RIS325089 Jaarverslag 2025 Rekenkamer Den Haag
Tekst van het document
JAARVERSLAG 2025
27 maart 2026 RIS325089
VOORWOORD Net als in voorgaande jaren kijken we met tevredenheid terug op de rol die de Rekenkamer Den Haag in 2025 heeft mogen vervullen. Met onze onderzoeken hebben we wederom bijgedragen aan het verbeteren van het functioneren van de gemeente. Op basis van alle reacties constateren we dat onze rapporten ertoe doen en dat de rekenkamer een betekenisvolle rol speelt in het versterken van de lokale democratie. In de tweede helft van 2025 hebben wij met verschillende fracties en raadsleden teruggeblikt op ons functioneren. Ook deze gesprekken bevestigen dat er brede waardering is voor onze onderzoeken, zowel voor de diepgravende studies als de opvolgingsbrieven. Raadsleden benadrukten de toegankelijkheid en leesbaarheid van onze producten, waarbij de explainer video’s een belangrijke meerwaarde bieden. De meer beschrijvende rapporten worden eveneens gewaardeerd, al werd ook opgemerkt dat het de voorkeur heeft dat de rekenkamer zo mogelijk wel met concrete aanbevelingen voor de raad komt. De inzichten uit deze gesprekken nemen wij mee bij het actualiseren van onze meerjarenstrategie voor de komende zes jaar. Hoewel de rekenkamer al meerdere jaren hard werkt aan het professionaliseren van de eigen activiteiten, zien wij tegelijkertijd vier knelpunten die ons functioneren onder druk zetten.
Zo zijn de onderzoeksteams van de rekenkamer structureel onderbezet en leidt dit door ziekte en personeelsverloop frequent tot stagnatie, te hoge werkdruk en uitloop. Daarnaast beschikt de rekenkamer over te weinig capaciteit en deskundigheid om haar wettelijke taak om toezicht te houden op de accountantsdienst naar wens te vervullen. Ook is de rekenkamer door steeds strengere eisen vanuit wet- en regelgeving en eisen van de gemeente genoodzaakt om voor de bedrijfsvoeringstaken aparte ondersteuning aan te trekken. Tot slot is het functiehuis van de rekenkamer gedateerd, niet compleet en voldoet het niet aan de cao. Het aantrekken en behouden van personeel lukt onvoldoende en het actualiseren van het functiehuis zal tot hogere personeelslasten leiden. De rekenkamer heeft het punt bereikt dat het aanpakken van deze knelpunten én het professioneel en volwaardig kunnen voortzetten van onze taken voor de raad, niet meer te combineren zijn. Daarom gaan we via het presidium graag in gesprek met de raad om hiervoor budget ter beschikking te stellen. Ten slotte bedanken wij de raadsleden voor de constructieve samenwerking. We kijken uit naar de nieuwe raadsperiode, waarin wij opnieuw bouwen aan een sterke relatie met de raad. Ook bedanken we alle onderzoekers, ambtenaren, maatschappelijke organisaties en inwoners die aan onze onderzoeken hebben bijgedragen.
De leden van de Rekenkamer Den Haag
2
InhoudVoorwoord ............................................................................................................................. 2 Inleiding ............................................................................................................................................. 4 1.
Wat hebben we gedaan en bereikt in 2025? ...................................................................... 4 1.1
Stand van zaken uitvoering jaarplan 2025
4
1.2
Afgeronde onderzoeken
6
Digitale veiligheid mobiel werken (RIS320818) ................................................................................ 6 Groen in de buitenruimte (RIS323316) ............................................................................................ 6 Armoedebeleid (RIS323204)............................................................................................................. 7 1.3
Lopende onderzoeken
8
Wmo-hulpmiddelen ......................................................................................................................... 8 Sportvoorzieningen .......................................................................................................................... 8 Meta-onderzoek: aandachtspunten uit rekenkameronderzoeken .................................................. 8 1.4
Opvolgingsbrieven
9
Opvolgingsbrief onderzoek ‘Werk aan welzijn’ (RIS322798) ............................................................ 9 Brief afdoening opvolging rekenkameronderzoeken (RIS322572) ................................................... 9 1.5
Kortlopend onderzoek
10
1.6
Wet toezicht accountantsorganisaties
10
1.7
Wet open overheid
11
1.8
Activiteiten leden rekenkamer
12
2.
