CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325148 Bijlage participatieplan

Algemene Raadscommissie 11 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Doorontwikkeling Welzijn en Maatschappelijke ondersteuning4.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

9 alinea's met “sessie”: 40 41 43 45 48 49 54 58 72

Bijlage 2: Participatieplan Beleidskader maatschappelijke ondersteuning en welzijn (2027 - 2035)

1. Participatievraagstuk Project: Waar gaat het project over? In Den Haag streven we naar een samenleving waarin iedereen gezond en actief kan leven, zich welkom voelt en volwaardig mee kan doen. Bouwen aan een inclusieve stad waarin iedereen gelijke kansen heeft om mee te doen is een brede uitdaging die alle diensten en domeinen raakt. We willen dat onze inwoners prettig kunnen samenleven en de juiste ondersteuning krijgen wanneer dat nodig is. Het college werkt aan de doorontwikkeling van het stelsel van de maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Welzijn. Dit is een grootschalige, complexe en langjarige ontwikkeling om de zorg voor onze meest kwetsbare inwoners te borgen via een houdbaar stelsel. Het doel van het project is om te komen tot een integraal beleidskader voor de toekomstbestendige inrichting van maatschappelijke ondersteuning en welzijn in Den Haag voor de periode 2027–2035. In het traject worden perspectieven, ervaringen en signalen uit de stad opgehaald en meegewogen bij de beleidskeuzes.

Doel: Waarom kunnen deelnemers meedoen? Het doel van participatie is om praktijkervaringen, belangen en perspectieven van betrokken partijen bewoners, vrijwilligers(organisaties), aanbieders, etc - expliciet te maken en deze te benutten bij de doorontwikkeling van het stelsel van maatschappelijke ondersteuning en welzijn. De opgehaalde inzichten helpen om te komen tot breed gedragen beleidskeuzes en te komen tot een stelsel dat aansluit bij de stad. Participatie heeft drie functies: 1. Diagnose: zichtbaar maken waar het huidige stelsel werkt en waar het schuurt 2. Ontwerp: Perspectieven en ervaringen uit de praktijk (inwoners en aanbieders) benutten om de beleidskeuzes en afwegingen voor de inrichting van het nieuwe stelsel te verrijken en beter te onderbouwen. 3. Toetsen en verrijken (Validatie) toetsen of het voorgestelde stelsel samenhangend, uitvoerbaar en navolgbaar is Daarnaast heeft het participatietraject ook een verbindend effect. Deelnemers krijgen meer inzicht in het veld van maatschappelijke ondersteuning en welzijn, leren welke organisaties actief zijn en wat hun rol is, en kunnen van elkaar leren. Voor organisaties biedt deelname bovendien een kans om hun werk en perspectief zichtbaar te maken.

Vraag: Waarover kunnen deelnemers meedoen? De commissiebrief die de contouren schetst van de doorontwikkeling van het stelsel van maatschappelijke ondersteuning en welzijn vormt de basis voor het participatietraject. Dit participatieplan vormt een bijlage bij deze brief en beschrijft hoe we samen met betrokken inwoners, aanbieders en andere stakeholders, perspectieven en praktijkervaringen ophalen om de voorgestelde denkrichting verder te toetsen en te verrijken. We maken daarbij onderscheid tussen verschillende vragen per onderdeel: 1. Sociale basis 2. Buurtteams 3. Aanvullende ondersteuning (maatwerkvoorzieningen)

