RIS325397 Voorjaarsnota 2026 van het Rijk
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
BSD/11057453 RIS325397 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Maarten Safont Dienst
Bestuursdienst Afdeling
BSD Middelen & Control Telefoonnummer
Datum
14070
20 mei 2026
E-mailadres
maarten.safont@denhaag.nl
Onderwerp
Voorjaarsnota 2026 van het Rijk
Vorig jaar is aangekondigd dat de raad in mei zou worden geïnformeerd over de voorjaarsnota van het Rijk. De voorjaarsnota van het Rijk is op 27 maart gepubliceerd. Deze vormt de basis voor de Miljoennota 2027 en is bepalend voor de inkomsten die de gemeente vanuit het Rijk ontvangt. In de bestuurlijke jaarplanning 2026 (RIS323350) is toegelicht waarom er dit jaar geen Haagse voorjaarsnota wordt opgemaakt: Net zoals in voorgaande verkiezingsjaren wordt er geen voorjaarsnota (inclusief prognose lopend jaar) opgesteld, omdat er tijdens het opstellen van de voorjaarsnota naar alle waarschijnlijkheid coalitieonderhandelingen plaatsvinden. Wanneer er tegelijkertijd aan meerdere tafels over de financiële koers wordt gesproken kan dit de duidelijkheid en samenhang van de financiële besluitvorming ondermijnen. Dit is onwenselijk. In plaats van de voorjaarsnota ontvangt de gemeenteraad in mei een brief over de voorjaarsnota van het Rijk. Op deze wijze wordt de raad geïnformeerd over hoeveel middelen Den Haag van het Rijk krijgt. Verder ontvangt de raad in maart de Staat van Financiën. Met deze Staat kan de gemeenteraad voorafgaand aan de collegevorming kennisnemen van hoe de gemeente er financieel voor staat. De Staat van Financiën (RIS324741) is op 3 maart 2026 aangeboden aan de raad en biedt uitgebreid inzicht in hoe de gemeente er financieel voor staat.
In deze brief informeren we u over de belangrijkste financiële ontwikkelingen uit de voorjaarsnota van het Rijk. Verder wordt de stand van zaken van de herverdeling van het gemeentefonds toegelicht. De voorjaarsnota van het Rijk bevat alleen financiële ontwikkelingen op landelijk niveau. In de meicirculaire wordt dit vervolgens uitgewerkt naar de financiële consequenties per individuele gemeente. De meicirculaire is nog niet gepubliceerd, dit gebeurt naar verwachting eind mei. De precieze bedragen voor Den Haag zijn dus nog niet bekend. De meicirculaire vormt de basis van het budgettair kader van de coalitieonderhandelingen en vervolgens voor de programmabegroting 2027-2030. Voorjaarsnota van het Rijk De voorjaarsnota is vooral een vertaling van het coalitieakkoord van het kabinet Jetten en bevat daarom weinig nieuwe informatie. Wel geeft de voorjaarsnota meer inzicht in de financiële gevolgen van plannen en de impact daarvan op de gemeentefinanciën. Drie onderwerpen die belangrijk zijn voor het financieel meerjarenbeleid van de gemeente worden hier toegelicht: de bijstelling van het volume- en het prijsaccres, jeugdzorg en de Wmo.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11057453
Vaststelling accres 2026 en actualisatie meerjarige accressen De hoogte van het gemeentefonds wordt elk jaar, voor het lopende jaar, in de meicirculaire vastgesteld. In aanvulling hierop wordt twee keer per jaar een raming van de meerjarige ontwikkeling van de hoogte van het gemeentefonds gegeven. De hoogte van het gemeentefonds wordt bijgesteld voor: • Prijsontwikkeling: een correctie voor inflatie zodat het gemeentefonds op het juiste prijspeil blijft en dus waardevast is. • Volumeontwikkeling: een aanpassing voor de groei van Nederland. Meer inwoners in Nederland leidt tot hogere kosten voor gemeenten omdat er bijvoorbeeld meer sportvoorzieningen nodig zijn. De prijs- en volumebijstellingen van het gemeentefonds worden het accres genoemd en worden berekend met de BBP-systematiek. Deze systematiek is ingevoerd in 2024 en houdt in dat de ontwikkeling van het gemeentefonds gekoppeld is aan het BBP. De prijsontwikkeling is gelijk aan het inflatiepercentage in datzelfde jaar en de volumeontwikkeling is gelijk aan de gemiddelde economische groei over een periode van acht jaar. In de miljoennota 2026 was sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres. Dit leidt tot een nadeel van € 3 mln. in 2026, oplopend tot € 13 mln. structureel vanaf 2030. (RIS323571). De miljoenennota is gepubliceerd na de programmabegroting, daarom is deze bijstelling hier nog niet in verwerkt.
