RIS325124 Beantw SV HvDH wil duidelijkheid over schoolveiligheid na incidenten ROC Mondriaan
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
21 april 2026 Onderwerp
Ons kenmerk
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid De Mos, luidend: ‘Hart voor Den Haag wil duidelijkheid over schoolveiligheid na incidenten ROC Mondriaan’
OCW/11042125 RIS325124
Het raadslid De Mos heeft op 31 maart 2026 een brief met daarin 21 vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. 1.
Is het college bekend met de berichtgeving over onveiligheid en incidenten op ROC Mondriaan?
Ja, daar is het college mee bekend. 2.
Kan het college aangeven hoeveel geweldsincidenten de afgelopen 3 jaar hebben plaatsgevonden op Haagse onderwijsinstellingen?
Het college beschikt nog niet over een centrale registratie van incidenten op Haagse scholen. Momenteel wordt gewerkt aan het opzetten van een stedelijke incidentregistratie, in samenwerking met scholen. Met deze registratie beoogt het college beter inzicht te krijgen in de aard en omvang van incidenten, zodat gerichter beleid kan worden ontwikkeld. De meest recente stand van zaken rondom de ontwikkeling van deze incidentregistratie is opgenomen in de commissiebrief Update schoolveiligheid Q1 2026 (RIS325042). 3.
Is er sprake van een toename van wapengeweld onder jongeren in Den Haag? Graag een gedetailleerd overzicht.
Uit de evaluatie van het Haags actieplan wapens en jongeren blijkt dat wapenbezit en -gebruik onder jongeren een hardnekkig probleem blijft dat voortdurende aandacht vraagt. Tegelijkertijd laten de beschikbare cijfers zien dat vanaf 2023 sprake is van een zekere stabilisatie van het totaal aantal geregistreerde wapenincidenten in Den Haag. In 2019 werden in totaal 558 wapenincidenten geregistreerd tegenover 414 incidenten in 2025. In 2025 werden 58 incidenten geregistreerd in de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar, 65 incidenten in de leeftijdscategorie 18 tot en met 22 jaar en 310 incidenten in de leeftijdscategorie 23 jaar en ouder. Een nadere duiding van deze ontwikkelingen tot en met 2024, evenals een overzicht van de ingezette en voorgenomen maatregelen, is opgenomen in de Evaluatie Haags actieplan wapens en jongeren (RIS322974). 4.
Kan het college aangeven of er vergelijkbare signalen van onveiligheid of angstcultuur zijn op andere scholen in Den Haag? Graag een gedetailleerd antwoord.
Het college heeft geen signalen ontvangen dat sprake is van een angstcultuur of structurele onveiligheid op Haagse scholen. Meldingen over sociale veiligheid, incidenten of misstanden binnen scholen worden primair opgepakt binnen de daarvoor ingerichte structuren van de school en het schoolbestuur.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11042125
Dit gebeurt bijvoorbeeld via de interne veiligheidscoördinatoren, of door hulp in te schakelen van het Netwerk Veilige School (NVS) dat is ontstaan uit de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid (RIS317222). Dit netwerk richt zich op het bevorderen van een veilig schoolklimaat in en om de school door het voorkomen en aanpakken van overlast, vandalisme en criminaliteit, het vroeg signaleren van zorgwekkend gedrag en het versterken van calamiteiten- en crisisbeheersing. Indien signalen niet intern kunnen worden opgelost of wanneer sprake is van ernstige of structurele problematiek, kan het Netwerk Veilige School de school ondersteunen in het zetten van de juiste vervolgstappen. 5.
Hoe monitort het college de sociale veiligheid op scholen? Graag een gedetailleerd antwoord.
De wettelijke verantwoordelijkheid voor het toezicht op sociale veiligheid ligt bij de Onderwijsinspectie. Op grond van de Wet Sociale veiligheid op scholen zijn scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs verplicht om jaarlijks de sociale veiligheid van leerlingen te meten. Deze metingen worden veelal uitgevoerd door externe aanbieders. Scholen delen uiterlijk vóór 1 juli van het schooljaar een samenvatting van de uitkomsten met de Onderwijsinspectie. Wanneer scholen niet voldoen aan deze wettelijke verplichtingen kan de Onderwijsinspectie handhavend optreden, onder andere door het opleggen van financiële sancties. Tijdens de evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid (RIS322349) heeft het college de respondenten bevraagd over het veiligheidsgevoel op scholen. Hieruit is gebleken dat vooral rondom het bespreken van gevoelige of polariserende thema’s soms ongemak wordt ervaren. Op deze signalen is ingestapt door het college en het Netwerk Veilige School door scholen op individueel niveau te adviseren en door trainingen aan te bieden over dit thema, georganiseerd door bijvoorbeeld het Informatiepunt Polarisatie en Radicalisering (IPPR). Het IPPR zet zich in om radicalisering en extremisme in Den Haag tegen te gaan, onder andere door hun kennis te delen.
