RIS325082 Uitkomsten Woonwagen behoefteonderzoek 2025 en vooruitblik begroting 2027
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de algemene raadscommissie (Ruimte)
DSO/11033246 RIS325082 Contactpersoon
Muammer Kurum Dienst
Dienst Stedelijke Ontwikkeling Afdeling
DSO Wonen Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
9 april 2026
muammer.kurum@denhaag.nl
Onderwerp
Uitkomsten Woonwagen behoefteonderzoek 2025 en vooruitblik begroting 2027
Geachte voorzitter, In november 2025 zijn de resultaten van het woonwagenbehoefteonderzoek in Den Haag beschikbaar gekomen. Deze brief vormt een nadere uitwerking van het eerder aan de raad voorgelegde voorstel (RIS320451) en bevat enkele aanvullingen en actualisaties. Zo is de financiële paragraaf verder uitgewerkt, waarbij een financiële bandbreedte is opgenomen. Daarnaast zijn de uitkomsten van het woonbehoefteonderzoek expliciet betrokken, om beter aan te sluiten bij de actuele woningbehoefte. Met deze brief informeert het college u over de resultaten van het onderzoek, de duiding daarvan en de voorgenomen vervolgstappen. Context Sinds 2014 is de maatschappelijke en politieke beschouwing van de woonwagencultuur sterk veranderd. Er is in de afgelopen jaren meer landelijke beleidsmatige aandacht gekomen voor de positie van woonwagenbewoners, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op het beschermen van hun culturele identiteit en woonvorm. Woonwagenbewoners hebben het recht om samen te leven in familieverband en gemeenten dienen in woonruimte te voorzien zolang daar vraag naar is.
Op 29 mei 2024 heeft de Haagse rechtbank geoordeeld, in een rechtszaak aangespannen door de Stichting Sinti, Roma en Reizigers, dat de gemeente Den Haag in strijd handelt met het discriminatieverbod door het aantal standplaatsen na de wijziging van het rijksbeleid in 2018 niet binnen afzienbare tijd uit te breiden. De gemeente dient daarom – in lijn met het oordeel van de rechtbank - binnen vijf jaar de wachttijd voor een standplaats vergelijkbaar te maken met de wachttijd voor een grondgebonden (niet-gestapelde) sociale huurwoning in Den Haag (ten tijde van de uitspraak 110 maanden). De wachttijd voor een grondgebonden sociale huurwoning is een dynamisch gegeven, dat continu wijzigt. De gemeente zal daarom ieder jaar de wachtlijsten monitoren. Er is berekend hoeveel standplaatsen erbij moeten komen, om aan de uitspraak te voldoen. Hiervoor wordt de wachttijd gehanteerd die er was ten tijde van de uitspraak. Na de uitspraak zien we dat het aantal nieuwe inschrijvingen is toegenomen. In mei 2024 stonden er 261 personen op de wachtlijst. In de rest van 2024 zijn daar 22 personen bijgekomen, in 2025 nog eens 19 personen en in de eerste maanden van 2026 nog 3 personen. Daarmee komt het huidige totaal op 305 personen op de wachtlijst. Het vertrekpunt is daarom ook dat de wachtlijst van mei 2024 wordt aangehouden.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11033246
De wachttijd voor een grondgebonden sociale huurwoning was op dat moment 110 maanden en voor een standplaats 141 maanden. Om in mei 2029 een gemiddelde inschrijfduur van 110 maanden te hebben en hiermee te voldoen aan de uitspraak van de rechter, zouden er – uiterlijk in mei 2029 – 90 nieuwe standplaatsen moeten zijn gerealiseerd. Zienswijze van de Stichting Sinti, Roma en Reizigers op de opgaveformulering De gemeente heeft onderstaande reactie van de Stichting Sinti, Roma en Reizigers ontvangen n.a.v. de voorgestelde opgaveformulering: “De stichting heeft bij de gemeente aangegeven zich niet te kunnen vinden in de omvang van deze opgave. Met het beoogde aantal nieuwe standplaatsen voldoet de gemeente volgens haar niet aan het vonnis van de rechtbank van 29 mei 2024”. ''De stichting constateert aan de hand van de wachtlijst van 303 ingeschrevenen [daterend van december 2025] dat [zonder mutaties] 167 personen per 1 mei 2029, 10 jaar of langer wachten op een standplaats. Zij ervaren allen de discriminatie in het wachten op een woonplek die past bij hun cultuur. Immers de gemiddelde wachttijd voor een grondgebonden niet gestapelde sociale huurwoning is 10 jaar. 167 standplaatsen zou volgens de stichting daarom de harde doelstelling van de gemeente moeten zijn in haar woonwagenbeleid.
