CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325251 Bijlage 3. Begroting IPP 2027-2030

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake zienswijzeprocedure IPP Haaglanden voor de ontwerpbegroting 2027 incl. Begrotingswijziging 2026 en evaluatie GR wijziging en de jaarstukken 2025 t.k.n. (RIS325251)15.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beleid Jaarlijks dienen de in de begroting en de rekening opgenomen risico’s in de risicoparagraaf door het algemeen bestuur te worden bevestigd. Het aanhouden van weerstandsvermogen is daarom ook wel een onderdeel van het risicomanagement. Dat is dan ook de reden dat in deze paragraaf een onderverdeling wordt gemaakt naar de twee componenten waaruit weerstandsvermogen bestaat: weerstandscapaciteit en risico’s.

Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals hiervoor is aangegeven, kan de weerstandscapaciteit worden bepaald uit de algemene en de stille reserves. Algemene reserve. Het totaal aan algemene reserve bedraagt volgens de jaarrekening 2025 per begin 2026 circa € 8,4 miljoen. In de begroting 2027 daalt de algemene reserve naar circa € 8,1 miljoen. Beschikking over deze reserves heeft direct gevolgen voor de exploitatie, omdat de reserves een financieringsmiddel zijn voor de investeringen in de voorraden gronden en materiële vast activa. Als het IPP Haaglanden niet de beschikking heeft over dit financieringsmiddel is het IPP Haaglanden, afhankelijk van de hoogte van de investering, gedwongen om vreemd vermogen aan te trekken. De rentekosten van dit vreemd vermogen zal direct een negatief effect hebben op de exploitatie. Beschikking over deze reserves heeft gevolgen voor zowel de gemeenten, als de exploitatie van het IPP Haaglanden. Stille reserves. De belangrijkste stille reserves van het IPP Haaglanden kunnen voorkomen bij onroerende eigendommen. Deze reserves zijn echter niet als vrij aanwendbare reserves te beschouwen. In de berekening van de weerstandscapaciteit zijn deze als p.m. opgenomen. In 2026 en 2027 is de verwachting dat een belangrijk deel van de stille reserves wordt verkocht.

Samengevat is de geprognotiseerde beschikbare weerstandscapaciteit per begin 2026 circa € 8,4 miljoen. Uiteraard moeten hierbij ook het aantal en de omvang van de door onze organisatie spelende risico’s worden betrokken. In het geval dat de risico’s tot extra lasten zullen leiden, zal dit een extra beslag leggen op de middelen van de algemene reserve. Dit heeft dan structureel een negatieve invloed op de exploitatie tot gevolg.

27

Risico’s Onder risico’s wordt verstaan: alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet kwantificeerbaar zijn, waardoor er geen voorzieningen kunnen worden gevormd. Kenmerk is dus dat er geen exact bedrag aan een risico gekoppeld kan worden. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten.

Weerstandsvermogen Met ingang van de jaarrekening 2015 worden de uitkomsten van de gehanteerde methodieken van Den Haag en Rijswijk in deze paragraaf opgenomen en met elkaar vergeleken om het weerstandsvermogen van het IPP Haaglanden te bepalen en inzichtelijk te maken. Methode Naris. Het voorlopige risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van een softwareprogramma (Naris), welke door de Gemeente Rijswijk wordt gehanteerd bij beoordeling van projecten, waarmee risico’s systematisch in kaart kunnen worden gebracht en beoordeeld.

Risico Afzet Hoornwijck Afzet Sylvain Poonsstraat

Belangrijkste financiële risico’s % Risico 25% Max. € 5.092.500 25% Max. € 442.885

Invloed 92,00% 8,00%

Totaal maximaal risico: € 5.535.385 Benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie hebben we toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 5.535.385) ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risicosimulatie blijkt dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1.180.133 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit van het IPP Haaglanden bestaat uit het geheel aan middelen welke de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand

Startcapaciteit

Reserves IPP

€ 8.420.068

Totaal weerstandscapaciteit

€ 8.420.068

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten staat in onderstaande figuur.

28

Risico's:

Weerstandscapaciteit:

Bedrijfsproces Financieel imago/ Politiek Informatie/Strategie j uridisch/ Aansprakelijkheid letsel/Veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product

Algemene reserve Onvoorzien Reserves IPP Haaglanden

↓

↓ Weerstandvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen: Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

Ratio weerstandsvermogen =

=

€ 8.420.068 € 1.180.133

= 7,13

Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De ratio valt binnen waarderingscijfer A. Geconcludeerd kan worden dat op dit moment, volgens de huidige analyse van de mogelijke risico’s, vertaald in het benodigde weerstandsvermogen, de waardering ‘uitstekend’ van toepassing is.

Kengetallen BBV Het BBV schrijft een aantal financiële kengetallen voor, waarvan de methodiek van berekenen op een door de wetgever bepaalde wijze is vastgesteld. Het is de bedoeling van de wetgever dat met het opnemen van financiële kengetallen in de jaarrekening meer inzicht wordt bereikt in de onderlinge samenhang van de cijfers van een jaarrekening. Jaarrekening 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Netto schuldquote

- 3,12

-0,45

-0,49

-0,37

-1,42

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-3,12

-0,45

-0,49

-0,37

-1,42

Solvabiliteitsratio

0,99

0,66

0,57

0,51

0,37

Grondexploitatie

3,76

0,80

0,90

-0,00

-

Structurele exploitatieruimte

-0,40

0,05

0,04

0,03

0,04

Kengetallen

29

Toelichting. Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde cijfers uit de balans en de programmarekening. Netto schuldquote. Dit kengetal is negatief, omdat het IPP Haaglanden wel vorderingen heeft, maar dit is vooral de vordering op de gemeente Rijswijk wegens het rekening-courantsaldo. Deze vordering is rentedragend en volgt de rente van de Schatkist. De overige vorderingen en kortlopende schulden zijn relatief gezien zeer beperkt. Het kengetal is een percentage van de vorderingen (vooral rekening-courant met de gemeente Rijswijk) uitgedrukt in een percentage van de baten. Het getal is nu minder negatief in vergelijking met de begroting 2024, omdat de baten door incidentele verkopen toenemen. Structureel zal dit kengetal alleen maar negatiever worden, omdat het totaal van de baten afnemen en de reserves toe zullen nemen. Dit kengetal wordt gecorrigeerd voor verstrekte leningen. Het IPP Haaglanden verstrekt op dit moment geen leningen. Om deze reden zijn beide kengetallen gelijk. Solvabiliteitsratio. Deze ratio kan maximaal 100% van het totaal vermogen bedragen. Het IPP Haaglanden heeft een hoog percentage doordat er geen langlopende schulden aanwezig zijn. Het IPP Haaglanden heeft een relatief gering bedrag aan kortlopende schulden, die meestal binnen een maand zijn betaald. Door het geringe bedrag is hiermee geen rekening gehouden in de begroting.

