RIS325564 Bijlage beantwoording technische raadsvragen programmarekening 2025
Tekst van het document
Vragenronde: Programmarekening 2025 Aangemaakt op: 11-06-2026 08:57 Totaal: 297 pagina's Gesorteerd op volgnummer (oplopend gesorteerd) Geselecteerd op status Beantwoord Geselecteerd op coordinator: Charmy Macknack
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
1
Nvt
05
In de programmarekening staat over HKCP: “De regeling is erg in trek en werd ruim overvraagd.”
52
Pag. 2
Welk bedrag is er nodig geweest vorig jaar om alle positief beoordeelde aanvragen te kunnen honoreren? En is de zogenoemde zaaglijn bij deze subsidieregeling een structureel probleem?
D66 1
Bij HKCP werden inderdaad subsidieaanvragen die op zichzelf positief werden beoordeeld, als gevolg van budgettaire beperkingen niet gehonoreerd (zogenoemde aanvragen onder de "zaaglijn"). Dat is inderdaad structureel aan de orde. Het budget dat nodig zou zijn geweest om alle positief beoordeelde aanvragen te honoreren in 2025 was € 1.116.075,00. Tegenover het beschikbare budget van € 750.000,00.
2
Nvt
05
52
Over de Makersregeling: hoeveel makers zijn er in 2025 ondersteund vanuit deze regeling?
D66 2
Er zijn 35 makers ondersteund in 2025.
3
Nvt
D66
3
05
55
“De werkzaamheden aan Prinsegracht 27 (Koorenhuis) zijn uitgesteld vanwege de onzekere situatie (€ 0,2 mln.)” Heeft de ‘onzekere situatie’ betrekking op het failliet gaan van de exploitant van het Koorenhuis? En wat is dan de reden dat de werkzaamheden aan dit gemeentelijke pand niet kunnen worden uitgevoerd?
De onzekere situatie heeft inderdaad betrekking op het failliet gaan van de exploitant. Daarmee ontstond onzekerheid over de toekomst van het pand. Een alternatief voor een andere huurder had bijvoorbeeld ook mogelijk verkoop kunnen zijn. Investeren in een pand met een onzekere toekomst is niet gewenst en hierom is besloten het onderhoud 1 jaar uit te stellen.
Nr
Stuk
Prog Blz
4
Nvt
05
Vraag
Pag. 3
55 In de begroting 2025 stond:
D66
“Het beleid voor werkruimten voor individuele kunstenaars en kunstenaarscollectieven wordt bijgesteld onder andere aan de hand van een inventarisatie van het gebruik van de huidige werkruimten in gemeentelijk bezit, de vraag naar werkruimtes en de ontwikkelingen op het gebied van vastgoed en in het bijzonder van betaalbare werkruimten.” Hierover staat in de programmarekening niks gemeld. Is deze inventarisatie uitgevoerd en wat is daar het resultaat van? 4
Het broedplaatsenbeleid is eind 2025 vastgesteld, onderdeel van de uitvoering daarvan is dat er een inventarisatie plaatsvindt. Deze is in de loop van 2026 gestart, maar nog niet opgeleverd.
5
Nvt
D66
05
56 In de begroting 2025 staat: “Daarnaast wordt in het Molenvlietpark archeologie zichtbaar gemaakt in de openbare ruimte.” In de programmarekening staat hier niks over opgenomen. Is dit inmiddels gebeurd en zo ja, op welke manier is dit zichtbaar gemaakt?
Nr
Stuk
5
Het zichtbaar maken van archeologie in het Molenvlietpark is begin 2026 gerealiseerd. Binnen de inrichting van het park is archeologie op een herkenbare manier opgenomen in de openbare ruimte. Men kan een QR-code scannen en dan op de telefoon zien wat voor archeologie op deze plek is gevonden en hoe de omgeving er in het verleden uit zag. De officiële opening hiervan vindt op 19 juni plaats, waarmee het archeologisch verhaal van deze plek ook voor bezoekers een expliciete beleving wordt.
6
Nvt
D66
Prog Blz
05
57
Vraag
Pag. 4
In de begroting 2025 staat dat in 2025 extra ruimte komt voor het archief in de Noodzetel. In de laatste voortgangsbrief over de verbouwing Noodzetel van juli 2025 stond dat de verhuizing nog moest starten en dat de raad in het najaar 2025 weer geïnformeerd zou worden. Op dit moment is niet duidelijk wat de actuele stand van zaken is en welke stappen inmiddels zijn gezet. Heeft het Gemeentearchief deze ruimte afgelopen jaar in gebruik kunnen nemen en is het eerdere ruimtegebrek bij het Gemeentearchief hiermee (grotendeels) opgelost?
6
De gemeente neemt in de zomer van 2026 stapsgewijs het depot in gebruik. De archiefkasten zijn inmiddels geplaatst en de laatste technische testen vinden plaats in juni 2026. Daarna kan de verhuizing van archieven en collecties starten en het depot ingericht worden. De uitbreiding van archiefruimte in Depot N biedt (grotendeels) een oplossing voor het ruimtegebrek van het Haags Gemeentearchief. Het is ontworpen om audiovisueel materiaal en andere waardevolle archieven en collecties onder specifieke omstandigheden te bewaren. De archieven en collecties zijn daarmee duurzaam toegankelijk voor de gemeente en het publiek.
Nr
Stuk
Prog Blz
7
Nvt
05
Vraag
Pag. 5
57 In de begroting 2025 lezen we: “In 2025 wordt het concept van de community archivaris verder uitgewerkt, waarbij vrijwilligers uit de stad worden verbonden aan het gemeentearchief en betrokken bij de publieksactiviteiten en acquisitie van archieven.”
D66
Is dit concept inmiddels uitgewerkt en zo ja, wat kunnen we hiervan verwachten? 7
Het concept community archivaris wordt op dit moment uitgewerkt door: Een onderzoek naar welke type collecties en archieven mogelijk ontbreken. Zo kan het HGA gericht acquisitie plegen. Het werken met vrijwilligers uit verschillende gemeenschappen, om materiaal uit particuliere archieven over te brengen naar het archief en te gebruiken in publieksactiviteiten, zoals de tentoonstelling Afro-Surinamers in Den Haag.
8 D66 8
Nvt
05
58 Wanneer kunnen we (het voornemen tot) de aanwijzing van de Post65 monumenten verwachten?
Momenteel worden de potentiële monumenten beschreven, nadat er een onderzoek is gedaan naar de totale voorraad in de stad. Met een aantal eigenaren is al een gesprek gevoerd. De verwachting is dat een eerste deel van de totale lijst wordt voorgedragen in Q4 2026. Doordat participatie in dit traject en andere trajecten veel tijd kost, en het feit dat deze gebouwen anders zijn dan andere periodes die zijn aangewezen, duurt de aanwijzing langer dan bij voorgaande rondes. Landelijk wordt ervaring opgedaan hoe je met te beschermen onderdelen om moet gaan bij deze jonge gebouwen.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
9
Nvt
05
In de begroting stond: “Daarnaast is er een Specifieke Uitkering (SPUK) van 1,32 mln. voor uitbreiding van de openingstijden van de centrale bibliotheek en vestiging Laakkwartier en realisatie van twee bibliotheek vestigingen.”
59
D66
Pag. 6
Enkele vragen over deze SPUK en de uitbreiding van de openingstijden bij deze twee biebs: - Hoe wordt de uitbreiding van de openingstijden gewaardeerd door de bezoekers? Maken er bezoekers gebruik van deze ruimere openingstijden? - SPUKs zijn incidentele middelen. Worden de kosten van de uitbreiding van de openingstijden op een structurele manier gedekt? - Wat betekent de landelijke 10% korting op de SPUKs voor de bibliotheek Den Haag? 9
10 D66
De uitbreiding van de openingstijden wordt goed gewaardeerd door bezoekers. De extra openingstijden worden veel gebruikt, onder andere voor het lenen van boeken, om te studeren en voor activiteiten. Het aantal bezoekers in de Centrale Bibliotheek is in 2025 met ruim 200.000 toegenomen. Voor Laakkwartier is nog geen nieuw bezoekersaantal bekend vanwege de sluiting voor de verbouwing in 2025 (juli-november). De kosten voor deze uitbreiding van de openingstijden zijn structureel gedekt vanuit rijksfinanciering, die volgde op de SPUK. Deze financiering loopt via het gemeentefonds. De SPUK lokale bibliotheekvoorzieningen is een eenmalige regeling geweest. De landelijke korting op de SPUK's heeft geen invloed op deze incidentele middelen. Voor de SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 de 10% korting gecompenseerd, dit is een toezegging van de Staatssecretaris in december 2025 Tweede Kamer. Nvt
05
60 Waarom is het aantal deelnemende leerlingen aan cultuureducatie lager uitgevallen dan begroot? Zowel in PO als VO.
Nr
Stuk
10
Hier is niet één antwoord op te geven. Uit gesprekken met scholen komt naar voren dat personeelstekort in het primair onderwijs en de vele wisselingen daar het moeilijk maakt cultuuronderwijs te verankeren en om als externe partner de scholen te bereiken. De sterke nadruk op taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid maakt ook dat scholen minder tijd besteden aan cultuuronderwijs. In het voortgezet onderwijs schommelen de aantallen altijd wel. Ook hier is niet één reden te vinden, maar een combinatie van factoren. De extra NPO-gelden die scholen konden aanvragen voor doe-activiteiten werden nog niet altijd aangevraagd omdat dit relatief nieuwe middelen waren en VO-scholen hier (ondanks de inzet op informatieverstrekking) niet altijd alert op waren of tijd voor konden vinden. Ook hier speelt een combinatie van factoren zoals het lerarentekort en een veelheid aan problematieken, waardoor er een lichte daling is ontstaan.