1

Het participatieproces richt zich op het toetsen en verder uitwerken van deze inrichting, waarbij ervaringen uit de praktijk, perspectieven van betrokken inwoners, aanbieders en andere stakeholders en inzichten uit uitvoering en leefwereld worden benut. Deze inzichten worden meegenomen in de verdere beleidsafwegingen. Op basis van de uitgangspunten en doelstellingen zoals deze in de commissiebrief zijn genoemd (hieronder ook herhaald bij 'belang van gemeente’). Het participatieproces kent een aantal inhoudelijke fases, met ieder een eigen centrale vraag. Bij fase 2 tot en met 4 van dit participatieplan wordt de gemeente ondersteund door een externe partner. Fase 1. Voorbereidingsfase (najaar 2025 tot en met maart 2026) Om tot de contouren van de doorontwikkeling van het stelsel van maatschappelijke ondersteuning en welzijn te komen die staat beschreven in de commissiebrief zijn afgelopen maanden verschillende acties uitgevoerd: ● Informele gesprekken met welzijnsorganisaties om eerste richting te toetsen (zowel organisaties die nu uitvoering (gaan) geven aan de servicepunten en het gebiedsgerichte welzijnswerk, als organisaties die interesse hebben getoond voor de individuele ondersteuning vanuit de subsidietender waren uitgenodigd. ● Informeel gesprek gevoerd met adviescommissie Welzijn.

Daarnaast zijn de contouren gebaseerd op vele gesprekken die afgelopen jaren gevoerd zijn voor o.a. beleidsbrief sociale basis etc. Ook zijn er voorbeelden bekeken van andere gemeenten en gesprekken gevoerd met ambtenaren van andere gemeenten en volgen we de landelijke ontwikkelingen en wijzigingen vanuit het landelijk beleid van het Rijk. Fase 2. Ophaalfase - April 2026 Centrale vraag: Welke inzichten uit de praktijk zijn belangrijk voor het verder uitwerken van de drie onderdelen van het toekomstige stelsel: de sociale basis, buurtteams en aanvullende ondersteuning? Diagnose: praktijk en systeem We brengen in beeld hoe de huidige inrichting van maatschappelijke ondersteuning en welzijn doorwerkt in praktijk en samenwerking. ● Wat gebeurt er in de praktijk? ● Welke belangen en perspectieven spelen daar? ● Waar schuurt het: bijvoorbeeld in samenwerking, rolverdeling of financiering? ● Hoe ervaren inwoners de ondersteuning in de praktijk: wat is daarin helpend en wat niet? Vanuit het perspectief van inwoners verkennen we daarnaast wat voor hen belangrijk is in goede ondersteuning. Deze inzichten worden meegenomen als richtinggevende principes (ontwerpcriteria) bij de verdere uitwerking van het stelsel.

Bijvoorbeeld: ‘Als je als inwoner ondersteuning zoekt, hoef je maar 1 keer je verhaal te vertellen.’ Ontwerp: Verdiepen van de voorgestelde inrichting De opgehaalde inzichten worden benut om scherper zicht te krijgen op de gevolgen en aandachtspunten van de voorgestelde inrichting van het stelsel. ● Wat vraagt dit van de rol van sociale basis? ● Wat vraagt dit van de positionering van buurtteams? ● Hoe verhoudt dit zich tot de inrichting van aanvullende ondersteuning (maatwerkvoorzieningen)? Wat bieden we aan als maatwerkvoorziening en wat kan collectief en/of vrijwillig worden aangeboden in de sociale basis? ● Wat vraagt het om maatschappelijke initiatieven en initiatiefnemers die nu geen subsidie ontvangen, maar wel een belangrijke rol spelen in het welzijn van inwoners, beter te zien, te waarderen en te benutten binnen het stelsel? Binnen deze verdieping kijken we specifiek naar: ● kansen en knelpunten voor een samenhangend zorg- en ondersteuningsaanbod; ● de samenwerking tussen formele en informele organisaties; ● de inrichting en harmonisatie van subsidieregelingen; ● het tegengaan van overlap, concurrentie of onduidelijkheid en het versterken van samenwerking.

2

●

of het aansluit bij de richtinggevende principes (ontwerpcriteria) die we vanuit inwonersperspectief hebben opgesteld.

