RIS325013 Beantwoording SV Naar een kerkenvisie 2.0
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
10 juni 2026 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid Klokkenburg-Reedeker, luidend: 'Naar een kerkenvisie 2.0'
OCW/11038289 RIS325013
Het raadslid Klokkenburg-Reedeker heeft op 12 maart 2026 een brief met daarin vier vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 32 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. De ChristenUnie/SGP heeft op 12 maart een initiatiefnota ingediend, getiteld ‘Naar een Kerkenvisie 2.0 - Ruimte om verschil te maken’. 1.
Heeft het college notie genomen van de initiatiefnota?
Ja, het college heeft notie genomen van de initiatiefnota ‘Naar een kerkenvisie 2.0 - ruimte om verschil te maken'. 2.
Erkent het college de waarde die geloofsgemeenschappen toevoegen aan onze stad, en het belang van het hebben van een geschikte ruimte om verschil te kunnen maken?
Ja, zoals uiteengezet in de commissiebrief ‘invulling relatie lbo's’ (RIS321836) ziet het college dat de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties een belangrijke maatschappelijke rol vervullen in de stad. Net als andere maatschappelijke organisaties hebben zij ook ruimte nodig om dit te kunnen doen. Het college acht het in eerste plaats de verantwoordelijkheid van de organisaties zelf om huisvesting te vinden. Wel ziet het college erop toe dat er genoeg maatschappelijke ruimte blijft in de stad, en dat er zorgvuldig wordt omgegaan met vrijgekomen gebedsruimte. 3.
Kan het college een uitgebreide reactie geven op de ingediende initiatiefnota, en daarbij ingaan op de tien voorstellen die de indiener doet?
Het college heeft met interesse de initiatiefnota gelezen en herkent ook de problematiek van het vinden van ruimte voor internationale kerken waar met name aan wordt gerefereerd. Hieronder geeft het college per voorstel een reactie: 1. Makelpunt voor religieuze organisaties Het Makelpunt Den Haag is een digitaal platform dat vraag en aanbod van vastgoed samenbrengt. Dit omvat gebouwen en ruimtes met een bedrijfs- of maatschappelijke functie. Het doel van het Makelpunt is om onnodige leegstand te beperken en het gebruik van beschikbare ruimtes te optimaliseren. Via het platform kunnen verhuurders van ruimte hun aanbod presenteren en ondernemers en organisaties naar beschikbare ruimtes zoeken. Het Makelpunt is juist ook bedoeld voor maatschappelijke organisaties, en religieuze organisaties worden actief aangeraden hier gebruik van te maken.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11038289
Hiernaast wordt ingezet op het versterken van interreligieuze samenwerking, o.a. door het faciliteren van de oprichting van de website Believe Together. Hier kunnen religieuze organisaties ook berichten en oproepen op plaatsen. Wanneer hier behoefte aan is vanuit de religieuze organisaties zelf, zou verkend kunnen worden hoe de website nog beter ingericht kan worden om ruimtevraag en –aanbod met elkaar te verbinden. 2. Betrek religieuze organisaties bij de invulling van laagdrempelige ontmoetingsplekken Daar waar we als gemeente ontmoetingsplekken faciliteren of vormgeven, zetten we altijd in op participatie van bewoners en organisaties uit de buurt. Religieuze organisaties zijn hier ook altijd in welkom. We zullen hen nadrukkelijker uitnodigen. 3. Inventariseer de huisvestingsvragen van religieuze organisaties Het klopt dat het momenteel lastig is om een compleet beeld te krijgen van het gehele ruimtevraagstuk van religieuze organisaties. Dit komt omdat de gemeente voornamelijk zicht heeft op hoeveel vierkante meters beschikbaar zijn voor het belijden van religie voor wat betreft planologische ruimte. Maar zoals ook in de initiatiefnota wordt aangehaald geeft dit geen compleet beeld: vierkante meters bestempeld als specifiek religieus, zoals bestaande kerkgebouwen, zijn niet altijd geschikt voor de religieuze organisaties die op zoek zijn naar ruimte.
