RIS325203 Bijlage 8. Advies Adviescommissie Bezwaarschriften dd 24 maart
Tekst van het document
Adviescommissie bezwaarschriften
5.1.2.e
Ons kenmerk JBN.2025.03531.001 t/m -.049 Advies aan burgemeester en wethouders Bestreden besluit
Verkeersbesluit Daal en Bergselaan, Ridderspoorweg en Pioenweg (voorrangskruising en bromfietspad)
Den Haag, 24 maart 2026 Samenvatting Bij besluit van 29 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders een verkeersbesluit genomen voor diverse verkeersmaatregelen op de Daal en Bergselaan, de Ridderspoorweg en de Pioenweg in Den Haag. Naar het oordeel van de commissie heeft het college op juiste gronden het verkeersbesluit genomen en adviseert zij het college het bestreden besluit in stand te laten. Inleiding Met het besluit van 29 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) een verkeersbesluit genomen voor diverse verkeersmaatregelen op de Daal en Bergselaan, de Ridderspoorweg en de Pioenweg in Den Haag.
Hiertegen zijn bezwaarschriften ingediend door: - 5.1.2.e op 8 oktober 2025, aangevuld op 16 en 17 oktober 2025; - 5.1.2.e op 22 oktober 2025; - 5.1.2.e op 22 oktober 2025; - 5.1.2.e op 6 oktober 2025; - 5.1.2.e op 24 oktober 2025; - 5.1.2.e 15 oktober 2025; - 5.1.2.e op 22 oktober 2025; - 5.1.2.e op 23 oktober 2025; - 5.1.2.e op 16 oktober 2025; - 5.1.2.e op 26 oktober 2025; 5.1.2.e op 23 oktober 2025; - 5.1.2.e op 17 oktober 2025; - 5.1.2.e op 17 oktober 2025; - 5.1.2.e op 17 oktober 2025; - 5.1.2.e op 17 oktober 2025; - 5.1.2.e op 24 oktober 2025; 5.1.2.e op 17 oktober 2025; - 5.1.2.e op 18 oktober 2025; - 5.1.2.e op 24 oktober 2025; - 5.1.2.e namens Commissie Loosduinen op 24 oktober 2025; - 5.1.2.e op 28 oktober 2025; - 5.1.2.e op 28 oktober 2025;
JBN.2025.03531.001 -
2 namens Stichting Wijkberaad Bohemen, Waldeck en Kijkduin op 28
5.1.2.e
oktober 2025; -
5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e
op 29 oktober 2025; op 5 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; en 5.1.2.e op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 9 november 2025; op 4 november 2025; op 4 november 2025; en op 5 november 2025.
Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag bepaald dat het verkeersbesluit wordt geschorst tot de beslissing op bezwaar en dat de tijdelijke bewegwijzering verwijderd moet worden (Rb Den Haag 21 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23629). 5.1.2.e
van 5.1.2.e
en 5.1.2.e
5.1.2.e
en 5.1.2.e
5.1.2.e 5.1.2.e
heeft zich bij brief van 19 december 2025 gesteld als gemachtigde , V.O.F. Manege De Wildhoef, 5.1.2.e en 5.1.2.e en 5.1.2.e 5.1.2.e 5.1.2.e en en 5.1.2.e en 5.1.2.e en 5.1.2.e en Family Horeca Concepts B.V. h.o.d.n. Restaurant Pex.
Hoorzitting Op 21 januari 2026 en op 25 februari 2026 heeft de Adviescommissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) een hoorzitting gehouden. De verslagen van deze hoorzittingen treft u hierbij aan. Naar aanleiding van de hoorzitting op 21 januari 2026 zijn nadere reacties van bezwaarmakers 5.1.2.e 5.1.2.e (mede namens enkele andere personen), 5.1.2.e en 5.1.2.e 5.1.2.e namens Stichting Wijkberaad Bohemen, Waldeck en Kijkduin ontvangen. Ook is ontvangen een brief van het college van 23 januari 2026 waarin vragen van de commissie, gesteld tijdens de hoorzitting op 21 januari 2026, zijn beantwoord. Voorafgaand aan de hoorzitting van 25 februari 2026 zijn (nadere) reacties van de gemachtigde ontvangen. De commissie baseert haar advies op het procesdossier en de overige, bij de partijen bekende stukken. Overwegingen van de commissie a.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard als niet is voldaan aan een bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar. Naar het oordeel van de commissie voldoet een deel van de bezwaarmakers niet aan de bij wet gestelde vereisten voor het in behandeling nemen van het bezwaar. Dit wordt hierna toegelicht.