De opbrengsten uit deze fase worden betrokken bij de verdere uitwerking van het stelsel op hoofdlijnen Fase 3. Analyse- en synthesefase (mei 2026) (intern) In deze fase maakt het projectteam een analyse- en synthese slag op basis van de opbrengsten uit de ophaalfase. We brengen de opgehaalde inzichten, spanningen en kansen samen en vertalen deze naar een eerste samenhangende uitwerking van het stelsel. Dit resulteert in verdere uitwerking (conceptuitwerking) van het stelsel, waarin de onderlinge verhouding tussen de sociale basis, buurtteams en aanvullende ondersteuning verder zichtbaar wordt gemaakt. Deze uitwerking wordt inzichtelijk gemaakt voor stakeholders door middel van een visualisatie en een heldere toelichting. Deze uitwerking vormt de basis voor de volgende fase in het participatietraject, waarin het stelsel als geheel wordt voorgelegd aan stakeholders om hun perspectieven en reacties op samenhang, rolverdeling en uitvoerbaarheid op te halen. Deze inbreng wordt meegenomen in de verdere beleidsafwegingen, samen met andere relevante overwegingen zoals financiële, juridische en beleidsmatige kaders. Fase 4.

Toetsing en verrijkingsfase (juni 2026) Centrale vraag: Is de voorgestelde inrichting van het nieuwe stelsel logisch, samenhangend en uitvoerbaar? In deze fase wordt het stelsel als geheel zichtbaar gemaakt (inclusief de onderlinge verhouding tussen sociale basis, buurtteams en aanvullende/gespecialiseerde ondersteuning) en integraal besproken met inwoners, aanbieders en overige stakeholders. Daarbij maken we onderscheid tussen verschillende perspectieven. Organisaties en professionals reflecteren op de samenhang, rolverdeling en uitvoerbaarheid van het stelsel. Inwoners reageren daarbij vanuit hun ervaringen met ondersteuning op wat voor hen herkenbaar, helpend of juist niet helpend is in de voorgestelde richting.

Deelnemers toetsen (valideren) op drie punten: Samenhang, rol- en taakverdeling en uitvoerbaarheid: - Kloppen de gemaakte ontwerpkeuzes in de praktijk? - Is de rolverdeling helder en navolgbaar? - Zijn er blinde vlekken in het systeem? - Is de samenhang tussen de drie onderdelen voldoende zichtbaar? - Ontstaan er nieuwe knelpunten of onbedoelde effecten? - In hoeverre sluit het aan bij de richtinggevende principes (ontwerpcriteria) die we vanuit inwonersperspectief hebben opgesteld? Is het voor inwoners herkenbaar en helpend? Resultaat: Gerichte aanscherping van de conceptuitwerking van het stelsel en een navolgbaar beleidskader als basis voor besluitvorming in Q3 2026. De opgehaalde perspectieven worden meegenomen in de verdere beleidsafwegingen voor de inrichting van het stelsel.

Belang van de gemeente: Wat vindt de gemeente belangrijk? Zoals in de commissiebrief aangegeven, willen we als Den Haag werken met de volgende visie en uitgangspunten: De sociale basis gaat over het versterken van gemeenschapskracht en het laagdrempelig ondersteunen van inwoners. En over hoe we informele netwerken kunnen ondersteunen, zodat buren naar elkaar omkijken, mantelzorgers voor hun dierbaren kunnen blijven zorgen zonder overbelast te raken en het makkelijk is om vrijwilligerswerk te gaan doen en te blijven doen. Dat maakt het mogelijk dat iedere inwoner eerst kijkt wat hij zelf kan doen of wat zijn sociale omgeving/de sociale basis voor hem kan doen. Het draait hier om de eigen mogelijkheden, mantelzorg, hulp vanuit het sociaal netwerk, algemene voorzieningen en ondersteuning. Met de invoering van de Wmo heeft de regering het automatisme willen doorbreken dat mensen zich met elke hulpvraag tot de overheid wenden. 3

