CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325166 Accountantsverslag 2025

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Accountantsverslag 2025 (RIS325166)12.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2025

GAD/2026.54 RIS325166 13 mei 2026 Spui 70, 2511 BT Den Haag secretariaatgad@denhaag.nl www.denhaag.nl

1/37

Inhoudsopgave Voorwoord Ons oordeel Onze kernboodschappen Fysiek domein Sociaal domein Publiek domein Bedrijfsvoering Rechtmatigheidsverantwoording IT en cybersecurity Programma MBS SiSa WNT, Jaarverslag en paragrafen Fraude Financiële positie Ontwikkelingen: Verantwoording en controle

3 4 5 8 10 11 12 13 16 17 18 19 20 21 23

Bijlage 1: Gecorrigeerde controleverschillen Bijlage 2: Ongecorrigeerde controleverschillen Bijlage 3: Fouten en onzekerheden SiSa-tabel Bijlage 4: BBV-kengetallen Bijlage 5: Onafhankelijkheid

25 26 27 36 37

2/37

Voorwoord Geachte leden van de raad, geacht college, De start van een nieuwe raadsperiode van vier jaar is een voor de hand liggend moment om de horloges gelijk te zetten. Waar staan wij? Wat hebben de afgelopen vier jaren ons gebracht, en wat behoeft de komende beleidsperiode aandacht? Juist nu is het goed om kort stil te staan bij de specifieke rol van de gemeentelijke accountant. De gemeenteraad ontvangt informatie over de gemeentefinanciën van het college van burgemeester en wethouders. De GAD controleert in opdracht van de gemeenteraad of deze informatie volledig en juist is, legt de vinger op mogelijke financiële risico’s en onzekerheden en kijkt kritisch naar het financieel beheer van de gemeente. Tweemaal per jaar rapporteren wij daarover aan de raad: in het voorjaar bij de controle van de jaarrekening in ons accountantsverslag, in het najaar in onze Board Letter. De accountant is waar nodig kritisch, maar altijd opbouwend in gesprek met de organisatie en het bestuur. Alles overziend, is het algemene beeld van de gemeentelijke financiën en het financieel beheer op dit moment positief. De jaarrekening 2025 laat een positief resultaat zien en de gemeente heeft voldoende reserves om financiële tegenvallers op te vangen. Bovendien is de afgelopen jaren een gestage positieve ontwikkeling te zien geweest in het financieel beheer van de gemeentelijke organisatie.

Wij geven dan ook met overtuiging een goedkeurende verklaring af bij de jaarrekening 2025. Tegelijk laat deze jaarrekeningcontrole zien dat er nog werk aan de winkel is. In het bijzonder wil ik hier de aandacht vestigen op de rechtmatigheidsverantwoording. Sinds 2023 is het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor de rapportage over de rechtmatigheid van de gemeentelijke uitgaven. Het gaat dan bijvoorbeeld om overschrijdingen van lasten op programmaniveau en het naleven van

de spelregels voor Europese aanbestedingen. De verantwoordingsplicht heeft het financieel bewustzijn binnen de organisatie versterkt. Het totaal aan onrechtmatige uitgaven was in 2025 lager dan de toegestane tolerantie. Echter: het inzicht in de rechtmatigheid van de uitgaven is pas vlak voor de definitieve programmarekening bekend. Dat is ons inziens te laat. Als de organisatie al gedurende het lopende begrotingsjaar inzicht heeft in de rechtmatigheid van de eigen uitgaven, voorkomt dat onwelkome verrassingen achteraf. Ook op het gebied van het financieel beheer kan de organisatie nog stappen zetten. De algemene ontwikkeling is positief, maar het beeld binnen de gemeentelijke organisatie verschilt. Het financieel beheer binnen het fysiek domein behoeft aandacht, mede als gevolg van personeelsverloop. En in sectoren waar de vraag stijgt en tegelijk onzekerheid bestaat over de financiering door het Rijk, zoals bij de jeugdzorg en de Wmo, is het zaak om voortdurend alert te blijven op mogelijke risico’s. Als accountant blijven wij hierin meekijken: onafhankelijk, objectief en deskundig, als kritische partner van de gemeente. Met vriendelijke groet, ondertekend door Carla Slotema Digitaal Carla Slotema (A) Datum: 2026.05.13 15:20:41 (A) +02'00'

Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag Den Haag, 13 mei 2026 drs. C.G.A. Slotema RA MPC CPC Gemeente accountant / directeur GAD

3/37

Ons oordeel Goedkeurende controleverklaring Wij hebben de jaarrekening 2025 van de gemeente Den Haag gecontroleerd en concluderen dat deze klopt en voldoet aan de wettelijke eisen. Dit betekent dat de baten en lasten van de gemeente op de juiste manier zijn vastgelegd en verantwoord. De jaarrekening 2025 van de gemeente Den Haag is voorzien van een goedkeurende controleverklaring. Dit betekent dat de GAD de cijfers en de rechtmatigheidsverantwoording als betrouwbaar beoordeelt en dat deze voldoen aan de wettelijke eisen. Ook voor de specifieke uitkeringen (SiSa) van het Rijk is een goedkeurend oordeel afgegeven. Grondslagen De GAD heeft haar controle uitgevoerd op basis van de Nederlandse controlestandaarden en relevante wet- en regelgeving, waaronder de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Materialiteit Bij de controle is rekening gehouden met de door de gemeente vastgestelde tolerantiegrenzen (materialiteit). Vanaf het verslagjaar 2025 geldt één uniforme goedkeuringstolerantie van 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan reserves voor zowel fouten als onzekerheden. In voorgaand jaar gold nog een onderscheid van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden (zie ook Wijzigingen BBV en BADO Commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording).

Voor 2025 bedraagt deze goedkeuringstolerantie voor fouten en onzekerheden gezamenlijk € 70,6 miljoen (ter vergelijking, in 2024 was dit € 36,1 miljoen voor fouten en € 108,3 miljoen voor onzekerheden). Zolang de som van fouten en onzekerheden in de jaarrekening beneden dit bedrag blijft, heeft dit geen invloed op ons oordeel.

Kernpunten uit de controle • Fouten: € 36,0 miljoen geconstateerd, waarvan € 27,7 miljoen gecorrigeerd (2024: respectievelijk € 45,6 miljoen en € 37,4 miljoen). De niet gecorrigeerde fouten (€ 8,3 miljoen) betreffen vooral de kosten inkoop jeugdzorg en inkoop gerelateerde bevindingen (zoals tarieven en BTW). • Onzekerheden: € 12,0 miljoen, onder andere jeugdzorg/Wmo, tijdigheid subsidievaststellingen en waardering grondexploitaties (2024: € 31,2 miljoen). • Reclassificaties: € 41,8 miljoen, waarvan € 40,9 miljoen gecorrigeerd (2024: € 29,0 miljoen respectievelijk € 20,9 miljoen). • Rechtmatigheid: € 38,1 miljoen aan onrechtmatigheden (2024: € 56,9 miljoen), onderscheiden in begrotingsoverschrijdingen (€ 13,5 miljoen), onrechtmatige aanbestedingen (€ 24,6 miljoen) en onrechtmatige subsidies (€ 0,1 miljoen). Deze fouten heeft het college opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De omvang van de geconstateerde fouten en onzekerheden ligt beneden de goedkeuringsgrens van 2%. Ze vormen dus geen belemmering voor onze goedkeurende verklaring over de getrouwheid van de jaarrekening. Specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage) en WNT De SiSa-bijlage is gecontroleerd volgens de landelijke normen. Hieruit bleek een fout van € 0,2 miljoen en een onzekerheid van € 0,8 miljoen.

De naleving van de Wet normering topinkomens (WNT), die de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke sector reguleert, is correct verwerkt. Continuïteit Er zijn geen materiële onzekerheden vastgesteld die de continuïteit van de gemeente in gevaar brengen.

