RIS325203 Bijlage 6. Ecologische beoordeling Daal en Bergselaan Den Haag DENA2515
Tekst van het document
ECOLOGISCHE BEOORDELING Daal en Bergselaan te Den Haag
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 6-1-2026
VERANTWOORDING Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:
Uitvoering: Adres: Tel: E-mail:
Gemeente Den Haag 5.1.2.e
Postbus 12651 2500 DP Den Haag 14070 5.1.2.e
@denhaag.nl
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 5.1.2.e @eco-logisch.com
Auteur: Kwaliteitscontrole:
5.1.2.e
Projectcode: Datum:
DENA2515 6-1-2026
5.1.2.e
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is aangesloten brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.
bij
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.
2
INHOUDSOPGAVE
1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding............................................................................................................................................. 4 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4 Projectgebied ................................................................................................................................. 4 Natura 2000 en NNN gebieden ...................................................................................................... 5 Stedelijke groene hoofdstructuur ................................................................................................... 7
2 2.1 2.2
Ontwikkeling en methode ................................................................................................................ 9 Ontwikkeling................................................................................................................................... 9 Methode ......................................................................................................................................... 9
3 3.1 3.2 3.3
Resultaten ....................................................................................................................................... 11 Verbinding groengebieden ........................................................................................................... 11 Biodiversiteit................................................................................................................................. 12 Kwaliteitsverbetering habitattype ................................................................................................. 13
4
Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 14
5
Literatuur......................................................................................................................................... 15
Bijlage 1: Foto impressie .......................................................................................................................... 16 Bijlage 2: Tabel mogelijk aanwezige beschermde soorten ....................................................................... 17 Bijlage 3: Tabel mogelijk aanwezige Rode lijstsoorten ............................................................................. 19
3
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING EN DOEL De gemeente Den Haag breidt de groen- en natuurgebieden binnen de gemeente uit om de bestaande natuurgebieden binnen de gemeente te verbeteren en te versterken. Verschillende locaties in de gemeente Den Haag zijn aangewezen om de lokale natuur te versterken en/of te behouden. Nabij de groengebieden Bosjes van Pex en Wapendal is de Daal en Bergselaan gelegen. De gemeente Den Haag is voornemens een gedeelte van de Daal en Bergselaan om te vormen tot een fietspad met tevens meer ruimte voor omliggend groen. Ter beoordeling van de voorgenomen ontwikkeling is een ecologische beoordeling opgesteld. In de ecologische beoordeling zal de geplande ontwikkeling worden beoordeeld op basis van een bureaustudie, een habitatscan en eerder onderzoek waarbij de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten zal worden aangegeven. Tevens zal de beoordeling de mogelijke effecten van de voorgestelde maatregelen ter verbetering van de natuurwaarden in het projectgebied in kaart brengen.
1.2
PROJECTGEBIED Het projectgebied is gelegen in de gemeente Den Haag in kilometerhok: X: 76 / Y: 454 (Rijksdriehoekscoördinaten). Afbeelding 1 geeft de globale ligging van het projectgebied weer.
Afbeelding 1: Ligging projectgebied
Het projectgebied bestaat uit een gedeelte van de Daal en Bergselaan, tussen de Ridderspoorweg en de Pioenweg in Den Haag. In het projectgebied is een autoweg gelegen met aan weerszijden een trottoir. In het projectgebied is geen bebouwing aanwezig. De weg is voorzien van straatverlichting in de vorm van lantaarnpalen. Aan de westelijke zijde van het projectgebied is een smalle groenstrook met enkele bomen (plataan) aanwezig welke de weg in tweeën splitst. Aan de oostzijde van het projectgebied is een groen plein met een trottoir aanwezig. Dit groene plein bestaat uit vaste beplanting en één exemplaar van de ruwe berk. De zuidelijke zijde van het projectgebied wordt begrensd door een gedeelte van het Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal, waarbij dit het gedeelte ‘Wapendal’ betreft. Het projectgebied en het natuurgebied Wapendal worden gescheiden door een hekwerk van circa twee meter hoog. De noordzijde van het projectgebied is begrensd door bosschages welke onderdeel uitmaken van de Bosjes van Pex. De westzijde van het projectgebied is begrensd door een ander gedeelte van de Daal en Bergselaan. De oostzijde van het projectgebied is begrensd door delen van de Daal en Bergselaan en de Pioenweg.
4
In bijlage 2 is een sfeerimpressie van het projectgebied weergegeven.
1.3 NATURA 2000 EN NNN GEBIEDEN Binnen het projectgebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt direct tegen het projectgebied aan en betreft het Westduinpark en Wapendal. Het gebied Wapendal ligt direct naast het projectgebied. Op enkele meters van het projectgebied ligt een gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit betreft tevens het natuurgebied Wapendal. De ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden is op kaart weergegeven in afbeelding 2 en 3.
7^• »9 .
g®
X a®
E
%
20
36 •
261
8 g
9
V*.3
,So 4
• 1
■ • .60 X i &
* ©
0
Q
2022®
e "
ge*
Z
§
2 258282
8 G
z
-86%
M
ë
E O
V»
8
•,08 998 < ye go
23227
% $19 % \
%
\ X.
299
206-2305
ADVIESBUREAU
EC u
logisch
• •
442 sé .
