RIS325518 Komende wijzigingen Financiële-verhoudingswet en omzettingsoperatie SPUKs
Tekst van het document
Saskia Bruines Wethouder van Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de algemene commissie (Bestuur)
BSD/11051903 RIS325518 Contactpersoon
Rembrandt Rowaan Dienst
Bestuursdienst Afdeling
BSD Middelen & Control Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
10 juni 2026
rembrandt.rowaan@denhaag.nl
Onderwerp
Komende wijzigingen Financiële-verhoudingswet en omzettingsoperatie SPUKs
Geachte voorzitter, Inleiding In deze brief informeert het college u over komende wijzigingen in de Financiële-verhoudingswet, met name met betrekking tot de Specifieke Uitkeringen Gemeenten en Provincies (SPUKs). Onze gemeente ontvangt 66 van deze specifieke uitkeringen, die niet verstrekt worden vanuit het gemeentefonds maar direct vanuit de begroting van verschillende departementen. Dat betekent dat SPUKs niet vrij besteedbaar zijn: ze hebben een specifiek doel en de jaarlijkse verantwoording erover is strikt en relatief omvangrijk. De regering is van plan om dit vanaf 2027 te veranderen. De SPUKs worden zoveel mogelijk afgebouwd en daarvoor in de plaats komen Bijzondere Fondsuitkeringen (BFUs), die zouden moeten leiden tot minder administratieve lasten en meer autonomie voor gemeenten. Wij informeren uw commissie tijdig hierover, aangezien dit veel kan betekenen voor de gemeente Den Haag, qua administratieve lasten, uitvoeringscapaciteit en de hoogte van de te ontvangen bedragen. In deze brief wordt allereerst ingegaan op hoe het uitkeringsstelsel voor gemeenten (en provincies) er uitziet. Vervolgens wordt geschetst welke problemen er geconstateerd zijn in dit uitkeringsstelsel en welke oplossingen daarvoor aangedragen worden. Tot slot worden de gevolgen hiervan weergegeven voor de gemeente Den Haag en schetsen we hoe wij als college daarmee omgaan.
Hoe functioneert het uitkeringsstelsel voor gemeenten precies? Het uitkeringsstelsel gemeenten en provincies is de belangrijkste inkomstenbron voor deze beide medeoverheden en daarmee ook voor de gemeente Den Haag. Het stelsel kent verschillende vormen van uitkeringen, die in te delen zijn in grofweg twee categorieën: uitkeringen vanuit het gemeentefonds en specifieke uitkeringen (SPUKs). Hoe die verstrekt en verdeeld worden is geregeld in de Financiëleverhoudingswet. De Brede Doeluitkering (BDU) valt buiten de scope van deze brief omdat deze middelen niet direct worden verstrekt aan gemeenten, maar aan de vervoerregio’s (Vervoerregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag).
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11051903
Hieronder geven we een overzicht van de twee categorieën en de daaronder vallende vijf verschillende uitkeringsvormen vanuit het Rijk:1 • Categorie 1. Binnen het Gemeentefonds: o Algemene uitkering: deze uitkering vormt de grootste inkomstenbron voor gemeenten en is vrij besteedbaar voor lokale gemeenteraden. De omvang van de uitkering verschilt per gemeente en is afhankelijk van de specifieke lokale kenmerken, zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, het aantal uitkeringsgerechtigden en het grondoppervlak. o De Decentralisatie-uitkeringen: deze zijn bedoeld voor taken waarvoor het Rijk de beleidsdoelen formuleert, maar geen strenge plicht oplegt voor hoe de besteding eruit moet zien. De beleidsvrijheid is relatief groot. o De Integratie-uitkeringen: deze zijn bedoeld om middelen tijdelijk in de algemene uitkering te houden wanneer taken nog in transitie verkeren. Dit is bijvoorbeeld bij de grote sociaal domein-transities het geval geweest (WMO, Jeugd en Participatiewet). De middelen zijn vrij besteedbaar en de beleidsvrijheid is groot. • Categorie 2. Specifieke Uitkeringen: o Specifieke Doeluitkeringen Gemeenten en Provincies (SPUKs): zijn bedoeld voor het behalen van specifieke doelen die het Rijk heeft gesteld en kennen dan ook een strakke hiërarchische sturing en een strenge verantwoording. Ze zijn vaak bedoeld voor tijdelijke doelen, niet voor structurele financiering.
