CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325176 Programmarekening 2025

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake programmarekening 2025 (RIS325176)2.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Ons Kenmerk

24 april 2026

BSD/11042606 RIS325176

Voorstel van het college inzake Programmarekening 2025 Voor u ligt de programmarekening 2025. Met de programmarekening legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid en de bestede middelen. Dit gebeurt door in hoofdstuk 2 van de programmarekening per begrotingsactiviteit drie W-vragen te beantwoorden: Wat hebben we bereikt? Wat hebben we daarvoor gedaan? Wat heeft dit gekost? Onderdeel van de beantwoording van deze laatste vraag is een verschillenverklaring, waarin zowel de inkomsten als de uitgaven worden toegelicht en de afwijkingen ten opzichte van de begroting inzichtelijk worden gemaakt. Hoofdstuk 3 van de programmarekening bevat een aantal paragrafen waarin wordt ingegaan op overkoepelende of specifieke onderwerpen, zoals bedrijfsvoering, vastgoed en participatie. Het 4 e hoofdstuk is de jaarrekening, dit is financieel-technisch van aard en hierover geeft de gemeentelijke accountantsorganisatie (GAD) haar controleverklaring af. Met voorliggend raadsvoorstel stelt uw raad de programmarekening, inclusief het resultaat, vast. Gelijktijdig hieraan ligt ook het raadsvoorstel resultaatbestemming 2025 voor, waarin dit resultaat – op basis van bestuurlijke afspraken en spelregels zoals vastgelegd in de financiële verordening – wordt bestemd. Tot slot wordt met dit raadsvoorstel decharge verleend aan het college voor het gevoerde financieel beheer over 2025.

Daarmee vormt de programmarekening ook de formele afsluiting van de planning- en control cyclus van het jaar 2025. Opzet raadsvoorstel Dit raadsvoorstel bevat vier onderdelen: 1. 2. 3. 4.

Het financieel resultaat: in dit onderdeel wordt ingegaan op het resultaat over 2025. Afwijkingen op het meerjarig investeringsplan: in dit onderdeel wordt kort stilgestaan bij de begrote en gerealiseerde investeringsuitgaven. De rechtmatigheidsverantwoording: dit onderdeel bevat de uitkomst van de rechtmatigheidsverantwoording over 2025. Overige onderwerpen: hieronder vallen onder andere de opvolging van rekenkameronderzoeken en de dechargeverlening.

1. Het financieel resultaat Het financieel resultaat over het jaar 2025 is € 64,4 mln. positief. In totaal heeft de gemeente bijna € 3,9 mld. uitgegeven. Daarmee is het resultaat ongeveer 1,7% van de totale uitgaven. Dit is iets hoger dan het financieel resultaat over 2024, dat € 49,9 mln. positief bedroeg; gelijk aan 1,4% van de totale uitgaven. Het resultaat van € 64,4 mln. is het resultaat vóór resultaatbestemming. In de resultaatbestemming wordt een deel van dit resultaat verrekend met de daarvoor bestemde reserves. Zo wordt het resultaat op het onderhoud van vastgoed toegevoegd aan de reserve onderhoud vastgoed en het resultaat op nieuwkomers aan de reserve nieuwkomers. Het resultaat na deze verrekeningen is € 21,9 mln. positief.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/11042606

In de najaarsnota 2025 (RIS323974) is een resultaat van € 33,3 mln. geprognosticeerd. Het daadwerkelijk resultaat is € 31,1 mln. hoger. De twee belangrijkste oorzaken voor dit verschil zijn: 1.

2.

In de najaarsnota is alleen een prognose opgenomen wanneer op programmaniveau een resultaat van meer dan € 2,5 mln. verwacht werd. Op basis daarvan is voor 9 programma’s geen prognose opgenomen. Het resultaat in de programmarekening op deze programma’s is € 12,7 mln. positief. Het resultaat op stadsvernieuwing is € 13,2 mln. positief. In de najaarsnota was hiervoor een prognose van € 6 mln. positief opgenomen. Dit verschil komt onder andere door de ontvangen rijksbijdrage in het kader van de realisatiestimulans. Deze rijksregeling, voor het realiseren en versnellen van betaalbare woningbouw, is pas in november ingesteld en daardoor was hier in de najaarsnota nog geen rekening mee gehouden.