Wat heeft het gekost? ...................................................................................................... 13 2.1
Toelichting per post
14
Personeelskosten ........................................................................................................................... 14 Honorering leden rekenkamer ....................................................................................................... 14 Inhuur ............................................................................................................................................. 14 Overheadkosten (huisvesting, werkplek, etc.) ............................................................................... 15 Diversen .......................................................................................................................................... 15 2.2
Bedrijfsvoering
15
Colofon ............................................................................................................................................ 17
3
Inleiding De Rekenkamer Den Haag brengt verslag uit van de activiteiten in 2025.1 Wij leggen hiermee verantwoording af over ons handelen en geven inzicht in de manier waarop we de door ons ter beschikking gestelde middelen hebben besteed. In de hiernavolgende hoofdstukken lichten we onze activiteiten toe, waarbij we het volgende stramien volgen: •
Wat hebben we gedaan?
•
Wat hebben we bereikt?
•
Wat heeft het gekost?
In hoofdstuk 1 geven we aan wat we hebben gedaan en wat we hebben bereikt. In hoofdstuk 2 geven we aan wat onze activiteiten hebben gekost.
1. Wat hebben we gedaan en bereikt in 2025? De rekenkamer heeft met verschillende onderzoeken en producten een bijdrage geleverd aan het verbeteren van het functioneren van de gemeente en het versterken van de publieke verantwoording daarover.
1.1 Stand van zaken uitvoering jaarplan 2025 In ons Jaarplan 2025 (RIS321287) is een overzicht opgenomen van de voorgenomen activiteiten voor 2025. Aan de hand van dat overzicht geven we in de tabel hierna per onderwerp aan wat de stand van zaken is.
1
De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar, art. 185, lid 4 van de Gemeentewet
4
Onderwerp
Oorspronkelijke
Stand van zaken
planning Raadsvoorstel
Behandeling
Gepubliceerd op 12 december 2024,
rekenkamer Digitale
1e kwartaal 2025
behandeld in de commissie Bestuur op
veiligheid
18 juni 2025 en aangenomen in de
thuiswerkplekken
gemeenteraad op 10 juli 2025 e
Groen in de
Publicatie 2
buitenruimte
kwartaal 2025
Gepubliceerd op 30 september 2025, behandeld in de commissie Leefomgeving op 16 oktober 2025 en aangenomen in de gemeenteraad van 13 november 2025
e
Armoederegelingen
Publicatie 2
(motie van de raad)
kwartaal 2025
Gepubliceerd op 17 september 2025 en behandeld in de commissie Samenleving op 27 november 2025
Wmo-hulpmiddelen
Start onderzoek 2
e
Gestart op 5 juni 2025
kwartaal 2025 Sportvoorzieningen
Start onderzoek 3e
Gestart op 17 december 2025
kwartaal 2025 Aandachtspunten uit
Start 4e kwartaal
rekenkamer-
2025
Gestart op 7 oktober 2025
onderzoeken Opvolging van
Doorlopend
-
Opvolgingsbrief ‘Werk aan welzijn’
rekenkamer-
gepubliceerd op 8 juli 2025 en
onderzoeken
behandeld in de commissie Samenleving op 2 oktober 2025 -
Advies over afdoening besluiten over rekenkameronderzoeken gepubliceerd op 16 juni 2025, behandeld in de commissie Bestuur op 2 juli 2025 en op 9 juli 2025 overgenomen door de gemeenteraad
Kortlopende
Doorlopend
Geen kortlopende onderzoeken
onderzoeken Toezicht gemeentelijke
uitgevoerd Doorlopend
Brief over ongelijk toezicht op
accountantsdienst
accountants gepubliceerd op 25 maart 2025
Tabel 1 Stand van zaken uitvoering geplande activiteiten uit het jaarplan 2025 In de hierna volgende paragrafen geven we een nadere toelichting op deze onderzoeken en activiteiten.
5
1.2 Afgeronde onderzoeken Digitale veiligheid mobiel werken (RIS320818) Wat hebben we gedaan? De rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre de gemeente de beveiliging van toegang tot gemeentelijke systemen en informatie vanaf mobiele werkplekken waarborgt. Door de flexibiliteit die mobiel werken biedt, is het voor medewerkers van de gemeente mogelijk om op elke plek en tijdstip hun werk te doen. Het onderzoek richtte zich in brede zin op de beveiliging van de toegang tot gemeentelijke systemen en informatie bij het gebruik van mobiele werkplekken. Daarbij is onder meer gekeken naar het gemeentelijke beleid, de organisatie, de gebruikers van mobiele werkplekken, hardware, software en aanvullende voorzieningen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn op 12 december 2024 gepubliceerd.
