RIS325084 Voorstel van het college inzake Nota Haags Woonwagenbeleid 2026
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
9 april 2026
DSO/11017755 RIS325084
Voorstel van het college inzake Nota Haags Woonwagenbeleid 2026 Motivering Sinds 2014 is de maatschappelijke en politieke beschouwing van de woonwagencultuur sterk veranderd. Na jaren waarin er beperkt aandacht was voor het leven in woonwagens wil de gemeente Den Haag ruimte bieden aan de woonwagencultuur, het samenleven in familieverband en de woonbehoefte van woonwagenbewoners. De beleidskaders en uitvoeringsinstrumenten met betrekking tot woonwagenbewoning zijn daarom toe aan vernieuwing. Geconstateerd wordt dat er sprake is van een grote behoefte aan nieuwe woonwagenstandplaatsen. In de huidige situatie is sprake van overbewoning op de bestaande woonwagenlocaties en er zijn woonwagenbewoners die - gelet op het tekort aan standplaatsen - noodgedwongen in een reguliere woning wonen. In de afgelopen jaren zijn er geen standplaatsen verdwenen, maar ook geen standplaatsen bijgekomen. De gemeente kan daardoor niet voldoen aan de reeds bestaande en nieuwe behoefte aan woonwagenstandplaatsen. In februari 2021 is aan de raad toegezegd (RIS307739) om het Haagse woonwagenbeleid te actualiseren. In oktober 2023 is hiertoe het Concept Haags Woonwagenbeleid 2023 (RIS316679, bijlage 1) met u gedeeld om kennis te nemen van de gemaakte voortgang. Sindsdien is het woonwagenbeleid verder uitgewerkt en heeft participatie met woonwagenbewoners over dit concept plaatsgevonden.
Op 29 mei 2024 heeft de Haagse Rechtbank geoordeeld, in een rechtszaak aangespannen door de Stichting Sinti, Roma en Reizigers, dat de gemeente Den Haag in strijd handelt met het discriminatieverbod door het aantal standplaatsen na de wijziging van het rijksbeleid in 2018 niet binnen afzienbare tijd uit te breiden. De gemeente dient daarom – in lijn met het oordeel van de rechtbank - binnen vijf jaar de wachttijd voor een standplaats vergelijkbaar te maken met de wachttijd voor een grondgebonden (niet-gestapelde) sociale huurwoning in Den Haag (ten tijde van de uitspraak 110 maanden). Voldoen aan de uitspraak van de rechter De uitspraak van de rechter in mei 2024 stelt dat de wachttijd voor een standplaats binnen vijf jaar gelijk moet zijn aan die van een grondgebonden sociale huurwoning. De wachtduur voor een grondgebonden sociale huurwoning is een dynamisch gegeven, wat continu wijzigt. De gemeente zal daarom ieder jaar de wachttijden monitoren. Voor de berekening van de opgave om aan de uitspraak van de rechter te voldoen, hanteert de gemeente de wachttijd die er was ten tijde van de uitspraak en de wachtlijst in mei 2024. De wachttijd voor een grondgebonden sociale huurwoning was op dat moment 110 maanden en voor een standplaats 141 maanden.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11017755
Daarnaast geeft de woonwagengemeenschap regelmatig aan dat de nood hoog is onder inwonende kinderen en kleinkinderen van huidige standplaatsbewoners. In juli 2024 zijn twee moties aangenomen die het college (Motie ‘Excuus voor woonwagenbewoners’, RIS319632) en de raad (Motie ‘Excuses en erkenning voor woonwagenbewoners’, RIS319641) oproepen om excuses te maken naar de woonwagengemeenschap voor het gevoerde uitsterfbeleid. Hierop zijn twee reacties van de gemeenschap gekomen. De gemeenschap heeft aangegeven dat zichtbare resultaten nodig zijn om excuses serieus te kunnen nemen. De Stichting Sinti, Roma en Reizigers heeft verzocht om de UvA een onderzoek te laten uitvoeren om in kaart te brengen wat het Haagse beleid sinds 2000 inhield om zo de excuses lading te geven. In september 2025 is dit onderzoek gestart en de resultaten worden aan het einde van de zomer van 2026 verwacht. Mede naar aanleiding van de motie ‘Een zorgvuldig proces voor herstel van vertrouwen’ (RIS321846) heeft het college de concept nota Haags Woonwagenbeleid aangepast: een beleidsdoel is toegevoegd over nieuwe bouwregels voor woonwagens, zodat de gemeente bewoners kan faciliteren die een andere woonwagen willen bouwen. In de brief portefeuillehouder commissie ‘Uitkomsten woonbehoefteonderzoek woonwagenstandplaatsen 2025’ (RIS325082) kunt u de uitkomsten van het woonbehoefteonderzoek terugvinden.