Door de ambities van de komende jaren zal er om te kunnen investeren vreemd vermogen aangetrokken moeten worden. Hierdoor zal de solvabiliteitsratio in het laatste jaar tijdelijk dalen naar 40%. Na het afronden van de investeringen zal de ratio in de toekomst weer stijgen naar de oude waarde. Grondexploitatie. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe de waarde van de bouwgronden zich verhoudt tot de geraamde baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat de waarde moet worden terugverdiend uit de grondverkopen. Hoe lager het kengetal, hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet of gedeeltelijk lukt. Dit kencijfer wordt berekend door het totaal te nemen van de investeringen in grondexploitaties uit te drukken in een percentage van het totaal van de exploitatiebaten. Een hoog percentage geeft een snelle terugverdientijd aan van minder dan 1 jaar. De oorzaak is dat in het totaal van de baten als incidenteel aangemerkt worden. Zonder dit effect zou de terugverdientijd langer zijn. De conclusie is dat aan dit kengetal weinig waarde kan worden toegekend. Dit percentage heeft alleen waarde als de opbrengsten jaarlijks een constant beeld geven, maar dat is zelden het geval. Normaliter wordt door de grilligheid dit beeld geflatteerd om een goed oordeel te kunnen geven met behulp van dit kengetal. Structurele exploitatieruimte.

Dit verhoudingsgetal geeft aan in hoeverre er structurele ruimte bestaat in het saldo van structurele lasten en -baten uitgedrukt in een percentage van het totaal van de exploitatiebaten om incidentele lasten op te kunnen vangen. Een positief percentage van 0,04 (4%) biedt ruimte om voorkomende incidentele lasten op te kunnen vangen. IN het geval van incidentele tegenvallers, kan een beroep gedaan moeten worden op de algemene reserves. Het kengetal structurele exploitatieruimte vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De structurele exploitatieruimte is vanaf jaarschijf 2026 negatief. Doordat de incidentele meevallers voor slechtere tijden in een bestemmingsreserve worden ondergebracht voor de nieuwe ambities, is het kengetal vanaf 2026 negatief. Door het vormen van bestemmingsreserves kan dit gedekt worden uit incidentele baten.

30

Onderlinge samenhang van de kencijfers. Uit de gegeven kencijfers is te concluderen, dat het IPP Haaglanden over een zeer sterk eigen vermogen beschikt en nog geen vreemd vermogen heeft. Met de toenemende ambitie/investeringsagenda is vreemd vermogen in de komende jaren wel voorzien en dit heeft effect op de kengetallen van het IPP Haaglanden. Er is weinig ruimte om incidentele lasten op te kunnen vangen. Hierdoor kan al snel een beroep moeten worden gedaan op de algemene reserve.

2.2

Onderhoud kapitaalgoederen

Het IPP Haaglanden heeft een parkeergarage aan de Handelskade 74 te Rijswijk. Dit object is op dit moment verhuurd aan derden. Een onderhoudsvoorziening is niet gevormd. De parkeergarage krijgt een andere functie als mobiliteitshub en de verkoop is voorzien voor 2026. Daarmee verdwijnt dit kapitaalgoed toekomstig uit deze paragraaf.

2.3

Bedrijfsvoering: Organisatie en werkwijze

Algemeen Bestuur Kaderstellend. Het AB heeft alle bevoegdheid die niet of ingevolge de regeling aan het DB of de voorzitter is opgedragen (art. 8 van de gemeenschappelijke regeling). In de praktijk worden de begroting, jaarrekening, de (herziening van de) grondexploitaties en (grond) aan- en verkoopvoorstellen die buiten de vastgestelde kaders vallen aan het AB ter besluitvorming voorgelegd.

Dagelijks Bestuur Bepaalt strategie. Het DB kan worden beschouwd als de bestuurlijk opdrachtgever en bepaalt als zodanig het te voeren beleid, dat op hoofdlijnen aan het AB ter goedkeuring wordt voorgelegd. Het DB stuurt vooral op inhoud en op (procesmatige) randvoorwaarden. Verder vervult het DB op aangeven van de directie in voorkomende gevallen een rol bij de bestuurlijke communicatie (onder andere richting hogere overheden en richting gemeenten) en acquisitieactiviteiten van het IPP Haaglanden. De voorzitter van het DB lijkt het meest aangewezen DB-lid dat namens het DB op dit punt als gezicht naar buiten fungeert. Legt rechtmatigheidsverantwoording af. Het Dagelijks Bestuur stelt ieder boekjaar de rechtmatigheidsverantwoording(en) op. Doel is met een bepaalde mate van zekerheid vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving. Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: • • •

Begrotingscriterium (controle op overschrijdingen van de begroting); Voorwaardencriterium (controle of de financiële beheershandelingen voldoen aan de voorwaarden zoals vastgelegd in wet- en regelgeving); Misbruik en oneigenlijk gebruik (het criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van gelden en eigendommen bij financiële beheershandelingen).