Met het oog op de historische afbouw van 110 vakken en de groei van de behoefte in de tijd, is dit geenszins een buitensporige opgave. Met deze nota is het beleid voor standplaatsen niet 'af'. Gezien de uitkomst van het behoefteonderzoek en de duur van de ontwikkeling van nieuwe woonwagenlocaties, zullen in de (nabije) toekomst - net als voor sociale huurwoningen - periodiek nieuwe standplaatsen moeten worden gecreëerd. Dit zal een grote extra vervolgopgave blijken. De stichting begrijpt dat van de totale opgave enkel een deel kan worden gerealiseerd binnen de gemeentelijke grenzen. De gemeente heeft echter een substantieel aandeel te nemen, alvorens een beroep te kunnen doen op de regio.” In een gesprek met de Stichting Sinti Roma Reizigers is kennisgenomen van dit standpunt. Woonbehoefteonderzoek 2025 In lijn met het landelijk beleidskader heeft in opdracht van de gemeente Den Haag van mei tot november 2025 onderzoeksbureau Labyrinth een onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan standplaatsen in Den Haag. Samen met de Stichting Sinti, Roma en Reizigers is het onderzoeksbureau geselecteerd. De huidige bewoners van alle Haagse woonwagenlocaties en alle personen op de wachtlijst zijn per brief benaderd voor deelname aan het onderzoek. Ook zijn er oproepen gedaan via sociale media om deelname aan het onderzoek te stimuleren.
Gedurende 6 weken kon een digitale vragenlijst worden ingevuld. Daarnaast zijn op verschillende dagen, vooraf aangekondigd, onderzoekers op de woonwagenlocaties langs gegaan om vragenlijsten af te nemen. Tot slot heeft het onderzoeksbureau ook telefonisch de vragenlijst afgenomen. De respons op de woonwagenlocaties lag op 75%. Van 4 type respondenten is informatie verzameld: • hoofdbewoner (degene die de vragenlijst invult voor het huishouden); • inwonenden van hoofdbewoners (partners, kinderen, kleinkinderen, overige familieleden); • standplaatszoekenden (personen op de wachtlijst, mensen met familie/binding met Den Haag); • inwonenden van standplaatszoekenden (partners, kinderen, kleinkinderen, overige familieleden).
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11033246
Van de 813 personen die in beeld zijn gekomen, zijn 493 personen op zoek naar een standplaats in Den Haag. Het aantal 493 is inclusief de toekomstige vraag van jongeren die nog 18 jaar oud moeten worden. Een deel hiervan zoekt alleen en een deel zoekt samen, daarom wordt hieronder gesproken over een bandbreedte. Dit geeft een totale standplaatsbehoefte van 417-451 nu en in de toekomst. Hiervan zijn 188-206 personen binnen een jaar op zoek naar een standplaats en 307-337 binnen 5 jaar. In tabel 1 is aangegeven hoeveel personen een standplaats zoekt en wat hun kenmerkt. Aantal personen dat een standplaats zoekt
Aantal unieke zoekenden
Hoofdbewoners
42
Inwonenden van hoofdbewoners
175
Standplaatszoekenden (personen op de wachtlijst 124 of die zichzelf hebben gemeld) Inwonenden van standplaatszoekenden 152 493 Tabel 1: categorisering standplaatszoekenden
De helft van de standplaatszoekenden die op de wachtlijst staat, woont in Den Haag. De rest woont in regiogemeenten of elders in het land. In het woonbehoefteonderzoek is er een overzicht beschikbaar van de groep inwonenden met verdeling in leeftijdscategorie waarvan zichtbaar is binnen welk termijn zij een standplaats nodig zullen hebben. Conclusie woonbehoefteonderzoek Maximaal 451 personen zijn op zoek naar een (nieuwe) standplaats. Dat betekent dat 60% van alle ondervraagden behoefte heeft aan een eigen standplaats. Bijna de helft wenst dit binnen een jaar en driekwart binnen vijf jaar. Deze vraag komt van huidige hoofdbewoners van een standplaats, inwonenden op een standplaats en standplaatszoekenden zonder standplaats in Den Haag. Een deel van de standplaatszoekenden komt uit de regio. Dit benadrukt het belang om de opgave regionaal te verkennen. Het onderzoek laat een duidelijke voorkeur zien voor samenleven in familieverband, 90% van de ondervraagden geeft aan dat het belangrijk is om samen met familieleden op of nabij dezelfde locatie te wonen. Er is zowel behoefte aan koop- en huurstandplaatsen als aan koop- en huurwoonwagens.
