CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325566 locaties met Duomix-halfverhardingen

Commissie Leefomgeving 18 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken3.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de algemene raadscommissie (Leefomgeving)

DSB/11062300 RIS325566 Contactpersoon

Jeffrey de Jong Dienst

Dienst Stadsbeheer Afdeling

DSB BAS Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

11 juni 2026

jeffrey.dejong@denhaag.nl

Onderwerp

Locaties met Duomix-halfverhardingen

Geachte voorzitter, De gemeente hecht grote waarde aan een veilige leefomgeving en aan het beschermen van volksgezondheid en milieu. In dat licht zijn zorgen geuit over het gebruik van Duomix; een halfverharding waarin een mengsel van LD-slakken1 en hoogovenslakken is verwerkt. Op een aantal locaties is dit reeds vervangen. Tijdens de commissievergadering Leefomgeving van 20 maart 2025 (toezegging 876) is verzocht om te onderzoeken op welke andere locaties dit materiaal is toegepast, wat de vervolgstappen zijn en welke aanpak per locatie passend en verantwoord is. De uitkomsten van dit onderzoek leest u in deze brief. Hiermee wordt de toezegging als afgedaan beschouwd. Landelijke ontwikkelingen Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) hebben de afgelopen jaren herhaaldelijk gewaarschuwd voor mogelijke milieu- en gezondheidsrisico’s bij het gebruik van staalslakken. Mede naar aanleiding van deze signalen reageerde de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in 2025 met vier Kamerbrieven, gericht op het komen tot een concrete en landelijk gedragen aanpak, en daarnaast met één brief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan onder andere alle gemeenten. 1.

Kamerbrief van 21 juli 2025 ‘Tijdelijke regeling staalslakken (pauzeknop)’ Met deze brief is een tijdelijke stop van één jaar ingesteld op het gebruik van LD/ELO‑staalslakken2 in toepassingen waarbij direct contact met mens, dier of water mogelijk is. Aanleiding hiervoor waren zorgen over mogelijke risico’s, zoals het vrijkomen van schadelijke stoffen bij blootstelling aan regen- of grondwater. Concreet betekent dit dat producten met staalslakken niet meer mogen worden toegepast in een laagdikte van meer dan 0,5 meter, of op ‘gevoelige locaties’ waar inname, inhalatie of huid‑, mond‑ of oogcontact niet kan worden uitgesloten, zoals bij halfverhardingen op fiets‑ en wandelpaden of speelplekken. Deze tijdelijke regeling geeft echter nog geen richting voor de omgang met reeds bestaande toepassingen.

1 LD-staalslakken zijn steenachtige restproducten die vrijkomen bij de productie van staal via het Linz-Donawitzproces

(LD-proces). 2 ELO-staalslakken zijn een bijproduct dat vrijkomt bij de productie van staal uit schroot via het elektrostaalprocédé.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11062300

Gedurende de looptijd van de tijdelijke regeling voert het RIVM onderzoek uit om een beter beeld te krijgen van de risico’s van het toepassen van staalslakken voor mens en milieu. Dit onderzoek is bedoeld om de risico’s zorgvuldig in kaart te brengen en daarmee de basis te leggen voor de benodigde structurele maatregelen voor een verantwoorde toepassing ná afloop van de tijdelijke regeling. 2.

Kamerbrief van 22 september 2025 ‘Herijking bodemregelgeving en staalslak’ In deze brief kondigt de staatssecretaris aan in overleg te gaan met betrokken partijen (overheden en bedrijven) om de vervolgstappen te concretiseren. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de verdere uitwerking van het tijdelijke verbod en aan de aanpak van lokale problematiek. Voor de toekomst wordt gewerkt aan een stevig beleidskader voor de gehele keten van secundaire bouwstoffen, zodat verantwoord gebruik beter kan worden geborgd.

3.

Brief van 2 december 2025 van het Rijk aan gemeenten ‘Vaststelling circulair materialenplan’ Hierin wordt aangegeven dat gemeenten geen generiek verbod of generieke vergunningplicht voor staalslakken mogen afkondigen. Verder is per december 2025 het Circulair Materialenplan (CMP) in werking getreden, dit als vervanger van het Landelijke Afvalbeheerplan (LAP3) en wat als kader dient voor besluiten en decentrale regels over afvalstoffen.

