CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325213 ODZ ontwerpbegroting 2027, meerjarenraming 2028-2030

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Omgevingsdienst Haaglanden Zienswijze ontwerpbegroting 2027, meerjarenraming 2028-2030 (RIS325213)1.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Ons Kenmerk

21 april 2026

DSB/11043820 RIS325213

Voorstel van het college inzake Omgevingsdienst Haaglanden Zienswijze ontwerpbegroting 2027, meerjarenraming 2028-2030 Bij brief van 31 maart 2026 is de ontwerpbegroting 2027 van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) aan de gemeenteraad van Den Haag toegestuurd. Conform de Gemeenschappelijke Regeling heeft de gemeenteraad van Den Haag (hierna: de raad) de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De raad kan instemmen met de ontwerpbegroting 2027 van de ODH en maakt daarbij de volgende opmerkingen. Deelnemersbijdrage en structurele houdbaarheid van de meerjarenbegroting De raad constateert dat de ontwerpbegroting 2027 sluitend is en een lastenstijging laat zien van 2,9%, voornamelijk als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. De gehanteerde indexeringssystematiek van de ODH wijkt daarbij af van de gemeentelijke kaderbrief en valt circa 1% lager uit dan het daarin opgenomen indexeringspercentage van 3,8%. Tegelijkertijd stelt de raad vast dat vanaf 2028 een structureel tekort ontstaat van circa € 200.000,- en dat de gerealiseerde omzet structureel hoger ligt dan begroot, mede als gevolg van incidenteel gefinancierde projecten. Deze ontwikkelingen roepen vragen op over de financiële onderbouwing en de structurele houdbaarheid van de begroting.

De raad verzoekt de ODH daarom om in de reactie op deze zienswijze nadere duiding te geven op deze ontwikkeling en inzichtelijk te maken op welke wijze het voorziene tekort vanaf 2028 zal worden opgelost. De deelnemersbijdrage voor de gemeente Den Haag bedraagt in 2027 € 8.157.000,-. Dit is een stijging van € 221.000,- ten opzichte van 2026. Financiële positie gemeenten De raad wijst op de verslechterende financiële positie van gemeenten, mede als gevolg van rijkskortingen op het gemeentefonds. De raad vindt daarom terughoudendheid bij de bijdrage aan verbonden partijen noodzakelijk. In dit licht acht de raad het van belang dat de ODH blijvend kritisch is op de eigen kostenontwikkeling en de omvang van het takenpakket. De raad verwacht dat de ODH actief meedenkt over mogelijkheden tot kostenbeheersing, prioritering en efficiëntieverbetering en daarbij inzicht biedt in de wijze waarop taken en middelen met elkaar in balans kunnen worden gebracht.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11043820

Ontwikkelingen VTH-stelsel en regionale uitvoeringskracht De raad onderschrijft de landelijke ambitie uit het interbestuurlijk programma om te komen tot een robuust VTH-stelsel en constateert dat de Omgevingsdienst Haaglanden goed op koers ligt om in 2027 aan deze robuustheidseisen te voldoen. De raad spreekt daarbij waardering uit voor de voortgang in de implementatie van het Koersplan 2024–2028, de versterkte samenwerking binnen de regio en de inhoudelijke adviesrol van de ODH richting gemeenten. Deze ontwikkelingen dragen bij aan een effectieve uitvoering van taken en het versterken van de uitvoeringskracht. In het verlengde hiervan staat de raad positief tegenover het Regionaal Uitvoeringsprogramma 2026– 2029, dat bijdraagt aan de verdere versterking van de VTH-taken op het gebied van onder meer waterkwaliteit, luchtkwaliteit, geluid en een veilige leefomgeving. De regionale samenwerking draagt bij aan een effectievere en efficiëntere uitvoering van taken. Tegelijkertijd benadrukt de raad dat deze samenwerking geen afbreuk mag doen aan de lokale beleidsvrijheid. Gemeentelijke autonomie en beleidsruimte dienen geborgd te blijven en regionale prioriteiten moeten transparant en in afstemming met de deelnemende gemeenten tot stand komen. Daarbij blijft het van belang dat kwaliteit en expertise behouden blijven, juist in een context van toenemende financiële druk.

