CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325051 Bijlage 3 Beantwoording Zienswijzen

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verklaring van geen bedenkingen voor omgevingsvergunning bouwen kantoor Plein 1813 4 en 5 (RIS325051)3.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE: BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN Tijdens de uitgebreide voorbereidingsprocedure van de aanvraag is een zienswijze ingediend. In de zienswijze wordt verzocht om de voorgenomen vergunning aan te passen dan wel niet te verlenen. Onderstaand volgt een samenvatting per onderdeel van de zienswijze en onze voorgenomen reactie erop:

Zienswijze: 1. Reclamant geeft aan dat een gemeente, in gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkeling te verwachten is, in plaats van een bestemmingsplan, een beheersverordening mag vaststellen. Tegen een beheersverordening staat voor belanghebbenden geen beroep open. Dit in tegenstelling tot een bestemmingsplan. Daar staat tegenover dat de beheersverordening een bestaande situatie vastlegt en er geen ruimtelijke ontwikkelingen binnen mogelijk zijn. Zij verwijst naar informatie die wordt ontsloten op Infomil: "Het is nadrukkelijk niet de bedoeling ontwikkelingen mee te nemen in een beheersverordening.". Het gaat dus om een statisch instrument. Aangezien het Willemspark is aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht, dient de beheersverordening te worden aangemerkt als een beheersverordening in enge zin. Ten aanzien van deze reactie overwegen wij als volgt: Ad 1. Uit de reactie begrijpen wij dat reclamant erop doelt dat het niet mogelijk is om een omgevingsvergunning te verlenen voor gebruik dat in strijd is met een beheersverordening. Dit omdat een beheersverordening slechts vastgesteld mag worden voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkeling te verwachten is. Hier reageren wij graag als volgt op. Een beheersverordening is een regeling omtrent het beheer van een gebied overeenkomstig het bestaande gebruik.

Met andere woorden: in de verordening wordt het bestaande gebruik vastgelegd. Het is niet toegestaan om handelingen te verrichten die daarmee in strijd zijn. Wel is het mogelijk om een omgevingsvergunning te verlenen waarmee men vervolgens kan afwijken van de beheersverordening. Die mogelijkheid is neergelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Wabo biedt de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen waardoor het mogelijk wordt om grond en bouwwerken te gebruik op een manier die in strijd is met de beheersverordening. Het klopt dat bestuursrechtelijke rechtsbescherming tegen de vaststelling van de beheersverordening is uitgesloten. Maar tegen het verlenen van de omgevingsvergunning staan wel rechtsmiddelen open.

Zienswijze: 2. Er is geen goede ruimtelijke onderbouwing waarin zorgvuldig de verschillende belangen geïdentificeerd en gewogen zijn. Reclamant stelt dat de 'Goede Ruimtelijke Onderbouwing' geen dragende motivering heeft waarom de bestemming, de bouwmassa en de gekozen architectonische insteek in overeenstemming zou zijn met het consistente classicistische bebouwingsbeeld en van de consistente bouwmassa’s van 2/3 laagse bebouwing met kapverdieping en bijgebouwen van 1-2 lagen met kapverdieping. Ook omvat de 'Goede Ruimtelijke Onderbouwing' geen dragende motivering waarom afgeweken zou kunnen worden van de in de beheersverordening aangegeven bouwvlakken en bestemmingsvlakken. Tot slot heeft de 'Goede Ruimtelijke Onderbouwing' geen andere dragende motivering ter legitimering van het bouwplan dan te winkelen uit sectorale generieke beleidsnota’s die zinnen bevatten die hiervoor van dienst zijn. Ten aanzien van deze reactie overwegen wij als volgt: Ad. 2. Het initiatief past op onderdelen niet binnen de kaders van de beheersverordening: het kantoorgebouw is voor een deel gesitueerd buiten het bouwvlak, de fietsparkeervoorzieningen en de installaties ten behoeve van het kantoor zijn geen voorzieningen die zijn toegestaan binnen de bestemming