Daarbij komt dat er geen (volledig) zicht is op hoeveel van de vierkante meters die vallen onder de paraplu-bestemming ‘maatschappelijk’ worden gebruikt als (vaste of incidentele) gebedsruimte. Hiermee is het dus (nog) niet mogelijk om aan te geven hoeveel realistisch aanbod er is. Uw raad heeft op 29 januari 2026 de motie ‘neem ruimtebehoefte van religieuze organisaties serieus' (RIS324617) aangenomen om hier wel stappen in te zetten. In de motie wordt onder andere gevraagd de raad te informeren over hoe inzicht gegeven kan worden in de planologische ruimte voor gebed in Den Haag, en te bezien welke instrumenten beschikbaar zijn om hierop regie te voeren. Zoals toegezegd zal het college hier voor de zomer over informeren. 4. Onderzoek creatieve mogelijkheden voor huisvesting Het college dankt initiatiefnemer voor het delen van de voorbeelden in hoofdstuk 4 en beaamt de meerwaarde van creatieve mogelijkheden. Het college zal erop toezien, onder andere via de contactpersoon levensbeschouwelijke organisaties, dat er kennis wordt genomen van deze voorbeelden, waar mogelijk met bezoek, en zorg dragen voor bekendheid binnen de relevante gemeenteonderdelen. Daarnaast staat het college open voor het verkennen van creatieve oplossingen, met als belangrijk middel het aanbieden van een ‘Kansenwaaier’ bij vrijgekomen gebedsruimte.
Hiervoor verwijzen we u naar de herziende ‘Visie op Religieus Erfgoed Den Haag 2026’, die het college op 3 februari 2026 ter inzage heeft gelegd. 5. Versnel het proces voor het aanvragen van ontheffing of een bestemmingsplanwijziging Dit aspect is pas aan de orde indien door of namens de eigenaar van een gebouw een aanvraag ingediend wordt voor wijziging of afwijking van een omgevingsplan. Procedures voor het wijzigen van een bestemmingsplan (nu omgevingsplan) nemen tijd vanwege wettelijk vastgelegde stappen en de benodigde zorgvuldige belangenafweging. Dit biedt rechtszekerheid voor alle partijen. Afwijken via een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) vereist eveneens een zorgvuldige beoordeling. Daarnaast kan sectoraal beleid elkaar soms tegenwerken, wat processen complexer maakt. De Omgevingswet speelt hierop in door meer samenhang en integraliteit te brengen. Met de Omgevingsvisie Den Haag 2050 en de uitwerking in gebiedsvisies worden duidelijkere kaders geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11038289
Hoewel procedures voor omgevingsvergunningen met de Omgevingswet zijn versneld (meestal 8 weken, met mogelijke verlenging), blijft enige doorlooptijd onvermijdelijk. Dit komt onder meer door complexe regelgeving, verplichte participatie en de rol van de gemeenteraad bij buitenplanse initiatieven. Onlangs is de lijst bindende adviezen verkort wat in de praktijk tot versnelling leidt. De gemeente kan zelf bijdragen aan versnelling door duidelijkere en consistenter beleidskaders te ontwikkelen en het extra versterken van kennis en vaardigheden van ambtenaren, met name op het gebied van integraal werken en de toepassing van de Omgevingswet. Tegelijkertijd wordt de mate van versnelling begrensd door landelijke wet- en regelgeving, die de procedures, termijnen en vereisten voor zorgvuldige besluitvorming en rechtsbescherming bepaalt. 6. Creëer daar waar dat passend is een dubbelbestemming maatschappelijk op bedrijventerreinen We hanteren hierbij een beleidscyclus: afhankelijk van de (integrale) keuzes in het beleid wordt een passende doorvertaling gemaakt naar het omgevingsplan. Hoewel er in het omgevingsplan niet meer met dubbelbestemmingen wordt gewerkt, kan hierbij beide activiteiten toegestaan worden waar wenselijk en daarmee hetzelfde regelen als bij een dubbelbestemming.
Bij de vaststelling van het beleid moet duidelijk zijn of het beleid ook uitvoerbaar is, zodat dit betrokken kan worden bij de besluitvorming. Hierbij is het bijvoorbeeld van belang dat inzichtelijk is dat er voldoende draagvlak is, welke risico’s er zijn (bijvoorbeeld nadeelcompensatie en neveneffecten) en of er bepaalde instructieregels gelden vanuit andere overheden. De provincie Zuid-Holland heeft bijvoorbeeld al jaren een beschermingsbeleid voor bedrijventerreinen vanaf milieucategorie 3.1 en hoger. Kortom, waar mogelijk wordt de intentie van een ‘dubbelbestemming’ dus overgenomen, waarbij de uitvoerbaarheid wel leidend blijft. 7. Geef organisaties zoals HUB Den Haag – of een ander samenwerkingsverband van kerken een stevige positie bij het opstellen van gebiedsvisies De gemeente heeft een participatieverplichting bij de vaststelling van de kerninstrumenten omgevingsvisie, omgevingsprogramma's en het omgevingsplan (Omgevingsbesluit art. 10.2, 10.7 en 10.8) en voert deze ook uit. Daarnaast is bij de vaststelling van de omgevingsvisie expliciet besloten om bij elke gebiedsvisie per stadsdeel standaard bewonersorganisaties, maatschappelijke en religieuze organisaties te betrekken, en geïnventariseerd wordt welke behoefte aan ruimte deze organisaties in de stadsdelen hebben. Hieraan zal worden voldaan. 8.