(Het streven van het Rijk is om alle SPUKs in de nieuwe Financiële-verhoudingswet zoveel mogelijk om te zetten in Bijzondere Fondsuitkeringen, waar we hieronder nader op ingaan). o Verzameluitkeringen: deze uitkeringen bundelen kleine en versnipperde specifieke uitkeringen. Het doel is het verminderen van de administratieve lasten en een grotere beleidsruimte toekennen aan gemeenten. Sinds 2015 wordt deze vorm niet meer gebruikt, maar officieel is het nog een geldige vorm. (In de nieuwe Financiële-verhoudingswet wordt voorgesteld de verzameluitkeringen af te schaffen). Welke problemen zijn er geconstateerd in het bovenstaande stelsel en welke oplossingen worden hiervoor aangedragen? De Algemene Rekenkamer constateerde in 2018 dat de Decentralisatie-uitkeringen onrechtmatig waren vanwege de strenge Rijksvoorwaarden, die de beleidsvrijheid van decentrale overheden te veel inperkten.2 Dit leidde tot een aangekondigde wetswijziging, die na consultatie en stevige kritiek van de Algemene Rekenkamer en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) werd aangehouden. Aanvullend advies in 2022 van drie universiteiten,3 gesprekken met de Tweede Kamer, de inzet van een interdepartementale taskforce en overleg met decentrale overheden, hebben geleid tot het nieuwe wetsvoorstel.
De belangrijkste oplossing die in het wetsvoorstel wordt aangedragen is de introductie van de Bijzondere Fondsuitkering (BFU), een uitkering met een helder door het Rijk gesteld doel, maar toch verstrekt als onderdeel van het Gemeentefonds, wat gemeenten autonomie geeft in de uitvoering. Daarnaast heeft het vorige kabinet besloten tot een omzettingsoperatie waarbij de specifieke uitkeringen zoveel mogelijk verdwijnen en de vorm van deze nieuwe BFU krijgen.
1
Nijdam, Nils (2026) Voorbij het behoedzaam begroten. Verminder onzekerheden in inkomsten en uitgaven van gemeenten, in: ROB
(2026) Risico's in de financiële verhoudingen, p. 16. 2
Memorie van Toelichting Wijziging FvW en FinBES, art. 2.2e, en: Algemene Rekenkamer (2019), ‘Resultaten verantwoordingsonderzoek
2018 Gemeentefonds (B)’, paragraaf 3.3 en ‘Resultaten verantwoordingsonderzoek 2018 bij het Ministerie van BZK (VII)’ paragraaf 4.3.8. 3
COELO (2022) Advies over het uitkeringsstelsel tussen Rijk en provincies en gemeenten. Zie: Advies_uitkeringsstelsel_definitief.pdf.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11051903
Zo gaan de Decentralisatie-uitkeringen volledig over in BFUs en is het streven ook om zoveel mogelijk SPUKs om te zetten in BFUs. De Integratie-uitkeringen verdwijnen volledig als mogelijke uitkeringsvorm: de middelen die gemeenten kregen vanuit eerdere Integratie-uitkeringen zijn opgegaan in de algemene uitkering. Op die manier krijgt de algemene uitkering nog meer nadruk als hét middel om gemeenten (en provincies) te financieren, wat volgens de Rijksoverheid moet leiden tot het realiseren van een drieledig doel: versterking van de autonomie van medeoverheden, de administratieve en controlelast van medeoverheden verminderen en in aanvulling daarop: het realiseren van een besparing. Op de omzettingsoperatie van SPUKs naar BFUs gaan we hieronder nader in. Wat wordt er met de omzettingsoperatie van SPUKs beoogd en hoe ziet die eruit? Het Rijk neemt zich voor om de SPUKs zoveel mogelijk over te hevelen naar het Gemeentefonds omdat ze in aantal structureel toenemen, wat zoals hierboven toegelicht gepaard gaat met strikte en gedetailleerde controle-eisen. Het aantal SPUKs is tussen 2018 en 2023 gestegen van 16 naar 153, en qua bestedingen van € 8 naar € 18,3 miljard. De BFU zal in theorie leiden tot minder administratieve druk. Dat komt bijvoorbeeld door het feit dat er geen additionele accountantscontrole over uitgevoerd hoeft te worden, wat bij de SPUKs wel het geval is.
