CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325415 Uitvoering HEA 2026-2032

Algemene Raadscommissie 11 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Onderwijsdebat3.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hilbert Bredemeijer Wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening

Ons kenmerk

OCW/11054444 RIS325415 Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Contactpersoon

Hedda Saas Aan de voorzitter van de algemene raadscommissie (Samenleving)

Dienst

Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling

OCW Stad en Bestuur Telefoonnummer

14070 E-mailadres

Datum

hedda.saas@denhaag.nl

27 mei 2026 Onderwerp

Uitvoering HEA 2026-2032

Geachte voorzitter, Met deze brief informeert het college u over een aantal zaken die betrekking hebben op de uitvoering van de Haagse Educatieve Agenda (HEA) 2026-2032, Samen voor een sterke basis (RIS323937). De HEA weerspiegelt een gedeelde visie van kinderopvang- en onderwijspartners en gemeente op het realiseren van gelijke kansen, ongeacht achtergrond en leeftijd, vertaald in vier centrale ambities met bijbehorende speerpunten. Met als uiteindelijk doel: een sterke basis voor alle Haagse kinderen, jongeren en studenten. Uw raad heeft de HEA op 18 december 2025 vastgesteld. Het werken aan de HEA-doelstellingen vindt plaats binnen de realiteit van Rijksbezuinigingen. Hoewel het in januari gepresenteerde coalitieakkoord ‘Aan de slag’ vermeldt dat de bezuinigingen op de onderwijsachterstandsmiddelen worden teruggedraaid, is het op dit moment nog niet duidelijk hoe de uitwerking hiervan eruitziet. In de brief ‘Consequenties Rijksbezuiniging op onderwijsbegroting 2026 - herkomst en effecten’ (RIS323414) en de afdoening van de motie ‘Bescherm de kansengelijkheid in het onderwijs’ (RIS321963) bent u geïnformeerd over de bezuinigingen van het Rijk op het onderwijsachterstandenbudget in 2026.

De kern van de afdoening van voornoemde motie is, dat binnen de realiteit van de Rijksbezuinigingen, de beschikbare middelen gericht worden ingezet voor díe kinderen en scholen die deze ondersteuning het hardst nodig hebben om onderwijsen/of taalachterstanden te voorkomen of in te lopen. Deze uitgangspunten blijven staan, ook als de bezuinigingen worden teruggedraaid. In de Uitvoeringsagenda 2026–2027 (zie bijlage bij deze brief) en in de subsidieregeling Uitvoering Haagse Educatieve Agenda Den Haag 2026 (zie RIS325414), kunt u lezen hoe deze uitgangspunten gestalte krijgen in de uitvoering. In deze brief geven wij een toelichting op deze Uitvoeringsagenda en de subsidieregeling, inclusief een toelichting op beleidswijzigingen voorschoolse educatie. Tenslotte informeren wij u met deze brief over de monitoring van de HEA. 1. Uitvoeringsagenda 2026-2027 De ambities en speerpunten uit de HEA vragen om een concrete vertaalslag naar de uitvoering. Die vertaalslag maken de HEA-partners in de Uitvoeringsagenda, die als bijlage van de HEA moet worden gelezen. Hierin wordt vastgelegd welke gezamenlijke inzet nodig is, welke sectoren betrokken zijn en hoe de rolverdeling tussen gemeente, onderwijs en kinderopvang wordt vormgegeven. Waar de HEA de doelen op hoofdlijnen beschrijft, biedt de Uitvoeringsagenda ruimte om tussentijds bij te sturen als ontwikkelingen daarom vragen.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11054444

Daarmee is de Uitvoeringsagenda een iteratief werkdocument dat gedurende de looptijd van de HEA wordt aangevuld en waar nodig bijgesteld. Zo houdt de Uitvoeringsagenda de ambities uit de HEA levend en verbonden met de praktijk. Afbakening Uitvoeringsagenda De Uitvoeringsagenda vertaalt de HEA naar gezamenlijke uitvoering. Het is geen volledig overzicht van alle inzet van HEA-partners, maar bevat acties die op dit moment prioriteit vragen, aanvullende inzet vergen en samenwerking tussen partners noodzakelijk maken. Het gaat om vraagstukken die het niveau van de individuele school of organisatie overstijgen. Inzet die niet in de Uitvoeringsagenda is opgenomen krijgt veelal vorm in de dagelijkse praktijk van organisaties, binnen wettelijke verantwoordelijkheden of via andere, waaronder regionale, samenwerkingen. Uiteraard zit hier ook overlap in. Een voorbeeld: aandacht voor sociale veiligheid (queeracceptatie, het tegengaan van discriminatie, et cetera) krijgt op alle scholen, ongeacht de HEA, aandacht. Van de organisatie van een paarse vrijdag tot het aangaan van moeilijke gesprekken. Deze ‘reguliere’ activiteiten staan niet beschreven in de uitvoeringsagenda. Maar omdat de HEA-partners van mening zijn dat hier (gezien maatschappelijke ontwikkelingen) extra inzet op nodig is, is het onderwerp sociale veiligheid expliciet opgenomen onder ambitie 1 in de uitvoeringsagenda.