Deze beweging is ook ingegeven door de teruggang in financiële mogelijkheden en het beroep dat we daarom moeten doen op inwoners zelf. We moeten ons om die reden als gemeente meer toeleggen op het bieden van ondersteuning aan de meest kwetsbare inwoners en meer vertrouwen op de inzet vanuit inwoners en de stad zelf. Zo faciliteren we inwoners hierin door informatie aan te bieden en te verduidelijken, zodat inwoners beter weten wat zij zelf kunnen regelen. We organiseren gespreksgroepen over ouder worden waar senioren informatie kunnen delen en inspiratie kunnen opdoen en vragen we met de campagne ´Omkijken naar elkaar´ aan de inwoners in onze stad om elkaar hulp te bieden. Als inwoners er zelf niet uitkomen of geen beroep kunnen doen op de sociale basis, kunnen ze voor vrij toegankelijke ondersteuning terecht bij de buurtteams in de wijk. Alleen voor die inwoners voor wie bij de intake blijkt dat er meer nodig is, bekijkt de gemeente samen met de inwoner wat er aan aanvullende hulp nodig is. Het te ontwikkelen beleidskader beschrijft in samenhang de wijze waarop we de ondersteuning aan kwetsbare inwoners willen borgen en versterken. Dit doen we vanuit de volgende Haagse uitgangspunten: - de ondersteuning voor kwetsbare inwoners - jong en oud – is tijdig beschikbaar en van goede kwaliteit binnen het beschikbare budget.

Dit vraagt samenwerking tussen de sociale basis, buurtteams en aanvullende zorg; - we versterken de beweging naar het voorliggend veld: meer inzet op sociale basis, en daarmee op preventie en vroeg signalering; - we werken gezinsgericht. We weten dat zorg- of ondersteuningsvragen vaak binnen het hele gezin liggen, en niet alleen bij de (aan)vrager. Bijvoorbeeld relatieproblematiek, woon- of inkomensvraagstukken hebben hun weerslag op het hele gezin. Het is essentieel de zorgvraag met deze brede (gezinsgerichte) blik te benaderen. We werken in samenhang met het jeugd- en jongerenwerk, de jeugdhulp en de pedagogische sociale basis. - we werken gebiedsgericht. De vraag per gebied in onze stad verschilt. We moeten daar de dienstverlening op inrichten en aansluiten bij gebiedsgericht welzijn, de leefbaarheid in de wijk en de wijkaanpak; - we laten aanvullende zorg beter aansluiten op wat er in de directe omgeving van inwoners beschikbaar is, in de sociale basis en buurtteams. Het is een verschuiving naar meer samenhang en samenwerking en een overzichtelijker zorglandschap; - we richten het lokale stelsel voor hulp, ondersteuning en welzijn zo eenvoudig en transparant mogelijk in voor onze inwoners. Dit betekent dat we ons inspannen om het aantal loketten terug te dringen.

In het participatietraject verkennen we samen met deelnemers welke uitgangspunten vanuit het perspectief van inwoners richtinggevend kunnen zijn voor de verdere ontwikkeling van het stelsel. Deze kunnen worden geformuleerd als richtinggevende principes (ontwerpcriteria) (beloftes misschien te zwaar?) voor de ondersteuning.

Voorwaarden: Wat staat er in het project al vast? Binnen de doorontwikkeling van het stelsel staat vast dat we het stelsel van maatschappelijke ondersteuning en welzijn vanaf 2028 willen inrichten langs drie lijnen: 1. een sterke Haagse sociale basis 2. buurtteams 3. aanvullende ondersteuning met maatwerkvoorzieningen Verder staat de bestaande begroting vast, dat betekent dat er in totaliteit geen extra middelen beschikbaar zullen zijn, wel kan er waar relevant geschoven worden met middelen tussen of binnen de drie lijnen.

Deelnemers: Wie heeft er een belang? Gebruiker • Inwoners: Een prettige en veilige leefomgeving is voor alle inwoners van Den Haag van belang. Waar mensen zich welkom en veilig voelen, ontstaat ruimte voor ontmoeting, contact en onderlinge betrokkenheid. De openbare ruimte speelt hierbij een ondersteunende rol en goede

