RIS325137 Beantw SV Onafhankelijke evaluatie renovatie Hubertustunnel
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
3 juni 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden Van Basten Batenburg en De Ridder, luidend: ‘Onafhankelijke evaluatie renovatie Hubertustunnel
DSB/11045514 RIS325137
De raadsleden Van Basten Batenburg en De Ridder hebben op 1 april 2026 een brief met daarin negen vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 1 april 2026 heeft het college de raad geïnformeerd dat de renovatie van de Hubertustunnel vertraging heeft opgelopen (RIS325108). Dit bericht komt 6 weken nadat het college de raad heeft verzekerd dat het nog altijd uitging van de oorspronkelijke openstellingsdatum van eind april. 1.
Wat heeft het college ondernomen om de werkzaamheden aan de Hubertustunnel te versnellen, na het bericht d.d. 12 februari jl. (RIS324696) dat de gestelde afspraken niet zijn nagekomen?
De renovatie van de Hubertustunnel wordt uitgevoerd op basis van een met de aannemer gesloten Design Build Maintain (DBM)-contract op basis van de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2005 (UAV-GC DBM). In het contract ligt de verantwoordelijkheid voor het halen van de opleverdatum primair bij de aannemer, die het integraal ontwerp, de uitvoering en de planning beheerst. De gemeente Den Haag als opdrachtgever toetst of aan de afgesproken prestaties wordt voldaan en treft maatregelen ingeval van tekortkomingen. Gedurende de looptijd van het project wordt door de gemeente Den Haag steeds gehandeld passend binnen de kaders van het contract. Toen duidelijk werd dat de aannemer de contractuele opleverdatum niet zou halen, is de aannemer in gebreke gesteld en is een boete opgelegd voor het niet halen van de opleverdatum met (onder meer) als doel om de aannemer te stimuleren alsnog zo snel mogelijk op te leveren. Namens het college is de aannemer sindsdien meerdere keren aangesproken (ook op directieniveau) op het niet halen van de contractuele opleverdatum. Meer concreet is de aannemer binnen de reguliere overleggen tussen de aannemer en de gemeente Den Haag aangesproken op de voortgang. In de verschillende overleggen heeft de aannemer de gemeente verzekerd volle inzet te plegen om de opleverdatum ook daadwerkelijk te halen.
Daarbij is de aannemer telkenmale gevraagd om een actuele planning, onderbouwd met een aanpak, aan te leveren. Daarnaast is getracht om tot contractuele afspraken te komen die zagen op een nieuwe opleverdatum op 30 april 2026, inclusief een monitoringstraject conform de uitgangspunten van de UAV-GC. Daarmee zetten partijen zich vol in om een integrale uitvoeringsplanning op te leveren die realistisch, haalbaar en acceptabel is. In die periode is de aannemer met meerdere ploegen gaan werken. Dit met het doel om ervoor te zorgen dat de Hubertustunnel alsnog op 30 april 2026 veilig in gebruik genomen zou kunnen worden.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11045514
Eind februari 2026 had de aannemer inmiddels ook een achterstand ten opzichte van de planning met opleverdatum 30 april 2026 opgelopen, waardoor ook de haalbaarheid van deze nieuwe opleverdatum niet meer aannemelijk was, zoals gemeld in RIS325108. Ook hierop is de aannemer meerdere keren aangesproken, zoals hierboven beschreven. In de brief van 12 februari jl. schreef het college dat het rekende op extra inzet van de aannemer. 2.
Welke afspraken zijn hierover gemaakt met de aannemer?
Zoals beschreven in het antwoord op vraag 1 gelden de kaders van het UAV-GC contract op grond waarvan de aannemer verantwoordelijk is voor het conform contract tijdig opleveren van de tunnel. Daarnaast is afgesproken dat de gemeente Den Haag en de aannemer vol inzetten op het halen van een integrale uitvoeringsplanning die realistisch, haalbaar en acceptabel is en die leidt tot het zo snel mogelijk veilig in gebruik nemen van de Hubertustunnel, waarbij de aannemer contractueel verantwoordelijk is en blijft voor het halen van de planning. In aanvulling daarop heeft de gemeente in diverse overleggen samen met de aannemer de voortgang gemonitord door middel van de standlijn in de planning en technische dashboards. In die overleggen zijn vervolgens concrete afspraken gemaakt over bijsturing en ondersteuning door de gemeente. 3.
Hoe zijn deze afspraken vastgelegd?
Volgens het contract moet de aannemer bij afwijking van de planning een nieuwe planning indienen. De afspraken over de nieuwe planning worden gemaakt tussen de gemeente Den Haag en de aannemer in de diverse projectoverleggen en daarna formeel vastgelegd in een contractuele wijziging. Nog voordat de nieuwe afgesproken datum, zijnde 30 april 2026, contractueel zou kunnen worden vastgelegd heeft de aannemer aangegeven deze datum niet meer haalbaar was. Het vastleggen van de gewijzigde datum was daarmee niet meer opportuun. Het niet overeenkomen van een wijziging houdt overigens in dat de originele uitgangspunten van het contract van kracht blijven. 4.
Hoe zijn de afspraken gemonitord?
Voor alle (contractuele) afspraken geldt dat de voortgang daarvan op basis van de standlijn, de planning en de trendlijn uit de dashboards is en wordt gemonitord. 5.