4/37

Onze kernboodschappen Financiële positie gemeente In het algemeen laat de jaarrekening 2025 van de gemeente Den Haag een positief beeld zien. De gemeente rapporteerde een positief resultaat van € 64 miljoen, deels als gevolg van vertragingen in de uitvoering van gemeentelijke programma’s. Op overkoepelend niveau viel op dat het resultaat in de jaarrekening 2025 € 31 miljoen hoger uitviel dan voorzien in de Najaarsnota. Dit onvoorziene verschil komt onder meer door hogere programmaresultaten bij Stadsontwikkeling en Wonen alsmede Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid. Vrijwel alle programma’s laten overigens positieve resultaten zien. Het actuele weerstandsvermogen laat bovendien zien dat de gemeente op dit moment goed in staat is om eventuele financiële tegenvallers op te vangen. De omvang van de benodigde buffer is vastgesteld op 3% van de totale gerealiseerde lasten van de gemeente, ofwel een weerstandsratio van 1,0. In 2025 was de weerstandsratio van de gemeente, net als in 2024, vrijwel gelijk aan 1. De afgelopen jaren laat het financieel beheer van de gemeente een positieve ontwikkeling zien. Het aantal correcties dat nodig is voor een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening daalt.

Wij stellen ook vast dat de beheersing van de bedrijfsvoeringsprocessen binnen de gemeente de afgelopen jaren is verbeterd; meer specifiek geldt dat voor de processen rond subsidies en inkoop, samen goed voor circa € 1,5 miljard. Een transparanter begrotings- en verantwoordingsproces maakt het voor het college mogelijk om beter te sturen.

2026-2029 laat zien dat de stand van de opgetelde reserves daalt van € 1,3 miljard in begin 2025 tot € 0,8 miljard eind 2029. Daarmee dalen de vrij besteedbare reserves van de gemeente snel en nemen de financiële mogelijkheden om grote opgaven zoals woningbouw en energietransitie op te pakken af. Een andere belangrijke factor die de komende jaren van invloed kan zijn op de gemeentefinanciën is de financiering van de jeugdzorg en Wmo. De zorgvraag groeit en daarmee de kosten, maar de onzekerheid over de structurele financiering van het Rijk blijft intussen bestaan. Financieel beheer binnen het fysiek domein Uit onze jaarrekeningcontrole kwam een groot aantal bevindingen en correcties voort in het fysieke domein. Binnen dit domein moesten wij extra onderzoek doen naar de aangeleverde cijfers. Opvallende dossiers hierbij zijn de grondexploitaties, kortweg grexen genoemd, en de bouwleges. Bij de grexen maakt de gemeente per project een inschatting van de financiële risico’s, maar gebruikt daarvoor geen eenduidige systematiek. Ook de begrote plankosten per project lopen sterk uiteen, mede als gevolg van het ontbreken van een eenduidige systematiek. Uniformering is hier wenselijk.

De gemeente kon in 2025 voor een bedrag van € 9,9 miljoen aan bouwleges niet tijdig factureren als gevolg van een niet werkende interne koppeling tussen de applicatie voor de aanvragen en de applicatie voor het factureren. Boekhoudkundig is dit door de gemeente verwerkt en werken ze aan een structurele oplossing.

In de nabije toekomst vragen verschillende financiële ontwikkelingen om aandacht. Eén daarvan is de stand van de gemeentelijke reserves. De gemeente blijft de komende jaren de Enecoreserves en verschillende bestemmingsreserves inzetten voor extra investeringen in duurzaamheid en de energietransitie. De programmabegroting

5/37

Onze kernboodschappen IT: gemengd beeld Onze werkzaamheden voor de jaarrekeningcontrole laten een gemengd beeld zien als het gaat om de IT van de gemeente. Bij onze werkzaamheden voor de General IT Controls, de algemene beheersmaatregelen voor IT-applicaties, vonden wij in verschillende financiële en personeelsapplicaties accounts die niet zijn gebonden aan een persoon. Van deze accounts is niet duidelijk waarvoor ze worden gebruikt en wie ervoor verantwoordelijk is. Daardoor bestaat het risico dat ongeautoriseerde transacties plaatsvinden. Wij adviseren daarom het beheer van deze accounts te verbeteren. Met het programma Modernisering Bedrijfsvoeringssystemen (MBS) vervangt de gemeente de komende jaren een aantal belangrijke IT-systemen. Begin 2026 is als eerste onderdeel de gemeentelijke salarisadministratie overgegaan naar een nieuwe dienstverlener. Eind 2025 is volgens de gemeente gebleken dat de uitvoering van het hele programma om de haalbaarheid te vergroten meer tijd vergt dan geraamd. Daarnaast stijgt de totale begroting van het programma na actualisering van € 30 miljoen naar € 36,5 miljoen. De financiële dekking hiervoor is nog niet helemaal geformaliseerd.

Paspoorten en kascontroles Tijdens onze controle zagen wij verschillen in de aansluiting tussen de verkochte reisdocumenten en de financiële administratie. Wij constateerden financiële correcties die niet herleidbaar zijn. Omdat de uitgifte van reisdocumenten een van de kritische bedrijfsprocessen van de gemeente is, adviseren wij het college de verschillende aansluitingen binnen dit proces te verbeteren. Op diverse plekken binnen de gemeentelijke organisatie zagen wij kwetsbaarheden bij kascontroles. Bij burgerzaken zijn de onderliggende documenten bij de kasinventarisatie onvolledig. Ook bij de gemeentelijke zwembaden is de kasinventarisatie aan het eind van het boekjaar onvoldoende gedocumenteerd. Die is daardoor beperkt controleerbaar. Bij de bibliotheken zorgde de vervanging van de betaalautomaten voor technische problemen bij de kascontrole, wat maakt dat de kascontrole nu gebeurt op een niet geformaliseerde manier.

Positief zijn de ontwikkelingen op het gebied van cyberveiligheid. De gemeente heeft de extra middelen voor de NAVO-top effectief ingezet om de eigen cyberweerbaarheid te verbeteren.

6/37

Onze kernboodschappen Rechtmatigheidsverantwoording Sinds 2023 is het college verantwoordelijk voor de rechtmatigheidsverantwoording over de uitgaven van de gemeente. Als gemeente accountant controleren wij of de rechtmatigheidsverantwoording getrouw is en voldoet aan de eisen. Dat was in 2025 het geval. Wij constateren wel dat de rechtmatigheidsverantwoording over 2025 pas in april 2026 is afgerond, dus ruim na afloop van het boekjaar. Om waar nodig tijdig te kunnen bijsturen, is het wenselijk dat de gemeente al tijdens het lopende boekjaar meer zicht krijgt op de rechtmatigheid van de eigen uitgaven. Volgens de financiële spelregels van de gemeenteraad mogen de onrechtmatigheden maximaal 2% zijn van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves. Voor 2025 komt dit neer op een bedrag van € 70,6 miljoen. In totaal constateerde het college in 2025 voor een bedrag van € 38,1 miljoen aan onrechtmatigheden. Dat is beneden de verantwoordingsgrens van 2%. In 2024 bedroeg het totaalbedrag aan onrechtmatigheden € 56,9 miljoen.

Centrale regie in het verantwoordingsproces De totstandkoming van de programmarekening is een verantwoordelijkheid van de gemeente. De GAD controleert de rekening en waar nodig vinden vervolgens correcties plaats. In de praktijk blijken ieder jaar weer veel correcties nodig. Meestal is de verantwoordelijkheid voor het tijdig aanleveren van juiste gegevens duidelijk belegd bij een van de diensten. Het aanleveren van gegevens loopt minder soepel bij die posten op de gemeentelijke balans waarvoor verschillende diensten verantwoordelijk zijn, bijvoorbeeld bij het totaal van vorderingen en schulden die de gemeente heeft op externe partijen en organisaties. Dan doet zich voelen dat binnen de gemeentelijke organisatie niemand zich voldoende eindverantwoordelijk voelt voor het correct en uniform aanleveren van gegevens. Dat brengt voor de GAD veel extra controlewerk met zich mee, gevolgd door extra correcties. Wenselijk is dat de ambtelijke organisatie duidelijker de eindverantwoordelijkheid neemt voor de juiste aanlevering van data bij dergelijke concernposten en zich ook op dit punt ‘samen Haags’ toont.