&
I
$
0,
61
N
3
•ntk \ Xe , .43. z 3 2/, ’
ga
s ai
N’Q; %
% 1 P..-e *63 •,( . , S. > : 62
M
“O
ca
dce ! — 4 eo,
i Xe
n o O cr: 0
8. 8 68 ge*.M
,27’
gozoaf 6&
47
4 *
a
•
..g X -68 e,"
"o
© *
*$
a
.M0.
0, N8 • k A
) zx
Legenda
gee° \s X , q X
Projectgebied Natura 2000
Afbeelding 2: Projectgebied ten opzichte van Natura 2000 (bron: Atlas viewer (atlas.apps.geodan.nl))
0 8 td
5 o
u
$ 8
8 <u E
•
0 ra
§ LU
8
in
O
1 9 ( 5 vi
9
u
5
Afbeelding 3: Projectgebied ten opzichte van NNN (bron: Atlas viewer (atlas.apps.geodan.nl))
In het projectgebied is geen beschermde natuur aanwezig. Het direct aan het projectgebied gelegen natuurgebied Wapendal is zowel onderdeel van het NNN als Natura 2000. Het natuurgebied Wapendal (vier hectare) is onderdeel van het grotere natuurgebied Westduinpark en Wapendal (totale oppervlakte 247 hectare) waarbij de gebieden worden gekenmerkt door een gevarieerd duingebied met verschillende habitats welke kenmerkend zijn voor de Hollandse duin- en kuststreek. Wapendal bestaat uit een oud duin met bosschages, struikheivegetatie en grassen. Het Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal bestaat uit de habitattypen witte duinen (H2120), grijze duinen (zowel kalkrijk (H2130A) als karkarm (H2130B), duinheiden met struikhei (H2150), duindoornstruwelen (H2160) en duinbossen (H2180A en C)1. Het habitattype voor natuurgebied Wapendal betreft het onder andere het habitattype H2180A droge duinbossen, H2310B Kalkarme grijze duinen en H2150 duinheiden met struikhei. Het habitattype H2310B Kalkarme grijze duinen is onderdeel van het grotere habitattype H2310 grijze duinen welke tevens ook de types A (kalkrijk type) en C (heischraal variant) bevat. In Nederland is vergeleken met Europa een relatief groot oppervlakte aan grijze duinen gelegen2. In het natuurgebied Wapendal is het habitattype H2310B aanwezig.
Dit type bestaat uit duingraslanden met een bodem die van nature kalkarm is of waarvan de bovenste laag is ontkalkt 3. Het natuurgebied Wapendal is de enige plek in het Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal waar dit habitattype aanwezig is4. De natuurgebieden Westduinpark en Wapendal zijn niet aangewezen voor habitatrichtlijnsoorten of vogelrichtlijnsoorten5. Wel zijn typische soorten omschreven per habitattype3,6,7. De typische soorten welke in de directe omgeving van het projectgebied bekend zijn voor te komen zijn in tabel 1, 2 en 3 weergegeven per habitattype.
1
Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2011). Besluit Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal. September 2011. 2 Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2025). Vernieuwde landelijke doelen voor Natura 2000habitattypen en -soorten. April 2025. 3 Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedelzekerheid en Natuur (2008). Profiel habitattype H2130. Versie 1 september 2008. 4 Van der Goes en Groot (2023). Habitatkaart T1 Westduinpark & Wapendal 2021. Versie 1, 28 september 2023. 5 Provincie Zuid-Holland (2022). Natuurdoelanalyse Natura 2000 98 Westduinpark & Wapendal. 14 maart 2022. 6 Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2008). Profiel habitattype H2150. Versie 18 december 2008. 7 Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2008). Profiel habitattype H2180. Versie 24 maart 2009. 6
Tabel 1: H2130 B Grijze duinen (kalkarm) Soortgroep
Soortnaam
Dagvlinders
Kleine parelmoervlinder
Insecten
Blauwvleugelsprinkhaan
Insecten
Duinsabelsprinkhaan
Insecten
Knopsprietje
Korstmossen
Sierlijk rendiermos
Korstmossen
Zomersneeuw
Vaatplanten
Buntgras
Vaatplanten
Duinroos
Vaatplanten
Duinviooltje
Vaatplanten
Kleverige reigersbek
Vaatplanten
Ruw-vergeet-mij-nietje
Zoogdieren
Konijn
Tabel 2: H2150 Duinheiden met struikheide Soortgroep
Soortnaam
Korstmossen
Girafje
Korstmossen
Open rendiermos
Tabel 3: H2180 A Droge duinbossen Soortgroep
Soortnaam
Dagvlinders
Eikenpage
Vogels
Grote bonte specht
1.4
STEDELIJKE GROENE HOOFDSTRUCTUUR
Het natuurgebied Wapendal (3,6 hectare) is apart gelegen van de bestaande groengebieden in Den Haag (afbeelding 4). Wapendal maakt samen met onder andere de naastgelegen Bosjes van Pex onderdeel uit van de stedelijke groene hoofdstructuur.
Afbeelding 4: Projectgebied ten opzichte van de groengebieden van de gemeente Den Haag (bron: kaartendenhaag.nl)
De Bosjes van Pex bestaan, naast bosschages en struwelen, tevens uit een aantal sportvelden, een manege, parkeerplaatsen en een aantal wandel- en fietspaden.