JBN.2025.03531.001
3
- V.O.F. Manege De Wildhoef en 5.1.2.e Op grond van artikel 6:4, eerste lid, van de Awb geschiedt het maken van bezwaar door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. De commissie heeft ten aanzien van V.O.F. Manege De Wildhoef en 5.1.2.e niet kunnen vaststellen dat door of namens hen een bezwaarschrift is ingediend bij het college. Ondanks navraag daartoe bij hun gemachtigde is niet gebleken dat door of namens deze partijen bezwaar is gemaakt bij het college. De stelbrief van de gemachtigde van 19 december 2025 is daarvoor niet voldoende. Evenmin is het verzoek om voorlopige voorziening namens deze partijen daarvoor voldoende, aangezien dit verzoek niet is gericht aan het college, maar aan de rechtbank. Voor zover de gemachtigde tijdens de hoorzitting op 25 februari 2026 heeft gewezen op de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9653, leidt dit niet tot een ander oordeel. In die uitspraak ging het over de vraag of de betreffende eiser, wiens naam op een bij het beroepschrift gevoegde lijst was opgenomen, als mede-indiener van dat beroepschrift kon worden beschouwd. In deze zaak betreft het echter de vraag of uit enig document blijkt dat V.O.F. Manege De Wildhoef en 5.1.2.e bezwaar hebben gemaakt bij het college. Nu de commissie niet heeft kunnen vaststellen dat bezwaar is gemaakt door V.O.F.
Manege De Wildhoef en 5.1.2.e adviseert de commissie de bezwaren van deze partijen niet-ontvankelijk te verklaren. - Bezwaarmakers wonend aan de Laan van Meerdervoort, Monseigneur Nolenslaan, Fuchsiastraat, Hyacinthweg en Kamillestraat Om op te kunnen komen tegen een besluit moet iemand belanghebbende zijn bij dat besluit. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder een belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is. Volgens vaste rechtspraak geldt dat met het stellen van het vereiste van het zijn van belanghebbende een zekere begrenzing is beoogd ten aanzien van de mogelijkheid tegen een besluit bezwaar te maken en beroep in te stellen. Het is niet de bedoeling van de wetgever geweest om tegen een verkeersbesluit beroep open te stellen voor eenieder. Bij verkeersbesluiten moet dan ook van geval tot geval worden onderzocht wiens belangen rechtstreeks bij een dergelijk besluit zijn betrokken. Iemand is slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit indien hij of zij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, welk belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers.
Uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat als een verkeersbesluit directe gevolgen heeft voor het aantal verkeersbewegingen ter plaatse van de woning/het bedrijf van een bezwaarmaker, deze kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het verkeersbesluit (ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3908, r.o. 3.1). De woningen van bezwaarmakers wonend aan de Laan van Meerdervoort, Monseigneur Nolenslaan, Fuchsiastraat, Hyacinthweg en Kamillestraat liggen op geruime afstand van het gedeelte van de Daal en Bergselaan waar het verkeersbesluit betrekking op heeft. Niet is gebleken dat zich effecten van enige betekenis zullen voordoen op de verkeersafwikkeling of parkeerdruk in deze straten als gevolg van het verkeersbesluit. Nu daarvan niet is gebleken hebben bezwaarmakers wonend aan deze straten niet een bijzonder, individueel belang bij het verkeersbesluit, dat zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers. Naar het oordeel van de commissie kunnen de bezwaarmakers woonachtig aan de Laan van Meerdervoort, Monseigneur Nolenslaan, Fuchsiastraat, Hyacinthweg en Kamillestraat niet worden aangemerkt als belanghebbenden bij het verkeersbesluit. De commissie adviseert om de bezwaren van deze bezwaarmakers niet-ontvankelijk te verklaren.
- Bezwaarmaker 5.1.2.e /Restaurant Pex Voor wat betreft het bezwaar van 5.1.2.e /Restaurant Pex volgt de commissie de uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23629, r.o. 6.4, waarin de voorzieningenrechter oordeelde dat niet was gebleken dat het restaurant een voldoende eigen belang heeft gesteld en om die reden niet kan worden aangemerkt als belanghebbende. Naar het oordeel van de commissie is niet gebleken dat de toegang naar het restaurant enig effect ondervindt van het verkeersbesluit. De commissie adviseert om de bezwaren van bezwaarmaker 5.1.2.e /Restaurant Pex niet-ontvankelijk te verklaren. De overige bezwaarmakers, woonachtig aan de Ereprijsweg, de Daal en Bergselaan, de Ridderspoorweg en de Pioenweg, alsmede de Commissie Loosduinen en de Stichting Wijkberaad Bohemen, Waldeck en Kijkduin, zijn naar het oordeel van de commissie wel als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste
JBN.2025.03531.001
4
en derde lid, van de Awb aan te merken. Ten aanzien van de Commissie Loosduinen en de Stichting Wijkberaad Bohemen, Waldeck en Kijkduin is de commissie gebleken dat het college met deze organisaties contacten onderhoudt over ontwikkelingen in de buurt en dat ook in het kader van (de totstandkoming van) het verkeersbesluit overleg is gevoerd over dit verkeersbesluit met deze organisaties. Naar het oordeel van de commissie hebben deze organisaties daarmee een rol in het maatschappelijk overleg met het college over dit verkeersbesluit en acht de commissie hen om die reden belanghebbenden bij het verkeersbesluit. Bezwaarmakers woonachtig aan de Ereprijsweg, de Daal en Bergselaan, de Ridderspoorweg en de Pioenweg ondervinden naar het oordeel van de commissie directe effecten van de verkeersmaatregelen aan de Daal en Bergselaan vanwege een toename van verkeersbewegingen van bestemmingsverkeer door hun straten en/of een toename van parkeerdruk. Dit volgt voor de Ereprijsweg uit het verkeersonderzoek Daal en Bergselaan. Mobiliteitseffecten van afsluiting voor auto tussen Ridderspoorweg en Pioenweg van Sweco van 23 december 2025, p. 22. Dit effect is ook door het college als zodanig benoemd in het verweerschrift.
