RIS325513 Bijlage Jaarrapportage 2025 Wmo
Tekst van het document
Jaarrapportage 2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave........................................................................................................................................ 1 Voorwoord .............................................................................................................................................. 3 1. Wmo in de wijk ................................................................................................................................... 4 1.1. Subsidieregelingen sociale basis .................................................................................................. 4 1.2. Informele zorg .............................................................................................................................. 5 1.3. Eenzaamheid ................................................................................................................................ 8 1.4. Seniorvriendelijke stad ................................................................................................................. 9 1.5. AED’S .......................................................................................................................................... 12 2. Wmo in en om het eigen huis ........................................................................................................... 13 2.1.
Informatievoorziening................................................................................................................ 13 2.2. Wmo-meldingen ........................................................................................................................ 15 2.3. Regisseurs sociaal domein-OCW ................................................................................................ 15 2.4. Afgehandelde Wmo-meldingen en werkvoorraad .................................................................... 16 2.5. Spreiding doorlooptijden ........................................................................................................... 16 2.6. Trend Wmo-maatwerkarrangementen ..................................................................................... 17 2.7. Intensiteiten per resultaatgebied .............................................................................................. 18 2.8. Gemiddelde prijs per maatwerkvoorziening ............................................................................. 19 2.9. Looptijd indicaties ...................................................................................................................... 19 2.10. Persoonsgebonden budget (pgb)............................................................................................. 20 2.11.
Soepele overgang van Jeugdwet naar Wmo............................................................................ 20 2.12. Vervoersvoorzieningen ............................................................................................................ 21 2.13. Ritten en klachten AV070 ........................................................................................................ 22 2.14. Hulpmiddelen en woningaanpassingen ................................................................................... 23 3. Wmo met verblijf .............................................................................................................................. 24 3.1. Beschermd en begeleid wonen.................................................................................................. 24 3.2. Wachtlijst beschermd wonen .................................................................................................... 24 3.3. Maatschappelijke opvang .......................................................................................................... 25 4. Cliëntervaringen en -signalen in de Wmo ......................................................................................... 26 4.1. Klanttevredenheid ..................................................................................................................... 26 4.2.
Klachten ..................................................................................................................................... 27 4.3. Bezwaren.................................................................................................................................... 28 4.4. Voorkomen misbruik en oneigenlijk gebruik ............................................................................. 28
2 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
Voorwoord Inleiding Voor u ligt de Jaarrapportage 2025 Wmo. Hierin wordt inhoudelijk verslag gedaan van de behaalde resultaten in het hele jaar 2025. Voor de financiële informatie wordt zoals gebruikelijk verwezen naar andere stukken. Bijvoorbeeld de Programmarekening 2024 (RIS321975), de Programmabegroting 2025-2028 (RIS319799) en de Voorjaarsnota 2025 (RIS322212). Wmo is… De wettelijke opdracht aan gemeenten om maatschappelijke ondersteuning te bieden is breed. Dat gaat over het bevorderen van sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, toegankelijkheid van voorzieningen, veiligheid, leefbaarheid en het bestrijden van huiselijk geweld (art. 1.1.1 lid 1 Wmo). En ook over het ondersteunen van zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of psychische of psychosociale problemen (lid 2), en het bieden van beschermd wonen en opvang (lid 3). Wmo is dus méér dan geïndiceerde maatwerkvoorzieningen alléén. Ook onderwerpen zoals welzijn in de wijk, huiselijk geweld, en beschermd en begeleid wonen zijn onderdeel van de Wmo. Indeling rapportage Deze rapportage heeft de volgende indeling: 1. Wmo in de wijk. 2. Wmo in en om het eigen huis. 3. Wmo met verblijf. 4. Cliëntervaringen en -signalen in de Wmo. Informatie over de demografische gegevens van de stad zijn o.a. te lezen in de Ouderenmonitor 2023 (RIS316022) en in de Staat van de Stad 2026 (RIS325009).
Figuur: Schematische opbouw van deze Wmo-rapportage
3 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
1. Wmo in de wijk De gemeente streeft naar een samenleving waar inwoners zoveel mogelijk zelfstandig of met hulp van familie, vrienden en/of kennissen aan kunnen deelnemen en een bijdrage kunnen leveren aan hun leefomgeving. Daarbij zet de gemeente in op een sterke sociale basis (RIS323213). De Haagse sociale basis is het sociale weefsel van de stad; waar inwoners elkaar ontmoeten, meedoen en samen zorgen voor elkaar en waar inwoners die dat nodig hebben worden ondersteund. De sociale basis draagt bij aan het voorkomen, uitstellen of verminderen van (zwaardere) professionele zorg. Dit sluit aan bij de doelstelling van het Rijk om de beweging van zorg naar gezondheid en welzijn te maken.
1.1. Subsidieregelingen sociale basis Het college verleent subsidies voor activiteiten die de sociale basis versterken. Dit gebeurt via een aantal subsidieregelingen met ieder een eigen doel. Begrotingssubsidies (zoals de Boodschappen Begeleidingsdienst, het Centrum Groepswonen en PEP Den Haag) zijn niet in dit overzicht meegenomen. Deze worden bij de losse onderwerpen in deze rapportage geadresseerd. • De Subsidieregeling Samen Sociaal en Vitaal (grootschalig en kleinschalig, RIS318891) heeft als doel versterken van de vitaliteit, participatie en/of zelfredzaamheid van kwetsbare Haagse inwoners, en het ondersteunen van mantelzorgers. Het bedrag dat organisaties kunnen aanvragen ligt tussen de € 15.000 en € 400.000. Hoe hoog precies hangt af van het soort activiteit (categorie) en van de schaal (grootschaligheid) waarop deze wordt uitgevoerd. • De Subsidieregeling Haags Ontmoeten (RIS318617) heeft als doel het aanbod Haags Ontmoeten tot stand te brengen: locaties verspreid over de stad waar senioren elkaar kunnen ontmoeten, kunnen deelnemen aan activiteiten en waar daarnaast hulp en ondersteuning wordt geboden aan hun mantelzorgers. Het maximaal aan te vragen bedrag ligt tussen de € 3.000 en € 42.000.
• De Subsidieregeling Eten en Ontmoeten (RIS318890) heeft als doel het door middel van maaltijdinitiatieven gezond eten bevorderen en via sociaal contact bijdragen aan het welzijn van thuiswonende kwetsbare senioren. Het maximaal aan te vragen bedrag is € 300.000 per aanvrager. • De Subsidieregeling belangenbehartiging mantelzorgers en senioren (RIS312678) heeft als doel het faciliteren van het ophalen van de stem van mantelzorgers en senioren. Het platform Mantelzorgbelang Den Haag en de Stedelijke Ouderencommissie ontvingen middelen om hun activiteiten ten behoeve van belangenbehartiging uit te voeren. • De Subsidieregeling Samen Ouder (in 2025 nog genaamd subsidieregeling ouderensociëteiten, RIS324044) heeft als doel om ontmoeting en recreatie onder ouderen te stimuleren. Er zijn 157 subsidies toegekend ter waardering van vast terugkerende activiteiten die voor en door senioren worden georganiseerd. • Kenmerkend aan onderstaande tabel 1.1 is dat 90% van het totale budget binnen de subsidieregelingen Samen Sociaal en Vitaal en Haags Ontmoeten zit en naar ongeveer 42% van de organisaties ging. Dit is inherent aan hoe de regelingen momenteel georganiseerd zijn.
Tabel 1.1: Bedragen en aantal voor subsidiejaar 2025 verleende subsidies Subsidieregeling Toegekende middelen Aantal subsidies en (niet-unieke) ontvangers1 subsidiejaar 2025 Subsidieregeling grootschalige 30 subsidies onder 28 organisaties activiteiten Samen Sociaal en Vitaal € 3.950.000 (RIS318891) Subsidieregeling kleinschalige € 1.778.500 91 subsidies onder 76 organisaties activiteiten Samen Sociaal en Vitaal (RIS318891) 1 Eén organisatie kan meerdere subsidies ontvangen. Hierom zijn deze twee cijfers niet altijd hetzelfde. Eén subsidie kan
ook meerdere Haags Ontmoeten locaties bevatten. In het geval van de laatste regeling kan de ontvanger ook een inwoner/particulier zijn.
