RIS325177 Resultaatbestemming 2025
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
24 april 2026
BSD/11042998 RIS325177
Voorstel van het college inzake Resultaatbestemming 2025 Inleiding In het raadsvoorstel Programmarekening 2025 is toegelicht dat over 2025 een voordelig resultaat is behaald van € 64,4 mln. In dit raadsvoorstel Resultaatbestemming 2025 legt het college aan de raad een voorstel voor over de verdeling van dit resultaat over de betrokken reserves. Het doel van dit voorstel is om alle mutaties en verrekeningen volledig en transparant inzichtelijk te maken, zodat de raad hierover afzonderlijk kan besluiten. De spelregels en de werkwijze voor resultaatbestemming zijn vastgelegd in de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026 (RIS323961, hierna: “de verordening”). In dit document wordt met “een resultaat” bedoeld dat er een verschil is tussen de begroting en de realisatie. Met “een voordeel” of “voordelig resultaat” wordt bedoeld dat er minder is uitgegeven of meer ontvangen dan in de begroting was geraamd. Bij “een nadeel” of “nadelig resultaat” wordt het tegenovergestelde bedoeld. In de begroting is uitgegaan van begrotingsevenwicht, oftewel: de gemeente geeft niet meer uit dan er beschikbaar is en elke uitgave is gedekt met inkomsten. Toch is niet alles te voorspellen en komen er situaties voor waarin de inkomsten of uitgaven iets hoger of lager uitvallen dan geraamd. In de programmarekening worden deze verschillen toegelicht.
In de resultaatbestemming wordt vastgesteld op welke manier deze verschillen boekhoudkundig worden verwerkt, in veel gevallen in de vorm van een toevoeging of onttrekking aan een reserve. Omdat de uitwerking van de resultaatbestemming in hoge mate administratief-technisch van aard is, is deze niet voor iedere lezer direct toegankelijk. De samenvatting geeft daarom een zo helder en beknopt mogelijke uitleg. Eerst wordt de cijfermatige uitwerking weergegeven in een overzichtstabel. Vervolgens worden de drie onderdelen van de resultaatbestemming kort toegelicht. Tenslotte wordt inzicht geboden in het verloop van de reserves waarop deze resultaatbestemming betrekking heeft. Na deze samenvatting volgt de volledige resultaatbestemming, waarin iedere mutatie afzonderlijk wordt toegelicht. Uiteindelijk leidt dit tot de bijbehorende besluitpunten. Samenvatting In onderstaande tabel zijn de verschillende onderdelen van de resultaatbestemming en de bijbehorende mutaties weergegeven. De tabel toont per onderdeel welke verrekeningen en toevoegingen hebben plaatsgevonden en hoe deze gezamenlijk leiden tot de volledige resultaatbestemming 2025.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
Onderdeel 2 Verrekeningen
Onderdeel 1 Neutrale mutaties
Totaaloverzicht Resultaatbestemming (Bedragen x € 1 mln.) Resultaat 2025
64,4 voordelig
toelichting
Neutrale mutaties (netto 0, hier bruto weergegeven)
0,3 Doorbraakplan
Correcties tussen prog. 8 en prog. 13
17,5 Gemeente-brede reserves
Correcties tussen prog. 15 en alle overige programma's
Saldo na onderdeel 1
64,4 voordelig
verrekening met
Verplichte mutaties
-9,6 Grondbedrijf
Reserve Grondbedrijf
-5,8 Onderhoud Vastgoed
Reserve Onderhoud vastgoed
-4,1 BUIG
Algemene reserve
-1,6 Verkiezingen
Reserve Verkiezingen
-0,6 GGD Ambulancezorg
Reserve Regiofunctie MO & VO en Ambulancezorg
-0,5 Onderhoud sportaccomodaties
Reserve Onderhoud sportaccommodaties
-0,1 Rekenkamer
Reserve Herfaseringen
0,0 Verkoopresultaten Vastgoed
Algemene reserve
Bestuurlijke afspraken
-4,6 Taakmutaties Gemeentefonds
Reserve Taakmutaties Gemeentefonds
-4,0 MBS
Reserve Modernisering Bedrijfsvoering Systemen
-3,2 Realisatiestimulans woningbouw
Reserve Stedelijke ontwikkeling stadsontwikkeling
-2,6 Civieltechnische kunstwerken
Reserve Werk met Werk en Kunstwerken
-0,8 Zero-emissie zone
Reserve Herfaseringen
-0,6 Loosduinse Hoofdplein
Reserve Stedelijke ontwikkeling economie
-1,2 Pilot Kids voor Niks (gratis OV)
Reserve Herfaseringen
3,8 Onderwijshuisvesting
Reserve Onderwijshuisvesting exploitatiemiddelen
0,0 Pensioenen oud-wethouders
Verschuiving tussen prog. 2 en prog. 15
0,0 Pletterijkade verschuiving
Verschuiving tussen 2 programma's en 2 reserves
21,9 voordelig
verrekening met
Onttrekkingen
8,7 Programmaresultaten 1-14
Programmareserves
Toevoegingen
-7,6 Programmaresultaten 1-14
Programmareserves
-1,1 Overzicht Overhead
Centrale Bedrijfsvoeringsreserve
0,0 Aanvulling Algemene reserve
Algemene reserve
-5,5 Voeding Co-financieringsfonds
Reserve Co-financiering
0,0 Voeding Raadsinitiatievenfonds
Reserve Raadsinitiatievenfonds
Saldo na onderdeel 2
Onderdeel 3 Verdeling
-7,2 Afrekening Opvang Oekraïners 2023 Reserve Opgave Nieuwkomers
-16,5 Eindsaldo naar Algemene reserve Saldo na onderdeel 3
Algemene reserve
0
Tabel 1: Overzicht resultaatbestemming
Onderdeel 1: verwerken van neutrale mutaties Het resultaat vóór resultaatbestemming bedraagt € 64,4 mln. voordelig. Dit saldo is de optelsom van de resultaten per programma. In deze resultaten zijn voor- en nadelen verwerkt die onderling samenhangen, maar die – om administratief-technische redenen – op verschillende programma’s tot uitdrukking komen. Een voorbeeld hiervan betreft de gemeentebrede reserves: een lagere onttrekking wordt zichtbaar als nadeel binnen programma 15 (Financiën), terwijl het bijbehorende voordeel (lagere lasten) zichtbaar wordt binnen het beleidsprogramma waar de uitvoering plaatsvindt. Met behulp van neutrale mutaties worden deze samenhangende voor- en nadelen met elkaar verrekend, zodat deze administratieve verschuivingen niet onbedoeld van invloed zijn op de hoogte van het rekeningresultaat. Omdat alle mutaties binnen dit onderdeel budgettair neutraal zijn, blijft het resultaat na verwerking van deze mutaties onveranderd: € 64,4 mln. voordelig.
2/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
Onderdeel 2: verrekenen van resultaten met reserves op basis van de verordening of bestuurlijke afspraken In onderdeel 1 zijn de saldi per programma gecorrigeerd voor administratief-technische verschuivingen. In onderdeel 2 worden deze aangepaste saldi verrekend met de daarvoor bestemde reserves. Deze verrekeningen vloeien voort uit twee mogelijke grondslagen: • Een verplichting op basis van de verordening: in de verordening is vastgelegd hoe bepaalde onderof overbestedingen moeten worden behandeld. Zo vloeien onderbestedingen binnen de activiteit Verkiezingen terug naar de reserve Verkiezingen, en worden resultaten op Grondexploitaties verrekend met de reserve Grondbedrijf, conform de werkwijze die ook in eerdere jaren is toegepast. • Bestuurlijke afspraken: op bestuurlijk niveau is afgesproken hoe omgegaan moet worden met een bepaald resultaat. Zo is bijvoorbeeld afgesproken dat rijksmiddelen voor taakmutaties uit de decembercirculaire, die niet meer in hetzelfde jaar kunnen worden uitgevoerd, beschikbaar blijven voor uitvoering in het daaropvolgende jaar. Deze middelen worden daarom via de betreffende reserve doorgeschoven. Na toepassing van deze verplichte en bestuurlijk afgesproken verrekeningen resteert een voordelig resultaat van € 21,9 mln.