11
Nvt
D66
Prog Blz
05
Vraag
Pag. 7
61 “De realisatiewaarden zijn gebaseerd op het jaar voorafgaand aan het verslagjaar en ontleend aan de verantwoordingen die instellingen na afloop van het jaar indienen. Deze gegevens worden vervolgens verwerkt. Door deze werkwijze zijn de cijfers niet tijdig beschikbaar voor de programmarekening van dat jaar en bovendien niet altijd volledig.” Dit lijkt vanwege de systematiek een structureel probleem. Is er met de instellingen besproken of en hoe de cijfers wel tijdig voor de programmarekening konden worden aangeleverd? Op welke manier kunnen deze indicatoren worden aangepast zodat we wel een goed beeld kunnen krijgen?
Nr
Stuk
Prog Blz
11
Dit is inderdaad een structureel probleem. De gegevens worden in principe jaarlijks voor 30 april aangeleverd door de culturele organisaties. Dit is op zichzelf al niet op tijd om mee te nemen in de programmarekening. Daarnaast speelt mee dat organisaties soms uitstel aanvragen voor het aanleveren van de gegevens. De meest voorkomende reden is dat de accountantscontrole op de jaarrekening voor alle gesubsidieerde organisaties ongeveer tegelijk plaatsvindt. Indien een accountant onverhoopt uitvalt door ziekte, leidt dat ertoe dat er meerdere organisaties niet op tijd hun jaarstukken kunnen aanleveren. Daarnaast is het handmatig verwerken van deze gegevens van tientallen organisaties foutgevoelig en afhankelijk van interpretatieverschillen bij het invullen van het formulier. Als een medewerker van een culturele organisatie het ene jaar gratis bezoekers meetelt bij het totaal, en het jaar daarop betaalde en gratis bezoekers uitsplitst (of bijvoorbeeld een activiteit voor jongeren in de vrije tijd bij de deelnemers cultuureducatie), is dat niet achteraf te corrigeren. Tot slot speelt mee dat bezoekcijfers om verschillende redenen kunnen fluctueren. Een museum kan het ene jaar een blockbuster tentoonstelling hebben, en het jaar erop minder bezoekers trekken. Ook economische ontwikkelingen, zowel lokaal als internationaal kunnen meespelen.
De indicatoren zijn vastgesteld door uw raad en worden daarom met deze disclaimer aangeleverd voor de jaarrekening. Het college kan op verzoek van de raad een voorstel doen voor andere indicatoren.
12
Nvt
01
21
D66 12
Vraag
Pag. 8
In de begroting 2025 staat een onttrekking aan het raadsinitiatievenfonds opgenomen van 179.000. In de programmarekening staat uiteindelijk een onttrekking van 9.000 euro. Klopt het dat dit de verbouwing van de commissiezaal betreft en wat is de reden dat het begrote budget niet is besteed?
De geraamde onttrekkingen ten laste van het raadsinitiatievenfonds over 2025 bedroegen totaal € 179.000 onderverdeeld in de volgende posten: - Motie Bijplussen resterende bedrag standbeeld Paul van Vliet. RIS322821 € 9.000. Dit bedrag is in 2025 daadwerkelijk uitgekeerd. - Het Initiatiefvoorstel Dodenmonument Bezuidenhout, herinnering en oproep. RIS 315421 heeft € 120.000 gereserveerd voor de uitvoering. - De Motie GroenGele Schep voor Ondernemers RIS322841 heeft € 50.000 gereserveerd voor de uitvoering. Al deze bedragen hebben geen relatie met de verbouwing van de commissiezaal.
13 D66
Nvt
02
25
De kosten van de tussentijdse Tweede Kamerverkiezing in oktober 2025 waren niet begroot, maar er is geen nadeel zichtbaar in de programmarekening. Klopt het dat de kosten van de uitvoering van deze verkiezing volledig door het rijk zijn gedekt en niet deels uit gemeentelijke middelen?
Nr
Stuk
Prog Blz
13
Nee, door het Rijk is 1,9 mln. gedekt voor de reguliere verkiezingen en 1,2 mln. voor Kiezers Buiten Nederland. Vanuit gemeentelijke middelen is 1,0 mln. gedekt.
14
Nvt
07
72
D66
Vraag
Pag. 9
Het nadeel van 3,3 mln op inburgering wordt hier verklaard door het feit dat inburgeraars langer nodig hebben om in te burgeren dan de geldende termijn van 3 jaar. Is er onderzoek gedaan naar waarom het niet lukt om binnen deze termijn in te burgeren? Heeft dat te maken met (de kwaliteit van) het aanbod of is de termijn niet reëel?
14
Het nadeel op inburgering wordt voornamelijk veroorzaakt door onvoldoende financiering vanuit het Rijk om uitvoering te geven aan de inburgeringswet. Dit heeft te maken met het feit dat de instroom van inburgeraars veel hoger is dan het Rijk heeft ingeschat en begroot. Daarnaast zien we dat inburgeraars langer nodig hebben om in te burgeren dan de wettelijke termijn van 3 jaar. Dit is een landelijk verschijnsel en wordt voor een groot deel veroorzaakt door de intensiteit van de nieuwe wet. Hierdoor is de gestelde termijn vaak niet reëel. Uit het rapport 'Onbenut potentieel’ van de Algemene Rekenkamer blijkt dat het doel van de wet, namelijk tegelijk snel, naar vermogen, aan het werk en de inburgering afsluiten op een zo hoog mogelijk taalniveau niet realiseerbaar is binnen de vastgestelde termijn.
15
Nvt
07
74
Hoeveel sociaal ondernemers hebben zich gevestigd of zijn opgeschaald in 2025 in Den Haag?
D66 15
In totaal zijn er 20 ondernemingen in 2025 opgeschaald.
16
Nvt
D66
08
85
Op sociale basis is een voordeel van 1,1mln ontstaan vanwege onvoldoende uitvoeringscapaciteit bij gemeente en samenwerkingspartners. Waar bij de gemeente en bij welke samenwerkingspartners was er sprake van onvoldoende uitvoeringscapaciteit? Welke activiteiten zijn hierdoor niet of te laat uitgevoerd en wat zijn de mogelijke gevolgen hiervan? Welke maatregelen zijn er genomen om het capaciteitsprobleem bij gemeente en partners aan te pakken?
Nr
Stuk
Prog Blz
16
'- Het voordeel van € 1,1 mln bestaat uit: € 0,6 mln binnen ondersteuning ouderen en mantelzorg, waaronder € 0,3 mln vrijval van subsidies; € 0,3 mln doorschuif van SPUK-gelden naar 2026; € 0,2 mln overige voordelen. - De vrijval van € 0,3 mln aan subsidies betreft subsidies uit subsidiejaar 2024 die in kalenderjaar 2025 definitief zijn vastgesteld. Bij deze vaststellingen is gebleken dat niet alle verleende middelen volledig zijn benut, wat heeft geleid tot een incidenteel financieel voordeel. De precieze oorzaken verschillen per subsidierelatie en zijn niet in alle gevallen eenduidig vast te stellen. Mogelijk hebben factoren zoals personele krapte en druk op de uitvoering hierbij een rol gespeeld. Subsidiepartners zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en verantwoording van de ontvangen middelen. - Daarnaast hangt het voordeel en de beperkte inzet van capaciteit samen met de onzekerheid rondom de voortzetting van landelijke, tijdelijke SPUK-gelden. Deze onzekerheid maakte het noodzakelijk terughoudend en zorgvuldig te plannen op structurele inzet van middelen en capaciteit. Inmiddels is meer duidelijkheid ontstaan over de continuering van middelen, waaronder de AZWA-gelden. Hierdoor ontstaat ruimte om de benodigde capaciteit meer structureel te organiseren en uit te breiden.