7
In de groengebieden van de Bosjes van Pex en Wapendal zijn een aantal bijzondere natuurwaarden te vinden. Dit zijn ondere andere de aanwezigheid van de bosuil, lokale populaties van de nachtegaal (broedvogel), bruin blauwtje, gehakkelde aurelia (dagvlinders), harkwesp, blauwvleugelsprinkhaan, struiksprinkhaan (insecten) en groeiplaatsen van onder andere de duinreigersbek en de gewone salomonszegel (vaatplanten).
8
2
ONTWIKKELING EN METHODE
2.1
ONTWIKKELING De gemeente Den Haag is voornemens wijzingen aan te brengen aan een gedeelte van de Daal en Bergselaan te Den Haag. De beoogde wijziging betreft het veranderen van de huidige autoweg naar een fietspad (afbeelding 5). De Daal en Bergselaan wordt aan beide zijden vergroend middels het aanleggen van een bufferzone. Deze bufferzone dient de natuur in het zuidelijk gelegen Wapendal beter te beschermen en te verbinden met de nabijgelegen Bosjes van Pex. De autoweg in het projectgebied wordt aangepast naar een fietspad in twee richtingen met aan de noord(west) zijde een trottoir waar tevens enige straatverlichting wordt geplaatst. Het fietspad zal worden voorzien van rood asfalt. De planning van de werkzaamheden zijn op het moment van schrijven nog onbekend.
Afbeelding 5: Impressie geplande ontwikkeling (bron: Gemeente Den Haag)
2.2
METHODE De geplande ontwikkeling zal worden beoordeeld door middel van een korte bureaustudie, een habitatscan en eerder onderzoek waarbij de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten zal worden aangegeven. Voor de bureaustudie heeft een korte literatuurstudie plaatsgevonden waarbij diverse bronnen met verspreidingsgegevens zijn geraadpleegd. De geraadpleegde bronnen zijn onder andere verspreidingsatlassen van de verschillende soortgroepen, eerder in de regio uitgevoerde onderzoeken, databanken met verspreidingsgegevens (waaronder de Nationale Databank Flora en Fauna) en het aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebieden. In bijlage 2 is de lijst met beschermde soorten welke op basis van het bronnenonderzoek bekend zijn in de omgeving van het projectgebied voor te komen. Uit het bronnenonderzoek volgt tevens een overzicht met Rode lijstsoorten welke mogelijk in het projectgebied voor kunnen komen. Dit overzicht is in bijlage 3 opgenomen. De geraadpleegde bronnen zijn doorgaans op uurhokniveau, waardoor ook soorten welke bekend zijn uit de wijdere omgeving van het projectgebied zijn inbegrepen. Deze soorten hoeven niet direct in het projectgebied te worden verwacht.
9
Op basis van de aanwezigheid van beschermde soorten en de bestaande natuurwaarden in het projectgebied zijn de mogelijke effecten van de voorgestelde maatregelen ter verbetering van de natuurwaarden in het projectgebied beoordeeld. Voor een completer beeld is het projectgebied bezocht tijdens een habitatscan. Tijdens de habitatscan is het projectgebied bezocht om te kijken of de voorgestelde maatregelen omtrent de ontwikkeling ook in de praktijk uitvoerbaar zijn met in achtneming van de aanwezigheid van beschermde functies uit de omgeving bekende soorten, rekening houdend met het aanwezige habitat, de habitateisen en de verspreidingsgegevens van de betreffende soorten. Daarnaast kunnen er tijdens het veldbezoek nog soorten worden toegevoegd wanneer het habitat geschikt is voor de betreffende soort. De habitatscan heeft plaatsgevonden op 10-12-2025 en is uitgevoerd door 5.1.2.e Het was tijdens het veldbezoek circa 10 °C, windkracht drie Bft. en zwaar bewolkt.
10
3
RESULTATEN
In dit hoofdstuk worden op basis van de resultaten van de bureaustudie en het veldbezoek de voorgestelde maatregelen besproken die ter verbetering van de huidige natuurwaarden zijn voorgesteld.
3.1
VERBINDING GROENGEBIEDEN De geplande ontwikkeling heeft als één van de doelen de verbinding tussen de bestaande groengebieden van de Bosjes van Pex en Wapendal te versterken en beter te beschermen. Binnen de huidige geplande ontwikkeling is een bufferzone voorzien in het projectgebied welke de verbinding tussen de beide groengebieden dient te versterken. In de huidige situatie worden de bosschages bij de Bosjes van Pex afgesneden van natuurgebied Wapendal door de Daal en Bergselaan. De autoweg bestaat uit een tweerichtingsverkeer wegprofiel. De autoweg wordt aan weerszijden begrensd door een trottoir. Aan de zijde van natuurgebied Wapendal wordt het trottoir begrensd door een hekwerk. Dit hekwerk kan in theorie voor sommige soorten fauna een obstakel zijn, maar in de praktijk kunnen de in de omgeving bekende soorten zoals de egel, marterachtigen en de vos gemakkelijk gebruik maken van de openingen (variërend van 10 tot 15 cm hoogte, afhankelijk van de aanwezigheid van vegetatie) aan de onderzijde van het hekwerk (afbeelding 6). Ook is het voor soorten als marterachtigen middels klimmen mogelijk het hekwerk aan de bovenzijde te passeren.