Onderdeel 3: verdelen van het saldo over de verschillende reserves Nu de programmaresultaten zijn gecorrigeerd en de saldi waarvoor spelregels of afspraken gelden zijn verrekend, kan het resterende saldo verdeeld worden. De verdeling vindt plaats in twee stappen. • Verrekeningen met programmareserves en de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve: eerst vinden de verrekeningen met de programmareserves en de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve plaats. Voor deze reserves heeft de gemeenteraad een maximale omvang vastgesteld. Overschrijdingen worden daarom afgeroomd en blijven beschikbaar voor verdeling. • Verdeling van het resterende saldo: vervolgens wordt het totaal van het resultaat op programma 15 Financiën en het afgeroomde surplus uit de programmareserves, verdeeld over het cofinancieringsfonds, het Raadsinitiatievenfonds en de Algemene reserve. Deze stap vormt de afronding van de resultaatbestemming. Conclusie en cijfermatige uitwerking Het in de programmarekening vastgestelde voordelige resultaat van € 64,4 mln. vormt het startpunt van de resultaatbestemming. In onderdeel 1 wordt dit resultaat op programmaniveau gecorrigeerd door een aantal neutrale mutaties. Vervolgens wordt in onderdeel 2 een deel van het saldo, conform de verordening, wettelijke bepalingen en bestuurlijke afspraken, verrekend met de daarvoor bestemde reserves.
Deze verrekeningen leiden tot een resterend te verdelen saldo van € 21,9 mln. voordelig. In onderdeel 3 stelt het college voor dit saldo overeenkomstig de verordening als volgt te verdelen: a. Programmareserves: per saldo onttrekking van € 1,1 mln. (bestaande uit € 8,7 mln. onttrekkingen en € 7,6 mln. toevoegingen). b. Centrale Bedrijfsvoeringsreserve: € 1,1 mln. toevoeging. c. Co-financieringsfonds: € 5,5 mln. toevoeging. d. Raadsinitiatievenfonds: € 0 mln. toevoeging. e. Algemene reserve: € 16,5 mln. toevoeging. Met deze verdeling zijn alle onderdelen van de resultaatbestemming verwerkt en wordt het totale saldo van de programmarekening 2025 op nul gebracht, conform de geldende financiële spelregels.
3/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
Reservestanden Onderstaand wordt het verloop weergegeven van de reserves die betrokken zijn bij deze resultaatbestemming. Tabel 2 toont de mutaties en eindstanden van de specifieke reserves waarop in onderdelen 1, 2 en 3 van de resultaatbestemming mutaties hebben plaatsgevonden. In Tabel 3 wordt aanvullend het verloop van de gemeentebrede reserves weergegeven. Verloop Reservestanden 2025 (Bedragen x € 1 mln.)
Begin 2025
Eind 2025 Mutaties Saldo 2025 vóór RB RB na RB
Totaal Programmareserves
-17,7
1,9
-1,1
0,8
Algemene reserve
143,2
108,4
20,5
128,9
Centrale Bedrijfsvoeringsreserve
10,0
1,9
1,1
2,9
Reserve Onderhoud sportaccommodaties
4,9
4,8
0,5
5,3
Reserve Onderhoud vastgoed
6,7
3,2
5,8
8,9
Reserve Raadsinitiatievenfonds
0,5
1,0
0,0
1,0
Reserve Activafinanciering
245,1
273,3
3,4
276,8
Reserve Herfaseringen
38,1
11,4
2,1
13,4
Reserve Modernisering Bedrijfsvoering Systemen
0,0
7,0
4,0
11,0
Reserve Werk met Werk en Kunstwerken
4,4
5,5
2,6
8,0
Reserve Onderwijshuisvesting exploitatiemiddelen
12,6
12,5
-3,8
8,7
Reserve Verkiezingen
0,1
0,1
1,6
1,7
Reserve Grondbedrijf
30,2
38,2
9,6
47,8
Reserve Stedelijke ontwikkeling economie
11,0
8,1
0,6
8,7
Reserve Stedelijke ontwikkeling stadsontwikkeling
20,2
13,5
3,2
16,7
Reserve Opgave Nieuwkomers
19,0
29,1
3,7
32,8
Reserve Regiofunctie MO & VO en Ambulancezorg
8,0
5,0
0,6
5,6
Reserve Taakmutaties Gemeentefonds
2,7
1,9
4,6
6,5
Tabel 2: Verloop reservestanden
Verloop Reservestanden 2025 gemeentebrede reserves (Bedragen x € 1 mln.)
Begin 2025
Eind 2025 Mutaties Saldo 2025 vóór RB RB na RB
Reserve Internationaal & werving
3,9
3,7
0,0
3,7
Reserve Co-financiering
54,0
65,9
5,5
71,4
Reserve Grote projecten
33,0
28,7
0,0
28,7
Reserve Versterking dienstverlening kwetsbare inwoners
8,5
2,9
0,0
2,9
Reserve Extra Impuls voor betaalbaar wonen
41,9
31,4
0,0
31,4
Reserve Verbetering duurzame mobiliteit
254,0
254,2
0,0
254,2
Reserve Duurzaamheid en energietransitie
84,2
65,6
0,0
65,6
Reserve Verhogen kwal. in gebiedsontw. en soc. woningbouw
43,4
40,8
0,0
40,8
Tabel 3: Verloop standen gemeentebrede reserves
4/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
De Resultaatbestemming In de Programmarekening 2025 is duidelijk geworden dat de gemeente een resultaat van 64,4 mln. heeft gerealiseerd en zijn de resultaten per programma weergegeven en inhoudelijk toegelicht. In dit voorstel worden deze resultaten – overeenkomstig de financiële spelregels uit de verordening – in drie onderdelen verwerkt. Elk onderdeel bestaat uit meerdere stappen waarin de resultaten per programma worden gecorrigeerd, aangevuld of verrekend. Uiteindelijk leidt dit tot een verdeling van het totale saldo over de verschillende daartoe bestemde reserves. Hieronder volgt de uitwerking van deze drie onderdelen, inclusief de daarbij behorende stappen. Onderdeel 1: Neutrale mutaties Neutrale mutaties zijn verschuivingen tussen programma’s die geen effect hebben op het totale rekeningresultaat. In dit onderdeel worden twee typen neutrale mutaties verwerkt: I. Administratieve correcties: Dit betreft correcties tussen programma’s die nodig zijn wanneer voordelen of nadelen per abuis op een ander programma zijn verantwoord dan waar zij inhoudelijk thuishoren. Deze correcties herstellen onterechte of onbedoelde saldi, zodat de programmatische resultaten weer volledig aansluiten op de werkelijke uitvoering. II.
Verrekeningen tussen programma 15 Financiën en overige programma’s: Binnen programma 15 worden voordelen en nadelen verantwoord die samenhangen met gemeentebrede reserves, zoals de concernreserves en de Enecoreserves. Deze financiële effecten hebben hun oorsprong in verschillende beleidsprogramma’s. Met behulp van neutrale mutaties worden deze effecten gecorrigeerd door ze toe te rekenen aan de betreffende programma’s, zodat de lasten en baten op het juiste inhoudelijke niveau zichtbaar worden en de bijbehorende resultaten verrekend kunnen worden met de juiste reserves.