Wat hebben we bereikt? De rekenkamer concludeerde dat het gemeentebestuur te weinig aandacht heeft voor risico’s voor de informatieveiligheid wanneer ze beleid opstelt en besluiten neemt over de gemeentelijke ICT. Daarnaast zagen we dat het college onvoldoende inzet op het bewust maken van medewerkers op het gebied van informatiebeveiliging. Hierdoor ontstaan op verschillende niveaus kwetsbaarheden in de beveiliging van mobiel werken. Het college gaf in zijn reactie op de conclusies en aanbevelingen aan onze aanbevelingen op te volgen en op verschillende fronten al bezig te zijn om deze aan te pakken. De commissie Bestuur heeft het raadsvoorstel van de rekenkamer op 18 juni 2025 behandeld. Vervolgens heeft de gemeenteraad op 10 juli 2025 het raadsvoorstel als hamerstuk aangenomen.
Groen in de buitenruimte (RIS323316) Wat hebben we gedaan? Het gemeentebestuur vindt groen in de stad belangrijk en beschouwt groen als het ‘kapitaal’ van de stad. Groen zorgt er bijvoorbeeld voor, dat mensen prettig in de stad kunnen leven en dat de gevolgen van klimaatverandering – zoals hitte en wateroverlast – verminderen. Toekomstbestendig groen levert een belangrijke bijdrage aan de leefkwaliteit in de stad. Daarom heeft de gemeente als doel om het groen in de stad kwalitatief te ontwikkelen en de stad waar mogelijk nog meer te vergroenen. De rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre die vergroening daadwerkelijk plaatsvindt en of de gemeente koerst op het realiseren van haar (lange termijn) doelen. Hiervoor is de rekenkamer onder andere nagegaan hoe het openbaar groen zich in Den Haag sinds 2016 heeft ontwikkeld en hoe dit zich verhoudt tot de doelen van de gemeente. Daarnaast is onderzocht in hoeverre de uitvoering van het gemeentelijk groenbeleid bijdraagt aan de realisatie van de doelen. De uitkomsten van het onderzoek ‘Koers op groen’ zijn op 30 september 2025 gepubliceerd.
6
Wat hebben we bereikt? De rekenkamer concludeerde dat het gemeentebestuur onvoldoende doelgericht aan de vergroening van de stad werkt. Hoewel het groen in de stad de afgelopen jaren was toegenomen, was het niet duidelijk of de gemeente op koers lag om haar doelen voor groenontwikkeling te realiseren. Ook waarborgde het college onvoldoende dat de uitvoering van het groenbeleid was gericht op het realiseren van de gestelde doelen. Op 16 oktober is het onderzoek en het bijbehorende raadsvoorstel van de rekenkamer behandeld in de commissie Leefomgeving. Vervolgens heeft de gemeenteraad op 13 november 2025 het raadsvoorstel unaniem aangenomen. Naar aanleiding van ons rapport heeft de raad bij de behandeling van ons raadsvoorstel nog drie moties aangenomen en bij de behandeling van de Programmabegroting 2026-2029 nog een motie en één amendement aangenomen.
Armoederegelingen (RIS323204) Wat hebben we gedaan? Eind 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen die de rekenkamer verzoekt onderzoek te doen naar de armoederegelingen die de gemeente uitvoert. Naar aanleiding van dit verzoek is de rekenkamer in 2024 gestart met een oriënterend onderzoek. In de loop van 2024 heeft de rekenkamer besloten om de verkenning te laten uitmonden in een informerende publicatie, die ingaat op de onderwerpen uit de motie. In de tweede helft van 2024 en de eerste helft van 2025 heeft de rekenkamer veel informatie verzameld over de door de raad gestelde vragen. In de daarbij uitgevoerde analyses is de rekenkamer onder andere ingegaan op de achterliggende verklaringen voor de hoogte van de armoedecijfers in Den Haag en het bereik en de toegankelijkheid van de armoederegelingen. Na feitelijk wederhoor in het tweede kwartaal van 2025 is het rapport ‘Een helpende hand’ op 17 september 2025 gepubliceerd.
Wat hebben we bereikt? De rekenkamer heeft op 15 september 2025 voor geïnteresseerde raadsleden, fractievertegenwoordigers en -ondersteuners een feitelijke toelichting gegeven op het onderzoek. Met ons rapport hebben we de gemeenteraad handvatten geboden om de discussie over de armoederegelingen goed geïnformeerd te voeren. Het onderzoek is op 27 november 2025 behandeld in de commissie Samenleving. Bij de behandeling heeft het college op verschillende punten aangegeven opvolging aan het rekenkameronderzoek te willen geven. In aanvulling hierop heeft de raad op 4 december 2025 nog twee moties aangenomen.
