RIS324993 Uitspraak CRvB inzake BUIG
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
SZW/11029301 RIS324993 Contactpersoon
Aan de gemeenteraad
Sinja Douwes Dienst
Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Afdeling
SZW Beleid Telefoonnummer
Datum
14070
17 maart 2026
E-mailadres
sinja.douwes@denhaag.nl
Onderwerp
Uitspraak CRvB inzake BUIG
Met deze brief informeert het college u over de uitspraak d.d. 17 februari 2026 van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) met betrekking tot de ontoereikende budgetten 2017 tot en met 2022 die door de staatssecretaris zijn toegekend aan het college om bijstandsuitkeringen te verlenen (BUIG): het college noteerde over die jaren een tekort van circa € 105 miljoen, wat het college diende aan te vullen uit de eigen algemene gemeentelijke middelen. De uitspraak is op 5 maart 2026 openbaar gemaakt.1 De uitspraak heeft geen verdere impact op de begroting; met deze tekorten was rekening gehouden en zijn gedekt. Samenvatting uitspraak Deze uitspraak van de CRvB betreft de budgetten die de staatsecretaris over de jaren 2017 tot en met 2022 heeft toegekend aan het college om onder andere bijstand te verlenen. Daarnaast gaat de uitspraak over de vangnetuitkeringen die over de jaren 2017 tot en met 2020 zijn toegekend of afgewezen.2 De CRvB oordeelt dat gemeente Den Haag niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er tekortkomingen zitten in de verdeelmodellen die de staatssecretaris heeft gebruikt om de macrobudgetten over de jaren 2017 tot en met 2022 te verdelen onder de gemeenten. De CRvB ziet daarom ook geen aanleiding om de verdeelmodellen buiten toepassing te laten.
De door het Rijk toegekende budgetten, en hiermee het tekort, over de jaren 2017 tot en met 2022 blijven daarmee in stand. De gemeente Den Haag krijgt wel gelijk wat betreft de vangnetuitkeringen over de jaren 2018 en 2019. De toepassing van een bepaalde grensnorm leidt over die jaren voor Den Haag tot een onevenredig resultaat. De CRvB heeft de vangnetuitkeringen voor die jaren opnieuw vastgesteld, waardoor onze gemeente in ieder geval nog een bedrag van € 3,4 mln. ontvangt. Appreciatie door het college Deze uitkomst bij de CRvB was niet de verwachting van het college, aangezien zij van mening is dat er voldoende onderbouwing was dat het verdeelmodel een tekort oplevert voor Den Haag.
1
CRvB, zaaknummer 24/1245 PW e.v. (ECLI:NL:CRVB:2026:183).
2
Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de
Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld. Dat budget is ongeoormerkt: een gemeente mag een overschot vrij besteden, maar moet een tekort in beginsel ook zelf opvangen. Gemeenten met grote tekorten kunnen een beroep doen op gedeeltelijke compensatie: de vangnetuitkering.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/11029301
Het is echter niet mogelijk gebleken de tekortkomingen in de verdeelmodellen van BUIG naar de maatstaven van de CRvB aan te tonen en het gelijk van de gemeente Den Haag te bewijzen. Er is geoordeeld in het voordeel van het landelijke verdeelmodel, hetgeen een groot nadeel voor de gemeente Den Haag betekent. Het college meent dat Den Haag zo slecht in het verdeelmodel zit, dat zij hiervan onevenredig nadeel heeft. De CRvB heeft dit in een eerdere uitspraak erkend voor de jaren van vlak na de overgang naar het huidige systeem, in het bijzonder de financieringsjaren 2015/2016.3 Die uitspraak van de CRvB heeft toentertijd geresulteerd in een schikking en een compensatie van € 22 miljoen van het Rijk. Destijds is ook afgesproken dat de staatssecretaris vervolgonderzoek zou laten doen naar structurele overschot- en tekortgemeenten, onder meer omdat Den Haag ook over de jaren 2017 en verder tekorten had (van destijds ongeveer € 105 miljoen).