‘Tuin’ en het voorgeschreven percentage verharding wordt overschreden. Ook passen de installatieunits ten behoeve van het kantoor qua aard en maat niet bij de bestemming ‘Tuin’, deze overstijgen de maximale bouwhoogte van 1 meter. Zoals aangegeven onder ad 1, bestaat de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de uitgangspunten van de beheersverordening. Maar deze vergunning kan alleen verleend worden als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De motivering van het besluit dient daarom een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten. Een goede ruimtelijke onderbouwing laat zien of de voorgenomen strijdige planonderdelen ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Wij hebben de motivering van het rapport van KUBIEK Ruimtelijke Plannen met kenmerk K23522, d.d. 27 januari 2026 overgenomen. In aanvulling op voornoemd rapport, bevat de tekst van de beschikking overwegingen over de toelaatbaarheid van de strijdige planonderdelen. De strijdige planonderdelen zijn allen benoemd en getoetst. Zie met name hetgeen is besproken in bijlage C (activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’), onder de titel ‘Overwegingen’. De planonderdelen die in overeenstemming zijn met de beheersverordening en waarvan dus al is vastgesteld dat deze toelaatbaar zijn, worden niet nogmaals beoordeeld.

De overwegingen die hebben geleid tot de conclusie dat het planonderdelen in overeenstemming zijn met de cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht zijn benoemd in bijlage A (activiteit ‘Bouwen)’, onder de titel ‘Regels ruimtelijke ordening’. Dat heeft de volgende reden. Planonderdelen waarvan is vastgesteld dat die in overeenstemming zijn met het rijksbeschermde stadsgezicht, zijn in overeenstemming met de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’ van de beheersverordening. De overwegingen zijn daarom niet opgenomen in bijlage C (activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’). Ze zijn tenslotte niet in strijd met de regels van de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’. Naar aanleiding van de zienswijze is nader gemotiveerd waarom de bestemming, de bouwmassa en de gekozen architectonische insteek in overeenstemming zou zijn met het classicistische bebouwingsbeeld en met de bouwmassa’s. Verder is verduidelijkt waarom de fietsparkeervoorziening toelaatbaar is.

Zienswijze: 3. Reclamant stelt dat het initiatief niet is getoetst aan al het relevante beleid (Groenbeleid, Haagse Bomennota, Nota Stadsnatuur en erfgoed). Er is geen Bomen Effectanalyse gemaakt. Uit de Nota Stadsnatuur blijkt dat de gemeente inzet op natuurinclusief bouwen. De Natuurkansenscan is een handig middel om te beoordelen of het initiatief leidt tot natuurinclusief bouwen. Deze scan ontbreekt. Ook benoemt reclamant het document ‘Groen kleurt de stad’. In de ruimtelijke onderbouwing staat dat er enkele bomen en heesters worden verwijderd. Reclamant vraagt welke bomen en heesters verwijderd worden. Reclamant wijst erop dat in de ruimtelijke onderbouwing wordt gesproken over het planten van een treurbeuk, in het tuinplan wordt gesproken van een treurberk. Dit is niet eenduidig. Ten aanzien van deze reactie overwegen wij als volgt: Ad 3. Om te beginnen is het goed om te realiseren dat beleid pas wordt toegepast wanneer een initiatief in strijd is met de beheersverordening. In de beheersverordening zijn namelijk bouw- en gebruiksregels opgenomen. Als een initiatief in overeenstemming is met die bouw- en gebruiksregels, dan is de toelaatbaarheid een gegeven. Er wordt dan niet nogmaals een oordeel gevormd over toelaatbaarheid van het initiatief, we komen dan niet toe aan een toets aan het beleid.

Reclamant geeft aan dat uit de Nota Stadsnatuur blijkt dat de gemeente inzet op natuurinclusief bouwen. Ook geeft hij aan dat de ontbrekende Natuurkansenscan een handig middel is om te beoordelen of het initiatief leidt tot natuurinclusief bouwen. Daarbij geeft reclamant aan dat deze scan verplicht is bij projecten in de openbare ruimte en dat daarvan nu geen sprake is. Het klopt dat in de Nota Stadsnatuur wordt aangegeven dat de gemeente projectontwikkelaars wil stimuleren om natuurinclusief te bouwen. De gemeente kan ambities benoemen op het gebied van natuurinclusiviteit maar kan hierin geen zaken afdwingen. Dit komt ook duidelijk naar voren in het

Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen 2022 (RIS 313059). Enkel grootschalige nieuwbouwprojecten dienen te voldoen aan het Puntensysteem groen- en natuurinclusief. In dit kader worden initiatieven met een footprint groter dan 2.000 m² en/of een hoogte vanaf 25 meter als grootschalig aangemerkt. Ter vergelijking: bij de huidige aanvraag gaat het om een gebouw met een footprint van 275 m² en een hoogte van 6,9 meter. Dat betekent dat in het licht van het Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen 2022 er in dit geval geen sprake is van een grootschalig nieuwbouwproject, initiatiefnemer kan niet gedwongen worden om het Puntensysteem groen- en natuurinclusief te hanteren. Verder stelt relamant dat het initiatief niet getoetst is aan het beleid ‘Erfgoed’. Het initiatief bevindt zich op grond met de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’. Dat houdt in dat de grond ook bestemd is voor het behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden van het rijksbeschermd stadsgezicht. Het beleid omtrent erfgoed wordt toegepast als een plan in strijd is met deze dubbelbestemming. Het huidige initiatief sluit aan bij de cultuurhistorische waarden, het is dus in overeenstemming met de dubbelbestemming. Daarom komen we niet toe aan dit beleid. Wel is het initiatief op onderdelen in strijd met de enkelbestemmingen van de beheersverordening.

Bij het beoordelen van de toelaatbaarheid van die strijdige onderdelen is ook het beschermde stadsgezicht in ogenschouw genomen. Voor de goede orde merken we op dat in bijlage C is toegelicht waarom die strijdige planonderdelen ook in het licht van het beschermde stadsgezicht toelaatbaar zijn. Ook benoemt reclamant de ‘Haagse bomennota’. De Nota stadsbomen (2021) is hoofdzakelijk bedoeld voor bomen die in de openbare ruimte staan. Daarom is deze nota niet relevant voor deze ontwikkeling. Het beleid zou wel relevant zijn als het zou gaan om monumentale bomen op het kavel, maar daar is in dit geval geen sprake van. Dan de Bomen Effectanalyse. Deze analyse is voor deze ontwikkeling niet vereist. Het nieuwe gebouw ligt deels buiten het bouwvlak, daarom is het plan in strijd met de beheersverordening. Maar omdat op die locatie in de huidige situatie geen natuurwaarde ligt, is een bomen effectanalyse niet nodig. Ook de locatie waar de installaties geplaatst zullen worden, kent geen natuurwaarde. Verder ziet de aanvraag op het gebruik van grond ten behoeve van fietsparkeren. Het eventueel ontstaan van een impact op bomen hangt samen met de vormgeving van een fietsparkeervoorziening. De aanvraag gaat nu niet over de toelaatbaarheid van een bouwwerk als fietsparkeervoorziening. Slechts het gebruik van grond ten behoeve van fietsparkeren is aangevraagd en beoordeeld.

Omdat een bouwwerk ten behoeve van het fietsparkeren niet is aangevraagd, is een studie over het effect op bomen niet vereist. Ook ten aanzien van het aanbrengen van verharding is geen BEA nodig. De beheersverordening omvat een beperking voor het aanbrengen van verharding. In de beheersverordening staat namelijk dat maximaal 15% per perceel verhard mag worden. Wanneer het aantal vierkante meters aan verharding in de nieuwe situatie wordt afgezet tegen het aantal vierkante meters verharding dat al aanwezig was, dan zien we dat het aantal vierkante meters aan verharding afneemt. Omdat het aantal vierkante meters afneemt, wordt het afwijkend gebruik verkleind. Ook de beperkte aanpassing van het verloop van de verharding leidt niet tot onevenredige nadelige effecten. Dit maakt dat ook voor het wijzigen van de verharding is geen BEA nodig is. Tot slot wijst reclamant op het document ‘Groen kleurt de stad’. Meer specifiek benoemt reclamant een fragment waarin staat dat positief advies van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg is vereist voor een wijziging van bestemming. Het stuk ‘Groen kleurt de stad’ was tot 2015 van toepassing. Het stuk is opgegaan in diverse andere beleidsdocumenten. In het vernieuwde beleid is niet opgenomen dat bij wijziging van de bestemming in een rijksbeschermd stadsgezicht er advies nodig is van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