Aandacht verdient volgens ons de rechtmatigheid van inkopen. Deze maken opgeteld € 1 miljard uit van een totale gemeentebegroting van € 3,9 miljard. Inkopen moeten voldoen aan de daarvoor gestelde aanbestedingsregels. In de rechtmatigheidsverantwoording constateert het college dat bij inkopen ter waarde van bijna € 25 miljoen de aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Onrechtmatige aanbestedingen maken een fors deel uit van het totaal aan geconstateerde onrechtmatigheden. Het voldoen aan aanbestedingsregels vraagt daarom blijvende aandacht in het inkoopproces.

7/37

Fysiek domein Veel bevindingen en correcties Net als vorig jaar komen uit de jaarrekeningcontrole een groot aantal bevindingen en correcties voort (bijlage 1). Het gaat hierbij om de grondexploitaties (grexen), bouwleges en de subsidieregelingen van het Rijk die worden verantwoord via de methodiek van Single information Single audit (SiSa). De controle verliep minder efficiënt dan gewenst, omdat extra onderzoek nodig was naar de aangeleverde cijfers. Een belangrijke oorzaak van de vele correcties is het personeelsverloop. Voor komend controlejaar bespreken wij graag met de gemeentelijke organisatie hoe dit proces efficiënter kan en moet verlopen. Geen eenduidige risicosystematiek bij grondexploitaties (grexen) Uitvoering van grexen brengt financiële risico’s met zich mee. Dat is inherent aan de aard en reikwijdte van deze projecten. De regelgeving schrijft voor dat de gemeente deze risico’s inschat én voldoende middelen reserveert ter afdekking van de risico’s. Wij hebben vastgesteld dat de gemeente bij alle projecten het proces van risicoidentificatie heeft gevolgd, maar geen eenduidige systematiek hanteert voor het bepalen van de kans en impact. Hierdoor is per grex niet navolgbaar of alle relevante risico’s zijn beoordeeld en of de kans en impact wel goed zijn ingeschat.

Geen consistente raming van plankosten per grexproject Per grexproject schat de gemeente het aantal uren in dat ambtenaren aan de projecten werken. Deze plankosten zijn onderdeel van de projectbegroting en beïnvloeden hiermee het resultaat van zowel het project als het resultaat van de gehele grexportefeuille. Wij constateren dat de begrote plankosten per project enorm uiteenlopen en soms zelfs buiten de grenzen vallen van de gangbare norm binnen de markt (25% tot 35% van de kostensoort Civieltechnische werken). Een te hoge inschatting van de uren kan het resultaat van de grexportefeuille beïnvloeden. Voor één project constateren wij daarover een beperkte financiële onzekerheid. Wij bevelen het college aan om de systematiek van de inschatting van plankosten per project verder te uniformeren. Uiteraard kan de gemeente in bepaalde gevallen onderbouwd afwijken.

Wij adviseren het college de risico-inschatting van de grexprojecten te uniformeren.

8/37

Fysiek domein Facturering bouwleges niet volledig In het accountantsverslag 2024 rapporteerden wij een onzekerheid over de verantwoorde baten uit bouwleges. De oorzaak van deze onzekerheid lag in de verwerking van aanvragen vanuit de landelijke applicatie Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) binnen de gemeentelijke applicatie Centric Leefomgeving (CLO). Gedurende 2025 is deze onzekerheid voor een belangrijk deel opgelost. In 2025 zijn er nieuwe ontwikkelingen die een invloed hebben op de baten. Zo communiceert CLO, dat gebruikt wordt voor de afhandeling van de aanvragen, niet optimaal met de factureringsapplicatie (IBS). Hierdoor zijn veel nota’s aan burgers niet verstuurd. Met een correctieboeking zijn de hiermee gemoeide opbrengsten van € 9,9 miljoen wel volledig verantwoord in de administratie van 2025. De gemeente heeft inmiddels een traject gestart om het technische deel van dit probleem op te lossen en alsnog te factureren. Rechterlijke uitspraak leidt tot voorziening voor parkeeropbrengsten In het vierde kwartaal van 2025 heeft de rechter een uitspraak gedaan over de gepubliceerde parkeertarieven 2025. Hierdoor liep de gemeente het risico op een substantiële claim van burgers. De gemeente heeft de publicatiefout direct hersteld, waardoor de financiële gevolgen zijn beperkt.

Voor het resterend financieel risico heeft de gemeente in afstemming met de GAD een voorziening gevormd van € 1 miljoen.

9/37

Sociaal domein Onzekerheid bij vaststelling subsidies van € 1,5 miljoen De subsidieontvanger moet uiterlijk 1 april van het volgend boekjaar verantwoording afleggen over de besteding van de subsidie. De gemeente stelt de subsidie definitief vast op basis van de ontvangen verantwoording. Soms worden de uiteindelijke subsidies lager vastgesteld dan het oorspronkelijk toegekende bedrag. De gemeente vordert het teveel betaalde bedrag dan terug. Deze terugvorderingen worden in het jaar van vaststelling verwerkt als correctie op de subsidielasten. Hierdoor zijn de subsidielasten mogelijk te hoog verantwoord voor € 1,5 miljoen (zie bijlage 2). Minder zekerheid over ingekochte zorg Wmo en Jeugd door hogere verantwoordingsgrens De gemeente heeft in 2025 minder zekerheid over de juistheid van de geleverde Wmo- en jeugdzorg. Dat komt doordat de verantwoordingsgrens in het landelijke I-Sociaal Domein-protocol is verhoogd van € 125.000 naar € 200.000. Volgens dit protocol moeten zorgaanbieders die boven deze grens leveren een controleverklaring indienen. Door de verhoging zijn er minder door accountants gecontroleerde verantwoordingen beschikbaar. Deze totale onzekerheid over 2025 hebben wij berekend op € 8,7 miljoen (zie bijlage 2). Daarnaast hebben wij een fout geconstateerd voor € 3,8 miljoen.

Deze fout heeft betrekking op hogere lasten op basis van gecontroleerde productieverantwoordingen.

Kasinventarisatie zwembaden ontoereikend Volgens de afspraken moet aan het eind van elk boekjaar een kasinventarisatie plaatsvinden. Daarbij wordt de feitelijke kaspositie gecontroleerd en vastgelegd, inclusief ondertekening door twee functionarissen. Uit onze controle blijkt dat de kasinventarisatie eind 2025 onvoldoende is vastgelegd. Op de onderliggende documenten ontbreken de namen en handtekeningen van de functionarissen. Hierdoor is voor ons niet zichtbaar dat verschillende medewerkers betrokken zijn bij het tellen, controleren en goedkeuren van de kas. Dit beperkt de controleerbaarheid van de kasinventarisatie en vergroot de onzekerheid over de kaspositie. Onduidelijke goedkeuring kasinventarisatie Pandhuis Tijdens onze controle hebben wij vastgesteld dat de kasinventarisatie bij het Pandhuis was voorzien van twee onduidelijke parafen in plaats van twee volledige handtekeningen. Hierdoor is de herleidbare vastlegging van de controle beperkt. Op basis van aanvullende documentatie hebben wij vastgesteld dat het kassaldo door twee geautoriseerde medewerkers is gecontroleerd en bevestigd. De gemeente geeft aan de kasinventarisaties in de toekomst van twee duidelijke handtekeningen te voorzien.

Correctie activering onderwijshuisvesting De gemeente is verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting van Haagse scholen. De financiering hiervan gebeurt meestal vooraf. Uiterlijk na drie jaren volgt een eindafrekening met de scholen. Daarna wordt de investering definitief geactiveerd in de gemeentelijke balans. In de praktijk leidt deze handelwijze tot een relatief complexe administratie. Wij constateerden dat € 2,7 miljoen fout was geboekt. De gemeente heeft dit gecorrigeerd.