7
1.3 Lopende onderzoeken Wmo-hulpmiddelen Wat hebben we gedaan? De gemeente geeft via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ondersteuning aan inwoners van de gemeente Den Haag om thuis te kunnen blijven wonen. De gemeente geeft deze ondersteuning onder andere door het bieden van hulpmiddelen, zoals een rolstoel, scootmobiel of tillift. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderzoeken van de hulpvraag van inwoners en het toekennen van deze hulpmiddelen. Daarna is de gemeente er verantwoordelijk voor dat gecontracteerde leveranciers de hulpmiddelen tijdig en adequaat aan inwoners ter beschikking stellen. De rekenkamer heeft hier in het eerste en tweede kwartaal van 2025 een oriënterend onderzoek naar uitgevoerd. Op 5 juni 2025 is de rekenkamer gestart met een onderzoek naar de kwaliteit en tijdigheid van de ondersteuning van toegekende Wmo-hulpmiddelen, zie RIS322430. Publicatie is in het derde kwartaal van 2026 gepland.
Sportvoorzieningen Wat hebben we gedaan? De gemeente Den Haag is verantwoordelijk voor een groot deel van de sportvoorzieningen in de stad. Hieronder vallen onder andere sporthallen, velden en zwembaden. De gemeente stelt dat deze sportvoorzieningen een belangrijke voorwaarde vormen om inwoners van Den Haag aan het sporten en bewegen te krijgen. De gemeente acht het daarom van belang dat het ruimte voor sport en bewegen blijft bieden, ook in een groeiende stad. De rekenkamer is in juni 2025 gestart met een verkenning naar dit onderwerp en in december 2025 gestart met de uitvoering van het onderzoek, zie RIS324282. Dit onderzoek is gericht op de vraag in hoeverre het gemeentebestuur voldoende sportvoorzieningen realiseert in de drie grote ontwikkelingsgebieden (Zuidwest, Binckhorst en Central Innovation District). Publicatie is gepland in het eerste kwartaal van 2027.
Meta-onderzoek: aandachtspunten uit rekenkameronderzoeken Wat hebben we gedaan? De rekenkamer stelt op basis van een analyse van eerdere rekenkamerrapporten een notitie met aandachtspunten op voor de nieuwe gemeenteraad in 2026. Hiervoor heeft de rekenkamer onderzocht welke rode draden uit eerdere rekenkamerrapporten relevant zijn voor de raad. Met de inzichten uit deze analyse willen we de nieuwe gemeenteraad informeren over de belangrijkste lessen uit eerdere rekenkameronderzoeken. Het doel is daarbij de raad optimaal te ondersteunen bij zijn kaderstellende taak. De rekenkamer is in het vierde kwartaal van 2025 met deze analyse gestart en zal de resultaten kort na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 publiceren.
8
1.4 Opvolgingsbrieven Opvolgingsbrief onderzoek ‘Werk aan welzijn’ (RIS322798) Wat hebben we gedaan? Op 13 maart 2025 heeft de gemeenteraad in een motie (RIS321652) verzocht om onderzoek te doen naar de opvolging van een raadsbesluit over een eerder rekenkameronderzoek ‘Werk aan welzijn’ uit 2023 (RIS315975). De rekenkamer is op 11 april 2025 gestart met dit opvolgingsonderzoek. De resultaten van het onderzoek zijn vervolgens op 8 juli 2025 in een opvolgingsbrief gepubliceerd.
Wat hebben we bereikt? De rekenkamer constateerde samenvattend dat het college - in lijn met het raadsbesluit gezorgd heeft voor een gelijk speelveld voor het professioneel en het merendeel van het aanvullende welzijnswerk. Naar aanleiding van het raadsbesluit werkte het college nog aan een kadernota voor de sociale basis en het project ‘Betekenisvol meten en verwantwoorden’. De rekenkamer kon op dat moment dan ook niet beoordelen of de uitkomsten van deze kadernota en dit project in lijn zijn met het raadsbesluit. Hierom adviseerde de rekenkamer aan de gemeenteraad om aan het college op een aantal onderdelen nadere informatie te vragen. Naar aanleiding van de opvolgingsbrief van de rekenkamer verstrekte het college op 19 september 2025 hierover aanvullende informatie aan de raad (RIS323211). Onze opvolgingsbrief en de aanvullende informatie van het college zijn op 2 oktober 2025 behandeld in de commissie Samenleving. Het college heeft bij de behandelingen een aantal zaken verder verduidelijkt en drie toezeggingen aan de raad gedaan. Daarnaast nam de raad naar aanleiding van onze opvolgingsbrief op 9 oktober 2025 nog vier moties aan.