4

basisvoorzieningen maken het mogelijk dat verschillende groepen elkaar op een vanzelfsprekende manier vinden. Het ondersteunen van (buurt) initiatieven, community building van onderop. Met oog voor weerbaarheid en vergroten veerkracht. Eenvoudig toegang tot ondersteuning, passende ondersteuning (weinig doorverwijzing, snel en goed geholpen); makkelijk vindbaar en bereikbaar, vast gezicht, zo min mogelijk overdracht. Uitvoering • Vrijwilligers: laagdrempelig contact, ondersteuning bij uitvoering vrijwilligerswerk waar nodig. Eenvoudig subsidie aan kunnen vragen. • Maatschappelijke initiatieven en uitvoerende partijen/aanbieders op het gebied van zorg en welzijn (zowel bestaande als toekomstige initiatieven/partijen): Goed/helder beleid (kaders en inrichting die uitvoering van taken faciliteren), maar ook voldoende financiering voor eigen organisatie en zekerheid voor de toekomst; Eenvoudig subsidielandschap. • Samenwerkingspartners (o.a. jeugd, huisartsen, zorgverzekeraars): Duidelijkheid over rolverdeling en regie (wat pakken buurtteams wel en niet op), zodat samenwerking en overdracht goed vormgegeven kan worden.

Overheid • Wethouders, College, Raad: een kader en inrichting die uitvoering van maatschappelijke ondersteuning en welzijnswerk faciliteren, maar ook rekening houdt met schaarste aan personeel en beschikbare budgettaire kaders); • Beleid en accounthouders: goede balans tussen sturing op stedelijke middelen/doelen wmo/welzijn en gebiedsgerichte middelen/doelen. • Juristen gemeente: Kaders die juridisch passend zijn; Rechtmatige besteding van middelen. • Control gemeente: Doelmatige/doeltreffende besteding middelen, kader dat passend is binnen financiën. • Overig: (bv. Onderzoekers, opstellers en uitvoerders wijkplannen) Bepaalde elementen uit wijkplannen een plek krijgen in uitvoering door welzijn.

Invloed: Op welk niveau mogen deelnemers meedoen? De gemeente voert de regie op het participatieproces en weegt de opgehaalde inzichten, adviezen en belangen bij het opstellen van het beleidskader maatschappelijke ondersteuning en welzijn. Tijdens het traject worden argumenten, standpunten, kennis en praktijkervaring opgehaald en benut bij de verdere uitwerking van het stelsel. Het niveau van participatie in dit traject is raadplegen en adviseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het uiteindelijke beleidsvoorstel en de besluitvorming. Gebruikers en uitvoerende partijen ● Inwoners: Sleutelfiguren die vanuit het perspectief van een maatschappelijke groep bijdragen geven hun mening en adviseren over de participatievraag in fase 1 (ophaalfase) en fase 2 (toetsing en verrijking) van het proces. Zij brengen signalen, ervaringen en perspectieven uit verschillende groepen inwoners in. Sleutelfiguren die initiatieven nemen zoals vrijwilligers en bewoners met initiatieven geven hun mening en adviseren over de participatievraag in fase 1 en fase 2. Zij delen praktijkervaringen met initiatieven in de wijk en de stad, over de samenwerking en ondersteuning van welzijnsorganisaties en de behoeften die ze hebben ten aanzien van (financiële) ondersteuning en hoe en waar ze deze ondersteuning kunnen vinden.

● Maatschappelijke initiatieven en uitvoerende partijen/aanbieders op het gebied van zorg en welzijn (zowel bestaande als toekomstige initiatieven/partijen): Zij delen hun ervaringen met samenwerking, financiering en ondersteuning en denken mee over hun mogelijke rol in het toekomstige stelsel. ● Samenwerkingspartners (o.a. jeugd, huisartsen): adviseren over de participatievraag in fase 1 en fase 2. Zij delen hun expertise over samenwerking tussen domeinen en denken mee over de samenhang tussen welzijn, maatschappelijke ondersteuning en andere vormen van ondersteuning in het ontwerp van het nieuwe stelsel. 5

Overheid ● Wethouders, college en gemeenteraad beslissen over de denkrichting in Q1 (college) en over het beleidskader in Q3 (college en gemeenteraad). ● Gemeentelijke diensten (OCW, DPZ en andere betrokken afdelingen) coproduceren het proces en werken in alle fasen mee aan de analyse van de opbrengsten en de verdere uitwerking van het stelsel. ● Juristen en control adviseren in alle fasen over juridische en financiële kaders en denken mee over de uitvoerbaarheid en rechtmatigheid van het nieuwe stelsel. Hoe weegt de gemeente de belangen? Zijn er belangen die zwaarder wegen? Het belang van de inwoners staat voorop. Met deze doorontwikkeling van Wmo en welzijn behartigen we die belangen binnen het krachtenveld van de aanbieders, de gemeentelijke kaders en de toekomstige ontwikkelen zoals bescheven in de commissiebrief waarbij dit een bijlage is.