Daarnaast gaat het college in de uitvoerings-/monitoringsagenda van de onlangs vastgestelde Haagse Educatieve Agenda (RIS323937) ook queeracceptatie op scholen inzichtelijk maken door het aantal Gender & Sexuality Alliances (GSA’s) te monitoren. 6.
Kan het college aangeven hoe signalen van studentenraden en docenten worden opgevolgd?
Binnen het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) worden signalen van studenten en docenten opgevolgd via het verplichte klachten‑ en geschillenloket van iedere instelling. Dit loket beoordeelt het signaal en zorgt dat het bij de juiste onafhankelijke commissie terechtkomt, zoals de klachtencommissie, de geschillenadviescommissie of de Commissie van Beroep. Deze commissies onderzoeken het signaal en brengen een advies uit aan het College van Bestuur, dat vervolgens een besluit moet nemen. Studenten en docenten kunnen een kopie van hun klacht opsturen naar de Onderwijsinspectie, die aan deze signalen tijdens haar eerstvolgende bezoek extra aandacht besteedt. 7.
Klopt het dat Den Haag beschikt over een aanpak schoolveiligheid en samenwerkingsafspraken met scholen en veiligheidspartners?
Ja, Den Haag beschikt sinds 2023 over een Samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid (RIS317222). Deze overeenkomst werd in eerste instantie gesloten tussen voorgezet onderwijs (VO) en middelbaar beroepsonderwijs (MBO), maar is in 2025 ook uitgebreid naar primair onderwijs (PO).
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11042125
Uit de samenwerkingsovereenkomst is het Netwerk Veilige School ontstaan. 8.
Hoe beoordeelt het college de effectiviteit van dit bestaande beleid, gezien recente incidenten? Graag een gedetailleerd antwoord.
Het college beoordeelt de effectiviteit aan de hand van de evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst. Uit de evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid (RIS322349) blijkt dat scholen, politie en gemeente de samenwerking overwegend positief beoordelen en dat deze bijdraagt aan verbeterde afstemming en snellere communicatie. Scholen geven aan zich hierdoor gesteund te voelen in hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid op en rond de school. In dezelfde evaluatie komt naar voren dat de meerderheid van zowel de leerlingen als het personeel de school als een veilige omgeving ervaren. In de afgelopen jaren zijn op het gebied van schoolveiligheid belangrijke stappen gezet. Het thema heeft een steeds prominentere plaats gekregen binnen schoolbesturen en scholen. Door de inzet van het Netwerk Veilige School wordt kennis gedeeld, hebben scholen een vast aanspreekpunt voor veiligheidsvraagstukken en is de samenwerking tussen betrokken partners verder versterkt. Hoewel het college op dit moment nog niet beschikt over een centrale incidentregistratie, geven deze bevindingen aanleiding om te concluderen dat de ingezette aanpak bijdraagt aan het versterken van de veiligheid op school. Het college is tevreden over de voortgang die in de eerste twee jaar van de samenwerkingsovereenkomst is gerealiseerd. 9.
Deelt het college de mening van Hart voor Den Haag dat, wanneer er ondanks bestaand beleid sprake is van steekincidenten en onveiligheidsgevoelens, dit aanleiding is tot aanscherping? Graag een gedetailleerd antwoord.
