CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324995 Reactie onderzoek Significant APE naar reintegratiedienstverlening gemeenten

Algemene Raadscommissie 21 mei 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Typ tekstTyp tekstTyp tekst

dienst: dienstcode

Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag

Ons kenmerk

SZW/11017132 RIS324995 Contactpersoon

Aan de gemeenteraad

Nelly van Loon Dienst

Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Afdeling

SZW Beleid Datum

Telefoonnummer

13 april 2026

14070 E-mailadres

nelly.vanloon@denhaag.nl

Onderwerp

Reactie op het onderzoek van Significant APE naar de reintegratiedienstverlening van gemeenten

Geachte voorzitter, Tijdens de bespreking van de Programmabegroting 2025-2028 (RIS319799) op 13 november 2024 heeft het college toegezegd deel te nemen aan een landelijk onderzoek naar de reintegratiedienstverlening van Nederlandse gemeenten. Dit onderzoek, uitgevoerd door Significant APE in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, richt zich op beleidskeuzes, inzet van middelen, doelgroepen, instrumenten en kosten. Op verzoek van het college heeft Significant APE daarnaast een aanvullend onderzoek uitgevoerd waarin de Haagse situatie wordt vergeleken met die van andere grote gemeenten. Beide onderzoeksrapporten ontvangt u bijgaand. Toelichting op het onderzoek Het landelijke onderzoek ‘Re-integratiedienstverlening door gemeenten’ biedt inzicht hoe Nederlandse gemeenten hun budgetten inzetten, wat de kosten zijn en welke beleidskeuzes hieraan ten grondslag liggen. Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van landelijke CBS-data over reintegratiebudgetten en -instrumenten, een landelijke enquête en een verdiepende studie bij twaalf gemeenten, waaronder drie G4-gemeenten. Omdat dit landelijke onderzoek vooral een algemeen en beschrijvend beeld schetst, is Significant APE gevraagd om aanvullend te analyseren welke onderdelen inzicht geven in de doelmatigheid van de Haagse aanpak, in verhouding tot andere, vergelijkbare gemeenten.

Het aanvullende rapport ‘De Haagse re-integratieaanpak in perspectief’ bevat een globale analyse van de inzet van budgetten, uitgaven en doelgroepen. Algemene bevindingen De onderzoeken laten zien dat er verschillen zijn in de financiële ruimte en besteding door gemeenten én dat het met de bestaande middelen onmogelijk is alle inwoners te bereiken die baat hebben bij dienstverlening. Op basis van het landelijke beeld en de vergelijkende analyse, kunnen we allereerst concluderen dat de reflectie op de Haagse aanpak op hoofdlijnen aansluit bij eerdere bevindingen van Berenschot over de effectiviteit van onze re-integratie aanpak (RIS307965). De Haagse aanpak onderscheidt zich op twee hoofdzaken van die van andere gemeenten.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/11017132

•

•

Omdat het uitgangspunt is dat de gemeente Den Haag iedereen een werk- en ontwikkelkans biedt, richt de aanpak zich op een bredere groep inwoners dan andere gemeenten, waaronder een grote groep niet-uitkeringsgerechtigden en mensen met een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt en lage loonwaarde. Den Haag investeert in intensieve trajecten en begeleiding na plaatsing om duurzame uitstroom te bevorderen; dit werkt, maar brengt kosten met zich mee.

Beperkte vergelijkbaarheid Doordat de Participatiewet decentraal is belegd en gemeenten veel ruimte hebben om hun reintegratietaken zelf vorm te geven, is een brede variatie ontstaan in de wijze waarop reintegratiedienstverlening wordt ingericht. Hierdoor zijn gemeenten lastig met elkaar te vergelijken. Er bestaan verschillen in uitvoeringspraktijken, definities, interpretaties en in de kwaliteit van registraties – zowel inhoudelijk als technisch. Deze variatie maakt het moeilijk om op basis van het onderzoek eenduidige conclusies te trekken. Het onderzoeksbureau adviseert daarom om de resultaten voorzichtig te interpreteren. Die terughoudendheid komt ook duidelijk naar voren in de rapporten zelf. Veel bevindingen worden genuanceerd gepresenteerd. Budgetten en uitgaven Den Haag financiert re-integratie-uitgaven vooral uit de Algemene uitkering (taakveld 6.5: arbeidsparticipatie). Als we naar de uitgaven kijken, zien we dat Den Haag binnen het taakveld arbeidsparticipatie iets meer uitgeeft dan voor dit taakveld beschikbaar is. Daarin is Den Haag geen uitzondering, want vergelijkbare gemeenten laten hetzelfde beeld zien. De onderzoekers hebben binnen het taakveld arbeidsparticipatie gekeken naar de gemiddelde budgetten en uitgaven per inwoner en per bijstandsontvanger. Den Haag investeert gemiddeld € 120,per inwoner, wat in lijn ligt met het niveau van vergelijkbare gemeenten.