Wel behouden Tweede Kamer en ministerie de mogelijkheid om eens per jaar informatie op te vragen over het behalen van de doelen van voormalige SPUKs. In dat geval worden gemeenten binnen de BFUs verplicht om de gevraagde informatie aan te leveren. Ook is in het wetsvoorstel opgenomen dat er bij uitzondering méér dan eens per jaar informatie uitgevraagd kan worden, indien het ministerie hiertoe aanleiding ziet. De Raad van State adviseert om die uitzonderingsregeling te schrappen.4 Het is immers de vraag of de omzettingsoperatie daadwerkelijk zal leiden tot een sterke vermindering van de administratiedruk wanneer ministeries meerdere keren per jaar informatie op mogen vragen. Daar komt bij dat het Rijk de omzettingsoperatie zoals gezegd gepaard liet gaan met een besparing: een efficiëntiekorting van 10%. Het oorspronkelijke streven van het Rijk was om alle SPUKs om te zetten in BFUs. In de praktijk bleek het lastig om alle SPUKs om te zetten, waarna overleg tussen betrokken departementen, VNG en IPO resulteerde in behoud van een (flink) aantal SPUKs. Vaak is hierbij de 10% korting toegepast, maar voor een selecte groep SPUKs geldt dat de korting niet is toegepast.
Dit zijn die met betrekking tot de compensatie voor de toeslagenaffaire, ondersteuning voor gemeenten in het aardbevingsgebied van Groningen, opvang en verstrekkingen voor Oekraïense ontheemden, de BUIG (waaruit onder meer bijstandsuitkeringen betaald worden) en de uitkering voor de financiering van COVID-19 vaccinaties.5 Verschillende SPUKs zullen al in 2026 omgezet worden, bij anderen is het streven om dit pas vanaf 2028 of 2029 te doen. De omzetting van SPUKs wordt uitgesteld tot na 2026 wanneer ze direct aflopen na dat jaar, wanneer ze om juridische redenen door moeten blijven lopen tot na 2026 en wanneer ze behouden moeten worden vanwege politieke prioriteit.
4
Raad van State (2026), Reactie Wet herziening uitkeringsstelsel financiële verhoudingen. - Raad van State.
5
Min. BZ (2025) Kamerbrief uitkomst omzetting specifieke uitkeringen. Zie: Kamerbrief.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11051903
Welke discussies worden er gevoerd over de uitkeringen voor Wmo en Jeugdhulp? Er is een discussie gaande over de bekostigingssystematiek van de Wmo en Jeugdhulp die aansluit bij de wijzigingen in de Financiële-verhoudingswet. Zo is tussen kabinet en medeoverheden afgesproken dat de Wmo voor een deel niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds zal gaan, maar via aparte financiering. Over de vorm is geen afspraak gemaakt, dit zou een BFU of SPUK kunnen worden. Dit is een logische stap, aangezien de kosten van de Wmo vanwege de vergrijzing versneld oplopen. Voor de jeugdhulp speelt deze discussie in het werk van de Deskundigencommissie Hervormingagenda Jeugd (ook wel de commissie Van Ark). In 2025 heeft deze commissie in een rapport aangeraden om de financiering van de Jeugdhulp te splitsen in één deel dat meeloopt met de indexatie van de algemene uitkering en één deel dat hier los van komt te staan. Hierbij zou het bekostigingsdeel voor algemene basisvoorzieningen vrij in te vullen zijn voor gemeenten en zich daarom goed lenen voor de algemene uitkering en reguliere indexatie. Het bekostigingsdeel voor de geïndexeerde jeugdhulp is strikter dichtgeregeld: gemeenten zullen zich binnen de kaders van de wet moeten houden en mogen het betalen van hulp niet weigeren.