Het financieel resultaat van € 64,4 mln. is het totaal van de resultaten op de verschillende programma’s. Dit resultaat wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door voordelen op het gemeentefonds en op stadsvernieuwing. Deze onderwerpen worden hieronder nader toegelicht. Aansluitend wordt ingegaan op enkele andere beleidsterreinen die bijdragen aan het resultaat. Het gemeentefonds De inkomsten uit het gemeentefonds waren in 2025 ongeveer € 16 mln. hoger dan begroot. Dit voordeel is veroorzaakt door mutaties uit de september- en decembercirculaire, die door het moment van publiceren niet meer in de begroting konden worden verwerkt. In de najaarsnota zijn namelijk alleen neutrale mutaties meegenomen. De grootste mutatie betreft de vrijval van het btwcompensatiefonds uit de septembercirculaire. Het overige deel betreft een aantal kleine taakmutaties uit de decembercirculaire. Stadsvernieuwing Op stadsvernieuwing is een voordeel van ruim € 13 mln. ontstaan. Dit komt doordat de ontwikkelingscombinatie Wateringseveld is opgeheven (RIS322442), met een voordelig resultaat tot gevolg, en doordat het resultaat van de wijkontwikkelmaatschappij Zuidwest verbeterd is, waardoor een deel van de voorziening die hiervoor gevormd is vrij kon vallen. Daarnaast zijn er hogere inkomsten, doordat de realisatiestimulans vanuit het Rijk ontvangen.

Dit is een specifieke uitkering voor het realiseren en versnellen van betaalbare woningbouw. Van deze voordelen wordt bij de resultaatbestemming voorgesteld ze toe te voegen aan de reserve grondbedrijf en de reserve stedelijke ontwikkeling. Voor- en nadelen op overige beleidsterreinen Naast de twee hiervoor genoemde onderwerpen worden hieronder nog een aantal andere financiële afwijkingen benoemd. Deze afwijkingen tellen op tot een voordeel van bijna € 25 mln.: •

•

•

Een voordeel van € 7,2 mln. op de opgave nieuwkomers, omdat de rijksbijdrage over 2023 definitief is vastgesteld. Deze rijksbijdrage is gebaseerd op een standaard vergoeding per dag. In 2023 was deze vergoeding hoger dan de daadwerkelijke kosten en daarom heeft deze vaststelling tot een voordeel geleid. Een voordeel van € 6,7 mln. op de overheadkosten van de gemeentelijke organisatie, onder andere doordat de aanbestedingen voor onderhouds- en facilitaire projecten meer tijd kostten dan verwacht en deze projecten daarom pas later van start konden gaan, door het terugdringen van externe inhuur en doordat vacatures pas later of slechts gedeeltelijk zijn ingevuld. Een voordeel van € 6,2 mln. op erfpacht, door lagere taxatiekosten en door de afkoop van een aantal erfpachtovereenkomsten.

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/11042606

• • •

Een nadeel van € 5,3 mln. op maatschappelijke opvang, door hogere kosten voor de opvang van dak- en thuislozen. Een voordeel van € 5 mln. op belastingen, met name door hogere inkomsten uit de onroerendzaakbelasting die is opgelegd voor niet-woningen. Een voordeel van € 4,9 mln. op jeugd. Bij de actualisatie van de begroting is € 24 mln. extra voor jeugd beschikbaar gesteld. Deze extra middelen bleken niet volledig nodig, waardoor nu een voordeel is ontstaan. Zonder deze extra middelen zou er sprake zijn geweest van een tekort op de jeugdhulp.

Alle overige voor- en nadelen in de programmarekening tellen op tot een voordeel van ruim € 10 mln. en zijn omwille hun financiële omvang en de diversiteit aan onderwerpen niet opgenomen in dit raadsvoorstel. In hoofdstuk 1 van de programmarekening is per programma een korte toelichting op het resultaat opgenomen. Hoofdstuk 2 bevat de uitgebreide financiële verschillenverklaring per hoofdactiviteit. 2. Afwijkingen op het meerjarig investeringsplan Investeringen van de gemeente worden begroot in het meerjarig investeringsplan (MIP). Het gaat hierbij onder andere om investeringen in de openbare ruimte, infrastructuur, onderwijshuisvesting en sportvoorzieningen, maar ook om investeringen in gemeentelijk vastgoed en ICT-middelen. In 2025 was € 317 mln. aan investeringen begroot. De uiteindelijke realisatie bedraagt € 238 mln. Daarmee is circa € 79 mln. minder gerealiseerd dan begroot. Deze afwijking is met name het gevolg van vertraging binnen projecten. Deze vertraging doet zich vooral voor in de voorbereidingsfase van een project, bijvoorbeeld tijdens het ontwerpproces, bij de aanvraag van een vergunning, of bij het doorlopen van een aanbesteding. Als een financiële afwijking ontstaat door vertraging, schuiven de kosten in principe door naar een volgend jaar en is er geen sprake van een financieel voordeel.

