CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325064 Beantw SV Tegenwerking van arbeidsmigranten m.b.t. inschrijving BRP

Algemene Raadscommissie 21 mei 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.757 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN

12 mei 2026 Ons kenmerk Onderwerp

Antwoord van het college op de vragen van raadsleden Butt en Holman, luidend: 'Tegenwerking van arbeidsmigranten m.b.t. inschrijving BRP'

DPZ/11041853 RIS325064

De raadsleden Butt en Holman hebben op 24 maart 2026 een brief met daarin zeven vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 22 maart jl. publiceerde NRC het artikel “Uitzendbureaus dwarsbomen inschrijving van arbeidsmigranten bij de gemeente”, over uitzendbureaus die arbeidsmigranten die zich in willen schrijven in de BRP tegenwerken. 1.

Heeft het college kennisgenomen van het genoemde artikel? Zo ja, hoe reflecteert het college hierop?

Ja. De signalen dat arbeidsmigranten worden belemmerd bij inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) zijn zorgelijk. Het college stelt voorop dat het verhinderen of ontmoedigen van een BRPinschrijving onacceptabel is. Inschrijving is een wettelijke verplichting en essentieel voor opbouw van rechten, hulpverlening, toegang tot voorzieningen, toezicht en bescherming tegen misstanden. Het college herkent dat een deel van de arbeidsmigranten niet staat ingeschreven als ingezetene in de BRP, ook in Den Haag, ondanks dat zij hiertoe wettelijk een plicht hebben. 1 Dit vergroot de kans op slechte woon- en werkomstandigheden, onzichtbaarheid voor toezicht, en kan consequenties hebben voor toegang tot voorzieningen. Zoals opgenomen in het programmaplan Arbeidsmigratie in goede banen (2023; RIS316675 pp. 19-21) zet de gemeente daarom in op het verbeteren van registratie om dit soort misstanden tegen te gaan, bijvoorbeeld middels toegankelijke informatievoorziening voor arbeidsmigranten in de stad en een lobby richting het Rijk voor een meer sluitend registratiesysteem. Zo heeft het college, samen met andere gemeenten en in VNG-verband, afgelopen jaren gelobbyd om een zorgplicht juiste registratie voor arbeidsmigranten op te nemen in het aanstaande toelatingsstelsel voor uitzendbureaus.

2 Zoals te lezen in het NRC-artikel, wordt deze zorgplicht opgenomen in de wetten die uitzendbranche reguleren (de Waadi/Wtta). Tegelijkertijd worden door het Rijk verbeteringen doorgevoerd in de registratie van niet-ingezetenen (RNI), waardoor gemeenten beter kunnen vaststellen hoelang iemand in Nederland verblijft en op welke voorzieningen de arbeidsmigrant aanspraak kan maken.

1

Zie o.a. artikel 2.38 Wet BRP.

2

Zie www.vng.nl/nieuws/vng-vraagt-kamer-om-zorgplicht-uitzenders-voor-registratie.

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/11041853

2.

Kan het college aangeven of er ook in Den Haag signalen bestaan over uitzendbureaus die arbeidsmigranten tegenwerken die zich in willen schrijven bij de gemeente? Zo ja, wat voor signalen zijn dit?

Incidenteel komen vergelijkbare signalen als in het NRC-artikel aan het licht over uitzendbureaus, werkgevers of verhuurders die arbeidsmigranten tegenwerken om zich in te schrijven bij de gemeente, bijvoorbeeld tijdens een inspectie van de Haagse Pandbrigade of in gesprekken met voorlichters van het mobiel informatiepunt Haaglanden. In deze gevallen kan worden doorverwezen naar de dienstverlening van stichting Barka, Het Juridisch Loket en/of FairWork. Stichting Barka signaleert bijvoorbeeld dat verhuurders voor een BRP-inschrijving meer huur vragen, en dat uitzendbureaus ten onrechte de indruk wekken dat inschrijving pas op een later moment nodig is. Deze signalen worden op structurele wijze gedeeld met de Nederlandse Arbeidsinspectie. 3.

Is het college van plan om uitzendbureaus die hun werknemers ervan weerhouden zich in te schrijven bij de gemeente, aan te pakken? Zo ja, hoe is het college van plan dit te doen?

