CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325115 Beantwoording SV Stikstofonderzoek Zeezwaluwstraat

Algemene Raadscommissie 10 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

2 juni 2026 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van de raadsleden Van den Bos en Arp, luidend: ‘Stikstofonderzoek Zeezwaluwstraat’

DSO/11057939 RIS325115

De raadsleden Van den Bos en Arp hebben op 27 maart 2026 een brief met daarin veertien vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 10 februari 2026 heeft het college de motie ‘Pas op de plaats voor mogelijke sloop Zeezwaluwstraat’ (RIS323844) afgedaan. In de afdoening geeft het college aan dat, om vertraging te voorkomen, het project Zeezwaluwstraat is opgenomen in een lopende opdracht aan Royal HaskoningDHV, waarin woningbouwprojecten nabij Natura 2000-gebieden indicatief worden doorgerekend op stikstofeffecten. Deze berekeningen zouden gebaseerd zijn op aannames over onder meer bouwvolume en bouwhoogte, en dienen als indicatie voor de haalbaarheid van een natuurvergunning. Dit gegeven roept vragen op. Het betreft een indicatieve berekening die vooruitloopt op een formele natuurvergunning, waarbij vooralsnog voor de gemeenteraad onduidelijk is hoe de onderzoeksopzet eruit ziet, welke uitgangspunten worden gehanteerd en hoe deze zich verhouden tot de feitelijke planvorming en besluitvorming. Ook is niet duidelijk hoe wordt omgegaan met stikstofeisen zoals additionaliteit en (intern) salderen, en wat er gebeurt als uit de berekeningen knelpunten naar voren komen. 1.

Kan het college aangeven wie de opdrachtgever is van het stikstofonderzoek dat wordt uitgevoerd door Royal HaskoningDHV?

Het college is opdrachtgever voor een (aanvullende) stikstofscan naar mogelijke stikstofeffecten van nieuwbouwprojecten op Natura 2000-gebieden. De huidige opdrachtverstrekking vormt de opvolger van de inmiddels verouderde stikstofdepositie ‘stoplicht’-kaarten van Witteveen+Bos, die destijds een eerste inschatting boden. Het betreft projecten die in de nabijheid van Natura 2000-gebieden liggen en waarvan eerder onderzoek niet al had uitgesloten dat er geen sprake zou zijn van stikstofeffecten, zoals wel het geval is voor onder meer voor de gebieden CID en de Binckhorst. 2.

Wanneer is deze opdracht verstrekt en wat was de aanleiding om deze uit te zetten?

De opdracht is verstrekt op 24 april 2026. Daarmee wil de gemeente Den Haag een eerste beeld krijgen van mogelijke stikstofeffecten van de betreffende nieuwbouwprojecten op Natura 2000-gebieden. Binnenkort wordt u nader geïnformeerd over de stand van zaken van de stikstofaanpak middels de terugkerende voortgangsrapportage Stikstof.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11057939

3.

Wat is de exacte formulering van de onderzoeksopdracht of uitvraag richting Royal HaskoningDHV?

Er is opdracht gegeven voor het uitvoeren van een stikstofscan naar de mogelijke stikstofeffecten van nieuwbouwprojecten op Natura 2000-gebieden om het volgende in beeld te krijgen: Wat is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden van in beginsel 22 afzonderlijke projecten in Den Haag tijdens aanleg en gebruik. In gevallen van meer dan 0,00 mol N/ha/j stikstofdepositie: met welke generieke gemeentelijke beleidsmaatregelen kan de depositie verminderd worden. In gevallen met resterende stikstofdepositie (>0,01 mol N/ha/j) na inzet van generieke gemeentelijke beleidsmaatregelen: een inschatting in hoeverre van de berekende deposities op voortoetsniveau uitgesloten zou kunnen worden dat het tot significante gevolgen in Natura 2000gebieden leidt. 4.

Welke projecten maken onderdeel uit van deze opdracht, en op basis van welke criteria zijn deze geselecteerd?

Tweeëntwintig projecten verspreid over enkele stadsdelen maken deel uit van de opdracht, waaronder de Zeezwaluwstraat. Die zijn zo gekozen vanwege de nabije afstand tot Natura 2000-gebieden en de grootte van het project. Het college geeft in de afdoening van de motie aan dat in de indicatieve berekeningen onder meer wordt gewerkt met aannames over bouwhoogte en bouwvolume. 5.

Kan worden toegelicht waarom deze gegevens (bouwhoogte en bouwvolume) centraal staan in het kader van stikstofeffecten? Waarom is er niet (ook) gekozen voor gegevens zoals parkeernormen/ mobiliteitsbewegingen of het aantal woningen, die normaliter meer gebruikelijk zijn voor stikstofemissies?