Per stap wordt de bijbehorende cijfermatige uitwerking weergegeven in een tabel, waarna elke mutatie afzonderlijk wordt toegelicht. Stap I: Administratieve correcties In deze stap worden mutaties verwerkt tussen verschillende programma’s, zonder dat het totale rekeningresultaat wijzigt en zonder dat hierbij reserves worden betrokken. Het doel van deze correcties is om voordelen en nadelen die administratief-technisch op een onjuiste plek zijn verantwoord, alsnog toe te rekenen aan het juiste programma, zodat de resultaten per programma een getrouw beeld geven van de daadwerkelijke uitvoering.
5/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
De tabel hieronder toont de cijfermatige uitwerking van de mutaties in stap I. I Neutrale mutaties - administratieve correcties Programma Resultaat 01 - Gemeenteraad 491 V 02 - College en Bestuur 847 N 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 5.463 V 04 - Openbare orde en Veiligheid 3.455 V 05 - Cultuur en Bibliotheek 556 V 06 - Onderwijs 467 N 07 - Werk en Inkomen 3.038 V 08 - Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid 10.776 V 09 - Buitenruimte 1.236 V 10 - Sport 549 V 11 - Economie 2.328 V 12 - Mobiliteit 1.459 V 13 - Stadsontwikkeling en Wonen 17.456 V 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening 2.304 V 15 - Financiën 9.876 V 16 - Overzicht Overhead 6.736 V Totaal 64.410 V
Eindsaldo A stap I 491 V 847 N 5.463 V 3.455 V 556 V 467 N 3.038 V 334 11.110 V 1.236 V 549 V 2.328 V 1.459 V -334 17.122 V 2.304 V 9.876 V 6.736 V 64.410 V
Tabel 4: Administratieve correcties (bedragen x € 1.000). Dit zijn neutrale mutaties.
A. Doorbraakplan In de Begroting 2025 is € 1,0 mln. beschikbaar gesteld voor uitvoering van het Doorbraakplan huisvesting zorgdoelgroepen en statushouders (RIS310115). Deze middelen worden gedekt door een onttrekking van € 1,0 mln. uit de Reserve Nieuwkomers. Uit de programmarekening blijkt echter dat in 2025 € 0,334 mln. minder is uitgegeven dan begroot. Dit leidt tot: • een onderbesteding (voordeel) bij programma 13, en • een lagere onttrekking uit de reserve (nadeel) bij programma 8. Deze twee effecten houden rechtstreeks verband met elkaar en verstoren de resultaten op de betrokken programma’s. Met deze administratieve correctie worden het voordeel en het nadeel daarom geneutraliseerd. Stap II: Correcties met betrekking tot gemeentebrede reserves Ook in deze stap worden mutaties verwerkt die per saldo geen invloed hebben op het vastgestelde resultaat over 2025, maar wél op de resultaten per afzonderlijk programma. Dit betreft correcties die samenhangen met projecten die worden gedekt vanuit gemeentebrede reserves. De resultaten die binnen afzonderlijke programma’s zijn ontstaan, worden in deze stap geneutraliseerd. De grondslag voor deze verrekening is vastgelegd in artikel 5:2, lid a, sub 2 van de verordening. Belangrijk is dat deze mutaties niet voortkomen uit eventuele kostenoverschrijdingen binnen een project of uit nieuw beleid.
Dergelijke effecten moeten altijd via de begroting worden verwerkt en kunnen dus niet via deze technische correcties worden afgehandeld.
6/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
De onderstaande tabel toont de cijfermatige uitwerking van de mutaties in stap II. II Neutrale mutaties - gemeentebrede reserves Programma Saldo na I 01 - Gemeenteraad 491 V 02 - College en Bestuur 847 N 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 5.463 V 04 - Openbare orde en Veiligheid 3.455 V 05 - Cultuur en Bibliotheek 556 V 06 - Onderwijs 467 N 07 - Werk en Inkomen 3.038 V 08 - Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid 11.110 V 09 - Buitenruimte 1.236 V 10 - Sport 549 V 11 - Economie 2.328 V 12 - Mobiliteit 1.459 V 13 - Stadsontwikkeling en Wonen 17.122 V 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening 2.304 V 15 - Financiën 9.876 V 16 - Overzicht Overhead 6.736 V Totaal 64.410 V
A -362 362 -
Concernreserves B C D -703 -1.000 -708 -196 -550 354 16 -607 -939 -1.400 -438 -609 -176 -181 4.381 1.867 1.142 -253 -
E -77 -5.291 5.368 -
Enecoreserves F G -2.210 -393 393 2.210 -
Eindsaldo H stap II 491 V 847 N 1.473 V 2.747 V 556 V 663 N 2.842 V 10.519 V -310 926 V 549 V 1.027 V 1.066 V -1.470 8.523 V 1.338 V 1.780 27.379 V 6.483 V 64.410 V
Tabel 5: Verrekeningen met programma 15 i.v.m. gemeentebrede reserves (bedragen x € 1.000). Dit zijn neutrale mutaties.
Toelichting op de systematiek bij deze mutaties Gemeentebrede reserves zijn technisch gekoppeld aan programma 15 Financiën, terwijl de projecten die hiermee worden gedekt beleidsmatig in de overige programma’s worden uitgevoerd. In de programmarekening wordt nooit meer onttrokken aan een reserve dan nodig is om de lasten van een project te dekken. Wanneer er sprake is van onderbesteding, ontstaat hierdoor: • een nadeel bij programma 15, omdat de lagere lasten leiden tot een lagere onttrekking, en dus tot lagere baten op dit programma; • een voordeel bij het beleidsmatige uitvoeringsprogramma, doordat daar minder lasten zijn gerealiseerd. In 2025 is per saldo € 27,4 mln. minder besteed aan projecten die gedekt worden vanuit gemeentebrede reserves. De correcties in deze stap neutraliseren de hierdoor ontstane voordelen en nadelen. Deze werkwijze zorgt er tevens voor dat de middelen behouden blijven voor de vastgestelde projecten en dus in latere jaren beschikbaar blijven voor de uitvoering daarvan. Deze stap is van toepassing op de volgende gemeentebrede reserves: A. Concern Reserve Internationaal & Werving. B. Concern Reserve Co-financiering. C. Concern Reserve Grote projecten. D. Concern Reserve Versterking dienstverlening kwetsbare inwoners. E. Eneco Reserve Extra Impuls voor betaalbaar wonen. F. Eneco Reserve Verbetering duurzame mobiliteit. G.
Eneco Reserve Duurzaamheid en energietransitie. H. Eneco Reserve Verhogen kwaliteit in gebiedsontwikkeling en sociale woningbouw. Conclusie onderdeel 1 Zoals eerder toegelicht bevat dit onderdeel alleen neutrale mutaties, waarbij verschuivingen tussen programma’s plaatsvinden en het saldo niet aangepast wordt. Na verwerking van deze mutaties is het saldo daarom onveranderd: € 64,4 mln.