17
Nvt
08
98
D66
Vraag
Pag. 10
Bij AV070 wordt een voordeel van 0,2 mln genoemd vanwege een lager aantal gerede kilometers terwijl het aantal pashouders is gestegen. Wat is de verklaring voor het lager aantal gerede kilometers: Worden er kortere ritten aangevraagd of worden er meer ritten gecanceld dan voorheen of is er een andere verklaring?
17
Het aantal actieve gebruikers van het vervoer is stabiel. Er worden minder ritten gereden, waardoor het voordeel is ontstaan. In de aanstaande commissiebrief Stand van zaken doelgroepenvervoer wordt een eerste resultaat gepresenteerd van mogelijkheden tot reserveren van ritten, en wordt aangekondigd om verder onderzoek te doen naar de kwaliteit van het vervoer, waar het reserveren van ritten onderdeel van is.
18
Nvt
D66
08
99
Bij toegang Wijkteams wordt een voordeel van 1,8 mln genoemd vanwege niet-vervulde vacatures. Welke gevolgen heeft deze onderbezetting gehad in de dienstverlening? Is de bezetting op de wijkteams inmiddels weer op het gewenste niveau? Zo niet, welke maatregelen zijn genomen om de gevolgen van deze onderbezetting tot een minimum te beperken?
Nr
Stuk
Prog Blz
18
Het voordeel heeft betrekking op een verschil tussen begroting en realisatie. De begroting is gebaseerd op een vooraf bepaalde formatie van 1-1 t/m 31-12 met als trede 10 voor alle formatieplekken. Uiteraard fluctueert het personeelsbestand gedurende het jaar. Hoewel de Wmo-wijkteams meerdere wervingsrondes hadden, kon vertrekkend personeel niet altijd onmiddellijk worden vervangen. Die wervingstijd werd tijdelijk collegiaal opgevangen binnen de Wmo-wijkteams. Bovendien startten nieuwe medewerkers doorgaans in het begin van hun loonschaal omdat zij weinig of geen ervaring hadden. Er was géén structurele onderbemensing. Evenmin hadden de fluctuaties invloed op de dienstverlening van de Wmowijkteams. Zie ook vraag 140.
19
Nvt
14
198
D66
Vraag
Pag. 11
Kan het tekort door achterblijvende aanvragen op de subsidieregeling leefbaarheid en bewonersparticipatie worden uitgesplitst naar stadsdelen? Blijven de aanvragen in specifieke gebieden achter?
19
Nee, dit kan niet uitgesplitst worden naar stadsdelen. Dit komt doordat de onderbesteding op pagina 198 betrekking heeft op het brede budget voor leefbaarheid en bewonersparticipatie. Dit budget is breder dan enkel de subsidieregeling leefbaarheid en bewonersparticipatie. Ook andere subsidieregelingen zoals de basissubsidie bewonersorganisaties, wijkbussen en sociale initiatieven worden gedekt vanuit dit budget. Naast subsidies verstrekken de stadsdeelorganisaties ook opdrachten om de leefbaarheid en participatie in de stadsdelen te versterken van dit budget. Zowel tijdens het jaar als vooruitlopend op het opvolgende jaar beoordelen de stadsdelen of subsidieplafonds passend zijn of opgehoogd moeten worden. Om een beeld te krijgen van eventuele achterblijvende aanvragen, is gekeken naar de beschikbare (globale) cijfers uit het subsidieregister en is navraag gedaan bij de stadsdelen. Uit deze gegevens blijkt niet dat de aanvragen vooral in bepaalde stadsdelen achterblijven.
20
Nvt
14
199
D66
Op de wijkagenda’s en investeringsgebieden wordt gesproken van een voordeel van 0,7 mln vanwege latere geplande personele inzet en minder uitvoeringskosten op Actieplan Laak. Hebben de vertraging in personele inzet en de lagere uitvoeringskosten gevolgen gehad voor de resultaten van Actieplan Laak, zo ja welke?
20
Het genoemde voordeel heeft slechts beperkt betrekking op Actieplan Laak. Voor dit actieplan gaat het om circa € 130.000 en deze afwijking heeft geen grote gevolgen gehad voor de resultaten.
21
Nvt
D66
14
199
Binnen de RegioDeal Zuidwest wordt gesproken van een voordeel van 0,2 mln vanwege de vertraging van een project. Om welk project gaat het hier en wat zijn de gevolgen van deze vertraging voor de resultaten van dit project?
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
Pag. 12
21
Het voordeel van € 0,2 mln heeft betrekking op het Regio Deal-project Werkplaats Participatie binnen de alliantie Sociale Samenhang en Participatie. Dit project richt zich op het ontwikkelen en toepassen van nieuwe vormen van bewonersparticipatie in Zuidwest. Het project is inmiddels in uitvoering. De verwachting is dat de beschikbare middelen binnen de looptijd van de Regio Deal Zuidwest (2023–2027) volledig worden besteed. Er zijn op dit moment geen structurele gevolgen voorzien voor de beoogde resultaten.
22
Nvt
14
207
D66 22
In de laatste zin op de bladzijde: “Daarnaast vragen de grotere vernieuwingsprojecten meer voorbereidingstijd en intensieve, langdurige participatietrajecten met gebruikers, maatschappelijke partners en inwoners.” Naar welke grotere vernieuwingsprojecten wordt hier verwezen? Welke gevolgen hebben de intensieve langdurige participatietrajecten op de uitvoering (gehad)?
Het speelwensenonderzoek geeft per stadsdeel inzicht in de speelwensen. De speellocaties die zijn opgevoerd in het speelwensenrapport 2024 – 2027 zijn de basis voor het inzetten van de investeringsmiddelen voor de speelvoorzieningen t/m 2027. In een samenspel tussen kinderen/jongeren, de buurt en partners zullen we meer dan 75 speel- en sportieve beweegruimtes verspreid over de stad geheel vernieuwen (RIS 318516). Bij de uitvoering van het speelwensenonderzoek vergen de wat grotere speel- en (urban) sportieve locaties, zoals de skateparken met een stedelijke functie meer voorbereidingstijd en intensieve, langdurige participatietrajecten met gebruikers, maatschappelijke partners en inwoners. Deze trajecten hebben als gevolg dat de realisatie en oplevering van dergelijke stedelijk georiënteerde voorzieningen meer tijd in beslag nemen. Tegelijkertijd leiden zij tot een hogere gebruikswaarde, betere aansluiting op de behoeften van gebruikers en een groter gevoel van eigenaarschap.
23 D66
Nvt
14
209
Bij de kengetallen participatie staan 320 aanvragen voor wijkbudgetten begroot in 2025, ten opzichte van een realisatie van 82 aanvragen. Wat is de reden van dit verschil? In de toelichting staat genoemd dat er voor twee wijken een wijkbudget is geïnitieerd. Was er eerder sprake van meerdere geplande wijkbudgetten? Zo ja, wat was de reden van afwijking?
Nr
Stuk
Prog Blz
23
Wijkbudgetten in de huidige vorm worden sinds 2019 georganiseerd. Voor alle 8 stadsdelen geldt dat jaarlijks één of meerdere wijkbudgetten kunnen worden geïnitieerd. In de praktijk fluctueert het aantal daadwerkelijk georganiseerde wijkbudgetten per jaar, met in de periode 2019–2024 jaarlijks tussen de 1 en 7 wijkbudgetten. Per wijkbudget bedraagt het gemiddelde aantal aanvragen circa 45. De raming van 320 aanvragen voor 2025 is gebaseerd op de aanname dat alle 8 stadsdelen wijkbudgetten zouden organiseren. Achteraf bezien is deze inschatting te ambitieus geweest, mede gelet op de schommelingen in het aantal wijkbudgetten per jaar. In 2025 zijn in Escamp en Segbroek wijkbudgetten geïnitieerd. Dit heeft geleid tot in totaal 82 aanvragen (41 per wijkbudget), wat in lijn ligt met het gemiddelde aantal plannen per wijkbudget. Het verschil tussen de begrote 320 en de gerealiseerde 82 aanvragen hangt daarmee primair samen met het lagere aantal gerealiseerde wijkbudgetten dan bij de begroting is verondersteld, en niet met een lagere deelname per wijkbudget.