Eveneens in het verweerschrift heeft het college benoemd dat voor de Ridderspoorweg en de Ereprijsweg niet voldoende parkeercapaciteit overblijft, aangezien daar weinig parkeerruimte meer beschikbaar is. Naar het oordeel van de commissie geldt dat er ook directe effecten van het verkeersbesluit zijn voor de aansluitende straten Pioenweg en de Daal en Bergselaan ter hoogte van “de driehoek”, gelet op figuur 18 in het verkeersonderzoek van Sweco. Hiermee wordt voldaan aan vaste rechtspraak dat eigenaren of gebruikers van woningen of bedrijven die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervinden van de gewijzigde verkeerssituatie, belanghebbende zijn bij dat besluit, indien de feitelijke gevolgen van enige betekenis zijn (ABRvS 27 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4053, r.o. 4.1). b.
Samenvatting van de bezwaarschriften
Hieronder zijn de bezwaren van bezwaarmakers gebundeld en verkort weergegeven: 1. Bezwaren over de procedure: - Er was geen bekendmaking van de aanvraag voor de grote spandoeken in het groen; - De kaart behorend bij het verkeersbesluit lag niet ter inzage op het gemeentehuis; - Digitaal was deze kaart onleesbaar en ook inhoudelijk klopte deze kaart niet, omdat sprake zou zijn van maatregelen op de Pioenweg, maar het betrof de Daal en Bergselaan; - Er is sprake van dat er overeenkomsten zijn gesloten die inhielden dat sommigen hebben moeten afzien van het maken van bezwaar. Dat is niet rechtsgeldig en integer; - De werkzaamheden zijn gestart tijdens de lopende bezwaarprocedure, waarbij niet werd gecommuniceerd dat het verkeersbesluit nog niet onherroepelijk was; - Als het bezwaar gegrond zou worden verklaard, moeten de werkzaamheden worden gestaakt en de situatie in de oorspronkelijke staat worden hersteld, wat kan leiden tot onherstelbare schade in de nabijheid van het Natura 2000-gebied dat juist beschermd moet worden. 2.
Bezwaren over participatie: - Het participatieproces is onzorgvuldig geweest, want er heeft in het voortraject geen overleg plaatsgevonden en bezwaarmakers zijn pas laat bij het proces betrokken; - In de op 3 mei 2025 ontvangen flyer met informatie stond dat de werkzaamheden per september 2025 zouden starten en werden omwonenden uitgenodigd voor een informatieavond op 22 mei 2025. Hierdoor is een beeld van schijninspraak ontstaan; - De door het college opgestelde participatienota is genegeerd; - De in het verkeersbesluit beschreven participatie heeft na de informatieavond tot veel beroering en bezwaren geleid, waar geen invulling aan is gegeven; - De aanpassingen die naar aanleiding van de bijeenkomst zijn getroffen (goede verlichting, lage beplanting) zijn marginaal en gaan voorbij aan de fundamentele bezwaren van omwonenden; - Het college verwijst naar besluiten/voorstellen in de periode 2022-2024 met betrekking tot dit onderwerp, maar dit betreft geen participatie; - Bezwaarmakers hebben de indruk dat het verkeersbesluit er met haast en zonder zorgvuldige afweging wordt doorgedrukt, omdat daags na de publicatie van het verkeersbesluit omwonenden werden geïnformeerd dat met de werkzaamheden zou worden begonnen;
JBN.2025.03531.001 -
5
Er is geen of onvoldoende opvolging gegeven aan de motie van raadslid Kavish Partiman (CDA) van 10 juli 2025 om voorafgaand aan de uitvoering van het verkeersbesluit overleg te voeren met maneges, sportverenigingen en belangenorganisaties van mensen met een beperking over de praktische gevolgen van de afsluiting.