Wat gebeurt er al? De eerste stappen naar het realiseren van nieuwe standplaatsen zijn gezet; er worden op bestaande locaties extra standplaatsen gerealiseerd en er zijn nieuwe locaties aangekocht/aangewezen door de gemeente voor het realiseren van extra standplaatsen. Hieronder staan deze locaties weergegeven in een overzicht.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11033246
Woonwagenlocatie Isabellaland Henri Faasdreef
Brasserskade
Totaal nieuwe standplaatsen in ontwikkeling
Nieuwe of bestaande locatie Bestaande Gemeentelijk bezit, aangewezen als woonwagenlocatie Nieuw aangekocht
Aantal nieuwe standplaatsen 8 (dekking reeds aanwezig1) 15
+/30 (voorlopig) 53
Tabel 2: aantal nieuwe standplaatsen in ontwikkeling
Ambities voor de toekomst Tussen de omvang van de opdracht die voortkomt uit de uitspraak van de rechter (90 standplaatsen) en de behoefte die uit het woonbehoefteonderzoek blijkt (417–451) bestaat een groot verschil. Van de 90 standplaatsen zijn er inmiddels 23 in ontwikkeling en is de voorbereiding voor de Brasserskade gaande (planvorming moet nog starten). De ambitie is om binnen drie jaar in totaal 90 nieuwe standplaatsen te realiseren, waarmee de gemeente voldoet aan de uitspraak van de rechtbank. Tegelijkertijd laat het woonbehoefteonderzoek zien dat de vraag naar standplaatsen groter is. Daarom wordt naast de ambitie van 90 standplaatsen tot en met 2029 ook gekeken naar verdere uitbreiding in de jaren daarna, met als richtpunt een totaal van circa 147 standplaatsen. Dit aantal bestaat uit de 90 standplaatsen uit de uitspraak van de rechter en een aanvullende behoefte van 57 standplaatsen voor jongeren tussen de 18 en 34 jaar die naar verwachting binnen een jaar een standplaats zoeken. Het is uitdagend om ruimte te vinden voor dit vraagstuk binnen de context van onze stad, de meest dichtbevolkte stad van Nederland (met zo’n 6.600 inwoners/km²) zonder uitleggebieden. Financiële impact Op basis van de projecten waar de gemeente momenteel aan werkt en heeft gewerkt, zijn kosteninschattingen gemaakt. We hanteren daarbij een bandbreedte.
We gaan er op dit moment van uit dat het realiseren van standplaatsen een negatief resultaat oplevert van netto (opbrengsten en kosten verrekend) tussen de € 150.000,- en € 380.000,- per standplaats. Dit betekent een klemmende financiële opgave voor het volgende college, om invulling te geven aan de uitspraak van de rechter. De wijze waarop zal worden opgenomen in de Programmabegroting 2027. Vervolgstappen Uw raad ontvangt tegelijkertijd met deze brief de beleidsnota Haags Woonwagenbeleid 2026 (RIS325084). De beleidsnota gaat in op de volgende doelen: 1. voldoende en gedifferentieerd woonwagen- en standplaatsaanbod; 2. toewijzing van standplaatsen op grond van het afstammingsbeginsel en het faciliteren van wonen in familieverband; 3. samenwerking met externe stakeholders: woonwagenbewoners, corporaties, beheerorganisatie en versterken interne slagkracht; 4. aandacht voor leefbaarheid en welzijn van woonwagenbewoners; 5. duurzame en toekomstbestendige woonwagens en woonwagenlocaties; 6. nieuwe bouwregels voor woonwagens om een flexibel gebruik mogelijk te maken.
1 Dekking uit: Enecomiddelen, Coalitiegelden uitbreiding woonwagenlocaties en Programma buitenruimte
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11033246
Dit beleidskader geeft richting aan de komende jaren. De acties worden in de komende periode nader vormgegeven en uitgewerkt met ruimte om in te spelen op actuele ontwikkelingen. We trekken hierin, afhankelijk van de actie, gezamenlijk op met bijvoorbeeld de woningcorporaties, beheerorganisatie, regiogemeenten en woonwagenbewoners. Jaarlijks zal de voortgang omtrent deze beleidsnota in de voortgangsrapportage woonvisie worden opgenomen en aan de raad worden aangeboden. Met vaststelling van deze nota bepaalt uw raad de kaders waarbinnen aan deze doelen gewerkt wordt. Tot slot wordt voorgesteld, dit voorstel ter werkbespreking aan te bieden aan de commissie, zodat de inhoud, de gehanteerde uitgangspunten en de verdere uitwerking in gezamenlijkheid kunnen worden besproken. De werkbespreking biedt tevens gelegenheid om eventuele aandachtspunten en nadere wensen vanuit de commissie op te halen, zodat deze kunnen worden betrokken bij de verdere besluitvorming en uitwerking van het voorstel. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Mariëlle Vavier
5/5