Daarom wordt door de Deskundigencommissie geadviseerd dit deel apart te zetten, zodat de verhouding tussen uitkering en werkelijke kosten reëler wordt. Dat kan binnen het gemeentefonds (BFU), of erbuiten (SPUK). Ondanks dat de intentie al enige tijd geleden is uitgesproken zijn er nog geen concrete aanwijzingen dat op korte termijn gevolg gaat worden gegeven aan deze afspraak over de Wmo en het advies over Jeugd. Welke concrete wijzigingen zien gemeenten hierdoor op zich afgekomen, indien de voorgestelde wijzigingen doorgang vinden? In totaal is voorgenomen dat er 104 SPUKs omgezet worden in een BFU. Een klein aantal daarvan (19) blijft bestaan in 2026. Op 8 mei jongstleden heeft de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken de Kamer geïnformeerd over wat er met deze SPUKs gebeurt: tien SPUKs worden verlengd met één jaar, met overheveling in 2028, vanwege de wens tot een degelijke begrotingsvoorbereiding. Twee SPUKs worden zelfs verlengd met twee jaar (omzetting in 2029), vanwege de langere doorlooptijd voor een wetswijzigingstraject. De overige zeven SPUKs zijn in 2026 overgezet naar een BFU. Daarnaast meldt de minister in zijn brief aan de kamer dat er nog vijf extra SPUKs bijkomen. Er is nog een restcategorie van dertien specifieke SPUKs die hoe dan ook meerjarig in stand blijven én uitgezonderd zijn van de 10% korting, zoals eerder hierboven toegelicht.
Wanneer een SPUK behouden blijft en er 10% korting wordt gerekend, zou dat in de plannen van het Rijk niet afgewenteld moeten worden op gemeenten of provincies, maar moet dat opgelost worden met lagere prestatie-eisen, een doelmatigere uitvoering óf alternatieve dekking vanuit het ministerie. De vakministeries staan hiervoor aan de lat. Het college is kritisch op deze besparingsoperatie, omdat het zeer de vraag is of de 10% korting daadwerkelijk gevonden kan worden in een doelmatige uitvoering en hij vaak gevonden zal moeten worden in lagere prestatie-eisen. Dat heeft op haar beurt weer potentiële negatieve gevolgen voor de gemeentelijke opgaven en ondersteuning aan Haagse inwoners. Hoe gaat het college om met deze wijzigingen? Het college bereidt zich voor op de komst van de BFUs en monitort de situatie rondom de blijvende en nieuwe SPUKs. Hierin wordt nauw met de VNG en de G4-gemeenten samengewerkt.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11051903
Gaat het om de nieuw te vormen BFUs, dan blijft het college er scherp op dat er ook echt autonomie komt in het uitvoeren van de taken. Wat het college betreft bepaalt het Rijk het doel (bijvoorbeeld extra woningbouw) en de gemeente kiest autonoom de concrete invulling daarvan (bijvoorbeeld wat voor type woningen en waar die gebouwd worden). Het college pleit ervoor dat informatie die eens per jaar wordt opgevraagd kwantitatieve data betreft en geen kwalitatieve duidingen, zodat er daadwerkelijk een mogelijke efficiëntieslag en vermindering van verantwoordingsdruk kan plaatsvinden. Wij sluiten ons daarmee aan bij de consultatiereactie van de VNG van 25 april 2025.6 Het college draagt er doorlopend zorg voor dat de interne monitoringssystemen op orde zijn, zodat gereageerd kan worden op het opvragen van informatie vanuit de Tweede Kamer of ministeries. Wel sluit het college zich aan bij het advies van de Raad van State (ook genoemd in de consultatiereactie van de VNG)7 om het te houden bij een standaard verantwoording eens per jaar. Daarnaast wordt er scherp op gelet dat de verdeelcriteria die gehanteerd worden eerlijk uitpakken voor onze gemeente. Gaat het om de SPUKs die in stand blijven, dan monitort het college strak of de 10% bezuiniging (waar dit van toepassing is) correct ingevuld wordt op een manier die geen negatieve financiële gevolgen heeft voor ons als gemeente.