Daarnaast bevat de agenda zowel acties waarvoor financiële middelen nodig zijn als acties die vooral vragen om afstemming, kennisdeling en gezamenlijke sturing. Het eigenaarschap van de acties verschilt per opgave en ligt niet vanzelfsprekend bij de gemeente. Uitvoeringsagenda 2026-2027; het eerste uitvoeringsjaar Het werken met een gezamenlijke Uitvoeringsagenda is een eerste stap naar een meer samenhangende en structurele manier van samenwerken. Deze werkwijze vraagt tijd om zich in de praktijk te ontwikkelen, om partners te laten groeien in afstemming en gezamenlijk eigenaarschap. In deze eerste Uitvoeringsagenda ligt het accent daarom op het realiseren van een stevig fundament onder de samenwerking: het versterken van relaties, het ordenen van verantwoordelijkheden, het organiseren van afstemming en het creëren van randvoorwaarden waarop de komende jaren kan worden voortgebouwd. Tegen die achtergrond is het in deze fase nog niet op alle onderdelen mogelijk om al zeer concrete activiteiten en doelstellingen te formuleren. Een deel van de afspraken heeft daarom een verkennend of voorbereidend karakter, zoals het analyseren van bestaande gegevens, het in kaart brengen van lopende initiatieven, het verbinden van partners en het uitwerken van gezamenlijke werkwijzen. Waar verdere uitwerking al mogelijk was, zijn afspraken concreter geformuleerd.

De Uitvoeringsagenda 2026–2027 is daarmee geen eindpunt maar een eerste gezamenlijke stap in een meerjarige werkwijze waarin uitvoering, monitoring en bijsturing met elkaar worden verbonden. Totstandkoming van de uitvoeringsagenda De Uitvoeringsagenda is in samenspraak met de HEA-partners tot stand gekomen. In januari 2026 is een eerste brede bijeenkomst georganiseerd met vertegenwoordigers van het Haagse onderwijs, de kinderopvang, kennisinstellingen en samenwerkingsverbanden. Vervolgens zijn per ambitie verdiepende sessies georganiseerd met betrokken sectoren en organisaties om de opgaven verder te concretiseren. Daarnaast is op verschillende momenten schriftelijke input opgehaald. In april 2026 is een tweede brede bijeenkomst georganiseerd met een vertegenwoordiging van HEA-partners. Daarin zijn de eerder opgehaalde opbrengsten bestuurlijk en inhoudelijk getoetst, aangevuld en aangescherpt. Daarmee is toegewerkt naar een agenda die aansluit bij de gezamenlijke prioriteiten, uitvoerbaar is voor partners en richting geeft aan de samenwerking. Op basis van deze aanpak is de eerste Uitvoeringsagenda opgesteld. Deze is op 20 mei in Kamerbreed bekrachtigd. De gekozen werkwijze heeft niet alleen bijgedragen aan de inhoudelijke invulling van de Uitvoeringsagenda, maar vooral aan meer verbinding, wederzijds begrip en versterking van de

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11054444

samenwerking in de stad. Het organiseren van sector overstijgende bijeenkomsten is door partners als belangrijke meerwaarde ervaren. Daarom krijgt deze werkwijze ook in het komende jaar een plek. Vervolg proces 2026 Nu de eerste Uitvoeringsagenda door de HEA-partners is vastgesteld, wordt de komende periode gebruikt om de uitvoering verder vorm te geven. Samen met de HEA-partners wordt bekeken welke opgaven direct worden opgepakt en welke inzet op een later moment volgt. De agenda bevat acties die door de HEA-partners als belangrijk en urgent worden gezien. Tegen de achtergrond van personeelstekorten en hoge werkdruk is het van belang hierin zorgvuldig keuzes te maken: de HEA partners zullen hier gezamenlijk invulling aan geven. De Uitvoeringsagenda wordt periodiek aangescherpt op basis van voortgangsinformatie en gesprekken met betrokken partners. Een passende gesprekscyclus maakt onderdeel uit van de systematiek waarmee de HEA wordt gevolgd. Hierover leest u meer onder 3. Monitoring. 2. De subsidieregeling Uitvoering Haagse Educatieve Agenda Den Haag 2026 Om uitvoering te kunnen geven aan de HEA-doelstellingen, treedt naast de Uitvoeringsagenda, ook een nieuwe subsidieregeling in werking; de op 26 mei jl. door het college vastgestelde subsidieregeling Uitvoering Haagse Educatieve Agenda Den Haag 2026.