Zienswijze: 4. Reclamant vergelijkt adviezen van de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag. Het advies over de beginselaanvraag (kenmerk 202320066) is afgezet tegen het advies over de nu voorliggende aanvraag. Reclamant komt tot de conclusie dat het huidige advies onvolledig is (initiatief is niet beoordeeld als onderdeel van het monument, niet geadviseerd over het beschermde stadsgezicht, de footprint en de gepastheid van de stilistiek zijn niet besproken). Het advies is onzorgvuldig opgesteld, het college mag niet vertrouwen op dit advies.

Ten aanzien van deze reactie overwegen wij als volgt: Ad 4. Reclamant komt tot de conclusie dat het advies onvolledig is en benoemt een aantal ontbrekende elementen. Deze elementen zullen we achtereenvolgens bespreken. Reclamant geeft aan dat het initiatief niet is beoordeeld als onderdeel van het monument. Het is niet toegestaan om zonder omgevingsvergunning een monument te wijzigen of te verstoren. Het beschermde monument omvat hetgeen in de redengevende omschrijving als zelfstandige eenheid is aangeduid. Het statige woonhuis is aangewezen als het beschermde object, de tuin maakt geen onderdeel uit van het monument (monumentnummer 17889). Het initiatief houdt dus niet in een wijziging van een monument. Ook is er geen sprake van een verstoring van het monument. De nieuwbouw wordt namelijk op afstand van het monument gerealiseerd, het heeft geen effect op de bouwkundige staat van het gebouw en ook geen effect op de mogelijkheden tot instandhouding van het monument. Ook leidt de nieuwe inrichting van de tuin niet tot een verstoring van het monument. De voorgestelde landschappelijke inrichting van de tuin met gebogen paden met half verharding en beplante borders past bij de monumentale uitstraling van het monument. Parkeerplaatsen zijn zorgvuldig ingepast in het plan.

Naast dat het verharde oppervlak wordt gereduceerd, past de voorgestelde inrichting van het terrein bij het karakter van het monument als een vrijstaand gebouw in een landschappelijke omgeving. De voorgestelde inrichting is bovendien een verbetering van de huidige situatie. Verder stelt reclamant dat de Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed niet heeft geadviseerd over het beschermde stadsgezicht. Dat is onjuist. De advisering is opgenomen onder de activiteiten ‘Bouwen’ en ‘Werken of werkzaamheden uitvoeren’. Het initiatief is getoetst aan de regels van de beheersverordening, waaronder aan de dubbelbestemming ‘Waarde-Cultuurhistorie’. In deze dubbelbestemming is bepaald dat de grond ook bestemd is voor het behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarden van het rijksbeschermd stadsgezicht. Meer specifiek wijst reclamant op een fragment uit de toelichting van het aanwijzingsbesluit beschermd stadsgezicht ‘Willemspark’. In dat fragment wordt onder andere gesproken over het zo goed mogelijke handhaven van de oorspronkelijke bebouwing en de beplanting. De ontwikkeling ligt echter in het beschermde stadsgezicht ‘Centrum’. Dit beschermde stadsgezicht omvat niet een soortgelijk fragment. Wel wordt gesproken van ‘overvloed aan groen’ voor het gebied. De strekking van ‘een overvloed aan groen’ is minder rigide dan het ‘handhaven van beplanting’.

De adviescommissie heeft geconstateerd dat de nieuwbouw geen invloed heeft op het aanwezige groen. Het initiatief heeft niet tot gevolg dat er niet meer gesproken kan worden van een overvloed aan groen. Ook wijst reclamant op het ontbreken van een oordeel over de footprint en stilistiek van het nieuwe gebouw. Uit de tekst van de oorspronkelijke advisering bleek inderdaad niet dat dit was meegenomen in de beoordeling. Dit is hersteld. Dat de footprint en de stijl van de nieuwbouw is meegenomen in de beoordeling komt tot uitdrukking in het advies van 12 november jl. Ook is de footprint meegenomen in de beoordeling of afgeweken kan worden van de beheersverordening. De positionering van het nieuwe gebouw past niet binnen de kaders van de beheersverordening. Het nieuwe bouwwerk op het achtergelegen erf heeft een grotere footprint dan het te verwijderen gebouw. Maar de ondergeschikte positionering van het bouwwerk op het achtergelegen erf draagt eraan bij dat het bouwwerk ondergeschikt van aard blijft en daarom is de afwijking van de beheersverordening aanvaardbaar.