10/37

Publiek domein Onvoldoende aansluiting tussen applicaties voor reisdocumenten Tijdens onze controle hebben wij onherleidbare verschillen geconstateerd tussen de ingekochte en verkochte reisdocumenten volgens de gemeentelijke applicatie Key2Burgerzaken. Het verschil wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de omzetregistratie van verkochte reisdocumenten in Key2burgerzaken. Wij constateren dat in deze applicatie financiële correcties (‘terugboekingen’) voorkomen die niet herleidbaar zijn tot onderliggende transacties. Wij kunnen daardoor de aard en oorzaak van deze correcties niet eenduidig vaststellen. De opbrengsten zijn daarmee maximaal € 41.000 te laag verantwoord. Onze bevindingen hebben echter niet geleid tot een vermoeden of aanwijzing van fraude. Wij constateren dat de aansluiting tussen de verschillende registraties van reisdocumenten nog niet structureel is geborgd. Ondanks automatische koppelingen ontstaan verschillen. De gemeente corrigeert deze handmatig, maar analyseert ze niet. Het gebruik van verschillende identificaties voor één reisdocument in de diverse applicaties maakt het proces complex en foutgevoelig. De gemeente werkt aan een geautomatiseerde oplossing, waarvan de effectiviteit nog moet worden aangetoond.

Kasinventarisatie bibliotheken Door de vervanging van betaalautomaten is het bestaande kasstaatformulier sinds november 2025 niet meer bruikbaar. Het reguliere kascontroleproces wordt nu niet meer toereikend uitgevoerd. Daarmee is de kaspositie van de bibliotheken eind 2025 onzeker. Aandachtspunt Rekeningencommissie Vernietiging verlopen reisdocumenten Wij rapporteerden in de Board Letter 2025 dat de gemeente niet altijd de voorgeschreven procedure volgde bij het vernietigen van verlopen reisdocumenten. Het voorschrift is dat altijd tenminste twee medewerkers betrokken zijn bij de vernietiging, maar dit is niet altijd het geval. Wij hebben aanvullende controles uitgevoerd voor de periode oktober 2025 tot februari 2026. Uit deze analyse blijkt dat bij circa 6% van de vernietigingen sprake was van uitvoering door één medewerker. De gemeente herkent deze bevinding en zorgt voor de noodzakelijke functiescheiding.

Wij adviseren het college om de interne beheersing van het aanvraag-, ontvangst- en verantwoordingsproces van reisdocumenten aan te scherpen.

Kasinventarisatie burgerzaken Uit onze controle blijkt dat de kasinventarisatie eind 2025 niet (aantoonbaar) heeft plaatsgevonden of onvoldoende is vastgelegd. Onderliggende documenten missen een ondertekening en vermelding van betrokken medewerkers.

11/37

Bedrijfsvoering Prestatieverklaring blijft aandachtspunt Uit onze controle op de overige bedrijfskosten blijkt dat de prestatieverklaringen regelmatig niet direct beschikbaar zijn. Prestatieverklaringen zijn belangrijk om vast te kunnen stellen dat de afgesproken prestaties zijn geleverd. Daarnaast zijn ze belangrijk om de frauderisico’s te verlagen. Bij het betaalbaar stellen van facturen besteden de diensten onvoldoende aandacht aan de prestatieverklaring. De onderbouwing van de geleverde prestatie is daardoor moeizaam terug te vinden. Hoewel dit niet leidt tot onzekerheden of fouten, adviseren wij het college om de vastlegging van prestatieverklaringen structureel te verankeren in het primaire proces, zodat de gemeente hierop effectief kan monitoren en bijsturen.

12/37

Rechtmatigheidsverantwoording Sinds 2023 is het college verantwoordelijk voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording over de uitgaven van de gemeente. Dat betekent dat het college in de jaarrekening zelf verklaart of alle financiële handelingen zijn uitgevoerd volgens wet- en regelgeving. De Directie Middelen en Control (DMC) stelt de rechtmatigheidsverantwoording op namens het college. DMC laat de controles uitvoeren door de afdeling Internal Audit (IA). De GAD controleert vervolgens of de rechtmatigheidsverantwoording juist en volledig is verantwoord in de jaarrekening. Vastgestelde verantwoordings- en rapportagegrens Om te bepalen wanneer bevindingen in de jaarrekening moeten worden toegelicht, heeft de raad twee financiële grenzen vastgesteld in de Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026: • De verantwoordingsgrens: 2% van de totale lasten (exclusief toevoegingen aan de reserves). Voor 2025 is dat € 70,6 miljoen. Blijven de geconstateerde rechtmatigheidsfouten onder dit bedrag, dan mag het college verklaren dat rechtmatig is gehandeld. Wordt de grens overschreden, dan moet het college melden dat niet volledig rechtmatig is gehandeld. • De rapporteringsgrens: € 1,1 miljoen.

Bevindingen boven dit bedrag licht het college toe in de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmarekening, inclusief maatregelen om herhaling van de afwijkingen in de toekomst te voorkomen.

Bevindingen rechtmatigheidsverantwoording Het totaalbedrag aan geconstateerde onrechtmatigheden is € 38,1 miljoen. Dit ligt onder de verantwoordingsgrens. De onrechtmatigheden zijn te verdelen naar drie criteria. 1.

Begrotingscriterium

Uitgaven moeten passen binnen de begroting die de raad heeft vastgesteld. Als de lasten de begroting op programmaniveau overschrijden, is sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. De raad en het college hebben afspraken gemaakt over situaties waarin dergelijke overschrijdingen wel onrechtmatig maar acceptabel zijn. Zulke overschrijdingen zijn en blijven onrechtmatig, maar het college hoeft ze niet toe te lichten in de paragraaf Bedrijfsvoering (zie de voorwaarden uit de Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026). Andere begrotingsafwijkingen, zoals hogere baten of onderschrijdingen, zijn alleen onrechtmatig als ze niet tijdig zijn gemeld of niet via een begrotingswijziging zijn voorgelegd aan de raad. In 2025 zagen wij overschrijdingen van de lasten bij de programma’s 2 (College en bestuur), 7 (Werk en inkomen), 10 (Sport), 12 (Mobiliteit) en 15 (Financiën), samen circa € 13,5 miljoen. Het programma Mobiliteit noteerde de grootste overschrijding: € 5,5 miljoen. Het college heeft in haar programmarekening 2025 alle andere begrotingsafwijkingen per programma toegelicht en daarmee invulling gegeven aan voorschriften uit de Kadernota rechtmatigheid 2025. Wij hebben vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording voor het begrotingscriterium juist en volledig is.

13/37

Rechtmatigheidsverantwoording 2. Voorwaardencriterium De gemeente moet bij haar financiële handelingen voldoen aan de relevante wet- en regelgeving, zoals de regels voor aanbestedingen en subsidies. Als deze voorwaarden niet worden nageleefd, is sprake van een financiële onrechtmatigheid. De relevante wet- en regelgeving voor het voorwaardencriterium zijn vastgelegd in het Normenkader rechtmatigheid 2025, dat de gemeenteraad jaarlijks vaststelt. In 2025 bedroeg het totaal aan geconstateerde onrechtmatigheden € 24,6 miljoen, waarvan € 2 miljoen aan onduidelijkheden (2024: € 38,7 miljoen aan onrechtmatigheden). Deze onrechtmatigheden worden voornamelijk veroorzaakt door inkopen waarbij de aanbestedingsregels niet zijn nageleefd. Vaak gaat het om afwijkingen die eerdere jaren al zijn geconstateerd en die nu nog doorwerken, of om opdrachten waarvan de waarde of looptijd de Europese aanbestedingsgrenzen heeft overschreden. Wij hebben vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording voor het voorwaardencriterium juist en volledig is. Ontoereikende dossiervorming bij controle Europese aanbestedingen Het onderzoek naar de rechtmatigheid van aanbestedingen vormt de belangrijkste input voor de rechtmatigheidsverantwoording. Bij dit onderzoek werkt de GAD intensief samen met de gemeente.

De gemeente levert veel dossiers echter onvolledig aan, waardoor onze review tot veel onduidelijkheden en aanvullende vragen leidt. Dit zorgt voor omvangrijke aanvullende werkzaamheden voor de GAD en daarmee een moeizaam controleproces.