4 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
Subsidieregeling Haags Ontmoeten (RIS318617) Subsidieregeling Eten en ontmoeten (RIS318890) Subsidieregeling belangenbehartiging mantelzorgers en senioren (RIS312678) Subsidieregeling Samen Ouder (in 2025 nog genaamd subsidieregeling ouderensociëteiten, RIS324044) Totaal
€ 815.000
23 subsidies onder 19 organisaties voor in totaal 62 verschillende HO locaties 15 subsidies onder 14 organisaties
€ 130.000
2 subsidies onder 2 organisaties
€ 69.016,75
157 subsidies onder 157 organisaties en/of particulieren
€ 3.329.147
€ 10.071.663,75
318 subsidies onder 296 (niet-unieke) ontvangers
1.2. Informele zorg Mantelzorgers en vrijwilligers vormen een onmisbaar onderdeel van de Haagse samenleving. Of het nu gaat om een vrijwilliger die dak- en thuisloze Haagse inwoners van eten voorziet bij de Haagse Soepbus, of een man die voor zijn moeder zorgt; ze zetten zich belangeloos in voor een ander. Het college zet met de actielijn informele zorg 2024-2026 (RIS317703) in op de toekomstbestendigheid van het Haags vrijwilligerswerk en Haags mantelzorg. • Respijtzorg. Het Logeerhuis in Laak opende in augustus haar deuren voor cliënten en heeft in 2025 zeven logees mogen ontvangen. Daarnaast voerde Hups een online marketingcampagne om haar bekendheid te vergroten onder Haagse mantelzorgers. Dit heeft geleid tot meer aanmeldingen, waardoor de campagne in 2026 wordt voortgezet. Het aantal mantelzorgers dat via de gemeente ondersteuning kreeg, nam toe van acht in 2024 naar 33 in 2025. Vaak ging het om mantelzorgers van een naaste met een dementiediagnose, maar ouderdomsklachten en ggz-problematiek kwamen ook voor. • Ondersteuning mantelzorg SPXL’s. De ondersteuning voor mantelzorgers werd bij Servicepunten XL verstevigd. In 2025 is twee fte extra ingezet in stadsdelen Loosduinen, Segbroek, Scheveningen en Centrum. Daarbij hebben ruim 340 mantelzorgers (H1 2025: 190) gebruik gemaakt van ondersteuning in 2025.
In de stadsdelen Loosduinen en Segbroek zijn het aantal mantelzorgers minder zichtbaar in de registratie van Wijkz. Mantelzorgers krijgen ook ondersteuning binnen de reguliere hulptrajecten. Dat hoort namelijk bij het brede takenpakket van de ouderenconsulenten. Omdat mantelzorgers daarin niet apart worden geregistreerd, is het totale bereik niet volledig inzichtelijk. Vanaf 1 april 2026 zal Incluzio de mantelzorgondersteuning verzorgen. Met hen worden afspraken gemaakt over de registratie. • Waarderingsprogramma. Het waarderingsprogramma heeft van 2 oktober tot en met 14 december 2025 opengestaan. Zie het onderstaande figuur 1.2 voor de statistieken van 2025. Figuur 1.2: Resultaten waarderingsprogramma voor mantelzorgers en vrijwilligers in 2025
Ingediende aanvragen 17.044
•
•
Toegekende aanvragen 14.549 Afgewezen aanvragen 2.495
Mantelzorgers 7.832 (54%) Vrijwilligers 6.717 (46%)
Haagse Vrijwilligersprijzen. Op zaterdag 22 november zijn de Haagse Vrijwilligersprijzen 2025 uitgereikt. Dit jaar waren 89 individuele vrijwilligers, 45 vrijwilligersteams en 31 organisaties aangemeld. De teamprijs ging naar het vrijwilligersteam van Centrum Marike. De organisatieprijzen gingen naar de Luisterlijn (eerste prijs) en Netwerk Haagse Helpers (tweede prijs). Voor meer zie: Haagse Vrijwilligersprijzen - Den Haag. Mantelzorgdriedaagse. Op 6 tot en met 8 november vond de Mantelzorgdriedaagse 2025 plaats, rondom de campagne ‘Omkijken naar elkaar’. Ruim 1.100 deelnemers bezochten 23 activiteiten door de hele stad, georganiseerd door maatschappelijke partners. Zij organiseerden workshops, culturele uitjes en andere manieren om mantelzorgers in het zonnetje te zetten. Daarnaast was er een speciale radio- en tv‑uitzending op Den Haag FM en TV West met aandacht voor hun verhalen. Uit de evaluatie van de
5 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
•
• •
•
Mantelzorgdriedaagse blijkt dat 90% van de deelnemers zich gewaardeerd voelt door de activiteiten en 86% van de respondenten zou graag een volgende editie weer willen meedoen. Vrijwilligerswerk tijdens werktijd. In heel 2025 is 664,75 uur vrijwilligerswerk voor de Haagse samenleving tijdens werktijd verricht door 65 medewerkers van de Gemeente Den Haag. Ten opzichte van 2024 (562,3 uur onder 60 medewerkers) betreft dit een toename van 18,2% in uren en 8,3% in medewerkers. Vrijwilligerswerk tijdens werktijd draagt bij aan de Haagse organisatiewaarden. Zo zorgt het ervoor dat de afstand tussen het stadhuis en de stad wordt verkleind. Mantelzorguren. In 2025 hebben 63 personen in totaal 2.173,5 uur aangevraagd voor mantelzorg. Deze uren zijn toegekend. 76 personen hebben in totaal 1436,13 uren gedoneerd. Netwerk mantelzorg. Op 6 mei 2025 organiseerden PEP, het Platform Mantelzorg Belang en de gemeente een bijeenkomst van het stedelijk netwerk mantelzorg. Doel hiervan was om de ondersteuning voor (jonge) mantelzorgers te verbeteren. In november 2025 zijn met mantelzorgorganisaties verdiepende gesprekken gevoerd over een brede netwerkstructuur. Het doel van het netwerk is het verbinden van formele en informele organisaties die zich bezighouden met mantelzorgondersteuning in Den Haag, met als doel mantelzorgers passend te ondersteunen en te waarderen.
Door samenwerking wordt gewerkt aan een inclusieve, toegankelijke en samenhangende ondersteuningsstructuur. Jonge mantelzorg. Eind 2025 bracht de Haagse Hogeschool onderzoek onder Haagse MBO- en HBO‑studenten naar buiten, waaruit blijkt dat jonge mantelzorgers zorgtaken combineren met hun studie en werk, wat regelmatig leidt tot stress, vermoeidheid en mentale druk. Met de uitkomst van het onderzoek kunnen we de doelgroep beter bereiken waarna we gerichtere interventies kunnen inzetten.
Tabel 1.3: aantal en intensiteit studenten met mantelzorgtaken in 2024 en 2025
Bron: Haagse Hoge School • PEP Den Haag. PEP biedt Haagse maatschappelijke organisaties kosteloos advies, ondersteuning, training en mogelijkheden tot verbinding en netwerken. o Advies en ondersteuning. PEP heeft in 2025 1.183 (2024: 1.150) keer advies en ondersteuning geboden aan maatschappelijke organisaties. In 176 gevallen (15%) betrof dat organisaties die voor het eerst van de dienstverlening van PEP gebruik maakten. De top drie van onderwerpen die aan bod kwamen waren financiën (ondersteuning bij subsidie- en fondsaanvragen), bestuur en beleid (o.a. wet- en regelgeving en het vergroten van bestuurlijke kennis) en vrijwilligers (het vinden van en het begeleiden). Aan 34 (2024: 31) bewonersorganisaties is ondersteuning geboden. Zie voor meer details onderstaande figuren 1.4 tot en met 1.6. o Den Haag Doet en Volunteer The Hague. Via de online vacatureplatforms van PEP (Den Haag Doet en Volunteer The Hague) kwamen in 2025 minimaal 4.335 (2024: 4.224) verbindingen tot stand tussen aspirant vrijwilligers en vrijwilligersvacatures van vrijwilligersorganisaties.2 o Den Haag Doet Academie. PEP biedt via de Den Haag Doet Academie trainingen en workshops voor Haagse vrijwilligers, mantelzorgers, vrijwillige bestuurders en coördinatoren. 135 (2024: 125)
2 Het betreft minimaal 4.335 matches omdat PEP alleen zicht heeft op wat via het eigen systeem wordt gematcht. Het
systeem is bewust laagdrempelig ingericht en staat toe dat Haagse inwoners buiten het platform (en het zicht van PEP) om contact opnemen met een vrijwilligersorganisatie. Het is aannemelijk dat er dankzij het platform van PEP meer matches zijn gerealiseerd dan geregistreerd.