Zienswijze: 5. Dit punt betreft de advisering door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed over de aanvraag voor een beginseluitspraak. Reclamant wijst erop dat de behandeling van de aanvraag voor de beginseluitspraak niet openbaar geagendeerd is en dat het niet mogelijk was om in te spreken. Ook is aangegeven dat de adviezen niet voldoen aan normeringen die door de Raad van State zijn besproken in uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:1577. Er is uitsluitend geadviseerd over het gebouw, het advies ziet niet op de locatie en de te respecteren waarden. Het gebouw is veel te omvangrijk en ingrijpend om te worden beoordeeld als een tuinsieraad (zonnewijzer, vaas, standbeeld enzovoorts). Daarbij is het enige genoemde criterium 'Helder, eenduidig en vrij ten opzichte van het monument', dit duidt erop dat de adviseurs niet

vooraf op de hoogte zijn gesteld van de beheersverordening, de aanwijzing van het Rijksbeschermd stadsgezicht en toelichting. Ten aanzien van deze reactie overwegen wij als volgt: Ad 5. De door reclamant aangehaalde punten zien op de behandeling en beoordeling van de aanvraag voor een beginseluitspraak. Dat is een vooroverleg. Er geldt geen formele procedure om stukken in te zien en om in te spreken. Ook staan er geen rechtsmiddelen open tegen de uitkomst van een beginseluitspraak. De huidige zienswijze procedure in het kader van de aangevraagde omgevingsvergunning dient niet om bezwaren over het proces of de uitkomst van de beginseluitspraak te bespreken. Deze punten blijven daarom onbesproken.

Zienswijze: 6. Reclamant heeft aangegeven dat de adviezen niet zodanig zijn opgesteld dat uit de bewoordingen blijkt dat beoordeeld is of het bouwwerk zou leiden tot behoud of versterking van de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden van het rijksbeschermd stadsgezicht, zoals omschreven in de ABC criteria. Niet is gemotiveerd waarom de gekozen architectonische stijl aansluit bij de waarden cultuurhistorie, zoals omschreven in de toelichting op de beheersverordening en in de (toelichting bij de) aanwijzing tot rijksbeschermd stadsgezicht. Zij verwijst naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) met kenmerk ECLI:NL:RVS:2023:4032. Reclamant stelt dat het advies niet voldoet aan de normeringen die door de ABRvS zijn besproken in uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:1577. Het college mag het op het advies afgaan, nadat het is nagegaan of het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Ten aanzien van deze reactie overwegen wij als volgt: Ad 6. De Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag heeft het initiatief nogmaals behandeld in de vergadering van 12 november 2025. De Welstandsnota omvat onder meer objectspecifieke criteria en algemene criteria.

In de toelichting bij de aanwijzing van het beschermd stadsgezicht zijn geen punten opgenomen die betrekking hebben op deze specifieke locatie. Er zijn dus geen objectspecifieke criteria. Wel zijn er algemene criteria van toepassing. Een van de algemene criteria is dat een bouwwerk in een beschermd stadgezicht moet leiden tot behoud of versterking van de waarden van het beschermd stadsgezicht. De planmatige aanleg van dit deel van het beschermd gezicht, de symmetrisch gegroepeerde neoclassicistische villa’s en de overvloed aan groen zijn als context van deze bebouwing benoemd. In het advies is aangegeven hoe het initiatief zich verhoudt tot deze waarden. Het nieuwe gebouw zal op afstand van de villa gerealiseerd worden en heeft een eigen vormgeving die de hoofdbebouwing niet overstemt (dit is nader onderbouwd in het advies). Hierdoor blijven de planmatige aanleg en de oorspronkelijke bebouwing bepalend. Op het aanwezige groen heeft de nieuwbouw geen invloed. Met andere woorden: in het vernieuwde advies is aangegeven waarom het initiatief aansluit bij de beschermde waarden van het beschermde stadsgezicht. De redenering van het advies is hiermee begrijpelijk en de conclusie sluit aan op de redenering. Daarom gaan wij af op het advies van de adviescommissie.