4.

Kamerbrief van 16 december 2025 ‘Beslisnota Kamerbrief staalslak en beleidskader secundaire bouwstoffen’ Hierin wordt aangegeven dat wordt gewerkt aan een nieuwe visie op secundaire bouwstoffen, die voor de zomer van 2026 gereed zal zijn. Op basis daarvan worden concrete maatregelen uitgewerkt, zodat een samenhangend pakket aan ketenmaatregelen kan worden vastgesteld. De gemeente Den Haag neemt deel aan de landelijke klankbordgroep secundaire bouwstoffen. Daarnaast is de Taskforce Bestaande Toepassingen Staalslak (TBTS) opgericht, met twee doelen: 1. het risicogericht inventariseren van bestaande toepassingen van staalslakken en het treffen van passende maatregelen waar sprake is van evident risicovolle situaties voor mens en milieu; 2. het gezamenlijk beschikbaar maken van relevante kennis over de toepassing van staalslakken en eventuele risico’s voor burgers en bedrijven.

5.

Kamerbrief van 13 maart 2026 ‘Decentrale bevoegdheden staalslak’ In deze brief wordt door de minister teruggekomen op de brief van 2 december 2025 in de eerder opgelegde beperkingen aan de decentrale overheden. Gemeenten behouden volledig de mogelijkheid om maatwerkregels te stellen voor het toepassen van secundaire bouwstoffen, op basis van locatiespecifieke kenmerken en ter bescherming van mens en milieu. Het CMP vraagt uitsluitend om een zorgvuldige afweging per materiaal en per locatie en ontmoedigt generieke verboden. Het staat bevoegde gezagen vrij om lokaal beleid vast te stellen op basis van locatiespecifieke kenmerken ter bescherming van mens en milieu. Voor staalslak geldt los van het CMP een tijdelijk landelijk verbod of vergunningplicht voor nieuwe toepassingen (tot juli 2026, mogelijk verlengd tot januari 2027). Hierdoor zijn aanvullende lokale maatregelen voor nieuwe toepassingen op dit moment niet nodig. Het Rijk werkt aan scenario’s voor de periode na afloop van deze tijdelijke regeling. Voor bestaande toepassingen ondersteunt de gemeente en bundelt kennis op dit onderwerp. Zowel de VNG als het Rijk zitten op één lijn. Beide partijen benadrukken dat snelle duidelijkheid nodig is voor bestuurders en dat het CMP geen inperking vormt van lokale bevoegdheden.

2/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11062300

Ontwikkelingen bij andere gemeenten Naast de landelijke ontwikkelingen in de regelgeving rond het gebruik van staalslakken in de openbare ruimte wordt actief gekeken naar de aanpak van andere G4-gemeenten. Uit deze vergelijking blijkt dat Den Haag vooroploopt in het nemen van besluiten en het treffen van maatregelen voor zowel de toepassing als het verwijderen van staalslakken in halfverhardingen en open verhardingen. Omdat ook andere gemeenten met vergelijkbare vragen en onzekerheden te maken hebben, vindt structurele uitwisseling van kennis en expertise plaats. Een belangrijke gezamenlijke constatering is dat er vanuit de nationale regelgeving nog onduidelijkheid bestaat over de omgang met bestaande toepassingen van staalslakken. Hoewel inmiddels is vastgesteld dat staalslakken niet langer mogen worden toegepast als halfverharding en open verharding, waaronder zowel de bovenlaag als de onderliggende funderings- en draaglagen, in de openbare ruimte, is er nog geen landelijk kader voor situaties waarin het materiaal al is verwerkt. Deze lacune in de regelgeving maakt het noodzakelijk dat gemeenten onderling afstemmen en gezamenlijk optrekken in het ontwikkelen van een zorgvuldige, uitvoerbare en proportionele aanpak. Vereniging Nederlandse Gemeenten De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) beschouwt de huidige situatie als onvoorzienbaar en onwenselijk.