Het gaat dan om een versobering van taken, de reële mogelijkheid om efficiënter te gaan werken of het ontvangen van een alternatieve dekking vanuit het Rijk. Bij een versobering van taken worden maatschappelijke partners die middelen vanuit de SPUK ontvangen, tijdig op de hoogte gesteld. Het college treedt met hen in overleg wanneer het gevolgen heeft voor de dienstverlening en/of bedrijfsvoering van onze partners. Wijzigingen in landelijke financiële kaders worden preventief ingeboekt, conform het voorzichtigheidsbeginsel,8 zodat Den Haag zich niet rijk rekent. Wanneer de versobering van de SPUKs grote maatschappelijke gevolgen heeft, kan dit nadere besluitvorming vragen. Het college overweegt in dat geval het versterken van de ambtelijke of bestuurlijke lobby richting het Rijk. Worden er nieuwe SPUKs ingericht, dan controleert het college de kostendekkendheid hiervan. Wanneer die niet voldoet trekken we samen op met de VNG en de G4 in ons gesprek met het Rijk. De VNG hanteert overigens als uitgangspunt dat het inrichten van een SPUK altijd gepaard moet gaan met volledige vergoeding van de voor de taak benodigde kosten.9 Ter illustratie: de concrete situatie rondom de SPUKs voor Den Haag De gemeente Den Haag ontvangt op dit moment 66 SPUKs, verspreid over onze diensten.
Wij gaan hieronder ter illustratie in op de grootste drie en beschrijven kort wat de gevolgen zijn van de omzettingsoperatie en beoogde wetswijziging (de BUIG is onze grootste SPUK, maar die laten we hier buiten beschouwing vanwege de uitzondering van de 10% regeling).
6
VNG (2025), Consultatiereactie VNG op de aanpassingen van de Financiële Verhoudingswet (Wet herziening uitkeringsstelsel financiële
verhoudingen). Zie: VNG leeg. 7
Raad van State (2026), Reactie op Wet herziening uitkeringsstelsel financiële verhoudingen. - Raad van State.
8
Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026. Zie: Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026 | Lokale wet- en
regelgeving. 9
VNG (2025), Consultatiereactie, p.6. Zie: VNG leeg,
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11051903
1.
SPUK Tijdelijke regeling specifieke uitkering gebiedsbudget. Deze SPUK is ingericht om woningbouw mogelijk te maken door specifieke aanpassingen aan bouwgebieden, zoals duurzaamheidsmaatregelen en herinrichting van de openbare ruimte. Gemeente Den Haag ontving in 2025/2026 ruim €86 miljoen vanuit het Rijk voor deze SPUK. Het uitgangspunt is om hier een BFU van te maken in 2028. Hierop zit géén korting van 10%, omdat dit een nieuwe SPUK betreft. Wij bereiden ons voor op de latere omzetting naar een BFU, waarin we meer beleidsvrijheid krijgen en minder bewijslast moeten aanleveren dan nu het geval is.
2.