6

2. Participatieanalyse De participatieanalyse beschrijft met welke factoren en behoeften rekening wordt gehouden.

Voorgeschiedenis: Wat ging eraan vooraf? Zoals eerder in dit participatieplan is beschreven is er in een voorbereidingsfase gewerkt aan de contouren van het toekomstig beleid. In de commissiebrief is tevens beschreven dat deze contouren voortbouwen op inhoudelijke lijnen die reeds door uw raad zijn vastgesteld: Beleidsbrief sociale basis (RIS310486):

in deze brief wordt beschreven hoe we de Haagse sociale basis willen onderhouden en versterken; Beleidskader Aanpak dakloosheid “Den Haag geeft Met dit beleidskader wordt gestreefd naar het thuis” 2023–2030 (RIS316085): oplossen van dakloosheid in 2030 met aandacht voor preventie, de beweging van opvang naar wonen en het versterken van domeinverstijgende dienstverlening; Haagse preventieaanpak (RIS316587): inzetten op preventie en het terugdringen van gezondheidsverschillen en verbeteren van bestaanszekerheid; Het Manifest Samen opvoeden en opgroeien in dit manifest beschrijft de koers voor de benodigde Den Haag (RIS320461): transformatie in de jeugdhulp en is opgesteld met jongeren, ouders en een groot aantal maatschappelijke organisaties; Actualisatie van het beleidsplan professioneel met dit document is ‘Versterken & Verbinden’ welzijnswerk ‘Versterken en Verbinden’ (2025(RIS310647), beleidsplan professioneel 2027) (RIS321267): welzijnswerk 2021-2024’ met een periode van 3 jaar (tot en met 2027) verlengd; Verminderen marktwerking Wmo (RIS322609): deze commissiebrief vermeldt de richting die het college sinds 2023 inzet om de marktwerking in de Wmo te verminderen en de samenwerking in de wijk te bevorderen; Woonzorgvisie 2025–2035 (RIS323714): een integrale visie op wonen, zorg en welzijn in Den Haag.

Daarnaast baseren we ons op de Studie “Houdbaarheid Wmo” (VWS): een onderzoek naar de langetermijnbetaalbaarheid van de Wmo.

Omgevingssituatie: Welke andere projecten, activiteiten of ontwikkelingen spelen in het gebied of onderwerp? De uitwerking van de contouren van de doorontwikkeling van het stelsel maatschappelijke ondersteuning en welzijn gebeurt in nauwe samenhang met andere lopende ontwikkelingen in het veld van zorg en welzijn: Tevens sluiten we aan op de volgende beleidsinhoudelijke ontwikkelingen: -

verbinding met de ontwikkeling van zorgzame buurten waarbij de samenhang tussen wonen, zorg en welzijn worden versterkt; verbinding met de gemeentelijke programma’s Gebiedsgericht Werken en Dienstverlening Nabij;

7

-

-

-

relatie met de Haagse Preventieaanpak daar waar het gaat om het reduceren van gezondheidsverschillen en het verbeteren van bestaanszekerheid; aansluiting op de versterking van de samenwerking met de eerstelijnszorg (wijksamenwerking, ketenaanpakken, samenwerking medisch-sociaaldomein (AZWA); aansluiting op de jeugdhulp. We zetten in op gezinsgericht werken. Dit vraagt om ondersteuning van 0-100 jaar en dus samenwerking en afstemming tussen de buurtteams en jeugd en een sterke sociale basis in de breedte (dus inclusief de pedagogische sociale basis). Hoe en wanneer we dit invullen beschrijven we in het beleidskader; aansluiting op de gebiedsvisies en de wijkplannen. Belangrijk uitgangspunt is dat we juist ook in de sociale basis ruimte bieden aan kleinschalige initiatieven van organisaties en bewoners uit de wijken; de positionering van onafhankelijke cliëntondersteuning en de inzet van ervaringsdeskundigheid/ belangenbehartiging.