Geen van de betrokken partijen kan hiervoor volledig verantwoordelijk worden gehouden, terwijl de gevolgen wel leiden tot aanzienlijke incidentele lasten die moeten worden opgebracht. De VNG verwacht dan ook dat landelijk gezien vrijwel alle gemeenten meerdere locaties hebben waar staalslakken om die reden moeten worden verwijderd. De kosten verschillen per locatie en variëren van enkele tienduizenden tot enkele miljoenen euro’s. Gemeenten worden daarmee geconfronteerd met aanzienlijke financiële lasten. Er zijn door het Rijk nog geen middelen beschikbaar gesteld voor de cofinanciering van de verwijdering van staalslakken. Omdat gemeenten deze kosten niet zelfstandig kunnen dragen, heeft de VNG het Rijk opgeroepen om een landelijk compensatiefonds in te stellen. Dit fonds moet in ieder geval voorzien in financiële ondersteuning voor gemeenten bij het verwijderen van staalslakken en hen op de hoogte houden van de voortgang en resultaten van de landelijke gesprekken. Tijdens de VNG Bestuurdersdag is een intentieverklaring ondertekend voor een taskforce waarin de VNG, IenW, IPO en UvW gaan werken aan een oplossing voor de kosten die gemeenten moeten maken voor het verwijderen van staalslakken. Gezien de landelijke ontwikkelingen en de lopende gesprekken over nadere afspraken rondom het verwijderen van staalslakken, wordt geadviseerd de lijn van de VNG te volgen.

Dit houdt in dat: 1. de gemeente het materiaal niet langer toepast; 2. en de gemeente in kaart brengt waar het materiaal is gebruikt. Voorzorgsbeginsel Op grond van de beschikbare informatie over mogelijke milieu- en gezondheidsrisico’s heeft het college gebruik gemaakt van het voorzorgsbeginsel. Het voorzorgbeginsel betekent dat er maatregelen kunnen worden genomen als er op basis van de best beschikbare informatie redelijke gronden zijn om te vrezen voor de volksgezondheid en ernstige en/of onomkeerbare milieuschade. Zie hiervoor de commissiebrief ‘Locaties halfverhardingen toegepast met Duomix’ (RIS321399). Het college is verder van mening dat we zorgvuldig moeten omgaan met het (bodem)milieu. De Omgevingsdienst Haaglanden (hierna ODH) en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Haaglanden (hierna GGD) geven aan dat het materiaal een bouwstof betreft die is goedgekeurd conform het Besluit bodemkwaliteit. Tegelijkertijd wijzen zij erop dat er gezondheidsrisico’s kunnen optreden, zoals geïrriteerde ogen en luchtwegen, bloedneuzen en huidirritatie bij direct contact. Dit betreft met name contact via de handen — vooral voor kinderen een risico — of inname via mond of lucht, bijvoorbeeld

3/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11062300

door het inademen van opwaaiend stof. Daarnaast kunnen (water)bodemverontreinigingen ontstaan, zoals door het uitlogen van zware metalen naar grond- en oppervlaktewater en verhoogde pH-waarden, wat het lokale bodemleven en de vegetatie kan verstoren. Daarom worden producten die voornamelijk bestaan uit staalslakken niet meer toegepast binnen halfverhardingen en open verhardingen. Verder heeft het college besloten (RIS321399, locaties halfverhardingen toegepast met Duomix) dat alle vormen van AEC-bodemas3, LD-staalslakken en hoogovenslakken in `niet-gebonden´ vorm niet zijn toegestaan in situaties met halfverhardingen, openverhardingen en funderingslagen. Dit geldt nadrukkelijk voor de gehele constructieve opbouw van de halfverharding en open verhardingen, waaronder zowel de bovenlaag als de onderliggende funderings- en draaglagen. Om schade aan milieu of volksgezondheid te voorkomen heeft het college besloten dat een halfverharding en open verharding, in al haar lagen, uitsluitend mag bestaan uit 100% natuurlijke materialen en/of gerecycled beton en/of metselpuin. Hiermee is gewaarborgd dat alleen veilige en natuurlijke materialen worden toegepast bij het aanleggen van halfverhardingen en open verhardingen in de openbare ruimte van Den Haag.