De verantwoordelijkheid voor het opstellen van een getrouwe rechtmatigheidsverantwoording ligt bij het college, niet bij de accountant. Daarom vragen wij aandacht van het college voor een zorgvuldig proces van de totstandkoming van de rechtmatigheidsverantwoording. 3. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Bij het onrechtmatig gebruiken van een regeling/faciliteit van de overheid spreken wij van misbruik. Oneigenlijk gebruik is in strijd met de bedoelingen van de wettelijke bepalingen. Het college rapporteert in haar rechtmatigheidsverantwoording geen bijzonderheden over dit criterium. Net als vorig jaar hebben wij vastgesteld dat de gemeente geen specifiek beleid heeft om misbruik en oneigenlijk gebruik tegen te gaan bij de uitvoering van de SiSa-regeling voor de Wet inburgering 2021. Een dergelijk beleid is volgens de SiSa-verantwoordingsvoorschriften wel vereist. De gemeente heeft hierover een toelichting opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering. Wij hebben vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording voor het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik juist en volledig is.

Een consequentie is tevens dat de gemeente slechts een week voor de definitieve programmarekening 2025 zicht heeft op de totale onrechtmatigheden.

14/37

Rechtmatigheidsverantwoording Aandachtspunt Rekeningencommissie M&O-beleid per regeling De Rekeningencommissie heeft ons verzocht te onderzoeken hoe het beleid voor misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) per beleidsterrein verschilt en of een uniform, overkoepelend beleid wenselijk is, ook in vergelijking met andere gemeenten (RIS322684). Risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik ontstaan wanneer de gemeente afhankelijk is van de informatie van derden, vooral binnen het Sociaal domein. Aanvullend op de voorschriften van het Rijk moet het college per regeling passende maatregelen treffen om deze risico’s te beperken. Omdat de beleidsterreinen zo divers zijn, vindt het college een overkoepelend M&O-beleid niet zinvol. Daarom hanteert de gemeente specifieke maatregelen en controles per beleidsterrein. De uitvoering en naleving worden ondersteund door handhaving in het Sociaal domein en jaarlijkse audits op onder meer subsidies, jeugdhulp, Wmo en uitkeringen. Het college verantwoordt in de rechtmatigheidsverantwoording hoe de organisatie het M&Obeleid naleeft. De gemeente heeft daarmee, met uitzondering van een SiSa-regeling (zie vorige pagina), een toereikend M&O-beleid vastgesteld en verantwoordt zich hierover adequaat.

15/37

IT en cybersecurity Inleiding Een betrouwbare financiële administratie is alleen mogelijk als de onderliggende systemen veilig en beschikbaar zijn. Wij hebben de General IT Controls werkzaamheden (GITC) gecontroleerd; dit zijn de algemene beheersingsmaatregelen van IT. Daarnaast hebben wij vervolg gegeven aan onze eerdere werkzaamheden op het gebied van cybersecurity. Werkzaamheden GITC Niet persoonsgebonden accounts In verschillende applicaties en databases, waaronder de financiële en personeelsadministratie, hebben wij accounts gevonden die niet zijn gekoppeld aan een medewerker. De gemeente weet niet waarvoor deze niet persoonsgebonden accounts worden gebruikt en wie verantwoordelijk is voor de handelingen die ermee worden uitgevoerd. Hierdoor bestaat het risico dat ongeautoriseerde transacties kunnen plaatsvinden. Wij adviseren het college om alle niet persoonsgebonden accounts (zoals database- en serviceaccounts) in kaart te brengen, een eigenaar aan te wijzen, de rechten van deze accounts te minimaliseren en ze op te nemen in de reguliere beheersmaatregelen, waaronder de periodieke gebruikersreview.

Continuïteit van systemen Wmo en subsidies niet zonder risico’s De gemeente maakt gebruik van IT-systemen die het Wmo- en subsidieproces ondersteunen. Met de leverancier van deze systemen heeft de gemeente geen afspraken gemaakt over het jaarlijks aantonen van de continuïteit van de dienstverlening. Een voorbeeld is het regelmatig maken en testen van back-ups.

De gemeente heeft dit zelf ook onvoldoende gecontroleerd. Hierdoor bestaat het risico dat bij een storing dataverlies optreedt, met gevolgen voor de dienstverlening. Wij adviseren het college om voor deze systemen overeenkomsten af te sluiten waarop de Gemeentelijke Inkoopvoorwaarden bij IT-diensten (GIBIT) van toepassing zijn, conform het raadsbesluit RIS300839 van 29 oktober 2018. Onderdeel van deze voorwaarden is dat de leverancier zich jaarlijks verantwoordt via een zogenoemde TPM-verklaring.

Wijzigingsbeheer toereikend maar niet uniform Voor verschillende applicaties hebben wij onderzocht hoe het wijzigingsbeheer is ingericht. In het algemeen constateren wij dat de gemeente bij wijzigingen de juiste processtappen doorloopt. Wel constateren wij dat de gemeente verschillende werkwijzen gebruikt en dat processtappen niet overal op dezelfde manier worden vastgelegd. Een logische vervolgstap is om dit verder te verbeteren. Cyber Security – duidelijke voortgang geboekt Een follow-up op ons cyberassessment uit 2022 laat zien dat de gemeente duidelijke vooruitgang heeft geboekt op het terrein van cyberveiligheid. De gemeente heeft de extra middelen voor de NAVO-top effectief ingezet. Tegelijk blijft cyberbeveiliging een onderwerp dat hoog op de prioriteitenlijst moet staan, omdat digitale verstoringen direct kunnen leiden tot dataverlies, procesuitval en daarmee risico’s voor de financiële verantwoording. De gemeente is momenteel bezig met een interne audit naar de cyberweerbaarheid van de gemeente.

16/37

Programma MBS Voortgangsrapportage en financiering MBS De gemeente Den Haag vervangt omvangrijke IT-systemen via het programma Modernisering Bedrijfsvoeringssystemen (MBS). Conform de brief van 28 oktober 2025 (RIS323601) informeert de gemeente de Rekeningencommissie driemaal per jaar over de voortgang van MBS. De Rekeningencommissie heeft de GAD verzocht om: 1. Voortgangsrapportages vooraf mee te lezen als kwaliteitspartner om te toetsen of het geschetste beeld in de rapportage overeenkomt met het beeld van de GAD. 2. De financiering structureel te blijven volgen en hierover te rapporteren. Voortgangsrapportage De gemeente informeert de Rekeningencommissie om de vier maanden over de voortgang, zoals recent met de derde voortgangsrapportage 2025. Voor het onderdeel financiering is zoals aangekondigd in deze rapportage een actualisering van de businesscase uitgevoerd. Het college heeft de Rekeningencommissie hierover separaat geïnformeerd. De voortgangsrapportages bevatten veel detailinformatie. Bij de eerstkomende bespreking van de voortgangsrapportage kan besproken worden of dit aansluit bij de informatiebehoefte van de nieuwe Rekeningencommissie. Financiering Naast de derde voortgangsrapportage 2025 informeert de gemeente de Rekeningencommissie over de geactualiseerde financieringsstrategie.

De gemeente heeft in maart 2026 de financieringsstrategie geactualiseerd op basis van de herijkte businesscase MBS. Deze herijking leidt tot € 3,5 miljoen hogere implementatiekosten dan de oorspronkelijke raming van € 30 miljoen. De geactualiseerde financieringsstrategie onderscheidt: • Basisinvestering: herijkte implementatiekosten op basis van de oorspronkelijke raming, aangevuld met nieuwe inzichten (€ 33,5 miljoen).

•

Additionele investering: extra kosten (€ 3,0 miljoen) om implementatierisico’s in fase 2 (Financiën, Inkoop, Projectadministratie) te beperken.

De gemeente beschouwt deze additionele investering als noodzakelijk. Hierdoor stijgt de totale begroting van het programma MBS naar € 36,5 miljoen. Hiervan is € 17,8 miljoen formeel gedekt; voor de resterende € 18,7 miljoen wordt de financiële dekking via de programmabegroting 2027 - 2030 geformaliseerd. Het college heeft de Rekeningencommissie over de voorzienbaarheid en oorzaken van de hogere implementatiekosten geïnformeerd. Aandachtspunt Rekeningencommissie MBS Datamigratie salarisadministratie Per 1 januari 2026 is de salarisadministratie van de gemeente overgegaan naar een nieuwe dienstverlener. Vooruitlopend op de jaarrekeningcontrole 2026 hebben wij de beheersing van deze datamigratie onderzocht. Wij constateren dat de gemeente de migratie zorgvuldig heeft voorbereid met de implementatiepartners. Wij kunnen echter niet vaststellen dat de gemeente alle maatregelen die zijn beschreven in de testplannen ook daadwerkelijk heeft toegepast. Een zichtbare opvolging van geconstateerde afwijkingen tijdens de datamigratie ontbreekt. Voor de jaarrekeningcontrole 2026 zal de GAD bepalen welke aanvullende werkzaamheden nodig zijn om de betrouwbaarheid van de datamigratie zelfstandig vast te stellen.