Brief afdoening opvolging rekenkameronderzoeken (RIS322572) Wat hebben we gedaan? In lijn met de Gemeentewet en de Verordening op de rekenkamer rapporteerde het college in de paragraaf bedrijfsvoering van de Programmarekening 2024 over de opvolging van de aanbevelingen van recente rekenkameronderzoeken. Het college gaf daarbij aan, dat als de raad de programmarekening zou vaststellen, de raad ook akkoord zou gaan met de door het college in de programmarekening opgenomen status van de opvolging van de aanbevelingen. Dit was aanleiding voor de rekenkamer om de raad op 16 juni 2025 in een brief te adviseren om bij de vaststelling van de programmarekening niet integraal akkoord te gaan met de status van de opvolging van de aanbevelingen. Het heeft de voorkeur van de rekenkamer dat de raad op voorstel van het college over de afdoening van een over een rekenkameronderzoek genomen raadsbesluit beslist. Dit kan zodra het college in het kader van de opvolging een of meerdere stukken naar de raad stuurt of de rekenkamer hier een opvolgingsonderzoek over heeft gepubliceerd. Dit geeft de raad 9
meer ruimte om hier inhoudelijk aandacht aan te besteden en geeft de rekenkamer de gelegenheid de raad gevraagd of ongevraagd hierover te adviseren. Mocht de raad dan besluiten dat het raadsbesluit is opgevolgd, dan kan de raad dat in de eerstvolgende programmarekening laten opnemen en hoeft het college er daarna niet meer over te rapporteren.
Wat hebben we bereikt? Het advies van de rekenkamer is op 16 juni 2025 behandeld in de commissie Bestuur. Vervolgens nam de raad op 9 juli 2025 een amendement (RIS322820) op de Programmarekening 2024 aan, waarin de passages over het akkoord gaan met de status van de opvolging van de aanbevelingen zijn geschrapt. In overleg tussen college, presidium en rekenkamer zullen afspraken worden gemaakt hoe het proces van besluitvorming over de opvolging wel zal worden ingericht.
1.5 Kortlopend onderzoek Met het opnemen van kortlopende onderzoeken in ons Jaarplan 2025 wilden wij flexibel kunnen inspelen op de actualiteit en vragen die spelen in de gemeenteraad. Het doel hiervan was om met kortlopend onderzoek de raad zo nodig snel en diepgaand inzicht te geven in één specifiek onderwerp en de raad hiermee te ondersteunen bij de besluitvorming. In 2025 was er voor de rekenkamer geen aanleiding en ook geen capaciteit om kortlopende onderzoeken uit te voeren. Afgezien van een aangenomen motie van de raad om onderzoek te doen naar de opvolging van ‘Werk aan welzijn’ (zie vorige paragraaf), heeft de gemeenteraad in 2025 geen moties aangenomen waarin de rekenkamer wordt verzocht onderzoek naar een actueel thema te doen.
1.6 Wet toezicht accountantsorganisaties De rekenkamer heeft op grond van de Gemeentewet en de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) de taak toezicht uit te oefenen op de Gemeentelijke Accountantsdienst (GAD). In dit kader hebben wij in 2025 periodiek overleg gevoerd met de directeur van de GAD. De GAD heeft sinds 2023 een positie binnen de raadsorganisatie en profileert zich nadrukkelijker als een onafhankelijke partij ten opzichte van het college en de ambtelijke organisatie. De GAD is in dat kader ook bezig met het verbreden van zijn takenpakket. Daarmee wordt de organisatie van de GAD complexer. Sinds 2023 pleiten wij in samenwerking met de Vereniging voor Rekenkamers en de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad voor het onderbrengen van het toezicht op gemeente accountants bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM), die op alle overige accountantsorganisaties in Nederland toezicht houdt. Een belangrijk argument hiervoor is, dat wij de verantwoordelijkheid voor het toezicht niet vinden passen bij de taken en de deskundigheden van lokale rekenkamers. Ook zijn wij van mening dat een versnipperd toezicht, waarbij de AFM toezicht houdt op de meeste accountancy organisaties en lokale 10
rekenkamers op gemeentelijke accountantsdiensten, niet wenselijk is. Ons aangrijpingspunt in juridische zin is dat in de Wta de controle van de gemeentelijke jaarrekening als wettelijke controle is aangemerkt: daar is AFM-toezicht op van toepassing. In de gemeentewet is echter niet beargumenteerd waarom het toezicht op een GAD bij een lokale rekenkamer is belegd. Op 17 maart 2023 verzonden wij in dat kader met de Vereniging voor Rekenkamers en de Rekenkamer Amsterdam-Zaanstand een brief aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties en het ministerie van Financiën (zie RIS314947). Op 22 juli 2024 ontvingen wij een reactie van het ministerie van Financiën, waarin werd aangegeven dat de beide ministeries geen reden zagen om het toezicht op gemeentelijke accountantsdiensten onder te brengen bij de AFM. Naar aanleiding van deze reactie hebben wij op 25 maart 2025, in samenwerking met de Vereniging voor Rekenkamers en de Rekenkamer AmsterdamZaanstad, nogmaals onze argumenten onder de aandacht gebracht, met als doel het toezicht wel onder te brengen bij de AFM (zie RIS321733). Hierop ontvingen wij op 19 januari 2026 een antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. De minister ziet in onze brief geen aanleiding om het toezicht te wijzigen.