Het Handboek Openbare Ruimte, waarin de specificaties staan voor onder andere materiaalgebruik in de openbare ruimte, is hierop inmiddels aangepast. Onderzoeksopzet locaties Om te bepalen waar zich in Den Haag in de openbare ruimte locaties bevinden waarbij Duomix (staalslakken) als halfverharding (zowel in de toplaag als fundering) is toegepast heeft nader kwalitatief veld- en laboratoriumonderzoek plaatsgevonden door onderzoeksbureaus IDDS, Beindorff CW en Normec Wegenbouw laboratorium B.V.. Van belang om te weten is dat er geen specifiek protocol voorhanden is voor onderzoek naar LD-staalslakken in (half)verhardingen. Voor dit onderzoek is aansluiting gezocht bij de CROW-publicatie 210, ‘richtlijn omgaan met vrijkomende asfalt’. Er is een zorgvuldig kwalitatief (veld)onderzoek uitgevoerd met als doel om vast te stellen of deze halfverhardingen in overwegende mate bestaan uit LD-staalslakken. Er is gebruik gemaakt van de magneetmethode met een Neodymium magneet (supermagneet). Als de grond, in de vorm van zand of grind, aan de magneet plakt of de magneet zich naar de grond toe trekt, kan worden geconcludeerd dat er magnetisch materiaal ligt. Van belang om hierbij op te merken is dat er vrijwel geen andere materialen zijn die als dergelijke bouwstof worden gebruikt met zulke magnetische eigenschappen, en die net zo magnetisch zijn als staalslakken.

De onderzoeksopzet is als volgt opgebouwd; • veldonderzoek door middel van een visuele inspectie van de verharding; • plaatsen van grondboringen ter beoordeling en de opbouw; • ter plekke beoordelen of magnetisme wordt waargenomen in de constructie; • bemonstering van de aanwezige verhardings- en/of fundatiematerialen; • analytisch laboratoriumonderzoek door middel van een magneetproef. Overzicht van de onderzochte potentieel verdachte locaties • In een eerste verkennende fase is onderzocht op welke locaties wijdverspreid in de openbare ruimte halfverhardingen mogelijk bestaan uit LD-staalslakken. Op basis van dit onderzoek zijn de potentieel verdachte locaties in kaart gebracht.

3 AEC-bodemas is de korrelige reststof die achterblijft na de verbranding van huishoudelijk- en bedrijfsafval in een

Afvalenergiecentrale (AEC)

4/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11062300

•

In totaal zijn 34 locaties aangemerkt als `verdacht´, omdat daar niet met zekerheid kon worden vastgesteld of de halfverharding uit LD-staalslakken bestaat. Voor alle overige locaties is met zekerheid aangetoond dat deze niet bestaan uit staallakken. Van deze 34 locaties is in 2025 voor 11 locaties aanvullend onderzoek uitgevoerd. Daaruit bleek dat op 5 van deze 11 locaties staalslakken zijn toegepast. Het betrof locaties waar mensen langdurig verblijven en dus eerder in contact kunnen komen met het materiaal, zoals kinderspeelplaatsen, trapveldjes en andere speel- of sportplekken. Omdat de effecten van langdurige blootstelling aan staalslakken nog onvoldoende bekend zijn, is destijds besloten deze 5 locaties direct te vervangen. Na deze vervangingsronde blijven 23 potentieel verdachte locaties over voor nader onderzoek.

•

•

In tabel 1. is weergegeven om welke 5 locaties het gaat. Het materiaal op deze locaties is inmiddels vervangen door een halfverharding bestaande uit natuurlijke materialen. Dit is in lijn met het handboek openbare ruimte. De totale kosten voor de uitgevoerde werkzaamheden bedragen € 147.515,- en zijn gedekt uit programma 9 Buitenruimte. Locaties toegepast met

Type locatie

Stadsdeel

staalslakken

Staalslakken aangetroffen

Vervangen

1.

Koningin Sophiepark

Jeu-de-boulesbaan

Haagse Hout

Ja

Ja

2.

Loudonstraat naast 95

Jeu-de-boulesbaan

Haagse Hout

Ja

Ja

3.