Uit die onderzoeken in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bleek dat het beleid en de uitvoering van Den Haag “nauwelijks” te maken hadden met de tekorten (AEF/de Beleidsonderzoekers 2023) en dat Den Haag als enige gemeente vele objectieve (bijstandspopulatie)kenmerken heeft die niet in het model zijn verwerkt en samenhangen met meerjarige tekorten, zoals stapelingsproblematiek; multiproblematiek; langdurig in de bijstand, criminaliteit, psychologische problemen en schuldenproblematiek. Den Haag wordt in dit onderzoek op basis hiervan als negatieve uitbijter bestempeld (SEO/Atlas 2022). Den Haag heeft daarnaast ook zelf onderzoeken laten uitvoeren door het deskundigenbureau Berenschot, zowel naar het verdeelmodel (door de economische, technische afdeling) als naar het beleid en uitvoering van Den Haag (door de beleidsmatige afdeling). Ook is een second opinion over het model gevraagd bij de deskundige Economisch Bureau Amsterdam (EBA). Zowel de technici van Berenschot als EBA concludeerden dat de tekorten van Den Haag samenhingen met verdeelstoornissen van het verdeelmodel. Het beleid en uitvoeringsonderzoek door Berenschot is verricht mede op initiatief van uw raad (RIS313025).
Uit dit onderzoek bleek dat het Haagse beleid en de Haagse uitvoering op veel doelstellingen succesvol was en dat de maatschappelijke doelen grotendeels waren gehaald: (1) uitstroom naar zo regulier mogelijk werk, (2) een werk- en ontwikkelkans voor iedereen en (3) kandidaten stromen duurzaam uit op een zo inclusief mogelijke arbeidsmarkt. Dat neemt niet weg dat de beleidsinbedding, uitvoering en dienstverlening van de Haagse re-integratie ook op punten nog beter kon. Deze aanbevelingen heeft het college ter harte genomen. Mede dankzij de eerdere uitspraken van de CRvB en de grondigheid van de onderzoeken en de hoofdconclusies daarin had het college verwacht, ook in lijn met de eerdere uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 9 april 2024,4 grotendeels in het gelijk te worden gesteld. Het college heeft helaas niet kunnen voldoen aan de hoge bewijslast in dezen. Met deze uitspraak ontstaat volgens het college een fundamenteel probleem. In de ogen van het college is er onafhankelijk en extern onderzoek gedaan dat het college had moeten sterken in de gesprekken en procedures met het Rijk over de kosten van medebewindstaken.
Het college vindt dat de manier waarop medebewindstaken worden gefinancierd in strijd is met diverse wetten die bepalen dat de kosten voor die taken door het Rijk moeten worden vergoed en ziet dat niet alleen in de uitvoering van de Participatiewet, als het gaat om het verstrekken van bijstand, maar bijvoorbeeld ook in het kader van jeugdzorg.
3
CRvB zaaknummer 16/3727 PW, (ECLI:NL:CRVB:2019:2016).
4
Rb. Den Haag, zaak nummer 20/7111 e.v., (ECLI:NL:RBDHA:2024:5233).
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
SZW/11029301
Als het kennelijk zeer lastig, dan wel onmogelijk is, om aan de bewijslast te voldoen om zo te bewijzen dat een medebewindstaak onterecht te krap wordt gefinancierd, staat de zekerheid die gemeenten zouden moeten hebben dat medebewindstaken kostendekkend worden bekostigd, onder druk. Deze zorg treft niet alleen de gemeente Den Haag, maar treft in potentie alle gemeenten en daarmee de financiële verhoudingen zoals die zijn vastgelegd in de Wet financiële verhoudingen en de Gemeentewet. Nu het college geen juridische middelen voor de jaren 2017-2022 meer tot zijn beschikking heeft, zal er gekeken worden naar andere mogelijkheden. Het college zal zich onder meer richten op gesprekken met het Rijk, de VNG en politieke lobby om deze voor Den Haag nadelige situatie aan te kaarten en waar mogelijk te veranderen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3