7/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
Onderdeel 2: Verrekeningen van resultaten met reserves op basis van de verordening of bestuurlijke afspraken In dit onderdeel worden verrekeningen uitgevoerd tussen programma’s en reserves. Deze verrekeningen zijn nodig om resultaten te verwerken overeenkomstig de verordening of bestuurlijke afspraak die daarop van toepassing zijn. In onderdeel 2 worden twee typen verrekeningen onderscheiden: III. Verplichte verrekeningen op basis van formeel vastgelegde spelregels Dit betreft verrekeningen die voortvloeien uit bindende bepalingen in bijvoorbeeld de financiële verordening of andere vastgestelde beleidskaders. Voor een aantal onderwerpen is expliciet vastgelegd dat resultaten moeten worden verrekend met een bijbehorende reserve. Voorbeelden hiervan zijn: de bijstandsverlening, het grondbedrijf, het onderhoud van vastgoed. Hierdoor worden financiële effecten structureel en consistent verwerkt en blijven de middelen beschikbaar voor de betreffende wettelijke of beleidsmatige taak. IV. Verrekeningen op basis van bestuurlijke afspraken Dit betreft verrekeningen die niet formeel vastgelegd zijn in een verordening of ander beleidskader, maar die worden uitgevoerd omdat daar bestuurlijke besluiten of langdurige werkafspraken aan ten grondslag liggen. Een concreet voorbeeld betreft de taakmutaties uit de decembercirculaire.
Omdat deze vaak laat in het jaar worden bekendgemaakt, kunnen ze niet altijd in hetzelfde jaar worden uitgevoerd. Bestuurlijk is daarom afgesproken dat deze middelen via de Reserve Taakmutaties worden doorgeschoven naar het volgende jaar. Deze praktijk wordt al meerdere jaren consequent toegepast, maar is niet opgenomen in een verordening of andere formele regeling. Naast dit voorbeeld gaat het binnen deze categorie om overige activiteiten waarbij bestuurlijk is besloten om resultaten op een specifiek onderwerp te koppelen aan een bepaalde reserve. Deze afspraken zorgen ervoor dat uitvoeringsmiddelen beschikbaar blijven voor de activiteiten waarvoor ze zijn bedoeld. Stap III: Verplichte verrekeningen op basis van de verordening of andere spelregels De onderstaande tabel toont de cijfermatige uitwerking van de mutaties die in stap III worden verwerkt. III Verplichte mutaties o.b.v.
wet of spelregels (Financiële verordening) Programma Startsaldo A B C 01 - Gemeenteraad 491 V -134 02 - College en Bestuur 847 N -1.575 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 1.473 V 04 - Openbare orde en Veiligheid 2.747 V 05 - Cultuur en Bibliotheek 556 V 06 - Onderwijs 663 N 07 - Werk en Inkomen 2.842 V -4.068 08 - Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid 10.519 V 09 - Buitenruimte 926 V 10 - Sport 549 V 11 - Economie 1.027 V 12 - Mobiliteit 1.066 V 13 - Stadsontwikkeling en Wonen 8.523 V 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening 1.338 V 15 - Financiën 27.379 V 16 - Overzicht Overhead 6.483 V Totaal 64.410 V -4.068 -1.575 -134
D E F 48 -1.237 -162 -185 -1.084 -544 -497 519 -593 97 -9.569 -435 -463 -343 -1.388 -9.569 -497 -5.770
G -
Eindsaldo H stap IV 357 V 2.423 N 1.521 V 2.747 V 680 N 824 N 1.411 N -625 8.810 V 381 V 571 V 434 V 1.163 V 1.481 N 875 V 27.036 V 5.094 V -625 42.171 V
Tabel 6: Verrekeningen op basis van de verordening en spelregels (bedragen x € 1.000). Deze mutaties zijn niet neutraal.
8/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
A. Bijstandsverlening (BUIG) Conform artikel 5:2, lid b, sub 1 van de verordening worden de voor- en nadelen op de BUIG niet verrekend met de programmareserve van programma 7, maar direct met de Algemene reserve. Het resultaat op de BUIG bedraagt in 2025 € 4,068 mln. voordelig en wordt volledig toegevoegd aan de Algemene reserve. B. Verkiezingen De gemeente heeft Rijksmiddelen ontvangen voor de doorontwikkeling van de systemen Kiezers Buiten Nederland en het Kiescollege. Door de extra Tweede Kamerverkiezing was er in 2025 geen gelegenheid om deze doorontwikkeling volgens de planning uit te voeren. Hierdoor is een voordeel van € 1,575 mln. ontstaan. Op grond van artikel 5:2, lid b, sub 2 wordt voorgesteld dit bedrag toe te voegen aan de reserve Verkiezingen, zodat de middelen beschikbaar blijven voor besteding in 2026 en 2027. C. Rekenkamer In artikel 5:2, lid b, sub 3 van de verordening is bepaald dat onderuitputting op het onderzoeksbudget van de Rekenkamer mag worden meegenomen naar het volgende begrotingsjaar, tot maximaal 10% van het jaarbudget. In 2025 bedraagt de onderuitputting € 0,209 mln. Het jaarbudget bedraagt € 1,336 mln., waardoor maximaal € 0,134 mln. mag worden doorgeschoven. Dit bedrag wordt via de Reserve Herfaseringen beschikbaar gehouden voor de Rekenkamer.
Het resterende deel (€ 0,075 mln.) wordt als regulier resultaat beschouwd en verder verwerkt in de volgende stappen van de resultaatbestemming. D. Grondbedrijf Op basis van artikel 5:2 lid b sub 4 van de verordening worden resultaten op grondexploitaties verrekend met de Reserve Grondbedrijf. Het saldo van de Reserve Grondbedrijf bedraagt ultimo 2025 € 38,196 mln. Het resultaat op grondexploitaties is in 2025 € 9,569 mln. voordelig, als gevolg van actualisaties van voorzieningen, (tussentijdse) winstnemingen en projectafsluitingen. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de Reserve Grondbedrijf. Een nadere toelichting is opgenomen in de paragraaf Grondbeleid van de programmarekening. E. Onderhoud sportaccommodaties Resultaten op het onderhoud van sportaccommodaties worden op grond van artikel 5:2 lid b sub 6 verrekend met de Reserve Onderhoud sportaccommodaties. Het resultaat over 2025 bedraagt € 0,497 mln. voordelig en wordt toegevoegd aan deze reserve. F. Onderhoud vastgoed Resultaten op het onderhoud van gemeentelijk vastgoed worden op grond van artikel 5:2 lid b sub 5 verrekend met de Reserve Onderhoud vastgoed. Over alle betrokken programma’s is in 2025 per saldo een voordelig resultaat van € 5,770 mln. gerealiseerd. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de Reserve Onderhoud vastgoed. G.
Verkoopopbrengsten op vastgoed Volgens de richtlijnen voor inbreng, labeling, omlabeling en uitlichting van gemeentelijk vastgoed (2013) artikelen A2.3F en A3 worden resultaten op de verkoop van gemeentelijk vastgoed (winst of verlies) na aftrek van transactiekosten verrekend met de Algemene reserve. In 2025 is geen resultaat behaald op verkopen van vastgoed, waardoor geen verrekening met de Algemene reserve nodig is.