Op basis van de meest recente evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst (zie het antwoord op vraag 8) ziet het college op dit moment geen aanleiding om tussentijds over te gaan tot een aanscherping van de samenwerkingsovereenkomst. Wel blijft het college, samen met scholen en veiligheidspartners, de ontwikkelingen nauwlettend volgen. In lijn met de gemaakte afspraken zal de samenwerkingsovereenkomst eind 2026 opnieuw worden geëvalueerd. De raad zal in het eerste kwartaal van 2027 worden geïnformeerd over de uitkomsten van deze evaluatie, waarbij expliciet wordt bezien of aanpassing of aanscherping van de overeenkomst wenselijk is. 10. Erkent het college dat de gemeente een regierol heeft in de veiligheid in en rondom scholen? De primaire verantwoordelijkheid voor de veiligheid in en rondom scholen ligt bij de schoolbesturen. Het college ondersteunt scholen hierbij door het faciliteren van samenwerking met relevante partners, bijvoorbeeld via de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid. 11.
Hoe wordt invulling gegeven aan samenwerking tussen scholen, politie, jongerenwerk en jeugdzorg? Graag een gedetailleerd antwoord.
In de onlangs vastgestelde Haagse Educatieve Agenda 2026–2032 (RIS 323937) is binnen Ambitie 1: ‘Bouw aan sterke sector overstijgende netwerken’ vastgelegd dat een veilige leer‑ en werkomgeving voor leerlingen en onderwijsprofessionals een essentiële randvoorwaarde is voor goed onderwijs. De HEA zet daarbij expliciet in op het bevorderen van sociale veiligheid in en rond de school via een integrale aanpak, waarin onderwijs, jeugdhulp, zorg, welzijn, gemeente, politie, jongerenwerk, maatschappelijke organisaties en ouders gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11042125
Momenteel wordt aan deze samenwerking al invulling gegeven binnen het Netwerk Veilige School. In de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid is vastgelegd hoe scholen, politie, OM en gemeente met elkaar samenwerken (RIS317222). In Den Haag Zuidwest wordt gewerkt volgens de aanpak Veilig In en Om School (VIOS). Binnen deze aanpak komen gemeente, scholen en veiligheidspartners zes wekelijks bijeen om signalen te bespreken en de samenwerking rondom jongeren te versterken. VIOS wordt vanuit het programma Preventie met Gezag (zie ook ‘Uitvoeringsprogramma Preventie met Gezag Den Haag Zuidwest 2026-2029’, RIS325036) uitgevoerd op vier middelbare scholen en op de locatie ROC Mondriaan Meppelweg. Aan deze overleggen nemen ook partners zoals Halt deel, met als doel te komen tot een sluitend netwerk rondom jongeren. De pilotperiode loopt dit jaar af, waarna VIOS in Den Haag Zuidwest wordt voortgezet en wordt verkend of deze aanpak ook in andere delen van de stad kan worden toegepast. Daarnaast onderhouden wijkagenten regelmatig contact met scholen, zijn op sommige scholen jongerenwerkers aanwezig en maken scholen en wijkagenten gebruik van gezamenlijke groepsapps. Deze vormen van samenwerking dragen bij aan korte lijnen tussen betrokken partijen en maken het mogelijk om laagdrempelig te schakelen bij vragen of incidenten. 12.
Kan het college aangeven op welke wijze vroegtijdig ingegrepen wordt bij signalen van onveiligheid? Het college zet in op vroegtijdige signalering en interventie door een samenhangende werkwijze waarin scholen, gemeente en veiligheidspartners nauw samenwerken. Door structurele signalering op scholen, snelle informatie-uitwisseling bij veiligheidsrisico’s en waar nodig tijdige inzet van passende interventies wordt zorgwekkend gedrag zo vroeg mogelijk herkend en opgepakt. Daarnaast vindt binnen het Netwerk Veilige School doorlopend trend- en risicoanalyse plaats, waarbij scholen en ketenpartners kennis en signalen delen. Deze gezamenlijke werkwijze maakt het mogelijk om tijdig passende maatregelen te treffen, waar nodig op te schalen en escalatie te voorkomen. 13. Worden jongerenwerkers actief ingezet rond scholen met verhoogde risico’s? Vanuit het jongerenwerk wordt structureel ingezet op samenwerking met scholen. Deze samenwerking maakt onderdeel uit van de reguliere opdracht van het jongerenwerk en is gericht op het leggen en onderhouden van contact met onderwijsinstellingen. De concrete inzet van jongerenwerkers op schoollocaties wordt in de praktijk vormgegeven op basis van maatwerk en in afstemming met scholen. Vanuit incidentele middelen wordt op een aantal scholen extra ingezet.
