RIS325083 Tussenbericht over informatie-uitwisseling potentieel gevaarlijke personen
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
BSD/11034724 RIS325083 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Sam Hurulean Dienst
Bestuursdienst Afdeling
BSD Veiligheid Telefoonnummer
Datum
14070
1 april 2026
E-mailadres
Sam.hurulean@denhaag.nl
Onderwerp
Tussenbericht over informatie-uitwisseling potentieel gevaarlijke personen
In november 2025 bent u geïnformeerd over de voortgang met betrekking tot de verkenning naar mogelijkheden tot informatie-uitwisseling over potentieel gevaarlijke personen (RIS323577). Dit naar aanleiding van het rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid over het dodelijk steekincident aan de Turfmarkt op 20 juni 2023. In deze voortgangsbrief werd beschreven welke stappen zijn genomen om de informatie-uitwisseling over personen met een potentieel groot veiligheidsrisico in niet-acute situaties in Den Haag te verbeteren. Hoewel er op een aantal onderdelen voortgang is geboekt, is dit traject nog niet voldoende gevorderd om u zoals in de eerdere brief aangekondigd uitgebreid te kunnen informeren. Extern juridisch advies Eveneens hebben we u in november 2025 laten weten dat Pels Rijcken concludeerde dat de grondslag ‘vitaal belang’ in de AVG ontoereikend is om structureel informatie uit te wisselen over personen met een potentieel veiligheidsrisico. Vervolgens is Pels Rijcken gevraagd zich te buigen over de vraag welke mogelijkheden er wél zijn op basis van specifieke wetgeving (materiewetten) zoals de Wmo, de Participatiewet en de Jeugdwet. Pels Rijcken heeft hierover een tweede advies opgeleverd. Uit dat advies blijkt dat gegevensdeling slechts in zeer specifieke omstandigheden mogelijk is.
De materiewetten bieden vanwege de geheimhoudingsplicht beperkte ruimte om informatie te verstrekken wanneer dat niet nodig is voor de taakuitvoering (zoals expliciet omschreven in de betreffende wet). Zonder deze koppeling is informatie-uitwisseling doorgaans alleen mogelijk wanneer sprake is van een acute dreiging waardoor de veiligheid in het geding komt. Landelijk vraagstuk De gemeente Den Haag is niet de enige die met dit onderwerp worstelt. De complexiteit rond het onderwerp gegevensuitwisseling over personen met verward en onbegrepen gedrag wordt ook landelijk ervaren en onderkend, onder andere door het kabinet in de voortgangsbrief van 15 december 2025 (Kamerstuk 25 424, nr. 772). Om tot een oplossing te komen, wordt landelijk door een werkgroep met de Autoriteit Persoonsgegevens in kaart gebracht op welke wijze de mogelijkheden binnen de huidige wetgeving beter benut kunnen worden. Daarnaast loopt het wetgevingstraject voor de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams). Het wetsvoorstel voorziet in (wettelijke) grondslagen voor een integrale domeinoverstijgende gegevensuitwisseling in het sociaal domein en aanpalende domeinen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/11034724
Deze wet zal in de huidige conceptvorm echter niet alle problemen van informatie-uitwisseling in de lokale aanpak van risicovol en verward gedrag oplossen. Zoals eerder geschetst zal het complexe spanningsveld tussen privacybescherming, veiligheid en goede zorg voor de betrokkene ook met de Wams blijven bestaan. Wij blijven het landelijk traject rond gegevensuitwisseling in het algemeen en de Wams in het bijzonder volgen en zullen hier waar mogelijk onze invloed op uitoefenen via het lobbytraject. Handelingsperspectief voor professionals in Den Haag Naar aanleiding van het rapport van Pels Rijcken is de gemeente Den Haag een project gestart om in kaart te brengen hoe de bredere belangenafweging tussen privacy en veiligheid gemaakt kan worden. Het uitgangspunt hierbij is dat noodzakelijke informatie op verantwoorde en proportionele wijze gedeeld kan worden zonder onnodige inbreuk op de privacy van betrokkenen. Dit traject moet leiden tot een concrete werkwijze die professionals handelingsperspectief in de praktijk biedt. Zij moeten de ruimte ervaren om zorgwekkend gedrag te signaleren als zij hiermee geconfronteerd worden. In dit traject wordt met belangstelling uitgekeken naar de uitkomsten van de landelijke werkgroep. Vanzelfsprekend zullen deze te zijner tijd - waar relevant - worden betrokken.
Wij verwachten u in het vierde kwartaal van 2026 uitgebreider over bovenstaande ontwikkelingen te kunnen informeren. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Mariëlle Vavier
2/2