Wel is hij bereid om in overleg met de rekenkamers nader te onderzoeken hoe de rekenkamers bij het toezicht kunnen worden ondersteund. De Rekenkamer Den Haag zal zich in 2026 eveneens beraden op de wijze waarop zij in de toekomst invulling zal geven aan het toezicht.
1.7 Wet open overheid Bestuursorganen hebben volgens de Wet open overheid (Woo) op hoofdlijnen twee verplichtingen om informatie openbaar te maken. De Rekenkamer Den Haag is een bestuursorgaan en valt dus ook onder de Woo. De eerste verplichting is dat een bestuursorgaan zoveel mogelijk informatie actief openbaar moet maken. De tweede is dat het bestuursorgaan verzoeken om informatie in behandeling moet nemen en daarover moet besluiten. Op grond van art. 3.1 eerste lid Woo maakt de rekenkamer uit eigen beweging de bij haar berustende informatie neergelegd in documenten voor eenieder openbaar voor zover er geen redenen zijn om informatie niet openbaar te maken of openbarmaking geen redelijk belang dient. Het gaat in ieder geval om informatie over het beleid, inclusief voorbereiding, uitvoering, naleving en evaluatie. Wanneer de rekenkamer een verzoek ontvangt om (delen van) deze informatie openbaar te maken, dan zal dit verzoek in behandeling worden genomen. Bij het beoordelen van het verzoek nemen we de vereisten uit de Woo in acht. De rekenkamer heeft in 2025 geen verzoeken in het kader van de Woo ontvangen. Voor vijf informatiecategorieën uit de Wet open overheid is het verplicht om deze actief via de Woo-index (https://organisaties.overheid.nl/woo/24873/Gemeente_Den_Haag) openbaar te maken. Het gaat voor de rekenkamer om informatie over de vindplaats van
11
onze onderzoeksrapporten en jaarverslagen, de wijze waarop wij zijn georganiseerd, hoe een Woo verzoek bij ons kan worden ingediend en onze contactgegevens.
1.8 Activiteiten leden rekenkamer De rekenkamer bestaat uit drie leden die onafhankelijk zijn van het gemeentebestuur. De voorzitter van de rekenkamer wordt geacht zijn functie in 12 uur per week te vervullen, voor de leden is dat 8 uur per week. Zij besteden het grootste gedeelte van hun tijd aan overleg en werkzaamheden voor de opzet, begeleiding, publicatie en behandeling van onderzoeksprojecten. In 2025 hebben de leden negenmaal een reguliere rekenkamervergadering gehouden. Daarnaast overlegt het bestuur in principe wekelijks over inhoudelijke onderwerpen. De leden woonden verder relevante raads(commissie)vergaderingen en werkconferenties bij. Ook voerden de leden periodiek overleg met directeuren/voorzitters van andere rekenkamers, waaronder de G4. De voorzitter besteedde verder tijd aan de interne bedrijfsvoering van de rekenkamer. De leden van de rekenkamer hebben de volgende hoofd- en nevenfuncties: Manus Twisk (voorzitter) o
Penningmeester, Vereniging van Rekenkamers (VvR). Voor deze functie wordt een vrijwilligersbijdrage ontvangen ter vergoeding van onkosten.