6 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
o
trainingen van PEP trokken 1.853 (2024: 1.701) deelnemers en een gemiddeld tevredenheidscijfer van 8,1 (2024: 8,2). 41 externe aanbieders hebben in 2025 247 trainingen aangeboden (2024: 31 en 225). Certificeringstrajecten. Op 31 december 2025 liepen ongeveer 50 certificeringstrajecten (in diverse stadia) op het gebied van goed vrijwilligersbeleid. In 2025 hebben 9 organisaties het traject geheel afgerond en hun certificering uitgereikt gekregen.
Figuur 1.4: Onderwerpen adviesgesprekken (inclusief bewonersorganisaties) 36; 2%
Financiën
21; 1%
37; 2%
38; 3%
Bestuurszaken/beleid
28; 2%
77; 5%
Vrijwilligers Emancipatie, Diversiteit en Inclusie Netwerken en samenwerking
580; 38%
114; 7%
MBO en SROI 128; 8%
Kennismaking (vanuit PEP) Communicatie/zichtbaarheid
119; 8%
Mantelzorg Wet- en regelgeving en verzekeringen
178; 12%
180; 12%
Overig Locatie
Figuur 1.5: Adviesgesprekken per stadsdeel (locatie waar het gesprek plaatsvond) Centrum Stadsbreed Escamp
42; 4%
44; 4%
19; 2%
50; 4% 59; 5%
Loosduinen Segbroek
28; 2%
413; 35%
63; 5%
Haagse Hout
172; 14%
Scheveningen Laak Buiten Den Haag Leidschenveen-Ypenburg
7 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
293; 25%
Figuur 1.6: Onderwerpen adviesgesprekken met bewonersorganisaties 2; 2%
Bestuurszaken/beleid
1; 1%
4; 4%
4; 4%
Vrijwilligers
1; 1%
5; 5%
Financiën MBO en SROI Communicatie/zichtbaarheid
33; 31%
6; 6%
Kennismaking (vanuit PEP) Wet- en regelgeving en verzekeringen
7; 7%
Netwerken en samenwerking
8; 7%
Overig Locatie
15; 14%
19; 18%
Emancipatie, Diversiteit en Inclusie Mantelzorg
1.3. Eenzaamheid Algemeen •
Eenzaamheid in Den Haag. De Gemeente Den Haag streeft naar een samenleving zonder eenzaamheid. Helaas komt eenzaamheid nog steeds voor ondanks de inzet van de gemeente en betrokken maatschappelijke partners. In vergelijking met andere G4-steden (44,6 – 52,7%) en gemeenten in de GGDregio Haaglanden (51,9%), komt in Den Haag (56,4%) relatief meer eenzaamheid voor.
Figuur 1.7: Percentage ervaren eenzaamheid onder verschillende leeftijdsgroepen 59,1%
60% 58% 56%
55,8%
54% 52%
50,3%
50% 48% 46% 44% 18 t/m 34 jaar
35 t/m 64 jaar
65 jaar en ouder
Bron: GGD gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2024 •
Actielijn Eenzaamheid. De nieuwe Actielijn Eenzaamheid 2026-2028 (RIS324215) is op 16 december 2025 vastgesteld door het college. Voor de actielijn is een uitgebreid participatietraject doorlopen en zijn literatuuronderzoek en deskresearch uitgevoerd. Het traject heeft geleid tot acties die aansluiten bij de behoeften van inwoners, professionals en maatschappelijke organisaties.
Bewustwording en herkennen •
Ik denk aan jou. In de tweede helft van 2025 heeft het programma 'Ik denk aan jou' (op TV West) opnieuw aandacht gegenereerd voor eenzaamheid. Het dagbereik van Omroep West is 120.000 kijkers en op de sociale kanalen zijn de video's 3.950.600 keer bekeken. Ook hebben de video's veel reacties losgemaakt. Deze crossmediale zichtbaarheid duidt op hoge betrokkenheid en toont aan dat het thema eenzaamheid iets losmaakt bij het publiek: er is herkenning, het onderwerp wordt bespreekbaar gemaakt en mensen gaan met elkaar in gesprek. De mix van TV en sociale media kan de stap van bewustwording bij inwoners naar daadwerkelijke actie ondersteunen.
8 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
•
Signaleringstrainingen. In 2025 namen 20 professionals en vrijwilligers deel aan de signaleringstrainingen van Indigo. Om het bereik te vergroten en versnippering te voorkomen, wordt gewerkt aan één efficiënt modulair trainingsaanbod. Dit is efficiënter, voorkomt overlap tussen de thema’s en houdt rekening met de schaarse tijd van professionals en vrijwilligers die werken met mensen met eenzaamheidsgevoelens, (jonge) mantelzorgers en mentale gezondheid bij jongeren.
Samenwerkende netwerken •
Netwerkbijeenkomsten. Er hebben twee netwerkbijeenkomsten plaatsgevonden waaraan circa 70 partners hebben deelgenomen. Eén bijeenkomst was bedoeld om organisaties elkaar te laten inspireren en samenwerking te stimuleren binnen de verschillende doelgroepen van eenzaamheid. De ander was bedoeld om de beleidsrichting van de nieuwe actielijn aan te laten sluiten bij de praktijk.
Duurzame ondersteuning •
•
•
Ondersteuningsaanbod voor jongeren. In samenwerking met de Haagse Preventieaanpak, het programma mentale gezondheid bij jongeren en het mantelzorgbeleid is gestart met een integrale aanpak. Hierbij is en wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een platform dat het ondersteuningsaanbod voor jongeren beter toegankelijk maakt. Verwijskaart voor professionals. Met deze zelfde samenwerkingspartners is tevens gestart met een integrale aanpak op dit onderwerp. Hierbij is en wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een verwijskaart voor professionals die met jongeren werken, zodat zij snel zicht hebben op passende interventies voor jongeren (inclusief jonge mantelzorgers) met o.a. eenzaamheidsgevoelens, mentale gezondheidsklachten en onderliggende problematiek. Lief- en leedstraten. In 2025 is onderzoek gedaan naar de impact van de lief- en leedstraten. De bevindingen zijn meegenomen in de aanbesteding voor de interventie lief- en leedstraten. In 2025 heeft een opschoning van de administratie plaatsgevonden, veel gangmakers bleken niet meer actief. Daarnaast stopten straten doordat gangmakers wegvielen of er geen interesse uit de straat was. De zichtbare daling in tabel 1.8 is vermoedelijk het gevolg van de administratieve opschoning. Positief is dat 35 nieuwe straten zijn gestart.
De stichting heeft twee gangmakersbijeenkomsten en 58 lief- en leedcafés georganiseerd in de verschillende wijken. Tabel 1.8: Aantal lief- en leedstraten per jaar Periode 2019 2020 Aantal Lief en Leedstraten 219 306 Toe-/afname N.v.t. +87 In % N.v.t. +39,7%
2021 300 -6 -2%
2022 362 +62 +20,7%
2023 400 +38 +10,5%
2024 441 +41 +10,3%
2025 294 -147 -33,3%
Initiatieven uit de stad • Creatief Leven en Join Us. Beide interventies bieden een gestructureerde aanpak om eenzaamheid onder jongeren en jongvolwassenen te verminderen en hun sociale vaardigheden te versterken. De interventies zijn het afgelopen jaar van start gegaan. Hoewel deze in andere steden succesvol verlopen, blijft deelname in Den Haag tot nu toe laag, respectievelijk 0 en 19 deelnemers. Waarschijnlijk speelt de communicatie hierbij een belangrijke rol. Deze inzichten worden benut om in 2026 het bereik te vergroten.
1.4. Seniorvriendelijke stad Op 16 mei 2025 is de Actielijn Seniorvriendelijk Den Haag 2025-2030 (RIS322179) gepubliceerd. De actielijn bevat een brede aanpak op het gebied van preventie, ontmoeting, ondersteuning, wonen en de samenwerking met zorg. In het commissiedebat van 20 november 2025 is de wens geuit om integraal te rapporteren over de voortgang van de actielijn. Hieronder zijn de belangrijkste punten in de voortgang gebundeld weergegeven.