24
Nvt
14
209
Vraag
Pag. 13
Kan het aantal participanten aan de wijkagenda’s worden uitgesplitst per wijkagenda?
D66 24
Nee, een gedetailleerde uitsplitsing van de participatiecijfers is nog niet beschikbaar. Hier wordt momenteel aan gewerkt. De huidige cijfers bieden nog onvoldoende inzicht, mede omdat wijken sterk verschillen in omvang en karakter. Daarnaast ontbreken historische gegevens, waardoor het niet mogelijk is om ontwikkelingen in de tijd te duiden. Dit maakt dat de cijfers op dit moment geen getrouw beeld geven. Verdere doorontwikkeling van de indicatoren – bijvoorbeeld door onderscheid naar type participatie, relatie tot wijkomvang en vergelijking over meerdere jaren of wijkagenda’s – is noodzakelijk om tot een betekenisvolle duiding te komen.
26
Nvt
D66 26
INSPR 280
“In vergelijking is er meer sprake van intensievere trajecten, waardoor sprake is van meer invloed voor de inwoners, ondernemers en organisaties van Den Haag.” Zijn er resultaten bekend van deze participatietrajecten waarin ook is opgenomen op welke wijze er input vanuit bewoners of partners is opgenomen in het plan of dat de trajecten hebben geleid tot significante wijzigingen in het beleidsplan?
De resultaten van participatietrajecten zijn bekend en worden gecommuniceerd in het participatieverslag van ieder gemeentelijk plan, beleid of project. Het participatieverslag geeft aan of het participatieproces zoals gecommuniceerd in het participatieplan is aangehouden. Ook documenteert het participatieverslag o.a. de mate van invloed van het participatietraject en de motivering voor het wel of niet doorvoeren van de inbreng van de participatie in het betreffende plan, beleid of project.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
Pag. 14
27
Nvt
PARO 299 PENB AA
Is er een verklaring voor het explosief gestegen aantal WOO-verzoeken per maand? Zijn er inmiddels maatregelen genomen om deze aantallen te verwerken waardoor de doorlooptijd weer is gezakt?
D66 27
Er is geen eenduidige verklaring voor de toename van het aantal Woo verzoeken. De Woo is laagdrempelig en vormvrij, waardoor eenieder een verzoek kan indienen. Vooral bij onderwerpen met verhoogde publieke-, media-aandacht wordt de Woo steeds vaker ingezet door verzoekers. Over de gehele linie is er sprake van een toename op meerdere onderwerpen zoals asielopvang, parkeren, demonstraties, herinrichtingen in de openbare ruimte, handhaving en wonen. In de afgelopen periode is extra ingezet op het inlopen en terugdringen van achterstanden en werkvoorraad en het verbeteren van de doorlooptijden. Daarbij is in belangrijke mate gebruik gemaakt van externe inhuur. Om de efficiëntie te vergroten wordt naar verdere mogelijkheden gekeken zoals de inzet van Robotic Process Automation (RPA). Hierdoor kunnen eenvoudige, routinematige en administratieve taken (verder) verder worden geautomatiseerd, waardoor de beschikbare capaciteit van de huidige medewerkers beter kan worden benut. Verder worden de mogelijkheden van een workflowsysteem onderzocht om, net als bij RPA, de efficiëntie te vergroten.
28
Nvt
13
188
D66
“Daarnaast zijn hogere kosten gemaakt voor juridische bijstand door meer beroep- en bezwaarprocedures.” Zien we over het algemeen een toename van dit soort procedures? En zo ja, kunnen we dat verklaren?
28
We zien de laatste jaren een toename van bezwaar- en beroepprocedures. Er is geen duidelijke verklaring voor deze toename.
29
Nvt
D66
13
179
Er wordt gesproken over cofinanciering uit het Cofinancieringsfonds. Op pagina 239 staat dat dit fonds in 2024 is georganiseerd. Hebben wij inzicht in de actuele inzet en voortgang van het cofinancieringsfonds binnen dit programma?
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
Pag. 15
29
Elke begroting en programmarekening bevat een online bijlage met daarin een uitsplitsing van de inzet van het co-financieringsfonds. Betreffende bijlage bij deze programmarekening is te raadplegen via: https://denhaag.jaarverslag-2025.nl/assets/docs/ReserveCofinanciering.pdf. In deze bijlage is de inzet van het cofinancieringsfonds uitgesplitst naar projecten. Van de projecten die hier genoemd worden hebben de volgende projecten betrekking op programma 13: nationaal programma Zuidwest (deels, dit raakt aan meerdere programma's); volkshuisvestingsfonds, verplaatsen gasoverslagstation en Van Baerlestraat.
30
Nvt
08
85
D66
30
Op WMO is sprake van een nadeel van 3,3 mln vanwege maatwerktrajecten beschermd wonen aan mensen met alleen een indicatie voor dagbesteding cq begeleiding. Ditzelfde geldt voor de maatwerkarrangementen maatschappelijke opvang. Kuit u specificeren waarom het maatwerkarrangement voor dit aantal klanten niet aansloot bij de indicatie? Welke stappen zijn of worden ondernomen om dit beter op elkaar aan te laten sluiten?
Zie verklaring op blz. 96: "Het nadeel is ontstaan doordat het aantal klanten met alleen een indicatie dagbesteding en/of begeleiding hoger is dan van waar in de begroting is uitgegaan (€ 1,8 mln.). Tevens zijn hogere kosten gerealiseerd dan begroot vanuit indicaties toegekend (met name begeleiding) met terugwerkende kracht (€ 1,2 mln.) en vanuit maatwerkopdrachten buitenregionaal verblijf (€ 0,2 mln.), evenals een verschuiving van PGB indicaties naar Zorg in Natura (€ 0,1 mln.; zie “PGB (WMO)” onder Gespecialiseerde zorg en ondersteuning)." De eerste zin van deze verklaring is ook van toepassing voor maatwerkarrangementen maatschappelijke opvang (zie eveneens blz. 96). Beide verklaringen gaan uit van afwijkingen ten opzichte van (de aantallen in) de begroting.
32
Nvt
08
85
Kunt u specificeren uit welke posten het voordeel van 3,5 mln is ontstaan op de WMO voorzieningen (huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding)?
D66 32
Het voordeel van € 3,5 mln. bestaat uit € 1,7 mln. voordeel op Maatwerkvoorzieningen, € 0,2 mln. nadeel op Huishoudelijke hulp, € 1,1 mln. voordeel op Begeleiding en € 0,8 mln. op Dagbesteding.Voor verdere toelichtingen zie blz. 98-99.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
33
Nvt
08
Onder het kopje toegang en eerstelijnsvoorzieningen WMO wordt een voordeel van 2,4 mln genoemd. Dit wordt gespecificeerd met 1,8 mln toegang Wijkteams en 0,2 mln toegang beschermd wonen. Uit welke posten bestaat de overige 0,4 mln? En wat is de reden van dit voordeel?
99
D66
Pag. 16
33
Het voordeel van € 0,4 mln. is ontstaan door lagere lasten dan begroot voor de ondersteunende softwaretoepassing (ruim € 0,1 mln.), en voor enkele projectlasten van de maatwerkarrangementen (ca. € 0,25 mln.), waarin begrepen een naar 2026 doorgeschoven post van ruim € 0,1 mln. inzake de voorbereiding op de inkoop in 2028 van maatwerkarrangementen.
34
Nvt
08
88
D66
In het kader van de valpreventie-aanpak wordt genoemd dat ruim eenderde van de deelnemers aan de “In Balans”-cursus een passend beweegaanbod heeft gevonden. Op welke manier wordt dit aanbod onder de aandacht gebracht en is er een manier om dit percentage te verhogen?
34
'- Tijdens de cursusreeks worden deelnemers actief gestimuleerd om ook ná afloop in beweging te blijven. Dit gebeurt onder meer door de inzet van Buurtsportcoaches en Vitaliteitscoaches, die deelnemers begeleiden naar passend lokaal beweegaanbod dat aansluit bij hun mogelijkheden en interesses. - Daarnaast wordt vanuit de valpreventieaanpak gewerkt aan het ontwikkelen en beter laten aansluiten van specifiek seniorvriendelijk beweegaanbod. - Door deze persoonlijke begeleiding en het uitbreiden van passend aanbod wordt ingezet op het verhogen van het percentage deelnemers dat doorstroomt naar structureel bewegen.