De voorliggende nota is een uitwerking van het voornemen zoals in het huidige en vorige coalitieakkoord opgenomen dat de gemeente werkt aan een woonwagenbeleid, waarbij sprake is van uitbreiding van het aantal standplaatsen (‘Haags Akkoord’, RIS316672). Dit staat ook in de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS319812). Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 31 maart 2026, besluit: de ‘Nota Haags Woonwagenbeleid 2026’ vast te stellen. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van .. De griffier,
De voorzitter,
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11017755
Met deze ‘Nota Haags Woonwagenbeleid 2026’ geeft de gemeente Den Haag richting aan het beleid voor woonwagenleven in overeenstemming met het mensenrechtelijk kader voor de komende jaren. Opbouw Het beleid heeft zes doelen die in de nota nader zijn uitgewerkt: 1. Voldoende en gedifferentieerd woonwagen- en standplaatsaanbod. Het doel is om variatie aan te brengen in het woonaanbod voor woonwagenbewoners: sociale huurstandplaatsen met een eigen woonwagen (1), sociale huurstandplaatsen met een sociale huurwoonwagen (2) en erfpacht/koopstandplaatsen met een eigen woonwagen (3). De woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor de standplaatsen en woonwagens voor huurders die tot hun primaire doelgroep vallen. In de gesprekken in het kader van de Raamovereenkomst 2026-2030 zijn hierover afspraken gemaakt met de woningcorporaties (RIS324221). De gemeente moet het mogelijk maken om in ieder geval op nieuwe locaties standplaatsen in erfpacht/koop uit te geven. 2.
Toewijzing van standplaatsen op grond van het afstammingsbeginsel en het faciliteren van wonen in familieverband. Het doel is om met de nieuwe toewijzingscriteria standplaatsen toe te wijzen op een manier die het samenleven in familieverband bevordert en volgens een transparant en duidelijk te volgen proces. Wijziging van de huisvestingsverordening is nodig om de toewijzingscriteria toe te kunnen passen. 3.
Versterken interne slagkracht en samenwerking met externe stakeholders: woonwagenbewoners, corporaties, beheerorganisatie. Het doel is om 1) het contact met woonwagenbewoners te verbeteren en om samen met hen uitvoering te geven aan het beleid en 2) samen met woningcorporaties uitvoering te geven aan dit beleid, ieder vanuit een eigen verantwoordelijkheid. 4. Aandacht voor leefbaarheid en welzijn van woonwagenbewoners. Het doel is dat woonwagenbewoners gezond en veilig kunnen wonen op woonwagenlocaties en net zoals andere inwoners van onze stad optimaal gebruik kunnen maken van de gemeentelijke voorzieningen. 5. Duurzame en toekomstbestendige woonwagens en woonwagenlocaties Het is belangrijk dat woonwagenlocaties en woonwagens duurzaam, goed geïsoleerd en toekomstbestendig zijn. De lange termijnvisie is dat woonwagens, net als woningen, ook van het gas af gaan. 6. Nieuwe bouwregels voor woonwagens om een flexibel gebruik mogelijk te maken Op dit moment gelden de gevestigde rechten per standplaats zoals die ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan in 2009 golden. Hierdoor heeft niet iedereen dezelfde mogelijkheden om een wooncarrière op de eigen standplaats te maken. Het doel is om regelgeving te ontwikkelen zodat woonwagenbewoners een woonwagen kunnen realiseren die past bij hun woonwensen.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11017755
Participatieproces met woonwagenbewoners De gemeente heeft de afgelopen jaren intensief en op meerdere momenten het gesprek gevoerd, zowel ambtelijk als bestuurlijk, met woonwagenbewoners, hun vertegenwoordigers en betrokken organisaties. Dit participatieproces is breed opgezet en kenmerkt zich door herhaaldelijke en verdiepende contacten, zowel op locatie als via centrale bijeenkomsten en samenwerking met vertegenwoordigers van de gemeenschap. In april 2024 zijn op 10 van de 11 woonwagenlocaties gesprekken gevoerd met woonwagenbewoners over de zeven geformuleerde beleidsdoelen. De bewoners van de woonwagenlocatie Energiestraat hadden aangegeven op dat moment niet mee te willen praten over het woonwagenbeleid, maar te focussen op de verplaatsing naar de Henri Faasdreef. Ook is een gesprek gevoerd met ex-Escamplaanbewoners. Het doel van de participatie was om te verifiëren of de beleidsdoelen aansluiten bij de wensen van de woonwagenbewoners en om de invulling en uitvoering van de doelen verder aan te vullen met de ervaringen en expertise van woonwagenbewoners. De onderwerpen die tijdens het participatieproces zijn besproken zijn: 1) variatie in aanbod, 2) ideeën voor groter bouwvolume van woonwagens, 3) ideeën voor de inrichting van nieuwe woonwagenlocaties, 4) nieuwe toewijzingscriteria en 5) welzijn- en leefbaarheidsvraagstukken.
