CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325118 Beantw technische vragen over Voortgang overkluizing Grotiusplaats

Algemene Raadscommissie 8 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Voortgangsbericht overkluizing Grotiusplaats, RIS3245122.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Klaas Verschuure Wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

Aan de voorzitter van de commissie Ruimte

DSB/11032562 RIS325118 Contactpersoon

Paul Janssen Dienst

Dienst Stadsbeheer Afdeling

DSB Opdrachtgeving Telefoonnummer

14070 Datum

E-mailadres

31 maart 2026

paul.janssen@denhaag.nl

Onderwerp

Beantwoording technische vragen PvdD over Voortgang overkluizing Grotiusplaats

Geachte voorzitter, Op 11 februari jl. is in de commissie Ruimte de commissiebrief Voortgangsbericht overkluizing Grotiusplaats (RIS324512) geagendeerd en behandeld. In dat kader is de commissie in de gelegenheid gesteld technische vragen te stellen over de inhoud van deze brief. Van deze mogelijkheid heeft de fractie van de Partij voor de Dieren gebruikgemaakt. De gestelde vragen zijn doorgeleid naar het college met het verzoek deze te beantwoorden. Hieronder treft u de door de fractie van de Partij voor de Dieren gestelde vragen en de beantwoording daarop. Vraag 1 Kan een duidelijke toelichting gegeven worden op het proces sinds het raadsbesluit over het voorlopig ontwerp in juli 2024, inclusief een tijdlijn van belangrijke stappen, momenten van vertraging en informatievoorziening aan de raad? Waarom wordt de raad pas nu geïnformeerd over het mislukken van de aanbesteding? Antwoord Na het raadsbesluit van 11 juli 2024 tot vaststelling van het uitvoeringskrediet is in september 2024 de gunningsfase van de Europese aanbesteding gestart. De inschrijving sloot op 13 februari 2025. Er is één inschrijving ontvangen. Bij opening van de prijs op 28 februari 2025 bleek dat de inschrijfsom aanzienlijk hoger lag dan de raming.

Na ontvangst van de inschrijving heeft het college eerst onderzocht of er binnen de aanbestedingsrechtelijke kaders en het door de raad vastgestelde besluit mogelijkheden waren om tot realisatie van het project te komen. Met ondersteuning van externe specialisten is onder meer gekeken naar de mogelijkheid om met de inschrijver in gesprek te gaan en naar de juridische en procedurele mogelijkheden binnen het aanbestedingsrecht. Dit onderzoek heeft niet geleid tot een wenselijke oplossing. Op grond van het aanbestedingsrecht moest deze inschrijving daarom als onaanvaardbaar worden aangemerkt en kon de opdracht niet worden gegund. Vervolgens is gestart met een verkenning hoe verder te gaan. Medio februari 2026 is de raad geïnformeerd over de onaanvaardbare inschrijving, het verrichte onderzoek en het vervolgproces.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11032562

Vraag 2 Kan nader worden toegelicht waarom meerdere van de geselecteerde partijen hebben besloten de aanbestedingsprocedure niet voort te zetten? Zijn hierover signalen of toelichtingen beschikbaar van marktpartijen? Antwoord Tussen de selectie van zes partijen en de start van de aanbesteding zat circa twee jaar. Deze periode werd mede veroorzaakt door vertraging in het bestuurlijke besluitvormingsproces over het ontwerp en een aanvullende variantenstudie. In deze periode hebben diverse partijen zich om hun moverende redenen teruggetrokken uit de aanbestedingsprocedure. Genoemd zijn dat de werkzaamheden niet meer aansloten op de uitvoeringsplanning, het afbouwen van de activiteiten van de installatietak van een bedrijf, waardoor de gevraagde werkzaamheden niet meer konden worden geleverd. En is in algemene zin gewezen op de omvang en complexiteit van de opdracht, de politieke gevoeligheid, de relatief grote proces- en ontwerpverantwoordelijkheid voor de aannemer en de daarmee samenhangende risico’s en tenderkosten. Bovendien gaven de marktpartijen aan onvoldoende capaciteit te hebben voor zowel de tender als de uitvoering vanwege andere lopende aanbestedingen en/of recent verworven opdrachten.