Stem van ouderen ophalen •
Ervaringsraad. De inspraak van laaggeletterde senioren en senioren met een migratieachtergrond is verstevigd door de oprichting van een ervaringsraad waarin senioren hun ervaringen delen met als doel het ouderenbeleid inclusiever te maken.
9 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
Gezond en samen ouder worden •
•
•
Valpreventie. Gemeenten hebben de opdracht om een valpreventie keten in te richten met als doel het aantal valongevallen onder senioren te verminderen. Deze keten bestaat uit een aantal onderdelen waar Den Haag haar invulling aan heeft gegeven. o Het opsporen van senioren met verhoogd valrisico en het testen van het valrisico. In elk stadsdeel is een Vitaliteitsdag georganiseerd met gemiddeld 125 bezoekers. Daarnaast zijn 1.500 senioren getest op hun valrisico via ‘Smartfloors’ en ‘Inbodyscans’. De waargenomen risicopercentages: 7% hoog, 33% matig en 60% laag. Dit betekent dat circa 40% van de geteste groep baat heeft bij gerichte valpreventieve interventies, wat het belang van vroegsignalering onderstreept. o Het aanbieden van valpreventie trainingen voor mensen met 'matig' valrisico. Er zijn 36 ‘In Balans’cursusreeksen georganiseerd. De cursusreeks is door 520 deelnemers gevolgd. Deze trainingen dragen bij aan het verbeteren van balans, spierkracht en zelfvertrouwen, en verkleinen daarmee het risico op vallen. o Het doorstromen naar structureel beweegaanbod. Ruim een derde van de deelnemers heeft direct na de ´In Balans´-cursus een passende beweegactiviteit gevonden, onder andere bij de 47 Meer Bewegen voor Ouderen groepen. Dit wijst erop dat de cursus Den Haag Blijft Staan niet alleen tijdelijk effect heeft, maar ook leidt tot duurzamere gedragsverandering.
Ook zijn er 63 senioren opgeleid tot beweeg- of wandelcoach, zij bieden beweegactiviteiten voor 600 senioren. 11 vrijwilligers hebben 27 senioren via een beweegvisite thuis ondersteund met het weer in beweging komen door beweegoefeningen. Dit helpt juist de meest kwetsbare groep om (weer) actief te worden. Bibliotheken en Stichting Boodschappen Begeleidingsdienst. De bibliotheken boden in 2025 educatieve en culturele activiteiten voor senioren in het kader van een leven lang leren. Daarnaast heeft de Boodschappen Begeleidingsdienst 400 tot 450 diensten per week aan senioren geleverd. Haags Ontmoeten. o Er zijn twee nieuwe Haags Ontmoeten-locaties geopend. In totaal waren er in 2025 61 Haags Ontmoeten-locaties verspreid over heel Den Haag. o Vanaf 2025 is voor Haags Ontmoeten meerjarig subsidiëren mogelijk gemaakt, met een looptijd van drie jaar. Ook is het mogelijk gemaakt om meer cultuurspecifieke locaties te realiseren (RIS322104). o Er zijn ook verschillende bijeenkomsten georganiseerd over cultuursensitiviteit. Dit heeft geleid tot het aanpassen van de communicatie vanuit de locaties en betere samenwerking met vrijwilligers en sleutelfiguren van verschillende culturen. Zeven nieuwe locaties volgden het traject om dementievriendelijk te worden.
o In tabel 1.9 is te zien dat de nieuwe locaties en de inzet op communicatie heeft geleid tot een stijging van het aantal deelnemers. Tegelijkertijd is een afname te zien van het aantal mantelzorgers, dit komt met name door de sluiting van de locaties van Schroeder. Om die trend te keren wordt de monitoring geïntensiveerd naar ieder halfjaar. Ook meer aandacht voor de impact i.p.v. aantallen alleen.
Tabel 1.9: Unieke deelnemers en mantelzorgers Haags Ontmoeten per kwartaal Deelnemers Mantelzorgers Periode ToeIn % Toe2024 2025 2024 2025 /afname /afname Kwartaal 1 2.681 3.183 +502 +18,7% 380 436 +56 Kwartaal 2 3.144 3.262 +118 +3,8% 423 359 -64 Kwartaal 3 3.000 3.370 +370 +12,3% 424 378 -46 Kwartaal 4 3.134 3.442 +308 +9,8% 443 341 -102 Gemiddelde 2.990 3.314 +325 N.v.t 418 379 -39 Periode: 1 januari 2024 t/m 31 december 2025 Bron: Gemeente Den Haag, dienst OCW
10 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
In % +14,7% -15,1% -10,8% -23,0% N.v.t.
Figuur 1.10: Aantal Haags Ontmoeten-locaties per stadsdeel
Peildatum: 31 december 2025. Bron: Gemeente Den Haag, dienst OCW. Legenda: Blauw = gelijk; rood = afname; groen = toename
Zorg en ondersteuning De meeste resultaten binnen dit hoofdstuk van de actielijn worden beschreven in hoofdstuk 1.2 en 2.1 van deze rapportage. Om herhaling te voorkomen, worden alleen de aanvullende resultaten beschreven. • Predicaat Dementievriendelijke Stad. Den Haag ontving op 12 december 2025 het predicaat Dementievriendelijke Stad, als erkenning voor goede informatie, passende hulp en samenwerking met organisaties, zodat mensen met dementie en hun mantelzorgers zo lang mogelijk kunnen meedoen. • Training handelingsperspectief bij signalen dementie. Voor wmo-casemanagers is een training ‘handelingsperspectief bij signalen dementie’ ontwikkeld, zodat zij inwoners met dementie sneller kunnen doorverwijzen voor een diagnose. Er zijn twee fysieke trainingen uitgevoerd, waaraan 24 Wmomedewerkers hebben deelgenomen. Ongeveer 60 mensen hebben het online deel van de training volledig afgerond. Het aanbod is door de deelnemers beoordeeld met een 8,5.
Wonen in een seniorvriendelijke wijk •
•
•
•
•
Centrum Groepswonen. Het Centrum Groepswonen ondersteunt bestaande woongroepen om actief te blijven. Zij hebben een onderzoek uitgevoerd naar de optimalisering van het gebruik van ontmoetingsruimten in woongroepen. Hieruit kwam naar voren dat het nodig blijft om inwoners te blijven stimuleren en ondersteunen om activiteiten met elkaar te organiseren. Samenkrachtproject. Een samenkrachtproject toegespitst op de Chinese Woongroep Fook Sau (53 woningen) is afgerond. Bewoners, professionals en gemeente zijn met elkaar in gesprek gegaan over hoe senioren hier prettig en gezamenlijk ouder kunnen worden. Ontwikkeling nieuw woonzorgconcept. De mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe woningen voor senioren zijn beperkt. Daarom is ook gewerkt aan het seniorvriendelijker maken van bestaande seniorencomplexen. Samen met woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen en belangenbehartigers is een collectief woonzorgconcept voor senioren ontwikkeld dat zal worden gerealiseerd in bestaande seniorencomplexen: Haags Plus Wonen. Door wonen met zorg, welzijn en technologie te verbinden, kunnen senioren prettig blijven wonen in hun appartement. Toegankelijkheid gezamenlijke ruimtes seniorencomplexen (scootmobielstallingen). In vijf wooncomplexen zijn collectieve scootmobielstallingen gerealiseerd. Hierdoor neemt de toegankelijkheid in galerijen toe.
In verschillende andere complexen is een inventarisatie gemaakt van complexen waar een gebundelde stalling kan worden gerealiseerd, en een start gemaakt met de uitvoering hiervan. Vergeet-mij-niet paden. De gemeente Den Haag heeft in 2025 drie Vergeet-mij-niet paden gefinancierd. Twee in Scheveningen en één in Escamp. Deze paden voorzien van signaaltegels met het vergeet-mijnietje (het symbool voor dementie) zijn bedoeld om onze stad dementievriendelijker te maken. Het biedt een herkenbare en veilige route voor mensen met dementie. Daarnaast verhoogt het pad het bewustzijn onder buurtgenoten over dementie.