Wij adviseren het college om bij toekomstige datamigraties de vastgestelde beheersmaatregelen over het aantoonbaar en traceerbaar vastleggen van geconstateerde datamigratie-afwijkingen daadwerkelijk uit te voeren. Dit is inclusief de gedocumenteerde opvolging en de geautoriseerde goedkeuring hiervan.

17/37

SiSa Specifieke doeluitkeringen (SiSa-systematiek) Aantal specifieke uitkeringen opnieuw toegenomen Het Rijk verstrekt middelen aan gemeenten en provincies via specifieke uitkeringen (SiSa-regelingen), bestemd om een bepaald rijksbeleid uit te voeren. De gemeente ontvangt zulke specifieke uitkeringen bijvoorbeeld om de luchtkwaliteit te verbeteren, leerachterstanden te verminderen of zorg- en sociaalbeleidsmaatregelen uit te voeren. Net als in voorgaande jaren gaat het veelal om incidentele middelen, maar wel van substantiële omvang. In de jaarrekening zijn 67 specifieke uitkeringen verantwoord via de SiSa-systematiek (in 2024: 61). In 2025 waren er 14 nieuwe regelingen, tegenover 9 het jaar daarvoor. Daarnaast zijn 8 regelingen afgelopen. De specifieke uitkeringen variëren sterk in activiteiten, omvang en complexiteit van de regeling. De ontwikkeling en beschikte bedragen van het aantal specifieke uitkeringen voor de gemeente zijn hieronder afgebeeld:

Verdere verbetering SiSa-dossiers noodzakelijk De meeste gemeentelijke diensten leveren tijdig SiSa-dossiers aan. De werkafspraken van voorgaande jaren hebben daarmee een positief effect. Bij diverse SiSa-dossiers is de kwaliteit nog onvoldoende. Dit heeft geleid tot aanvullende vragen, langere afstemming, noodzakelijke correcties en late afronding van meerdere SiSa-regelingen. Een versterking van de procesinrichting, interne toetsing en dossieropbouw bij SiSa regelingen is daarmee noodzakelijk. Wij hebben dit jaar wederom correcties voorgesteld bij meer dan 30 regelingen. Dit betreft onjuistheden of inconsistenties in de SiSa-bijlagen en fouten in de waardering en verwerking van schulden of vorderingen aan het Rijk (overlopende posten) in de balans. Na deze correcties resteert een fout van € 0,2 miljoen en een onzekerheid van € 0,8 miljoen voor de SiSa-bijlagen alsmede een beperkte fout in de waardering van de overlopende passiva voor specifieke SiSa-uitkeringen (bijlage 2). Om het aantal fouten en correcties structureel te beperken, blijft het nodig de interne controle op deze balansposten te versterken. Wij adviseren het college om de interne controle op de specifieke uitkeringen te intensiveren, zodat de SiSa-dossiers, SiSa‑bijlagen en overlopende posten juist en volledig worden aangeleverd.

Figuur 1: Aantal en omvang SiSa-regelingen 2018 – 2025

18/37

WNT, Jaarverslag en paragrafen WNT-verantwoording voldoet aan de vereisten Wij hebben gecontroleerd of de gemeente de Wet normering topinkomens publieke en semipublieke sector (WNT) naleeft. Op grond van de wet zijn de griffier en de gemeentesecretaris aangewezen als topfunctionaris. Hun bezoldiging is juist verantwoord in de WNT-paragraaf in de gemeentelijke jaarrekening 2025. Bevindingen jaarverslag en paragrafen Op basis van de Nederlandse wetgeving en de Controlestandaard 720 onderzoeken wij tevens het jaarverslag (hoofdstuk 2) en de paragrafen (hoofdstuk 3) van de programmarekening op onderlinge consistentie. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Wij hebben geen strijdigheden of afwijkingen geconstateerd tussen de informatie in het jaarverslag en de paragrafen en het beeld van de jaarrekening. Ook bevatten het jaarverslag en de paragrafen alle informatie die op grond van de Gemeentewet is vereist.

19/37

Fraude Reikwijdte en verantwoordelijkheden Fraude omvat meer dan diefstal. Het gaat ook om misbruik van bevoegdheden, zoals het onterecht verlenen van rechten of het onjuist gebruiken van informatie. Dit kan zowel financiële als niet-financiële schade veroorzaken. De verantwoordelijkheden rondom preventie en beheersen van fraude zijn als volgt: • Het college is verantwoordelijk voor het voorkomen, signaleren en bestrijden van fraude. Het college stelt het beleid op, richt de interne beheersing in en brengt periodiek de frauderisico’s in kaart. Het college rapporteert hierover in de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmarekening. • De raad houdt toezicht en beoordeelt of het college zijn verantwoordelijkheid voor fraudebeheersing voldoende invult. • De accountant richt de controle zo in dat wij met een redelijke zekerheid vaststellen dat de jaarrekening geen materiële afwijkingen bevat door fouten of fraude. Wij zoeken niet actief naar fraude, maar signaleren risico’s vooraf en reageren op signalen tijdens de controle. Ondanks deze aanpak is er altijd een beperkte kans dat fraude onopgemerkt blijft. Uitgevoerde controlewerkzaamheden De gemeente Den Haag heeft in 2025 een frauderisicoanalyse uitgevoerd. De uitkomsten staan in de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmarekening 2025. De raad ontvangt hiermee geen afzonderlijk frauderapport meer.

Wij constateren dat de gemeente de frauderisicoanalyse verder professionaliseert – een positieve ontwikkeling. Voor onze controle hebben wij zelf ook een frauderisicoanalyse uitgevoerd. Daarbij hebben wij gekeken naar risico’s per dienst en op gemeentebreed niveau. Deze risico’s hebben wij binnen het controleteam besproken, zodat wij gezamenlijk hebben bepaald waar de grootste risico’s liggen en welke werkzaamheden nodig zijn.

Wij hebben in het bijzonder aandacht besteed aan de volgende frauderisico’s: • het risico dat het management interne beheersingsmaatregelen doorbreekt; • het risico op oneigenlijke toe-eigening van activa; • het risico op omkoping en/of corruptie, met name binnen de processen rondom vergunningen en leges. Als reactie op deze risico’s hebben wij gerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben onder meer journaalposten en schattingen beoordeeld, werkzaamheden verricht op grondexploitaties en voorzieningen en specifieke aandacht besteed aan processen rondom vergunningen en leges, waaronder het uitvoeren van deelwaarnemingen en het leggen van verbanden tussen fysieke voorraden en administratieve gegevens. Daarnaast hebben wij onvoorspelbaarheid als verplicht onderdeel ingebouwd in onze controleaanpak, onder meer door onaangekondigde kascontroles en data-analyse om patronen en afwijkingen te signaleren. Ook hebben wij signalen en vermoedens van fraude, waaronder meldingen van Bureau Integriteit, betrokken in onze beoordeling van de jaarrekening. Waar nodig hebben wij additionele werkzaamheden verricht om tot voldoende geschikte controle-informatie te komen.

Wij hebben voor de meldingen waarbij, na uitvoering van het onderzoek door Bureau Integriteit, sprake was van een redelijk vermoeden van fraude de gemeentelijke organisatie verzocht om de gevolgen van de fraude te herstellen en maatregelen te treffen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Uitkomsten De gemeente heeft enkele aanwijzingen van fraude geïdentificeerd die nader zijn onderzocht en opgevolgd. Waar nodig heeft de gemeente (juridische) vervolgstappen genomen. Onze jaarrekeningcontrole leverde, naast deze gevallen, geen nieuwe aanwijzingen op van fraude en/of niet naleving van wet- en regelgeving.