9/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
H. GGD Ambulancezorg Haaglanden Met de inwerkingtreding van de Wet Ambulancevoorzieningen in 2020 is vastgelegd dat baten die worden behaald met ambulancezorg uitsluitend binnen die taak mogen worden ingezet. Dit is in de verordening opgenomen in artikel 5:2, lid b, sub 7. Het resultaat op Ambulancezorg bedraagt in 2025 € 0,625 mln. voordelig en wordt daarom verrekend met de Reserve Regiofunctie Maatschappelijke opvang, Vrouwenopvang en Ambulancezorg. Conclusie stap III Als gevolg van bovengenoemde verrekeningen (A t/m H) bedraagt het nieuwe saldo nu € 42,2 mln. Stap IV: Verrekeningen op basis van bestuurlijke besluiten en afspraken De onderstaande tabel toont de cijfermatige uitwerking van de mutaties die in stap IV worden verwerkt. IV Mutaties o.b.v. bestuurlijke afspraken Programma 01 - Gemeenteraad 02 - College en Bestuur 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 04 - Openbare orde en Veiligheid 05 - Cultuur en Bibliotheek 06 - Onderwijs 07 - Werk en Inkomen 08 - Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid 09 - Buitenruimte 10 - Sport 11 - Economie 12 - Mobiliteit 13 - Stadsontwikkeling en Wonen 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening 15 - Financiën 16 - Overzicht Overhead Totaal
Startsaldo A B C 357 V 2.423 N 1.521 V 2.747 V 680 N 824 N 1.411 N 466 8.810 V -333 381 V 571 V 434 V -621 1.163 V -1.163 1.481 N 875 V -188 27.036 V -4.504 5.094 V 42.171 V -4.559 -621 -1.163
D E F G H I 3.000 -785 3.823 3.438 -2.577 -3.000 -4.000 3.823 -4.000 -2.577 -785 3.438
Eindsaldo J K L M stap V 357 V 577 V 736 V 2.747 V 680 N 2.999 V 945 N -3.438 -7.162 1.315 V 2.196 N 571 V 187 N 0 V -3.200 4.681 N 688 V 3.438 -3.438 19.531 V 1.094 V -3.438 -3.200 -7.162 21.927 V
Tabel 7: Verrekeningen m.b.t. bestuurlijke afspraken (bedragen x € 1.000). Deze mutaties zijn niet neutraal.
A. Taakmutaties gemeentefonds Elke gemeentefondscirculaire vanuit het Rijk bevat taakmutaties: middelen die gemeenten ontvangen voor nieuwe of aanvullende taken. In Den Haag worden deze middelen beschikbaar gesteld aan het beleidsterrein waarop de taakmutatie betrekking heeft. De middelen worden eerst opgenomen in programma 15 (Financiën). In totaal is in 2025 € 4,504 mln. ontvangen via de decembercirculaire. Bij deze resultaatbestemming worden de volgende mutaties verwerkt (zie ook bijlage 2): • Taakmutaties die betrekking hebben op kosten of uitnamen (= verlaging van de Rijksbijdrage, bijvoorbeeld omdat een taak is vervallen) in 2025 worden verrekend tussen programma 15 en de betreffende uitvoeringsprogramma’s. Dit betreft per saldo een uitname van € 0,055 mln. • Taakmutaties die géén betrekking hebben op 2025, worden doorgeschoven naar 2026 via de Reserve Taakmutaties, zodat de middelen in het volgende jaar beschikbaar zijn en de taken alsnog kunnen worden uitgevoerd. Dit betreft in totaal € 4,559 mln. De inhoudelijke verantwoording van deze middelen volgt via de programma’s waarop de betreffende taken betrekking hebben.
10/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
B. Loosduinse Hoofdplein Voor de herinrichting van het Loosduinse Hoofdplein zijn in 2025 aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Door vertraging in de uitvoering is sprake van een onderbesteding van € 0,621 mln. Voorgesteld wordt dit bedrag terug te storten in de Reserve Stedelijke Ontwikkeling en Economie, zodat de werkzaamheden in 2026 kunnen worden afgerond. C. Pilot Kids voor Niks In 2025 is gestart met de pilot Kids voor Niks, waarbij kinderen tot 12 jaar tot en met december 2026 gratis gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer (RIS321306). De pilot is later gestart dan gepland, waardoor een voordeel is ontstaan. Om voldoende middelen beschikbaar te houden voor de voortzetting van deze pilot wordt voorgesteld om van dit voordeel € 1,163 mln. door te schuiven naar 2026 via de Reserve Herfaseringen. D. Pensioenen oud-wethouders In 2024 is besloten dat het beheer van APPA‑pensioenen voor oud‑wethouders per 2028 overgaat naar het ABP. Hiervoor moet € 3,0 mln. worden toegevoegd aan de gemeentelijke voorziening, onder meer vanwege de door het ABP gehanteerde dekkingsgraad. Gezien de relatieve omvang van deze kosten binnen programma 2 wordt voorgesteld deze te dekken uit de algemene dekkingsmiddelen van programma 15. E. Onderwijshuisvesting Voor de aanschaf en verbouwing van onderwijslocaties hebben onderwijsbesturen in 2025 € 3,823 mln. meer gedeclareerd dan begroot.
Dit is toegelicht in de programmarekening bij programma 6 Onderwijs. Het college stelt voor om dit nadeel te dekken uit de bestemmingsreserve Onderwijshuisvesting Exploitatiemiddelen, die bedoeld is om dit type lasten over de jaren te egaliseren. F. Modernisering Bedrijfsvoeringssystemen (MBS) In de Voortgangsrapportage MBS Tertiaal 2 - 2025 (RIS323976) is aangegeven dat aanvullende dekking nodig is voor fase 2 van het project (2027 en verder). Daarom wordt voorgesteld om € 4 mln. van het voordeel binnen programma 16 Overhead toe te voegen aan de bestemmingsreserve Modernisering Bedrijfsvoering Systemen. G. Civieltechnische kunstwerken De Reserve Werk met Werk en Kunstwerken is in 2019 uitgebreid om het vastgestelde Meerjarenprogramma Kunstwerken (MJPK) 2018-2040 (RIS297826) te kunnen uitvoeren. De uitgaven voor kunstwerken kleiner dan € 2,5 mln. fluctueren sterk per jaar. Daarom geldt de afsprak dat: • onderbesteding wordt toegevoegd aan de reserve, en • overbesteding wordt gedekt door een onttrekking. In 2025 is sprake van een onderbesteding van € 2,577 mln. Daarom wordt voorgesteld dit bedrag toe te voegen aan de reserve. H. Zero-emissie zone Door vertraagde vaststelling van landelijke wetgeving (september 2025) konden geplande werkzaamheden – waaronder het vervangen van verkeersborden en het vaststellen van een handhavingsplan – niet meer in 2025 worden uitgevoerd.
Hierdoor is een voordeel van € 0,785 mln. ontstaan. Voorgesteld wordt deze middelen via de Reserve Herfaseringen beschikbaar te stellen in 2026.
11/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
I. t/m K. Aanschaf Pletterijkade 50 De aankoop van het pand aan de Pletterijkade 50 (RIS322247) is conform de verslaggevingsregels verwerkt in het meerjarig investeringsplan (MIP). De dekking vanuit de Reserve Nieuwkomers is echter per abuis ten gunste van de exploitatie begroot. Dit wordt nu gecorrigeerd, door € 3,348 mln. over te hevelen van de Reserve Nieuwkomers naar de Reserve Activafinanciering, van waaruit de jaarlijkse kapitaallasten gedekt worden. Omdat deze reserves aan verschillende programma’s zijn gekoppeld, zijn drie mutaties nodig: • I - Onttrekking aan de Reserve Nieuwkomers: dit leidt tot een voordeel in programma 8. • J - Neutrale verschuiving van programma 8 naar programma 15 om het voordeel correct te alloceren. • K - Verrekening van het voordeel met de Reserve Activafinanciering. Hiermee wordt de verslaggevingsfout technisch gecorrigeerd zonder gevolgen voor het resultaat of de resultaatbestemming. L. Realisatiestimulans woningbouw Per november 2025 is de specifieke uitkering Realisatiestimulans ingesteld. Dit betreft een regeling van het Rijk ter bevordering van het realiseren en versnellen van betaalbare woningbouw. De middelen vanuit het Rijk worden toegekend zodra gestart wordt met de bouw van een woning en zijn bedoeld voor de uitvoering van woningbouw. De gemeente heeft over 2025 aanspraak gemaakt op € 3,2 mln.