11 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
Voorbereid op de toekomst •
• •
•
•
Informatievoorziening. De informatievoorziening over het ouder worden is verbeterd. Er is een website met informatie over ouder worden gepubliceerd (Ouder worden in Den Haag - Den Haag), in de stadskrant zijn informatieve specials over wonen, digitale vaardigheden en geldzaken verschenen en in samenwerking met een moskee en met Haags Ontmoeten-locaties zijn voorlichtingen georganiseerd. Mantelzorgwoningen. Informatie over de mogelijkheden voor het bouwen van mantelzorgwoningen is verduidelijkt via de webpagina Mantelzorgwoning bouwen - Den Haag. Logeerweken dementie. In 2025 zijn drie logeerweken ‘Beter thuis met dementie’ georganiseerd waar 38 personen aan hebben deelgenomen. In deze cursusweek leren senioren die de diagnose dementie hebben ontvangen samen met hun mantelzorgers over het omgaan met dementie. Groepsgesprekken over het ouder worden. Er is een start gemaakt met het organiseren van groepsgesprekken over ouder worden. Zes senioren zijn opgeleid als gespreksleider. Er zijn 18 groepsgesprekken georganiseerd. Digitale vaardigheidstraining. Driehonderd vrouwen van 55 jaar en ouder met een migratieachtergrond en zonder digitale vaardigheden hebben een training gekregen over het gebruik van hun smartphone. Tien vrouwen zijn opgeleid om deze training te geven. De trainingen werden gegeven in huiskamers van vrouwen die als gastvrouw fungeerden.
Door deze cursus is algemeen vertrouwen toegenomen en het gebruik van een aantal specifieke apps zoals Lees Simpel, locatie delen via WhatsApp en Google Translate.
1.5. AED’S De Hartstichting houdt bij waar AED’s zijn geplaatst in de openbare ruimte. Iedere inwoner krijgt door het invullen van een adres of postcode inzicht in de aanwezigheid van AED’s in de directe omgeving. Zie: Check of er in jouw buurt al een AED is | Hartstichting Hieronder staan de belangrijkste aantallen voor de aanwezigheid, beschikbaarheid en inzet van hulpverleners en AED’s in Den Haag. Er is sprake van een stijging van het aantal hulpverleners, het aantal AED-locaties en locaties die 24/7 toegankelijk zijn. De gemeente heeft een contract met HartslagNu van De Hartstichting en ontvangt daarom tweemaal per jaar de rapportage.3 In alle 44 Haagse wijken zijn in totaal 306 AED’s beschikbaar, maar niet in alle postcodegebieden is volledige dekking. In januari 2026 waren 23 AED’s buiten werking als gevolg van inzet, verlopen electroden of batterijen. En 12 AED ’s zijn 10 jaar of ouder en aan vervanging toe. Tabel 1.11: Informatie AED’s in Den Haag AED's in openbare ruimte januari 2025 Aantal hulpverleners 3.224 Aantal AED-locaties 278 Aantal 24/7 actieve AED's 222 Aantal acties 419 Periode: januari 2025 en januari 2026 Bron: Hartstichting
januari 2026 3.646 306 245 421
3 Schriftelijke vraag ‘Meer AED’s, daar red je levens mee!’ (RIS323357).
12 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2. Wmo in en om het eigen huis 2.1. Informatievoorziening Voordat sprake is van een Wmo-melding kunnen Hagenaars al op andere manieren informatie krijgen of om hulp vragen. Digitaal via de gemeentelijke website of social media (‘click’) of door te bellen naar de Klantenservice SZW (‘call’). Inwoners die bij een fysiek loket langs willen, kunnen naar het Servicepunt XL in de buurt (‘face’). Daar kunnen zij terecht met al hun vragen en krijgen zij informatie en advies op het brede terrein van zorg en ondersteuning, wonen, werk en inkomen. Veel vragen worden meteen beantwoord of opgelost met algemeen maatschappelijke ondersteuning of vrij toegankelijke voorzieningen.
Telefonische informatievoorziening In de eerste helft van 2025 werden 19.777 telefoontjes over Wmo-onderwerpen centraal ontvangen bij de Klantenservice SZW. Dit is een daling ten opzichte van het vorige jaar. Die daling heeft vooral te maken met de inhaalslag in de Wmo-werkvoorraad. Hierdoor zijn er minder statusvragen over meldingen en was er minder herhaalverkeer van cliënten die opnieuw belden met dezelfde vraag.
Cliëntondersteuning Net als bij de voorgaande rapportage worden de cijfers van de algemene cliëntondersteuning weergegeven op stadsdeelniveau, om de lokale verschillen scherper in beeld te krijgen. • Het totaal aantal praktische hulpvragen via de Servicepunten XL steeg van 35.202 in 2024 naar 38.920 in 2025 (+10,6%). Deze toename doet zich vooral voor in de stadsdelen Centrum, Laak en LeidschenveenYpenburg. In enkele stadsdelen (zoals Loosduinen en Haagse Hout) is juist een lichte daling zichtbaar. • In 2025 is het aantal trajecten cliëntondersteuning gestegen van 15.190 in 2024 naar 16.264 in 2025, een toename van 7,1%. De groei is zichtbaar in vrijwel alle stadsdelen, met relatief sterke stijgingen in Centrum, Laak en Loosduinen. Doordat welzijnsorganisaties de lokale zichtbaarheid sterk vergrootten, wisten veel senioren (relatief groot aandeel in Loosduinen) de weg naar hulp makkelijker te vinden. • De cijfers trajecten cliëntondersteuning en praktische hulpvragen laten normale fluctuaties zien. Wanneer er structurele afwijkingen optreden, is er aanleiding om nader in te zoomen, bijvoorbeeld bij een aanhoudende stijging of daling langer dan een jaar of wanneer de verschillen tussen stadsdelen veel groter zijn dan in voorgaande jaren en niet lijken te passen bij het normale patroon van fluctuatie.
• De mogelijkheid voor huisartsen om mensen met niet-medische vragen gericht door te verwijzen naar welzijn wordt steeds vaker ingezet. In 2025 is er een duidelijke toename in het aantal doorverwijzingen van huisartsen naar de Servicepunten XL, binnen Welzijn op Recept. In 2024 waren er stedelijk 499 geregistreerde doorverwijzingen van huisartsen, in 2025 steeg dit naar 1.070 (een toename van 114,4%). Tabel 2-01: Aantallen praktische hulpvragen en trajecten cliëntondersteuning Praktische hulpvragen Trajecten cliëntondersteuning Stadsdeel
2024
2025
In %
2024
2025
11.823
Toe/afname +1.980
+20,1%
5.056
5.552
Toe/afname +496
Centrum
9.843
Escamp
7.823
8.259
+436
+5,6%
4.307
4.326
+19
+0,4%
Haagse Hout
3.708
2.797
-911
-24,6%
1.195
1.258
+63
+5,3%
Laak
4.126
6.121
+1.995
+48,4%
1.410
1.592
+182
+12,9%
LeidschenveenYpenburg Loosduinen
1.057
1.705
+648
+61,3%
840
820
-20
-2,4%
2.462
2.223
-239
-9,7%
973
1203
+230
+23,6%
Segbroek
3.240
3.123
-117
-3,6%
890
947
+57
+6,4%
Scheveningen
2.943
2.869
-74
-2,5%
519
566
+47
+9,1%
Totaal
35.202
38.920
+3.718
+10,6%
15.190
16.264
+1.074
+7,1%
13 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
In % +9,8%
Gespecialiseerde vormen van cliëntondersteuning Naast de algemene cliëntondersteuning via de Servicepunten XL wordt in Den Haag ook gespecialiseerde cliëntondersteuning geboden, aan inwoners met een beperking en aan inwoners met een psychische kwetsbaarheid en aan dak- en thuisloze mensen. Daarnaast is er een kleinschalige vorm van vrijwillige cliëntondersteuning specifiek voor mensen met een beperking. Onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit stichting MEE (voor mensen met een beperking) • In 2025 had MEE een totale caseload van 3.503 cliënten (998 doorlopende cliënten en 2.505 nieuwe aanmeldingen). In 2024 ging het om 3.784 cliënten. Daarmee is het bereik in 2025 met 7,5% afgenomen. • De daling hangt vermoedelijk samen met een wijziging van het cliëntregistratiesysteem per 1 januari 2026, waardoor in de tweede helft van december 2025 tijdelijk minder registraties zijn verwerkt. • De ondersteuning van MEE richt zich op inwoners met een verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke beperking en op mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Het gaat hierbij om zowel kortdurende hulpvragen als langdurige ondersteuningstrajecten. Vrijwillige cliëntondersteuning voor mensen met een beperking (Voorall) • Voorall heeft in 2025 in totaal 87 Wmo‑ondersteuningsvragen behandeld.