Directie Uitvoering. De directie kan worden beschouwd als ambtelijk opdrachtgever, die ervoor zorgt dat de (inhoudelijke) bestuursopdracht wordt uitgevoerd en hierover verantwoording aflegt aan het DB. Concreet zorgen de directieleden voor de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het AB en DB (naast de voorbereiding en uitvoering van besluiten die vallen binnen het verkregen

31

directiemandaat), het doelmatig beschikbaar stellen van mensen en middelen (inrichting projectorganisatie, inhuur expertise e.d.), het nemen van beslissingen over inhoud, financiën en voortgang van projecten van het IPP Haaglanden binnen de vastgestelde kaders en het informeren en betrekken van de gemeentelijke organisaties (hier kunnen projectleiders mee worden belast). Vanaf 2017 opereert de IPP Haaglanden directie op basis van een inzet van 0,2 fte per directielid. De directie fungeert naar buiten toe als het boegbeeld van het IPP Haaglanden voor alle zaken die tot het primaire proces behoren.

Projectleiders De projectleiders zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van de verschillende projecten. De kosten voor de inzet van de projectleiders komen ten laste van de grondexploitaties en projecten waarvoor zij werkzaamheden verrichten.

2.4

Verbonden partijen

Het IPP Haaglanden is een gemeenschappelijke regeling van de gemeenten Den Haag en Rijswijk met een stemverhouding van 50-50%. Het IPP Haaglanden heeft geen deelnemingen c.q. belangen in andere partijen.

2.5

Grondbeleid

Inleiding Het IPP Haaglanden voert een actief grondbeleid. Actief grondbeleid betekent in hoofdlijnen dat het IPP Haaglanden zich richt op de verwerving van gronden, het bouw- en woonrijp maken hiervan en de uitgifte van deze gronden aan ontwikkelaars of bedrijven. De risico’s die actief grondbeleid met zich meeneemt, zijn voor rekening van het IPP Haaglanden. Actief grondbeleid is voor het IPP Haaglanden een middel om tegemoet te komen aan haar doel nieuwe bedrijventerreinen in haar rechtsgebied aan te leggen conform artikel 5 van de Gemeenschappelijke Regeling IPP Haaglanden van 15 oktober 2024 en zodoende regie te hebben op het voorzien in de kwalitatieve en kwantitatieve vraag naar bedrijventerrein in de regio Haaglanden. De doelstellingen van het grondbeleid van het IPP Haaglanden zijn verwoord in de Nota Grondbeleid. Deze nota is in 2015 geactualiseerd. De Nota is een bestuurlijk kader voor de verwerving en uitgifte van grond en de te hanteren methodieken van gronduitgifte en grondprijsbepaling.

Verwerving Het IPP Haaglanden verwerft bij voorkeur alle gronden van het beoogde nieuwe bedrijventerrein in eigendom. Ook op bestaande bedrijvenlocaties kan het IPP Haaglanden ertoe besluiten om actief gronden te verwerven om haar doelstellingen te bereiken. Het IPP Haaglanden verwerft enkel locaties die reeds in de regionale bedrijventerreinen- programmering zijn opgenomen. Voor elke, mogelijk te verwerven locatie wordt een businesscase opgesteld om de haalbaarheid en strategie van de ontwikkeling te bepalen.

Uitgifte De voorwaarden die het IPP Haaglanden hanteert bij de verkoop van grond, zijn vastgesteld in de Algemene Verkoopvoorwaarden van het IPP Haaglanden. Om te voorkomen dat er sprake kan zijn van ongeoorloofde staatssteun, dient de prijs van de grond bij uitgifte tenminste marktconform te zijn. Het IPP Haaglanden maakt bij gronduitgifte daarom gebruik van een open en onvoorwaardelijke biedprocedure of van een marktconforme taxatie door een onafhankelijke deskundige.

Grondprijzen De prijs van de grond bij uitgifte door het IPP Haaglanden dient tenminste marktconform te zijn. Het kader

32

voor de grondprijzen wordt vastgesteld door middel van een taxatierapport. De grondwaarde wordt vastgesteld door een taxateur op basis van de ligging, wat er op de grond mag worden gebouwd en de marktprijzen. Het IPP Haaglanden stelt op basis van deze grondwaarde de hoogte van de te betalen koopsom of de erfpachtcanon vast.

Grondexploitaties Voor elk nieuw (sub)complex van gronden wordt een grondexploitatie opgesteld en vastgesteld. De risico’s voor de grondexploitatie zijn voor rekening van het IPP Haaglanden. Om deze risico’s beheersbaar te houden, wordt de grondexploitatie jaarlijks geactualiseerd. De geprognosticeerde eindresultaten van de nog lopende exploitaties op basis van de herziening 2025 van de grondexploitatie (de jaarrekening 2025) zijn:

Hoornwijck Sylvain Poonstraat

6.672.780 nadelig 305.273 voordelig

Er is een voorziening genomen voor Hoornwijck tot dit bedrag en dit is verrekend met het saldo van de grondexploitatie.

2.6

Lokale heffingen

Door het IPP Haaglanden worden geen belastingen c.q. retributies geheven.

2.7

Financiering

Algemeen De financieringsparagraaf richt zich op de treasury-functie: de wijze waarop het IPP Haaglanden omgaat met haar financiële geldstromen en vermogensposities. Van belang hierbij is hoe het IPP Haaglanden omgaat met financiële risico’s, de mate waarin over voldoende geldmiddelen kan worden beschikt om op korte termijn (liquiditeit) aan haar schulden te kunnen voldoen en de manier waarop op lange termijn de financiering is geregeld.

Risicobeheer De verhouding tussen de boekwaarde van de activa en de eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) zegt iets over de mate waarin de begroting gevoelig is voor renteontwikkeling. De geraamde investeringen in de grondexploitaties en de vastgoedexploitatie en gelijksoortige posten zullen in 2027 met externe financieringsmiddelen worden gefinancierd. Door de externe financiering zal het risicobeheer van het IPP wijzigen. De liquiditeitspositie is hierbij van belang, zodat er tijdig geschakeld kan worden voor het aantrekken van vreemd vermogen. In onderstaande tabel is te zien dat het voor de investeringen van 2026 en verder noodzakelijk is om externe financiering aan te trekken.