De volumeontwikkeling in de voorjaarsnota is ten opzichte van de miljoenennota nagenoeg ongewijzigd gebleven. Daarmee blijft het eerdergenoemde nadeel in stand. Dit wordt verwerkt in de volgende programmabegroting. Ten opzichte van de miljoenennota is de prijsontwikkeling naar boven bijgesteld door een hogere inflatie. De gemeente heeft in de eigen uitgaven ook te maken met prijsstijgingen. De prijsbijstelling wordt daarom volgens de vaste trend-voor-trend-systematiek gebruikt voor de compensatie van de inflatie in de gemeentebegroting. Jeugdzorg In de Voorjaarsnota 2026 is geen nieuwe informatie over de jeugdzorg opgenomen. Dit betekent dat een structurele oplossing voor de tekorten op de jeugdzorg vooralsnog uitblijft. Ook zijn de extra ingeboekte besparingen van € 27,2 mln. vanaf 2028 nog niet verder uitgewerkt door het Rijk. Dit is een financieel risico. Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat de commissie Van Ark begin 2027 een tweede advies uitbrengt over het financieel kader vanaf 2028. In een eerder rapport uit 2025 oordeelde diezelfde commissie dat de Hervormingsagenda Jeugd niet voldoende handvatten biedt om de beoogde kostenvermindering in de jeugdhulp te realiseren. Op basis van dit rapport heeft het Rijk gemeenten vorig jaar gedeeltelijk gecompenseerd voor de hogere kosten voor de jaren 2025-2027.
Wmo Zoals in het regeerakkoord is aangekondigd, schrapt het kabinet in de Voorjaarsnota de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening uit de Wmo, met de ingangsdatum van 1 januari 2029. Als gevolg hiervan wordt € 1,01 miljard uit het gemeentefonds gehaald, waarvan € 575 mln. aan taken en middelen verschuift naar de Wlz en het restant van € 435 mln. is een bezuiniging op de Wmo, omdat er minder cliënten in aanmerking komen voor huishoudelijke hulp. Er is wel een voornemen opgenomen om onder de Wmo een vangnet te behouden voor mensen die zelf geen huishoudelijke hulp kunnen regelen, maar het is niet duidelijk hoe dit gefinancierd wordt, wie hiervoor in aanmerking komt en welke voorwaarden daarvoor gaan gelden. Daarnaast wordt de invoering van een inkomensen vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 (ivb) uitgesteld van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Gemeenten krijgen in 2027 extra middelen vanwege de vertraagde invoering.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11057453
Overige onderwerpen Aanvullend op de voornoemde grote onderwerpen, zijn er nog diverse onderwerpen extra middelen opgenomen in de voorjaarsnota. Dit zijn kleinere bedragen, waar meestal ook een intensivering van de betreffende taak aan gekoppeld is. Het gaat onder andere om pleegzorg, re-integratie en schuldenproblematiek. Deze middelen worden in de programmabegroting ter beschikking gesteld aan het betreffende programma van waaruit invulling gegeven wordt aan de taak. De herverdeling van het gemeentefonds Zoals toegelicht in de Staat van financiën vormt de mogelijke aanpassing van het verdeelmodel van het gemeentefonds een risico, oplopend tot structureel € 34 mln. in 2030, en maximaal € 88 mln. over 10 jaar. Na 2025 is de stapsgewijze invoering – het zogenoemde ingroeipad – van het aangepaste verdeelmodel voorlopig bevroren. De afgelopen jaren heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) onderzoeken laten uitvoeren om het verdeelmodel te verbeteren. De uitkomsten hiervan zijn voorgelegd aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In april hebben de ROB en de VNG geadviseerd om slechts twee beperkte technische wijzigingen in het verdeelmodel door te voeren en de overige uitkomsten niet te verwerken, omdat deze nog niet goed genoeg zijn.
Daarnaast adviseert de ROB om de bevriezing van het ingroeipad vooralsnog te handhaven. Het is op dit moment nog onzeker of het advies wordt overgenomen; het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties moet nog inhoudelijk reageren. De financiële gevolgen voor Den Haag zullen uiterlijk bij de meicirculaire bekend worden. Het college vertrouwt erop uw raad hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over de financiële consequenties van de Voorjaarsnota van het Rijk voor de meerjarige financiële positie van de gemeente Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Saskia Bruines
3/3