3. Bezwaren met betrekking tot natuur en stikstof: - Er kan niet worden uitgesloten dat het verkeersbesluit negatieve ecologische effecten veroorzaakt, omdat een concreet rapport met een objectieve, wetenschappelijke, transparante onderbouwing van de effecten op het Natura 2000-gebied ontbreekt; - Ook is daardoor niet duidelijk of de flora en fauna in het gebied daadwerkelijk profiteren van het verkeersbesluit; - De uitgangspunten voor het stikstofonderzoek zijn gebaseerd op verkeersanalyses die niet representatief zijn; - Niet duidelijk is welk advies van de Ecologische Autoriteit wordt bedoeld waarin zou zijn geadviseerd de losse delen van het Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal beter met elkaar te verbinden. In het wel gevonden advies van 9 januari 2024 wordt geen melding gemaakt van een noodzaak tot fysieke verbinding van de Bosjes van Pex met het natuurgebied Wapendal. Vanwege de drukke verkeersader Sportlaan/Machiel Vrijenhoeklaan kan niet worden voldaan aan het advies van de Ecologische Autoriteit om het Natura 2000gebied Westduinpark en Wapendal beter te verbinden; - Er ontbreekt een ecologisch onderzoek, een passende beoordeling, een beheerplan voor Wapendal, een onderbouwing van hoe de Habitatrichtlijn wordt nageleefd en een recente nulmeting. 4.
Bezwaren met betrekking tot verkeersveiligheid en parkeren: - In het verkeersbesluit is onvoldoende rekening gehouden met lokale omstandigheden en alleen is onderzocht wat het gemiddeld getalsmatig voor autoverkeer en parkeren betekent, zonder te kijken naar de dagelijkse en regelmatige piekbelastingen; - Het belang van omwonenden bij een goed en veilig woon- en leefklimaat, en een goede en veilige bereikbaarheid is onvoldoende betrokken in de belangenafweging; - Het verkeersbesluit is in strijd met artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994, welk artikel een zorgplicht inhoudt omtrent verkeersveiligheid. Onder meer ten aanzien van fietsers in de avond over het lange fietspad zonder autotoezicht; - Het onderzoek naar verkeersoverlast/verkeersdrukte is gebrekkig. Het besluit mist een verkeerskundige onderbouwing, wat leidt tot een risico op verslechtering van de doorstroming, toename van sluipverkeer en verhoging van de verkeersdruk in omliggende wijken; - Het verkeersonderzoek is niet representatief, omdat dit midden in de periode is uitgevoerd waarin nog COVID-maatregelen actief waren. Deze maatregelen hadden een grote impact op verkeersbewegingen; - Ook is de vergelijking met 2010 opmerkelijk, omdat de verkeersdoorstroming in 2010 totaal anders was. Er ging veel meer verkeer over de Sportlaan/Machiel Vrijenhoeklaan en minder verkeer over de Daal en Bergselaan.
In 2017/2018 is de Sportlaan/Machiel Vrijenhoeklaan heringericht van een tweebaansweg naar een eenbaansweg; - De verkeersanalyse is niet representatief en geeft geen inzicht op welke wijze en op welke momenten deze tellingen zijn uitgevoerd. Voor een betrouwbare en representatieve verkeersanalyse is het cruciaal dat verkeerstellingen worden verricht op meerdere dagen, op verschillende tijdstippen, en in het bijzonder tijdens piekmomenten – zoals op de zaterdag wanneer de sportfaciliteiten intensief worden gebruikt; - Hoewel langs het deel van de Daal en Bergselaan waar het verkeersbesluit op ziet geen woningen staan, wordt dit deel intensief gebruikt als ontsluitingsroute en vormt een belangrijke toegang naar o.a. sportfaciliteiten, maneges en een horecavoorziening in de Bosjes van Pex. Als gevolg van het verkeersbesluit moeten auto’s onnodig omrijden; - De inschatting dat het verkeer voornamelijk zal omrijden via de Sportlaan en de Laan van Meerdervoort is gebaseerd op een ondeugdelijke en niet-representatieve analyse, omdat het
JBN.2025.03531.001
-
-
-
c.
6
logischer is dat de Ridderspoorweg, Pioenweg, Ereprijsweg en het verhoogde deel van de Laan van Meerdervoort als alternatieve sluiproutes zullen worden gebruikt; De genoemde intensiteiten van de omliggende straten gaan voorbij aan het karakter van deze wegen; Additioneel sluipverkeer zal leiden tot onveilige situaties, wat een direct risico vormt voor de verkeersveiligheid en leefbaarheid van de omliggende woonwijken, mede omdat er scholen, kinderdagverblijven en sportverenigingen zijn gevestigd en de bereikbaarheid van hulpdiensten afneemt; De parkeerdruk zal door het verdwijnen van essentiële parkeerplaatsen langs de Daal en Bergselaan toenemen, zonder dat daaraan een verifieerbare onderbouwing of rapportage ten grondslag ligt; Niet duidelijk is hoe het parkeeronderzoek is uitgevoerd en op welke wijze en op welke momenten tellingen hebben plaatsgevonden. Het is essentieel dat een representatieve beoordeling van parkeerplaatsen op meerdere dagen en op meerdere momenten heeft plaatsgevonden; Er dient direct betaald parkeren te worden ingevoerd; De situatie rondom ‘de driehoek’ is niet goed doordacht omdat in de nieuwe situatie twee onoverzichtelijke bochten kort op elkaar worden gesitueerd, zonder dat er bij een snelheid van 30 km/uur redelijke zichtlijnen zijn.