Robert-Jaap Voorn (lid) o
Directeur Wegverkeersmanagement, Rijkswaterstaat, bezoldigd
o
Voorzitter van de Raad van Toezicht van Aorta (architectuurcentrum in Utrecht), onbezoldigd
o
Lid van de Raad van Toezicht van de Fraudehelpdesk, bezoldigd
Willemien Roenhorst (lid en plaatsvervangend voorzitter) o
Senior adviseur kwaliteitsbewaking, Algemene Rekenkamer, bezoldigd
12
2. Wat heeft het gekost? In deze paragraaf gaan we in op de in 2025 ingezette middelen voor de rekenkamer. De gerealiseerde lasten worden hierbij vergeleken met de oorspronkelijke en gewijzigde begroting. In paragraaf 2.1 is een toelichting op de verschillen tussen de realisatie en de begroting opgenomen. In paragraaf 2.2 is voor de ambtelijke ondersteuning van de rekenkamer de bezetting en een toelichting op de urenbesteding opgenomen. (bedragen x € 1.000)
Begroting 2025
Begroting 2025
Realisatie 2025
(oorspronkelijk)
(gewijzigd)
Personeelskosten staf
896
896
796
Honorering leden
88
88
88
Inhuur
44
144
86
Overheadkosten
160
160
122
Diversen
48
48
35
Totaal
1.236
1.336
1.127
Resultaat
209
rekenkamer
(huisvesting, werkplek, etc.)
Tabel 2 Financieel overzicht 2025 De rekenkamer sluit 2025 af met een positief saldo van € 209.000. Zoals vastgelegd in de verordening op de rekenkamer neemt de rekenkamer hiervan 10% van de begroting (€ 134.000) mee naar 2026. De gemeenteraad heeft via de Programmabegroting 2025-2028 van de gemeente Den Haag de oorspronkelijke begroting van de rekenkamer op € 1.236.000 vastgesteld. De gewijzigde begroting is € 100.000 hoger dan de oorspronkelijke begroting. Dit komt doordat het rekeningresultaat van € 104.000 over 2024, zoals vastgelegd in de verordening op de rekenkamer, aan de begroting over 2025 is toegevoegd. Om de begroting in pas te laten lopen met de ontwikkeling van de lonen en prijzen is de begroting tevens met € 17.000 verhoogd. Daar staat tegenover dat onze begroting is gekort met € 21.000, omdat in de oorspronkelijke begroting over 2025 een compensatie was opgenomen voor een kostentoename van de dienstverlening, die op een later moment weer is teruggedraaid. De lasten van de rekenkamer waren met € 1.227.000 9% lager dan de oorspronkelijke begroting en 16% lager dan de gewijzigde begroting. De onderbesteding komt voor een groot deel door onvoorzien vertrek van medewerkers en de periode die nodig was om nieuwe medewerkers te werven.
Hierdoor vielen de lasten voor salarissen en de daarmee samenhangende lasten voor werkplekken, huisvesting en opleidingen € 151.000 lager uit dan geraamd. Op de inhuur was er een onderbesteding van € 58.000, omdat er te weinig capaciteit beschikbaar was om meer werk uit te besteden. Ook kon de rekenkamer het budget voor inhuur niet gebruiken om meer medewerkers aan te trekken en in te werken.
13
Dit komt omdat de structurele begroting van de rekenkamer te weinig ruimte biedt om deze medewerkers voor langere tijd te behouden.
2.1 Toelichting per post Personeelskosten De personeelskosten zijn door personeelsverloop € 100.000 lager dan de begroting. Redenen hiervoor zijn: -
Voor de vervanging van een senior onderzoeker die in 2024 van de rekenkamer is overgestapt naar de ambtelijke organisatie van de gemeente Den Haag heeft het aantrekken van een nieuwe senior onderzoeker langer geduurd dan geraamd, waardoor de personeelskosten € 11.000 lager uitvallen.
-
Voor de vervanging van een onderzoeker die eind 2024 is gestopt, is vanaf juni 2025 een onderzoeker ingehuurd. Deze kosten drukken op de inhuur, waardoor de personeelskosten € 60.000 lager uitvallen.
-
Per 1 september 2025 is nog een onderzoeker overgestapt naar de ambtelijke organisatie. Hiervoor is eveneens besloten om een onderzoeker in te huren, waardoor de personele kosten € 25.000 lager uitvallen.
-
Het overige verschil van € 4.000 komt door het opnemen van ouderschapsverlof en het bijkopen van verlof.
Honorering leden rekenkamer De verstrekte vergoedingen voor de leden van de rekenkamer komen overeen met de begroting.
Inhuur De kosten voor de inhuur bedroegen € 86.000. Dit is € 42.000 meer dan de oorspronkelijke begroting en € 58.000 minder dan de gewijzigde begroting. Een overzicht van de kosten voor de inhuur is opgenomen in onderstaande tabel. Inhuur rekenkameronderzoeken
Bedrag (x € 1.000)
Sportvoorzieningen
48
Wmo-hulpmiddelen
36
Armoedebeleid
2
Totaal
86
Tabel 3 Inhuur De inhuur bestond uit de inhuur van twee onderzoekers ter vervanging van personeelsverloop (€ 70.000), de inhuur van een onderzoeksbureau voor een cliëntonderzoek naar de Wmo-hulpmiddelen (€ 14.000) en de inhuur van een redacteur (€ 2.000).