Deze middelen moeten in komende jaren besteed worden aan de doelstelling van de regeling zijnde realiseren en versnellen van woningbouw. Hiertoe wordt deze € 3,2 mln. toegevoegd aan de Reserve Stedelijke Ontwikkeling. M. Afrekening opvang Oekraïners 2023 Voor de opvang van Oekraïners ontvangt de gemeente van het Rijk een standaard vergoeding per dag, die in 2023 hoger was dan de door de gemeente gerealiseerde kosten. Eerder is een voorlopig voordeel toegevoegd aan de reserve Nieuwkomers. Bij de afrekening met het Rijk over 2023 is gebleken dat het voordeel hoger is dan het eerder aan de reserve toegevoegde bedrag. In deze mutatie wordt voorgesteld om het restant van het voordeel, een bedrag van € 7,162 mln. ook toe te voegen aan de reserve Nieuwkomers. Aangezien de maximumhoogte van deze reserve wordt overschreden stelt het college tegelijkertijd voor om het maximum te verhogen van € 21 mln. naar € 35 mln. Conclusie stap IV Bovengenoemde mutaties (A t/m M) leiden tot een te verdelen saldo van in totaal € 21,9 mln. Onderdeel 3: Resultaatverdeling en verrekening met de reserves In de onderdelen 1 en 2 zijn diverse mutaties en verrekeningen toegepast. Deze mutaties leiden tot de aangepaste saldi per programma. Na verwerking van deze correcties bedraagt het resterende resultaat € 21,9 mln. voordelig.
In onderdeel 3 wordt dit resultaat – conform artikelen 5:2, 5:6 en 5:7 van de verordening – verdeeld over de veertien programmareserves, de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve, de Algemene reserve en de Reserves Cofinanciering en Raadsinitiatievenfonds.
12/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
De resultaatverdeling vindt conform de verordening plaats in twee stappen: V. Verrekening van programmasaldi met programmareserves en de centrale Bedrijfsvoeringsreserve: Conform de verordening worden de saldi van programma’s 1 t/m 14 verrekend met hun respectievelijke programmareserves en het saldo van programma 16 (Overhead) wordt verrekend met de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve. Een negatief programmasaldo leidt tot een onttrekking aan de betreffende reserve. Bij een positief programmasaldo volgt een toevoeging aan de betreffende reserve. Voor alle programmareserves geldt een maximale hoogte, gebaseerd op de omvang van het programma. In artikel 5:7, lid 2 van de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026 is vastgelegd dat deze maximale hoogten jaarlijks worden vastgesteld in de programmabegroting. Voor deze resultaatbestemming is daarom gebruikgemaakt van de maximale hoogten zoals opgenomen in de Begroting 2025. Indien door toevoegingen de maximale hoogte wordt overschreden, wordt het surplus afgeroomd en toegevoegd aan het saldo dat in stap VI wordt verdeeld. VI. Verdeling van het resterende saldo: Na de verrekeningen in stap V bestaat het resterende saldo uit het resultaat van programma 15 (Financiën), plus de afroming van overschotten op programmareserves en de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve.
De verdeling van dit saldo vindt plaats zoals vastgelegd in de verordening en aanvullende raadsbesluiten. In de afdoening van de motie ‘Versterk het initiatief van de raad’ (RIS320580) is bepaald dat de verdeling als volgt plaatsvindt: 1. Eerst wordt de Algemene reserve aangevuld tot het benodigde niveau van het weerstandsvermogen zoals vastgelegd in de Kadernota Weerstandsvermogen (RIS320223). 2. Vervolgens wordt van het resterende saldo: 25% toegevoegd aan het co‑financieringsfonds en 3% toegevoegd aan het Raadsinitiatievenfonds. 3. Het resterende saldo wordt toegevoegd aan de Algemene reserve. Deze systematiek zorgt voor een robuuste algemene financiële positie, voldoende middelen voor co‑financiering van projecten met externe partners en structurele versterking van het initiërend vermogen van de gemeenteraad. Stap V: Verrekening met de programmareserves en de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve In deze stap worden - conform de bepalingen uit de verordening - de programmaresultaten verrekend met de desbetreffende programmareserve (waarbij de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve in deze stap gelijkgesteld wordt aan een programmareserve).
13/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
De onderstaande tabel toont de cijfermatige uitwerking van de mutaties bij stap V. V Verdeling programmaresultaten Programma 01 - Gemeenteraad 02 - College en Bestuur 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 04 - Openbare orde en Veiligheid 05 - Cultuur en Bibliotheek 06 - Onderwijs 07 - Werk en Inkomen 08 - Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid 09 - Buitenruimte 10 - Sport 11 - Economie 12 - Mobiliteit 13 - Stadsontwikkeling en Wonen 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening 15 - Financiën 16 - Overzicht Overhead Totaal
Stand Max. Te verdelen reserve hoogte saldo 500 V 500 357 V 477 N 500 577 V 2.500 736 V 119 V 2.000 2.747 V 340 N 3.000 680 N 2.218 V 4.000 2.999 V 1.819 V 5.500 945 N 15.000 1.315 V 1.955 N 4.500 2.196 N 1.500 571 V 1.000 187 N 2.500 0 V 5 V 5.000 4.681 N 3.000 688 V 112.449 V onbeperkt 19.531 V 1.850 V 10.000 1.094 V 21.927 V
Verrekening Eindstand met PR Afroming PR 357 500 V 577 100 V 736 736 V 1.881 866 2.000 V -680 1.020 N 1.782 1.217 4.000 V -945 874 V 1.315 1.315 V -2.196 4.151 N 571 571 V -187 187 N 0 0 V -4.681 4.676 N 688 688 V Zie stap VI 1.094 2.944 V -44 2.440
Tabel 8: Verrekeningen met programmareserves en Centrale Bedrijfsvoeringsreserve (bedragen x € 1.000).
Toegepaste spelregels: Voor de verrekeningen in deze stap gelden de volgende spelregels: 1. Voordelige programmaresultaten worden toegevoegd aan de programmareserve. Dit is van toepassing op de programma’s 2, 3, 8, 10, 14 en 16. 2. Nadelige programmaresultaten worden gedekt door een onttrekking uit de programmareserve. Dit is van toepassing op de programma’s 5, 7, 9, 11 en 13. 3. Negatieve programmareserves moeten worden hersteld. De verordening schrijft in artikel 5:7 lid 8 namelijk voor dat als na verrekening van het resultaat blijkt dat het saldo van een programmareserve negatief wordt, het college bij de eerstvolgende begroting met een voorstel komt om deze reserves binnen maximaal twee begrotingsjaren tenminste op nihil te krijgen. Op basis van de huidige resultaatbestemming geldt dit voor programma’s 5, 9, 11 en 13, aangezien de benodigde onttrekking groter is dan het beschikbare saldo van de reserve. 4. Overschrijding van de maximum hoogte van de programmareserve wordt afgeroomd. Artikel 5.7 lid 6 van de verordening schrijft voor dat, wanneer een programmareserve na toevoeging het maximum overschrijdt, het meerdere wordt afgeroomd. In 2025 is dit van toepassing op de reserves van programma 1, 4 en 6. Conclusie stap V In totaal is in deze stap € 7,6 mln. toegevoegd en € 8,7 mln. onttrokken aan de veertien programmareserves en € 1,1 mln.
toegevoegd aan de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve. Per saldo is dit een onttrekking van € 0,044 mln., waardoor het te verdelen saldo met dit bedrag toeneemt. Dit leidt tot een resterend te verdelen saldo van € 22,0 mln. Onderdeel van deze stap is ook dat in totaal € 2,4 mln. wordt afgeroomd vanwege overschrijding van de maximale hoogte van enkele programmareserves. Dit bedrag blijft beschikbaar voor verdeling in stap VI. Stap VI: Verdeling van het saldo In deze laatste stap van de Resultaatbestemming wordt het resterende eindsaldo verdeeld over de Reserve Cofinanciering, de reserve Raadsinitiatievenfonds en de Algemene reserve.