Vraag 3 Kan er een meer concrete onderbouwing worden gedeeld waarom de ontvangen inschrijving ruim boven het beschikbare budget lag? Kan daarbij worden aangegeven welke onderdelen van het project met name kostenverhogend waren? Antwoord Ten aanzien van de investeringskosten is uit analyse van de ontvangen inschrijving gebleken dat de overschrijding van het beschikbare budget voornamelijk samenhangt met drie factoren. Ten eerste heeft de aannemer een aanzienlijke risico-opslag opgenomen in verband met constructieve risico’s met betrekking tot de bestaande bakconstructie waarop wordt gefundeerd. Ten tweede spelen de vele raakvlakken tussen civiele techniek en installatietechniek een rol. In combinatie met de aard en omvang van dit project, een niet regulier project maar relatief klein in de categorie grote projecten leidde dit tot een zeer hoge inschatting van management- en overheadkosten bij de aannemer. Hierdoor zijn er hogere eenheidsprijzen gehanteerd, met name voor installaties. Vraag 4 In de brief worden onder andere marktomstandigheden, schaarste in de bouwsector en een verhoogd risicoprofiel genoemd als mogelijke oorzaken.

Kan het college per factor toelichten in hoeverre deze daadwerkelijk een rol hebben gespeeld en waarop deze inschatting is gebaseerd? Antwoord Kijkend naar de kostenoverschrijding zoals aangegeven in vraag 3 wijst dit erop dat een deel verklaard wordt door algemene marktomstandigheden, zoals stijgende prijzen en schaarste in de bouwsector. Het overgrote deel hangt samen met projectspecifieke factoren, zoals de complexiteit van het project, de samenloop van civiele en installatietechnische werkzaamheden en de door de markt ervaren risico’s in de uitvoering. De markt kent thans vele uitvragen van projecten, waardoor zij zich kan richten op minder risicovolle werken met een aantrekkelijke contractuele basis. Vraag 5 Kan worden toegelicht welke “beheersmaatregelen” precies zijn toegepast om het risico van een mislukte aanbesteding te beperken en waarom deze maatregelen uiteindelijk onvoldoende bleken?

2/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11032562

Antwoord Binnen het project zijn verschillende beheersmaatregelen genomen om het risico op een mislukte aanbesteding te beperken. Zo is voorafgaand aan de aanbesteding een marktconsultatie uitgevoerd om risico’s vanuit de markt in beeld te brengen en waar mogelijk te mitigeren. In diezelfde consultatie is ook afgestemd over de uitvoeringsplanning en de haalbaarheid daarvan. Daarnaast zijn marktpartijen vroegtijdig geïnformeerd via een informatiebijeenkomst en is via de Nota van Inlichtingen aanvullende toelichting gegeven op de aanbestedingsstukken. Waar nodig zijn documenten en planning aangepast naar aanleiding van vragen uit de markt. De huidige bouwmarkt wordt echter gekenmerkt door stijgende materiaalprijzen, ongunstige leveringsvoorwaarden en schaarste aan personeel en uitvoeringscapaciteit. Dit leidt tot minder interesse in projecten met een hogere complexiteit en hogere risico-opslagen in aanbiedingen. Vraag 6 Kan de indicatieve planning voor de heraanbesteding gedeeld worden? Kan daarnaast bijvoorbeeld worden toegelicht worden wat de fasering is en wat beoogde momenten voor besluitvorming, ontwerpaanpassingen, aanbesteding en start uitvoering zijn? Antwoord Momenteel wordt onderzocht op welke wijze een heraanbesteding zorgvuldig en kansrijk kan worden vormgegeven.