Ruychrocklaan

Jeu-de-boulesbaan

Haagse Hout

Ja

Ja

4.

Wijkpark De Horst

Speeltuin

Haagse Hout

Ja

Ja

5.

Vlietpark / New York singel

Speeltuin

Escamp

Ja

Ja

Tabel 1. Overzicht 5 (van de 11) locaties toegepast met staalslakken.

•

Voor de 23 overgebleven locaties (34 minus 11 reeds onderzochte locaties) blijkt uit het aanvullende onderzoek dat op 17 van deze locaties daadwerkelijk LD-staalslakken aanwezig zijn. Het totale oppervlak waar staalslakken is aangetroffen bedraagt circa 69.467 m². In onderstaande tabellen is weergegeven om welke 17 locaties met halfverhardingen het gaat.

•

Staalslakken aangetroffen, alleen in de toplaag Locatie

Stadsdeel

Oppervlakte in m²

1.

Anna van Saksenlaan

Haagse Hout

315

2.

Arendsdorp – Oostduin (groengebied)

Haagse Hout

3.560

3.

Burnierstraat

Haagse Hout

420

4.

Floris Gijpstraat

Haagse Hout

3.200

5.

Josef Israëlplein (Rosarium)

Haagse Hout

3.200

6.

Op het dijkje langs de N14

Haagse Hout

35 10.730 m²

5/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11062300

Staalslakken aangetroffen, in de toplaag en fundering Locatie

Stadsdeel

Oppervlakte in m²

7.

De Uithof (groengebied)

Escamp

11.477

8.

Zuiderpark (groengebied)

Escamp

270

9.

Clingendael (groengebied)

Haagse Hout

22.590

10.

Goetlijfstraat

Haagse Hout

2.950

11.

Isabellaland

Haagse Hout

3.150

12.

Le Grandweg

Haagse Hout

1.170

13.

Margarethaland

Haagse Hout

900 42.507 m²

Staalslakken aangetroffen, alleen in de fundering Locatie

Stadsdeel

Oppervlakte in m²

14.

Boslaan

Haagse Hout

420

15.

Floris Arntzeniusplein

Haagse Hout

950

16.

St. Hubertusweg (groengebied)

Scheveningen

4.250

17.

Westduinpark (groengebied)

Segbroek / Scheveningen

10.610 16.230 m²

Tabel 2. Overzicht 17 (van de 23) locaties toegepast met staalslakken.

De gemaakte onderzoekskosten bedragen € 120.000,- en zijn gedekt uit programma 9 Buitenruimte. De kosten voor het vervangen van de volledige constructie (fundering en afwerkingslaag) zijn nog niet definitief vastgesteld. Op basis van de reeds onderzochte locaties worden deze geraamd op een bedrag tussen de vijftien en twintig miljoen euro. Overige gemeentelijke locaties Naast de bovengenoemde 23 locaties zijn ook gemeentelijke locaties onderzocht met een publieke functie. Het gaat om 18 volkstuincomplexen en 10 stadsboerderijen en natuur- en milieueducatiecentra (NME). • Stadsboerderijen en NME-centra — Op deze 10 locaties zijn geen halfverhardingen aangetroffen. Daarmee is uitgesloten dat hier staalslakken aanwezig zijn. • Volkstuincomplexen — Op 2 van de 18 volkstuincomplexen zijn halfverhardingen aangetroffen die als verdacht zijn aangemerkt. Uit kwalitatief veldonderzoek blijkt dat deze halfverhardingen daadwerkelijk bestaan uit LD-staalslakken. Het totale oppervlak waar staalslakken is aangetroffen bedraagt circa 3.556 m².

6/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11062300

Staalslakken aangetroffen, in de toplaag en fundering Locatie

Stadsdeel

Oppervlakte in m²

1.

Volkstuincomplex Nut en Genoegen

Escamp

256

2.