Afbeelding 6: Ruimte onder het hekwerk
Grondgebonden fauna vanuit het natuurgebied Wapendal komt terecht komen op de Daal en Bergselaan alvorens via het oversteken van de weg naar de bosschages van de Bosjes van Pex te verplaatsen. Hierbij is gevaar tot aanrijding in de huidige situatie mogelijk. Voor soorten als amfibieën en kleinere grondgebonden zoogdieren vormen (drukke) wegen een barrière8, door bijvoorbeeld het ontbreken van geschikt habitat. Een fietspad zorgt door de geringe breedte en beperkte verharding zorgen voor een vermindere barrièrewerking, gezien dat er in het projectgebied meer ruimte ontstaat voor groenstructuren die beide groengebieden beter met elkaar kunnen verbinden. Hierbij is echter nog steeds een aanrijdgevaar mogelijk, onder andere wegens verschillende typen fietsen (standaard, elektrisch, etc.) en daarmee de wisselende snelheden. Het is aannemelijk dat het aanrijdgevaar door fietsers kleiner is dan door de combinatie van auto’s en fietsers over dezelfde weg. De geplande ontwikkeling bestaat heden uit een tweerichtingsfietspad en een trottoir voorzien van enige straatverlichting. Het toepassen van bijvoorbeeld een faunapassage kan de barrière tussen de groengebieden en het aanrijdgevaar verminderen. Amfibieën en kleine grondgebonden zoogdieren kunnen daardoor het projectgebied veilig passeren.
8
RIVM (2002). Ontsnippering van natuurgebieden: effecten op natuur, mobiliteit, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en geluid. RIVM rapport 408764001/2002 11
3.2
BIODIVERSITEIT De biodiversiteit in het projectgebied is in de huidige situatie laag. In het projectgebied is weinig groen aanwezig. Het projectgebied bestaat dan ook voornamelijk uit verharding. In het projectgebied kan vergeleken met de huidige situatie de biodiversiteit flink worden verhoogd. Een aantal mogelijke maatregelen omtrent de aanwezigheid van dekking, voedsel en soortenrijkdom worden in deze paragraaf toegelicht. Aanwezigheid van dekking Voor verschillende soorten fauna zoals broedvogels en grondgebonden zoogdieren is dekking van belang als onderdeel van een geschikt leefgebied. Dekking kan worden geboden door middel van verschillende vegetaties zoals dichte struwelen en bosschages. In de huidige situatie is in het projectgebied weinig tot geen dekking voor (algemene) broedvogels en grondgebonden zoogdieren aanwezig. Enkel aan de oostelijke zijde is een plein met aangelegde lage beplanting aanwezig. Aan de westelijke zijde zijn enkele platanen aanwezig welke dekking kunnen bieden in het voorjaar en zomer middels een bladerdek. In het grootste deel van het projectgebied is echter geen vegetatie welke dekking bieden aan onder andere broedvogels en grondgebonden zoogdieren. Door het aanleggen van een mantelzoomvegetatie (kruiden-struweel-bomen) in het projectgebied wordt er nieuwe en robuustere dekking gerealiseerd in het projectgebied.
In de nieuwe situatie wordt door middel van de aanleg van een mantelzoomvegetatie in het projectgebied dekking gerealiseerd. Aanwezigheid van voedsel In het projectgebied is heden weinig vegetatie aanwezig welke voedsel kan bieden voor diverse fauna zoals broedvogels, grondgebonden zoogdieren en insecten. Door het aanleggen en ruimte geven aan inheemse vegetaties wordt het voedselaanbod voor fauna in het projectgebied verbeterd. Een voorbeeld hiervan is het aanleggen van een mantelzoomvegetatie. Het projectgebied bestaat heden hoofdzakelijk uit een autoweg met aan weerszijden een trottoir. Op basis van de geplande ontwikkeling is het mogelijk om in het projectgebied nieuw leefgebied voor diverse soorten flora en fauna aan te leggen. In het projectgebied wordt een zogenaamde mantelzoomvegetatie aangelegd. Dit is met andere woorden een geleidelijk verlopende bosrand. In een dergelijke situatie zou de vegetatie bij de bosrand moeten lopen van de bomen naar hoger struweel onder de bomen, richting lager struweel en tot slot naar een hoge kruidenvegetatie. Een dergelijke vegetatiestructuur is gevarieerd in structuur en soorten9. Dergelijke mantelzoomvegetaties hebben een rijke variatie aan plantensoorten en ongewervelden, met name de zoomvegetaties (kruidenvegetatie) springen hier in positieve zin uit10.
De zoomvegetaties zijn met name van meerwaarde in situaties waarin er bloemrijke vegetatie tot ontwikkeling kan komen en de begroeiingen welke aan halfschaduw gebonden plaatsen zijn gebonden niet in de verdrukking komen. In een dergelijke zoomvegetatie gaat de voorkeur dus uit naar een bloemrijke, halfhoge kruidenvegetatie welke geleidelijk overgaat in laag struweel alvorens hoger struweel en ten slotte de bomen aan de rand van de bestaande bosschages in beeld komen. De struwelen dienen te bestaan uit inheemse besdragende struiken zoals de meidoorn en de sleedoorn, welke het gehele jaar voor voedsel zorgen in de vorm van bloemen met nectar (voorjaar) en bessen (najaar). Een mantelzoomvegetatie kan in de context van de geplande ontwikkeling worden gerealiseerd aan de zuidelijke zijde van het projectgebied waar deze grenst aan natuurgebied Wapendal. In de huidige situatie is hier reeds een bosschage en bosrand aanwezig, welke dus kan worden voorzien van lage struwelen en een (hoge) kruidenstrook. Het aanwezige habitattype hier (duinbos) wordt hier door de toevoeging van struwelen en kruidenvegetaties versterkt en er ontstaat meer leefgebied voor diverse soorten flora en fauna in vergelijking met de huidige situatie.