Duurzaamheid De raad onderschrijft het belang van duurzaamheid en een maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering. In de zienswijze op de begroting 2026 is verzocht om concrete prestatie-indicatoren op het gebied van maatschappelijk verantwoord inkopen op te nemen. De raad constateert dat hieraan in de ontwerpbegroting 2027 nog geen invulling is gegeven. De raad verzoekt de ODH om, in afstemming met de deelnemers, in 2026 concrete, meetbare en toetsbare prestatie-indicatoren vast te stellen en deze op te nemen in de begroting en rapportages. Daarnaast wordt verzocht inzicht te geven in de voortgang en effecten van het duurzaam inkoopbeleid. De raad acht dit noodzakelijk om de ambities op het gebied van duurzaamheid daadwerkelijk te kunnen volgen en beoordelen. Ziekteverzuim en organisatieontwikkeling De raad constateert dat het ziekteverzuim is gedaald van 7,61% in 2024 naar 6,76% in 2025 en spreekt waardering uit voor deze ontwikkeling. Tegelijkertijd blijft het streven om het verzuim terug te brengen naar 4,5% ambitieus en vraagt dit om een structurele en samenhangende aanpak. De raad vraagt de ODH het ziekteverzuim blijvend te monitoren en hierover periodiek te rapporteren, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op preventie en duurzame inzetbaarheid.

Daarnaast acht de raad het van belang dat expliciet aandacht wordt besteed aan de kwaliteit van leiderschap en de organisatiecultuur, aangezien deze factoren in belangrijke mate bepalend zijn voor het structureel terugdringen van verzuim.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11043820

Rekeningcommissie De raad gaat ervan uit dat eventuele aanbevelingen van de rekeningcommissie van de Omgevingsdienst Haaglanden in beginsel worden opgevolgd. De raad verzoekt de ODH om de inhoudelijke reactie op deze aanbevelingen aan de raad toe te zenden, zodat deze zo nodig kan worden betrokken bij de verdere beoordeling.

Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 21 april 2026, besluit: I.

de volgende zienswijze vast te stellen: de gemeenteraad van Den Haag verzoekt het bestuur van de ODH: − met de ontwerpbegroting 2026 in te stemmen onder de voorwaarde dat onderstaande aandachtspunten worden meegenomen; − erop toe te zien dat de ODH nadere toelichting geeft op de structurele houdbaarheid van de begroting vanaf 2028 en inzichtelijk maakt op welke wijze het voorziene tekort wordt opgelost; − erop toe te zien dat de ODH een blijvend kritische houding aanneemt ten aanzien van kostenontwikkeling, het takenpakket en mogelijkheden tot efficiëntieverbetering; − erop toe te zien dat de kwaliteit en expertise bij de uitvoering van VTH-taken behouden blijft en dat de gemeentelijke autonomie geborgd blijft binnen regionale samenwerkingsverbanden; − erop toe te zien dat de ODH in 2026 concrete, meetbare en toetsbare prestatieindicatoren voor maatschappelijk verantwoord inkopen vaststelt en inzicht geeft in de voortgang en effecten van het duurzaam inkoopbeleid; − erop toe te zien dat de ODH het ziekteverzuim structureel monitort en hierover periodiek rapporteert, met nadrukkelijke aandacht voor verdere terugdringing daarvan; − erop toe te zien dat eventuele aanbevelingen van de rekeningcommissie van de Omgevingsdienst Haaglanden in beginsel worden opgevolgd en dat de ODH de inhoudelijke reactie daarop aan de raad toezendt;

II.

de zienswijze van de gemeenteraad aan het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden kenbaar te maken.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van [datum] De griffier,

De voorzitter,

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16855712/1