Die situatie, waarbij bovendien tweerichtingsverkeer wordt ingevoerd, is onveilig, in het bijzonder voor fietsers; Ook gaat ter hoogte van “de driehoek” een veilige en veel gebruikte mogelijkheid om te keren verloren zonder dat hier noemenswaardig onderzoek naar is gedaan; Onduidelijk is om welke reden het aanpassen van ‘de driehoek’ bijdraagt aan de doelen voor Wapendal; In het verleden zijn er tijdelijke wijzigingen geweest in de verkeerssituatie waardoor schade is ontstaan en bijna-ongevallen; Een alternatief voor het verkeersbesluit is het uitvoeren van het betrokken deel van de Daal en Bergselaan als fietsstraat/auto te gast.
Waar gaat het in dit geval om?
Aan de orde is de vraag of het college op goede gronden onderhavig verkeersbesluit heeft genomen voor diverse verkeersmaatregelen op de Daal en Bergselaan, de Ridderspoorweg en de Pioenweg in Den Haag. d.
Inhoudelijke beoordeling bezwaren
Met betrekking tot deze bezwaren en het bestreden besluit overweegt de commissie als volgt: Reikwijdte van dit advies Het verkeersbesluit houdt in het plaatsen van verkeersborden en aanbrengen van verkeerstekens, namelijk 1) borden en onderborden waardoor de Daal en Bergselaan wordt aangewezen als verplicht (brom-)fietspad in twee richtingen, 2) borden en onderborden waardoor de Daal en Bergselaan vanaf de kruising met de Ridderspoorweg wordt aangewezen als doodlopende straat, en 3) borden en voorrangsdriehoeken (haaientanden) in of op het wegdek waardoor een voorrangsregeling wordt getroffen. De commissie hecht eraan op te merken dat het onderhavige verkeersbesluit niet ziet op feitelijke handelingen als de aanleg en inrichting van de weg of het aanbrengen van groen of verlichting langs de weg. De commissie kan daarom over die zaken niet adviseren in dit advies. Om vergelijkbare redenen kan de commissie evenmin adviseren omtrent de vraag of sprake is van strijd met een bestemmingsplan (sinds 1 januari 2024: omgevingsplan). Het verkeersbesluit gaat uitsluitend over het gebruik van de weg en staat los van het omgevingsrechtelijke beoordelingskader over bestemmingen (sinds 1 januari 2024: evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Ad 1: Procedure Voor het vaststellen van een verkeersbesluit geldt de reguliere procedure van de Awb.
In die procedure wordt een verkeersbesluit na vaststelling bekendgemaakt in het Gemeenteblad, waarna bezwaar open staat voor belanghebbenden. Er bestaat daarbij geen verplichting tot het bieden van gelegenheid om een
JBN.2025.03531.001
7
zienswijze in te dienen op het ontwerpbesluit. In dit geval heeft het college onverplicht een zienswijzemogelijkheid geboden, waarmee het college meer inspraak in de procedure heeft geboden, dan waartoe het college op grond van de Awb gehouden was. De commissie is niet gebleken van een gebrek in de uitvoering van de procedure. Ook het starten met werkzaamheden alvorens de bezwarentermijn is afgelopen, is geen gebrek: op grond van artikel 6:16 van de Awb schorst een bezwaar de werking van een besluit namelijk niet. Naar het oordeel van de commissie kunnen de bezwaren voor zover gericht tegen de procedure niet slagen. Ad 2: Participatie De commissie stelt voorop dat niet is gebleken van een wettelijk voorschrift op grond waarvan het college verplicht was om in het kader van het vaststellen van een verkeersbesluit een participatietraject op te zetten. In het kader van dit verkeersbesluit heeft het college stakeholders als de sportverenigingen, de maneges en ondernemers benaderd (informatieavond op 6 mei 2025), en gesproken met Wijkvereniging Bohemen, Waldeck en Kijkduin (bezoek wethouder op 14 mei 2025) en met de Commissie Loosduinen.
Ook is met enkele gesprekken in september 2025 invulling gegeven aan de motie van het CDA van 10 juli 2025, waarin werd opgeroepen om in overleg te treden met de betrokken maneges, sportverenigingen en belangenorganisaties voor mensen met een beperking, om hun bereikbaarheids- en toegankelijkheidsbehoeften in kaart te brengen. Voor overige omwonenden heeft het college ingezet op informeren middels een flyer (verspreid begin mei 2025), een bewonersbijeenkomst op 22 mei 2025 en een extra informatieavond op 16 juli 2025. Dit is conform het Participatieplan Omgevingsmanagement (onderdeel van het Programma Natuurherstel en Vergroenen) van 19 maart 2025, waarin ten aanzien van het project Daal en Bergselaan onder andere is opgenomen: “Doordat als uitgangspunt geldt dat er al een politiek besluit is genomen over het wijzigen van de functie naar fietspad geldt dat er niet kan worden geparticipeerd over het opheffen van de wegfunctie voor autoverkeer. Hierover wordt enkel geïnformeerd.” (p. 11). Daarnaast geldt – zoals hierboven onder ad 1 genoemd – dat het college onverplicht de mogelijkheid heeft geboden om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbesluit. Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen is het ontwerpbesluit op onderdelen aangepast.