De gemeente heeft geen juridische grondslag voor het handhaven op de uitzendbranche vanuit een werkgeversrelatie.3 Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 2 worden signalen van uitzendbureaus die – vanuit een werkgeversrol – arbeidsmigranten tegenwerken zich in te schrijven met de Nederlandse Arbeidsinspectie gedeeld. Als sprake is van signalen van intimidatie of andere strafbare feiten kunnen signalen ook worden gedeeld met de politie. In andere gevallen van tegenwerking, wanneer sprake is van een verhuurdersrelatie, kan de Haagse Pandbrigade handhaven op grond van de Huisvestingswet voor wat betreft de aanpak van onzelfstandige bewoning (kamerverhuur) en de Wet goed verhuurderschap. Hoewel het inschrijven in de BRP een zaak van de arbeidsmigrant zelf is, kan het weerhouden van inschrijving in specifieke gevallen gezien worden als intimidatie van de verhuurder(bemiddelaar). In deze gevallen wordt actief gehandhaafd door het opleggen van een dwangsom en een bestuurlijke boete bij herhaling. 4.

Kan het college aangeven of, bijvoorbeeld op het moment dat de Pandbrigade ingrijpt bij een woning waar arbeidsmigranten wonen, wordt gecontroleerd of arbeidsmigranten ingeschreven staan? Wordt hier opvolging aan gegeven richting uitzendbureaus en werkgevers op het moment dat dit niet het geval is, en zo ja, hoe?

Bij woningcontroles van de Haagse Pandbrigade wordt nagegaan of bewoners ingeschreven staan of niet, en worden bewoners geïnformeerd over deze plicht. De rapportages van de controles worden doorgezonden naar DPZ/Burgerzaken, waar vervolgens wordt afgewogen of actie moet worden ondernomen op in- en uitschrijvingen. Er wordt geen standaard opvolging gegeven richting werkgevers indien blijkt dat een bewoner niet juist ingeschreven staat. De plicht tot inschrijving is belegd bij de persoon die ergens verblijft of woont; niet bij de werkgever. Dit kan veranderen als de aankomende wetgeving omschreven in het NRCartikel van kracht wordt. In voorkomende gevallen, als de werkgever ook de verhuurder(bemiddelaar) is, wordt bij overtredingen op basis van de Wet goed verhuurderschap gehandhaafd op de werkgever/uitzendbureau (zie antwoord vraag 3). Dat gaat alleen niet om inschrijvingen. 3

Zie beantwoording Schriftelijke Vragen ‘Handhaving op uitzendbureaus in Den Haag’ (RIS321025).

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/11041853

5.

Kan het college aangeven of bij andere relevante contactmomenten tussen de gemeente, of organisaties waarmee de gemeente samenwerkt, wordt gecontroleerd of arbeidsmigranten ingeschreven staan? Bijvoorbeeld bij het mobiel informatiepunt, door Stichting Barka en bij opvang Perspektywa? Wordt hier opvolging aan gegeven richting uitzendbureaus of werkgevers, en zo ja, hoe?

Voor het mobiel informatiepunt Haaglanden geldt dat voorlichters in gesprekken met arbeidsmigranten kunnen vragen naar de registratiestatus, informatie geven over het belang van juiste registratie, en helpen bij het maken van een afspraak om in te schrijven. Vanwege praktische redenen en onvoldoende juridische grondslag is het voor de voorlichters niet mogelijk plaatselijk te controleren of de arbeidsmigranten die zij spreken daadwerkelijk staan ingeschreven in de BRP/RNI. Dat staat los van de vraag of het wenselijk is dat voorlichters tijdens laagdrempelige voorlichtingsgesprekken controles uitvoeren op registratie. Bij het Daklozenloket wordt tijdens een intake nagegaan of mensen een BSN hebben en hoelang zij staan ingeschreven in de BRP/RNI, aangezien dat bepaalt wat de mogelijkheden zijn binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Participatiewet. Stichting Barka, als externe partij die o.a. de intake voor de Perspektywa-opvang verzorgt, kan bovendien als intermediair bij de gemeente nagaan of iemand BRP/RNI is ingeschreven in het geval dat bij een intake niet duidelijk wordt of en hoelang iemand staat ingeschreven - maar de arbeidsmigrant wel zorgbehoevend is.