37
Nvt
D66
08
88
Zijn er al resultaten bekend van de activiteiten van de toegankelijkheidscoördinator? Hoeveel mensen hebben gebruik gemaakt van het aanspreekpunt en wat waren hiervan de resultaten? Waaruit bestaat de samenwerking met Stichting Voorall?
Nr
Stuk
Prog Blz
37
- De toegankelijkheidscoördinator vervult een adviserende rol binnen de organisatie en jaagt dienstoverstijgend het thema toegankelijkheid aan. - De organisatie registreert het aantal vragen aan het aanspreekpunt in deze fase nog niet systematisch. De werkzaamheden leveren wel al verschillende concrete acties op binnen meerdere diensten met als doel het borgen van toegankelijkheid in gemeentelijk beleid. Voorbeelden zijn onder meer verbeteringen op digtiale toegankelijkheid, het gemeentelijke vastgoed, inkoopbeleid, stadsontwikkeling en de European Accessibility Act. - De toegankelijkheidscoördinator borgt de samenwerking met Stichting Voorall door het accounthouderschap op zich te nemen. De partijen voeren hierdoor structureel overleg en stemmen doorlopend af over lopende en toekomstige activiteiten.
38
Nvt
08
89
Vraag
Pag. 17
Hoeveel toegankelijkheidsschouwen zijn er in 2025 uitgevoerd?
D66 38
In 2025 hebben 56 organisaties (stagebedrijven, ondernemers en stichtingen) een adviesrapport ontvangen over hun fysieke toegankelijkheid. Ook hebben 14 organisaties advies ontvangen over digitale toegankelijkheid. Daarnaast voert Voorall binnen hun subsidie nog verschillende schouwen en testen uit. Dit gaat om 34 schouwen en 500 testen uitgevoerd door ervaringsdeskundigen voor de website onberperktopstap. Totaal is er 604 keer geschouwd of getest op het gebied van toegankelijkheid.
39
Nvt
08
97
D66
Wat was het doel van die 48 Wmo-voorlichtingen bij zorg- en welzijnsorganisaties en wat heeft het opgeleverd? Op welke manier werd hierbij expliciet aandacht besteed aan preventie en werd dat als doelmatig ervaren?
39
Het doel van de voorlichtingen bij zorg- en welzijnsorganisaties was om de samenwerking te versterken. Dit heeft geleid tot meer kennis van de Wmo en tot heldere afspraken over samenwerking en doorverwijzing, zodat bewoners direct goed worden geholpen en niet onnodig worden doorverwezen. In de voorlichtingen is expliciet aandacht besteed aan preventie door het benadrukken van het benutten van het sociaal netwerk, het voorliggen veld en de eigen kracht.
40
Nvt
D66
08
64
Hoeveel leerlingen hebben de brugfunctionarissen bereikt en hoe wordt de werkwijze van deze brugfunctionarissen gemonitord en geëvalueerd?
Nr
Stuk
Prog Blz
40
Het is onbekend hoeveel leerlingen door de brugfunctionarissen zijn bereikt. Met gemeente, schoolbesturen en stichting Brede Buurtschool is afgesproken dat er wordt gewerkt volgens het handboek Brugfunctionarissen Den Haag. De evaluatie vindt plaats tijdens stadsbrede intervisiebijeenkomsten zoals beschreven in de subsidieregeling Brugfunctionaris Den Haag 2024 (RIS318875).
41
Nvt
08
99
D66
Vraag
Pag. 18
“Talenten, kwaliteiten en eigen sociale netwerken van jeugdigen zijn aangesproken, aangewend en versterkt om de uitdagingen van het normale leven (normaliseren) op te pakken. Dit helpt de druk op de (individuele en zwaardere vormen van) jeugdhulp te verlagen” Hoeveel gezinnen zijn in 2025 ondersteund via deze aanpak? Bij hoeveel gezinnen heeft dit geleid tot een andere vorm van begeleiding of afschaling van jeugdhulp? Hoeveel gezinnen zijn momenteel in beeld voor een vergelijkbaar traject?
41
In 2025 bereikten de samenwerkingsverbanden met preventief aanbod in totaal 6.656 deelnemers en deelnames. In Q1 2026 waren er 2.431 deelnemers en deelnames. Als deze trend doorzet, blijft dit bereik groeien. De impact van preventie is niet een op een meetbaar per gezin. Bij preventief aanbod tellen we geen unieke personen (BSN) om de toegankelijkheid laagdrempelig te houden. Om het verband tussen deelname aan preventie-activiteiten en instroom in jeugdhulp te kunnen maken, is het nodig om deelnemers individueel te volgen, ook nadat ze hebben deelgenomen aan een activiteit. Het volgen van deelnemers gebeurt in de praktijk niet op die manier, waardoor het directe verband tussen deelname en instroom in jeugdhulp niet direct kan worden aangetoond. Tegelijkertijd weten we op basis van onderzoek wel dat inzet op preventie, problemen bij opvoeden en opgroeien voorkomt, zie bijvoorbeeld de publicatie ‘Effecten van preventie in het jeugdveld’ van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI).
43
Nvt
D66
08
100
Kleinschalige alternatieven voor JeugdzorgPlus: Hoeveel bedden zijn er bij deze initiatieven beschikbaar? Is er een wachtlijst?
Nr
Stuk
Prog Blz
43
De plaatsing in de kleinschalige alternatieven voor JeugdzorgPlus verloopt in de praktijk veelal via het Expertisecentrum Complexe Zorg (ECZ), waar wordt gezocht naar een passende match tussen jongere en voorziening. Er is geen centrale wachtlijst voor de initiatieven die zijn genoemd in de jaarrekening, van Novaa is bekend dat er nog beschikbare plekken zijn. Het streven is om te komen tot een dekkend zorglandschap. Daarbij wordt niet alleen ingezet op deze kleinschalige alternatieven, maar ook op het versterken van lichtere vormen van residentiële hulp, zoals pleegzorg en gezinshuizen, zodat zwaardere zorg zoveel mogelijk kan worden voorkomen. De in de jaarrekening genoemde kleinschalige alternatieven hebben een capaciteit van 8 bedden. Het totaal aantal bedden binnen de regio over alle aanbieders ligt een stuk hoger. Een precies aantal is niet te zeggen omdat we werken via een pxq constructie, en niet via capaciteitsbekostiging.
47
Nvt
08
105
D66
Vraag
Pag. 19
Wat zijn de meetbare resultaten tot nu toe van de pilots binnen de mentale gezondheidsnetwerken Haaglanden Gezonder ten aanzien van wachttijden (ontwikkeling gemiddelde wachttijd, instroom en doorlooptijd), en hoe worden deze gemonitord?
47
Van het aantal gevoerde gesprekken is meer dan 20% (KPI = 20%) na het gesprek niet naar de GGZ wachtlijst gegaan, maar naar een aanbod binnen het sociaal domein. KPI eind 2027 is verlaging van de wachtlijst met 10%. Het wordt nu nog handmatig bijgehouden, een digitale monitor is in de maak.
49
Nvt
08
105
D66
Kan het college aangeven welk aandeel van de jongeren dat 18 jaar wordt in de jeugdzorg via de samenwerking tussen Jongerenpunt070, Kracht en RondomJou wordt bereikt, en bij hoeveel jongeren jeugdhulp na het 18e jaar is voortgezet?
49
Er waren in totaal 405 kinderen van 18 of ouder die in 2025 verlengde jeugdhulp hebben ontvangen. Dit is 7,9% van het totaal aantal jeugdigen dat specialistische jeugdhulp ontving. Er worden geen gegevens bijgehouden van jongeren die door de samenwerking met Jongerenpunt070 en Kracht en rondomJou worden bereikt. Jongeren uit de jeugdhulp weten het jongerenpunt 070 redelijk te vinden, maar er is geen formele overdrachtsafspraak of sprake van gegevensdeling tussen het JP070 en de samenwerkingsverbanden. In de (nabije) toekomst wordt er ingezet op een integrale samenwerking op de Big 5, waar het jongerenpunt 070 voor deze jongeren een prominentere rol zal hebben.
51
Nvt
D66
08
99
Hoeveel Haagse jongeren zijn in 2025 in Jeugdhulp met verblijf geplaatst buiten de regio Den Haag? Kan dit worden uitgesplitst per voorziening (Jeugdzorg Plus, gezinshuizen, pleegzorg etc.)?