Financieringsoverzicht

Concept Jaarrekening

Begroting

Herziene Begroting

2025

2026

2026

Meerjarenraming in begroting 2027: 2027

2028

2029

2030

Investeringen

€ 8.637.788 € 13.685.838 € 17.009.788 € 24.429.803

€ 28.018.204

€ 34.913.204

€ 34.113.204

Reserves

€ 13.002.777 € 16.118.952 € 15.019.750 € 16.993.868

€ 15.274.307

€ 13.592.789

€ 11.790.313

Financieringsoverschot (+)/tekort (-)

€ 4.364.989

-€ 12.743.897

-€ 21.320.415

-€ 22.322.892

€ 2.433.114

-€ 1.990.038

-€ 7.435.935

33

De meerjarenbegroting voor 2027-2030 toont een dalende reservepositie. Dit overzicht laat zien dat er een financieringstekort ontstaat. Door het aantrekken van vreemd vermogen wordt dit opgelost. In 2027 worden leningen tot een maximum van € 7,4 miljoen aangetrokken. Om inzicht te geven over de financieringsbehoefte van de komende jaren, zijn de aan te trekken leningen niet in bovenstaand overzicht opgenomen. In 2027 wordt, afhankelijk van de renteontwikkeling zo veel mogelijk gebruik gemaakt van kortlopende leningen, dan wel leningen (langlopend) met een looptijd van 2 tot 4 jaar. Kortlopend renterisico (Kasgeldlimiet) Het renterisico op kortlopende geldleningen (< 1 jaar) is door de wet Fido (financiering decentrale overheden) gemaximaliseerd tot de kasgeldlimiet. Deze limiet is gesteld op 8,5% van de begrotingsomvang van 2026. In onderstaande tabel is de jaarlijkse kasgeldlimiet Door de verwachte hogere investeringen wordt de kasgeldlimiet in de komende jaren van groter belang. Daarnaast beschikt het IPP Haaglanden, vanaf de herziene begroting 2026, over een financieringstekort, waarvoor extra middelen nodig zijn. Ondanks het financieringstekort, zie tabel op de vorige pagina, is het doel om minimale liquide middelen van € 3 miljoen aan te houden, waardoor een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk zal blijven bestaan.

Door de toenemende investeringen zal er geleend moeten worden. Met de verwachte investeringen zal er geen overschrijding van de kasgeldlimiet ontstaan, waardoor het IPP Haaglanden binnen de kaders van de Wet Fido blijft. Renterisiconorm Het renterisico op langlopende geldleningen is aan een wettelijk maximum gebonden. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen, zodat geen onnodige renterisico’s worden gelopen. De wettelijk vastgestelde renterisiconorm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het totaal van de lasten (of de baten, indien deze hoger is dan het totaal van de lasten) volgens de begroting. Hierdoor wordt de rentegevoeligheid beperkt. Kredietrisicobeheer Het kredietrisico wordt veroorzaakt door de mogelijkheid dat de instelling waaraan geld is verstrekt niet in staat blijkt te zijn, de rente en aflossing op verstrekte leningen te voldoen. Door het IPP Haaglanden worden geen leningen verstrekt aan derden.

Liquiditeitsbeheer Het liquiditeitsbeheer betreft het financieren en uitzetten van middelen voor de perioden van één jaar of korter. Zoals aangegeven zal tot het bedrag van de kasgeldlimiet eventueel een financieringstekort met kortlopende geldleningen worden gefinancierd. Vanaf 2026 zijn er toegenomen investeringsplannen, waardoor er vreemd wordt aangetrokken. Om zo goed mogelijk op deze liquiditeitsbehoefte in te kunnen spelen, zal er een liquiditeitsprognose worden opgesteld. Deze zal regelmatig gemonitord worden. Het IPP Haaglanden beschikt over financieringsmiddelen en belegt deze middelen via de rekening-courant positie met de gemeente Rijswijk bij de Schatkist. Hiervoor ontvangt het IPP Haaglanden in 2027 naar verwachting circa 1,9 % rente. Een alternatief voor gemeenschappelijke regelingen om overtollige financieringsmiddelen voor de korte termijn (< 1 jaar) uit te zetten is ingevolge de Wet verplicht Schatkistbankieren niet voorhanden, met uitzondering van het beleggen van gelden bij overheden.

34

Geprognosticeerde balans Concept Jaarrekening

Primitieve Begroting

Herziene Begroting

2025

2026

2026

2027

2028

2029

2030

Investeringen met een economisch nut

€ 3.370.704

€ 1.876.157

€ 1.876.157

€ 3.213.657

€ 3.213.657

€ 3.213.657

€ 3.213.657

Vaste activa

€ 3.370.704

€ 1.876.157

€ 1.876.157

€ 3.213.657

€ 3.213.657

€ 3.213.657

€ 3.213.657

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie

€ 5.267.084 € 10.315.134

€ 5.267.084

€ 5.350.599

€0

€0

€0

Tabel 9: Geprognosticeerde balans

Aankopen vastgoed werkgebieden Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende activa

€0

Meerjarenraming in begroting 2027:

€ 0 € 12.000.000 € 17.920.000 € 23.310.000 € 30.205.000 € 29.405.000

€ 3.994.111

€ 3.628.000

€ 3.000.000

€ 3.000.000

€ 3.000.000

€ 3.000.000

€ 3.000.000

€ 539.590

€ 352.818

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

Vlottende activa

€ 9.800.785 € 14.295.952 € 20.767.084 € 26.770.599 € 26.810.000 € 33.705.000 € 32.905.000

Totaal activa

€ 13.171.489 € 16.172.109 € 22.643.241 € 29.984.256 € 30.023.657 € 36.918.657 € 36.118.657

Eigen vermogen Algemene reserve

€ 8.087.288

€ 9.066.124

€ 8.390.670

€ 8.645.396

€ 8.861.982

€ 8.942.588

€ 9.014.736

Bestemmingsreserves

€ 4.915.489

€ 7.052.829

€ 6.629.081

€ 8.348.473

€ 6.412.325

€ 4.650.201

€ 2.775.577

Totaal eigen vermogen

€ 13.002.777 € 16.118.952 € 15.019.750 € 16.993.868 € 15.274.307 € 13.592.789 € 11.790.313