In hoofdstuk 1 van de programmarekening zijn de grootste afwijkingen op het MIP toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt bij elk programma de afwijking op het MIP toegelicht. 3. De rechtmatigheidsverantwoording Met de rechtmatigheidsverantwoording wordt een oordeel gegeven over de vraag of de lasten in de programmarekening rechtmatig tot stand zijn gekomen. Hiervoor geldt een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief reservemutaties. Dit is gelijk aan € 70,6 mln. Bij de controle van de rechtmatigheid is voor € 38,1 mln. aan bevindingen geconstateerd. Dit valt binnen de geldende tolerantie van 2% en daarmee is de conclusie dat de lasten waarover in deze programmarekening verantwoording wordt afgelegd rechtmatig tot stand zijn gekomen. Van deze € 38,1 mln. heeft € 13,5 mln. betrekking op het begrotingscriterium; dit zijn overschrijdingen van de lasten die niet door de raad geautoriseerd zijn. Voor deze onrechtmatigheden geldt wel dat ze acceptabel zijn, op grond van de criteria die hierover zijn opgenomen in de financiële verordening. De resterende € 24,6 mln. betreft onrechtmatigheden binnen het voorwaardencriterium. Hierbij gaat het vooral om de naleving van de wet- en regelgeving rondom aanbestedingen. De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in hoofdstuk 4.6 van de programmarekening.

Een toelichting op de bevindingen, inclusief verbetermaatregelen die erop gericht zijn onrechtmatigheden zoveel mogelijk te beperken, is opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagraaf.

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/11042606

4. Overige onderwerpen Tot slot zijn er aantal overige onderwerpen die een relatie hebben met de programmarekening. Het gaat hierbij om de dechargeverklaring, de procesbeschrijvingen van de financiële administratie, de opvolging van rekenkameronderzoeken en de informatievoorziening rondom indicatoren. 4.1 Dechargeverklaring Jaarlijks wordt bij het vaststellen van de programmarekening ook decharge verleend aan het college voor het gevoerde financieel beheer. Hiermee wordt het college ontheven van haar bestuurstaak over 2025 en gevrijwaard van de aansprakelijkheid voor hetgeen in de programmarekening staat. Dit is een formele stap die onderdeel uitmaakt van de financiële afsluiting van het jaar 2025. Het voorstel om decharge te verlenen aan het college is het derde beslispunt van dit raadsvoorstel. 4.2 Opvolging toezegging aan rekeningcommissie: procesbeschrijvingen financiële administratie In het rapport dat door de rekeningcommissie is opgesteld over de programmarekening 2024 (RIS322684) is aandacht gevraagd voor het beschrijven van de processen binnen de financiële administratie. Op dat moment waren nog niet al deze processen beschreven en het college heeft in haar reactie op dit rekeningcommissierapport toegezegd de procesbeschrijvingen voor de financiële administratie eind 2025 compleet te hebben. Inmiddels zijn alle processen van de financiële administratie beschreven.

Bij de interim-controle voor de jaarrekeningcontrole 2026 zullen deze procesbeschrijvingen door de gemeentelijke accountantsorganisatie worden beoordeeld op basis van hun risicoanalyse; de uitkomsten van deze beoordeling worden opgenomen in de Boardletter 2026 van de GAD die in het laatste kwartaal van dit jaar aan uw raad wordt aangeboden. 4.3 Opvolging van rekenkameronderzoeken Bij de bespreking van de programmarekening 2024 heeft de raad ingestemd met het amendement “voer aanbevelingen Rekenkamer niet ongemerkt af” (RIS322820). Doel van het amendement was ervoor te zorgen dat de raad met instemming met de Programmarekening niet automatisch ook instemt met de waardering van het college van de status van aanbevelingen van de Rekenkamer, noch met het niet meer terugzien van de aanbevelingen in een volgend overzicht. Er zou in het vervolg gericht debat plaats moeten vinden in vakcommissies om te beoordelen of aanbevelingen uit rekenkameronderzoek afdoende zijn uitgevoerd. In afstemming met de Rekenkamer heeft het college geconcludeerd voortaan per rekenkameronderzoek met een apart raadsvoorstel de raad in de gelegenheid te willen stellen de opvolging van de aanbevelingen als afgedaan te beschouwen. Dit kan in een apart raadsvoorstel, maar kan ook onderdeel zijn van een raadsvoorstel over het onderwerp van het betreffende rekenkameronderzoek.

4.4 Opvolging aanbeveling GAD: werkwijze begroten en verantwoorden indicatoren In haar onderzoeksrapport naar de indicatoren heeft de GAD in 2023 de aanbeveling gedaan om in een bijlage bij de programmarekening per soort indicator aan te geven wanneer deze wel of niet begroot moet worden en of hierbij een vergelijk met het voorgaande jaar wordt opgenomen. Aan deze aanbeveling was nog geen opvolging gegeven; dat is nu gedaan door bijlage 2 toe te voegen aan de stukken, waarin een overzicht is opgenomen met de gevraagde informatie. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 21 april 2026,

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/11042606

besluit: I.

vast te stellen de Programmarekening 2025 (bijlage 1a en 1b);

II.

vast te stellen het resultaat van € 64,4 mln. voordelig;

III. tot het verlenen van decharge aan het college voor het gevoerde financieel beheer. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van …. De griffier,

De voorzitter,

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16868341/1