Kijken we naar de uitgaven per bijstandsontvanger, dan ligt Den Haag met € 3.068,- per persoon iets lager dan het gemiddelde van andere grote gemeenten (€ 3.388,-). De onderzoekers plaatsen hier wel de kanttekening bij dat dit vooral een theoretische vergelijking is, omdat gemeenten hun re-integratiebudgetten verschillend administreren. Verder wordt in dit onderzoek geconcludeerd dat de financiële prikkels vanuit het Rijk vooral gericht zijn op (snelle) uitstroom uit de bijstand en dat, binnen de huidige financiële kaders gemeenten beperkt in staat zijn om alle inwoners te bereiken die baat hebben bij re-integratie. Tegelijkertijd zien we dat de doelgroep juist verder van de arbeidsmarkt af staat. Dit vraagt van gemeenten scherpe keuzes over welke inwoners zij ondersteunen en hoe zij hun re-integratiebudget zo effectief mogelijk inzetten. De bekostiging van BUIG speelt hierin ook een rol. Deze systematiek pakt voor Den Haag al langer negatief uit, als gevolg van een niet goed functionerend verdeelmodel, zie de recente brief over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake de BUIG (RIS324993). Doelgroep In Den Haag wordt ruim 80 procent van het re-integratiebudget ingezet voor inwoners die naar verwachting binnen 18 tot 24 maanden kunnen uitstromen naar werk.

Deze keuze is bewust gemaakt en sluit aan bij de financiële prikkels van het Rijk (BUIG), die sterk gericht zijn op snelle uitstroom. Ook andere grote gemeenten maken een vergelijkbare strategische afweging. Er is daarbij een verschil zichtbaar in de omvang van de groep die gemeenten als ‘bemiddelbaar’ beschouwen. Den Haag gaat uit van 21 procent van de bijstandspopulatie, terwijl twee vergelijkbare gemeenten een hoger aandeel hanteren, namelijk tussen de 45 en 50 procent. Dit verschil is deels te verklaren doordat gemeenten uiteenlopende definities hanteren en de doelgroep daardoor verschillend

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/11017132

afbakenen. Daarnaast blijkt dat de percentages van de andere gemeenten berusten op globale schattingen, terwijl onze raming is gebaseerd op CBS-onderzoek dat in 2025 voor Den Haag is uitgevoerd. Zie onze eerdere reactie op dat rapport (RIS322877). Wat betreft re-integratie in brede zin stimuleert het Rijk, met de invoering van de Participatiewet in Balans gemeenten om, binnen hun bestaande middelen meer te investeren in maatschappelijke participatie en maatwerk. De onderzoekers zien dat veel gemeenten nog zoeken naar een passende manier om deze bredere re-integratiedoelen vorm te geven. Omdat het in sociaal, maatschappelijk én financieel opzicht noodzakelijk is om in de breedte te investeren, zet de Den Haag al gerichte stappen. Zo werken we er bewust aan om de strikte scheidslijn tussen re‑integratie en maatschappelijke participatie te doorbreken, en worden verschillende vormen van dienstverlening steeds beter met elkaar verbonden. Deze ontwikkeling is vanwege de onderzoeksperiode (2023/2024) nog niet terug te zien in de cijfers. Personele kosten Uit het landelijke onderzoek blijkt dat personele kosten veruit de grootste kostenpost zijn binnen de re-integratiedienstverlening van gemeenten. Het onderzoek heeft twee belangrijke professionals belicht; de klantmanager en de jobcoach.

Uit het Haagse vergelijkingsonderzoek komt naar voren dat de kostprijs per uur voor deze professionals in Den Haag in lijn ligt met die van andere grote gemeenten. De caseload van jobcoaches in Den Haag ligt lager in vergelijking met andere gemeenten (gemiddeld 15 tegenover 35 personen). Dit komt mede doordat onze jobcoaches uitsluitend worden ingezet voor begeleiding op de werkplek, na plaatsing bij een werkgever. Die begeleiding is bovendien intensief (gemiddeld 8 uur per maand, tegenover 3,5 uur elders). Dat is nodig omdat veel kandidaten die wij plaatsen een lage loonwaarde hebben en om duurzame uitstroom te bereiken (in Den Haag gemiddeld 89 procent). Op basis van het onderzoek is het helaas niet mogelijk om op dit onderdeel diepgaandere vergelijkingen te maken. Er zit te veel variatie in de feitelijke inzet van klantmanagers en jobcoaches, waardoor het te complex is om hier duidelijke conclusies uit te trekken. De onderzoekers wijzen erop dat de praktijk sterk afhankelijk is van factoren zoals de zwaarte van de doelgroep, de inrichting van het werk, en de uiteenlopende rollen, takenpakketten en verantwoordelijkheden die deze professionals vervullen. Inzet voorzieningen Zowel landelijk als in Den Haag neemt het aantal ingezette voorzieningen toe, terwijl het aantal bijstandsontvangers maar beperkt groeit.