Financieringsmiddelen

€ 168.712

€0

€ 7.568.491 € 12.935.388 € 14.694.350 € 23.270.868 € 24.273.344

Totaal Financieringsmiddelen

€ 168.712

€0

€ 7.568.491 € 12.935.388 € 14.694.350 € 23.270.868 € 24.273.344

€0

€ 53.156

Totaal vlottende passiva

Totaal passiva

€ 55.000

€ 55.000

€ 55.000

€ 55.000

€ 55.000

€ 13.171.489 € 16.172.109 € 22.643.241 € 29.984.256 € 30.023.657 € 36.918.657 € 36.118.657

De cijfers van de herziene begroting 2026 en de begroting 2027 zijn gebaseerd op de balans in de concept jaarrekening 2025. Bovenstaand overzicht is de geprognotiseerde balans. Dit geeft de verwachte ontwikkeling van de balans van het IPP op basis van de meerjarenbegroting weer. Vanaf 2026 wordt rekening gehouden met de toename van de investeringen door de vergroting van het werkgebied, waardoor zowel de activa (vastgoed in bezit) als de passiva (financieringsmiddelen) sterk zullen toenemen. Voor een nadere specificatie van de bedragen wordt verwezen naar bijlage II en III van deze begroting. In bijlage I is bovenstaand overzicht ook opgenomen.

35

3. Financiële begroting 3.1 Programmabegroting 2027

Tabel 10 : Programmabegroting 2027

Lasten

Baten

Saldo

Algemeen bestuur Ontwikkeling en uitgifte nieuwe locaties Herstructurering werklocaties Saldo programma's Algemene dekkingsmiddelen saldo baten en lasten

€ 681.600 € 285.000 € 2.381.220 € 3.347.820 € 688.639 € 4.036.459

€ 654.336 € 285.000 € 477.240 € 1.416.576 € 4.594.000 € 6.010.576

-€ 27.264 €0 -€ 1.903.980 -€ 1.931.244 € 3.905.361 € 1.974.117

€ 940.008 € 300.000 € 589.600 € 1.829.608

€ 940.008 € 300.000 € 589.600 € 1.829.608

Onttrekking bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Den Haag Onttrekking bestemmingsreserve Gavi Kavel Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Rijswijk Totaal onttrekking bestemmingsreserve

Begrotingssaldo Toevoeging (" + ") of onttrekking (" - ") aan de algemene reserve Toevoeging aan de bestemmingsreserves " + "

€ 254.725 € 3.549.000

€ 3.803.725 € 254.725 € 3.549.000 €0

Bestemming van het resultaat Algemene reserve. Het geraamd voordelig resultaat 2027 wordt, nadat onttrekkingen aan de bestemmingsreserve hebben plaatsgevonden, toegevoegd aan de algemene reserve. Het resultaat wat ontstaat door incidentele verkoop van een aantal locaties, wordt echter toegevoegd aan de bestemmingsreserves gebieden in Den Haag respectievelijk gebieden in Rijswijk. Zie hiervoor bijlage III (Tabel 15). Afwijkingen ten opzichte van de ramingen 2027 (zowel positief als negatief) worden bij het samenstellen van de jaarrekening 2027 direct in de overeenkomstige reserves verwerkt. Bestemmingsreserve. Het saldo van de lasten en baten die in 1.3 Programma Herstructurering Werklocaties zijn weergegeven voor de herontwikkeling/revitalisering gebieden in Den Haag respectievelijk gebieden in Rijswijk worden gedekt uit de bestemmingsreserve. De incidentele bate uit de verkoop van gronden/overige exploitaties, worden toegevoegd aan de bestemmingsreserves.

3.2 Toelichting op de algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen bestaan vooral uit opbrengsten, welke niet aan programma’s zijn toe te rekenen. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen worden hieronder toegelicht en inzichtelijk gemaakt in Tabel 8 in paragraaf 1.5.

In 2026 worden naar verwachting de volgende locaties verkocht: Parkeerterrein Burgemeester Elsenlaan (programma algemeen bestuur) In tabel 5b in hoofdstuk 1.3 worden deze gepresenteerd onder verkoop diverse gronden in de baten.

36

In de eerste helft van 2027 worden waarschijnlijk wederom locaties verkocht. Dit heeft te maken met bestemmingsplanprocedures die langer duren dan voorzien. Het gaat in 2027 over de volgende locaties: -

Sijthoff-locatie (programma algemeen bestuur) Nijverheidstraat (programma algemeen bestuur) Parkeergarage Handelskade (programma algemeen bestuur)

Om de nieuwe ambities te kunnen realiseren, is de verwachting dat vanaf 2026 financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Het aantrekken van financieringsmiddelen brengt ook rentelasten met zich mee, deze zijn in bovenstaand overzicht meegenomen. Door de nieuwe ambities is de huidige bestemmingsreserve niet meer toereikend. Vanaf 2026 zullen de twee bestaande bestemmingsreserves van Westvlietweg en Middengebied Plaspoelpolder overvloeien in twee nieuwe bestemmingsreserves. Deze twee bestemmingsreserves worden: • Bestemmingsreserve gebieden in Den Haag • Bestemmingsreserve gebieden in gebieden in Rijswijk Deze toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves staan opgenomen in onderstaande tabel 11. Tabel 11 : Bestemming resultaat

Saldo algemene dekkingsmiddelen Saldo algemeen bestuur Saldo ontwikkeling en uitgifte nieuwe locaties Saldo herstructurering bedrijventerreinen (excl. Gavi kavel) Saldo Gavi kavel Programma's + algemene dekkingsmiddelen = Resultaat voor bestemming (+ = winst; - = verlies)

Bestemming resultaat: Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Den Haag Onttrekking bestemmingsreserve Gavi-Kavel Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Rijswijk Vrijval bestemmingsreserve Westvlietweg Vrijval bestemmingsreserve Middengebied Plaspoelpolder Storting bestemmingsreserve gebieden Den Haag Storting bestemmingsreserve gebieden Rijswijk Subtotaal voor resultaatsbestemming Toevoeging (" + ") of onttrekking (" - ") aan de algemene reserve Toevoeging aan de bestemmingsreserves " + " Resultaat na bestemming