8

3. Participatieontwerp Tijdens dit traject worden argumenten, standpunten, kennis en praktijkervaringen opgehaald bij inwoners, organisaties en andere betrokken partijen. Deze inzichten worden gebruikt om het denken over de inrichting van het nieuwe stelsel van maatschappelijke ondersteuning en welzijn te verrijken, meegenomen als een afweging in de inrichting van het nieuwe stelsel, en beleidskeuzes beter te onderbouwen. Het niveau van participatie in dit traject is raadplegen en adviseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het maken van beleidskeuzes en de uiteindelijke besluitvorming. De participatie vindt in zes verschillende sessies plaats, verdeeld over twee fases (fase 2 en fase 4). Na de voorbereidingsfase (Fase 1 in de tijdlijn). Fase 2. Ophaalfase ●

A - Diagnose en ontwerpsessie: Sociale Basis & Gebiedsgericht werken (4 sessies). In vier verschillende gebieden in Den Haag met partijen sociale basis per gebied, relevante gebiedspartners, sleutelfiguren die een groep representeren en sleutelfiguren die initiatieven nemen. De gebieden worden geselecteerd via de clustering van maatschappelijk vastgoed, hieruit worden vier buurten gekozen die de verschillende buurten van Den Haag vertegenwoordigen. De analyse van deze 4 ontwerpsessies brengt in beeld welke elementen lokaal maatwerk vragen en welke onderdelen zich lenen voor centrale kaders of standaardisering.

●

B - Stadsbrede diagnose- en ontwerpsessie: rol en inzet van Buurtteams (1 sessie). Met huidige uitvoerders van welzijnsbeleid, maatschappelijke initiatieven en partijen op het gebied van welzijn die nu geen subsidie ontvangen, partnerorganisaties zoals jeugd, Wmo, financiële hulpverlening en sleutelfiguren die bepaalde groepen vertegenwoordigen op stedelijk niveau.

●

C - Stadsbrede diagnose- en ontwerpsesssie: maatwerkvoorzieningen (meerdere sessies). Voor de maatwerkvoorzieningen - huishoudelijke hulp, dagbesteding en individuele begeleiding, beschermd wonen en maatschappelijke opvang worden marktconsultaties georganiseerd. Daarvoor worden per onderdeel alle huidige contracten en belangstellende partijen uitgenodigd, evenals de vertegenwoordigers van cliëntgroepen. De eerste ronde vindt plaats in de periode maart - april - mei 2026. Deze marktconsultaties zullen in de periode tot nieuwe contractering doorlopend blijven plaatsvinden.

Fase 3. Analyse en synthese fase In deze fase maakt het projectteam een analyse- en syntheseslag op basis van de opbrengsten uit de ophaalfase. We brengen de opgehaalde inzichten, spanningen en kansen samen en vertalen deze naar een eerste samenhangende uitwerking van het stelsel. Dit resulteert in een volgende slag op het ontwerp (conceptontwerp) van het stelsel, waarin de onderlinge verhouding tussen de sociale basis, buurtteams en aanvullende ondersteuning verder zichtbaar wordt gemaakt. En inzichtelijk voor stakeholders door middel van een visualisatie en heldere uitleg. Deze uitwerking vormt de basis voor de volgende fase, waarin het stelsel als geheel voorgelegd aan stakeholders om hun perspectieven te horen op samenhang, rolverdeling en uitvoerbaarheid. De opgehaalde reacties worden betrokken bij de verdere beleidsafwegingen.

Fase 4. Toetsing en verrijkingsfase ●

D - Validatiesessie middels een gefaciliteerde inloopbijeenkomst: een reis door het Haagse Welzijn (één sessie) om het beleid, ontwikkeld met o.a. input uit A en B, te valideren met alle deelnemers van sessie A en B.