De ondersteuning vanuit het jongerenwerk wordt situationeel ingevuld, binnen de bestaande kaders en in samenwerking met betrokken partners. 14. Welke maatregelen worden genomen om de sociale veiligheid te verbeteren? Scholen beschikken over gedragsregels en digitale gedragsregels waaraan leerlingen en studenten zich dienen te houden. Deze regels zijn onderdeel van het veiligheidsbeleid van de school en geven kaders voor gewenst gedrag, zowel fysiek op school als in de digitale leer- en leefomgeving. Het is aan scholen en schoolbesturen om deze regels toe te passen, te handhaven en waar nodig te actualiseren, passend bij hun eigen context en wettelijke verantwoordelijkheden. 15.
Hoe wordt de omgeving rondom scholen veiliger gemaakt (verlichting, toezicht, cameratoezicht)?
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11042125
De gemeente werkt nauw samen met scholen wanneer er sprake is van overlast of incidenten in de omgeving van de school. Wanneer dit aanhoudend is of wanneer het invloed heeft op de veiligheidsbeleving, kunnen maatregelen worden genomen om de overlast aan te pakken en te voorkomen. Afhankelijk van de situatie wordt in dat geval bekeken welke maatregelen nodig en proportioneel zijn. 16. Herkent het college signalen dat incidenten niet (voldoende) worden gemeld? Er bestaat geen meldplicht van incidenten in scholen richting het college. Wel wordt gewerkt aan een incidentregistratie (zie ook RIS325042) die ervoor gaat zorgen dat het college meer inzicht krijgt in de incidenten op scholen per stadsdeel. 17.
Kan het college aangeven hoe gewaarborgd wordt dat studenten en docenten veilig misstanden kunnen melden? Graag een gedetailleerd antwoord.
De Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) verplicht MBO‑instellingen om een medezeggenschapsstructuur in te richten waarin studenten veilig signalen kunnen delen. De wet bepaalt ook dat deelnemers in deze structuur niet mogen worden benadeeld vanwege het melden van problemen. Daarnaast moeten instellingen een formeel reglement hebben waarin staat hoe meldingen zorgvuldig en vertrouwelijk worden behandeld. Als meldingen intern niet kunnen worden opgelost, kunnen studenten en medewerkers terecht bij een landelijke, onafhankelijke geschillencommissie. Hiermee is een veilige meldroute wettelijk geborgd binnen het MBO‑stelsel. 18. Kan het college aangeven of er een onafhankelijke meldstructuur is? Zie het antwoord op vraag 17. 19. Is het college bereid het huidige beleid te evalueren en waar nodig aan te scherpen, specifiek gericht op MBO-instellingen? Zo nee, waarom niet? Na de evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst in Q2 2025 (RIS322349), evalueert het college de samenwerkingsovereenkomst in Q4 2026 opnieuw. U wordt geïnformeerd over de uitkomsten hiervan in Q1 2027. De evaluatie zal zowel in PO, VO als MBO plaatsvinden. Indien de evaluatie daar aanleiding toe geeft, worden de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst en mogelijk ook het beleid aangepast. 20.
Is het college bereid te komen met extra maatregelen of een versterkte aanpak gericht op schoolveiligheid? Het college staat open voor het gezamenlijk verder versterken van de aanpak schoolveiligheid, indien daar in het onderwijsveld en bij partners in het veiligheidsdomein behoefte aan blijkt te zijn. Daarbij is het college bereid regie te voeren, maar de verdere uitwerking vindt nadrukkelijk plaats in gezamenlijkheid met scholen en ketenpartners. Eventuele aanvullende maatregelen of een versterkte aanpak worden waar passend uitgewerkt en geborgd binnen de bestaande samenwerkingsstructuren en afspraken, zoals de samenwerkingsovereenkomst schoolveiligheid, het Netwerk Veilige School en lopende uitvoeringsagenda’s. Het college acht het van belang om aan te sluiten bij wat er al is opgebouwd, en waar mogelijk gezamenlijk door te ontwikkelen binnen de bestaande kaders.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11042125
21. Kan de raad periodiek door het college worden geïnformeerd over de veiligheidssituatie op Haagse scholen? De raad wordt door het college periodiek geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van schoolveiligheid. De meest recente update is aan uw raad toegezonden op 24 maart 2026 met de commissiebrief update schoolveiligheid Q1 2026 (RIS 325042). Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
6/6