Vooral de inzet van re-integratievoorzieningen in enge zin laat een duidelijke stijging zien. Instrumenten als gesubsidieerd werk (LKS) en begeleiding na plaatsing (jobcoaching) behoren tot de meest ingezette voorzieningen. Gezien de ontwikkeling van de doelgroep zal de inzet van loonkostensubsidie en begeleiding na plaatsing de komende jaren naar verwachting verder toenemen. Deze instrumenten spelen namelijk een sleutelrol in het creëren van kansen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Elk jaar ontvangen gemeenten een budget voor de uitbetaling van LKS. Dit budget is historisch bepaald, wat betekent dat dit gebeurt op basis van de gemeentelijke uitgaven aan LKS in het voorgaande jaar (LKS in combinatie met beschut werk valt hier ook onder). Den Haag is in vergelijking met de andere G4-gemeenten al jaren koploper in het aantal plaatsingen met LKS en ook dit onderzoek bevestigt dat Den Haag aanzienlijk investeert in LKS. Niet alleen het aandeel plaatsingen

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

SZW/11017132

ligt hoger, maar ook het gemiddelde subsidiebedrag, dat wordt bepaald op basis van de loonwaarde van kandidaten. De kostprijs van beschut werk is complexer te duiden. Deze wordt beïnvloed door verschillende factoren, zoals loonkosten, loonkostensubsidie, de netto toegevoegde waarde, directe kosten (zoals begeleiding en vervoer) en indirecte kosten (zoals huisvesting en overhead). In Den Haag ligt deze kostprijs relatief hoog, maar wel op een vergelijkbaar niveau met de vergelijkingsgemeenten, waaronder de twee andere G4 gemeenten. In de aard van het werk zelf zijn nauwelijks verschillen zichtbaar. In Den Haag bedraagt de gemiddelde kostprijs van een beschutte arbeidsplaats € 28.940,per jaar. Dit ligt in lijn met twee vergelijkbare grote gemeenten, maar hoger dan het landelijke gemiddelde van ongeveer € 20.000,-. De hogere kosten worden onder meer veroorzaakt door hogere begeleidingskosten en hogere huisvestings- en bedrijfskosten. Om de huisvestings- en bedrijfskosten te drukken, wordt de bestaande infrastructuur inmiddels breder ingezet, bijvoorbeeld voor werkfit‑ en werkontwikkeltrajecten, praktische diagnoses en ontwikkelbanen. Re-integratie in brede zin Om beter inzicht te krijgen in de investeringen voor de participatiedoelgroep, is door de onderzoekers gekeken naar vijf typen inwoners (persona’s) die representatief zijn voor veelvoorkomende groepen bijstandsontvangers.

Per persona is uitgewerkt welke interventies worden ingezet – van maatschappelijke participatie tot mogelijke plaatsing bij een werkgever – inclusief de duur en de gemiddelde kosten. Uit het onderzoek blijkt dat Den Haag relatief veel inzet op het stimuleren van maatschappelijke participatie. Op het eerste gezicht lijkt dit in tegenspraak met het feit dat het grootste deel van het budget juist naar re-integratie in enge zin gaat. De cijfers laten echter zien dat voor veel inwoners maatschappelijke participatie, zoals vrijwilligerswerk, het hoogst haalbare is. Het bevorderen hiervan kan bovendien tegen relatief lage kosten plaatsvinden, waardoor Den Haag ogenschijnlijk afwijkt van andere gemeenten. De onderzoekers waarschuwen echter ook bij dit onderdeel op het trekken van conclusies. De gebruikte SRG-statistiek kent aanzienlijke verschillen in registratiekwaliteit tussen gemeenten, waardoor de vergelijkbaarheid beperkt is. Tot slot Hoewel de onderzoeken waardevolle inzichten bieden, kunnen we op basis van de huidige bevindingen nog geen harde conclusies trekken over budgetten, kosten en de doelmatigheid van re‑integratievoorzieningen. De grote diversiteit in re‑integratiepraktijken tussen gemeenten én de beperkte vergelijkbaarheid van de beschikbare data maken dat een scherpe analyse grenzen kent.

Hierdoor blijven de uitkomsten op onderdelen gefragmenteerd, genuanceerd en niet volledig door te trekken naar beleidskeuzes. Tegelijkertijd zijn de bevindingen wel degelijk richtinggevend. Zo onderstrepen de bevindingen het belang van coherente en samenhangende dienstverlening. Op dit moment ligt de nadruk nog sterk op re-integratie in enge zin. Echter gezien de veranderende samenstelling van de doelgroep is het noodzakelijk dat participatie- en re-integratiedienstverlening elkaar sterker gaan aanvullen. Daarbij moet steeds worden uitgegaan van wat inwoners nodig hebben en kunnen. Dat vraagt om een integrale aanpak, waarin op zichzelf staande maatregelen samenkomen tot één logisch en doorlopend proces. In Den Haag zetten we al stappen naar zo’n aanpak, met ‘meedoen’ als uitgangspunt. Deze koers moet leiden tot effectievere trajecten en duurzame resultaten, waardoor inwoners duurzaam mee kunnen doen, of dat nu via maatschappelijke participatie is of via betaald werk. Het college van burgemeester en wethouders, de locosecretaris, de burgemeester, René van Kuilenburg

Jan van Zanen

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16826085/1