9
Bos-Groenendijk, G.I. & M.A.K. Bleeker (2024). Impuls structuurrijke bosranden –natuurlijke bosranden voor prioritaire soorten. Rapport VS2024.029, De Vlinderstichting, Wageningen 10 R. Haveman & I. de Ronde, 2025. Bosranden in Limburg. Een landschappelijk vegetatiekundige kennissynthese. De Ronde & Haveman, rapport DRH2025.01, Zetten, 71 pp. + bijlages. 12
3.3
KWALITEITSVERBETERING HABITATTYPE In het naast het projectgebied gelegen natuurgebied Wapendal zijn een aantal habitattypes aanwezig, waaronder de habitattypes kalkarme grijze duinen (0,3 ha, H2310B) en droge duinbossen (H2180A). Het habitattype kalkarme grijze duinen geldt als sterk stikstofgevoelig, het habitattype droge duinbossen als zeer gevoelig. Depositie uit onder andere wegverkeer draagt bij aan vergrassing, verzuring en verlies aan soortenrijkdom. Door stikstofdepositie, verminderde begrazing en kustbeschermingsmaatregelen is het habitattype grijze duinen meer en meer vast komen te liggen door middel van vergrassing en de toenemende bedekking van mossen en struweel. De verzuring van de bodem van dit habitattype gaat door de hoge stikstofdepositie sneller en de verzuring gaat door tot een hogere zuurgraad (lage pH) dan in natuurlijke omstandigheden11. Dergelijke situaties zorgen voor een verminderde kwaliteit van het habitattype. Het natuurgebied Wapendal is in de huidige situatie van alle kanten omgeven door verharding en wegen. Het habitattype droge duinbossen (H2180A) wordt door de geplande ontwikkeling verbeterd door de aanleg van een mantelzoomvegetatie, welke werkt als een bufferzone tussen de verharding en het natuurgebied Wapendal en voegt kwaliteit toe aan het habitattype droge duinbossen (H2180A).
In de huidige situatie reeds een bosschage en bosrand aanwezig aan beide zijden, welke dus kan worden voorzien van lage struwelen en een (hoge) kruidenstrook. Met de toevoeging van dergelijke vegetaties ontstaat er meer leefgebied voor diverse soorten flora en fauna. Het wegnemen van een weg direct langs dergelijke habitattypes kan voor een lokale vermindering van stikstofhoudende gassen zorgen. Uit een stikstofberekening blijkt dat als gevolg van de ingreep de stikstofdepositie op Natura-2000 gebied Westduinpark & Wapendal lokaal fors naar beneden gaat.
11
Bobbink, R., G. van Dijk, E. Remke & H. Tomassen (2022). Herstelbaarheid van door stikstofdepositie aangetaste Natura 2000habitattypen: een overzicht. Onderzoekcentrum B-WARE, Nijmegen. Rapportnummer RP-21.117.21.95. 13
4
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Het projectgebied is gelegen tussen het groengebied de Bosjes van Pex en Natura 2000-natuurgebied Wapendal. Het natuurgebied Wapendal is een onderdeel van het grotere Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal. In het projectgebied zijn in de huidige situatie weinig groenstructuren aanwezig. De huidige groenstructuren bestaan uit een plein voorzien van vaste beplanting en een berm met een grasstrook en enkele bomen (voornamelijk plataan). In het projectgebied ontbreken substantiële groenstructuren welke voedsel kan bieden voor fauna zoals broedvogels, grondgebonden zoogdieren en insecten. De geplande ontwikkeling voorziet in de aanleg en het creëren van een mantelzoomvegetatie aan de zijde van het natuurgebied Wapendal, waarmee het voedselaanbod in het projectgebied wordt verbeterd. Met de toevoeging van een dergelijke vegetatiestructuur ontstaat meer leefgebied voor diverse soorten flora en fauna en wordt het op Europees niveau beschermde habitattype droge duinbossen (H2180A), gelegen in Wapendal, versterkt. Het vervangen van de huidige weg door een fietspad direct langs het natuurgebied Wapendal zorgt ervoor dat lokaal vermindering optreedt van stikstofhoudende gassen wat positief is voor de in Wapendal aanwezige habitattypen.
Een vermindering van stikstofhoudende gassen is voor het habitattype kalkarme grijze duinen (H2310B) van extra belang, omdat Wapendal de enige plek in het Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal is waar volgens de meest recente habitatkartering dit habitattype aanwezig is. De geplande ontwikkeling en de daarbij behorende natuurimpulsen kunnen nog verder worden versterkt door het aanbrengen van enkele faunapassages onder het fietspad door welke gericht zijn op amfibieën en kleinere grondgebonden zoogdieren.