Volkstuincomplex De Uithof

Escamp

3.300 3.556 m²

Tabel 3. Overzicht 2 (van de 18) volkstuinlocaties toegepast met staalslakken

De kosten voor het vervangen van de volledige constructie (fundering en afwerkingslaag) zijn nog niet definitief vastgesteld. Op basis van de reeds onderzochte locaties worden deze geraamd op een bedrag van circa één miljoen euro. De gemaakte onderzoekskosten bedragen € 20.000,-, en zijn gedekt uit programma 9 Buitenruimte. Adviezen van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Haaglanden (GGD) en Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) De onderzoeksresultaten zijn voorgelegd aan zowel de GGD als de ODH. Deze organisaties is gevraagd advies uit te brengen over de mogelijke risico’s voor respectievelijk de volksgezondheid en de gevolgen voor het milieu. en de te nemen stappen. Bij het opstellen van de werkwijze en het handelingsperspectief is rekening gehouden met deze adviezen. Advies van de Omgevingsdienst Haaglanden De ODH adviseert om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan de GGD. Afhankelijk van de mate waarin het materiaal is gebonden (sterk gebonden of juist stofvormend of los materiaal dat kan worden meegenomen onder schoenen) en de kenmerken van de specifieke locatie, kan de GGD per locatie een afweging maken over de mogelijke gezondheidsrisico’s. Eventuele nodige aanpak van verhardingen zal gericht moeten zijn op het wegnemen van risico’s voor het milieu. Dit kan door verwijderen, maar mogelijk ook door het afdekken van dergelijke verhardingen.

Advies van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Haaglanden De GGD adviseert om bewoners uit voorzorg te beschermen en te informeren over mogelijke gezondheidsrisico’s van het materiaal. Op locaties waar gebruikers direct in aanraking kunnen komen met de staalslakken, wordt geadviseerd de verharding te vervangen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen de bovenlaag (direct contact) en de onderlaag van de halfverharding. Omdat het materiaal op veel locaties al jarenlang ligt, is de onderlaag doorgaans samengedrukt en betreft het vooral de bovenlaag (het oppervlak). Volgens de GGD is de kans op directe gezondheidsrisico’s klein op de onderzochte locaties waar nog geen vervanging heeft plaatsgevonden. Er is op dit moment geen aanleiding om direct maatregelen te nemen op locaties waar het materiaal stabiel en in vaste vorm aanwezig is en mensen niet direct in contact komen met het materiaal, zoals bij een speeltuin of jeu de boulesbaan. Denk hierbij aan direct contact via de handen of inname via mond of lucht, bijvoorbeeld door het inademen van opwaaiend stof. Wel is het belangrijk dat de gemeente de situatie blijft monitoren. Wanneer er signalen, meldingen of klachten binnenkomen, is het noodzakelijk dat de gemeente hier adequaat op reageert.

Mogelijke maatregelen Mede op basis van de adviezen van zowel de GGD als de ODH wordt geadviseerd om per locatie een zorgvuldige aanpak te hanteren, die de risico’s voor de volksgezondheid en het milieu zoveel mogelijk beperkt.

7/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11062300

Deze locatiegerichte werkwijze maakt het mogelijk om een prioritering aan te brengen en per situatie een passende en proportionele maatregel te bepalen, in lijn met de gezondheidskundige en milieutechnische inzichten. Hiermee wordt geborgd dat de nader te kiezen aanpak uitvoerbaar, verantwoord en doelmatig is. Vervangingswerkzaamheden worden geprioriteerd op basis van risico’s, omvang en gebruiksintensiteit. • Hoogste prioriteit: locaties waar de mogelijke kans op gezondheidsrisico’s en milieu hoog is. • Daarna: doorgaande voetgangersroutes met een hoge gebruiksintensiteit. • Lagere prioriteit: recreatieve paden en locaties met beperkt gebruik. Voor het vervangen of veiligstellen van halfverhardingen waarin staalslakken zijn toegepast, worden vier specifieke maatregelen onderscheiden. 1.

Handhaven van de bestaande situatie De bestaande halfverhardingen waarin staalslakken zijn toegepast, blijven vooralsnog liggen. Zodra de nationale regelgeving duidelijkheid biedt over de omgang met reeds gerealiseerde toepassingen, kan de verdere aanpak worden bepaald. In de tussentijd wordt gemonitord of er risico’s zijn op blootstelling. Dit gebeurt onder meer door het volgen van meldingen over klachten van inwoners en hier waar nodig en mogelijk tijdig op te anticiperen.