Concept Jaarrekening

Primitieve Begroting

Herziene Begroting

2025

2026

2026

2027

2028

2029

2030

€ 140.469 -€ 43.568 -€ 234.586

€ 3.851.656 -€ 132.799 €0

€ 3.718.036 -€ 24.299 € 305.273

€ 3.905.361 -€ 27.263 €0

€ 318.547 -€ 27.363 €0

€ 399.320 -€ 135.070 €0

€ 396.667 -€ 137.635 €0

-€ 658.385

-€ 1.398.750

-€ 1.982.036 €0

-€ 1.603.980 -€ 300.000

-€ 1.610.745 -€ 400.000

-€ 1.545.768 -€ 400.000

-€ 1.661.508 -€ 400.000

-€ 796.070

€ 2.320.107

€ 2.016.974

€ 1.974.118

-€ 1.719.561

-€ 1.681.518

-€ 1.802.476

€ 254.152

€ 645.000

€ 1.123.388 €0

€ 940.008 € 300.000

€ 941.468 € 400.000

€ 841.588 € 400.000

€ 791.588 € 400.000

€ 209.138 €0

€ 753.750 -€ 932.450

€ 791.020 -€ 946.798

€ 589.600 €0

€ 594.680 €0

€ 520.536 €0

€ 683.036 €0

€0

-€ 2.391.128

-€ 2.468.690

€0

€0

€0

€0

€0 €0 -€ 332.780

€ 932.450 € 2.391.128 € 3.718.857

€ 946.798 € 2.468.690 € 3.931.382

€0 €0 € 3.803.726

€0 €0 € 216.587

€0 €0 € 80.606

€0 €0 € 72.148

-€ 332.780

€ 90.857 € 3.628.000 €0

€ 303.382 € 3.628.000 €0

€ 254.726 € 3.549.000 €0

€ 216.587 €0 €0

€ 80.606 €0 €0

€ 72.148 €0 €0

€0

Meerjarenraming in begroting 2027:

37

3.3 Meerjarenbegroting 2027-2030 Tabel 12 : Meerjarenbegroting 2027 - 2030

Meerjarenraming in begroting 2027: 2027

2028

2029

2030

Lasten Algemeen bestuur

€ 681.600

€ 684.100

€ 710.900

€ 724.400

Ontwikkeling en uitgifte nieuwe locaties

€ 285.000

€ 5.795.400

€0

€0

Herstructurering bedrijventerreinen

€ 2.381.220

€ 2.488.360

€ 2.052.403

€ 2.170.168

Totaal lasten programma's

€ 3.347.820

€ 8.967.860

€ 2.763.303

€ 2.894.568

Algemeen bestuur

€ 654.336

€ 656.736

€ 575.829

€ 586.764

Ontwikkeling en uitgifte nieuwe locaties

€ 285.000

€ 5.795.400

€0

€0

Herstructurering bedrijventerreinen

€ 477.240

€ 477.615

€ 106.635

€ 108.660

Totaal baten programma's

€ 1.416.576

€ 6.929.751

€ 682.464

€ 695.424

Saldo programma 's

-€ 1.931.244

-€ 2.038.109

-€ 2.080.839

-€ 2.199.144

Saldo algemene dekkingsmiddelen

€ 3.905.361

€ 318.547

€ 399.320

€ 396.667

saldo baten en lasten

€ 1.974.117

-€ 1.719.562

-€ 1.681.519

-€ 1.802.477

Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Den Haag

€ 940.008

€ 941.468

€ 841.588

€ 791.588

Onttrekking bestemmingsreserve Gavi Kavel

€ 300.000

€ 400.000

€ 400.000

€ 400.000

Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Rijswijk

€ 589.600

€ 594.680

€ 520.536

€ 683.036

€ 3.803.725

€ 216.586

€ 80.605

€ 72.147

Toevoeging (" + ") of onttrekking (" - ") aan de algemene reserve

€ 254.725

€ 216.586

€ 80.605

€ 72.147

Toevoeging (" + ") of onttrekking (" - ") aan de bestemmingsreserve

€ 3.549.000

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Begrotingssaldo

€ 3.803.725

€ 216.586

€ 80.605

€ 72.147

Waarvan incidentele baten en lasten

€ 3.549.000

€0

€0

€0

€ 254.725

€ 216.586

€ 80.605

€ 72.147

Baten

(+ = voordelig; - = nadelig)

Onttrekkingen bestemmingsreserve

Begrotingssaldo

Resultaat na bestemming

Structureel begrotingssaldo

Structureel begrotingssaldo

38

Overzicht van incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten

Concept Jaarrekening

Primitieve Begroting

Herziene Begroting

2025

2026

2026

Meerjarenraming in begroting 2027: 2027

2028

2029

2030

Incidentele lasten

€0

€0

€0

€0

€0

€0

€0

Incidentele baten

€0

€ 3.628.000

€ 3.628.000

€ 3.549.000

€0

€0

€0

Saldo incidentele baten en lasten

€0

€ 3.628.000

€ 3.628.000

€ 3.549.000

€0

€0

€0

Toelichting:

De incidentele baten betreffen de verkopen van de overige exploitaties, zoals toegelicht in paragraaf 1.3 .

39

4 Bijlagen

40

Bijlage 1 Meerjarige ontwikkeling vaste activa, boekwaarde gronden en eigen financieringsmiddelen

Tabel 13 : Financieringsoverzicht

Concept Jaarrekening

Begroting

Herziene Begroting

2025

2026

2026

Meerjarenraming in begroting 2027: 2027

2028

2029

2030

Geïnvesteerd vermogen in vaste activa en gronden Parkeergarage Handelskade Parkeerterrein Burgemeester Elsenlaan