Dit betreft zowel vragen die rechtstreeks bij Voorall binnenkwamen als vragen via het spreekuur van Servicepunt XL Cromvlietplein. • De ondersteuning richt zich vooral op praktische vragen rondom toegankelijkheid, het gebruik van hulpmiddelen en het ondersteunen bij het aanvragen van Wmo‑voorzieningen. Vrijwillige cliëntondersteuning voor mensen met psychische kwetsbaarheid (Kompassie) • Kompassie ontving in 2025 in totaal 9.164 ondersteuningsvragen en registreerde daarnaast 571 contactmomenten voor bemiddeling en verwijzing. • De meeste vragen hadden betrekking op mentale ondersteuning (32%), gevolgd door administratieve hulp (14%), financiële vragen (13%) en ondersteuning tijdens wachttijden (7%). • Andere onderwerpen betroffen onder meer huisvesting, dagbesteding, (vrijwilligers)werk en mantelzorg. Deze brede spreiding laat zien dat inwoners met psychische kwetsbaarheid vaak op meerdere levensdomeinen ondersteuning nodig hebben. Vrijwillige cliëntondersteuning voor dak- en thuisloze inwoners (Straatconsulaat) • Straatconsulaat had in 2025 in totaal 1.769 unieke contacten met dak- en thuisloze inwoners die één of meerdere ondersteuningsvragen hadden. • De vragen zijn vaak complex en hebben betrekking op basisvoorzieningen, toegang tot zorg en ondersteuning, en problemen die samenhangen met instabiele leefomstandigheden.
14 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2.2. Wmo-meldingen In het gehele jaar 2025 werden 26.192 Wmo-meldingen ontvangen (in 2024: 24.913). En er werden 25.806 Wmo-meldingen afgehandeld (in 2024: 25.693).
2.3. Regisseurs sociaal domein-OCW Wanneer professionals in het sociaal domein (Jeugdhulp, Wmo, Veiligheid, Onderwijs en Ggz) vastlopen in complexe casuïstiek, dan kunnen zij contact opnemen met het team Regie. Dat team analyseert het hulpverleningsproces en adviseert over oplossingen. De regisseurs hebben een breed netwerk binnen de gemeente en werken domein-overstijgend. Wanneer een probleem vaker voorkomt dan adresseren zij dat op de juiste plek. Hierdoor dragen zij bij aan het verbeteren van beleid, processen en werkinstructies. Herkomst van signalen In het gehele jaar 2025 kwamen de meeste signalen vanuit het domein Jeugd (x278), het domein Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (x184), het domein Veiligheid (x103), de zorgaanbieders (x102) en het domein Onderwijs (x83). Een voorbeeld: In een wijk ontstond een complexe situatie rond een volwassene en een kind die na het overlijden van een familielid zonder woonrecht achterbleven. Beiden waren niet ingeschreven op het adres en raakten feitelijk dakloos, met risico op terugvordering van uitkering. Er was sprake van langdurige overlast, waardoor veiligheidspartners aandrongen op vertrek uit de wijk. Tegelijkertijd kwam passende zorg voor het kind nauwelijks op gang ondanks inzet van meerdere hulporganisaties.
De regisseur sociaal domein is betrokken en vanuit een breed multidisciplinair overleg leidde dit tot een kerngroep die een gezamenlijk plan ontwikkelde. Via maatwerk werd onderzoek en ondersteuning voor het kind geregeld, waardoor deelname aan onderwijs en samenleving weer mogelijk werd. Voor de ouder werd een woning buiten de wijk georganiseerd via een uitzonderlijke maatwerkroute, om een stabielere leefomgeving te creëren.
15 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2.4. Afgehandelde Wmo-meldingen en werkvoorraad In het gehele jaar 2025 leidde 68% (in 2024: 64%) van de afgehandelde meldingen tot een advies voor een Wmo-maatwerkvoorziening en leidde 33% (in 2024: 36%) tot een advies waarbij de oplossing werd gevonden in het voorliggend veld (zoals de wijkbus of Haags Ontmoeten), in het sociaal netwerk en/of de eigen kracht. De werkvoorraad bij de Wmo-wijkteams daalde naar 2.782 meldingen (medio 2025: 2.999).
2.5. Spreiding doorlooptijden In het gehele jaar 2025 zijn 25.806 Wmo-meldingen afgehandeld. De boxplot toont de spreiding van die meldingen ten opzichte van de wettelijke doorlooptijd van melding tot advies van 42 dagen (rode stippellijn) en de gemiddelde doorlooptijd per maand (grijze vlak). Ieder kwartiel staat voor 25% van de afgehandelde meldingen. De gemiddelde doorlooptijd per maand fluctueerde. In januari was deze 38,0 dagen. Deze daalde geleidelijk naar het laagste niveau van 34,1 dagen in april om vervolgens te stijgen naar 45,4 dagen in december. Over het gehele jaar daalde de gemiddelde doorlooptijd naar 40 dagen (in 2024: 41 dagen).
16 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2.6. Trend Wmo-maatwerkarrangementen Deze grafiek geeft de trend weer in het aantal lopende Wmo-maatwerkarrangementen (mwa’s) in 2024 en 2025. Het aantal lopende maatwerkarrangementen fluctueerde van 26.588 in januari 2025 naar 26.945 in december 2025. Voor de meest recente maanden geldt dat het aantal nog kan oplopen door indicaties die met terugwerkende kracht worden opgevoerd.
17 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2.7. Intensiteiten per resultaatgebied Deze tabellen vermelden het aantal lopende indicaties voor Wmo-maatwerkarrangementen op de peildatum. In de tweede tabel is door middel van de kleur van het veld aangegeven of er sprake is van een toename (groen) of daling (oranje) ten opzichte van eind 2024. De toename van het weergegeven aantal cliënten met een Wonen-indicatie wordt verklaard door een verschil in meetmoment. In 2024 werd gemeten vlak na de jaarafsluiting, in 2025 werd later ruim een maand later gemeten in februari 2026. Het aantal van 996 cliënten zal naar verwachting nog stijgen doordat nieuwe locaties (zoals Wonen Plus in Wassenaar) extra cliënten hebben opgenomen. Het definitieve aantal wordt pas vastgesteld zodra alle indicaties en capaciteitsgegevens verwerkt zijn. Alleen bij dagbesteding bestaat de intensiteit ‘start.’ Daarom vermeldt deze kolom een kruis bij de overige resultaatgebieden. Waakvlambegeleiding kent één soort intensiteit. Daarom vermeldt deze rij eerst vier kruisen en daarna het totale aantal.
18 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2.8. Gemiddelde prijs per maatwerkvoorziening In de gemiddelde kosten per cliënt is op alle maatwerkvoorzieningen een stijgende lijn te zien. Dit wordt verklaard door toenemende prijzen van producten en diensten. Dit komt overeen met het landelijke beeld van een stijging van de relatieve inputprijs van de zorg.4 Bij woonvoorzieningen- en woningaanpassingen is een verschuiving te zien. Onderhouds- en reparatiekosten van aard- een nagelvaste woningaanpassingen worden vanaf 2024 namelijk geregistreerd bij woningaanpassingen.
2.9. Looptijd indicaties Deze tabel vermeldt de gemiddelde indicatieduur voor huishoudelijke hulp. Uitgangspunt is om beschikkingen voor mensen met een niet-tijdelijke, levenslange beperking bij voorkeur meerjarig af te geven. Dit uitgangspunt geldt met name voor indicaties voor huishoudelijke hulp. Ook kan het college een indicatie voor een maatwerkvoorziening voor onbepaalde tijd afgeven, wanneer verbetering niet mogelijk is en zelfredzaamheid en participatie niet kan worden vergroot. Om een vinger aan de pols te houden wordt de uitvraag in het kader van de meting van de klanttevredenheid periodiek op deze cliënten gericht. In het gehele jaar 2025 daalde het aandeel afgegeven indicaties met een looptijd t/m 2 jaar naar 20% (in 2024: 26%) en het aandeel indicaties met een looptijd ‘(vanaf 4) t/m 6 jaren’ daalde naar 39% (in 2024: 48%). Het aandeel indicaties zonder einddatum steeg naar 32% (in 2024: 17%). Overigens blijven de indicaties zonder eindedatum buiten beschouwing bij de berekening van deze gemiddelde indicatieduur. De gemiddelde indicatieduur daalde hierdoor naar 3,58 jaar (in 2024: 3,67 jaar).