14
5
LITERATUUR
Bobbink, R., G. van Dijk, E. Remke & H. Tomassen (2022). Herstelbaarheid van door stikstofdepositie aangetaste Natura 2000-habitattypen: een overzicht. Onderzoekcentrum B-WARE, Nijmegen. Rapportnummer RP21.117.21.95. Bos-Groenendijk, G.I. & M.A.K. Bleeker (2024). Impuls structuurrijke bosranden –natuurlijke bosranden voor prioritaire soorten. Rapport VS2024.029, De Vlinderstichting, Wageningen. IDDS (2025). Notitie Stikstofdepositie Daal- en Bergselaan. Versie 17 december 2025. Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2011). Besluit Natura 2000-gebied Westduinpark en Wapendal. September 2011. Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedelzekerheid en Natuur (2008). Profiel habitattype H2130. Versie 1 september 2008. Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2008). Profiel habitattype H2150. Versie 18 december 2008. Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2008). Profiel habitattype H2180. Versie 24 maart 2009. Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2025). Vernieuwde landelijke doelen voor Natura 2000-habitattypen en -soorten. April 2025 Provincie Zuid-Holland (2022). Natuurdoelanalyse Natura 2000 98 Westduinpark & Wapendal. 14 maart 2022. RIVM (2002). Ontsnippering van natuurgebieden: effecten op natuur, mobiliteit, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en geluid. RIVM rapport 408764001/2002 R.
Haveman & I. de Ronde, 2025. Bosranden in Limburg. Een landschappelijk vegetatiekundige kennissynthese. De Ronde & Haveman, rapport DRH2025.01, Zetten, 71 pp. + bijlages. Van der Goes en Groot (2023). Habitatkaart T1 Westduinpark & Wapendal 2021. Versie 1, 28 september 2023 Internet Nationale Databank Flora en Fauna www.atlas.apps.geodan.nl www.gbif.org www.natura2000.nl www.piscaria.nl www.provinciaalgeoregister.nl/georegister/ www.ravon.nl www.stowa.nl (limnodata neerlandica) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl
15
Bijlage 1: Foto impressie
16
Bijlage 2: Tabel mogelijk aanwezige beschermde soorten Tabel 1: Overzicht beschermde soorten in de directe omgeving van het projectgebied Soortgroep
Naam
Amfibieën
Alpenwatersalamander
Amfibieën
Bastaardkikker
Amfibieën
Boomkikker 1
Amfibieën
Bruine kikker
Amfibieën
1
Gewone pad
1
1
Bescherming
Afstand
Bal bijlage IX A
< 4km*
Bal bijlage IX A
< 5km
HR IV & Bern II
< 4km*
Bal bijlage IX A
< 2km*
Bal bijlage IX A
< 1km*
Bal bijlage IX A
< 5km
Bal bijlage IX A
< 5km*
Amfibieën
Kleine watersalamander
Amfibieën
Meerkikker
1
Amfibieën
Poelkikker
HR IV
< 5km
Amfibieën
Rugstreeppad
HR IV & Bern II
< 4km*
Amfibieën
Vroedmeesterpad
HR IV & Bern II
< 5km
Amfibieën
Vuursalamander
Bal bijlage IX A
< 5km
Ongewervelden
Grote vos
Bal bijlage IX A
< 5km
Reptielen
Zandhagedis
HR IV & Bern II
< 3km*
Vaatplanten
Bokkenorchis
Bal bijlage IX B
< 3km*
Vaatplanten
Glad biggenkruid
Bal bijlage IX B
< 5km
Vaatplanten
Karthuizeranjer
Bal bijlage IX B
< 5km
Vaatplanten
Kleine wolfsmelk
Bal bijlage IX B
< 5km
Vaatplanten
Muurbloem
Bal bijlage IX B
< 5km*
Vaatplanten
Schubvaren
Bal bijlage IX B
< 5km
Vaatplanten
Wilde ridderspoor
Bal bijlage IX B
< 5km
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis
HR IV
< 1km*
Vleermuizen
Gewone grootoorvleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
Kleine dwergvleermuis
HR IV & Bern II
< 4km*
Vleermuizen
Laatvlieger
HR IV & Bern II
< 1km*
Vleermuizen
Meervleermuis
HR IV & Bern II
< 2km*
Vleermuizen
Rosse vleermuis
HR IV & Bern II
< 2km*
Vleermuizen
Ruige dwergvleermuis
HR IV & Bern II
< 1km*
Vleermuizen
Watervleermuis
HR IV & Bern II
< 1km*
Vogels
Blauwe reiger
Cat. 5
< 2km*
Vogels
Boerenzwaluw
Cat. 5
< 5km*
Vogels
Boomklever
Cat. 5
< 3km*
Vogels
Boomkruiper
Cat. 5
< 2km*
Vogels
Boomvalk
Cat. 4
< 2km*
Vogels
Bosuil
Cat. 5
< 2km*
Vogels
Buizerd
Cat. 4
< 2km*
Vogels
Ekster
Cat. 5
< 2km*
Vogels
Gierzwaluw
Cat. 2
< 1km*
Vogels
Groene specht
Cat. 5
< 3km*
Vogels
Grote bonte specht
Cat. 5
< 3km*
Vogels
Grote gele kwikstaart
Cat. 3
< 5km*
17
Soortgroep
Naam
Bescherming
Afstand
Vogels
Havik
Cat. 4
< 3km*
Vogels
Huismus
Cat. 2
< 1km*
Vogels
Huiszwaluw
Cat. 5
< 5km
Vogels
IJsvogel
Cat. 5
< 3km*
Vogels
Koolmees
Cat. 5
< 2km*
Vogels
Ooievaar
Cat. 3
< 4km*
Vogels
Pimpelmees
Cat. 5
< 1km*
Vogels
Ransuil
Cat. 4
< 5km
Vogels
Slechtvalk
Cat. 3
< 2km*
Vogels
Sperwer
Cat. 4
< 3km*
Vogels
Spreeuw
Cat. 5
< 2km*
Vogels
Tapuit
Cat. 5
< 5km*
Vogels
Torenvalk
Cat. 5
< 4km*
Vogels
Zwarte kraai
Cat. 5
< 2km*
Vogels
Zwarte mees
Cat. 5
< 4km*
Vogels
Zwarte roodstaart
Cat. 5
< 3km*
Zoogdieren
Boommarter
Bal bijlage IX A
< 5km*
Zoogdieren
Bosmuis1
Bal bijlage IX A
< 4km*
Zoogdieren
1
Bal bijlage IX A
< 5km
Bal bijlage IX A
< 5km
Bunzing
1
Zoogdieren
Dwergspitsmuis
Zoogdieren
Eekhoorn
Bal bijlage IX A
< 4km*
Zoogdieren
1
Bal bijlage IX A
< 1km*
Bal bijlage IX A
< 4km*
Bal bijlage IX A
< 4km*
Bal bijlage IX A
< 2km*
Bal bijlage IX A
< 3km*
Bal bijlage IX A
< 5km*
Bal bijlage IX A
< 5km
Bal bijlage IX A
< 1km*
Bal bijlage IX A
< 1km*
Zoogdieren Woelrat1 Bal bijlage IX A *= Op basis van eerdere waarnemingen van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. 1 = Vrijstelling door de provincie Zuid-Holland in het kader van activiteiten.