Naar het oordeel van de commissie heeft het college met de wijze waarop invulling is gegeven aan de communicatie met stakeholders en overige belanghebbenden niet in strijd gehandeld met een (wettelijke) participatieverplichting. De bezwaren over het onvoldoende bieden van gelegenheid tot participatie kunnen niet slagen. Wel geeft dit punt aanleiding voor de commissie voor een overweging ten overvloede (zie aldaar). Ad 3: Natuur en stikstof Volgens vaste rechtspraak heeft het college beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelangen genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Het college dient dit naar behoren te motiveren. Nadat het college heeft vastgesteld wat naar zijn oordeel nodig is gelet op de betrokken verkeersbelangen, moet het de uitkomst van die beoordeling afwegen tegen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het besluit. Bij die afweging heeft het college beleidsruimte (ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:602, r.o. 4). In de bezwaarfase is de vraag aan de orde of de manier waarop het college van zijn beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt in overeenstemming is met het recht en of het college de beoordelingsruimte op juiste gronden heeft ingevuld.
Vervolgens is de vraag aan de orde of de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan het verkeersbesluit niet onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Awb). Op grond van artikel 21 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer vermeldt de motivering van een verkeersbesluit welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de WVW genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. De absolute noodzaak van een verkeersbesluit hoeft niet te worden aangetoond. Voldoende is dat met het verkeersbesluit de eraan ten grondslag gelegde belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de WVW, worden gediend en dat inzichtelijk is gemaakt op welke wijze deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen (ABRvS 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6009, r.o. 10.1). Het doel van het onderhavige verkeersbesluit is om de nadelige gevolgen van het autoverkeer weg te nemen in de zin van artikel 2, tweede lid, onder a, van de WVW. Op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef
JBN.2025.03531.001
8
en onder a, van de WVW kan een regel strekken tot het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer. In het verkeersbesluit van 29 september 2025 is echter als doelstelling opgenomen: “het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade voor de woonomgeving”. De onjuiste vermelding van het doel van het verkeersbesluit is door het college erkend en wordt in de beslissing op bezwaar hersteld. Aanleiding voor het verkeersbesluit was aldus om door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu te voorkomen of beperken. De absolute noodzaak van het verkeersbesluit hoeft niet te worden aangetoond, maar het aan het verkeersbesluit ten grondslag gelegde belang moet wel worden gediend. De vraag is daarom of het milieubelang wordt gediend met het verkeersbesluit. Het college heeft gedurende de bezwaarfase nadere stikstof- en natuuronderzoeken laten uitvoeren. Hoewel deze onderzoeken dateren van na de datum van het verkeersbesluit, de bezwaartermijn en de uitspraak van de voorzieningenrechter, maken deze onderzoeken deel uit van de integrale heroverweging van het besluit (artikel 7:11 van de Awb).
Het college heeft een (aanvullend) stikstofonderzoek Notitie stikstofdepositie Daal en Bergselaan van IDDS van 6 januari 2026 en een (aanvullend) natuuronderzoek Ecologische Beoordeling Daal en Bergselaan van Adviesbureau E.C.O. Logisch van 6 januari 2026 overgelegd. Zo volgt uit het onderzoek van IDDS dat als gevolg van het verkeersbesluit een afname plaatsvindt van de stikstofdepositie van 6,37 mol/ha/jaar op Wapendal. Onder verwijzing naar hetgeen hierna onder ad 4 wordt toegelicht, merkt de commissie hier op dat IDDS terecht de gegevens uit het verkeersonderzoek van Sweco heeft gebruikt voor het stikstofonderzoek. Uit het natuuronderzoek van E.C.O. Logisch volgt dat deze afname van de stikstofdepositie positief is voor de in Wapendal aanwezige habitattypen. Een vermindering van stikstofhoudende gassen is met name voor het habitattype kalkarme grijze duinen (H2310B) van extra belang, omdat Wapendal de enige plek in het Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal is waar volgens de meest recente habitatkartering dit habitattype aanwezig is. Van de zijde van bezwaarmakers is tegen deze onderzoeken geen onafhankelijk deskundig tegenadvies aangeleverd.