Kan het college een gedetailleerd overzicht verschaffen van alle contacten en afspraken vanaf het moment dat is geconstateerd dat de ‘gestelde afspraken uit de overeenkomst’ niet zijn gehaald? Zo nee, waarom niet?
Vanaf de start van het contract is de gemeente in gesprek met de aannemer over de planning en voortgang van het werk. Gedurende het project is gezocht naar versnellingsmaatregelen, zowel aan de zijde van de aannemer als aan de zijde van de gemeente Den Haag, om de planning te halen. Zo zijn bijvoorbeeld afspraken gemaakt over verkorte, versnelde toetsingsperiodes. Ook is voorafgaand aan de afsluiting ingestemd met het starten van de uitvoering op basis van een door de opdrachtgever afgegeven “verklaring van geen bezwaar” voor bepaalde werkzaamheden. Daarmee kon de aannemer aan de slag zonder op dat moment extra vertraging op te lopen met het doel om de geplande renovatietijd en openstellingsdatum te halen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11045514
Vanaf december 2025 hebben gesprekken plaatsgevonden over het halen van 30 april 2026 als opleverdatum. Zowel binnen de reguliere wekelijkse projectoverleggen van het projectteam, als in de tweewekelijkse overleggen met de projectdirectie van de aannemer. Daarnaast zijn gesprekken op directieniveau gevoerd met de aannemer. In de periode na 12 februari jl. heeft de Haagse VVD de werkzaamheden aan de tunnel gemonitord. Voor zover te zien vanaf en onder het viaduct zijn de werktijden en werkdagen niet uitgebreid. Er werd niet eerder gestart met werk, er werd niet langer doorgewerkt en in weekenden waren geen werkzaamheden te zien. 6.
Kan het college bevestigen of deze waarneming klopt en zijn antwoord inhoudelijk onderbouwen?
Ten aanzien van de waarneming van de werkzaamheden aan de viaducten: dat klopt. Hier zijn reguliere werktijden aangehouden, mede omdat sprake is van specialistische werkzaamheden waarvoor de beschikbare capaciteit beperkt is. Ten aanzien van de werkzaamheden in de tunnel: (test)werkzaamheden vinden ook in de avonden en weekenden plaats, maar zijn minder zichtbaar aangezien deze voor een groot deel in de tunnel en technische ruimtes plaatsvinden. 7.
Als de waarneming klopt, waarom zijn de werktijden en -dagen niet uitgebreid?
Zie het antwoord op vraag 6. In aanvulling daarop geldt dat in januari 2026 de weersomstandigheden zodanig waren dat de geplande werkzaamheden niet altijd uitgevoerd konden worden. In februari 2026 hebben werkzaamheden ten behoeve van de renovatie van de viaducten plaatsgevonden gedurende reguliere werktijden. Het gaat hier om specialistische werkzaamheden en moeilijk toegankelijke ruimtes. De beschikbare specialistische capaciteit hiervoor is beperkt. In maart 2026 zijn de werkzaamheden tijdelijk onderbroken, om het viaduct beschikbaar te hebben voor de CPC-loop. Wat betreft de tunnel vinden de specialistische werkzaamheden zoals gezegd ook in de avonden en weekenden plaats. Oorspronkelijk zou de oprit van het Hubertusviaduct naar het Telderstrace weer opengaan op 31 januari jl. Deze oprit is echter nog altijd niet open, terwijl er al geruime tijd geen zichtbare werkzaamheden meer plaatsvinden. 8.
Is het college bereid ervoor te zorgen dat de oprit naar het Telderstrace zo snel mogelijk weer opengaat?
Sinds 19 april 2026 is het viaduct weer open voor verkeer. De renovatie van de Hubertustunnel is een zeer ingrijpend project voor de bereikbaarheid van Den Haag. Dagelijks zijn vele weggebruikers (veel) langer onderweg door de langdurige werkzaamheden aan de tunnel. Van het college mag scherpe sturing op een dergelijk project worden verwacht. 9.
Is het college bereid de ambtelijke en bestuurlijke sturing op dit ingrijpende project onafhankelijk te laten evalueren en de raad hierover te informeren?
Vooropgesteld: onze inzet, van zowel de gemeente als de aannemer, is vol gericht op het zo snel mogelijk, aantoonbaar veilig en goed onderhoudbaar openstellen van de Hubertustunnel.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/11045514
Zoals in de beantwoording van bovenstaande vragen is gemeld, zijn diverse paden verkend om te versnellen en zijn de contractuele verantwoordelijkheden van partijen in acht genomen. De aannemer is tenslotte gecontracteerd om het werk op tijd uit te voeren. Gaandeweg werd steeds duidelijker dat het de aannemer niet lukte om het werk met voldoende voortgang uit te voeren. De gemeente heeft de aannemer dan ook uiteindelijk in gebreke gesteld en een boete opgelegd. Daarmee is binnen de contractuele mogelijkheden gehandeld door de gemeente Den Haag. Voor alle (grote) projecten, zoals opgenomen in de standaard voor projectmatig werken, wordt na afloop van een het project een evaluatie uitgevoerd. Dat zal ook voor dit project worden uitgevoerd, om ook voor de toekomst leerpunten te formuleren om als opdrachtgever stevig te kunnen handelen bij het onvoldoende presteren van externe partijen. Daarbij zullen we een onafhankelijke partij betrekken. Bezien moet worden in welke vorm deze evaluatie het meest passend is, aangezien voor zo’n evaluatie ook het meenemen van het inzicht van de aannemer van belang is. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
4/4