€0

€0

€0

-€ 2.125.000

€0

€0

€0

€0

€0

Nijverheidsstraat locatie

€0

€0

-€ 3.628.000

€0

€0

€0

€0

€0

-€ 259.000

€0

€0

€0

Sijthoff-locatie

€0

€0

€0

-€ 1.165.000

€0

€0

€0

Polakweg

€ 1.739.083

€ 1.739.083

€ 1.739.083

€ 1.739.083

€ 1.739.083

€ 1.739.083

€ 1.739.083

Van Gijnstraat 26-28

€ 1.480.560

€ 1.480.560

€ 1.480.560

€ 1.480.560

€ 1.480.560

€ 1.480.560

€ 1.480.560

€0

€0

€0

€ 1.337.500

€ 1.337.500

€ 1.337.500

€ 1.337.500

€ 151.062

€ 151.062

€ 151.062

€ 151.062

€ 151.062

€ 151.062

€ 151.062

€ 5.267.084 € 10.315.134

€ 5.267.084

€ 5.350.599

€0

€0

€0

€ 0 € 12.000.000 € 17.920.000

€ 23.310.000

€ 30.205.000

€ 29.405.000

€ 8.637.788 € 13.685.838 € 17.009.788 € 24.429.803

€ 28.018.204

€ 34.913.204

€ 34.113.204

Algemene reserve

€ 8.087.288

€ 9.066.124

€ 8.390.670

€ 8.645.396

€ 8.861.982

€ 8.942.588

€ 9.014.736

Bestemmingsreserves

€ 4.915.489

€ 7.052.829

€ 6.629.081

€ 8.348.473

€ 6.412.325

€ 4.650.201

€ 2.775.577

Totaal eigen vermogen

€ 13.002.777 € 16.118.952 € 15.019.750 € 16.993.868

€ 15.274.307

€ 13.592.789

€ 11.790.313

Financieringsoverschot (+)/tekort (-)

€ 4.364.989

-€ 12.743.897

-€ 21.320.415

-€ 22.322.892

Van Gijnstraat 27 Rentegevende terreinen Boekwaarde voorraden gronden (Des-)investeringen in werkgebieden

Totaal boekwaarden

€0

Financieringsmiddelen Eigen vermogen

€ 2.433.114

-€ 1.990.038

-€ 7.435.935

41

Bijlage 2 Ontwikkeling boekwaarde gronden Tabel 14 : Ontwikkeling boekwaarde gronden

Concept Jaarrekening

Herziene Begroting

2025

2026

2027

2028

€ 11.399.195 € 5.363 € 3.749 € 25.694 € 216.451 €0 € 153.471 €0 € 11.496.980 € 6.672.780 € 4.824.200

€ 11.496.980 € 5.500 € 17.900 € 50.400 € 149.400 € 18.200 €0 €0 € 11.738.380 € 6.672.780 € 5.065.600

€ 11.738.380 € 5.700 € 16.400 € 78.200 € 166.000 € 18.700 €0 €0 € 12.023.379 € 6.672.780 € 5.350.599

€ 12.023.379 € 5.700 € 16.900 € 80.500 € 100.000 € 19.300 €0 € 5.573.000 € 6.672.780 € 6.672.780 €0

€ 325.790 € 3.841 € 3.898 € 37.206 € 72.150 €0 €0 € 442.885

€ 442.885 € 173.100 € 44.500 € 32.134 € 60.700 €0 € 753.319 €0

€ 11.939.865 € 6.672.780 € 5.267.085

€ 11.738.379 € 6.672.780 € 5.065.599

€ 12.023.379 € 6.672.780 € 5.350.599

€ 6.672.780 € 6.672.780 €0

Meerjarenraming in begroting 2027: 2029

2030

€0 €0 €0

€0 €0 €0

Bouwgrond in exploitatie Hoornwijck Boekwaarde per 1 januari (excl. verliesvoorziening) Aanlegkosten Voorbereiding en toezicht Directe apparaatskosten Indirecte apparaatskosten Overige kosten Af: diverse opbrengsten Af: kostprijsverkopen Boekwaarde per 31 december (excl. verliesvoorziening) Af: verliesvoorziening Boekwaarde na verliesvoorziening Sylvain Poonsstraat Boekwaarde per 1 januari Aanlegkosten Voorbereiding en toezicht Directe apparaatskosten Indirecte apparaatskosten Overige kosten Af: kostprijsverkopen Boekwaarde per 31 december Totaal einde boekjaar boekwaardegronden Verliesvoorzieningen Netto boekwaarden einde boekjaar voorraden gronden

42

Bijlage 3 Toelichting op de ontwikkeling van de reserves Tabel 15 : Toelichting op de ontwikkeling van de reserves

Algemene reserve Stand van de algemene reserve aan het begin van het jaar Bestemming resultaat zijnde toevoeging (" + ") of onttrekking (" - ") Onttrekking wegens toevoeging aan de bestemmingsreserve investeringsagenda Verkoop diverse gronden stand van de algemene reserve aan het eind van het jaar

Concept Jaarrekening

Begroting

Herziene Begroting

2025

2026

2026

2027

2028

2029

2030

€ 8.420.068

€ 8.975.268

€ 8.087.288

€ 8.390.670

€ 8.645.396

€ 8.861.982

€ 8.942.588

-€ 332.780

€ 90.856

€ 303.382

€ 254.726

€ 216.587

€ 80.606

€ 72.148

€0

-€ 3.628.000

-€ 3.628.000

-€ 3.549.000

€0

€0

€0

€0

€ 3.628.000

€ 3.628.000

€ 3.549.000

€0

€0

€0

€ 8.087.288

€ 9.066.124

€ 8.390.670

€ 8.645.396

€ 8.861.982

€ 8.942.588

€ 9.014.736

€ 932.450

€ 946.798

€ 1.500.000

€ 1.500.000

€ 1.500.000

€ 1.200.000

€ 800.000

€ 400.000

€ 2.391.128

€ 2.468.690 € 1.637.410

€ 2.471.902

€ 1.530.434

€ 688.846

€ 3.491.670

€ 4.676.570

€ 4.081.890

€ 3.561.354

€ 6.629.081

€ 8.348.473

€ 6.412.325

€ 4.650.201

Meerjarenraming in begroting 2027:

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserve IPP Haaglanden Bestemmingsreserve investeringsagenda Westvlietweg Bestemmingsreserve Gavi-Kavel Bestemmingsreserve investeringsagenda Middengebied Plaspoelpolder Bestemmingsreserve investeringsagenda gebieden Den Haag Bestemmingsreserve investeringsagenda gebieden Rijswijk Stand bestemmingsreserves aan het begin van het jaar Onttrekking wegens exploitatielasten Westvlietweg Onttrekking wegens exploitatielasten Middengebied