14
Overheadkosten (huisvesting, werkplek, etc.) De gerealiseerde lasten zijn € 8.000 hoger dan begroot, omdat de indexatie van de door de gemeente doorbelaste lasten voor huisvesting, werkplekken en automatisering hoger uitviel dan de geraamde indexatie in de begroting van de rekenkamer.
Diversen De lasten zijn € 3.000 hoger dan de gewijzigde begroting, omdat er meer opleidingen zijn gevolgd dan vooraf begroot.
2.2 Bedrijfsvoering In de hiernavolgende tabel is de gemiddelde bezetting van de ambtelijke staf over 2025 opgenomen. Vanwege het vertrek van twee onderzoekers huurt de rekenkamer vanaf juni en oktober 2025 twee uitzendkrachten in. Daarnaast is in 2024 een senior onderzoeker overgestapt naar de ambtelijke organisatie van de gemeente Den Haag. De vacature die hierdoor is ontstaan is per medio mei 2025 vervuld. Functie Medewerkers Secretaris 1 Senior onderzoeker/plv. secretaris 1 Senior onderzoeker 1,6 Onderzoeker 4,7 Onderzoeker (inhuur) 0,7 Totaal 9,0 Tabel 4 Gemiddelde personele bezetting over 2025
Fte 1 0,9 1,4 4,5 0,7 8,5
In onderstaande figuur is de relatieve urenbesteding van de rekenkamer opgenomen.
Figuur 1 Bestede uren 2025, verdeeld naar onderzoeken, ondersteunende werkzaamheden en ziekteverzuim. In 2025 is 68% van de uren besteed aan onderzoek. Dit betreft voor het merendeel uren die de rekenkamer heeft besteed aan de onderzoeken die in bovenstaande figuur met naam 15
worden genoemd. Bij de overige onderzoekswerkzaamheden gaat het om het volgen van de opvolging van eerdere onderzoeken, het opstellen van opvolgingsbrieven en oriëntaties naar nieuwe onderzoeksonderwerpen ter voorbereiding op het opstarten van nieuw onderzoek in 2025 en 2026. De uren voor het toezicht van de rekenkamer op de GAD maken tevens onderdeel uit van de overige onderzoekswerkzaamheden. In 2025 is 30% van de uren besteed aan ondersteunende werkzaamheden, zoals werkoverleggen, rekenkamervergaderingen, opleidingen, de aansturing van de staf, financiën, personeelszaken en werkzaamheden die zijn gericht op de verdere professionalisering van de rekenkamer. Ook onderhoudt de rekenkamer contact met de gemeenteraad, de griffie, de ambtelijke organisatie en het college. Over de algemene gang van zaken heeft de rekenkamer periodiek overleg met de centraal functionaris rekenkameronderzoeken binnen de ambtelijke organisatie. Daarnaast is er regelmatig afstemming met de griffier, het presidium, de gemeentesecretaris, de (algemeen) directeuren van de diensten en het gemeentelijke managementteam voor overleg over onze werkwijze en de rekenkameronderzoeken. Ten slotte nodigen wij elk jaar alle fracties uit voor een overleg over het werk en de onderzoeken van de rekenkamer. Het ziekteverzuimpercentage was in 2025 2% en daarmee relatief laag.
16
COLOFON Leden Manus Twisk, voorzitter Robert-Jaap Voorn Willemien Roenhorst
Medewerkers stafbureau Arjan Wiggers (secretaris) Thijs Bosma (senior onderzoeker en plaatsvervangend secretaris) Sophie Henken (senior onderzoeker) Dennis de Kool (senior onderzoeker vanaf 15 mei 2025) Alicia Majoor (onderzoeker) Kariem Hommad (onderzoeker) Sitora Saidova (onderzoeker) Pam van Schie (onderzoeker) Rozemarijn Tamis (onderzoeker vanaf 23 juni 2025) Tom Postuma (onderzoeker vanaf 23 oktober 2025) Yaora van Wijland (onderzoeker tot 1 september 2025)
Contactgegevens Rekenkamer Den Haag Postbus 16079 2500 BB Den Haag T: 070 353 2048
Bezoekadres Stadhuis Gemeente Den Haag Spui 70 2511 BT Den Haag
Datum 27 maart 2026
Foto voorzijde Beeldbank gemeente Den Haag/Martijn Beekman
RIS-nummer 325089
17