< 5km
Zoogdieren
Egel
Haas
1
Zoogdieren
Huisspitsmuis
Zoogdieren
1
Zoogdieren Zoogdieren
Konijn 1
Ree
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Veldmuis
Zoogdieren
1
Zoogdieren
1
Vos
Wezel
1
1
1
18
Bijlage 3: Tabel mogelijk aanwezige Rode lijstsoorten Tabel 1: Overzicht Rode Lijst-soorten in directe omgeving van het projectgebied Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Rode Lijst-status
Verwachte aanwezigheid in projectgebied?
Amfibieën
Kamsalamander
Triturus cristatus
Kwetsbaar
Nee
Amfibieën
Vroedmeesterpad
Alytes obstetricans
Kwetsbaar
Nee
Dagvlinders
Bruin blauwtje
Aricia agestis
Gevoelig
Nee
Dagvlinders
Grote vos
Nymphalis polychloros
Kwetsbaar
Nee
Dagvlinders
Kleine parelmoervlinder
Issoria lathonia
Kwetsbaar
Nee
Dagvlinders
Oranje zandoogje
Pyronia tithonus
Gevoelig
Nee
Insecten (overig)
Marmerschietmot
Limnephilus marmoratus
Kwetsbaar
Nee
Insecten (overig)
Tenger langsprietje
Leptocerus tineiformis
Kwetsbaar
Nee
Insecten (overig)
Tweekleurige schietmot
Limnephilus vittatus
Kwetsbaar
Nee
Korstmossen
Bleke knoopjeskorst
Bacidia arceutina
Kwetsbaar
Nee
Korstmossen
Gebogen rendiermos
Cladonia arbuscula
Kwetsbaar
Nee
Korstmossen
Gewoon schorsmos
Hypogymnia physodes
Gevoelig
Nee
Korstmossen
Saucijs-baardmos
Usnea articulata
Ernstig Bedreigd Nee
Korstmossen
Sierlijk rendiermos
Cladonia ciliata
Kwetsbaar
Nee
Libellen
Gevlekte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Kwetsbaar
Nee
Schimmels
Boomgaardvuurzwam
Phellinus tuberculosus
Kwetsbaar
Nee
Schimmels
Duinstinkzwam
Phallus hadriani
Kwetsbaar
Nee
Schimmels
Heideknotszwam
Clavaria argillacea
Kwetsbaar
Nee
Schimmels
Kapjesmorielje
Mitrophora semilibera
Kwetsbaar
Nee
Schimmels
Korrelige taaiplaat
Neolentinus schaefferi
Ernstig Bedreigd Nee
Schimmels
Netstelige heksenboleet
Suillellus luridus
Kwetsbaar
Nee
Schimmels
Peperbus
Myriostoma coliforme
Kwetsbaar
Nee
Schimmels
Populierleemhoed
Agrocybe cylindracea
Kwetsbaar
Nee
Schimmels
Prachtmycena
Mycena crocata
Gevoelig
Nee
Schimmels
Purpersteelmosschijfje
Lamprospora seaveri
Bedreigd
Nee
Vaatplanten
Absintalsem
Artemisia absinthium
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Beemdkroon
Knautia arvensis
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Bevertjes
Briza media
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Bolderik
Agrostemma githago
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Donkergroene basterdwederik
Epilobium obscurum
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Franse silene
Silene gallica
Bedreigd
Nee
Vaatplanten
Gele kornoelje
Cornus mas
Gevoelig
Nee
Vaatplanten
Gewone agrimonie
Agrimonia eupatoria
Gevoelig
Nee
Vaatplanten
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Bedreigd
Nee
Vaatplanten
Gulden sleutelbloem
Primula veris
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Jeneverbes
Juniperus communis
Gevoelig
Nee
Vaatplanten
Kamgras
Cynosurus cristatus
Gevoelig
Nee
Vaatplanten
Kleine ratelaar
Rhinanthus minor
Gevoelig
Nee
Vaatplanten
Knolsteenbreek
Saxifraga granulata
Bedreigd
Nee 19
Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Rode Lijst-status
Verwachte aanwezigheid in projectgebied?