Het afgelopen 1,5 jaar is er intensief gewerkt aan deze nieuwe subsidieregeling voor het Haagse onderwijs. De veranderingen die met de regeling worden doorgevoerd, hebben tot doel de ondersteuning van onderwijsinstellingen doelmatiger en toekomstbestendiger te maken. De regeling geeft invulling aan de inhoudelijke koers van de HEA, gericht op samenwerking en collectiviteit en maakt maatwerk en flexibiliteit mogelijk. De gewijzigde regeling speelt bovendien in op een bij de gemeente kenbaar gemaakte behoefte van het onderwijsveld om de administratieve lasten te verlagen. Ook uw raad heeft herhaaldelijk gevraagd om de administratieve lasten van scholen met betrekking tot subsidieaanvragen te verlagen. Opzet van de regeling In samenwerking met interne en externe partners is er gewerkt aan een nieuwe regeling die beter aansluit bij de beleidsdoelen en de behoeften van het veld.

De uitgangspunten bij de nieuwe subsidieregeling zijn de volgende: • minder fragmentatie en daarmee verlaging van de administratieve lasten voor zowel aanvragende organisaties als gemeente; • subsidiëren door middel van doelsturing: minder inzetten op specifieke activiteiten, maar inzet op doelen waardoor schoolbesturen en kinderopvangorganisaties flexibeler kunnen omgaan met activiteiten en meer ruimte krijgen om maatwerk te leveren; • meer vertrouwen op kennis en ervaring van het onderwijs en de verantwoordelijkheid bij de schoolbesturen leggen voor wat betreft de gesprekken met hun scholen over hoe er aan HEAambities gewerkt wordt, in relatie tot de koersplannen van het bestuur en de schoolplannen van de scholen. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een subsidieregeling die de volgende opbouw kent: • er is één subsidieregeling voor de sectoren ko, po, vo en mbo aangezien we binnen deze sectoren allemaal aan dezelfde HEA-ambities werken. Dit wijkt af van de huidige situatie, waarbij er voor iedere sector een aparte subsidieregeling geldt.

Volwasseneneducatie en het hoger onderwijs (inclusief een aanvullend deel mbo) houden een eigen regeling omdat de doelstellingen binnen deze sectoren zich beperken tot een deel van de ambities in de HEA; • de regeling is ingericht aan de hand van de ambities uit de HEA en biedt vrijheid en flexibiliteit om te bepalen wat er binnen de eigen organisatie nodig is om aan een HEA-

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11054444

• • •

ambitie bij te dragen. Dit betekent in de praktijk dat er op school x en school y aan dezelfde ambitie wordt gewerkt, maar mogelijk op een andere, passende wijze; de regeling bevat een verdeling van budgetten op basis van objectieve criteria waardoor kinderopvang- en onderwijsinstellingen vooraf weten welke budgetten zij kunnen aanvragen; de regeling voorziet in een hoofdstuk ‘stedelijke opgaven’, voor onder andere wettelijke taken en stedelijke programma’s; de regeling is van toepassing op de volledige looptijd van de HEA, zodat aanvragers vooraf duidelijkheid hebben over de inhoudelijke kaders op de langere termijn. De subsidieplafonds worden jaarlijks vastgesteld.