Specifieke uitkering woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur. Deze SPUK was bedoeld om op korte termijn zoveel mogelijk woningbouw mogelijk te maken, door infrastructuur te financieren die noodzakelijk is voor het slagen van de woningbouw. In deze SPUK gaat voor Den Haag ongeveer €72 miljoen om. Omdat de SPUK afloopt en de 10% korting opgevangen wordt door alternatieve dekking binnen het ministerie hebben de wijzigingen voor deze SPUK geen gevolgen.
3.
SPUK Onderwijsachterstandenbeleid 2023-2026 (OAB). Deze SPUK loopt door in 2027 en is beoogd om over te gaan in een BFU in 2028. Via deze SPUK, beheerd door de dienst OCW, ontvangt Den Haag ongeveer € 60 miljoen per jaar. Omdat er minder geld beschikbaar komt betekent dit dat er minder kinderen bereikt kunnen worden met ons onderwijsachterstandenbeleid. Daarom is er voor 2026 een 5% korting doorgevoerd en de overige 5% korting is gedekt met reservemiddelen. In de nieuwe Haagse Educatieve Agenda (HEA), wordt de korting van 10% meegenomen en de gemeentelijke onderwijspartners zijn hierover geïnformeerd. Omdat de korting echter via een landelijke verdeelsleutel verdisconteerd wordt is het niet zeker hoe de korting gaat landen in Den Haag. In het coalitieakkoord van de landelijke regering is aangekondigd dat de 10% vanaf 2027 teruggedraaid zal worden. Echter, dit resulteert in meer middelen voor het Ministerie van OCW en het is nog niet zeker of en hoe gemeenten dit terug zullen zien.
Noot: kritisch advies Raad van State kan nog tot wijzigingen leiden in het wetsvoorstel De Raad van State geeft in haar advies aan zorgen te hebben over of de beoogde effecten van de wet daadwerkelijk optreden. Zo uit hij twijfels over of de beleids- en bestedingsvrijheid voor gemeenten daadwerkelijk op gaan treden wanneer het ministeries vrij staat om interbestuurlijke afspraken te maken. Daarnaast is hij er niet van overtuigd dat er met dit wetsvoorstel daadwerkelijk minder specifieke regelingen zullen komen, mede omdat het mandaat bij de ministerraad ligt om uitkeringen 'bij grote spoed' uit te schrijven voor maximaal vijf jaar, waarmee een meer zorgvuldig (maar ook langduriger) proces van het instellen van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) omzeild wordt. De Raad van State sluit zich hiermee aan bij de VNG consultatiereactie.10 Ook is de Raad van State er kritisch over dat dit wetsvoorstel niet de kern van een voortdurend probleem in de interbestuurlijke verhoudingen aanpakt: de tendens van de Rijksoverheid om taken te delegeren aan medeoverheden zonder hier afdoende middelen voor ter beschikking te stellen. De wet zegt hierover (nog) niets en gaat ook niet in op ‘houding en gedrag’ tussen Rijksoverheid en medeoverheden.
10
VNG (2025), Consultatiereactie, p. 7. Zie: VNG leeg.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11051903
Hoe nu verder? Begrotingstechnisch bereidt het College zich voor op de wijzigingen. De plannen van het Rijk blijven samen met de VNG goed gemonitord worden en er wordt op geanticipeerd, ook wanneer wijzigingen optreden naar aanleiding van het advies van de ROB. Wanneer wijzigingen grote maatschappelijke consequenties hebben en er keuzes gemaakt moeten worden, wordt uw raad betrokken voor oordeelsen besluitvorming. Dat zal gebeuren op initiatief van de betreffende portefeuillehouders. Waar de omzetting leidt tot lagere uitvoerings- en verantwoordingslasten wordt bezien hoe dit doorwerkt op de organisatie. Tevens informeren wij uw raad met een voortgangsbrief nadat de omzetting van de Financiële-verhoudingswet doorgevoerd is. Dit staat bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken op de planning voor 2026, het is echter nog niet zeker of die planning gehaald wordt.
Met vriendelijke groet, de wethouder van Financiën, Cultuur en Economische ontwikkeling Saskia Bruines
7/7