Naar het oordeel van de commissie heeft het college met deze onderzoeken aangetoond dat met het verkeersbesluit wordt bijgedragen aan het doel om door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu te voorkomen of beperken. Voor zover de bezwaren betrekking hebben op natuur en stikstof kunnen deze niet slagen. Ad 4: Verkeersveiligheid en parkeren Voor zover de bezwaren betrekking hebben op de nadelige gevolgen van het verkeersbesluit voor de verkeersveiligheid en de parkeergelegenheid geldt het volgende. Het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers zijn niet als belangen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de WVW ten grondslag gelegd aan het verkeersbesluit. De commissie zal om die reden de bezwaren met betrekking tot de verkeersveiligheid en parkeergelegenheid beoordelen in het kader van de evenredigheid van het besluit: de nadelige gevolgen van een besluit mogen immers op grond van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb niet onevenredig zijn met de met het besluit te dienen doelen. Het college heeft gedurende de bezwaarfase nader verkeersonderzoek laten uitvoeren.
Hoewel ook dit onderzoek dateert van na de datum van het verkeersbesluit, de bezwaartermijn en de uitspraak van de voorzieningenrechter, maakt dit onderzoek deel uit van de integrale heroverweging van het besluit (artikel 7:11 van de Awb). Op 23 december 2025 heeft Sweco een (aanvullend) verkeersonderzoek Daal en Bergselaan mobiliteitseffecten voor afsluiting van auto tussen Ridderspoorweg en Pioenweg opgesteld. Geconcludeerd wordt in dit onderzoek dat na de afsluiting van de Daal en Bergselaan een afname van verkeersbewegingen (minder sluipverkeer door de wijk en daarmee minder autoverkeer in de wijk) en lagere verkeersintensiteiten te verwachten is. Daarnaast blijven woningen en specifieke locaties in de nieuwe situatie bereikbaar, blijft voldoende parkeergelegenheid voor omwonenden en bezoekers beschikbaar en draagt de afsluiting bij aan de verkeersveiligheid.
JBN.2025.03531.001
9
Tegen dit onderzoek is een onafhankelijk deskundig tegenadvies ingediend. Op verzoek van de door haar vertegenwoordigde bezwaarmakers heeft de gemachtigde aan Arcadis gevraagd om een contra-expertise op het verkeersonderzoek van Sweco. Arcadis heeft in het memo van 18 februari 2026 de bevindingen hierover opgenomen. Volgens de gemachtigde volgt uit het memo dat het verkeersonderzoek een groot aantal gebreken bevat die onder meer zien op de representativiteit van de periode waarin is gemeten, het ontbreken van data van cameratellingen die representatief zouden zijn en een onvolledige en gebrekkige parkeerdrukmeting. Verder constateert de gemachtigde dat onjuiste conclusies zijn getrokken ten aanzien van de verkeersveiligheid, dat ten onrechte geen aandacht is besteed aan een belangrijke (sluip)route en dat daardoor ook ten onrechte een bepaalde afname van verkeer wordt verwacht. In reactie op de contraexpertise van Arcadis heeft Sweco op 23 februari 2026 gereageerd met een weerlegging van de door Arcadis aangedragen punten. Op 25 februari 2026 (op de ochtend van de tweede hoorzitting) is een memo van Arcadis van 25 februari 2026 overgelegd waarin is gereageerd op de reactie van Sweco van 23 februari 2026. In dit memo van 25 februari 2026 is het resterende commentaar van Arcadis teruggebracht tot slechts drie punten, namelijk: 1.
Arcadis acht de aanvullende schouw van Sweco naar de parkeerdruk in de avond onvoldoende. De schouw is verricht op dinsdagavond 2 december 2025 om 18:00 uur, maar voor een representatieve meting had de schouw volgens Arcadis moeten duren van 18:00 tot 22:00 uur. Ook hadden de auto’s die foutief geparkeerd stonden (dus op locaties waar een parkeerverbod gold) meegeteld moeten worden. 2 Het onderzoek beperkt zich uitsluitend tot de huidige situatie (2025), terwijl voor de beoordeling van verkeersveiligheid juist de toekomstige situatie van belang is, aangezien ontwikkelingen als woningbouw of nieuwe wegen een negatieve invloed kunnen hebben op de verkeersveiligheid in de toekomst. 3 Arcadis deelt het standpunt van Sweco dat links afslaand autoverkeer ter hoogte van “de driehoek” grotere verkeersveiligheidsrisico’s met zich brengt dan fietsers die over een voetpad rijden. Arcadis geeft twee aandachtspunten om rekening mee te houden aangaande het aanbrengen van opgangen voor het voetpad. Tijdens de zitting op 25 februari 2026 zijn deze drie punten besproken. Daaruit kwam naar voren dat ten aanzien van punt 1 nog verschil van mening resteert, namelijk of de schouw voor de meting van de parkeerdruk in de avond lang genoeg heeft geduurd. Door Arcadis is aangegeven dat de overige twee punten gezien moeten worden als aandachtspunten.