Nr
Stuk
Prog Blz
51
Alle jeugdigen zoals uitgesplitst in het antwoord op vraag 52 ontvingen jeugdhulp buiten de regio Haaglanden. Dit waren 87 jongeren via de analysetafel en 79 jeugdigen via woonplaatsbeginsel. Via de analysetafel lopen casussen die geen passende zorg vinden in het ingekochte aanbod. Woonplaatsbeginsel betekent dat de gemeente Den Haag wettelijk verantwoordelijk blijft als kinderen buiten de gemeente geplaatst worden als zij daarvoor ingeschreven stonden in Den Haag.
52
Nvt
08
99
D66
Vraag
Pag. 20
Hoeveel jongeren uit Den Haag in de jeugdhulp ontvangen momenteel één-op-één begeleiding of zijn geplaatst buiten gecontracteerd aanbod, en hoe zijn deze buitencontractuele plaatsingen naar type locatie gecategoriseerd?
52
Er zijn 87 jongeren uit Den Haag die via de analysetafel in 2025 buiten gecontracteerd aanbod zijn geplaatst. Hiervan zijn 11 jeugdigen bij een moeder-kindhuis geplaatst, 35 jeugdigen in een gezinshuis en 41 jeugdigen in een behandelgroep. Daarnaast zijn er via het woonplaatsbeginsel nog 79 jeugdigen buiten het gecontracteerd aanbod geplaatst. Hiervan zaten 12 kinderen bij dagbehandeling, een enkele bij vervoer, 11 bij jeugdhulp met verblijf, 54 bij ambulante jeugdhulp, 2 maatwerkcontracten en 9 ontvingen jeugd-ggz.
53
Nvt
D66
53
09
116
Op pagina 116 staat: “In lijn met de ‘Handreiking naar een toegankelijke buitenruimte’ (RIS314096) zijn de volgende activiteiten, in samenspraak met Stichting Voorall, uitgevoerd:” waarna uitgelegd wordt dat er op 32 plekken ontoegankelijke situaties zijn verbeterd, en een aantal ontbrekende geleidelijke zijn aangelegd. Hoe verhouden deze resultaten zich tot de totale werkvoorraad van plekken of straten in Den Haag waarvan bekend is dat ze niet toegankelijk zijn? En is deze werkvoorraad van ontoegankelijke locaties systematisch in kaart gebracht? Zo nee, waarom niet?
In samenwerking met Stichting Voorall is in 2020 een stedelijke inventarisatie uitgevoerd om knelpunten in het ontbreken van blindegeleidelijnen in kaart te brengen. Deze inventarisatie van 486 plekken vormt sindsdien de basis voor de jaarlijkse prioritering en uitvoering binnen het programma Blindegeleidelijnen. In het kader van de afdoening van de motie ‘Toegankelijke oversteekplaatsen’ (RIS319593) wordt op basis van het door het college beschikbaar gestelde jaarlijkse budget bepaald welke locaties worden voorzien van nieuwe blindegeleidelijnen of waar bestaande voorzieningen worden verbeterd. Op basis van de inventarisatie wordt samen met stichting Voorall, de nieuwe lijst met prioritaire locaties opgesteld. Hiermee wordt bepaald waar de inzet het meest noodzakelijk is en welke locaties in aanmerking komen voor verdere uitvoering. Voor 2025 zijn 32 verkeerskruispunten en aansluitingen naar ov-haltes (RR- 3 en 4) gerealiseerd of verbeterd.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
54
Nvt
09
Op pagina 116 wordt gezegd dat er “stappen gemaakt [zijn] uit de beleidsagenda ‘In Den Haag doet iedereen onbeperkt mee 2024-2026”. Kunt u een overzicht geven van de tot dusver behaalde impact van deze beleidsagenda? En ligt de beleidsagenda daarmee op koers om haar doelen te verwezenlijken? Zo nee, op welke punten blijft de impact achter bij de gestelde ambitie?
116
D66
Pag. 21
54
'- In de voortgangsrapportage over de beleidsagenda (RIS322587) die behandeld is in de commissie Samenleving en Raad, respectievelijk op 5 en 26 februari jl., is te lezen dat, op actie A3 na (onderzoek voor een prijs voor meest toegankelijke ondernemer), alle acties op koers zijn en acties behaald zijn. - Voor wat betreft actie A3 (Prijs meest toegankelijk bedrijf) is toegankelijkheid betrokken bij de categorie 'meest uitzonderlijke ondernemer' voor de Haagse Parel in 2026. - Het feit dat de subsidieregeling is uitgeput, dat het aantal ondernemers de subsidieregeling weet te vinden en de hoeveelheid schouwen die zijn aangevraagd, geeft aan dat er aandacht is voor het toegankelijk en inclusief maken van de stad.
55
Nvt
D66
55
09
120
Op pagina 120 staat “Door bronscheiding van afval door bewoners en door nascheiding door verwerkers zijn 77.747 ton gescheiden afvalstromen verwerkt worden: grondstoffen die opnieuw in de keten kwamen.” Kunt u specificeren welk percentage daarvan bron- en nascheiding is, en hoe dit zich verhoudt tot andere steden met vergelijkbare inzamelingssystematiek? Neemt het percentage bronscheiding van afval toe? Kunt u ook aangeven wat de effectiviteit van de nascheiding is en of die afwijkt van andere steden? En indien deze afwijkt, wat de reden daarvan is?
De 77.747 ton gescheiden afval bestaat uit: 25.690 ton brongescheiden afvalstromen zoals papier, glas, GFT en textiel, 14.657 ton brongescheiden grofvuil (bv. ijzer, hout en matrassen via afvalbrengstations), 23.593 ton nagescheiden grofvuil, 5.340 ton metaal teruggewonnen uit bodemassen en 8.466 ton nagescheiden PMD. Dit betekent dat van de 77.747 ton 52% is brongescheiden en 48% is nagescheiden. Amsterdam en Rotterdam zijn qua verstedelijkingsklasse vergelijkbaar, evenals de scheidingsprestaties (Amsterdam een beetje meer, Rotterdam een beetje minder). Utrecht is binnen de G4 een uitzondering en presteert beter, een mogelijke verklaring is dat Utrecht minder hoogbouw heeft. Over de afgelopen jaren zien we een lichte stijging van het scheidingspercentage. Net zo belangrijk is echter dat we in de afgelopen jaren een lichte daling zien van de totale hoeveelheid afval, ondanks de groei van de stad. De effectiviteit van nascheiding moet bezien worden per scheidingsinstallatie en per grondstofstroom.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
56
Nvt
09
Op pagina 121 staat: “De baten van € 122,1 mln. bestaat uit: € 116,4 mln. Leges en andere rechten; € 5,7 mln. Overig (verscheidene posten)” Kunt u specificeren hoe deze baten zijn opgebouwd? Welk aandeel komt van bewoners? Welk onderscheidt wordt gemaakt in tarieven voor groot- en kleinverbruikers?
121
D66
Pag. 22
56
De verdeling van € 5,7 mln. is als volgt: € 1,9 mln. baten dwanginvordering (baten die samenhangen met invorderingstraject, hierbij worden extra kosten in rekening gebracht bij de debiteur bovenop de oorspronkelijke schuld en eventuele aanmaningskosten en wettelijke rente), huurinkomsten € 0,4 mln. en € 3,4 mln. ontvangen vergoeding voor PMD (vanuit de producentenverantwoordelijkheid). In principe komen deze baten niet bij bewoners vandaan (op de dwanginvordering na). De € 116,4 mln. komt bij de bewoners vandaan en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van groot- of kleinverbruikers, maar wel op basis van 1, 2 of 3+ huishoudens. Deze tarieven zijn te vinden op Afvalstoffenheffing - Den Haag. Dit is ook inclusief inning voorgaande jaren.
58
Nvt
10
135
D66
Op pagina 135 lezen we onder “Wat hebben we bereikt” dat de gemeente inzet op gecombineerde faciliteiten en dubbelgebruik. We lezen onder de kop “Wat hebben we gedaan” niet duidelijk welke activiteiten daar een direct verband mee houden. Kunt u aangeven bij welke specifieke faciliteiten is ingezet op combinatie en dubbelgebruik en op welke plekken hiervoor eerder kansen zijn geïdentificeerd die niet zijn gerealiseerd in 2025?
58
Diverse voorzieningen worden ingezet voor gecombineerd en dubbel gebruik. Zo is de Haagse Sportcentrale een goed voorbeeld waar diverse organisaties (o.a. sportclubs, fysiotherapeuten, sportpsychologen) gebruik maken van de faciliteiten. Maar dit geldt ook voor het verbeteren van de functionaliteit van zwembad Zuiderpark waarbij ook ruimte wordt gerealiseerd voor een zwemvereniging of de multifunctionele accommodatie Brinckerinkstraat waarbij ook hockey is toegevoegd in combinatie met de sporttuin Moerwijk. Combinaties en dubbelgebruik is bijvoorbeeld niet mogelijk als de sportbonden verschillende eisen aan de ondergrond opleggen, zo is voetbal niet op hockeyvelden haalbaar.