Daarbij worden verschillende aanbestedingsvarianten verkend, die onderling verschillen in aanpak, fasering en complexiteit. Deze varianten kennen ook verschillende doorlooptijden. In alle varianten wordt gewerkt met een gefaseerd proces van voorbereiding van de aanbesteding, selectie van marktpartijen, inschrijving en gunning. De uiteindelijke planning is afhankelijk van de aanbestedingsstrategie en de uitkomsten van de lopende onderzoeken. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, wordt de raad nader geïnformeerd. Vraag 7 Op welke punten wordt de nieuwe aanbesteding aangepast ten opzichte van de eerdere procedure? Worden er bijvoorbeeld wijzigingen voorzien in ontwerp, risicoverdeling, contractvorm, budget, fasering of marktbenadering? Antwoord Bij de voorbereiding van de heraanbesteding worden verschillende aanpassingen onderzocht. Daarbij wordt onder meer gekeken naar mogelijke aanpassingen van de contract- en aanbestedingsvorm en het opsplitsen van het contract in verschillende onderdelen zoals aanleg en onderhoud. Om zo goed mogelijk te anticiperen en de kansen op een succesvolle aanbesteding te vergroten, is een markconsultatie onderdeel van dit proces.

Vraag 8 Waarom verwacht het college dat een nieuwe aanbestedingsprocedure wel tot vergunbare inschrijvingen zal leiden? Op welke concrete inzichten of marktconsultaties is deze verwachting Gebaseerd? Antwoord De verwachting dat een nieuwe aanbesteding meer kans biedt op vergunbare inschrijvingen, is gebaseerd op de mogelijke aanpassingen in scope, contractvorm, risicoverdeling en aanbestedingsstrategie zoals beschreven bij vraag 7. Bij de uiteindelijke aanpassingen wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met de eerdere ervaring en met de uitkomsten van de marktconsultatie, hierbij wordt marktpartijen expliciet gevraagd naar mogelijkheden om de opdracht beter aan te laten sluiten op de marktsituatie.

3/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11032562

Vraag 9 Worden alternatieven voor de huidige overkluizingvariant opnieuw onderzocht, en zo ja welke varianten worden daarbij betrokken? Antwoord De mogelijke vervolgrichtingen voor het project, waaronder de wijze van aanbesteding en mogelijke varianten, maken onderdeel uit van de verkenning. Vraag 10 Kan worden ingegaan op de mogelijke risico’s rondom natuurvergunningen bij de uitvoering van de overkluizing, bijvoorbeeld wanneer verkeersomleidingen of tijdelijke maatregelen leiden tot extra verkeersbewegingen? Antwoord Een extern bureau heeft een stikstofberekening uitgevoerd op basis van de vigerende AERIUS Calculator 2025.0.1. Hun inschatting is dat momenteel geen vergunning voor een Natura 2000activiteit noodzakelijk is. De uitvoering van de overkluizing en de daarbij behorende verkeersomleidingen kunnen leiden tot een tijdelijke toename van stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Bij een omleiding van circa één jaar is de maximale toename van stikstofdepositie berekend op 0,12 mol/ha/jaar in het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide. Deze berekening is uitgevoerd met de AERIUS Calculator 2025.0.1 en houdt rekening met extra verkeersbewegingen als gevolg van de werkzaamheden en omleidingen.

Uit de ecologische beoordeling blijkt dat deze toename zeer beperkt en tijdelijk is en geen significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. De toename is bovendien tijdelijk en verdwijnt na afronding van de werkzaamheden. Als de aanbesteding is afgerond, zal de berekening opnieuw moeten plaatsvinden en worden beoordeeld of een vergunning nodig is. Vraag 11 Is onderzocht of tijdelijke verkeersmaatregelen of omleidingen kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden, en zo ja wat de uitkomsten daarvan zijn? Antwoord Het effect van tijdelijke verkeersmaatregelen en omleidingen op stikstofdepositie is onderzocht. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in de beantwoording van vraag 10. Vraag 12 Aansluitend daarop: Is de relevante jurisprudentie rond stikstof en vergunningverlening veranderd sinds de start van het project, en welke gevolgen heeft dit voor de haalbaarheid en planning van de overkluizing? Antwoord In oktober 2025 is een nieuwe versie van de AERIUS Calculator (2025.0.1) geïntroduceerd. Deze versie leidt tot lagere berekende stikstofdepositie door verbeterde modellering van emissies en aangepaste uitgangspunten voor verkeersintensiteiten en stationair draaien.