4
CPB Publicatie “Middellangetermijnraming zorg 2027-2033,” februari 2025.
19 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2.10. Persoonsgebonden budget (pgb) In het gehele jaar 2025 is € 6,90 miljoen toegekend (in 2024: € 6,05 miljoen) voor het inkopen van een Wmomaatwerkarrangement of beschermd wonen. Daarvan hebben cliënten € 5,58 miljoen besteed (in 2024: € 5,05 miljoen). Het totaal aantal budgethouders was 1.383 (in 2024: 1.309).
2.11. Soepele overgang van Jeugdwet naar Wmo Het uitgangspunt van het Haagse 'Afwegingskader 16-23' is dat bij jongeren gekeken wordt wat het meest passend is. Inzetten van jeugdhulp als er behoefte is aan gezinsgerichte ondersteuning of verblijf in een jeugdhulpinstelling. En inzetten van een Wmo-maatwerkarrangement als de jongere behoefte heeft aan ondersteuning naar zelfstandigheid. De leeftijd is dus niet bepalend voor de keuze tussen jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning, maar de mate van zelfstandigheid. In het gehele jaar 2025 hadden 915 jongeren een Wmo-indicatie (in 2024: 838). Er is een blijvende lichte stijging te zien. Een mogelijke verklaring kan worden gezocht in de transitie van de gemeentelijke jeugdhulp. Vanaf 1 januari 2024 hebben beide samenwerkingsverbanden Kracht en rondomJou te maken met taakgerichte populatiebekostiging. Door die systeemwijziging kunnen zij, meer dan in het verleden, in de praktijk andere oplossingsrichtingen kiezen. Bijvoorbeeld om de jeugdige niet langer in hun eigen
20 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
jeugdmaatwerktrajecten te houden, maar hen eerder af te buigen naar Wmo-maatwerktrajecten. Dit past bij de normaliseringsgedachte van de Hervormingsagenda Jeugd. Met ons Haagse Afwegingskader 16-23 jaar voorkomen we dat jongeren bij de overgang van 18-/18+ buiten beeld raken. Om het zorgstelsel als geheel houdbaar te houden, is de verwachting dat die beweging “naar-de-voorkant” belangrijker wordt. Jeugdigen kunnen dus vaker ondersteuning krijgen die verschuift van intensieve jeugdhulp via lichtere maatschappelijke ondersteuning naar uiteindelijk de sociale (pedagogische) basis. We beoordelen kritisch of het meest passende voor een betreffende jongere inderdaad ondersteuning vanuit de Wmo is, en blijven in gesprek met de samenwerkingsverbanden hierover.
2.12. Vervoersvoorzieningen Compensatie voor beperkingen bij het lokaal verplaatsen van personen is gericht op het sociaal vervoer. Dit wordt ook wel genoemd het vervoer in het kader van het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving. Daarbij gaat het om verplaatsingen die de gemiddelde Hagenaar in zijn of haar eigen woonomgeving maakt, zoals vervoer om boodschappen te doen, vrienden en familie te bezoeken, vervoer naar clubs en sociaal-culturele instellingen. In het gehele jaar 2025 daalde het aantal indicaties licht naar 20.181 (in geheel 2024: 20.362).
In het gehele jaar 2025 bleef bij het collectief aanvullend vervoer (AV070) het aantal pashouders nagenoeg gelijk met 13.764 (in 2024: 13.720). Het aantal lopende indicaties voor vervoersmiddelen zoals scootmobielen, (driewiel)fietsen en gesloten buitenwagens steeg naar 7.492 (in 2024: 7.400).
21 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2.13. Ritten en klachten AV070 In het gehele jaar 2025 daalde bij Noot het gereden aantal sociaal recreatieve Wmo-ritten met 5,7% naar 337.852 (in 2024: 358.153). In juni 2025 was het aantal ritten relatief laag. Vooral door de NAVO-top op 24 en 25 juni, en de voorbereidingen daarop. De klachten daalden in absolute aantallen naar 200 (in 2024: 207) maar bleven relatief gezien gelijk ten opzichte van het aantal gereden ritten met 0,06%. De meeste klachten gaan over de tijdigheid van ritten (149x). Ook waren er 28 klachten over chauffeurs. Noot ondernam acties om de dienstverlening te verbeteren bij de planning in het routegebonden vervoer. Noot meet de cliënttevredenheid over de hele dienstverlening. In het gehele jaar 2025 werden 489 mensen bevraagd (in 2024: 1.068). Dit aantal ligt lager omdat vorig jaar onderzocht werd of het uitbreiden van respondenten extra informatie op zou leveren, dat bleek niet zo te zijn. Noot scoorde gemiddeld een 8,0 (in 2024: 7,9).
22 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
2.14. Hulpmiddelen en woningaanpassingen Hulpmiddelen zijn losse voorzieningen die geleverd worden door een door de gemeente gecontracteerde leverancier. Denk hierbij aan elektrische rolstoelen, buggy's en transfer-hulpmiddelen. Woningaanpassingen worden aard- en nagelvast aangebracht in de woning. Deze worden pas geteld op het moment dat ze zijn gerealiseerd en gecontroleerd. Dit werk wordt vaak later uitgevoerd, doordat een (particuliere) woningeigenaar nog moet zoeken naar een aannemer. Voorbeelden van woningaanpassingen zijn trapliften, elektrische deuropeners of deurautomaten, hellingbanen en wandbeugels. In het gehele jaar 2025 daalde het aantal inwoners dat gebruik maakt van een hulpmiddel naar 3.972 (in 2024: 4.715). Het aantal inwoners dat een woningaanpassing ontving steeg naar 2.374 (in 2024: 1.948). Dit wordt verklaard doordat in de reparatie en het onderhoud van woningaanpassingen in 2024 nog werd meegeteld bij de hulpmiddelen en vanaf 2025 wordt meegeteld bij de woningaanpassingen.
23 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
3. Wmo met verblijf 3.1. Beschermd en begeleid wonen Op 31 december 2025 hadden 1.386 inwoners een indicatie voor beschermd of begeleid wonen. Hiervan zijn 1.363 indicaties toegekend in de vorm van ‘zorg in natura’ (ZIN) en 23 in de vorm van een persoonsgebonden budget (PGB). Vergeleken met het hele jaar 2024 zien we een daling van 1,5% van het aantal Wonen-indicaties. Deze ontwikkeling hangt samen met het feit dat zorgaanbieders plekken beschikbaar stellen aan verschillende typen cliënten: mensen met een Wlz‑indicatie, een Jeugdwet‑indicatie, een forensische titel en cliënten die onder de Wmo vallen. Hierdoor ontstaat een gemengde instroom, waardoor het totaal aantal Wonen‑indicaties per jaar kan variëren. Door de openstelling van de Wlz voor de ggz in 2021 is het aantal indicaties in 2022 sterk afgenomen. In de jaren daarna is het aantal relatief stabiel gebleven.
3.2. Wachtlijst beschermd wonen De wachtlijst voor Beschermd Wonen steeg naar 299 wachtenden op 31 december 2025 (eind 2024: 296). Het aantal mensen op de wachtlijst dat al verblijft op een BW-locatie daalde naar 4 “wachtenden op een voorkeursplek” op 31 december 2025. Naast de Wmo doen verschillende andere financieringsstromen een beroep op de beschermde woonvormen (Wlz, Jeugdwet, Ifzo). Dit zorgt voor schaarste. Het aantal wachtende cliënten neemt toe, mede door het tekort aan zelfstandige woningen, wat de uitstroom beperkt. Om deze knelpunten aan te pakken, werken we actief samen met andere gemeentelijke afdelingen en regiogemeenten aan projecten die de doorstroom in de keten versnellen. Daarnaast worden er nieuwe beschermde en begeleide woonvoorzieningen geopend. Naast deze initiatieven zorgen we er tijdens de jaarlijkse herziening van het huidige contract met de zorgaanbieders voor dat het aanbod zo goed mogelijk aansluit op de vraag en de Wmo capaciteit bij de zorgaanbieders behouden blijft. Bijna alle mensen op de wachtlijst ontvangen terwijl zij wachten op een beschermde woonplek al een vorm van individuele begeleiding en/of dagbesteding via een passende, gecontracteerde zorgaanbieder. Bovendien is er vanuit Team Wonen of een regiogemeente minimaal elke zes maanden contact met de cliënt.