Zienswijze: 7. Met het tuinplan wordt geen recht gedaan aan de natuur- en cultuurhistorische waarden van het rijksbeschermde stadsgezicht, aldus reclamant. Reclamant wijst op een fragment uit het tuinplan, waarin wordt aangegeven dat de opzet van de tuin tot doel heeft om een verbinding te maken tussen de historische villa en de moderne nieuwbouw met hedendaagse vormgeving achter het perceel. Reclamant betwijfelt of de hedendaagse nieuwbouw als uitgangspunt moet worden genomen bij de opzet van de tuin. Reclamant wijst erop dat in het tuinplan is aangegeven dat in tuin enkele waardevolle bomen staan, dit terwijl uit eerdere beschrijvingen blijkt dat er 64 respectievelijk 13 bomen staan.

Ook geeft reclamant aan dat er geen beschrijving is van de huidige beplanting. Verder ontbreekt informatie over de aanleg van de oorspronkelijke tuin, de soorten die toen zijn geplant, vaststelling van de natuurhistorische waardevolle elementen, de naam van de ontwerper van de oorspronkelijke tuin en voorgestelde aanplant met inheemse beplanting. Ook geeft reclamant aan dat er moderne kweeksoorten geplant worden en dat dit niet passend is in een historische omgeving. Voor wat betreft de heesters is het onduidelijk of er historisch plantgoed gebruikt wordt (inheems genetisch materiaal). Tot slot geeft reclamant aan dat uit het tuinplan niet opgemaakt kan worden of er bomen gerooid moeten worden. Ten aanzien van deze reactie overwegen wij als volgt: Ad 7. De voorgestelde aanplant is opgenomen in het tuinplan. Beoordeeld is of de nieuwe situatie passend is binnen de cultuurhistorische waarden van het rijksbeschermde stadsgezicht. De te beschermen waarden zijn omschreven in de toelichting op het aanwijzingsbesluit van het beschermde stadsgezicht. In de toelichting zijn geen punten opgenomen die specifiek betrekking hebben op deze locatie. Wel zijn de planmatige aanleg van dit deel van het beschermd gezicht, de symmetrisch gegroepeerde, neoclassicistische villa’s en de overvloed aan groen als context benoemd. Het beschermde stadsgezicht schrijft geen specifieke beplanting voor.

Het uitgangspunt is dus het beschermde stadsgezicht. De Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag heeft hierover op 12 november 2025 een advies uitgebracht. Zij komt tot de conclusie dat het tuinplan in harmonie is met het beschermde stadsgezicht. In dit geval is het zo dat het tuinplan ook aansluit op de nieuwbouw. Maar daarmee is het uitgangspunt dat het tuinplan moet aansluiten bij de beschermde waarden niet verlaten. De door reclamant benoemde ontbrekende gegevens zijn niet nodig om de beoordeling te kunnen maken. Het is niet noodzakelijk om in het tuinplan informatie op te nemen over de aanleg van de oorspronkelijke tuin, de soorten die toen zijn geplant en de naam van de ontwerper van de oorspronkelijke tuin. Het beschermde stadsgezicht schrijft namelijk niet voor dat het oorspronkelijke tuinontwerp aangehouden moet worden. Ook een beschrijving van de huidige aanwezige beplanting is niet benodigd. We beoordelen immers of het nieuwe tuinplan voldoet. De nu voorliggende aanvraag ziet niet op het kappen van bomen. Mocht het zo zijn dat er bomen gekapt worden, dan is dat niet een onlosmakelijk activiteit die nu aangevraagd moet worden. Informatie daarover hoeft daarom ook niet aangeleverd te worden.

Gelet op de bovenstaande overwegingen heeft de ingediende zienswijze geen reden gevormd om niet tot het verlenen van het besluit in de huidige vorm over te gaan, zoals verwoord in de beoordeling van de aangevraagde activiteiten en de daarbij behorende documenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16776583/1