Voor dit project betekent dit dat, volgens de ecologische beoordeling, de berekende toename van stikstofdepositie binnen de grenzen blijft waarbij geen significante effecten op Natura 2000-gebieden optreden.

4/5

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSB/11032562

Vraag 13 Hoe wordt omgegaan met geluidsoverlast voor bewoners van de Grotiustorens, nu duidelijk is dat realisatie niet op korte termijn zal plaatsvinden? Antwoord Het college begrijpt dat bewoners van de Grotiustorens vragen hebben over de vertraging en de planning van het project. Om bewoners goed te informeren, werken we met bewonersbrieven. Tevens zijn in een georganiseerd inloopmoment vragen van bewoners over de voortgang en planning beantwoord. Ook kunnen bewoners vragen of opmerkingen indienen via een speciaal e-mailadres. Het projectteam werkt bovendien nauw samen met de verhuurder van de Grotiustorens, zodat signalen en zorgen van bewoners snel bij het projectteam terechtkomen. Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn in het aanbestedingsproces of de planning van het project, worden bewoners hierover geïnformeerd. Spijtig genoeg is er nu nog geen oplossing voor de geluidsoverlast, zie ook de beantwoording op vraag 14.

Vraag 14 Kan een overzicht gegeven worden van mogelijke tijdelijke verkeersmaatregelen om geluidsoverlast te beperken, inclusief de effectiviteit en haalbaarheid daarvan? Kan ingegaan worden op mogelijke verkeersmaatregelen om geluidsoverlast te verminderen, zoals snelheidsverlaging, aanpassing van verkeersstromen, stiller asfalt of beperking van zwaar verkeer? Antwoord Voor toren Grotius I, de toren die het dichtst bij de Utrechtse Baan staat, is in het bestemmingsplan een voorkeursgrenswaarde vastgesteld van Lden = 59 dB. Voor Grotius II geldt Lden = 57 dB. De geluidsbelasting op de Utrechtse Baan bedraagt momenteel circa 71 dB. Het college heeft onderzocht welke verkeers- en infrastructuurmaatregelen de geluidsbelasting kunnen verminderen. Daarbij is gekeken naar een combinatie van maatregelen: • toepassing van geluidsarm asfalt; • handhaven van de bestaande wings; • geluidsabsorptie op de wanden; • geluidsabsorptie aan de onderzijde van de wings. Als al deze maatregelen samen worden toegepast, daalt de geluidsbelasting met 2 dB. Dit blijft ruim boven de vastgestelde voorkeursgrenswaarden van 59 dB en 57 dB.

Een volledige tijdelijke afdekking van de Utrechtse Baan zou wel de gewenste verlaging kunnen opleveren, maar eerder onderzoek (RIS316958) toonde aan dat dit technisch niet haalbaar is: een tijdelijke afdekking vereist een volwaardige constructie met bijbehorende installaties. Ook snelheidsverlaging biedt geen uitkomst. Een verlaging naar 50 km/uur levert circa 1 dB reductie op. Zelfs een verlaging naar 30 km/uur haalt de benodigde reductie niet. De conclusie is dat er op dit moment niet voldoende tijdelijke maatregelen beschikbaar zijn die aantoonbaar effectief en haalbaar zijn om de geluidsbelasting voldoende te verminderen. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, de wethouder van Stedelijke Ontwikkeling, Bibliotheken en Europa Klaas Verschuure

5/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16777916/1