Cliënten kunnen daarnaast altijd zelf contact opnemen met hun gemeentelijke contactpersoon. De intensiteit en frequentie van de begeleiding is afhankelijk van de individuele ondersteuningsbehoefte. Voor cliënten die wachten op een plek in een beschermde woonvorm maar nu verblijven in de maatschappelijke opvang, is het
24 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
‘voorportaal’ Wonen Intensief ingericht. Dit is een woonvoorziening waar zij alvast intensieve (woon)begeleiding krijgen die aansluit bij hun ondersteuningsbehoeften, totdat er een plek vrijkomt in een reguliere beschermde woonvorm.
3.3. Maatschappelijke opvang In het gehele jaar 2025 was het aantal unieke aanmelders bij het Daklozenloket 3.224 (in 2024: 3.254). Door de beperkte capaciteit en beperkte uitstroom neemt de druk op de opvang verder toe. Er is daarom ingezet op extra opvanglocaties. Zijdelings wordt er momenteel ook gewerkt aan tijdelijke passende woonplekken. Meer informatie over de aanpak Dakloosheid is terug te lezen in de voortgangsrapportages.5
5
Zie “Voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis” (RIS322995) van 31 juli 2025.
25 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
4. Cliëntervaringen en -signalen in de Wmo 4.1. Klanttevredenheid Cliëntervaringen worden op verschillende momenten uitgevraagd. Er wordt een digitale enquête verstuurd naar cliënten binnen twee weken nadat zij een Wmo-advies ontvangen (zie 4.1.1) en nadat zij voor het eerst 3 tot 6 maanden ondersteuning ontvangen (zie 4.1.2). Ook belt het team Kwaliteitsopvolging steekproefsgewijs met Wmocliënten om signalen te verifiëren (zie 4.1.3). 4.1.1. Klanttevredenheid bij toegang Haagse inwoners die een Wmo-melding deden en een advies ontvingen, krijgen per mail een korte vragenlijst opgestuurd. Hierin wordt gevraagd: “Hoe tevreden bent u over de manier waarop de gemeente Den Haag u heeft geholpen met uw Wmo-hulpvraag?” In het hele jaar 2025 werden 4.242 vragenlijsten verzonden en werden 1.137 ontvangen (= 26,8%). De respons bedroeg in 2024 nog 19,9% en is dus aanzienlijk verbeterd. In 2025 werden de vragenlijst en de begeleidende mail vereenvoudigd. In de tweede helft van 2025 gaf 74% van de respondenten (1e helft 2025: 78%) een 7 of hoger op een schaal van 1 (zeer ontevreden) tot 10 (zeer tevreden). In de tweede helft van 2025 gaf 58% van de respondenten (1e helft 2025: 65%) aan dat het (erg) makkelijk was om hun Wmo-hulpvraag te stellen. Dit is de Customer Effort Score (CES). 4.1.2.
Klanttevredenheid tijdens ondersteuning Tweemaal per jaar wordt een vragenlijst gestuurd naar cliënten die de afgelopen 3 tot 6 maanden voor het eerst Wmo-ondersteuning ontvingen. In het hele jaar 2025 zijn 5.258 vragenlijsten verzonden. Hierop reageerden 1.470 cliënten (= 28,0%). Hiervan gaf 73% van de respondenten een 7 of hoger voor huishoudelijke hulp (+2 procentpunt), 70% voor begeleiding (-11 procentpunt) en 77% voor dagbesteding (-10 procentpunt).
26 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
4.1.3. Team Monitoring en Verbetering Het team is sinds maart 2025 onderdeel van de Productgroep Wmo. Het bestaat uit vier medewerkers. Zij monitoren de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning. Onder meer door rechtstreeks contact te zoeken met cliënten, zodat in aanvulling op de kwantitatieve meting uit de vorige paragraaf een kwalitatief beeld ontstaat van de ervaren kwaliteit en klanttevredenheid. De bevindingen worden gedeeld met het team Contract- en relatiemanagement (CRM). Soms leiden die tot vervolgacties. Bijvoorbeeld een escalatiegesprek met een gecontracteerde aanbieder, tijdelijke cliëntenstop of het verplicht opstellen van een verbeterplan. Verder onderzoekt het team Monitoring en Verbetering o.a. de samenloop van Wlz- en Wmo-indicaties. In het gehele jaar 2025 is kwaliteitsonderzoek uitgevoerd bij 12 Wmo-aanbieders (10 huishoudelijke hulp en 2 individuele begeleiding). Daarvoor werd 410 cliënten gesproken. Het doel was om de klanttevredenheid te toetsen. De resultaten zijn besproken door Contract- en Relatiemanagement (CRM) met de gecontracteerde Wmo-aanbieders. Verder werd een kwaliteitsonderzoek uitgevoerd onder cliënten met huishoudelijke hulp die een indicatie hebben zonder einddatum. Hiervoor zijn 136 klanten gesproken van 23 verschillende zorgaanbieders.
Hier was het doel om tijdens een telefonisch gesprek met de cliënt na te vragen of de huishoudelijke ondersteuning nog steeds past bij de huidige persoonlijke omstandigheden, of dat aanpassingen nodig zijn. Meteen werden ook eventuele andere hulpvragen uitgevraagd. Bijvoorbeeld op het gebied van vervoer, dagbesteding en woningaanpassing. Bij het overgrote deel van de cliënten verliep de hulp naar tevredenheid. Eén cliënt had minder ondersteuning nodig. Voor drie cliënten werd juist extra ondersteuning geregeld binnen de bestaande indicatie. Bij een kleine groep cliënten werd uitgelegd welke algemene voorzieningen beschikbaar zijn in de eigen wijk, en hoe daarvan gebruik kan worden gemaakt. Waar nodig werden signalen overgedragen naar andere afdelingen, zoals de Wmo-wijkteams, team Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O), en Contract en Relatiemanagement (CRM).
4.2. Klachten In het gehele jaar 2025 steeg het aantal ontvangen Wmo-klachten naar 114 (in geheel 2024: 76). Die gingen over doorlooptijden, onduidelijkheid over vervolgstappen en adviezen, en over schriftelijke informatieverstrekking. Ook ontvingen wij vaker klachten waarbij AI-hulpmiddelen werden gebruikt bij het opstellen, waardoor het laagdrempeliger werd om een formele klacht in te dienen. Deze samenloop van factoren kan een verklaring vormen voor de stijging van het aantal ontvangen klachten. Het aantal afgehandelde klachten steeg naar 111 (geheel 2024: 88). De afgehandelde klachten worden uitgesplitst naar behoorlijkheidsnorm. In het gehele jaar 2025 waren de meest voorkomende categorieën: erkent en herstelt fouten (10x), betrouwbaar (8), geeft goede informatie (8x) en luistert naar burgers (8x).
27 JAARRAPPORTAGE 2025 Wmo
4.3. Bezwaren In heel 2025 daalde het aantal ontvangen Wmo-bezwaren naar 222 (heel 2024: 281) op een totaal van 32.139 eerstelijnsbeschikkingen. Het aantal afgehandelde bezwaren daalde naar 178 (heel 2024: 330). Dit wordt verklaard doordat in 2024 achterstanden zijn ingelopen bij de afhandeling van bezwaren. Bovendien is de werkwijze veranderd met ingang van 1 januari 2025. Daarmee wordt minder juridisering beoogd en meer drempels voor de cliënt weg te nemen, het probleem op te lossen en zo nodig een (juridisch) standpunt in te nemen. Soms weten inwoners niet goed bij wie zij terecht kunnen als er problemen zijn. Want wie (bijv. aanbieder, Wmo-wijkteams, gemeentelijke klachtencoördinator of bezwaarteam) is waar nu precies voor verantwoordelijk? Daardoor kan het onderscheid tussen het klachtrecht en de bezwaarprocedure onvoldoende duidelijk zijn voor de inwoner. De Nationale Ombudsman pleitte eerder al bij gemeenten voor een meer informele inrichting en uitvoering van zulke signalen. In essentie komt het neer op het gesprek aangaan met elkaar en weer echt naar elkaar leren luisteren.6 Dit past ook bij oorspronkelijke bedoeling van de wetgever. Die wees op het belang van dejuridisering en op de mogelijkheid van alternatieve geschillenbeslissing. En op de belangrijke rol van cliëntondersteuning daarbij.7