Toelichting per hoofdstuk van de regeling Om uw raad een zo volledig mogelijk beeld te geven van de inhoud van de regeling, lichten we hieronder de drie inhoudelijke hoofdstukken van de regeling toe. Hoofdstuk 3 ‘Subsidie voor locaties met voorschoolse educatie en scholen’ Op basis van Onderwijsachterstandsscores, die jaarlijks medio juni door het CBS gepubliceerd worden, wordt aan de hand van formules bepaald welk bedrag er per school beschikbaar is. Hierbij geldt: de scholen met de hoogste achterstandsscores, dus daar waar de kinderen het het meest nodig hebben, ontvangen de hoogste subsidiebedragen (zie motie Bescherm de kansengelijkheid in het onderwijs, RIS323535). Voor de voorschoolse educatie worden de budgetten vastgesteld aan de hand van het aantal kindplaatsen. Deze locatie-budgetten worden door de besturen aangevraagd en vervolgens door hen ongewijzigd verdeeld over de locaties. De besturen gaan met de scholen in gesprek over de doelstellingen in de schoolplannen, in relatie tot de HEA-ambities waar de budgetten voor dienen. Dit gesprek vindt ook plaats tussen de besturen en de gemeente in de overleggen over de uitvoeringsagenda en in het kader van de monitoring (zie 3. Monitoring).

Hoofdstuk 4 ‘Subsidie voor houders voorschoolse educatie en besturen primair onderwijs’ Aanvullend op hoofdstuk 3 geldt voor kinderopvangorganisaties die voorschoolse educatie aanbieden en schoolbesturen primair onderwijs dat zij ook een bestuurlijk budget ontvangen. De ambities ten aanzien van collectiviteit en samenwerking van de nieuwe HEA staan met dit bestuurlijke budget centraal; samenwerkingen tussen locaties/scholen in de wijk kan hiermee worden gestimuleerd. Het budget biedt daarnaast de mogelijkheid om scholen, die een kwetsbare populatie hebben maar op basis van hun onderwijsachterstandsscore weinig tot geen (extra) gemeentelijke- en rijksmiddelen ontvangen, extra financiering te bieden. Hiermee worden preventieve inzet en maatwerk mogelijk. Hoofdstuk 5 ‘Subsidie voor stedelijke netwerken’ Dit hoofdstuk heeft betrekking op overkoepelende activiteiten in de stad ten behoeve van één of meerdere (onderwijs)sectoren of activiteiten waarvoor de gemeente een wettelijke uitvoeringsplicht heeft. Het gaat om activiteiten die essentieel zijn om te continueren en die niet afhankelijk mogen zijn van prioritering door een school of bestuur op een bepaalde ambitie. Voorbeelden hiervan zijn de BOVO-procedure en aanmelden PO.

Andere activiteiten, zoals de inzet van combifunctionarissen of de Haagse sporttuinen, worden gefinancierd vanuit gelabelde SPUK-middelen en zullen om die reden eveneens worden voortgezet als stedelijke opgave. Een overzicht van de stedelijke opgaven vindt u in dit hoofdstuk in de regeling. Voorschoolse educatie Er is één stedelijke opgave in dit hoofdstuk waar we wat uitgebreider bij stil staan, namelijk Kinderopvang: kwaliteit voorschoolse educatie. Deze opgave en bijbehorende subsidie is bedoeld voor

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11054444

het bieden van voorschoolse educatie aan doelgroepkinderen en het verhogen van het bereik van de doelgroepkinderen zodat zij deelnemen aan de voorschoolse educatie. Dit om de taal- en de sociaalemotionele ontwikkeling van doelgroepkinderen te stimuleren en te zorgen dat zij met zo min mogelijk taal- en ontwikkelingsachterstand op school starten. Op 3 juli 2025 heeft uw raad verzocht om een kostenoverzicht voor het voortzetten van de pilot ‘gratis voorschoolse educatie’, met als doel 100% bereik (toezegging 1001). Hiervoor is een prognose opgesteld van de verwachte kosten voor voorschoolse educatie tot en met 2030: indien het huidige beleid ongewijzigd wordt voortgezet, komen de totale kosten voor voorschoolse educatie in 2030 naar verwachting uit op € 51.8 mln. In deze prognose is rekening gehouden met een toename in het bereik en jaarlijks oplopende kosten, ten gevolge van een toename van het maximum uurtarief kinderopvang en stijgende lonen. Voorop staat dat de voorschoolse educatie toegankelijk moet blijven voor de doelgroep waarvoor deze primair bedoeld is. Er worden daarom enkele maatregelen genomen om de beschikbare middelen doelmatiger in te zetten. Aanpassing doelgroepdefinitie Gemeenten bepalen in overleg met schoolbesturen welke kinderen tot de doelgroep voor voorschoolse educatie behoren.