2.

Volledige vervanging van de halfverharding Bij deze maatregel worden zowel de bovenlaag als de onderlaag volledig verwijderd en vervangen. Afhankelijk van de locatie kan worden gekozen voor het opnieuw aanbrengen van halfverharding of het definitief verwijderen van het oppervlak. Deze optie is passend wanneer het materiaal los ligt, stofvorming optreedt, wanneer sprake is van intensief gebruik of de kans op risico voor volksgezondheid en milieu groot is.

3.

Vervanging van alleen de toplaag Hierbij wordt de bovenste 5 tot 10 cm van de halfverharding verwijderd en vervangen door nieuw materiaal. Deze maatregel is geschikt wanneer de onderlaag stabiel en samengedrukt is en de risico’s zich vooral in de bovenlaag bevinden.

4.

Oplagen van de bestaande situatie Bij deze maatregel wordt bovenop de bestaande halfverharding een nieuwe laag van circa 5 cm aangebracht. Dit is een geschikte oplossing wanneer het materiaal stabiel ligt en het risico vooral zit door direct contact met de bovenlaag. Deze optie is met name passend voor locaties in groengebieden.

Voor iedere locatie kan een afzonderlijke afweging worden gemaakt in de te nemen maatregel, waarbij in ieder geval wordt gekeken naar de volgende aspecten: • het type locatie en beoogde gebruik; • de aanwezigheid van staalslakken in de boven- en/of onderlaag; • de intensiteit van gebruik van de halfverharding. Communicatie richting belangenorganisaties, bewoners en volkstuincomplexen In samenwerking met de GGD en de ODH is een communicatielijn opgesteld voor de wijze waarop inwoners worden geïnformeerd over de mogelijke risico’s. Tot op heden zijn er geen meldingen van gezondheidsklachten ontvangen over locaties waar deze producten zijn toegepast.

8/9

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11062300

Om de transparantie over dit onderwerp verder te vergroten, komt op de gemeentelijke website; https://www.denhaag.nl/nl/natuur-en-milieu/water-en-bodem/vervangen-van-duomix/ relevante en actuele informatie over de locaties met halfverhardingen en open verhardingen waar staalslakken zijn gebruikt en welke maatregelen (indien nodig) worden genomen. Daarnaast biedt de GGD via; https://ggdleefomgeving.nl/schadelijke-stoffen/staalslakken/ informatie over de risico’s en de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid. Met de besturen van de twee volkstuinverenigingen waar staalslakken zijn geconstateerd, wordt op korte termijn overleg gevoerd over de bevindingen en het vervolgproces. Tot slot Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er meerdere locaties zijn waar in het verleden staalslakken zijn toegepast. De adviezen van GGD en ODH laten zien dat er op dit moment geen locaties zijn waar acute risico’s voor de volksgezondheid of het milieu aanwezig zijn. Het college heeft vanuit de zorgplicht al besloten om bij werkzaamheden met halfverhardingen geen staalslakken meer toe te passen. Er zijn geen middelen beschikbaar om preventief staalslakken op locaties te verwijderen. In lijn met het advies van de VNG wordt voorgesteld om de uitkomsten van de lopende gesprekken tussen VNG, IenW, IPO en UvW af te wachten. Op basis daarvan kunnen nadere afspraken worden gemaakt.

Ook wordt dan duidelijk of er een compensatiefonds wordt ingesteld om de kosten voor de uitvoering van eventuele maatregelen te kunnen dekken. De gemeente Den Haag zal in dit kader oproepen tot een landelijk algemeen verbod op het gebruik van staalslakken als halfverharding, openverharding en in funderingslagen in de openbare ruimte. Hiermee sluit de gemeente aan bij de bredere wens om tot uniforme landelijke regelgeving te komen en toekomstige risico’s te voorkomen. Mocht in de tussentijd blijken dat zich op specifieke locaties wél acute risico’s voor de gezondheid of het milieu voordoen, en de GGD en/of ODH ingrijpen noodzakelijk achten, dan zal de gemeente uiteraard direct de benodigde maatregelen treffen om deze risico’s te beheersen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17064237/1