Reserveer tijdig ruimte voor religieuze organisaties in gebiedsontwikkeling Het college onderschrijft het belang van een inclusieve stad waarin ruimte is voor diverse maatschappelijke en religieuze voorzieningen. Bij gebiedsontwikkelingen wordt daarom in brede zin rekening gehouden met maatschappelijke functies, waaronder ook religieuze voorzieningen vallen. Tegelijkertijd constateert het college dat de vraag naar gebedsruimte zich moeilijk laat kwantificeren en sterk varieert per gebied en per gemeenschap. In participatietrajecten wordt deze behoefte bovendien niet altijd expliciet of concreet naar voren gebracht, waardoor het lastig is om hier in een vroeg stadium gericht op te programmeren. Daarnaast is de organisatiegraad en financiële draagkracht binnen het religieuze veld divers. Dit bemoeilijkt het maken van generieke reserveringen binnen gebiedsontwikkelingen.
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/11038289
Het college kiest er daarom voor om binnen gebiedsontwikkelingen ruimte te bieden voor maatschappelijke voorzieningen in algemene zin met plinten met bijvoorbeeld zowel maatschappelijke als dienstverlenende bestemming, en daarbij flexibel in te spelen op concrete initiatieven die zich aandienen. Religieuze organisaties kunnen binnen deze kaders gebruikmaken van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, mits wordt voldaan aan de geldende ruimtelijke en financiële voorwaarden. Tegelijkertijd is het college zich ervan bewust dat dit wel in concurrentie is met bijvoorbeeld sportscholen en dienstverlenende bedrijven. 9. Vergroot de beschikbaarheid van geschikte maatschappelijke ruimte en maatschappelijk tarief Het uitgangspunt is dat gebruik van vastgoed plaatsvindt tegen marktconforme condities. Daar waar de behoefte concreet en duidelijk is, kan wel uitgegaan worden van nauwere maatschappelijke bestemming, die strakker is afgebakend voor één of enkele maatschappelijke functies en dus niet alle maatschappelijke functies. Dit draagt eraan bij dat functies die geen commerciële exploitatie kennen, beter gefaciliteerd kunnen worden. 10. Zorg dat religieuze organisaties niet uitgesloten worden in huurvoorwaarden Voor dit punt verwijzen we u graag naar de afdoening van de motie ‘Geen structurele uitsluiting bij onderhuur’ (RIS324326), die spoedig naar u wordt verzonden. 4.
Is het college bereid de voorstellen mee te nemen in de vernieuwing van de Visie op Religieus Erfgoed, dan wel een Kerkenvisie 2.0 op te stellen en daarin de voorstellen van de indiener mee te nemen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
In de in 2020 door de raad vastgestelde ‘Visie op Religieus Erfgoed’ en de actualisering hiervan die momenteel ter inzage ligt, ligt de focus specifiek op de rol van religieus erfgoed en beschermde gebedshuizen voor Den Haag. Het uitgangspunt is in eerste plaats het behoud van dit erfgoed voor een religieuze functie, in tweede plaats voor andere maatschappelijke doelen, onder andere middels het aanbieden van een kansenwaaier waarmee de mogelijkheden voor multifunctioneel maatschappelijk gebruik inzichtelijk worden gemaakt. Na een traject van een aantal jaren en afstemming met eigenaren van beschermde gebedshuizen heeft het college op 3 februari 2026 besloten de ‘Visie op Religieus Erfgoed Den Haag 2026’ ter inzage te leggen. Het college constateert dat in uw initiatiefnota ‘Naar een Kerkenvisie 2.0’ het vraagstuk vooral vanuit de religieuze organisaties wordt benaderd. Het college onderschrijft de maatschappelijke meerwaarde die religieuze organisaties voor de stad hebben. Zoals in de beantwoording van vraag 3 te lezen valt, zijn een aantal aspecten uit de initiatiefnota opgenomen in de nieuwe visie en vinden andere aspecten uit de initiatiefnota ook reeds uitvoering. Denk hierbij aan het Makelpunt en de inventarisatie van huisvestingsvragen en mogelijke regie-instrumenten waar u voor de zomer over wordt geïnformeerd.
De overige voorstellen vergen een andere benadering van de materie, die we ons kunnen voorstellen, maar, zoals in de beantwoording naar voren komt, kunnen die binnen de huidige kaders niet altijd worden overgenomen. Zodoende ziet het college geen reden om aanvullend tot een 'Kerkenvisie 2.0' te komen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de locoburgemeester, Ilma Merx
Saskia Bruines
4/4