In Den Haag hanteren we daarbij een ruimere doelgroepdefinitie dan het Rijk om zoveel mogelijk kinderen een goede start te bieden. Wat betreft doelmatigheid schieten we daarbij echter soms het doel voorbij, bijvoorbeeld door voorschoolse educatie aan te bieden aan expatkinderen waarvan de ouders zowel de Nederlandse als een vreemde taal beheersen. Om de inzet doelmatig te houden scherpen we per 1 juli 2026 de Haagse doelgroepdefinitie aan, zodat de inzet van voorschoolse educatie nadrukkelijker aansluit bij de kinderen voor wie voorschoolse educatie primair bedoeld is, namelijk kinderen met een (dreigende) taalachterstand. Dit heeft naar verwachting tot gevolg dat de doelgroep in de komende jaren zal afnemen tot circa 50% (voorlopige inschatting). Afschaffen startsubsidie vanaf 2027 De startsubsidie werd in 2021 ingevoerd om het aantal voorschoolse educatieplekken in de stad te vergroten en de aanloopkosten (zoals opleiding en kindvolgsystemen) te dekken. Dankzij deze regeling is de spreiding verbeterd en is er altijd een voorschoolse voorziening in de buurt. Inmiddels kan het aanbod de vraag aan, waardoor deze stimuleringssubsidie niet meer nodig is. Subsidiëren per doelgroepkind vanaf 2027 De subsidie die houders van voorschoolse educatie ontvangen bestaat nu nog uit twee onderdelen: 1. Een vast bedrag per lokaal (€ 21.700,-), ongeacht het aantal doelgroepkinderen. 2.

Een aanvullend bedrag per contractuur van een doelgroepkind. Op dit moment ontvangen houders met weinig doelgroepkinderen hetzelfde vaste lokaalbedrag als houders met groepen met veel doelgroepkinderen. Dat is niet doelmatig. We gaan daarom financieren per doelgroepkind in plaats van per lokaal om zo de financiering passend te maken bij de ondersteuning die de doelgroepkinderen nodig hebben. Op deze manier voorkomen we dat een groep met twee doelgroepkinderen hetzelfde lokaalbedrag krijgt als een groep met zestien doelgroepkinderen, terwijl bij de laatste de inzet veel intensiever is. Totstandkoming subsidieregeling De subsidieregeling is in nauwe afstemming met de kinderopvang- en het onderwijsveld tot stand gekomen. Er is structureel overleg geweest met vertegenwoordigers van de kinderopvang, het primairen voortgezet onderwijs en er zijn meerdere gesprekken gevoerd met het mbo. Daarnaast is de regeling meermaals geagendeerd op de bestuurlijke platforms van kinderopvang, en primair- en voortgezet onderwijs en Kamerbreed en hebben er meerdere sessies plaatsgevonden met onder andere schoolleiders, bestuurders, stafmedewerkers en financieel medewerkers van de kinderopvangorganisaties en schoolbesturen. Er heeft afstemming plaatsgevonden met Cultuurschakel

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11054444

over de stedelijke opgave cultuureducatie en er is een presentatie gegeven aan culturele instellingen. Binnen de gemeentelijke organisatie heeft er beleidsinhoudelijke afstemming plaatsgevonden met de afdelingen Sport, Jeugd, Cultuur en het programma ‘de Haagse Preventie Aanpak’. 3. Monitoring De HEA loopt van 2026 tot en met 2032. Middels monitoring worden de voortgang en meerwaarde van de HEA gevolgd. De uitkomsten worden benut om samen te leren, te reflecteren en waar nodig bij te sturen. De monitoring heeft daarmee een informerende, sturende en lerende functie. De scope van de monitoring betreft de HEA zoals die door de gemeenteraad is vastgesteld. Daarmee is de reikwijdte nadrukkelijk breder dan alleen de Uitvoeringsagenda. Binnen deze brede scope kan de focus gedurende de looptijd verschuiven, bijvoorbeeld wanneer bepaalde thema’s, opgaven of ontwikkelingen tijdelijk om extra aandacht vragen. De monitoring moet bruikbare inzichten opleveren voor het gesprek over voortgang, opbrengsten en eventuele bijsturing. Daarvoor zijn zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens nodig, zodat cijfers kunnen worden geduid met ervaringen en signalen uit de praktijk. Tegelijkertijd moet de monitoring niet leiden tot onnodige administratieve belasting voor partners.