In het hoofdstuk ‘Tijdlijn’ worden deze sessies verder toegelicht.

9

Aandachtspunten De gemeente neemt de volgende aandachtspunten in acht bij het vormgeven van het participatieproces: ● Gerichte participatie met een helder doel en resultaat: Gezien de beperkte tijd en het beschikbare budget kiezen we voor een gerichte en doelmatige participatieaanpak. We richten het traject zo in dat de opgehaalde input direct bijdraagt aan concrete beleidskeuzes en de uitwerking van het nieuwe kader. Dat betekent dat we niet kiezen voor een brede, open raadpleging onder alle inwoners, maar voor gerichte betrokkenheid van sleutelfiguren, vertegenwoordigers van bewonersgroepen en relevante stakeholders. Zij brengen ervaringskennis, signalen uit de praktijk en zicht op belangen mee. Op deze manier borgen we dat het beleid zoveel mogelijk aansluit bij het bewonersbelang, terwijl het participatieproces realistisch, zorgvuldig en uitvoerbaar blijft binnen de gestelde randvoorwaarden. ●

Gebruik van bestaande netwerk: Er wordt gebruik gemaakt van bestaand netwerken voor het werven van deelnemers. Denk hierbij aan bewonersinitiatieven, vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke initiatieven en zorgaanbieders.

●

Privacy: tijdens de sessies halen we ervaringen uit de praktijk op. De privacy van de personen uit deze ervaringen wordt te allen tijde gewaarborgd.

Aanspreekpunt Voor vragen kan contact opgenomen worden via: welzijn@denhaag.nl.

Tijdlijn Dit project bestaat uit vijf fases: de voorbereidingsfase, de ophaalfase, de analyse en synthesefase, de toetsing en verrijkingsfase en de opleverfase. Hieronder staan de fases verder uitgeschreven. Oranje zijn de interne fases, donkeroranje zijn de fases met deelnemers.

10

Fase Fasetitel Faseomschrijving Invloed 1 Voorbereidingsfase Een participatieplan wordt opgesteld. De ● Geen Participatieontwerp invulling van sessie A en B wordt vastgesteld en materialen worden ontwikkeld. Deelnemers voor sessie A en B worden uitgenodigd. 2 Ophaalfase Sessie A wordt 4 keer gehouden met de ● Raadplegen doelgroep. Sessie B wordt 1 keer gehouden ● Adviseren met de doelgroep. In beide sessies hebben de deelnemers een raadplegende en adviserende rol. De resultaten van sessie A en B worden verwerkt als voorbereiding op de analyse sessie. De eerste ronde marktconsultaties C worden gehouden in de periode maart-april-mei 2026.

Tijdsperiode Februari 2026 - maart 2026

3

Analyse- en synthesefase

Geen

Mei 2026

4

Toetsing en verrijkingsfase

Valideren

Juni 2026

5

Opleverfase

Geen

Juni 2026 Juli 2026

In een analysesessie met het projectteam ● worden de resultaten van sessie A, B en C, de marktconsultaties, geanalyseerd. De gemeente neemt dit mee in de uitwerking van het welzijnsbeleid. In afstemming met het projectteam wordt de input voor de visualisatie van de resultaten vastgesteld. De resultaten worden gevisualiseerd. Deze visualisatie dient als onderlegger voor de herziening van het beleid. Deelnemers voor sessie D worden uitgenodigd. ● In sessie D worden de resultaten visueel teruggekoppeld aan de deelnemers van sessie A, B. Dit wordt gedaan in de vorm van een gefaciliteerde inloopbijeenkomst. De resultaten worden hier visueel getoond. De deelnemers hebben een validerende rol tijdens deze inloopbijeenkomst. De resultaten van sessie D worden geanalyseerd en er wordt bepaald waar de visualisatie aangescherpt wordt. Op basis van de opbrengsten uit sessie D ● worden de visualisatie en de conceptuitwerking van het beleid waar nodig aangescherpt. Er wordt een participatieverslag geschreven. De eind- visualisatie en het participatieverslag wordt gedeeld met deelnemers van sessies A, B.

11

April 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16860387/1