20/37

Financiële positie De financiële positie van de gemeente Den Haag hebben wij inzichtelijk gemaakt door een analyse van het resultaat 2025, het weerstandsvermogen en toekomstige financiële uitdagingen. Wij sluiten dit hoofdstuk af met onze analyse van de BBVkengetallen. Positief resultaat 2025 hoger dan voorgaande jaren De gerealiseerde baten (€ 3.950 miljoen) over 2025 zijn hoger dan de lasten (€ 3.886 miljoen). Daarmee heeft de gemeente Den Haag een positief resultaat behaald van € 64 miljoen. Dit positieve resultaat is hoger dan de verwachting van € 33 miljoen in de Najaarsnota 2025 (RIS323974). Dit onvoorziene verschil komt onder meer door hogere programmaresultaten bij Stadsontwikkeling en Wonen alsmede Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid. Het resultaat over 2025 is eveneens hoger dan voorgaande jaren. Onderstaande figuur laat zien dat de gerealiseerde baten en lasten jaarlijks stijgen, maar wel binnen de begroting blijven.

Het positieve resultaat over 2025 komt voort uit het saldo van de programmaresultaten. Vrijwel alle programma’s hebben per saldo voordelige resultaten gerealiseerd. Uitzondering vormen de programma’s College en bestuur (programma 2) en Onderwijs (programma 6). Het negatieve resultaat in programma 2 komt door de wettelijke aanvulling van de pensioenvoorziening voor politieke ambtsdragers. Bij het programma 6 komt de overschrijding door hogere kosten voor het nationaal programma onderwijs en het onderwijsachterstandenbeleid. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar hoofdstuk 1.1 van de programmarekening 2025. Weerstandsvermogen en -ratio in 2025 toereikend Het weerstandsvermogen laat zien in hoeverre de gemeente financiële tegenvallers kan opvangen zonder het beleid aan te passen. De Kadernota Weerstandsvermogen Den Haag 2025 (RIS320223) stelt het benodigde weerstandsvermogen jaarlijks vast op 3% van de totale gerealiseerde lasten. Hiermee is de berekening van het weerstandsvermogen voor de gemeente stabiel en voorspelbaar. De verhouding tussen het beschikbare en benodigde weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. De vermogenspositie van een gemeente is toereikend als deze ratio 1,0 of hoger is. In onderstaande tabel is het verloop van deze data over de afgelopen vier jaren weergegeven, inclusief de weerstandsratio.

Voor resultaatbestemming (x € miljoen) Beschikbare weerstandsvermogen (Algemene reserve voor resultaatbestemming) Benodigde weerstandsvermogen Weerstandsratio

Figuur 2: Begrote versus gerealiseerde baten en lasten 2022 – 2025

2025

2024

2023

2022

€ 108,3

€ 107,0

€ 94,7

€ 76,1

€ 110,0 0,99

€ 105,9 1,01

€ 107 0,89

€ 108 0,70

Tabel 1: Meerjarig beeld van weerstandsvermogen en -ratio

21/37

Financiële positie De weerstandsratio eind 2025 is 0,99, net als 2024 rond de ondergrens van 1. Daarmee is de financiële positie van de gemeente Den Haag robuust en vermindert de noodzaak tot ingrijpende financiële maatregelen op korte termijn. Aanvullende uitdagingen gemeente Den Haag Onzekerheid rondom structurele financiering Sociaal domein De financiering van de jeugdzorg blijft onzeker, ook met de extra rijksmiddelen die beschikbaar zijn tot en met 2027. Net als andere gemeenten kampt Den Haag met oplopende kosten door een groeiende zorgvraag. De gemeente probeert sinds 2024 de instroom en uitgaven te beperken door meer inzet op preventie en lumpsumbekostiging. De eerste effecten zijn zichtbaar doordat de kostenstijging afvlakt, blijkt uit de gemeentelijke Staat van Financiën (RIS324741). Ook de provincie ZuidHolland bevestigt in haar toezichtbrief dat deze maatregelen positief doorwerken in de begroting 2026. Vanaf 2028 nemen de risico’s weer toe door taakstellingen uit de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 en onduidelijkheid over de structurele financiering. Hierdoor blijft de uitvoeringsdruk in het Sociaal domein hoog en de financiële toekomst onzeker. Afnemende reserves vragen om houdbaarheid investeringsniveau De reserves van de gemeente Den Haag nemen de komende jaren sterk af.

In de Programmabegroting 2026–2029 daalt de totale reservepositie van € 1,3 miljard begin 2025 naar € 0,8 miljard eind 2029. De Enecoreserves en diverse bestemmingsreserves worden ingezet voor extra investeringen in onder andere duurzaamheid, sociale woningbouw en de energie- en mobiliteitstransitie. Ook het jaarlijkse BDO Benchmarkonderzoek laat een meerjarige daling van de reservepositie zien, zowel voor Den Haag als veel andere gemeenten. Dit onderstreept dat het belangrijk blijft om kritisch te kijken naar de inzet van reserves en de houdbaarheid

van de financiële positie op de lange termijn. Voor het behoud van de investeringsruimte in de stad stelt het college in de begroting 2025 – 2028 structureel € 10 miljoen extra kapitaallasten beschikbaar. Dit komt volgens het college neer op een investeringsruimte van circa € 236 miljoen. BBV-kengetallen geven een vergelijkbaar beeld Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het wettelijk kader voor het opstellen en verantwoorden van de jaarrekening. Onderdeel van het BBV is een basis set financiële kengetallen die gemeenten moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Wij hebben de voorgeschreven BBV-kengetallen ultimo 2025 en voor de komende jaren (meerjarenbegroting 2026 – 2029) geanalyseerd en vergeleken met andere grote gemeenten en de VNG-signaleringswaarden. Alle Haagse kengetallen zijn beter dan deze signaleringswaarden. De solvabiliteit – de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen – daalt wel naar circa 25%, net boven de signaleringswaarde van 20%. Deze daling is een gevolg van de inzet van reserves, zoals hierboven is toegelicht. Onze analyse is opgenomen in bijlage 4. Continuïteit Wij onderzoeken als accountant of er risico’s zijn die de continuïteit van de organisatie kunnen beïnvloeden en rapporteren hierover in onze controleverklaring.

Uit onze controle blijkt dat er geen materiële onzekerheden zijn die de continuïteit van de gemeente in gevaar brengen. Meer informatie over onze werkzaamheden en ons oordeel is te vinden in onze controleverklaring van 21 april 2026 bij de jaarrekening 2025 van de gemeente Den Haag.

22/37

Ontwikkelingen: Verantwoording en controle In dit hoofdstuk beschrijven wij enkele ontwikkelingen die relevant zijn voor de gemeente Den Haag in dit lopende jaar en de jaren erna. Deze ontwikkelingen hebben betrekking op verantwoording en controle. Uitgebrachte documenten commissie BBV In 2025 zijn drie landelijke notities geactualiseerd die voortvloeien uit het BBV: de Kadernota rechtmatigheid 2025, de notitie Verbonden partijen en de notitie Structurele en incidentele baten en lasten. De belangrijkste wijziging in de Kadernota rechtmatigheid is de aanpassing van de materialiteitsgrenzen voor de rechtmatigheidsverantwoording (zie Ons oordeel). De notitie Verbonden partijen versterkt de rol van de gemeenteraad bij samenwerkingen in gemeenschappelijke regelingen, inclusief de informatievoorziening daarover. De notitie Structurele en incidentele baten en lasten is voor de presentatie en samenhang verduidelijkt met reserves, ingaand vanaf het begrotingsjaar 2027. Wij hebben bij onze controle rekening gehouden met de relevante bovenstaande documenten. Aangepaste verordeningen De gemeente heeft de landelijke wijzigingen in de rechtmatigheidsverantwoording verwerkt in de Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026.

Dit betreft onder meer het samenvoegen van fouten en onduidelijkheden tot één verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten, zoals eerder genoemd, en een aanpassing van de rapporteringstolerantie.