14/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
De onderstaande tabel toont de cijfermatige uitwerking van de mutaties in stap VI. VI Verdeling saldo Programma 15 - Financiën
Stand AR Max. Saldo na stap V hoogte P15 112.449 onbeperkt 19.531 V
Afroming Totaal te (stap V) verdelen A 2.440 V 21.972 -
B C -5.493 -9
Eindstand D AR -16.470 128.919 V
Tabel 9: Resultaatverdeling eindsaldo (bedragen x € 1.000).
In totaal is er een resultaat van € 22,0 mln. te verdelen, dit bestaat uit: • Het saldo op programma 15 is € 19,5 mln. • De afroming op de programmareserves en de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve is € 2,4 mln. (zie stap V) De verdeling wordt uitgevoerd conform de verordening en de daarbij behorende raadsbesluiten. A. Aanvullen van de Algemene reserve Conform de Kadernota Weerstandsvermogen moet de Algemene reserve minimaal 3% bedragen van de gerealiseerde lasten (exclusief toevoegingen aan reserves). • Gerealiseerde lasten 2025 (excl. toevoegingen): € 3,529 miljard • Vereist minimumniveau Algemene reserve (3% van 3,529 miljard): € 105,9 mln. De actuele stand van de Algemene reserve (na onderdelen 1 en 2) bedraagt al € 112,4 mln., waarmee het vereiste minimum wordt overschreden. Een aanvulling is daarom niet nodig. Het resterende te verdelen saldo blijft € 22,0 mln. B. Toevoeging aan het co-financieringsfonds Op basis van artikel 5:2, lid c, sub 6 van de verordening wordt 25% van het resterende saldo toegevoegd aan de reserve Cofinanciering. Voor deze reserve is geen maximale omvang vastgesteld. Daarom wordt € 5,493 mln. (25% van € 22,0 mln.) toegevoegd aan het co-financieringsfonds. C. Toevoeging Raadsinitiatievenfonds Volgens de verordening wordt 3% van het resterende saldo van € 22,0 mln. gereserveerd voor het Raadsinitiatievenfonds.
Voor deze reserve geldt echter een maximale omvang van € 1,0 mln. De stand van deze reserve eind 2025 is € 0,991 mln., zodat € 0,009 mln. kan worden toegevoegd. D. Toevoeging Algemene reserve Na verwerking van A, B en C resteert een te verdelen saldo van € 16,470 mln. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de Algemene reserve, waarmee de Algemene reserve uitkomt op een eindstand van € 128,9 mln. Conclusie stap VI Met bovenstaande verrekeningen is, conform de verordening en andere raadsbesluiten, het volledige saldo van € 22,0 mln. verdeeld en is het saldo teruggebracht tot nul. Conclusie Resultaatbestemming Het in de jaarrekening vastgestelde voordelige resultaat van € 64,4 mln. wordt in onderdeel 1 op programmaniveau gecorrigeerd met enkele neutrale mutaties. Vervolgens wordt het saldo in onderdeel 2 op basis van de verordening en bestuurlijke afspraken in onderdeel 2 aangepast. Dit leidt tot verrekeningen met diverse reserves en resulteert in een te verdelen saldo van € 22,0 mln. voordelig.
15/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
In onderdeel 3 stelt het college voor om dit saldo - conform de verordening en andere afspraken - als volgt te verdelen: a. Programmareserves: per saldo € 1,1 mln. onttrekking (€ 8,7 mln. onttrekking en € 7,6 mln. toevoeging); b. Centrale Bedrijfsvoeringsreserve € 1,1 mln. toevoeging; c. het co-financieringsfonds € 5,5 mln. toevoeging; d. het Raadsinitiatievenfonds € 0,009 mln. toevoeging; e. de Algemene reserve € 16,5 mln. toevoeging. Met deze verwerking zijn alle onderdelen van de resultaatbestemming toegepast en is het totale saldo van de programmarekening 2025 tot nul teruggebracht. In de onderstaande besluitpunten worden alle mutaties en verrekeningen afzonderlijk aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 21 april 2026, gelet op: de artikelen 197, 198, 199 en 200 van de Gemeentewet; de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026; het advies van de rekeningencommissie tot vaststelling van de Programmarekening 2025, besluit vast te stellen: I.
De neutrale technische correcties met betrekking tot: A) Doorbraakplan.
II.
De neutrale mutaties met betrekking tot de gemeentebrede reserves: A) Reserve Internationaal & Werving. B) Reserve Cofinanciering. C) Reserve Grote Projecten. D) Reserve Versterking van dienstverlening voor kwetsbare inwoners. E) Reserve Extra Impuls voor betaalbaar wonen. F) Reserve Verbetering duurzame mobiliteit. G) Reserve Duurzaamheid en energietransitie. H) Reserve Verhogen kwaliteit in gebiedsontwikkelingen en sociale woningbouw.
III. De verrekeningen met reserves op basis van de verordening en spelregels: A) BUIG: toevoeging van € 4,068 mln. aan de Algemene reserve. B) Verkiezingen: toevoeging van € 1,575 aan de Reserve Verkiezingen. C) Rekenkamer: toevoeging van € 0,134 mln. aan de Reserve Herfaseringen. D) Grondbedrijf: toevoeging van € 9,569 mln. aan de Reserve Grondbedrijf.
16/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
E) F) G) H)
Onderhoud sportaccommodaties: toevoeging van € 0,497 mln. aan de Centrale Reserve Onderhoud sportaccommodaties. Onderhoud vastgoed: toevoeging van € 5,770 mln. aan de Centrale Reserve Onderhoud vastgoed. Verkoop Vastgoed: geen verrekening met de Algemene reserve. Regionale Ambulance Voorziening: toevoeging van € 0,625 mln. aan de Reserve Regiofunctie MO & vrouwenopvang en Ambulancezorg.
IV. De verrekeningen met reserves op basis van bestuurlijke afspraken: A) Taakmutaties: toevoeging van € 4,559 mln. aan de Reserve Taakmutaties Gemeentefonds. B) Loosduinse Hoofdplein: toevoeging van € 0,621 mln. aan de Reserve Stedelijke ontwikkeling economie. C) Pilot Kids voor Niks: toevoeging van € 1,163 mln. aan de Reserve Herfaseringen. D) Pensioenen oud-wethouders: neutrale mutatie van 3,0 mln. tussen programma 2 en programma 15. E) Onderwijshuisvesting: onttrekking van € 3,823 mln. aan de Reserve Onderwijshuisvesting exploitatiemiddelen. F) MBS: toevoeging van € 4,0 mln. aan de Reserve Modernisering Bedrijfsvoering Systemen G) Civieltechnische kunstwerken: toevoeging van € 2,557 mln. aan de Reserve Werk met werk en Kunstwerken. H) Zero-emissiezone: toevoeging van € 0,785 mln. aan de Reserve Herfaseringen. I) Pletterijkade 50: onttrekking van € 3,438 mln. aan de Reserve Opgave Nieuwkomers J) Pletterijkade 50: neutrale mutatie van € 3,438 tussen programma 8 en programma 15. K) Pletterijkade 50: toevoeging van € 3,438 mln. aan de Reserve Activafinanciering. L) Realisatiestimulans woningbouw: toevoeging van € 3,2 mln. aan de Reserve Stedelijke Ontwikkeling stadsontwikkeling. M) Afrekening opvang Oekraïners: toevoeging van € 7,162 aan de Reserve Opgave Nieuwkomers en verhoging van de maximum hoogte van de Reserve Opgave Nieuwkomers naar € 35 mln. V.