Op 15 mei 2024 heeft een terugkoppeling plaatsgevonden met vertegenwoordigers van alle locaties en in juli ontvingen alle bewoners per locatie een terugkoppeling in een informatieboekje. ‘Bijlage 2 Opbrengsten participatie met woonwagenbewoners’ bevat de uitkomsten en hoe dit is meegenomen in de beleidsnota. Op 8 oktober 2024 vond een bewonersavond plaats om bewoners te informeren over de laatste stand van zaken, een geschikte vorm van het excuus (zie paragraaf over moties) en het aankomende woonbehoefteonderzoek te bespreken. Nadat de vorige nota in maart 2025 is ingetrokken, is het participatieproces met betrokkenen voortgezet. Er heeft meermaals afstemming met de Stichting Sinti, Roma en Reizigers plaatsgevonden. De gemeente heeft samen met de stichting het woonbehoefteonderzoek begeleid en de stichting heeft meermaals feedback gegeven op de beleidsnota. In het kader van het woonbehoefteonderzoek, heeft een externe klankbordgroep meegedacht over de vragenlijst en wijze van benaderen van bewoners, en hebben er twee bewonersbijeenkomsten plaatsgevonden: bij het begin van het onderzoek op 8 juli 2025 en na afronding van het onderzoek op 27 november 2025.
Met deze meerjarige inzet op participatie, is invulling gegeven aan een werkwijze waarbij beleid in nauwe samenwerking met de woonwagengemeenschap tot stand komt, met als doel beter aan te sluiten bij hun woonbehoeften, cultuur en toekomstperspectief. Vervolg en monitoring Dit beleidskader geeft richting aan de komende jaren. De acties worden in de komende periode nader vormgegeven en uitgewerkt met ruimte om in te spelen op actuele ontwikkelingen. We trekken hierin, afhankelijk van de actie, gezamenlijk op met bijvoorbeeld de woningcorporaties, beheerorganisatie, regiogemeenten en woonwagenbewoners. Met betrekking tot de uitbreiding van de standplaatsen is de gemeente verantwoordelijk voor het aanwijzen en bestemmen van de (uitbreidings)locaties. De woningcorporaties hebben de wettelijke taak om te zorgen voor het bouwen, verhuren en beheren van woonruimte voor huurders die tot hun primaire doelgroep behoren. Conform de wettelijke taak van de woningcorporaties streven we er naar dat genoemde taak ook door de woningcorporaties wordt verricht. De mate waarin woningcorporaties hun verantwoordelijkheid nemen via de meerjarige raamovereenkomst met de woningcorporaties.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11017755
Jaarlijks zal de voortgang omtrent deze beleidsnota in de voortgangsrapportage woonvisie worden opgenomen en aan de raad worden aangeboden. Onderwerpen die in de voortgangsrapportage worden meegenomen: voortgang van projecten en locatiestudies om nieuwe standplaatsen te realiseren; ervaringen omtrent het uitgeven van standplaatsen in erfpacht/verkoop en het financieren daarvan middels een hypotheek; voortgang omtrent het aanbieden van sociale huurwoonwagens. Naast de reguliere voortgangsrapportages zullen we twee jaar na vaststelling de volgende onderdelen uit deze beleidsnota evalueren: hoe de toewijzing van standplaatsen verloopt op basis van de nieuw opgestelde criteria; in hoeverre bewoners op de hoogte zijn van het beleid en zich betrokken voelen bij de uitvoering/de mate waarin bewoners tevreden zijn over de voortgang; evaluatie van financiële kosten en of de begrote kosten aangepast dienen te worden; de woonbehoefte en zorgvraag van ouderen in de woonwagengemeenschap; de samenwerking met de woningcorporaties.
5/5