Bouwhoogtes en bouwvolumes zijn bepalende factoren voor het berekenen van stikstofeffecten en worden daarom meegenomen in de scan. Dit geldt ook voor het aantal woningen en de hoeveelheid verkeer van en naar de betreffende projecten. Deze factoren voor het berekenen van stikstofeffecten worden daarom eveneens meegenomen in de scan. 6.

Welke concrete gegevens/aannames worden als input gebruikt voor het stikstofhaalbaarheidsonderzoek voor de Zeezwaluwstraat?

In de scan worden verkennende berekeningen uitgevoerd, om een eerste beeld van mogelijke stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden te krijgen. Deze verkennende berekeningen worden uitgevoerd op basis van de functie van het project, de omvang van het project, de benodigde inzet van bouwmaterieel en bouwtransport om het te bouwen, en de hoeveelheid verkeer van en naar de nieuwbouwprojecten wanneer deze in gebruik zijn genomen. Als er bestaande bebouwing gesloopt wordt, dan wordt dat ook meegenomen in de berekeningen. 7.

Wordt in de berekeningen onderscheid gemaakt tussen de bouwfase en de gebruiksfase?

In de stikstofscan worden de stikstofeffecten van nieuwbouwprojecten in beeld gebracht tijdens de sloopfase (indien aan de orde), de bouwfase en de gebruiksfase.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11057939

8.

Wordt in het onderzoek rekening gehouden met het additionaliteitsvereiste? Zo ja, op welke wijze en op basis van welke uitgangspunten?

Het gaat hier om een scan om een eerste beeld te krijgen van mogelijke stikstofeffecten. Omdat nog niet bekend is wat de stikstofeffecten zijn, speelt het additionaliteitsvereiste in de nu uit te voeren scan geen rol van betekenis. Het gaat hier nog niet om een formele toets van het project aan de regels onder de Omgevingswet. Dat is in een latere fase aan de orde, uit te voeren door de partij die het project gaat realiseren. 9.

Op welke manier wordt (intern) salderen betrokken in de berekeningen? Van welke referentiesituatie en gegevens wordt daarbij uitgegaan?

In deze scan naar mogelijke stikstofeffecten wordt geen salderen toegepast. 10. In hoeverre sluiten de gehanteerde aannames en methodiek aan bij de vereisten die gelden bij een formele natuurvergunningprocedure? In de verkennende berekeningen wordt aangesloten bij de algemeen geldende vereisten voor het berekenen en beoordelen van stikstofdepositie die gelden onder de Omgevingswet, actuele jurisprudentie, en de Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator. Knelpunten en vervolg 11.

Het college geeft aan dat, indien uit de indicatieve berekeningen stikstofknelpunten blijken, het in gesprek gaat met de initiatiefnemer. Kan het college nader toelichten hoe dit proces eruit ziet? Wat is de rol van de gemeente hierbij en wie zijn de gesprekspartners?

De stikstofscan moet een eerste beeld geven van de mogelijke stikstofeffecten van de betreffende nieuwbouwprojecten op Natura 2000-gebieden. Dat moet vervolgens uitwijzen in hoeverre die effecten beperkingen op kunnen leveren in het licht van de regels onder de Omgevingswet, en waar dat aan de orde is de mogelijkheden om de effecten te verminderen. Daarover zal de gemeente dan in gesprek gaan met de initiatiefnemer. 12. Is het college het ermee eens dat renovatie in het algemeen leidt tot minder stikstofemissies dan sloop-nieuwbouw, met name ook in de bouwfase? Wordt dit verschil betrokken in de indicatieve beoordeling van de Zeezwaluwstraat? Op voorhand kan niet aangegeven worden of renovatie tot minder stikstofeffecten leidt dan sloopnieuwbouw. Dat hangt van de aard van de renovatie af. Berekeningen moeten dat uitwijzen. 13. Verwacht het college dat er sowieso knelpunten zullen zijn, gelet op de ligging nabij een Natura 2000-gebied? Zo niet, waarom niet? Graag een toelichting. De stikstofscan moet een eerste beeld geven van de mogelijke stikstofeffecten van de nieuwbouwprojecten op Natura 2000-gebieden. Dat moet vervolgens uitwijzen in hoeverre die effecten beperkingen op kunnen leveren in het licht van de regels onder de Omgevingswet.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/11057939

Participatie en contact met bewoners De bewoners van de Zeezwaluwstraat hebben de wethouder Volkshuisvesting uitgenodigd om met hen in gesprek te gaan, maar dit heeft tot op heden nog niet plaatsgevonden. 14. Is de wethouder bereid om op korte termijn met bewoners in gesprek te gaan? De wethouder heeft op 13 april 2026 een bezoek gebracht aan bewoners (met verschillende standpunten) van de Zeezwaluwstraat. Dit bezoek was reeds in voorbereiding ten tijde van publicatie van deze schriftelijke vragen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17023094/2