Uitspraak Raad van State begrotingssubsidies In juli 2025 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over mogelijke onrechtmatigheid bij het toekennen van begrotingssubsidies. In de uitspraak geeft de Raad van State aan dat de subsidieverstrekker het mededingingsrecht niet mag beperken; subsidie mag niet leiden tot oneerlijke concurrentie. De gemeente beschrijft in de paragraaf Subsidies van de programmarekening de toepassing van deze begrotingssubsidies. Omzetting specifieke uitkeringen In het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 kondigde het vorige kabinet aan dat vanaf 2026 een groot deel van de specifieke uitkeringen zou worden overgeheveld naar het Gemeente- en Provinciefonds, met een korting van circa 10%. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft dit voornemen getoetst aan het afwegingskader specifieke uitkeringen. De in 2025 gepubliceerde evaluaties (Brief - Kamerbrief n.a.v. commissiedebat 1 oktober & Bijlage - Uitkomst overheveling specifieke uitkeringen) laten zien dat het voornemen van het vorige kabinet vooralsnog niet volledig wordt doorgezet. Het grootste deel van de bestaande specifieke uitkeringen blijft voorlopig behouden. Het is van belang om deze landelijke ontwikkelingen te blijven volgen, omdat de gevolgen voor de toekomstige financieringsstromen en administratieve lasten per regeling kunnen verschillen.

23/37

Ontwikkelingen: Verantwoording en controle Ontwikkelingen in sturing en waardecreatie In het landelijke debat wordt steeds vaker gesproken over een bredere rol voor de financiële functie binnen organisaties. Het gaat daarbij om de ontwikkeling van een traditionele financiële sturing naar een aanpak waarin niet alleen naar cijfers wordt gekeken, maar ook naar de maatschappelijke effecten van het beleid en de lange termijn. Dit wordt soms aangeduid als een verschuiving van financieel beheer naar “waardecreatie”.

Cyberbeveiligingswet De Cyberbeveiligingswet wordt naar verwachting in juli 2026 door het parlement behandeld en is dan mogelijk van kracht. Deze wet wijst de gemeente aan als essentiële organisatie. Daarmee valt de gemeente onder het zwaarste toezichtregime van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). Dat houdt onder meer in dat de gemeente zich moet gaan verantwoorden over haar cyberbeveiliging. Bovendien wordt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) in de wet verankerd. Daarmee is deze niet langer vrijblijvend.

Deze ontwikkeling naar verdere samenhang tussen de financiële en niet-financiële informatie draagt bij aan een integraal en transparant beeld van prestaties en risico’s. Dat ondersteunt de zorgvuldige besluitvorming door de raad en het college. Dit is een wezenlijke verandering in het bestuur die doorwerking heeft in ons werk. Waar nodig betrekken wij deze ontwikkelingen bij onze controlewerkzaamheden en onze beoordeling van de informatievoorziening en interne beheersing binnen de gemeente. Duurzaamheidsverantwoording in ontwikkeling De gemeentelijke organisatie is bezig met een gefaseerde invoering van de EUrichtlijn Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). In november 2025 heeft het college de eerste Haagse Klimaatrapportage uitgebracht om duurzaamheid begrijpelijk en inzichtelijk te maken voor de raad en de stad (RIS323945). Tevens is het Haags Klimaatdashboard online beschikbaar (Haags Klimaatdashboard - Den Haag). Met behulp van deze klimaatrapportage en -dashboard kan de gemeente de eigen duurzaamheidsdoelen structureel monitoren en zo nodig bijsturen. Een mogelijk volgende stap is dat de gemeente de duurzaamheidsdoelen onderdeel maakt van de gemeentelijke P&C-cyclus en afsluit met een oordeel, als ondersteuning van integrale besluitvorming.

24/37

Bijlage 1: Gecorrigeerde controleverschillen In onderstaande tabel zijn fouten en reclassificaties opgenomen die uw gemeente op basis van onze controle heeft gecorrigeerd voor de definitieve programmarekening 2025. Wij rapporteren alleen controleverschillen hoger dan de rapporteringstolerantie van € 100.000 volgens artikel 3b van de Controleverordening gemeente Den Haag 2014. Behalve onze controleverschillen heeft uw gemeente ook circa 150 eigen concerncorrecties verwerkt in de conceptjaarrekening. In deze tabel zijn geen onzekerheden opgenomen, aangezien die naar hun aard niet gecorrigeerd kunnen worden. Onzekerheden boven € 100.000 zijn daarom gerapporteerd als ongecorrigeerde controleverschillen in bijlage 2. Nr.

Omschrijving

Jaarrekeningpost

Fouten (x € 1.000)

Reclassificaties (x € 1.000)

1 Balanstoelichting

Divers

3.500

0

2 Overige fouten en onzekerheden (individueel onder rapporteringsgrens)

Divers

0

401

3 Volledigheid baten

Divers

0

-2.126

4 Waardering grexen

Voorraden

5.154

22.643

5 Waardering overlopende activa

Overlopende activa

3.444

11.479

6 Waardering overlopende passiva

Overlopende passiva

316

5.562

7 Waardering overlopende passiva (SiSa)

Overlopende passiva

7.774

296

8 Waardering reserves

Eigen vermogen

4.505

0

9 Waardering voorzieningen

Voorzieningen

1.253

0

10 Waardering vorderingen

Vorderingen

1.772

2.672

27.718

40.927

Totaal

25/37

Bijlage 2: Ongecorrigeerde controleverschillen In onderstaande tabel zijn fouten, onzekerheden en reclassificaties opgenomen die uw gemeente op basis van onze controle niet heeft gecorrigeerd voor de definitieve programmarekening 2025. Wij rapporteren alleen controleverschillen hoger dan de rapporteringstolerantie van € 100.000 volgens artikel 3b van de Controleverordening gemeente Den Haag 2014. De gerapporteerde onzekerheden kunnen naar hun aard niet worden gecorrigeerd. Omdat de totale omvang van ongecorrigeerde fouten en onzekerheden lager is dan de afgesproken goedkeuringstoleranties heeft dit geen consequenties voor de strekking van onze goedkeurende controleverklaring zoals afgegeven op 21 april 2026. Nr. Omschrijving

Jaarrekeningpost

Fouten (x € 1.000)

Onzekerheden (x € 1.000)

Reclassificaties (x € 1.000)

1 Jeugd en Wmo PGB/ZIN

Jeugd en Wmo

3.762

8.741

-

2 Onjuiste inkopen

Overige bedrijfskosten

1.603

64

-

3 Juistheid lasten

Divers

996

209

-

4 Waardering overlopende activa

Overlopende activa

519

-

525

5 Overige fouten en onzekerheden (individueel onder rapporteringsgrens)

Divers

151

13

-

6 Waardering overlopende passiva (SiSa)

Overlopende passiva

131

-

155

7 Waardering overlopende passiva

Overlopende passiva

120

371

-

8 Volledigheid baten

Divers

106

167

-

9 Subsidievaststellingen

Subsidies

-

1.500

-

10 Waardering grexen

Voorraden

892

949

-

11 Balanstoelichting (SiSa)

Overlopende passiva

-

-

145

8.280

12.014

825

Totaal

26/37

Bijlage 3: Fouten en onzekerheden SiSa-tabel Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de strekking van ons getrouwheids- en rechtmatigheidsoordeel bij de jaarrekening 2025 evenals de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die onder SiSa vallen. Voor de bevindingen uit onze controle gelden volgens de Bado lagere rapporteringtoleranties dan voor andere onderdelen van de reguliere jaarrekening. De rapporteringstolerantie per specifieke uitkering is: • € 12.500 indien de omvangbasis kleiner dan of gelijk is aan € 125.000; • 10% indien de omvangbasis groter dan € 125.000 en kleiner dan of gelijk is aan € 1.000.000; • € 125.000 indien de omvangbasis groter is dan € 1.000.000. De volgende voorgeschreven SiSa-bijlage moet door de gemeente samen met een aantal andere verplicht voorgeschreven verantwoordingsstukken vòòr 15 juli aanstaande elektronisch bij het Centraal Bureau voor de Statistiek worden aangeleverd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16942520/1