De verrekeningen van de programmaresultaten met de desbetreffende programmareserves en van de resultaten van het overzicht overhead met de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve: A) 01 - Gemeenteraad: afroming van € 0,357 mln., aangezien het saldo vóór resultaatbestemming gelijk was aan het maximum van deze reserve. B) 02 - College en Bestuur: toevoeging van € 0,577 mln. aan de programmareserve. De stand van de programmareserve was vóór resultaatbestemming € 0,477 mln. negatief en wordt hiermee € 0,100 mln. positief. C) 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie: toevoeging van € 0,736 mln. aan de programmareserve. De stand van deze reserve was vóór resultaatbestemming nihil en wordt hiermee € 0,736 mln. positief. D) 04 - Openbare orde en Veiligheid: toevoeging van € 1,881 mln. aan de programmareserve en afroming van € 0,866 mln. E) 05 - Cultuur en Bibliotheek: onttrekking van € 0,680 mln. aan de programmareserve. De stand van deze reserve was vóór resultaatbestemming € 0,340 mln. negatief en wordt hiermee € 1,020 mln. negatief. F) 06 - Onderwijs: toevoeging van € 1,782 mln. aan de programmareserve en afroming van € 1,217 mln.
17/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
G)
07 - Werk en Inkomen: onttrekking van € 0,945 mln. aan de programmareserve. De stand van deze reserve was vóór resultaatbestemming € 1,819 mln. positief en wordt hiermee € 0,874 mln. positief. H) 08 - Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid: toevoeging van € 1,315 mln. aan de programmareserve. De stand van deze reserve was vóór resultaatbestemming nihil en wordt hiermee € 1,315 mln. positief. I) 09 - Buitenruimte: onttrekking van € 2,196 mln. aan de programmareserve. De stand van deze reserve was vóór resultaatbestemming € 1,955 mln. negatief en wordt hiermee € 4,151 mln. negatief. J) 10 - Sport: toevoeging van € 0,571 mln. aan de programmareserve. De stand van deze reserve was vóór resultaatbestemming nihil en wordt hiermee € 0,571 mln. positief. K) 11 - Economie: onttrekking van € 0,187 mln. aan de programmareserve. Deze reserve was vóór resultaatbestemming nihil en wordt hiermee € 0,187 mln. negatief. L) 12 - Mobiliteit: geen mutatie. M) 13 - Stadsontwikkeling en Wonen: onttrekking van € 4,681 mln. aan de programmareserve. De stand van deze reserve was vóór resultaatbestemming € 0,005 mln. positief en wordt hiermee € 4,676 mln. negatief. N) 14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening: toevoeging van € 0,688 mln. aan de programmareserve. O) 16 - Overzicht Overhead: toevoeging van € 1,094 mln. aan de Centrale Bedrijfsvoeringsreserve. VI.
Verrekeningen van het eindsaldo van de resultaten op programma 15 Financiën en alle overige mutaties, waaronder de afroming van de programmareserves, met het Raadsinitiatievenfonds, het co-financieringsfonds en de Algemene reserve: A) Geen toevoeging aan de Algemene reserve vanwege het aanvullen tot de vereiste hoogte. B) Toevoeging van € 5,493 mln. aan het co-financieringsfonds. C) Toevoeging van € 0,009 mln. aan het Raadsinitiatievenfonds. D) Toevoeging van het resterende saldo van € 16,470 mln. aan de Algemene reserve. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van … De griffier,
De voorzitter,
18/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
Bijlage 1: Nadere toelichting van de mutaties op de Algemene reserve Onderstaande tabel toont de cijfermatige uitwerking van alle verrekeningen met de Algemene reserve.
Verrekeningen met de Algemene reserve Stand Algemene reserve 31-12-24 vóór resultaatbestemming
108.380
Verrekeningen resultaat BUIG (III A)
4.068
Resultaat verkoop vastgoed (III G)
-
Aanvulling Algemene reserve tot minimale hoogte (VI A)
-
Eindsaldo resultaat naar Algemene Reserve (VI D)
16.470
Eindstand Algemene reserve na resultaatbestemming
128.919
Minimale hoogte Algemene reserve
-105.880
Beschikbaar voor begrotingsvoorbereiding
23.039
Tabel 10: Overzicht verrekeningen met de Algemene reserve (bedragen x € 1.000).
De Algemene reserve bedroeg ultimo 2025 € 108,4 mln. De volgende verrekeningen met de Algemene reserve vinden plaats: Door de verrekening met betrekking tot het resultaat van de BUIG wordt € 4,1 mln. toegevoegd (zie onderdeel 2, stap III A). Door de verrekening met betrekking tot het resultaat op verkoop van vastgoed vinden geen mutaties plaats (zie onderdeel 2, stap III G). Voor de aanvulling van de Algemene reserve tot de minimale hoogte vinden geen mutaties plaats (zie onderdeel 3, stap VI A). Het resterende saldo na verrekening met de programmareserves en de centrale Bedrijfsvoeringsreserve, de afroming van de programmaresultaten en de voeding van het cofinancieringsfonds en het Raadsinitiatievenfonds bedraagt € 16,4 mln. en wordt toegevoegd (zie onderdeel 3, stap VI D). In totaal wordt als gevolg van de bovenstaande mutaties € 20,5 mln. toegevoegd aan de Algemene reserve, zodat deze nu € 128,9 mln. bedraagt. Aangezien de Algemene reserve met deze resultaatbestemming hoger uitkomt dan de minimale hoogte van 105,9 mln., is het verschil van € 23,0 mln. beschikbaar als onderdeel van het budgettair kader voor de komende begrotingsvoorbereiding. Afwegingen over de inzet van deze ruimte maken onderdeel uit van de begrotingsvoorbereiding.
19/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11042998
Bijlage 2: Taakmutaties gemeentefonds Circulaire
Paragraaf Onderwerp
Dienst Prog. Taakmutatie ingezet 2025 in te zetten 2026
December
2.2.1
Wet Versterking regie volkshuisvesting
DSO
13
1.662
0
1.662
December
2.2.2
kinderopvang pleegouders
OCW
8
347
0
347
December
2.2.3
Hervormingsagenda Jeugd
OCW
8
61
0
61
December
2.2.4
Weeffout' Jeugdzorg
OCW
8
-333
-333
0
December
2.2.5a
BRP Logisch ontwerp
DPZ
14
42
42
0
December
2.2.5b
BRP experiment
DPZ
14
2
2
0
December
2.2.5c
Bijdrage gebruik BRP 2025
DPZ
14
-161
-161
0
December
2.2.6
Handelsregister KvK
DPZ
14
-72
-72
0
December
2.2.7
landelijk Vreemdelingen Voorziening (overheveling naar decentralisatie-uitkering)
CTR
15
-405
-405
0
December
3.2.1
Compensatie medewerkers sociaal onwikkelbedrijven
SZW
7
932
466
466
December
3.2.2
Meerkosten oekraïne sociaal domein
OCW
8
1.240
0
1.240
December
3.2.6
Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp
SZW
7
446
0
446
December
3.2.8
Impulsbudget arbeidsmarktregio's
SZW
7
157
0
157
December
3.2.10
Implementatie Plateau 2
SZW
7
13
0
13
December
3.2.15
Veilig vergaderen
BSD
1
66
0
66
December
3.2.19
Wet betaalbare huur
DSO
13
59
0
59
December
3.2.20
Veerkracht en weerbaarheid
BSD
4
41
0
41
December
3.2.36
Evacués
OCW
8
1
0
1
4.099
-460
4.559
Totaal Taakmutaties Gemeente Den Haag 2024
Tabel 11: Taakmutaties (bedragen x € 1.000).
20/20