59
Nvt
D66
10
140
Op pagina 140 lezen we dat de donaties aan het Olympisch Fonds als gevolg van amendement RIS323773 niet beschikbaar zijn voor de bestedingen ten laste van het Olympisch fonds. Wat zijn de gevolgen van de verminderde beschikbaarheid van het Olympisch fonds vanwege deze onttrekking voor het beleid voor sport in Den Haag?
Nr
Stuk
Prog Blz
59
Per 31-12-2027 is de reserve Olympisch Fonds als gevolg van inzet voor evenementen en het amendement RIS323773 volledig uitgeput. Hierdoor kan voor de periode na 2028 geen inzet meer gepleegd worden via dit instrument. Voor de periode vanaf 2028 vinden er op basis van onze langdurige samenwerkingen nu al gesprekken plaats over mogelijke evenementen met sportbonden, NOC*NSF, de G5 en sportmarketingbureaus.
60
Nvt
10
142
D66
Vraag
We lezen op pagina 142 dat het percentage bezetting van sporthallen fors is toegenomen van 73,9% naar 82,2%, waar 70% was begroot. Heeft deze hogere bezettingsgraad tot praktische of financiële problemen geleid? Wat was de reden van deze toename en was dat incidenteel of wordt verwacht dat deze structureel doorzet in 2026?
60
Abusievelijk is niet het juiste % opgenomen in de jaarrekening. De juiste bezetting van de sporthallen in 2025 is 72,79%.
61
Nvt
06
65
Pag. 23
Waarom is in de programmarekening geen integrale paragraaf of indicatorenset opgenomen voor de doelgroep studenten?
D66 61
Er is geen integrale paragraaf opgenomen voor de doelgroep studenten, omdat de besteding aan deze groep procentueel te klein is. Een indicatorenset wordt alleen opgenomen wanneer deze direct relevant is voor de gemeentelijke bestedingen. Voor studenten is het aandeel binnen het programma onderwijs minder dan een miljoen of 2% van het programmatotaal en daarom is een aparte set niet te rechtvaardigen.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
62
Nvt
06
Welke financiële middelen zijn besteed aan de profilering van Den Haag als (internationale) studentenstad? Waaraan zijn deze middelen besteed?
65
Pag. 23
D66 62
Er is €152.000 besteed aan de profilering van Den Haag als (internationale) studentenstad, deels via opdrachten en deels via de subsidieregeling voor studie- en studenten(sport)verenigingen (RIS318876). Ook heeft de gemeente middelen beschikbaar gesteld voor een symposium voor mbo-, hbo- en wo-studenten in het kader van de NAVO-top (georganiseerd door de Haagse onderwijsinstellingen).
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
63
Nvt
06
"Via Platform Student & Stad werken onderwijsinstellingen, studenten en gemeente samen aan Den Haag als studentenstad."
65
D66
Pag. 24
Welke financiële middelen zijn besteed aan de de activiteiten met betrekking tot platform Student en Stad? Waaraan zijn deze middelen besteed?
63
De gemeente droeg €102.000 bij aan platform Student & Stad. Deze middelen waren bestemd voor de stadsbrede introductieweek HI The Hague en voor de coördinatie van het programma en de website studeerindenhaag.nl. De coördinatie van het programma voorzag in een gezamenlijke aanpak op de thema’s studentenwelzijn, studentensport, marketing en communicatie, studentenhuisvesting en de stadsbrede introductie.
64
Nvt
06
65
D66
"Via Platform Student & Stad werken onderwijsinstellingen, studenten en gemeente samen aan Den Haag als studentenstad" Op welke wijze en met welke frequentie rapporteert het college over de voortgang van de ambities rondom Den Haag als (internationale) studentenstad?
64
Het college rapporteert een keer per jaar via de programmarekening.
65
Nvt
D66
65
08
94
"Er is tijdens de Regionale Week tegen Mensenhandel aandacht gevraagd voor slachtofferschap onder studenten." Beschikt het college over kwantitatieve gegevens over het aantal studenten in Den Haag dat slachtoffer is geworden van seksueel geweld?
Nee, het college beschikt niet over specifieke kwantitatieve gegevens over het aantal studenten in Den Haag dat slachtoffer is geworden van seksueel geweld. Wel weten we dat er in 2025 91 slachtoffers uit Den Haag in de leefdscategorie tot en met 27 jaar zich hebben gemeld bij het Centrum Seksueel Geweld.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
66
Nvt
08
"Omstanders als medestudenten en docenten zijn met een sociale mediacampagne bewust gemaakt van de signalen die erop kunnen wijzen dat iemand slachtoffer is van seksuele uitbuiting, en kregen informatie over wat zij kunnen doen als ze dit in hun omgeving zien."
94
D66
Pag. 25
Welke specifieke maatregelen of programma’s zijn ingericht die zich expliciet op seksueel geweld bij studenten richten? 66
In 2023 is een onderzoek geweest onder de Hogescholen in de regio en TU Delft over grensoverschrijdend gedrag onder studenten. De uitkomsten van dit onderzoek hebben geleid tot een aanscherping van het beleid omtrent grensoverschrijdend gedrag op de scholen. Zo zorgt elke school voor richtlijnen over hoe om te gaan met studenten die te maken hebben met seksueel grensoverschrijdend gedrag, wordt de hulp op en rond de scholen zo laagdrempelig mogelijk georganiseerd, werken scholen op dit thema meer samen met de gemeenten en wordt er sindsdien op de scholen en bij de introductieweken meer specifieke aandacht aan het thema besteed. Zo worden er voor studenten diverse activiteiten aangeboden, zoals seksuele voorlichting of door de stichting Menaswell. Dit is een stichting die zich onder andere voor Den Haag richt op de mannelijke+ gemeenschap en zich inzet op meer bewustwording over consent en seksuele veiligheid voor deze doelgroep en de queer-gemeenschap. Daarnaast is er ook aandacht voor veiligheid op scholen via het Studentenplatform, waar de gemeente Den Haag ook op aangesloten is.
67
Nvt
D66
11
147
"In 2025 hielp The Hague International Centre ruim 10.000 internationale nieuwkomers en voor het eerst ook internationale studenten." Welke concrete activiteiten en middelen zijn in 2024 en 2025 ingezet om de bekendheid en het gebruik van The Hague International Centre onder internationale studenten te vergroten, en hoe wordt het effect hiervan gemeten?
Nr
Stuk
67
The Hague International Centre helpt internationale studenten met een snelle gemeentelijke registratie en BSN en met vragen. Vrijwel alle nieuwe internationale studenten komen langs bij het International Centre voor registratie. Er wordt actief samengewerkt met de onderwijsinstellingen om de nieuwe studenten te wijzen op de speciale studentenregistratiebalies. Het International Centre neemt deel aan studentenintroductieweken en geeft presentaties als studenten aankomen. Via de website studyinhague.nl/studeerindenhaag.nl, de stadsintroductie Hi The Hague en via haar eigen social mediacampagnes worden nieuwe studenten ook op de hulp van het International Centre geattendeerd. Tijdens de registratie geven we informatie aan de studenten, waaronder met een welkomstgids. Het International Centre zet jaarlijks €25.000 extra in voor de informatievoorziening aan studenten (uit de begroting van Programma 6). De registratie wordt bekostigd vanuit regulier budget van Burgerzaken (uit de begroting van Programma 14). Het effect van de dienstverlening wordt getoetst met de international offices van de onderwijsinstellingen en internationale studentenverenigingen. Vanaf komende zomer komt er een klanttevredenheidsonderzoek om de dienstverlening van het International Centre aan studenten te meten.
68
Nvt
D66
Prog Blz
13
181
Vraag
Pag. 26
"De komende jaren start de bouw van 1016 nieuwe eenheden. Aanvullend zijn voor ±1400 eenheden zachte plannen. Indien ook de zachte plannen in de toekomst gerealiseerd worden leidt dit tot een toename van ± 3500 studentenwoningen sinds 2020." Hoeveel studentenwoningen zijn in 2025 netto bijgekomen (rekening houdend met het aantal studentenwoningen wat verdwenen is), uitgesplitst naar: 1. zelfstandige woningen versus kamers; 2. nieuwbouw versus splitsing/verkamering van bestaande panden? En hoe verhouden deze aantallen zich tot de gemeentelijke doelstellingen voor studentenhuisvesting?