Er wordt geen opvolging gegeven richting uitzendbureaus/werkgevers indien blijkt dat arbeidsmigranten bij hen in dienst niet juist ingeschreven staan, zonder dat sprake lijkt van een misstand (in dat geval: zie beantwoording vraag 3). Het college benadrukt dat de plicht om in te schrijven vooralsnog bij de arbeidsmigrant zelf ligt. In het genoemde artikel wordt ook aangegeven dat niet alleen uitzendbureaus arbeidsmigranten tegenwerken die zich bij de gemeente willen inschrijven, maar dat ook gemeenten zelf hier een rol in hebben door de besluitvorming te vertragen of de inschrijving af te keuren. 6.

Hoe reflecteert het college op de berichtgeving dat ook gemeenten zelf het arbeidsmigranten moeilijk maken om zich in te schrijven? Kan het college aangeven of dit ook in de gemeente Den Haag speelt? Zo ja, wat is het college van plan hiertegen te doen?

Het opwerpen van barrières voor inschrijving is niet in lijn met de verplichtingen uit de Wet basisregistratie personen, die uitgaat van een juiste en volledige registratie van personen die in Nederland verblijven/wonen. Het college heeft geen aanwijzingen dat het voor arbeidsmigranten in Den Haag moeilijk wordt gemaakt om zich in te schrijven in de BRP. Integendeel, de gemeente zet juist in op proactieve meertalige informatievoorziening over de registratieplicht (inclusief het ondersteunen bij het maken van een afspraak). Ook zet de gemeente in op verbeteringen in (landelijk) registratiebeleid om mogelijke obstakels te verkleinen en registratiegraad te verbeteren. Zie programmaplan Arbeidsmigratie in goede banen (2023; RIS316675 pp. 19-21).

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DPZ/11041853

De inschrijving in de gemeente betekent ook dat een arbeidsmigrant rechten opbouwt voor sociale voorzieningen. Ook in Den Haag hebben zogenaamde “rechthebbende arbeidsmigranten” eerder en meer recht op sociale voorzieningen dan zogenaamde “niet-rechthebbende arbeidsmigranten”. 7.

Is het college bereid om naar aanleiding van genoemde berichtgeving de omgang met en de toegang voor voorzieningen voor niet-rechthebbende arbeidsmigranten te herzien? Zo nee, graag een toelichting.

Het college ziet geen aanleiding om de omgang met en toegang tot voorzieningen voor nietrechthebbende arbeidsmigranten te herzien. De rechten van EU-burgers op sociale voorzieningen zijn landelijk vastgelegd, onder meer in de Participatiewet (waaronder ook de grondslag voor bijzondere bijstand) en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Ter ondersteuning van de uitvoering wordt sinds 2024 landelijk gewerkt met een checklist gelijke behandeling4, waarmee eenvoudiger bepaald kan worden of een EU-burger recht heeft op gelijke behandeling en aanspraak kan maken op voorzieningen. Gemeenten zijn gehouden aan deze wettelijke kaders. Aanvullend zet het college reeds in op ondersteuning van kwetsbare EU-arbeidsmigranten die (nog) niet als rechthebbend worden aangemerkt. Zo wordt ondersteuning geboden via stichting Barka (o.a. Reconnection-programma; onderdeel van de landelijke aanpak Kwetsbare dakloze EU-burgers5), en is samen met het Leger des Heils en Barka de tijdelijke opvanglocatie Perspektywa gerealiseerd. Laagdrempelige voorzieningen zoals winterkouderegeling, dagopvang en straatzorg zijn ook toegankelijk voor niet-rechthebbenden. Voor lokale minimaregelingen, zoals de Ooievaarspas, geldt dat deze beschikbaar zijn voor personen die in de BRP staan ingeschreven als ingezetene en voldoen aan de inkomens- en vermogenscriteria.

Het college is niet bereid hiervan af te wijken en benadrukt dat niets of niemand mag belemmeren dat een inwoner van Den Haag zich inschrijft in de BRP als ingezetene. Tot slot, in zeer uitzonderlijke situaties wordt op basis van een door professionals onderbouwde beoordeling noodzakelijke hulp geboden aan zeer kwetsbare personen zonder duidelijk inschrijvingsverleden, bijvoorbeeld wanneer sprake is van langdurig verblijf en verrichte arbeid in Nederland en wanneer hulp in het land van herkomst niet mogelijk blijkt. Dit komt enkele keren per jaar voor. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx

Jan van Zanen

4

Zie www.arbeidsmigratieingoedebanen.nl/documenten/2024/06/25/checklist-gelijke-behandeling.

5

Zie www.eerstekamer.nl/overig/20220913/plan_van_aanpak_kwetsbare_dakloze/document.

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16933585/1