Nu slechts nog verschil van mening bestaat over de duur van de schouw van de parkeerdruk, maakt dit naar het oordeel van de commissie het verkeersonderzoek van Sweco niet ondeugdelijk. Dat een andere verkeersdeskundige de schouw naar de parkeerdruk langer zou uitvoeren, maakt niet dat het college om die reden het verkeersonderzoek terzijde had moeten schuiven. Met betrekking tot de verkeersveiligheid is door de gemachtigde een onafhankelijk deskundigenoordeel van 5.1.2.e (Human Factors Consultancy) van 26 januari 2026 overgelegd. Hierin wordt gewezen op het belang van verkeersveilige situaties. In reactie op dit deskundigenoordeel heeft Sweco in haar reactie van 23 februari 2026 opgemerkt dat het oordeel veel algemene informatie bevat en niet ingaat op de gevolgen van het onderhavige verkeersbesluit, dat in tegenstelling tot de stelling van de deskundige het verkeersbesluit niet leidt tot sluipverkeer maar dat juist tegengaat en dat overige (algemene) beweringen van de deskundige niet zijn onderbouwd. Naar het oordeel van de commissie maakt dit deskundigenoordeel evenmin dat het verkeersonderzoek van Sweco ondeugdelijk is.
Gelet op de conclusies van het verkeersonderzoek is naar het oordeel van de commissie niet gebleken dat de gevolgen van het verkeersbesluit voor wat betreft de verkeersveiligheid voor omwonenden en weggebruikers en parkeergelegenheid voor omwonenden en bezoekers van de voorzieningen in de Bosjes van Pex onevenredig zijn met de met het besluit te dienen doelen. Om die reden kunnen de bezwaren met betrekking tot verkeersveiligheid en parkeren niet leiden tot herroepen van het verkeersbesluit. Conclusie Gelet op de in vaste rechtspraak aangenomen ruime beoordelingsruimte voor het college ter zake van het beschermen van de belangen in artikel 2 van de WVW en gelet op de ruime beleidsruimte voor het afwegen van de bij een verkeersbesluit betrokken belangen, meent de commissie dat het college op juiste gronden het verkeersbesluit heeft genomen en de gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn met het
JBN.2025.03531.001
10
doel van het verkeersbesluit. Ook overigens meent de commissie dat het bestreden besluit niet in strijd is met de toepasselijke regels of met enig beginsel van behoorlijk bestuur. Overweging ten overvloede De commissie ziet aanleiding voor een overweging ten overvloede. Een overweging ten overvloede is een overweging van de commissie die geen onderdeel uitmaakt van het advies ten behoeve van de beslissing op bezwaar, maar is bedoeld om een bevinding van de commissie onder de aandacht te brengen bij het college. In deze procedure merkte de commissie sterke emoties van omwonenden bij het verkeersbesluit en de wens van omwonenden om vooraf en gericht geïnformeerd en betrokken te worden, teneinde mee te kunnen denken over de inrichting van (een deel van) hun wijk en buurt. In het Participatieplan Omgevingsmanagement (onderdeel van het Programma Natuurherstel en Vergroenen) van 19 maart 2025 is het project Daal en Bergselaan gecategoriseerd als categorie 2 op de participatieladder. Voor plannen of projecten in categorie 2 (gemiddelde impact) is daarbij het uitgangspunt om – conform de Haagse Participatiewerkwijze – de directe omgeving en andere belanghebbenden te betrekken, hen om adviezen te vragen en mee te laten denken over het initiatief.
In het Participatieplan Omgevingsmanagement staat ten aanzien van het project Daal en Bergselaan: “Doordat als uitgangspunt geldt dat er al een politiek besluit is genomen over het wijzigen van de functie naar fietspad geldt dat er niet kan worden geparticipeerd over het opheffen van de wegfunctie voor autoverkeer. Hierover wordt enkel geïnformeerd.”. De commissie geeft u in overweging om in voorkomende gevallen ook in situaties waarin een politiek besluit is genomen open te staan voor participatie conform de participatieladder. Advies De commissie is van oordeel dat het bestreden besluit in stand kan blijven en adviseert: - de bezwaren van V.O.F. Manege De Wildhoef, 5.1.2.e bezwaarmakers wonend aan de Laan van Meerdervoort, Monseigneur Nolenslaan, Fuchsiastraat, Hyacinthweg en Kamillestraat, en bezwaarmaker 5.1.2.e /Restaurant Pex niet-ontvankelijk te verklaren; - de bezwaren van bezwaarmakers wonend aan de Ereprijsweg, de Daal en Bergselaan, de Ridderspoorweg en de Pioenweg, en de bezwaren van de Commissie Loosduinen en van de Stichting Wijkberaad Bohemen, Waldeck en Kijkduin ongegrond te verklaren; en - het verzoek om proceskostenvergoeding van de gemachtigde af te wijzen. De Adviescommissie bezwaarschriften, secretaris,
vice-voorzitter,
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
Bijlagen: 1. Toepasselijke regelgeving. 2. Verslagen van de hoorzittingen.
S. van Kaam