Vaatplanten
Knopig doornzaad
Torilis nodosa
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Korenbloem
Centaurea cyanus
Gevoelig
Nee
Vaatplanten
Lathyruswikke
Vicia lathyroides
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Liggende asperge
Asparagus prostratus
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Oosterse morgenster
Tragopogon pratensis subsp. Kwetsbaar orientalis
Nee
Vaatplanten
Rapunzelklokje
Campanula rapunculus
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Ruige leeuwentand
Leontodon hispidus
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Schubvaren
Asplenium ceterach
Gevoelig
Nee
Vaatplanten
Selderij
Apium graveolens
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Steenanjer
Dianthus deltoides
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Stijve moerasweegbree
Baldellia ranunculoides subsp. Bedreigd ranunculoides
Nee
Vaatplanten
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Tripmadam
Sedum rupestre
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Veldsalie
Salvia pratensis
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Vleeskleurige orchis
Dactylorhiza incarnata
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Waterdrieblad
Menyanthes trifoliata
Gevoelig
Nee
Vaatplanten
Wilde kievitsbloem
Fritillaria meleagris
Bedreigd
Nee
Vaatplanten
Zacht vetkruid
Sedum sexangulare
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Zilte waterranonkel
Ranunculus baudotii
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Zomerklokje
Leucojum aestivum
Kwetsbaar
Nee
Vaatplanten
Zwartmoeskervel
Smyrnium olusatrum
Gevoelig
Nee
Vleermuizen
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Blauwe kiekendief
Circus cyaneus
Gevoelig
Nee
Vogels
Boerenzwaluw
Hirundo rustica
Gevoelig
Nee
Vogels
Boomvalk
Falco subbuteo
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Draaihals
Jynx torquilla
Ernstig Bedreigd Nee
Vogels
Gele kwikstaart
Motacilla flava
Gevoelig
Vogels
Goudplevier
Pluvialis apricaria
Verdwenen Nederland
Vogels
Graspieper
Anthus pratensis
Gevoelig
Nee
Vogels
Grauwe vliegenvanger
Muscicapa striata
Gevoelig
Nee
Vogels
Grote lijster
Turdus viscivorus
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Grote mantelmeeuw
Larus marinus
Gevoelig
Nee
Vogels
Huismus
Passer domesticus
Gevoelig
Nee
Vogels
Huiszwaluw
Delichon urbicum
Gevoelig
Nee
Vogels
Keep
Fringilla montifringilla
Gevoelig
Nee
Vogels
Kneu
Linaria cannabina
Gevoelig
Nee
Vogels
Koekoek
Cuculus canorus
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Kramsvogel
Turdus pilaris
Gevoelig
Nee
Vogels
Nachtegaal
Luscinia megarhynchos
Kwetsbaar
Nee
officinalis
subsp.
Nee uit
Nee
20
Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Rode Lijst-status
Verwachte aanwezigheid in projectgebied?
Vogels
Oeverloper
Actitis hypoleucos
Gevoelig
Nee
Vogels
Paapje
Saxicola rubetra
Bedreigd
Nee
Vogels
Ransuil
Asio otus
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Ringmus
Passer montanus
Gevoelig
Nee
Vogels
Smient
Anas penelope
Gevoelig
Nee
Vogels
Tapuit
Oenanthe oenanthe
Bedreigd
Nee
Vogels
Torenvalk
Falco tinnunculus
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Veldleeuwerik
Alauda arvensis
Gevoelig
Nee
Vogels
Visdief
Sterna hirundo
Gevoelig
Nee
Vogels
Watersnip
Gallinago gallinago
Bedreigd
Nee
Vogels
Wielewaal
Oriolus oriolus
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Wintertaling
Anas crecca
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Wulp
Numenius arquata
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Zeearend
Haliaeetus albicilla
Gevoelig
Nee
Vogels
Zomertortel
Streptopelia turtur
Kwetsbaar
Nee
Vogels
Zwarte mees
Periparus ater
Gevoelig
Nee
Weekdieren
Genaveld tonnetje
Lauria cylindracea
Kwetsbaar
Nee
Weekdieren
Gladde clausilia
Cochlodina laminata laminata
Kwetsbaar
Nee
Weekdieren
Lichte aardslak
Limacus flavus
Kwetsbaar
Nee
Weekdieren
Vergeten schorshoren
Balea perversa
Bedreigd
Nee
Weekdieren
Wijngaardslak
Helix pomatia
Kwetsbaar
Nee
Wespen, bijen en Gouden slakkenhuisbij mieren
Osmia aurulenta
Kwetsbaar
Nee
Wespen, bijen en Grote koekoekshommel mieren
Bombus vestalis
Kwetsbaar
Nee
Wespen, bijen en Roodsprietwespbij mieren
Nomada fulvicornis
Kwetsbaar
Nee
Wespen, bijen en Zilveren fluitje mieren
Megachile leachella
Gevoelig
Nee
Zoogdieren
Oryctolagus cuniculus
Gevoelig
Nee
Konijn
* Datum van raadpleging NDFF: 09-12-2025
21