dit schoolgebouw; aankoop Nassaulaan 26 per december 2025 (De Haagsche Schoolvereeniging); beëindiging huur van de Gerard Doustraat voor basisschool ’t Palet per 23 augustus 2027 als gevolg van de afname van het aantal leerlingen in de Schilderswijk; beëindiging huur van de Laurens Reaalstraat met ingang van einde contractvervaldatum; het huurcontract van de Windjammersingel 80, waar de Johan de Witt Scholengroep met nieuwkomers is gehuisvest, loopt 14 februari 2028 af met een opzegtermijn van 12 maanden.

Afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal nieuwkomers in het voortgezet onderwijs, zal moeten worden bezien of alternatieve huisvesting nodig is of het huurcontract wordt verlengd; onderzoek permanente huisvesting voor de huursituatie aan de Spionkopstraat 9 voor Praktijkschool De Einder. Overig De wissellocatie aan de Weimarstraat 300 is niet meer nodig voor onderwijs en is inmiddels afgestoten ten behoeve van herontwikkeling. 4.

Investeringsplanning

Het is inherent aan bouwprojecten dat er onzekerheden zijn met betrekking tot de planning. Een aantal projecten is vertraagd doordat deze extra voorbereidingstijd vragen in de planvorming of er kan sprake zijn van vertraging in het vergunningstraject. De investeringsplanning is indicatief. Met de vaststelling van de programma’s Onderwijshuisvesting zal worden getoetst op de haalbaarheid van de planning. Onderstaande tabel geeft indicatief de investeringen weer, uitgezet in de tijd (dient ter vervanging van tabel 30 in het IHP). De bedragen zijn inclusief BTW in € 1.000 (prijspeil 2026) exclusief grond- en/of sloopkosten en gebaseerd op de normbedragen van de Verordening onderwijshuisvesting. De lichtgrijs gemarkeerde bedragen zijn reeds toegekend op de programma’s onderwijshuisvesting 2024 tot en met 2026.

9/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

School

Voorstel

Bedrag

2024 (RIS 318277) 1

Oranje Nassauschool

Vervangende bouw3

€

6.200

2

De Horizon

€

5.800

3

De Paradijsvogel

Vervangende bouw + uitbreiding Paets van Troostwijkstraat 93 Aankoop Weidevogellaan 203

€

1.200

€

13.200

Nieuwbouw 2 gymlokalen

€

1.700

Renovatie

€

11.700

€

13.400

Totaal 2025 (RIS 320924) 4 5

I.C. Hofstad College – Heldring De Strandwacht

Totaal 2026 (RIS 324064) 6

s Gravendreef College

Aankoop Henri Faasdreef 200

€

4.200

7

Maris Waldeck

Vervangende bouw

€

9.400

8

Kindcentrum Vroondaal Avicenna fase 2

Uitbreiding

€

2.600

Aankoop Brouwersgracht

€

7.500

ISH International School of The Hague Totaal

Uitbreiding

€

6.400

€

30.100

9 10

2027 11

Avicenna fase 2

Verbouwing Brouwersgracht

€

10.500

12

Renovatie oude gebouwdeel (700 leerlingen)

€

15.900

13

De Vrije School Den Haag De La Reyschool

Renovatie De La Reyweg 212

€

7.800

14

Kindcentrum Kansrijk

Renovatie

€

6.100

Renovatie Nassaulaan 26

€

9.700

€

50.000

15

De Haagsche Schoolvereeniging Totaal 2028 16

Vervangende bouw Nassau Bredastraat + uitbreiding (1.600 leerlingen) Vervangende bouw

€

36.400

17

Haags Montessori Lyceum Yunus Emre

€

9.500

18

KC De Binck

Ruimteclaim en nieuwbouw Binckhorst

€

9.100

19

John Dewey College

€

18.100

20

Carolusschool

Ruimteclaim en nieuwbouw Binckhorst (900 leerlingen mavo, havo, vwo) Vervangende bouw

€

8.500

21

Leyenburg

Vervangende bouw

€

9.800

22

Van Hoogstratenschool

Vervangende bouw

€

5.400

€

96.800

Totaal 2029

3. Nieuwbouw of renovatie van een bestaand gebouw

10/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

23

De Zonnebloem

Vervangende bouw

€

9.100

24

Tamarschool

Vervangende bouw + uitbreiding

€

9.100

25

Chr. College de Populier Lyceum De Zuidwester

Vervangende bouw

€

23.400

Vervangende bouw + uitbreiding

€

8.100

Renovatie of vervangende bouw

€

7.700

Revitalisering Pretoriusstraat 123

€

5.700

29

Basisschool Statenkwartier De Springbok International De Springplank

Vervangende bouw

€

6.500

30

Petrus Donders

Vervangende bouw + uitbreiding

€

8.800

31

Erasmus

Vervangende bouw + uitbreiding

€

9.800

32

Dalton

Revitalisering

€

2.100

€

90.300

Vervangende nieuwbouw (verhuizing naar 1e Lulofsdwarsstraat in het CID) en huidige pand als wissellocatie aanhouden. Vervangende bouw + uitbreiding Laagveen 22

€

7.100

€

8.400

Vervangende bouw Aucubastraat 3 en De Réaumurstraat 43

€

8.200

€

23.700

26 27 28

Totaal 2030 33

Meester Schabergschool

34

Anne Frank

35

De Bonte Vlinder

Totaal 2031 36

De Gelderlandschool

Revitalisering

€

4.000

37

Rosa basisschool

Revitalisering

€

4.000

€

8.000

Revitalisering oude gebouwdeel

€

4.900

Revitalisering

€

3.800

Vervangende bouw Laakhavens (verhuizing c.q. verplaatsing)

€

9.100

€

17.800

€

6.400

€

6.400

Totaal 2032 38 39 40

Eerste Nederlandse Montessorischool Laan van Poot Nutsschool Startpunt International

Totaal 2033 41

Houtrust

Vervangende bouw

Totaal 2034 42

n.t.b.