Daarom is het uitgangspunt dat waar mogelijk wordt aangesloten bij bestaande databronnen, verantwoordingsinformatie, lopende programma’s en overlegstructuren. Aanpak monitoring De monitoring bestaat uit vijf samenhangende onderdelen: 1. Meerjarige indicatoren: deze maken trends en ontwikkelingen over langere tijd zichtbaar binnen de centrale ambities en opgaven van de HEA, inclusief relevante demografische ontwikkelingen. Waar relevant worden zij aangevuld met gegevens over deelname, gebruik van voorzieningen, bereik van doelgroepen en de inzet en besteding van subsidies. 2. Voortgangsinformatie over de Uitvoeringsagenda: met een voortgangsclassificatie en mijlpalen maken we inzichtelijk of afspraken op koers liggen, extra aandacht vragen of vertraging oplopen. De werkwijze is geen afvinklijst maar ondersteunt het gesprek over voortgang, knelpunten, bijsturing en benodigde vervolgstappen. 3. Een gesprekscyclus: in deze cyclus worden uitkomsten, signalen uit de praktijk en ervaringen van partners gezamenlijk geduid. Daarmee ontstaat ruimte om niet alleen naar cijfers en voortgang te kijken, maar vooral ook naar de betekenis daarvan voor de uitvoering. De gesprekscyclus ondersteunt het gesprek over wat goed gaat, waar knelpunten ontstaan en waar bijsturing nodig is. 4.

Een kennis- en onderzoekslijn: deze lijn brengt in beeld welke kennisvragen gedurende de looptijd van de HEA om verdieping vragen, welk type onderzoek daarbij past en op welk moment verdieping wenselijk is. Daarbij wordt de kennis en expertise van de kennisinstellingen in de stad betrokken. Zo wordt planmatig gewerkt aan kennisopbouw en ontstaat gerichter inzicht in onderwerpen die om aanvullende analyse of verdiepend onderzoek vragen. 5. Een midterm review en een eindevaluatie: deze worden uitgevoerd om te reflecteren op de voortgang van de HEA. De midterm review dient als herijkingsmoment halverwege de looptijd. De eindevaluatie vindt plaats aan het einde van de looptijd en brengt de uitvoering, opbrengsten en lessen voor een volgende periode in beeld. Eén centrale vindplek en rapportagemomenten We werken toe naar één centrale vindplek voor de monitoring van de HEA binnen Den Haag in Cijfers. Daar worden de verschillende onderdelen van de monitoringsaanpak zoveel mogelijk in samenhang

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11054444

ontsloten. Daarmee wordt het eenvoudiger zicht te houden op de voortgang, ontwikkeling en kennisopbouw binnen de HEA.

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/11054444

Naast deze centrale vindplek wordt de raad op vaste momenten en incidenteel geïnformeerd over de voortgang en ontwikkeling van de HEA, waarbij het college in ieder geval één keer per jaar het goede gesprek voert met de gemeenteraad. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande rapportagemomenten en commissiebrieven. In onderstaande tabel is weergegeven op welke momenten de raad wordt geïnformeerd. Wat

Frequentie

Moment

Terugblik op en actualisatie van Uitvoeringsagenda HEA Midterm review HEA

jaarlijks

Q4 (vanaf 2027)

eenmalig

Q1 2029

Eindevaluatie HEA

eenmalig

Q1 2031

Voortgang relevante HEA-thema’s via bestaande cyclus commissiebrieven en jaarverslagen

jaarlijks

Afhankelijk van bestaande rapportagecyclus

Segregatiemonitor (hoofdstuk onderwijs)

jaarlijks

Afhankelijk van bestaande rapportagecyclus

Vervolgproces 2026 In 2026 wordt samen met de HEA-partners verder uitgewerkt hoe de onderdelen in de praktijk worden ingericht en gebruikt. Dat gezamenlijke gesprek is van belang omdat de monitoring alleen goed werkt wanneer deze aansluit bij de praktijk, de informatiebehoefte van partners en de gezamenlijke ambities van de HEA. Ten slotte Met de hierboven beschreven plannen en subsidieregeling leggen wij een samenhangend én ambitieus fundament onder de uitvoering van de HEA. We hebben hiermee een vertaling gemaakt van de strategische visie en lange termijndoelen naar de uitvoering in de stad. Het biedt handvatten om, samen met onze partners in de stad, te blijven werken aan een sterke basis en gelijke kansen voor alle kinderen, jongeren en studenten. Daarbij investeren we gericht, met bijzondere aandacht voor degenen die dit het hardst nodig hebben. Wij blijven hierover met uw raad in gesprek en informeren u op de afgesproken momenten over de voortgang, uitvoering en eventuele bijstellingen. Met vriendelijke groet, de wethouder van Onderwijs, Jeugd, Sport en Dienstverlening Hilbert Bredemeijer

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16996118/1