€ 5.378.779

€ 5.378.779

€ 4.823.579

€ 4.915.489

-€ 932.450

-€ 946.798

-€ 2.391.128

-€ 2.468.690

€ 2.746.450

€ 2.760.798

€ 1.774.500

€ 4.205.128

€ 4.282.690

€ 1.774.500

-€ 645.000

-€ 1.123.388

-€ 940.008

-€ 941.468

-€ 841.588

-€ 791.588

€0

€0

-€ 300.000

-€ 400.000

-€ 400.000

-€ 400.000

-€ 254.152 -€ 209.138

Vrijval bestemmingsreserve Westvlietweg Vrijval bestemmingsreserve Middengebied Plaspoelpolder Storting bestemmingsreserve gebieden Den Haag Storting bestemmingsreserve gebieden Rijswijk Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Den Haag (excl. Gavi kavel) Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Gavi kavel Onttrekking bestemmingsreserve gebieden Rijswijk

-€ 753.750

-€ 791.020

-€ 589.600

-€ 594.680

-€ 520.536

-€ 683.036

€ 7.052.829

€ 6.629.081

€ 8.348.473

€ 6.412.325

€ 4.650.201

€ 2.775.577

€ 13.002.776 € 16.118.953 € 15.019.750 € 16.993.868

€ 15.274.307

€ 13.592.789

€ 11.790.313

Stand aan het eind van het jaar

€ 4.915.490

Totaal stand eigen vermogen einde boekjaar

Toelichting: Vanwege de uitbreiding van de gemeenschappelijke regeling, heeft het IPP Haaglanden zich voorbereid op het doen van investeringen op de laatst toegewezen gebieden en daartoe de bestemmingsreserve verruimd. De eerder gevormde bestemmingsreserves inzake Westvlietweg en Middengebied Plaspoelpolder, worden daarom overgeheveld naar een nieuwe bestemmingsreserve inzake Den Haag en Rijswijk. De vorming van de bestemmingsreserve dient ter dekking van het niet-revolverende deel van de

43

investeringen in alle werkgebieden. De incidentele baten in 2026 en 2027 door verkoop van twee locaties worden in de beide bestemmingsreserves gestort (zie tabel 7 in paragraaf 1.5) De ontwikkeling van de reserves zal in de jaren 2026 en 2027 fors stijgen door het realiseren van diverse verkopen. 2026: - Burgermeester Elsenlaan 2027: - Sijthoff-locatie - Nijverheidstraat - Parkeergarage Handelskade

44

Bijlage 4 Aanvullende informatie ingevolge de BBV-begroting 2022 Aanvullende informatie ingevolge de BBV-begroting 2022 In deze aparte bijlage wordt aanvullende informatie verstrekt, zoals is voorgeschreven door het BBV. Het gaat om informatie over

4.1 4.2 4.3 4.4

Uniforme indeling van taakvelden Overheadkosten Taakveld Treasury Set van beleidsindicatoren

1. Uniforme indeling van taakvelden Een Gemeenschappelijke Regeling is conform BBV (Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV van 5 maart 2016) verplicht om baten en lasten te splitsen in taakvelden, in zowel de begroting als de jaarrekening. In de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 april 2016 nr. 2016-0000217051, worden taakvelden voorgeschreven. Hierna volgt een overzicht van de specifieke taakvelden, die worden gebruikt door het IPP Haaglanden ingedeeld naar kostensoorten. Verdeling taakvelden naar programma's

Taakvelden

Programma algemeen bestuur

Begroot resultaat

Programma Ontwikkeling en uitgifte nieuwe locaties

Programma herstructurering bedrijventerreinen

Algemene dekkingsmiddelen

bedragen x 1.000

0.1 Bestuur

0

0

0.4 Overhead

-27

-27

0.5 Treasury

-180

0.8 Overige baten en lasten

2.181

0.10 Mutaties reserves

1.830

0.11 incidentele baten en lasten

-3.549

3.2 Grondexploitatie (bedrijventerreinen) Totaal (baten-lasten)

-180 -1.904 1.830 -3.549

0 255

4.085

0 -27

1.830

-1.904

356

45

2. Overheadkosten Overheadkosten zijn volgens het BBV “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Deze kosten mogen in de meeste gevallen aan de projecten worden toegerekend, maar moeten tegelijkertijd in de exploitatie zichtbaar zijn. In de begroting 2027 zijn evenals in vorige jaren de overheadkosten in het programma algemeen bestuur opgenomen en toegerekend aan de diverse grondexploitaties en projecten. Hierna wordt een overzicht van de cijfers opgenomen.

Onderdeel Materieel Personeel Totaal apparaatskosten Naar projecten Restant

Begroting 2027 167 515 682 654 27

Herziene Concept Begroting Jaarrekening 2026 2025 162 162 444 559 607 722 582 700 24 22

3. Taakveld Treasury Het vermogen is belegd bij de Schatkist van de Nederlandse Staat. Voor 2027 houden we rekening met een gemiddelde rentevergoeding van 2% op jaarbasis. De verwachting is dat het aantrekken vreemd vermogen in 2027 tot rentelasten zal leiden rentelasten, waarbij rekening is gehouden met ca. 2,8% rente.

4. Set van Beleidsindicatoren De voorgeschreven beleidsindicatoren zijn opgenomen in de ministeriële regeling van BZK van 24 maart 2016 en zijn ook voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen zoals het IPP Haaglanden. Echter bijna alle beleidsindicatoren zijn van toepassing op provincies en gemeenten. Met betrekking tot het taakveld algemeen bestuur (bestuur en ondersteuning) zijn alleen de indicatoren externe inhuur en overhead van toepassing. De indicator externe inhuur geeft weinig inzicht, omdat het IPP Haaglanden geen personeel in dienst heeft. Hierdoor is de uitkomst van deze indicator 100%. De andere indicatoren van het taakveld bestuur en ondersteuning worden uitgedrukt per inwoner.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16855750/1