68
Het college kan alleen aangeven hoeveel woningen er via nieuwbouw bij zijn gekomen, omdat bij vergunningaanvragen voor woningvorming (bouwkundig splitsen) of omzetting (kamerbewoning) niet wordt geregistreerd voor wie dat is. In 2025 zijn er 253 studio's voor studenten opgeleverd. Het DUWO complex aan de Stamkartstraat is eind 2025 door de gemeente gekocht voor de huisvesting van statushouders. Dit complex was tot halverwege 2025 beschikbaar voor met (met name buitenlandse) studenten. Dit betrof 122 eenheden. Netto gezien zijn er dus 131 studentenwoningen door nieuwbouw toegevoegd in 2025.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
69
Nvt
13
"De Huurbalie, het Huurteam en het Meldpunt ongewenst verhuurgedrag hebben nauwer samengewerkt en zijn gezamenlijk aanwezig geweest bij introductiemarkten voor studenten en informatiepunten voor arbeidsmigranten."
183
D66
Pag. 27
In welke mate maken internationale studenten gebruik van de huurbalie, het huurteam en het meldpunt ongewenst verhuurgedrag ten opzichte van Nederlandse studenten? En op welke wijze monitort het college dit gebruik? 69
Het college beschikt niet over gegevens om dit onderscheid te maken. Bij meldingen en contacten met de Huurbalie, het Huurteam en het Meldpunt ongewenst verhuurgedrag worden geen kenmerken geregistreerd zoals bijv. of iemand (internationale) student is, expat of arbeidsmigrant. Daardoor is het niet mogelijk om het gebruik door internationale studenten te vergelijken met dat van Nederlandse studenten, en vindt hierop ook geen monitoring plaats.
70
Nvt
03
31
D66
"In samenwerking met de Universiteit Leiden schreven 10 masterstudenten in 2025 hun scriptie over klimaatrechtvaardigheid in Den Haag." Op welke beleidsterreinen is in 2024 en 2025 samengewerkt met Universiteit Leiden en andere onderwijsinstellingen in Den Haag, vergelijkbaar met de samenwerking met masterstudenten die onderzoek deden naar klimaatrechtvaardigheid in Den Haag?
70
Dit project was een thesislab, een specifiek traject dat plaats heeft gevonden onder de samenwerking tussen de TU Delft, Erasmus Universiteit, Universiteit Leiden en gemeente Den Haag. Over deze periode was dit het enige thesislab waar de gemeente aan deelnam. Echter wordt er op veel meer manieren samengewerkt met kennisinstellingen en studenten, zo doen universiteiten onderzoeken met/voor de gemeente, zijn er stageplekken voor studenten, en levert de gemeente onderwerpen/kennisvragen voor masterscripties. Recente voorbeelden zijn o.a. op het gebied van klimaatadaptatie, van smart cities en digitale tools.
71
Nvt
D66
06
65
In de programmabegroting 2025-2028 staat: "We streven ernaar dat ten opzichte van 2024 er in 2025 meer mbo-studenten deelnemen aan studentenevenementen zoals de stadsbrede introductieweek Hi The Hague en dat zij actief deelnemen aan de organisatie hiervan.”
Wat heeft het college hieraan gedaan en wat waren hiervan de resultaten?
Nr
Stuk
Prog Blz
71
Gesprekken tussen het college en ROC Mondriaan over deelname van mbo'ers aan de stadsbrede introductieperiode verliepen in goede afstemming en zijn passend bij de behoefte vanuit het mbo. Dat heeft in 2025 geleid tot een lichte stijging van de deelname van mbo-studenten aan de zomeractiviteiten (0,8% in 2025 in vergelijking met 0,5% in 2024). Ook hebben de gesprekken ertoe geleid dat een mbo-student begin 2026 lid is geworden van het HI The Hague studentenbestuur. Graag benadrukken we dat deelname van mbo'ers geen doel opzich is, enkel als er behoefte is vanuit de mbo'ers zelf om deel te nemen.
72
Nvt
10
138
D66
Vraag
Pag. 28
In de programmabegroting 2025-2028 staat: “We investeren in een aantrekkelijke studentensportstad en werken daarbij, vanuit het platform Student en Stad, samen met mbo, hbo en wo onderwijsinstellingen aan het organiseren en faciliteren van studentensport, het ondersteunen van studentensport verengingen en het optimaliseren van de bijbehorende sportinfrastructuur.” (128) Wat was input van Student en Stad op dit onderwerp en wat is hiermee gedaan?
72
De input van Student & Stad richtte zich op het versterken van studentensport, het vergroten van de zichtbaarheid van studentensportverenigingen en het organiseren van toegankelijke sportactiviteiten voor studenten. In 2025 resulteerde dit onder andere in drie extra studentensportevenementen met in totaal meer dan 450 deelnemende studenten, een stijging van ruim 15% ten opzichte van 2024. Ook werden studentensportverenigingen actiever betrokken bij de introductie van nieuwe studenten. Vanuit het sportbeleid van de gemeente Den Haag ontving de studenten basketbalvereniging HSB Nobles een eenmalige startbijdrage voor onder andere shirts en basismaterialen. Hiermee is de oprichting van HSB Nobles actief ondersteund als bijdrage aan de verdere ontwikkeling van Den Haag als aantrekkelijke studentensportstad.
73
Nvt
D66
08
102
Samenwerkingen van aanbieders voor jongeren die uitstromen uit JeugdhulpPlus: kan het college aangeven welke gecontracteerde aanbieders hierbij betrokken zijn en om welke samenwerkingsverbanden het concreet gaat?
Nr
Stuk
Prog Blz
73
Het Expertisecentrum Complexe Zorg (ECZ) speelt, indien nodig, ook een rol bij de uitstroom van jongeren uit JeugdhulpPlus. De samenwerking rondom de uitstroom wordt regionaal vormgegeven. Daarbij worden in principe alle gecontracteerde aanbieders betrokken die een bijdrage willen leveren aan het ontwikkelen van passende alternatieven voor deze doelgroep. Deze samenwerking vindt onder andere plaats via de regionale ontwikkeltafels. Daarnaast is het Bovenregionaal Expertisenetwerk (BREN) betrokken bij ontwikkelingen rondom duurzaam wonen en complexe casuïstiek. Met deze samenwerkingsstructuren wordt actief gewerkt aan een sluitend en passend aanbod, zodat jongeren die uitstromen uit JeugdhulpPlus zo goed mogelijk kunnen doorstromen naar een passende vervolgplek.
75
Nvt
06
67
Vraag
Pag. 29
Kan het college toelichten waarom het aantal voortijdig schoolverlaters in 2025 is toegenomen, ondanks de maatregelen die ingezet worden om vsv te voorkomen?
D66 75
Er wordt vanuit het college niet herkend dat het aantal voortijdig schoolverlaters is toegenomen. In maart 2026 zijn de cijfers voor voortijdig schoolverlaten door DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) definitief vastgesteld over het schooljaar 2024-2025. Waar een lichte stijging werd verwacht voor dit schooljaar geven de cijfers vanuit DUO aan dat het aantal is gedaald van 1026 naar 989. In percentage van 2,75% naar 2,63%.
76
Nvt
06
64
D66
Zijn de peuterconsulenten ook in de Schilderswijk actief? Zo ne, kan het college toelichten waarom ervoor gekozen is geen peuterconsulent in te zetten in de Schilderswijk, terwijl circa 45% van de peuters in deze wijk een verhoogd risico op een onderwijsachterstand heeft?
76
Ja, er zijn twee peuterconsulenten actief in de Schilderswijk.
77
Nvt
D66 77
06
64
Het bereik van doelgroepkinderen bij voorschoolse educatie is stabiel gebleven op 75% in 2025. Kan het college toelichten welke factoren hebben bijgedragen aan het stabiel blijven van het bereik van doelgroepkinderen bij voorschoolse educatie?
De voortdurende inzet van de peuterconsulenten, het gratis ve-aanbod en het grote aanbod van ve-locaties in de stad zorgt ervoor dat het bereikpercentage stabiel blijft.
Nr
Stuk
Prog Blz
Vraag
78
Nvt
06
Van de ruim 30.000 leerlingen in Den Haag hebben in 2025 282 VO-leerlingen gebruikgemaakt van huiswerkbegeleiding via de bibliotheek. A.Hoe verklaart het college dit relatief beperkte bereik? B. Welke verbetermaatregelen zijn naar aanleiding van deze evaluatie overwogen of genomen?
64
D66 78
Pag. 30