Ruimteclaim eerste nieuwbouw Morgenstond

€

9.100

43

n.t.b. *

Ruimteclaim eerste nieuwbouw Den Haag Zuid West

€

18.200

€

27.300

Totaal

11/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

5.

Financieel

Het vast te stellen IHP heeft het karakter van een indicatief plan. Aan het IHP zelf zijn dus geen financiële consequenties verbonden. Wel geeft het IHP een beeld van de hoogte van de jaarlijks door het college vast te stellen programma’s onderwijshuisvesting, als de lijn van IHP gevolgd wordt. In de jaarlijkse programma’s onderwijshuisvesting vindt de besluitvorming over de investeringen en de bijbehorende inzet van middelen plaats. Voor de komende jaren willen we met het IHP het huidige tempo van uitvoering van projecten vasthouden, daarbij blijven we streven naar een gemiddelde levensduur van 60 jaar. Om inzicht te geven in de benodigde financiële middelen is een financiële vertaling gemaakt op basis van de normbedragen, zoals die zijn vastgelegd in de verordening onderwijshuisvesting. Het totaal benodigde investeringsbudget om de voorstellen in dit IHP te realiseren voor de periode 2024-2034 bedraagt op basis van prijspeil 2026 € 464 miljoen euro: € 197 miljoen voor het primair onderwijs, € 26 miljoen speciaal onderwijs/SBO-onderwijs en € 154 miljoen voor voortgezet onderwijs. Daarnaast moet rekening worden gehouden worden met een investeringsbehoefte van € 47 miljoen ten behoeve van kleinere voorzieningen in de huisvesting. Dit betreffen bijvoorbeeld kosten voor uitbreidingen, grondkosten, sloopkosten of onvoorziene verbouwkosten.

Ook wordt er € 40 miljoen gereserveerd voor nog op te voeren onderzoekslocaties. Tot 2030 is er naar verwachting voldoende dekking om de benodigde investeringen te financieren. Voor de periode daarna zal het college een dekkend begrotingsvoorstel doen. Het streven is om het investeringsniveau in lijn te houden met de uitgangspunten van het IHP, zodat de gemiddelde gebruiksduur van de schoolgebouwen uitkomt op 60 jaar en de gemeente kan blijven voldoen aan haar wettelijke taak om te zorgen voor goede schoolgebouwen. Nu zijn scholen gemiddeld 35 jaar oud en worden ze circa 60 jaar gebruikt. Uitgaande van het voorgestelde stabiele vervangingstempo, blijft de vastgoedportefeuille op orde. 6.

Extra disclaimer

De ontwikkeling naar inclusief onderwijs, de aanstaande wetswijziging doelmatige en planmatige aanpak scholen, nieuwe regelgeving rondom scholen onder de opheffingsnorm, de krimp in leerlingenaantallen en meerdere huisvestingsverzoeken voor nieuw te stichten scholen dwingen ons om komende periode samen met de schoolbesturen integraal naar de Haagse onderwijshuisvestingsopgave te kijken. Dit maakt dat er komende jaren een flinke omslag kan komen in de benutting van het Haags schoolgebouwenbestand. Schoollocaties kunnen worden samengevoegd in één gebouw, er kunnen locaties vrijkomen of worden vrijgespeeld of schoolgebouwen worden intensiever en efficiënter benut dan voorheen. Ook zal voor veel projecten nog niet duidelijk zijn of het om vervanging of renovatie gaat. Al deze factoren zijn van invloed op het toekomstperspectief van een schoolgebouw en daardoor kunnen investeringsplannen wijzigen. Schoolbesturen is gevraagd om, ter voorbereiding op de actualisatie van het IHP in 2028, gezamenlijk een integrale visie te vormen op deze thema’s. We doen nu samen met de schoolbesturen een vooruitblik met de kennis die we hebben. Dit maakt dat, met name voor de latere jaren, het IHP nog zeer indicatief is.

12/13

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11057442

Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 16 juni 2026, besluit: I.

de hierboven genoemde wijzigingen van het Integraal huisvestingsplan onderwijs Den Haag 2024-2034 vast te stellen en te bepalen dat deze wijzigingen de betreffende gedeeltes uit het Integraal huisvestingsplan onderwijs Den Haag 2024-2034 vervangen of aanvullen;

II.

te bepalen dat de uitvoering en bekostiging van de voorstellen uit het Integraal huisvestingsplan gefaseerd zal plaatsvinden binnen het jaarlijks door burgemeester en wethouders, overeenkomstig de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015, vast te stellen Programma Onderwijshuisvesting;

III. te bepalen dat aanvragen voor voorzieningen, die door schoolbesturen op grond van de onder II genoemde Verordening worden ingediend en zijn gebaseerd op Integraal huisvestingsplan, overeenkomstig het bepaalde in die Verordening worden beoordeeld. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van De griffier,

De voorzitter,

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17093415/2